CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.17.3 Bijlage College - 6.3 Bestuursverslag 2022 en jaarrekening

1 - RAADSVERGADERING 25 januari 2024, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen20.974 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Promes zal in de komende tijd nog zorgvuldiger werving- en selectieprocedure uitvoeren om een mismatch te voorkomen. In beginsel is er geen vacatureruimte binnen Promes, wel interne verschuivingen. Promes neemt maatregelen om werkloosheidskosten in de toekomst te voorkomen. Met elke werknemer wordt een gesprek gevoerd wanneer de medewerker aangeeft iets anders te willen (verkennen) of niet blij is in de huidige functie. Voor sommige medewerkers is het een opluchting als het hoge woord eruit is en we samen kijken hoe we uit elkaar kunnen gaan. Een open gesprek kan leiden naar een passende oplossing. Dat kan gaan om medewerkers die het niet lukt op goed niveau

24

te functioneren, een 2e spoortraject liever niet willen volgen en zelf het initiatief nemen om een andere baan te zoeken of door met medewerkers in gesprek te gaan die een andere functie willen. In overleg is er veel mogelijk en denkt Promes altijd mee. Hiermee voorkomen wij (onnodige) werkloosheidskosten, maar bovenal streven we hiermee naar bevlogen, wendbare, competentie en vitale individuele medewerkers. Daarmee een fijne professionele collega voor eenieder. 3.2.4 Aanpak Werkdruk Binnen Promes hebben de scholen veel autonomie. Vanuit die invulling is er per school een weloverwogen keus gemaakt over de besteding van de werkdrukmiddelen, welke is toegelicht en akkoord bevonden door het CvB en waarvoor instemming is verkregen van de (P)MR. In het werkverdelingsplan op schoolniveau maakt het team afspraken met elkaar over de inzet. De werkdrukmiddelen zijn ingezet voornamelijk voor meer personele inzet. Dit bestond uit het inzetten van ervaren leerkrachten, vakleerkrachten, onderwijsassistenten en onderwijsondersteuners. Bijvoorbeeld om de leerkrachten vrij te roosteren, zodat zij de ruimte krijgen om administratie in de klas bij te werken, zich verder te professionaliseren of de tijd krijgen om bij te dragen aan schoolontwikkelingen. Ook is er kritisch gekeken naar wat er daadwerkelijk verplicht is om te doen.

Promes heeft er bijvoorbeeld voor gekozen om inschrijving in het lerarenregister niet te verplichten voor medewerkers. Onderstaande tabel geeft weer hoe de werkdrukverlagende middelen in 2022 zijn ingezet. Bestedingscategorie

Besteed bedrag (kalenderjaar)

Personeel Materieel

€ 261.835,-€ 9.451,--

De teams van de diverse scholen hebben na instemming van de personeelsgeleding van de MR (school) gekozen voor diverse bestedingen; extra uren voor de vakleerkrachten LO, extra handen in de klas d.m.v. onderwijsassistenten, extra administratieve ondersteuning, ICT-hulpmiddelen. 3.2.5 Strategisch personeelsbeleid Het personeelsbeleid wordt binnen de stichting in samenspraak met het directeurenberaad en de gmr ontwikkeld en afgestemd op de visie van de stichting. Via een vaste workflow voor het vaststellen van personeelsbeleid is er inspraak vanuit alle geledingen. Nieuw beleid (protocollen, notities, beleidsplannen, etc.) wordt ontwikkeld door een projectgroep met leerkrachten, directeuren en stafleden. Dit wordt vervolgens via vaste overlegstructuren vastgesteld (CvB voorgenomen besluit, directieberaad, GMR, CvB definitief besluit). In 2022 is er gestart met de volgende onderwerpen aansluitend bij de tussentijdse koers:  Hernieuwd beleid op strategisch human resource development  Ontwikkeling van interne begeleiders naar kwaliteitszorgcoördinatoren  Herziening van de gesprekkencyclus  Hernieuwde blik op mobiliteit (ook ism besturen in SO&P) 3.2.6 Duurzame inzetbaarheid De cao geeft iedere medewerker een basisbudget van 40 uur voor duurzame inzetbaarheid. Deze uren worden door de werknemer na overleg ingezet voor de volgende bestedingsdoelen:

25

    

Peerreview Studieverlof Coaching Oriëntatie op mobiliteit Niet plaats- en/of tijdgebonden werkzaamheden

In overleg met de werkgever kan ook worden gekozen voor besteding aan andere doelen die bijdragen aan de duurzame inzetbaarheid. Zoals een leerkracht die in 2022 kiest voor sparen van de uren in drie jaren om een studiereis te maken in het kader van persoonlijke en professionele ontwikkeling. Startende leerkrachten (tot en met schaal 3) krijgen 40 uur extra op jaarbasis. Deze uren worden door Promes gedeeltelijk ingezet via Start Me Up. Om ervoor te zorgen dat de startende leerkracht ook daadwerkelijk wordt begeleid ontvangt Start Me Up 15 uur per startende leerkracht voor de inzet van interventies, begeleiding, ontwikkelgesprekken en klassenbezoeken. De overige uren kan de startende leerkracht zelf inzetten naar behoefte. Voor medewerkers vanaf 57 jaar zijn er 130 uur extra voor duurzame inzetbaarheid. Deze medewerkers mogen het totaal aantal uren (170 uur) inzetten om verlof op te nemen. De inzet van duurzame inzetbaarheid wordt aan het einde van ieder schooljaar besproken met de directeur en vastgelegd in de jaartaak. 3.3 Huisvesting & facilitaire zaken Ten aanzien van huisvesting zijn er in 2022 de nodige ontwikkelingen geweest. Doordat er een collectief contract was voor de levering van gas bij Gazprom is het contract omgezet naar Greenchoice. De aanbesteding hiervoor is begeleid door het Zwols Collectief waar ook de gemeente Meppel deel van uit maakt.

