CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.17 NRK- Eindrapport Bollenteelt NRK

1 - RAADSVERGADERING 25 april 2024, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen28.562 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Drenthe | 2024

Zorgen voor morgen

Bollenteelt in Drenthe

Zorgen voor morgen Bollenteelt in Drenthe

1

Opstellers

Edwin de Jong, Mieke Burger en Sam Heslinga

Portefeuillehouder

Marko Bos

Datum

15 april 2024

Voorwoord Tijdens de voorbereiding van een nieuw onderzoeksprogramma bereikte ons in 2022 het voorstel onderzoek te doen naar ‘de bollenteelt’. Een interessant en actueel onderwerp; tegelijkertijd een thema waar veel tegengestelde belangen spelen. Mede op advies van de Raad van Advies hebben we dit onderwerp opgenomen in het onderzoeksprogramma, met als kernvragen: welke instrumenten heeft de provincie eigenlijk rondom dit thema en hoe effectief zet zij die in. In dit rapport kunt u lezen dat er behalve tegengestelde belangen ook tegengestelde opvattingen zijn. Ook is sprake van onzekerheden en onvolledige kennis over de gevolgen van bepaalde middelen voor mens, water en natuur. Het tegengaan van schade aan mens, water en natuur is een taak van de provincie - naast vele andere. De provincie heeft – zij het beperkt - instrumenten daartoe, maar zet die niet of nauwelijks in. Een en ander leidt tot maatschappelijke onrust. Die onrust heeft ook te maken met gebrekkige provinciale communicatie. Het is een uitdrukkelijke doelstelling van de provincie om de dialoog tussen telers en omwonenden te bevorderen. In de praktijk zijn er echter vooral veel informatiebijeenkomsten geweest en - zeer recent - een enquête. Dergelijke activiteiten zijn lastig als ‘dialoog’ te zien.

Wel heeft de Commissaris van de Koning - afgelopen jaar - gesprekstafels georganiseerd (die overigens los staan van het programma Duurzame Bollenteelt Drenthe). De discussie over de bollenteelt is gepolariseerd – in Drenthe, maar ook daarbuiten. De politiekbestuurlijke keuzes naar aanleiding van dit rapport kunnen depolariserend werken - en de rekenkamer hoopt dat ook. Twee zaken zijn daarbij van belang. De provincie kan met concrete stappen laten zien dat zij rekening houdt met de onzekerheden en mogelijke risico’s voor mens, water en natuur (juist ook gelet op het voorzorgbeginsel). Daarnaast kan zij een werkelijke dialoog met alle betrokkenen te organiseren tonen, dat zij alle belangen serieus neemt. De rekenkamer dankt eenieder die meegewerkt heeft aan dit onderzoek, evenals de heer Koeman (die voor ons een analyse heeft gemaakt van de juridische mogelijkheden die de provincie heeft). Anneke Beukers,

Linze Schaap

Voorzitter

Secretaris-directeur

NB. Vrijwel dagelijks besteden diverse media, zowel binnen als buiten de provincie publicaties, er aandacht aan. Ons onderzoek liep tot en met februari 2024; publicaties van na die datum namen we niet mee.

2

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

Inhoud Conclusies en aanbevelingen ................................................................................................ 5 Aanleiding en vraagstelling ............................................................................................................. 5 Conclusies ....................................................................................................................................... 5 Aanbevelingen .............................................................................................................................. 10 1.

Inleiding ...............................................................................................................12

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en context ................................................................................................... 12 Onderzoeksvraag .......................................................................................................... 13 Onderzoeksmethoden .................................................................................................. 14 Leeswijzer ..................................................................................................................... 14

2.

Bollenteelt in Drenthe ..........................................................................................16

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Ontwikkeling bollenteelt in Drenthe ............................................................................ 16 Zorgen over gewasbeschermingsmiddelen .................................................................. 17 Bonje over bollen .......................................................................................................... 21 Zoeken naar een weg uit de impasse ........................................................................... 23 Samenvatting ................................................................................................................ 23

3.

Provinciaal beleid .................................................................................................24

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

Inleiding ........................................................................................................................ 24 Europees beleid ............................................................................................................ 24 Nationaal beleid............................................................................................................ 26 Provinciaal bollenteeltbeleid ........................................................................................ 27 Drents Programma Landelijk Gebied ............................................................................ 28 Bescherming aquatisch milieu en drinkwater .............................................................. 28 Bescherming bijzondere gebieden ............................................................................... 30 Samenvatting ................................................................................................................ 32

4.

Beschikbaar instrumentarium ...............................................................................33

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Inleiding ........................................................................................................................ 33 Instrumenten ................................................................................................................ 33 Ruimtelijke grenzen aan bollenteelt............................................................................. 34 Gevolgen uitspraak rechtszaak Boterveen ................................................................... 37 Samenvatting ................................................................................................................ 38

5.

Programma Duurzame Bollenteelt Drenthe ...........................................................39

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

Inleiding ........................................................................................................................ 39 Wie nemen deel (en wie niet) ...................................................................................... 41 Spoor 1: Het ontwikkelen van kennis ........................................................................... 44 Spoor 2: De dialoog....................................................................................................... 44 Spoor 3: Toelating nieuwe middelen ............................................................................ 46

3

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

5.6 5.7

Borging van resultaten en de toekomst van het programma ...................................... 47 Samenvatting ................................................................................................................ 47

6.

Gesprekstafels van de Commissaris van de Koning ................................................48

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Inleiding ........................................................................................................................ 48 Ontstaan van de gesprekstafels.................................................................................... 48 Uitvoering van de gesprekstafels ................................................................................. 49 Adviezen en bestuurlijke reacties ................................................................................. 50 Samenvatting ................................................................................................................ 52

7.

De rol van gemeenten en waterschappen..............................................................53

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6

Inleiding ........................................................................................................................ 53 Gemeentelijk gebruik ruimtelijk instrumentarium ....................................................... 53 De gemeente als bemiddelaar ...................................................................................... 54 Gemeentelijke convenanten ........................................................................................ 55 Waterschappen ............................................................................................................ 57 Samenvatting ................................................................................................................ 58

8.

Lessen uit andere provincies .................................................................................59

8.1 8.2 8.3 8.4 8.5

Inleiding ........................................................................................................................ 59 Aanwezigheid van bollen- en sierteelt ......................................................................... 59 Beleid over bollenteelt ................................................................................................. 60 Ruimtelijke kaders voor bollenteelt ............................................................................. 61 Samenvatting ................................................................................................................ 62

Bronnenlijst ........................................................................................................................64 Bijlage 1: Lijst met geïnterviewden ......................................................................................69 Bijlage 2: Advies N.S.J. Koeman ...........................................................................................70 Bijlage 3: Onderzoeksfasen .................................................................................................76 Bijlage 4: Bestuurlijke reactie Gedeputeerde Staten van Drenthe .........................................77 Bijlage 5: Nawoord..............................................................................................................80

4

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

Conclusies en aanbevelingen Aanleiding en vraagstelling Drenthe is de vierde bloembollenprovincie van Nederland. De intensiteit van de bollenteelt zorgt voor belangentegenstellingen tussen telers en omwonenden. Telers en leveranciers van gewasbeschermingsmiddelen claimen dat gewasbeschermingsmiddelen veilig in het gebruik zijn. Daarbij verwijzen zij naar de toelating van deze middelen door het College beoordeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Omwonenden, drinkwaterbedrijven en natuurbeschermingsorganisaties maken zich zorgen over de gezondheid, de veiligheid en het milieu. Zij stellen dat er een groeiend bestand aan wetenschappelijke literatuur is over de schadelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen en signaleren omissies in de beoordelingssystematiek van het Ctgb. Bewoners kijken naar de overheid om de ontstane patstelling te doorbreken. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt als volgt: Welke instrumenten heeft de provincie Drenthe om de schade aan mens en milieu als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de bollenteelt te minimaliseren, op welke manier maakt zij daarvan gebruik en hoe effectief is dit?