Door de hoge energieprijzen is er een behoorlijke overschrijding geweest op het gebied van energie. Om dit terug te dringen is er op de scholen waar het kon gekeken naar kloktijden zodat de verwarming alleen ingeschakeld is op daadwerkelijke schooltijden. Wat dit heeft bemoeilijkt is dat er in een aantal gebouwen ook kinderopvang aanwezig is welke andere openingstijden hanteren en installatietechnisch niet gescheiden is aangelegd. Voor vervanging van de Reestoeverschool is veel tijd en energie gestoken in de realisatie van deze school in samenwerking met Cosis naast de Mackayschool echter blijkt dit niet te passen mede doordat de ontsluiting op eigen terrein plaats moet vinden. Er liggen nu een aantal scenario’s bij de gemeente voor ter onderzoek. De nieuwbouw Nieuwveense landen is weer opgestart en zal in 2023 concreter worden, opdracht is gegeven om een ruimtelijk programma van Eisen op te stellen wat kan dienen voor de raming. Tevens zijn er nieuwe prognoses aangevraagd door de gemeente zodat duidelijk wordt hoe groot het gebouw moet gaan worden. Op de Iekmulder is inmiddels de kinderopvang en BSO met het Uilenbos gerealiseerd.

26

Ruimte OK heeft alle scholen bezocht ten aanzien van de ventilatie. Offertes zijn aangevraagd voor de plaatsing van CO2 meters. Hier is enige levertijd op dus de plaatsing volgt in 2023. De ketelregeling op de Iekmulder is vervangen en de ketelregeling op de Mackayschool is aan vervanging toe. De boeiboorden van het Gaarlandt zijn slecht en zijn deels vervangen. Het lijkt er op dat ze zijn gemonteerd met onvoldoende ventilatieopeningen waardoor de boeiboorden in zijn geheel vervangen moeten worden. Het schilderwerk van de Mackayschool dient uitgevoerd te worden echter zijn er veel rotte plekken waardoor de offerte flink hoger uit valt en we dit over meerdere jaren zullen gaan verdelen. Voor alle scholen is een meer jaren onderhoudsplan opgesteld behalve voor de Reestoeverschool en de Mackayschool aangezien deze scholen in een onderzoekstraject zitten naar gezamenlijke nieuwbouw. Het MJOP geeft voor de komende jaren een goed beeld in de op te nemen voorzieningen op financieel gebied en welke werkzaamheden er op termijn uitgevoerd dienen te worden. Het preventief onderhoud wordt op onderdelen opnieuw aanbesteed wat enig financieel voordeel op levert en de beheersbaarheid verbetert. Verduurzaming gebouwen In samenwerking met de provincie Drenthe is er gebruik gemaakt van het programma ‘verduurzaming klein maatschappelijk vastgoed’.

In dit kader zijn de verduurzamingsmaatregelen voor De IJsvogel, Het Avontuur, Commissaris Gaarlandt en de Iekmulder in beeld gebracht door een energie-adviesbureau. In deze rapportage is te zien wat de financiële consequenties zijn, maar ook de CO2 reductie en de terugwincapaciteit. De natuurlijke vervangingsmomenten worden gekoppeld aan deze maatregelen waardoor er een Duurzaam MJOP ontstaat. In combinatie met het IHP kan er een ‘strategisch huisvestingsplan’ gemaakt worden. Het IHP vanuit de gemeente blijkt echter niet altijd gevolgd te worden en vertraagd waardoor ook de verduurzaming vertraagd. Daarnaast is er een gezamenlijk eigendom van de gebouwen tussen de gemeente en Promes en zou het in lijn zijn dat ook de verduurzaming een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Momenteel zou alleen het schoolbestuur hiervoor verantwoordelijk zijn. De verduurzaming van deze 4 scholen zou ongeveer € 2.000.000,- bedragen wat dus niet vanuit de bekostiging betaald kan worden. Het grote risico is dat de klimaatdoelstellingen van 2030 ( 55% CO2 reductie) niet gehaald zullen worden. Doelen 2023 In overleg met de gemeente een plek toegewezen krijgen voor de het expertisecentrum i.s.m. Cosis. Dit is tot op heden niet gelukt. Het Kindcentrum Nieuwveense landen verder vormgeven. Het huidige energiecontract loopt tot 1-1-2024, dit wordt komend jaar opnieuw aanbesteed.

Onderhoud verder professionaliseren en bundelen/standaardiseren, zodat er minder contracten zijn en het onderhoud beheersbaarder wordt.

27

Plaatsing van CO2 meters in de klaslokalen, zodat er ook inzicht wordt verkregen ten aanzien van de luchtkwaliteit. Verduurzaming Implementeren van MJOP en verduurzamingsmaatregelen en tegelijkertijd koppelen aan de begroting, zodat er tijdig een voorziening getroffen kan worden. TL’s worden niet meer geproduceerd waardoor de overgang naar LED verlichting versneld plaats moet vinden. Bij een aantal gebouwen moet de ketelregeling vervangen worden, daarbij oriënteren of de kloktijden beter geprogrammeerd kunnen worden en of dit kan in gezamenlijkheid met de kinderopvang. 3.4 Financieel Beleid 3.4.1 Kengetallen

Liquiditeit Solvabiliteit 2 Rentabiliteit Weerstandsvermogen

Grens

2022

1,5 – 2,0%

3,4 75,7 3,1 19,1

<30% 3-jarig <0% 5%-20%

De solvabiliteit ligt door de NPO-middelen en de arbeidsmarkttoelage relatief hoog. Wanneer de solvabiliteit wordt berekend exclusief de NPO-middelen die niet zijn uitgegeven en de arbeidsmarkttoelage die nog niet is uitgekeerd, dan ligt de Solvabiliteit op 30,6%. 3.4.2 Opstellen begroting Bij het opstellen van de begroting is het bestuursplan en het vastgesteld beleid leidend voor het opstellen van de begroting. De begroting wordt in stappen opgebouwd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de begrotingsapplicatie van Onderwijsbureau Meppel. Allereerst wordt de leerlingenprognose van een jaar daarvoor bijgesteld op basis van de meest recente leerlingenteldatum, de gemeentelijke prognose, de schoolprognose en de trend. Vervolgens de formatie. De formatie wordt uit de salarisadministratie gehaald. De ingelezen formatieve inzet van de maand is nagenoeg een blauwdruk van het bestuursformatieplan en wordt voor de komende kalenderjaren doorgezet waarin reeds bekende toekomstige mutaties in de personele bezetting worden verwerkt (pensioen, verlof, etc.) passend bij het verstrekte fte-budget aan de school (o.a. obv leerlingprognose). Vervolgens worden de overige posten begroot. Dit geschiedt op basis van ervaringscijfers, recente ontwikkelingen en beleidsvoornemens. De schooldirecteuren maken de investeringsplannen, die voortkomen uit de schooljaarplannen.

Deze investeringsplannen worden meegenomen in de begroting voor zover de afschrijvingslasten van die investeringen passen binnen de schoolbegrotingen.

28

De schoolbegrotingen zijn integraal onderdeel van de Promes-begroting. Leidend is dat de schoolbegroting sluitend moet zijn binnen de budgetten waar de schooldirecteur budgetverantwoordelijkheid voor draagt. De huisvestingslasten worden wel op schoolniveau begroot, maar worden volledig gecompenseerd vanuit bovenschools. Hierdoor zijn de specifieke gebouwkosten wel inzichtelijk op schoolniveau. 3.4.3 Toekomstige ontwikkelingen Promes heeft in 2022 enkele nieuwe ontwikkelingen in gang gezet die in de komende jaren tot wijzigingen in de uitgaven kunnen leiden: o Verstevigen van de bedrijfsprocessen om kwetsbaarheid tegen te gaan o Meer integrale verantwoordelijkheid bij directeuren o Onderzoek naar nieuw allocatiemodel binnen Promes. Het CvB beweegt zich naar een allocatiemodel waarbij inkomsten en uitgaven meer in balans zijn. Tevens wordt gekeken naar de vereenvoudiging van de bekostiging en het effect hiervan op de allocatie binnen Promes. In 2022 is het nieuwe allocatiemodel toegepast en verdient doorontwikkeling in de komende tijd. o Opzetten van een Onderwijsexpertisecentrum o Toekomstige ontwikkelingen zijn voorts opgenomen in de Strategische Koers 2023-2027 met drie speerpunten: Kansrijk Leren, Wereldgericht Onderwijs, Onze Professionals. 3.4.4 Treasury In 2020 heeft Promes het Treasurystatuut herijkt en vastgesteld.

Het Treasurystatuut voldoet daarmee aan de wettelijke kaders zoals opgenomen in de “regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016”. In dit statuut is de handelwijze omtrent beleggen en belenen vastgesteld. Promes heeft naast de rekening-courant rekeningen een tweetal spaarrekeningen bij de huisbankier de Rabobank die allen voldoen aan bovenstaande regelgeving. Sinds 1 januari 2021 heeft de bankwereld debetrente ingevoerd voor saldi boven de € 100.000,-- . Promes heeft hier op geanticipeerd door de banktegoeden te spreiden over de beide spaarrekeningen, desondanks is er helaas rente verschuldigd over de banktegoeden. Via deze link vindt u de koppeling naar de Treasurystatuut van Promes. 3.4.5 Allocatie van middelen De begroting en verdeling van de middelen wordt jaarlijks vastgesteld door het bestuur. Echter nadat het is voorgelegd aan de directeuren (ter advisering), aan de gemeenschappelijke medezeggenschap (ter advisering) en aan de raad van toezicht (ter goedkeuring). Significante tussentijdse wijzigingen worden voorgelegd aan de eerdergenoemde actoren. Op basis van de T-systematiek worden de middelen verdeeld over de scholen. Hierbij worden vastgestelde normen gehanteerd. Er wordt nagenoeg 20% van de bekostiging ingezet ten behoeve van gezamenlijke activiteiten (scholing, vervangingskosten, advieskosten, accountantskosten, bestuurskantoor, etc.).

Het bedrag voor werkdrukverlagende middelen wordt rechtstreeks toebedeeld aan de scholen.

29

De aanvullende bekostiging Onderwijsachterstandenbeleid gaat volledig naar de scholen met de verdeelsleutel van de achterstandsscores van de scholen. De aanvullende bekostiging eerste opvang vreemdelingen en asielzoekersleerlingen gaat volledig naar de school. Bekostiging vanuit het Samenwerkingsverband: € 150,-- per leerling vanuit de SWV-gelden gaat naar de scholen t.b.v. een groot deel de formatie. Het restant gaat naar bovenschools t.b.v. bovenschoolse formatie die rechtsreeks ten goede komt van de scholen. De allocatie van middelen is binnen stichting Promes via het directeurenberaad tot stand gekomen. Sommige allocaties zijn vanaf de invoering lumpsum (2006) tot stand gekomen, andere zijn in de loop der tijd ontstaan. 3.4.6 Onderwijsachterstandenmiddelen De onderwijsachterstandsmiddelen (OAB) worden o.b.v. de schoolscores van het CBS verdeeld over de scholen. De AOB-middelen worden volledig verstrekt aan de scholen. Aangezien met de komst van de AOB-middelen, de impulsregeling is komen te vervallen, is deze op eenzelfde wijze gealloceerd als de impulsregeling. Er heeft geen nieuw besluitvormingsproces plaats gevonden. De AOB-middelen zijn € 229.509,-- en worden in de school ingezet voor o.a. het formeren van kleinere groepen en de inzet van ondersteuning voor de leerlingen met een achterstand.

3.4.7 Nationaal Programma Onderwijs In 2022 zijn er middelen beschikbaar gekomen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Deze middelen zijn op basis van leerlingaantallen van scholen toegekend aan het bestuur. Daarnaast zijn extra middelen toegekend aan scholen die een achterstandsscore hebben zoals het CBS die jaarlijks vaststelt voor alle scholen. Het gespecialiseerd onderwijs heeft een hoger bedrag per leerling ontvangen dan het regulier basisonderwijs. Het bestuur heeft ervoor gekozen de middelen niet over twee jaar, maar over vier jaar in te zetten. Dit is gedaan in overleg met de GMR, de RvT en het directeurenberaad. Het effect van het persé uitgeven van de middelen is niet duurzaam en de uitvoerbaarheid staat door het lerarentekort, personeelsplanning, mobiliteit en verplichtingen onder druk. De Minister van OCW was dezelfde mening in 2022 aangedaan waardoor de ingezette werkwijze ook formeel mag. Alle middelen worden aan de scholen toegekend op basis van de informatietool van het ministerie. Bovenschools vindt inzet plaats vanuit de NPO-middelen op kwaliteitsimpulsen. Dit is gedaan in overleg met de GMR, de RvT en het directeurenberaad. Aan alle scholen is gevraagd een schoolprogramma per jaar te maken waar een schoolscan aan ten grondslag ligt. Deze schoolscan is door alle scholen gemaakt.