Conclusies De hoofdconclusie van het onderzoek is de volgende: De provincie Drenthe streeft volgens haar omgevingsvisie onder meer naar een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. De Omgevingswet geeft de provincie de taak een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit in stand te houden. De provincie dient op grond van Europese regelgeving het aquatisch milieu, het drinkwater en Natura 2000gebieden tegen gewasbeschermingsmiddelen te beschermen. In 2019 is in het Rapport ‘Uitgesproken’ gevraagd om een sterkere rol van overheden.1 Sinds het uitkomen van dit rapport stellen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de provincies Drenthe en Overijssel en de inliggende gemeenten zich ten doel de geschilpunten tussen

1

Kool, M. en Buitenkamp, M. (2019). Uitgesproken, weergave uitkomsten verkennende gesprekken telers, omwonenden en organisaties. Anantis.

5

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

omwonenden en telers op te lossen. Nu, bijna vijf jaar na het rapport ‘Uitgesproken’, voert de provincie nog steeds weinig regie op de bollenteelt. Gedeputeerde Staten zeggen geen reële mogelijkheden te zien om planologische grenzen te stellen aan de bollenteelt. Zij willen bovenop de geldende Europese en nationale regels geen aanvullende regels aan de landbouw opleggen en zetten in op vrijwilligheid. Daarmee gaan Gedeputeerde Staten voorbij aan de provinciale taak om in de ruimtelijke ordening een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' te bevorderen en te bewaken, en aan het instrumentarium dat de provincie daartoe kan inzetten.2 De provincie laat de bollenteelt nu over aan het vrije spel van de maatschappelijke krachten. Het ontbreken van ruimtelijke regie zorgt voor onvoldoende duidelijkheid over waar bollenteelt al dan niet kan plaatsvinden. Deze onduidelijkheid is nadelig voor omwonenden, maar ook voor telers die voor een toekomstgerichte bedrijfsvoering belang hebben bij een consistent duurzaam beleid. Gedeputeerde Staten kiezen ervoor om met de telers vrijwillige afspraken te maken over bollenteelt en de inzet van gewasbeschermingsmiddelen. De provincie Drenthe voert samen met het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en diverse andere stakeholders het programma Duurzame Bollenteelt Drenthe uit.

Dit programma richt zich op het ontwikkelen van kennis om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de lelieteelt te verminderen, op het bevorderen van de dialoog tussen telers en omwonenden en op het toelaten van gewasbeschermingsmiddelen met een lagere milieubelasting dan de bestaande middelen. Er zijn geen afspraken gemaakt over de wijze waarop de nieuwe teeltwijzen die in het programma worden ontwikkeld hun weg vinden naar de reguliere bollenteelt. Het is daardoor onzeker in hoeverre de resultaten van het programma zullen doorwerken. Omwonenden vinden geen plek waar hun klachten worden gehoord. Overheden wijzen naar elkaar of naar het Ctgb. Hoewel het programma Duurzame Bollenteelt Drenthe mede ten doel heeft een dialoog tot stand te brengen, zijn omwonenden niet uitgenodigd bij de opzet en de uitvoering van het programma. De communicatie vanuit het programma kwam van één kant en bestond in feite uit het geven van informatie over de resultaten van het programma. Begrip voor elkaars situatie kon niet ontstaan doordat het programma geen ruimte maakt voor standpuntenuitwisseling met omwonenden. De Commissaris van de Koning organiseerde gesprekstafels om alle belanghebbenden bij de bollenteelt te horen. De gesprekstafels zijn losgekoppeld van het programma. Gedeputeerde Staten namen een deel van de adviezen die de Commissaris op basis van de gesprekstafels gaf over.

Doordat de provincie nagenoeg onbeperkt ruimte biedt aan bollenteelt, wegen in Drenthe de belangen van telers in de praktijk zwaarder dan het belang van een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. De provincie Drenthe laat kansen liggen om risico’s van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen en zorgen van omwonenden weg te nemen. Alleen al op basis van het voorzorgbeginsel is het raadzaam zorgvuldig om te gaan met onzekerheden.

2

Uit een analyse die de Noordelijke Rekenkamer heeft laten uitvoeren, blijkt bijvoorbeeld dat de provincie de mogelijkheid heeft om bufferzones aan te wijzen.

6

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

Op dit moment wordt geen effectief beleid gevoerd om de schade aan mens en milieu als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te minimaliseren. Hieronder geven we gedetailleerder antwoord op de deelvragen van het onderzoek: per deelvraag eerst een kort antwoord en daaronder een toelichting. 1.

Hoe verhouden de provinciale doelen op het gebied van (grond)waterkwaliteit, kwaliteit van de leefomgeving en de natuur zich tot de bestuurlijke afwegingen die Gedeputeerde Staten van Drenthe maken met betrekking tot de bollenteelt?

In het provinciale beleid staat dat de provincie Drenthe inzet op het verbeteren van de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. Ook streeft de provincie een duurzame ontwikkeling en vergroening van de landbouw na. De provincie wil geen extra regels opleggen aan de landbouwsector. Zij heeft nagenoeg geen eigen regels vastgesteld om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de bollenteelt te reduceren. De provincie heeft geen specifiek beleid vastgesteld om te voorkomen dat gewasbeschermingsmiddelen in het grond- en oppervlaktewater rondom bollenvelden terecht komen. 3 In de ruimtelijke ordening dient de provincie een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ te bevorderen. Doordat de provincie nagenoeg onbeperkt ruimte biedt aan bollenteelt, wegen in Drenthe de belangen van telers in de praktijk zwaarder dan het belang om de andere doelstellingen te halen van een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier. De Omgevingswet geeft de provincie de taak een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit in stand te houden. Uit Europese richtlijnen volgt dat de provincie passende maatregelen moet treffen ter bescherming van het aquatische milieu en het drinkwater tegen het effect van gewasbeschermingsmiddelen.

Daarnaast is de provincie verplicht het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in specifieke gebieden, onder andere Natura 2000-gebieden, te minimaliseren of te verbieden. Het huidige beleid van de provincie Drenthe op het gebied van verduurzaming van de bollenteelt is vooral gericht op vrijwilligheid. 2.

Welk instrumentarium staat Gedeputeerde en Provinciale Staten ter beschikking om regie te voeren op de bollenteelt en in hoeverre maken zij hiervan gebruik? Heeft de recente rechterlijke uitspraak gevolgen voor de inzetbaarheid van het publiekrechtelijke instrumentarium?

Provinciale Staten kunnen – als zij dit willen – bufferzones aanwijzen. Verder biedt de Omgevingswet tegenwoordig diverse mogelijkheden om te voorkomen dat het oppervlaktewater wordt verontreinigd met gewasbeschermingsmiddelen, waaronder het opnemen van omgevingswaarden en het opnemen van instructieregels in de Provinciale Omgevingsverordening. De

3 Provinciale Staten hebben wel ter bescherming van de drinkwaterwinning spuitvrije zones van 4 meter langs delen van de

Drentsche Aa ingesteld. Deze afstand is te weinig om te voorkomen dat gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater terecht komen.