Hierin is gebruik gemaakt van (cognitieve) onderwijsresultaten, maar ook van de leerlingenquête die sociaal-emotionele aspecten toetst. Het schoolprogramma is inclusief schoolscan met het team en de medezeggenschap (MR) vroegtijdig besproken. Hierin zijn leerkrachten uitgebreid betrokken. De ouders van de school zijn betrokken

30

doordat zij afgevaardigd zijn in de oudergeleding van de MR. Daarna hebben medewerkers van het bestuurskantoor alle plannen van feedback voorzien. Vervolgens hebben alle MR’en van de scholen instemming verleend aan de afzonderlijke schoolprogramma’s. De NPO-inzet is voor ongeveer 50% van de totale middelen op extra personeel ingezet. Zowel onderwijspersoneel als onderwijsondersteunend personeel is in de plannen opgenomen. Dit personeel wordt voornamelijk ingezet voor begeleiding in kleine groepen, één-op-één begeleiding, meer instructietijd en het verkleinen van klassen/voorkomen van combinatieklassen Naast de inzet van extra personeel is veelal ingezet op professionalisering. Het gaat hier specifiek om professionalisering op didactiek, rekenen of taal. Ook wordt er veel ingezet op begeleiding van teams, collegiale visitatie en observaties. Enkele scholen hebben er voor gekozen lesmateriaal/methodes en ICT-middelen aan te schaffen. Dit kan alleen voor de afschrijving die in de planperiode plaatsvindt. Tot slot zijn er enkele scholen die naar aanleiding van de schoolscan inzetten op een interventie in specifieke groepen op sociaalemotioneel gebied. Van de inzet in 2022 is 15% van de NPO-middelen ingezet voor inhuur van personeel niet in loondienst (PNIL). De voorlopig niet-bestede NPO-gelden worden op de balans opgenomen als een bestemmingsreserve.

De bedoeling is dat na afloop van de NPO-periode (31 juli 2025) de niet bestede gelden als bestemmingsreserve NPO worden gelabeld en de daaropvolgende schooljaren alsnog in de geest van de NPO-regeling worden besteed. De percentuele besteding van de NPO-middelen door de scholen is hieronder opgenomen. De medezeggenschapsraden hebben instemming gegeven op de voorgelegde begrotingen. Interventies gericht op effectievere inzet van onderwijs om kennis en vaardigheden bij te spijkeren (45%). Interventies gericht op sociaal-emotionele en fysieke ontwikkeling van leerlingen (1%). Interventies gericht op ontwikkeling van de executieve functies van leerlingen (0,2%). Interventies gericht op (extra) inzet van personeel en ondersteuning (35%). Interventies gericht op faciliteiten en randvoorwaarden (in te zetten in combinatie met voorgaande interventies) (19%). Met de GMR en de directeuren is afgesproken dat een klein deel van de NPO-middelen bovenschool wordt ingezet voor kwaliteitsimpulsen die voor alle scholen of een deel daarvan van toegevoegde waarde is. De interventies die bovenschools gedaan zijn/worden zijn opgenomen in een NPOrapportage waarmee de GMR instemde. Daarmee zijn de interventies gericht op faciliteiten en randvoorwaarden in de kwaliteit van onderwijs.

3.4.8 Sociale veiligheid Directeuren, stafadviseurs, functionaris gegevensbescherming, vertrouwenspersoon en GMR zijn betrokken bij het opstellen van het veiligheidsbeleid. Dit beleid is omvangrijk en strekt zich van verwerkingsovereenkomsten tot integriteitsbeleid. In 2023-2024 herzien we het beleid en voegen we de verschillende losse beleidstukken samen. Jaarlijks wordt ten minste eenmaal de monitor sociale veiligheid en welbevinden uitgevraagd. Dit gebeurt rond oktober van elk jaar. Op aanwijzing van het bestuur of de directeur zelf kan een tweede meting gedaan worden in februari/maart. De uitkomsten worden besproken in het monitorgesprek

31

of eerder als daar aanleiding toe is. Promes mag trots zijn op de uitkomsten van de sociale veiligheid en het welbevinden. Zowel uit de metingen via vragenlijsten als de interne audits geven aan dat dit pareltjes zijn. Het veiligheidsbeleid wordt rond de zomer van 2023 integraal gemaakt, zodat het aantal verschillende document drastisch wordt verlaagd. De vertrouwenspersoon heeft in 2022 één adviserend gesprek gevoegd, blijkt uit het jaarverslag van de vertrouwenspersoon. In een evaluatie en ontwikkelgesprek dat de bestuurder had met de vertrouwenspersoon kwam naar voren dat het een adviesgesprek was gericht op een thuissituatie van een medewerker. De functionaris gegevensbescherming heeft een drietal incidenten beschreven in haar jaarverslag 2022. Geen heeft aanleiding gegeven tot melding bij de autoriteit persoonsgegevens. De meldingen zijn geregistreerd en wordt lering uitgetrokken. 3.5 Risico’s en risicobeheersing 3.5.1 Intern-risicobeheerssyteem Het CvB inventariseert in de begroting de risico’s waarvan zij het belangrijk acht om die op te nemen. Het betreft dan tijdelijke budgetten, risicovolle inkomsten en het aangaan van overeenkomsten die niet op korte termijn kunnen worden beëindigd. Daarnaast informeert het CvB de RvT per kwartaal over de voortgang van de financiën in de kwartaalrapportages. 3.5.2.

Belangrijkste risico’s en onzekerheden De grootste risico’s zijn hieronder samengebracht en financieel vertaald. De bedragen zijn afgerond en betreffen bedragen per jaar. Voor het bepalen van de financiële impact is een gemiddelde personeelslast van € 85.000. Middels een kans en impact is een totaalscore bepaald welke leidt tot een bedrag in de kolom weerstandsvermogen.

32

NR RISICO

KANS

IMPACT MEERJARENBEGROTING

1 Bij ontslagverlening bestaat het risico Middel Middel dat het participatiefonds de claim van het UWV niet overneemt en Promes de aanvulling op de uitkeringen moet betalen

Vanaf 2023 meerjarig €115.000 per jaar opnemen in meerjarenbegroting voor uitkeringen en transitievergoedingen.

FINANCIËLE WEERSTANDS- TOTALE SCORE IMPACT (MAX) VERMOGEN € 115.000 € 57.500 4

2 Ziekteverzuim

Groot Middel In de begroting zijn de kosten € voor ziektevervanging meegenomen.

250.000 €

187.500

5

3 Onvoldoende beheersing van de formatie (inclusief boventalligheid, vergrijzing, stijging werkgeverslast, RVU regeling en ketenbepaling)

Klein

400.000 €

200.000

4

4 Lerarentekort

Middel Middel

-

4

5 Kwetsbaarheid stafbureau, vz cvb en directiefuncties

Middel Middel In de begroting is een post voor interim oplossingen opgenomen. Middel Groot

300.000 €

150.000

4

6 Daling leerlingenaantallen

Groot

Normen voor formatie zijn verwerkt in de meerjarenbegroting.

€

€ €

€

146.000 €

109.500

5

7 Concurrentiepositie en marktaandeel Middel Middel

€

100.000 €

50.000

4

8 In- en uitstroom asielzoekers en vreemdelingen

Middel Middel De RV asielzoekers is opgenomen in de MJB met daaraan even hoge salariskosten.

€

220.000 €

110.000

4

9 Onderhoud 10 Stelselwijziging voorziening onderhoud 11 Tussentijdse aanpassingen Rijksbekostigingen

Klein Middel Groot Middel

€ €

50.000 € 100.000

12.500

3 5

Middel Middel Nog niet van toepassing.

€

75.000 €

37.500

4

12 Kwaliteit onderwijs

Middel Middel

€

200.000 €

100.000

4 4

€

1.956.000 €

1.014.500

totaal

Samenvatting en conclusie Volgens deze risicoanalyse bedraagt het afdekken van de huidige financiële risico’s € 1.014.500. De huidige vrije algemene reserve bedraagt ultimo 2022 € 2.000.895,--. De vrije algemene reserve is toereikend om de financiële risico’s af te dekken. Hierbij wel een opmerking dat de dotatie aan de voorziening onderhoud gebouwen mogelijk vanaf 2022 van overheidswege wordt gewijzigd. Het ministerie van OCW is bezig met een stelselwijziging op dit punt. De dotatie voor de voorziening onderhoud gebouwen zal vermoedelijk moeten plaatsvinden volgens de componentenmethode. Deze wijziging is al een paar keer door het ministerie van OCW uitgesteld, het streven is nu 2022. Welk effect deze stelselwijziging heeft op de exploitatie en balanspositie is – nog – niet duidelijk, maar waarschijnlijk nadelig. Een schatting is dat het vermogen door de wetswijziging met ongeveer 400.000,- euro zal dalen. Een andere opmerking is dat enkele tonnen aan NPO-middelen nog niet zijn uitgegeven, doordat scholen de keuze hebben gemaakt deze gelden niet in twee jaar maar in vier jaar uit te geven. Daardoor kunnen wij de aangetrokken collega’s duurzamer behouden voor ons onderwijs en inzetten op een duurzame wijze. De directeur en het team hebben met de medezeggenschapsraad de directe zeggenschap over deze middelen, gelijk als de werkdrukverlagende middelen.

Het college van bestuur koos wel voor een goedkeuring op de NPO-plannen. De conclusie kan getrokken worden dat Promes momenteel een financieel gezonde organisatie is die de beschreven risico’s kan afdekken. Het weerstandsvermogen is op peil en er is geen noodzaak om dat weerstandvermogen te verlagen of te verhogen. Wel is het noodzaak om te sturen op een (meerjaren)begroting die de komende jaren sluitend is.

33

3.6 Nieuwkomersonderwijs en oorlog in Oekraïne Sinds tientallen jaren biedt Promes onderwijs in nieuwkomers- en taalklassen. En met het uitbreken van de oorlog in Oekraïne zijn inmiddels drie groepen leerlingen opgenomen in het schoolgebouw van de Reestoeverschool. In Staphorst werkt Promes met schoolbesturen samen aan het vormgeven van twee groepen Oekraïense kinderen. Ouders geven aan dat zij blij zijn dat hun kind onderwijs krijgt op onze school. Het geeft ook henzelf ruimte om zaken te regelen, aan verwerking van ervaring te werken en enkele ouders hebben werk gevonden. Dat geldt niet alleen voor kinderen uit Oekraïne. Ook kinderen vanuit de hele wereld vinden hun plek binnen Promes. Het aantal kinderen in de reguliere nieuwkomersklassen is sinds twee jaar verdrievoudigd. Het is tijd voor een volgende stap in het onderwijs aan deze internationale groep wereldburgers. 3.6.1 Oekraïense klassen In april 2022 opende Promes de deuren voor de eerste Oekraïense kinderen. De eerste groep met kinderen hadden geen fysieke gevolgen van de oorlog gezien. Die waren vertrokken met veelal alleen hun moeder, voordat Rusland bommen gooiden in hun omgeving. Dat gold en geldt niet voor de kinderen die daarna in onze klassen kwamen. Die kinderen vertelden soms hun verhaal: “Er was enorm veel lawaai, heel veel rook en er hing een geur van roet.