7

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

provincie maakt nauwelijks gebruik van het juridisch instrumentarium. Gedeputeerde Staten zien weinig mogelijkheden om op planologisch gebied grenzen te stellen aan de teelt van bloembollen. In het bollendossier kiest de provincie deels voor een ondersteunende en deels voor een samenwerkende rol, waarin zij inzet op het organiseren van gesprekstafels, pilots met daarin experimenten (en het verstrekken van subsidies hiervoor). Met het programma Duurzame Bollenteelt Drenthe wil de provincie 1) de bollenteelt verduurzamen; 2) de dialoog tussen telers en omwonenden bevorderen en 3) lobbyen voor het toelaten van gewasbeschermingsmiddelen met een lagere milieubelasting. Binnen spoor 1 voeren telers veldexperimenten uit. De deelnemers hebben geen afspraken gemaakt over de doorwerking van de resultaten van deze experimenten. Het is daardoor onduidelijk in hoeverre het programma impact heeft op de daadwerkelijke verduurzaming van de bollen- en sierteelt. Binnen spoor 2 informeert het programma geïnteresseerden over de resultaten van het programma. Omwonenden zijn hier niet bij betrokken en er zijn geen activiteiten die zich specifiek richten op direct omwonenden, of op het realiseren van een dialoog. Voor het experimenteren binnen spoor 3 heeft het Ctgb één extra middel toegelaten en onderzoekt het nog twee middelen die hiervoor in aanmerking komen.

De rechterlijke uitspraak die leidde tot een verbod op het gebruik van een groot aantal gewasbeschermingsmiddelen in Boterveen, heeft ertoe geleid dat enkele experimenten moesten worden gestaakt.4 De Commissaris van de Koning heeft, op verzoek van Gedeputeerde Staten, gesprekstafels georganiseerd met als doel de dialoog tussen telers en omwonenden te bevorderen. Op basis van deze gesprekken deed de Commissaris acht voorstellen aan Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten namen niet alle voorstellen over. Zij kiezen er bij het ontwikkelen van een ruimtelijke visie bijvoorbeeld voor om te verkennen of zij telers er op vrijwillige basis toe kunnen bewegen om de teelten in ruimtelijke zin zo te organiseren zijn dat zij meer rekening houden met ieders belangen. Verder is het opvallend dat zij in hun brief verscheidene stakeholders noemen, maar niet de omwonenden. 3.

Welke actoren zijn betrokken bij het programma Duurzame Bollenteelt Drenthe en hoe dragen zij bij aan de besluitvorming binnen dit programma?

De provincie is voorzitter van het programma Duurzame Bollenteelt Drenthe en verantwoordelijk voor de samenstelling van de stuurgroep van het programma. Aan het programma doen meerdere overheden, telers en organisaties uit de sector mee. Natuur- en milieuorganisaties en (zowel georganiseerde als ongeorganiseerde) omwonenden zijn niet betrokken bij het programma. De provincie heeft hen niet uitgenodigd aan het programma deel te nemen. Deelname aan het programma en aan concrete projecten binnen het programma is vrijwillig. Deelnemende overheden zijn het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de provincie Drenthe, de gemeente Westerveld en het waterschap Drents Overijsselse Delta. Vanuit

4 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-07-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:6083.

8

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

de sector doen de Koninklijke Algemeene Vereniging voor Bloembollencultuur (KAVB), Agrifirm en het landbouwkundig onderzoeksbureau HLB-BV mee in het programma. HLB-BV is inhoudelijk verantwoordelijk voor de uitvoering van sporen 1 en 3. De provincie is verantwoordelijk voor de uitvoering van spoor 2. Ondanks dat spoor 2 het ‘bevorderen van de dialoog tussen telers en omwonenden’ ten doel heeft, heeft de provincie bewust gekozen omwonenden niet bij het programma te betrekken. 4.

Wat doet de provincie om de schade aan mens en milieu rondom bollenteelt te verminderen en hoe effectief is dit?

Voor het verminderen van schade aan mens en milieu kiezen Gedeputeerde Staten in beginsel voor een ondersteunende en samenwerkende bestuursstijl, niet voor een regulerende of regisserende. De huidige inspanningen leiden tot het voortbestaan van de status quo: patstelling en onduidelijkheid. Dat is belastend voor zowel omwonenden (omdat er niets zichtbaars met hun bezwaren wordt gedaan) als telers (omdat er onzekerheid ontstaat over het bestaansrecht van hun onderneming). De provincie Drenthe voerde samen met andere overheden en de bollensector een aantal vrijwillige pilots uit om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen en uitspoeling naar het grond- en oppervlaktewater te voorkomen. Inmiddels zijn twee pilots afgerond en loopt het programma Duurzame Bollenteelt Drenthe nog. Het project Duurzame Bollenteelt Drenthe 2004 – 2007 toonde aan dat grote milieuwinst te halen viel onder meer door grondontsmetting door afrikaantjes te telen. Het UPDA-project verduurzaming bollenteelt Drentsche Aa leverde niet de verwachte milieuwinst. Hoewel de definitieve resultaten nog niet bekend zijn, biedt het huidige programma Duurzame Bollenteelt Drenthe uitzicht op reductiemogelijkheden voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De provincie heeft geen afspraken gemaakt over de doorwerking van een positief resultaat in de reguliere bedrijfsvoering van bollentelers.

De provincie maakt (vrijwel) geen gebruik van ruimtelijke instrumenten om eventuele schadelijke effecten van bollenteelt te verminderen. Zij voert vooralsnog geen regie op de vraag waar zij intensieve teelten zoals bollenteelt toestaat en waar niet. Ook stelt zij geen spuit- of teeltvrije zones in tussen agrarische gronden en gevoelige functies. Gedeputeerde Staten zijn gaan handhaven tegen lelietelers in de nabijheid van Natura 2000-gebieden die geen voortoets hebben nadat ze daartoe door de rechter zijn verplicht. Inmiddels is de provincie in hoger beroep gegaan en handhaaft zij niet, in afwachting van de uitspraak. 5.

Welke bijdrage leveren gemeenten en waterschappen aan het oplossen van de schade aan mens en milieu?

De gemeente is de eerste bestuurslaag die wordt aangesproken wanneer sprake is van polarisatie tussen telers en omwonenden. Waterschappen zijn wellicht minder in beeld bij omwonenden, maar zij vervullen (wettelijke) taken op het gebied van bescherming en monitoring van de waterkwaliteit en -kwantiteit.

9

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

Drentse gemeenten maken geen gebruik van de (beperkte) mogelijkheden om via het bestemmingsplan of aanlegvergunningen regels aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te stellen. De gemeenten Aa en Hunze, Coevorden en Westerveld hebben, om maatschappelijke polarisatie tegen te gaan, een convenant getekend met bollentelers over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De gemeente Westerveld zegt gesprekken met omwonenden te voeren om de polarisatie te verkleinen. Omwonenden vinden daarentegen dat de gemeente Westerveld een gesprek met omwonenden uit de weg gaat en hun grieven niet serieus neemt. Hoe succesvol deze aanpak is, is niet goed na te gaan. De Noordelijke Rekenkamer heeft geen beeld hoe de opstelling van de andere Drentse gemeenten in dit dossier is. Waterschappen zijn verantwoordelijk voor de waterkwaliteit in de kleinere wateren. De kwaliteit van het oppervlaktewater in Nederland moet aan normen voldoen die zijn vastgelegd in de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De gemeente Westerveld en het waterschap Drents Overijsselse Delta nemen deel aan het programma duurzame bollenteelt. Waterschappen nemen diverse maatregelen om verontreiniging van het water te voorkomen en zij monitoren de waterkwaliteit.

Naast hun wettelijke taken, zijn waterschappen veelal betrokken bij vrijwillige programma’s waarin waterkwaliteit aan de orde is, zoals de pilot verduurzaming bollenteelt Drentsche Aa (Hunze en Aa’s) en het programma Duurzame Bollenteelt Drenthe (WDODelta). 6.

Welke bestuurlijke afwegingen maken andere provincies waarin bollenteelt plaatsvindt en hoe voeren zij de regie? Welke lessen kan de provincie Drenthe hieruit trekken?

De Noordelijke Rekenkamer heeft het beleid over bollenteelt in drie andere provincies bestudeerd, te weten Noord-Holland, Flevoland en Overijssel. In deze provincies zijn weinig voorbeelden van effectief beleid te vinden die ook in Drenthe toepasbaar zijn. Noord-Holland heeft in haar omgevingsverordening gebieden aangewezen waarin het intensief bewerken van de grond voor permanente bollenteelt is toegestaan en andere gebieden waar dat niet het geval is. Omdat in Drenthe alleen wisselteelt plaatsvindt, is dit beleid niet in Drenthe toe te passen. De provincie Flevoland subsidieert vooral praktijkonderzoeken en voorbeeldprojecten. In Overijssel zijn in de gemeenten Hardenberg en Tubbergen vrijwillige afspraken gemaakt in een convenant. De provincie Overijssel heeft geen specifiek bollenbeleid vastgesteld. Enkele Drentse gemeenten maken al gebruik van convenanten en de provincie Drenthe voert reeds praktijkonderzoeken uit.

Aanbevelingen Aanbeveling 1: Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten, neem de regie. Ontwikkel in gezamenlijkheid met ondernemers, ketenpartners, gemeenten, waterschappen, omwonenden en natuurbeschermingsorganisaties een inhoudelijke en ruimtelijke visie op bollen- en sierteelt in Drenthe. Maak gebruik van uw ruimtelijke bevoegdheden om bollen- en sierteelt te reguleren in 10

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

het belang van het halen van de provinciale doelen op het gebied van (grond)waterkwaliteit, kwaliteit van de leefomgeving en de natuur. Provinciale Staten, controleer of omwonenden en natuurbeschermingsorganisaties voldoende betrokken zijn bij de totstandkoming van deze ruimtelijke visie. Reeds in 2019 is in het rapport ‘Uitgesproken’ vastgesteld dat betrokkenen (zowel telers als omwonenden) gebaat zijn bij ‘helder en consistent beleid en maatregelen op het snijpunt van landbouw, volksgezondheid en ruimtelijke ordening’ en dus bij een regierol van de overheid. Gedeputeerde Staten stellen zich op het standpunt dat zij nauwelijks bevoegdheden hebben om ruimtelijke keuzen te maken waar wel en waar geen bollenteelt gewenst is. Uit de analyse van de Noordelijke Rekenkamer blijkt dat er (zeker onder de Omgevingswet) wel mogelijkheden zijn om bollenteelt ruimtelijk te begrenzen. Ga de ruimtelijke keuzen over de bollenteelt (waar wel en waar niet) uitdrukkelijk niet uit de weg. Onderzoek waar het gewenst is om de bollenteelt en/of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te begrenzen, zoals in de buurt van gevoelige gebieden in de zin van Richtlijn 2009/128/EG of ter voorkoming van emissies naar het oppervlaktewater. Leg deze begrenzingen bindend vast, bijvoorbeeld in de vorm van bufferzones.

De keuzen uit dit document kunnen worden vastgelegd in de Omgevingsvisie en het Drents Programma Landelijk Gebied. Voer een actorenanalyse uit om te bepalen wie bij de ontwikkeling van de ruimtelijke visie op bollen- en sierteelt betrokken moeten worden. Voor een dialoog zijn verschillende partijen nodig die open een gesprek met elkaar aangaan dat tot nieuwe inzichten kan leiden. Door slechts stakeholders uit de bollensector aan de dialoog te laten deelnemen aan het programma ontstaat het risico dat de kernwaarden van de andere stakeholders niet geborgd zijn. Betrek naast de bollensector in ieder geval omwonenden en natuurbeschermingsorganisaties bij de totstandkoming van deze visie. Aanbeveling 2: Gedeputeerde Staten, borg de doorwerking van het programma Duurzame Bollenteelt Drenthe. Neem de resultaten waar mogelijk op in het provinciale beleid. Er zijn nu geen garanties dat positieve resultaten uit het programma Duurzame Bollenteelt Drenthe doorwerken in de reguliere bollenteelt in Drenthe. Denk na over de vraag hoe dit het beste kan worden bereikt en leg dit vast in afdwingbare afspraken en/of provinciaal beleid.

11

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

1. Inleiding 1.1

Aanleiding en context

Momenteel is Drenthe de vierde bloembollenprovincie van Nederland. 5 De teelt van bloembollen is een intensieve vorm van tuinbouw. Dat gaat gepaard met drainage en beregening van de bollenvelden. Daarnaast is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen hoog, met name in de lelieteelt.6 In Drenthe verbouwen veel telers lelies.7 De intensiteit van de bollenteelt zorgt voor belangentegenstellingen tussen telers en omwonenden. De telers en leveranciers van gewasbeschermingsmiddelen claimen dat gewasbeschermingsmiddelen veilig in het gebruik zijn en wijzen daarbij naar de toelating van deze middelen door het College beoordeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Omwonenden, drinkwaterbedrijven en natuurbeschermers maken zich steeds grotere zorgen over de veiligheid en het milieu. Zij signaleren omissies in de beoordelingssystematiek van het Ctgb en wijzen op de toenemende wetenschappelijke literatuur die het verband legt tussen blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en allerlei ziekten zoals de ziekte van Parkinson. Inmiddels is vooral in de gemeente Westerveld een patstelling tussen telers en omwonenden ontstaan. Bewoners zijn zelf metingen gaan verrichten en zijn rechtszaken gestart. Bewoners kijken nadrukkelijk steeds meer naar de overheid om de patstelling tussen hen en telers te doorbreken.

Enkele Drentse Statenfracties hebben hun zorgen geuit over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen waaraan zowel bollentelers als omwonenden worden blootgesteld. Wellicht – zo is hun idee – kan de provincie haar ruimtelijke bevoegdheden gebruiken om invloed op de bollenteelt uit te oefenen. Gedeputeerde Staten stellen echter dat het ruimtelijk instrumentarium weinig houvast biedt om kaders aan de bollenteelt te stellen. De huidige coalitiepartijen geven bovendien aan voor de landbouw geen extra regels bovenop de landelijke regels te willen.8 Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), de provincie en gemeenten kiezen vooral voor vrijwillige regulering door de sector zelf. Sommige gemeenten hebben

5 Afgemeten aan het areaal aan bloembollen, zie CBS, landbouwtellingen. 6 CBS: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/, benaderd op 10 november 2023. 7 In Drenthe zijn 71% van de bollenvelden in gebruik voor lelieteelt. Over heel Nederland gerekend zijn 22% van de bollenvelden in

gebruik voor de teelt van lelies (cijfers CBS over 2022). 8 Provincie Drenthe. Mooi voor elkaar!, coalitieakkoord 2019-2023, mei 2019 en Provincie Drenthe. Samen bouwen we Drenthe!, coalitieakkoord 2023 – 2027.