Dat vond ik heel eng en was bang en kon mijn moeder niet vinden,” vertelt een leerling. Een andere leerling: “Overal in de omgeving stonden gebouwen in brand. Onze school werd 12 uur lang onder vuur genomen.” Hun school - ooit een gebouw met drie verdiepingen met het motto “Succes in het Leren – Succes in het Leven” boven de schoolpoort – raakte helemaal verwoest. De muren zien nu zwart door de explosies, geen enkel raam is nog intact en de gevel is doorzeefd door kogels en granaten. “Toen ik zag hoe onze school in vlammen opging, had ik tranen in mijn ogen.” Kinderen en jongeren in Oekraïne raken hun houvast kwijt doordat ze niet meer naar school kunnen gaan en op de vlucht moeten. In noodsituaties is het voor hen nochtans essentieel om naar school te kunnen gaan, in de eerste plaats om te voorkomen dat ze levenslang de prijs betalen door de misgelopen lessen. Het is een veilige haven waar ze structuur vinden, sociale contacten en waar het leven zoveel mogelijk zijn normale gang gaat in uiterst moeilijke omstandigheden. Het is ook een plaats waar ze begeleiding krijgen om met de traumatische gebeurtenissen en de stress van het conflict om te gaan. De oorlog in Oekraïne heeft een enorme impact op het onderwijs van 5.7 miljoen kinderen. Jullie zetten je bij Promes in om ieder kind toegang te geven tot goed en inclusief onderwijs.

De oorlog in Oekraïne viert deze week zijn trieste eerste verjaardag, een jaar van 280.000 doden en gewonden, miljoenen vluchtelingen en onvoorstelbare fysieke en economische verwoestingen. Wij begonnen met 8 kinderen en heeft in de tussentijd tot nu het aantal van 50 kinderen aangetikt. 3.6.1 Huisvesting op Avontuur (die staat onder grote druk door segregatie en groei Avontuur) Met ingang van 2023-2024 komen de Oekraïense kinderen in de internationale klassen op Het Avontuur. Tegelijk wordt in samenwerking met de gemeente Meppel gekeken naar huisvesting voor nieuwkomers elders in Meppel. De verwachting was dat rond de Kerst van 2022 de oorlog ten einde zou komen. De grondslag voor het separaat opzetten van een Oekraïense klas was in dat licht voorstelbaar. Wij weten nu dat die

34

grondslag niet meer houdbaar is. Het merendeel van de ouders geeft aan de komende jaren te blijven in Nederland. Vandaar dat het besluit genomen is om per 1 augustus 2023 de Oekraïense klassen samen te voegen met de nieuwkomersklassen. Eveneens komt er een einde aan de tijdelijk bedoelde huisvesting van de Oekraïense klassen in de Reestoeverschool, die als einddatum 31 juli 2023 kreeg. 3.6.2 Missie van de nieuwkomersklassen De nieuwkomersklas biedt nieuwkomers van 6 tot 12 jaar de gelegenheid op een veilige plek het Nederlands te leren om op die manier gelijke kansen te bevorderen en te creëren. Kleuters stromen – in beginsel – in het regulier basisonderwijs in Meppel. De internationale klas zorgt voor veiligheid, een sterke taalbasis en een heldere doorlopende leerlijn zodat alle leerlingen succesvol en met zelfvertrouwen kunnen uitstromen naar een reguliere basisschool, het gespecialiseerd onderwijs of, afhankelijk van de leeftijd en de voortgang, naar het voortgezet onderwijs. In de nieuwkomersklas is veel expertise aanwezig die wordt ingezet voor de eigen leerlingen, maar ook om leerkrachten van andere scholen in Meppel (en de regio) te ondersteunen, zodat de doorgaande lijn van de leerlingen gewaarborgd wordt. Kernwaarden zijn veiligheid, een sterk taalaanbod, stimuleren van diversiteit en vertrouwen in je eigen kracht/ talent.

3.6.3 Doorontwikkeling van de nieuwkomersklassen Door de groei van de nieuwkomersklassen is het aantal collega’s die werken in het NT-2 onderwijs sterk gegroeid. Dat vraagt sterke inzet van de meer ervaren collega’s om zowel te begeleiden als de toename het hoofd te bieden. De groei is zodanig dat een bundeling van expertise van belang is en inzet op gezamenlijke ontwikkeling en scholing. Scholing op het gebied van NT-2, leerlijnen en traumasensitief lesgeven (TSL) is nodig voor waarborging van het goede onderwijs. Vanuit die aanpak is teambuilding belangrijk. Voor de zomer van 2023 is de visie en leerlijn voor de nieuwkomersklassen in gezamenlijk team ontwikkeld. Daarin ook de uitwerking in het verzorgen van een wekenprogramma, met een korte zorgcyclus van 10 weken waarbij wordt gekeken of een leerling de overstap naar het reguliere, gespecialiseerde of voortgezet onderwijs kan maken, en doorgaande lijnen. Voorts kijken wij naar de samenwerking met het voortgezet onderwijs, die eveneens de maatschappelijk uitdaging heeft goed onderwijs te verzorgen in internationale schakelklassen. Over de huisvesting voor de internationale klassen voor in de nabije toekomst lopen gesprekken met de gemeente en andere partijen.

35

4. Verantwoording van de financiën Dit hoofdstuk bevat de verantwoording over de financiële staat van het bestuur. Het geeft de belangrijkste financiële gegevens weer en is los van de jaarrekening te lezen. De eerste paragraaf gaat in op ontwikkelingen in meerjarig perspectief, de tweede paragraaf geeft een analyse van de staat van baten en lasten en de balans en in de laatste paragraaf komt de financiële positie van het bestuur aan bod. 4.1 Ontwikkelingen in meerjarig perspectief 4.1.1 Leerlingen Aantal leerlingen Vorig jaar Verslagjaar (T-1) (T) BO 1.085 1.122 SBO 129 137 SO 54 56 VSO 64 61 Totaal 1.332 1.376

T+1

T+2

T+3

T+4

T+5

1.077 128 56 62 1.323

1.048 128 58 63 1.297

1.026 128 58 64 1.276

997 128 56 64 1.245

983 128 56 64 1.231

De stijging van het leerlingaantal ten opzichte van vorig jaar laat zich verklaren door de wijziging in de teldatum van 1 oktober naar 1 februari, als gevolg van de vereenvoudiging van de bekostiging. De verwachting is voor de basisscholen nog een lichte daling van leerlingenaantal, enerzijds doordat de leerlingenpopulatie in Meppel en omgeving zoals de gemeentelijke prognoses aangeven licht zal dalen en anderzijds door verlies van marktaandeel. Dat laatste is bij enkele scholen het geval. Voor het speciaal basisonderwijs is de verwachting dat deze zal stabiliseren. De SO-VSO zal naar verwachting licht groeien. 4.1.2 FTE Aantal FTE Bestuur / management Onderwijzend personeel Ondersteunend personeel Totaal