12

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

convenanten met telers afgesloten. Daarnaast hebben het Ministerie van LNV, de provincie en diverse andere stakeholders het programma Duurzame Bollenteelt Drenthe opgezet. Het doel is te komen tot ‘een duurzame en vitale’ bollenteelt die de omgeving zo min mogelijk belast. Dit willen de deelnemende partijen bereiken door het ontwikkelen van kennis en het bevorderen van de dialoog tussen telers en omwonenden. Om de dialoog tussen deze omwonenden en telers weer op gang te brengen, voerde de Commissaris van de Koning vanaf 2021 verschillende gesprekken en kwam zij met aanbevelingen aan het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en aan Gedeputeerde Staten.

1.2

Onderzoeksvraag

Om tot een goede vraagstelling en afbakening voor dit onderzoek te komen, voerden we een vooronderzoek uit. In dit vooronderzoek spraken we met een medewerker van de provincie Drenthe die zich bezighoudt met het beleid over bloembollenteelt en daarnaast met een bezorgde omwonende. Tevens verdiepten we ons door het lezen van openbare stukken in de problematiek rondom de teelt van bloembollen in Drenthe. Dit alles leidde tot de volgende onderzoeksvraag:9 Welke instrumenten heeft de provincie Drenthe om de schade aan mens en milieu als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de bollenteelt te minimaliseren, op welke manier maakt zij daarvan gebruik en hoe effectief is dit?

Deze hoofdvraag valt uiteen in de volgende deelvragen: 1. Hoe verhouden de provinciale doelen op het gebied van (grond)waterkwaliteit, kwaliteit van de leefomgeving en de natuur zich tot de bestuurlijke afwegingen die Gedeputeerde Staten van Drenthe maken met betrekking tot de bollenteelt? 2. Welk instrumentarium staat Gedeputeerde en Provinciale Staten ter beschikking om regie te voeren op de bollenteelt en in hoeverre maken zij hiervan gebruik? Heeft de recentelijke rechtelijke uitspraak 10 gevolgen voor de inzetbaarheid van het publiekrechtelijke instrumentarium? 3. Welke actoren zijn betrokken bij het programma Duurzame Bollenteelt Drenthe en hoe dragen zij bij aan de besluitvorming binnen dit programma? 4. Wat doet de provincie om de schade aan mens en milieu rondom bollenteelt te verminderen en hoe effectief is dit? 5. Welke bijdrage leveren bijdragen van gemeenten en waterschappen aan het oplossen van de schade aan mens en milieu?

9 De onderzoeksvraag is door voortschrijdend inzicht ten opzichte van de vraag in het onderzoeksplan enigszins gewijzigd. De

oorspronkelijke vraag was: “welke instrumenten heeft de provincie Drenthe om de schade aan mens en milieu als gevolg van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de bollenteelt, en de maatschappelijke onrust hierover, te minimaliseren, op welke manier maakt zij daarvan gebruik en hoe effectief is dit?” We hebben gekozen om het woord gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, in plaats van bestrijdingsmiddelen. Verder is geen onderzoek gedaan naar de grootte van de maatschappelijke onrust. Dit onderdeel is weggelaten. 10 Rechtbank Noord-Nederland, 12 juni 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:2333.

13

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

6. Welke bestuurlijke afwegingen maken andere provincies waarin bollenteelt plaatsvindt en hoe voeren zij de regie? Welke lessen kan de provincie Drenthe hieruit trekken?

1.3

Onderzoeksmethoden

We hebben een beschrijving gemaakt van de ontwikkeling van de bollenteelt en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in Drenthe. Dit is gedaan op basis van interviews met belangenorganisaties van bollentelers, achtergronddocumenten. Ook zijn CBS-cijfers genanalyseerd. Verder beschreven we het bollenbeleid van de provincie Drenthe en analyseerden we gemeentelijke convenanten. Daarnaast voerden we gesprekken met deskundigen en stakeholders, waaronder vertegenwoordigers van omwonenden, vertegenwoordigers uit de bollensector en betrokken overheden. We hebben in kaart gebracht welke mogelijkheden de provincie heeft om regie te voeren op de locaties waar bloembollenteelt plaatsvindt. Verder analyseerden we de ingediende handhavingsverzoeken en de relevante rechterlijke uitspraken. Op grond van interviews met provinciemedewerkers en stakeholders en documenten brachten we in kaart wat de provincie aan regievoering doet. We analyseerden de documenten over het programma Duurzame Bollenteelt Drenthe en voerden gesprekken met de stuurgroepleden van dit programma. Aan de hand van vergaderdocumenten beoordeelden we wat ieders inbreng is geweest. Verder analyseerden we de bemiddelende activiteiten van de provincie. Dit deden we op grond van documenten en interviews.

Om een breder beeld te krijgen van de sturingsmogelijkheden van de provincie op de bollenteelt, bestudeerden we het beleid van drie andere provincies: Noord-Holland (traditioneel bollengebied), Flevoland (veel bloembollen, recentere ontwikkeling) en Overijssel (weinig bloembollen, veel zandgronden). Per provincie analyseerden we of, en zo ja hoe zij regie voeren, welke instrumenten zij inzetten en hoe succesvol zij waren. We deden dit vooral door het analyseren van beleidsstukken. In dit onderzoek zijn de ontwikkelingen tot 22 december 2023 meegenomen.

1.4

Leeswijzer

In dit rapport geven we in hoofdstuk 2 achtergrondinformatie over de bollenteelt in Drenthe. Ook gaan we in dit hoofdstuk in op de maatschappelijke zorgen over en de weerstand die is ontstaan tegen de bollenteelt. In hoofdstuk 3 bespreken we het Europese en nationale beleid over gewasbeschermingsmiddelen en het provinciaal beleid. Daarna beschrijven we de provinciale bestuurlijke afweging omtrent bollenteelt in Drenthe en het beleid ter bescherming van het aquatisch milieu en bijzondere gebieden (zoals Natura 2000-gebieden) tegen gewasbeschermingsmiddelen. In hoofdstuk 4 analyseren we welk ruimtelijk instrumentarium de

14

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

provincie tot haar beschikking heeft om telers tot spuit- en teeltvrije zones te verplichten. We staan tevens stil bij de gevolgen van de rechtszaken die in door bewoners in Boterveen zijn aangespannen. In hoofdstuk 5 bespreken wij het programma Duurzame Bollenteelt Drenthe. Vervolgens bespreken wij in hoofdstuk 6 de bemiddeling van de Commissaris van de Koning, die dit met gesprekstafels heeft vormgegeven. Hoofdstuk 7 gaat in op de rol van de gemeenten en de waterschappen in dit dossier. Ten slotte komt in hoofdstuk 8 een provincievergelijking aan bod. We hebben in drie andere provincies geanalyseerd of er bollenbeleid is waaruit de provincie Drenthe inspiratie kan putten.

15

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

2. Bollenteelt in Drenthe 2.1

Ontwikkeling bollenteelt in Drenthe

Nederland staat bekend om zijn bloembollenvelden.11 Bloembollen (aanvankelijk alleen tulpen) worden hier vanaf de 16e eeuw geteeld. De meeste bloembollen worden traditioneel in de Bollenstreek en in het noorden van Noord-Holland geteeld, maar ook in andere delen van Nederland treffen we tegenwoordig bollenvelden aan, waaronder in Drenthe. In Drenthe heeft de bollenteelt in de afgelopen 25 jaar een grote vlucht genomen. Het areaal bloembollen in Drenthe is in de laatste 20 jaar verviervoudigd van een kleine 500 naar zo’n 2.000 hectare (zie figuur 1). Na Noord-Holland, Flevoland en Zuid-Holland is Drenthe thans de vierde bloembollenprovincie van Nederland.12 Van alle bloembollen in Nederland wordt momenteel zo’n 7% in Drenthe geteeld.

2500 2000 1500 1000 500 0 2000

2005

2010

2015

2020

Figuur 1: ontwikkeling areaal bloembollen in Drenthe (hectare) tussen 2000 en 2022

Drenthe is in de afgelopen 20 jaar vooral in de lelieteelt een speler van formaat geworden. In de rest van Nederland worden hoofdzakelijk tulpen geteeld. De Drentse zandgronden zijn met name geschikt voor het telen van lelies. In figuur 2 zien we dat Lelies de Nederlandse bollen- en sierteelt in 2022 voor 21% Tulpen uit lelies bestond, terwijl dat in Drenthe 71% was. 13 Overig Bijna een kwart van het Nederlandse areaal aan Figuur 2: vergelijking percentage bloembollen in lelievelden, is te vinden in de Nederland en Drenthe (in hectare, 2022). Buitenste ring: Nederland. Binnenste ring: Drenthe. provincie Drenthe. Naast lelies en tulpen telen de Drentse telers op veel kleinere schaal siergewassen als dahlia’s, pioenrozen, gladiolen, narcissen, krokussen en Figuur 3: Zantedeschia's zantedeschia’s (zie figuur 3).14 Aanvankelijk verbouwden de Drentse telers vooral bloembollen op contract van bollentelers uit de traditionele bollengebieden. Langzamerhand gaan steeds meer Drentse telers over op teelt in eigen beheer.

11 Waar in dit document bloembollen wordt genoemd, worden ook knollen (zoals bij de dahlia) en wortelstokken (zoals bij de iris)

bedoeld. 12 Afgemeten aan het areaal aan bloembollen, zie CBS, landbouwtellingen. 13 Cijfers uit 2022, bron: CBS: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/, benaderd op 9 november 2023. 14 Foto: Floratuin: https://floratuin.com/products/zantedeschia-gemeng, benaderd op 9 november 2023.

16

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

hectaren bollen - en sierteelt in Drenthe

Binnen de provincie Drenthe liggen de meeste bollen- en sierteeltvelden in de gemeenten Midden-Drenthe en Westerveld (zie figuur 4). 15 Figuur 4 geeft een overzicht van bollen- en sierteelt voor het jaar 2022 voor alle Drentse gemeenten.16 In de gemeente Midden-Drenthe vindt de meeste bloembollenteelt plaats, terwijl de scherpste weerstand momenteel uit de gemeente Westerveld komt. 1400 1200 1000 800 600 400 200 0

1161

402 8

2

153

151

114

0

0

37

1

4

Figuur 4: bollen- en sierteelt per Drentse gemeente (2022) in hectare

2.2

Zorgen over gewasbeschermingsmiddelen

Naast kleurrijke plaatjes leveren de bollenvelden discussies op. Bollenteelt is een intensieve vorm van tuinbouw. Voordat de bollen de grond in kunnen, moeten telers de waterhuishouding van het perceel kunstmatig reguleren: in het voorjaar vaak diepe drainage en in de zomer dikwijls beregening. 17 Hierdoor vindt verstoring van het bodemprofiel plaats en kunnen aanliggende percelen te kampen krijgen met verdroging. Daarnaast is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de bollenteelt hoog. Kader 1: gewasbeschermingsmiddelen, biociden, bestrijdingsmiddelen, pesticiden of landbouwgif? Met gewasbeschermingsmiddelen, biociden, bestrijdingsmiddelen, pesticiden of landbouwgif worden stoffen bedoeld die worden gebruikt om ziekten, plagen of andere organismen te bestrijden die hinderlijk of schadelijk zijn. De benamingen worden nogal eens door elkaar gebruikt. De discussie over deze middelen ligt gevoelig, vooral omdat de meeste van deze middelen niet 100% specifiek zijn. Dat wil zeggen dat zij naast de organismen die zij beogen te bestrijden, ook effecten kunnen hebben op andere organismen, waaronder mensen. De keuze voor de benaming verraadt dikwijls de opinie die men heeft over het gebruik van deze middelen. De Noordelijke Rekenkamer staat neutraal in deze discussie en sluit zich aan bij de (huidige) Nederlandse wettelijke terminologie.

Wij geven hieronder een toelichting op elk van deze begrippen. Gewasbeschermingsmiddelen: stoffen die in de landbouw worden gebruikt om planten of plantaardige producten te beschermen tegen ziekten, plagen of onkruiden. Deze term geniet de voorkeur van

15 Cijfers uit 2022, bron: CBS: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/, benaderd op 9 november 2023. 16

Cijfers uit 2022, bron: CBS: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/, benaderd op 9 november 2023.

17 Meskers, K. (2017). De teelt van lelies. Bollenacademie.

17

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

landbouwers; de middelen zijn immers bedoeld om gewassen te beschermen. 18 Door critici wordt deze term dikwijls als eufemistisch beschouwd omdat het geen nadruk legt op de toxiciteit van de middelen. Omdat de huidige Wet gewasbechermingsmiddelen en biociden het begrip ‘gewasbeschermingsmiddelen’ hanteert, gebruiken wij deze term. Biociden: stoffen die bestemd zijn om schadelijke of ongewenste organismen variërend van bacteriën en virussen tot schimmels of ratten te vernietigen, af te weren, onschadelijk te maken of voorkomen. Biociden worden ook vaak buiten de landbouw gebruikt. Het kan gaan om houtverduurzamingsmiddelen, aangroeiwerende verven, desinfectiemiddelen en insecticiden. Voor dit onderzoek zijn biociden minder relevant. Bestrijdingsmiddelen: term voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden, gebruikt in de Wet bestrijdingsmiddelen en meststoffen 1947. Deze wet is in 2007 vervangen door de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. De term wordt nog steeds gebruikt als verzamelnaam van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Pesticiden: een verzamelnaam voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Deze term wordt niet in de Nederlandse wetgeving gebruikt. De Europese Unie gebruikt in Engelstalige beleidsstukken wel het begrip ‘pesticides’. Landbouwgif: informele kwalificatie van gewasbeschermingsmiddelen met een negatieve bijbetekenis.

Vooral in de lelieteelt gebruiken telers veel gewasbeschermingsmiddelen. Figuur 5 illustreert dit: in 2020 gebruikten telers in de lelieteelt (afgerond) 114 kg werkzame stof per hectare, tegen 26 kg in de tulpenteelt en 1 kg in de teelt van zomertarwe. 19 Een groot deel van de toegepaste middelen in de lelieteelt bestaat uit paraffineolie, maar er worden ook meer omstreden 20 middelen gebruikt, waaronder glyfosaat. 21 Een aantal middelen dat tot voor kort veel in de lelieteelt werd gebruikt, zoals mancozeb en thiacloprid, is recentelijk verboden.22 Er is een dalende trend in het gebruik van middelen, maar deze daalt binnen de bollen- en sierteelt het minst in de lelieteelt.23

18 Enkele uitzonderingen daargelaten. Denk bijvoorbeeld aan het doodspuiten van aardappelloof met behulp van glyfosaat. 19 CBS: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/, benaderd op 9 november 2023. 20 Zie bijvoorbeeld Zembla: https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/de-toekomst-van-de-omstreden-onkruidverdelger-glyfosaat-

in-europa, benaderd op 15 juni 2023. 21 CBS: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85130NED/table?dl=5F4F8., benaderd op 9 november 2023. 22 CBS: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85130NED/table?dl=5F4F8. De Europese Commissie heeft de licentie voor het gebruik van Thiacloprid niet verlengd: deze is op 30 april 2020 vervallen. Mancozeb is vanaf juni 2021 in de EU verboden. 23 Het reductiepercentage voor lelies bedroeg tussen 2012 en 2020 11%. Het reductiepercentage voor gladiolen bedroeg 54%, voor hyacinten en narcissen beide 45% en voor tulpen 24%.