Vorig jaar Verslagjaar (T-1) (T) 11,86 11,61 91,18 96,21 28,91 39,52 131,95 147,34

T+1

T+2

T+3

T+4

T+5

10,80 95,22 31,75 137,77

10,45 88,08 25,69 124,22

10,33 86,84 25,69 122,86

10,33 84,02 25,69 120,04

10,33 79,41 25,69 115,43

Door de inzet van de werkdrukverlagende middelen vanaf 2019 en de personele inzet op NPO-gelden vanaf najaar 2021 is het personeelsbestand gestegen. De personeelsleden die zijn benoemd op NPOgelden hebben voor het merendeel een aanstelling tot einde NPO-regeling (juli 2023). De daling in het personeelsbestand in het verslagjaar T+1 (2023) is hier debet aan naast natuurlijk verloop. De komende jaren is rekening gehouden met het vertrek van personeel dat de pensioengerechtigde leeftijd behaald en zijn de vrijvallende functies niet herbezet. Het niet herbezetten van vrijvallende functies is gedaan om de inkomsten en uitgaven bij de meerjarenbegroting weer in balans te krijgen. In de begroting 2023 is rekening gehouden met jaarlijks 0,4 fte vacatureruimte voor de onderwijsvoorziening in de nieuwbouwwijk Nieuwveenselanden.

36

4.2 Staat van baten en lasten en balans 4.2.1 Staat van baten en lasten In 1.000- tallen

Vorig jaar Begroting Realisatie (T-1) verslagjaar verslagjaar (T) (T)

T+1

T+2

T+3

T+4

T+5

BATEN Rijksbijdragen Overige overheidsbijdr. en subsidies Baten werk in opdracht van derden Overige baten TOTAAL BATEN

12.543 271 0 451

12.471 46 0 379

14.375 190 0 415

14.410 65 0 300

13.224 63 0 292

13.136 63 0 292

12.902 1 0 292

12.571 1 0 292

13.265

12.896

14.980

14.775

13.578

13.490

13.194

12.864

LASTEN Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten TOTAAL LASTEN SALDO Saldo financiële baten en lasten Saldo buitengewone baten en lasten TOTAAL RESULTAAT

11.200 204 905 762 13.071 194 - 13 0 181

11.041 221 889 734 12.885 11 -9 0 2

12.451 203 1.028 823 14.506 474 -9 0 465

12.376 216 1.103 1.065 14.761 14 0 0 14

11.339 221 1.100 896 13.557 21 0 0 21

11.275 229 1.104 846 13.453 37 0 0 37

10.991 232 1.103 834 13.160 34 0 0 34

10.657 236 1.104 834 12.831 33 0 0 33

Het gerealiseerde resultaat over 2022 is fors hoger dan begroot +€ 465k. Rijksbijdragen; fors hoger dan begroot door de normaanpassingen (€ 150k begroot). De definitieve beschikkingen 21-22 zijn 8,27% hoger dan de Tweede regeling. De beschikkingen voor augustus-december 2022 zijn nog eens met 3,91% gestegen t.o.v. de Definitieve regeling 21-22.

37

Een totale stijging van 1.183k. Daarbij zijn de NPO middelen hoger dan begroot door de toekenning van de NPO Arbeidsmarkttoelage +257k, hier staan even hoge salariskosten tegenover. De gerealiseerde groeibekostiging was niet begroot (€ 29k). De realisatie van de niet geoormerkte subsidies is hoger dan begroot door een hogere bekostiging Asielzoekers (€ 447k) en een hogere RV Studieverlof (€ 26k). De doorbetaling van het SWV is hoger dan begroot door de uitbetaling van het resultaat van het SWV PO 2203 over 2021. Overige overheidsbijdragen en subsidies; De gemeentelijke bijdragen zijn hoger dan begroot door de ontvangst van NPO middelen van de Gemeente Meppel à € 67k en de vergoeding voor de NT2 klas die is ontvangen van de Gemeente Staphorst à € 35k en de afrekening 2022 van Jong Staphorst € 55k. Overige baten; lagere inkomsten dan voorgaand jaren, door lagere detacheringsopbrengsten. Personeelslasten; hogere salariskosten door de loonkloofdichting PO-VO, de CAO stijging van 4,75%, en een hogere inzet ten laste van de NPO middelen, arbeidsmarkttoelage en ziektevervanging. De inhuurkosten zijn hoger dan begroot o.a. door inhuur schooldirecteur. Afschrijvingslasten; lagere lasten door lagere investeringen bij verschillende scholen, maar deze lasten zijn nagenoeg gelijk aan voorgaand jaar. Huisvestingslasten; een stijging t.o.v. 2021 en de vastgestelde begroting.

Energielasten zijn gestegen met € 209k als gevolg van de gestegen prijzen. Overige lasten; hogere lasten dan begroot door hogere advieskosten, kosten administratiekantoor en OLP verbruik. Hier staan deels lagere kosten PR marketing tegenover. Financiële baten en lasten; zijn gelijk aan de begroting, en nagenoeg gelijk aan voorgaand jaar.