18

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

120

114

100 80 60 40 20

26

19

17

17

12

8

8

5

1

1

0

Figuur 5: gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij verschillende gewassen in Nederland (kilogram werkzame stof per hectare in 2020)

Kader 2: project duurzame Bollenteelt Drenthe 2004 - 2007 In de periode 2004 – 2007 vond in opdracht van de provincie Drenthe een stimuleringsproject ‘Duurzame bollenteelt in Drenthe’ plaats. Stichting Proeftuin Zwaagdijk en HLB voerden dit project uit. Het project richtte zich op de lelieteelt. De centrale doelstelling was het verminderen van de milieubelastingspunten met 75-90% bij minimaal 60% van de bollentelers. 24 Daarbij doelden de aanvragers op de milieubelastingspunten volgens de CLM milieumeetlat. 25 De proeven in het project leidden tot een vermindering van de milieubelasting van gemiddeld 75%. Deze vermindering was het gevolg van verandering in middelenkeuze en middelendosering door de telers, door verbetering van de samenstelling van de middelen en herbeoordeling van de milieueffecten door Ctgb (toen nog CTB geheten). De grootste milieuwinst is behaald bij de middelen die werden gebruikt voor de aaltjes- en virusbestrijding, maar er waren aanzienlijke verschillen tussen bedrijven. In 2006 en 2007 hebben Drentse lelietelers ook deelgenomen aan een stimuleringsproject van de Provincie Drenthe, waarbij de chemische grondontsmetting met zo’n 300 liter Monam per hectare is vervangen door de teelt van Tagetes (afrikaantjes, bloemen). Afrikaantjes produceren stoffen die schadelijke wortellesieaaltjes doden.

Deze proef was succesvol, maar wettelijke maatregelen (derogatieregeling en periodiek verbod op het scheuren van grasland) stond de introductie van de afrikaantjesteelt in de weg. 26 Tegenwoordig is de teelt van afrikaantjes toegestaan en wordt zij toegepast in de bollenteelt.

Er is een groeiende maatschappelijke en politieke zorg over de belasting van mens, dier en milieu door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in land- en tuinbouw. 27 Steeds meer buitenlands onderzoek toont een correlatie aan tussen:28 ▪ blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en de ziekte van Parkinson; ▪ blootstelling van zwangere vrouwen aan gewasbeschermingsmiddelen en ontwikkelingsproblemen bij het ongeboren kind.

24

Stichting Proeftuin Zwaagdijk en HLB. (2005). Projectplan duurzame lelieteelt in Drenthe; Op weg naar minder milieubelastingspunten in de lelieteelt. Stichting Proeftuin Zwaagdijk en HLB. 25 De Milieumeetlat geeft een overzicht van de milieubelasting van alle in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddelen en maakt het mogelijk om middelen onderling te vergelijken. Milieumeetlat: https://www.milieumeetlat.nl/, benaderd op 5 december 2023. 26 Saathof, W. (2008). Rapportage resultaten stimuleringsproject 2004 – 2007, in opdracht van de provincie Drenthe. HLB. 27 RTV Drenthe: https://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/14056943/metenweten-ziet-geen-nut-in-gesprekken-over-bollenteelt-overheidis-aan-zet, benaderd op 30 mei 2023. 28 GGD Leefomgeving: https://ggdleefomgeving.nl/schadelijke-stoffen/bestrijdingsmiddelen/#buitenlands-onderzoek, benaderd op 17 oktober 2023.

19

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

Hoewel deze onderzoeken (nog) niet onomstotelijk aantonen dat er een causaal verband is tussen blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en deze aandoeningen, is de gevonden correlatie wel reden voor zorg en nader onderzoek. Naast gezondheidsschade bij mensen kan ecologische schade ontstaan door toepassing van gewasbeschermingsmiddelen, zo blijkt uit diverse onderzoeken. Sommige wetenschappers pleiten uit voorzorg voor een verbod op gewasbeschermingsmiddelen.29 De zorgen over gezondheidseffecten door gewasbeschermingsmiddelen bij wetenschappers, politici en omwonenden resulteerden in verschillende adviezen en onderzoeken. In 2014 stelde de Gezondheidsraad dat het onduidelijk was of omwonenden in Nederland in zo’n mate aan gewasbeschermingsmiddelen werden blootgesteld dat daar risico’s voor hun gezondheid uit konden voortvloeien. De Gezondheidsraad constateerde verder dat hiernaar in ons land nauwelijks onderzoek werd gedaan en beval aan om te beginnen met een blootstellingsonderzoek.30 In 2019 kwam het tot het Onderzoek Blootstelling Omwonenden (ook wel OBOonderzoek genoemd) dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) uitvoerde rondom bollenvelden. Restanten van gewasbeschermingsmiddelen die op de onderzochte bollenvelden waren gebruikt, werden op diverse plaatsen teruggevonden.

Daarnaast troffen de onderzoekers deze middelen aan in de urine van omwonenden van bloembollenvelden, ook bij mensen die op 250 meter afstand van de velden woonden. 31 Het onderzoek keek naar blootstelling en niet naar gezondheidseffecten. Om zicht te krijgen op de gezondheid van omwonenden van landbouwpercelen (niet specifiek bollenvelden) voerde het RIVM twee verkenningen (in 2018 en 2020) uit. Het RIVM vond weinig significante verbanden tussen gezondheid en de nabijheid van landbouwpercelen.32 In 2020 werd dat in een tweede verkenning nogmaals bevestigd: “Mensen die binnen 250 meter van landbouwpercelen wonen waar bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, hebben over het algemeen niet méér gezondheidsproblemen dan mensen met geen of weinig landbouwpercelen in de buurt.”33 Deze beide kleinschalige verkenningen namen de bezorgdheid niet weg. De Gezondheidsraad concludeerde in zijn vervolgadvies uit 2020 dat het vooralsnog onzeker is in hoeverre de (extra) blootstelling aan chemische gewasbeschermingsmiddelen resulteert in een hoger gezondheidsrisico. Hij adviseerde onder meer om het voorzorgsbeginsel toe te passen en de inzet op verduurzaming van gewasbescherming voort te zetten en te intensiveren. Enkele jaren

29

AD: https://www.ad.nl/binnenland/neuroloog-wil-bestrijdingsmiddelen-in-de-ban-laat-mensen-niet-onnodig-parkinsonkrijgen~a0f1d7f0/, benaderd op 9 november 2023. 30 Gezondheidsraad. (2014). Gewasbescherming en omwonenden. Gezondheidsraad. 31 RIVM. (2019). Bestrijdingsmiddelen en omwonenden, samenvattend rapport over blootstelling en mogelijke gezondheidseffecten. RIVM en Vermeulen, R.C.H., Gooijer, Y.M., Hoftijser, G.W., Lageschaar, L.C.C., Oerlemans, A., Scheepers, P.T.J., Kivits, C.M., Duyzer, J., Gerritsen-Ebben, M.G., Figueiredo, D.M., Huss, A., Krop, E.J.M., Van den Berg, F., Holterman, H.J., Jacobs, C.J.M., Kruijne, R., Mol, J.G.J., Wenneker, M., Van de Zande, J.C., Sauer, P.J.J. (2019). Research on exposure of residents to pesticides in the Netherlands OBO fower bulbs. CLM Advies en Onderzoek, Radboudumc, Schuttelaar & Partners, TNO, Utrecht University, Wageningen University and Research. 32 RIVM. (2018). Gezondheidsverkenning omwonenden van landbouwpercelen. RIVM. 33 Simões, N.A.H., Huss, A., Portengen, L., Vermeulen, R., Baliatsas, C., Dückers, M., Verheij, R., Janssen, N., Rijs, K., Zock, J.P. (2020). Health survey on people living in the direct vicinity of agricultural plots: additional analyses. RIVM.

20

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

daarvoor heeft de Gezondheidsraad het voorzorgsbeginsel omschreven als een strategie voor een zorgvuldige omgang met onzekerheden.34 De Nederlandse overheid heeft deze zienswijze destijds omarmd. In zijn eerste advies gaf de raad aan dat passend invulling kan worden gegeven aan deze strategie door niet de gezondheidsrisico’s, maar de ongewenstheid van blootstelling als uitgangspunt te nemen en kosteneffectieve maatregelen te treffen. Hij achtte daarnaast ook proportionele, duurdere maatregelen het overwegen waard. Daarnaast beval de Gezondheidsraad aan om nader gezondheidsonderzoek uit te voeren en het gebruik van en blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen beter te monitoren.35 Het RIVM verkende vervolgens of en hoe dit gezondheidsonderzoek kon worden ingevuld. Dan zou ook naar andere aandoeningen en klachten moeten worden gekeken, zoals effecten op cognitieve ontwikkeling en autisme. Ook verdiende de gezondheid van kwetsbare groepen, zoals kinderen jonger dan 16 weken, speciale aandacht.36 Op 1 oktober 2023 startte het RIVM samen met de Universiteit Utrecht en het Nivel het OBO-2-onderzoek. Dit onderzoek zal tot eind 2030 lopen.37

2.3

Bonje over bollen

De intensiteit van de bollenteelt en de toenemende wetenschappelijke literatuur over de gezondheidseffecten van gewasbestrijdingsmiddelen zorgt voor scherpe belangentegenstellingen tussen enerzijds telers, producenten en leveranciers van gewasbeschermingsmiddelen en anderzijds omwonenden, drinkwaterbedrijven en natuurorganisaties. De telers en agrarische bedrijven (waaronder ook producenten en leveranciers van gewasbeschermingsmiddelen) vertrouwen op de toelatingsprocedure voor de middelen die in hun ogen erg strikt is (zie paragraaf 3.3). Zij stellen dat de toegelaten gewasbeschermingsmiddelen veilig in het gebruik zijn. Zij wijzen verder op de twee gezondheidsverkenningen die het RIVM heeft uitgevoerd waaruit niet is gebleken dat het wonen naast landbouwpercelen een negatieve invloed heeft op de gezondheid (zie paragraaf 2.2). Ook stellen zij regelmatig dat in de lelieteelt zo’n 75% biologische middelen wordt gebruikt.38 Kritische omwonenden wijzen op een aantal zwakke plekken in de toelatingsprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen. Zo zou het College voor de toelating van gewasbeschermings-

34 Gezondheidsraad. (2014). Gewasbescherming en omwonenden. Gezondheidsraad. 35

Gezondheidsraad. (2020). Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden. Gezondheidsraad.

36 De onderzoeksmogelijkheden zijn: 1. Cognitieve vaardigheden testen bij kinderen in groep 8, in combinatie met metingen van de

blootstelling, 2. Nieuw onderzoek doen naar langetermijneffecten op de ziekte van Parkinson, 3. Onderzoek op basis van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie, 4. Analyse van gegevens uit de Gezondheidsmonitor van de GGD-en en de Gezondheidsenquête van het CBS, 5. Analyse van gegevens van huisartsen over acute effecten; Zock, J.P., Janssen, N.A.H., Simões, M., Figueiredo, D.M., Huss, A., Vermeulen R.C.H., Baliatsas, C. Dückers, M. (2022). Haalbaarheid van onderzoek naar blootstelling aan bestrijdingsmiddelen en de gezondheid van omwonenden, RIVM-briefrapport 2022-0040. RIVM. 37 Duurzame Bollenteelt Drenthe: https://www.duurzamebollenteeltdrenthe.nl/publish/pages/138219/presentatie_rivm_obo-2.pdf, benaderd op 17 november 2023. 38 Zie bijvoorbeeld: Nieuwe oogst: https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2018/07/26/lelieteelt-gebruikt-75-procent-biologischemiddelen, benaderd op 9 november 2023 en Lelieteelt: https://lelieteelt.nl/index.php/teelt/bewust-telen, benaderd op 9 november 2023.

21

Zorgen voor morgen - Bollenteelt in Drenthe

middelen en biociden (het Ctgb, zie paragraaf 3.3) bij toelating onvoldoende rekening houden met de blootstelling van omwonenden. Verder beoordeelt het Ctgb alle gewasbeschermingsmiddelen afzonderlijk en houdt het geen rekening met de gevolgen van blootstelling aan combinaties van middelen. Ook houdt het Ctgb bij toelating volgens sommige deskundigen onvoldoende rekening met neurologische toxiciteit bij langdurige blootstelling aan lage doses. Om deze reden betwijfelen kritische omwonenden of een veilige toepassing van deze middelen mogelijk is. Diverse kritische omwonenden hebben zich georganiseerd om hun standpunten voor het voetlicht te brengen. Het gaat onder meer om de stichting Bollenboos en Meten = Weten in Westerveld, de werkgroep Schone Bollen Midden Drenthe, omwonenden Eesergroen, Noord-Lheederes, Lhee/Dwingeloo, Nijlande en Coevorden. Kader 3: activiteiten uitgevoerd door omwonenden De georganiseerde omwonenden voeren een breed palet aan strategieën uit om hun gelijk te halen.

Zij doen (onder andere) het volgende: ▪ het voeren van overleg; ▪ het schrijven van brieven aan Provinciale Staten; ▪ inspreken tijdens vergaderingen van Provinciale Staten; ▪ het opzoeken van de media; ▪ het verzamelen en verspreiden van bestaand wetenschappelijk onderzoek; ▪ het zelf (laten) verrichten van metingen rondom bollenvelden, resulterend in een meta-evaluatie;39 ▪ het opvragen van gegevens (bijvoorbeeld spuitschema’s van telers) door middel van Wet open overheid (WOO)-procedures (zoals bij de Noord-Lhederes); ▪ de provincie verzoeken handhavend op te treden tegen telers die (al dan niet vermeend) de Natuurbeschermingswet overtreden (o.a. door Meten = Weten); ▪ het voeren van een civielrechtelijke procedure om een spuitverbod op te leggen aan een teler zoals de omwonenden van Boterveen. Niet iedere bewonersgroep doet al het bovenstaande. Sommige bewonersgroepen zijn meer gericht op overleg, terwijl andere ook de juridische strijd aangaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=6a4800c8-f062-4ce5-b1da-f972e4de8898