38

4.2.2. Balans in meerjarig perspectief In 1.000 tallen

ACTIVA VASTE ACITVA Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Vorderingen Kortlopende effecten Liquide middelen Totaal vlottende activa TOTAAL ACTIVA PASSIVA EIGEN VERMOGEN Algemene reserve Bestemmingsreserves Overige reserves en fondsen Totaal eigen vermogen VOORZIENINGEN LANGLOPENDE SCHULDEN KORTLOPENDE SCHULDEN TOTAAL PASSIVA

Realisatie vorig jaar (T-1)

Realisatie verslagjaar (T)

0 962 0 962

0 928 0 928

0 1.179 0 1.179

0 1.424 0 1.424

0 1.482 0 1.482

0 1.439 0 1.439

0 1.409 0 1.409

0 867 0 3.165 4.032 4.994

0 507 0 4.119 4.625 5.553

0 107 0 4.411 4.518 5.697

0 69 0 4.216 4.284 5.709

0 69 0 4.376 4.444 5.927

0 63 0 4.594 4.657 6.096

0 57 0 4.756 4.813 6.222

2.051 344 0 2.395 1.251 00 1.348 4.994

2.005 855 0 2.860 1.344 0 1.349 5.553

2.020 855 0 2.875 1.423 0 1.400 5.697

2.042 855 0 2.897 1.531 0 1.280 5.709

2.936 0 0 2.936 1.723 0 1.268 5.927

2.971 0 0 2.971 1.890 0 1.236 6.096

3.005 0 0 3.005 2.008 0 1.210 6.222

T+1

T+2

T+3

De materiële vaste activa zal de komende jaren toenemen als gevolg van de geplande investeringen.

39

T+4

T+5

De forse terugloop in de post vorderingen is het gevolg van de vereenvoudiging van de bekostiging waarbij er vanaf 2023 op kalenderjaar wordt beschikt i.p.v. op schooljaar. Er wordt geen vordering meer opgebouwd. De liquide middelen zijn gestegen t.o.v. 2021 door het positieve exploitatieresultaat. In 2021 zijn er twee bestemmingsreserves toegevoegd. Een bestemmingsreserve NPO voor de NPOgelden die in 2021 zijn ontvangen en waarvan een deel nog niet is besteed, maar waarvan de besteding zal plaatsvinden in de schooljaren 2021-2022 t/m 2024-2025. En een bestemmingsreserve arbeidsmarkttoelage voor een tweetal scholen waarvan een deel in 2021 en 2022 is ontvangen maar nog niet is besteed. De besteding daarvan zal in 2023 plaatsvinden. De voorzieningen stijgen, maar of dit toereikend is met de op handen zijnde stelselwijziging voor de voorziening onderhoud gebouwen is nog onzeker. De kortlopende schulden zijn lastig te ramen en blijven redelijk constant. De afloop van deze kortlopende schulden vindt plaats in het daaropvolgende kalenderjaar.

Investeringen Investeringen 2022 2023 2024 2025 2026 2027 Binnenonderhoud 0 230.525 250.276 0 18.968 52.223 98.575 98.395 116.750 71.978 64.200 ICT 121.925 21.800 63.400 118.300 48.500 42.000 Inventaris 27.367 OLP 19.824 116.100 54.500 52.000 50.000 47.000 Totaal 169.116 467.000 466.571 287.050 189.446 205.423 De investeringen in Binnenonderhoud hebben betrekking op de verwachte investeringen in technische installaties volgend uit de MJOP (MeerJarenOnderhoudsPlan) en bovenschoolse investering m.b.t. Nieuwveenselanden. De ICT investeringen bestaan vooral uit investeringen in tablets, laptops en touchscreens op de verschillende scholen. De investeringen in inventaris hebben vooral betrekking op vervanging van leerling meubilair op verschillende scholen. De investeringen in OLP-middelen betreft de lesmethoden, maar er wordt steeds meer overgestapt naar digitale lesmethoden met licenties waar verder geen investering voor gedaan wordt. Gezegd moet worden dat de licentiekosten hoger zijn dan de afschrijvingen van de fysieke methoden. Dit vraagt nadere dialoog over ingrijpen van de Rijksoverheid in de leermiddelenmarkt.

In de onderstaande tabel zijn de uitgaven vanuit de voorziening onderhoud weergegeven. Voorziening onderhoud

2022 110.443

2023 80.138

2024 91.220

2025 7.152

2026 32.773

2027 81.292

De uitgaven hebben betrekking op verschillende scholen waar grote onderhoudswerkzaamheden, conform het geactualiseerde MJOP, gepland staan.

40

4.3 Financiële positie 4.3.1. Kengetallen Kengetal

Realisatie Vorig jaar (T-1)

Realisatie T+1 Verslagjaar (T)

T+2

T+3

T+4

T+5

Solvabiliteit 2

73,2

75,7

75,4

77,6

78,6

79,7

80,6

Weerstandsvermogen

10,9

12,9

11,5

10,9

10,8

11,6

12,4

Liquiditeit

3,0

3,4

3,2

3,4

3,5

3,8

4,0

Rentabiliteit

1,4

3,1

0,1

0,2

0,3

0,3

0,3

Reservepositie

1,48

1,71

1,56

1,48

1,45

1,50

1,55

Signalering

Ondergrens: <30% Ondergrens: < 5% Ondergrens: 0,75 Afhankelijk reservepositie Bovengrens: 1

4.3.2 Reservepositie De reservepositie van Promes aan het einde van het verslagjaar is boven niveau. Hoewel onder aan de streep het vermogen is toegenomen, is het vermogen zonder de extra incidentele NPO-middelen en arbeidsmarkttoelage met ongeveer € 50.000,-- afgenomen. De teams, medezeggenschap en directeuren kozen ervoor om de NPO-middelen doelmatig in te zetten (voor soms vier i.p.v. twee jaren) en niet uit te geven om de middelen gewoonweg weg te krijgen. Tegelijk bleken diverse plannen niet uitvoerbaar, omdat niet altijd personeel aangetrokken kon worden. 4.3.3 Signaleringswaarde eigen vermogen (EV) Geredeneerd vanuit de signaleringswaarde per 31-12-2022 heeft Promes bovenmatige reserves. De stijging t.o.v. 2021 wordt veroorzaakt door de bekostigingen met een tijdelijke looptijd, de NPOgelden en arbeidsmarkttoelage. Van beide bekostigingen worden de bestedingen in de loop van de kalenderjaren 2023 t/m 2025 gedaan waardoor de reservepositie geflatteerd hoog is. Het CvB onderkent dit en streeft naar een niveau waarbij de bovengrenswaarde wordt bereikt. 4.4. Bestedingsplan 2023 In de meerjarenbegroting 2023-2027 is het eigenlijke bestedingsplan opgenomen. Hierin zijn de beleidskeuzes opgenomen, de geplande investeringen en de begrote resultaten voor de komende jaren.

In de volgende tabel met kengetallen is te zien wat voor Promes de verhouding is tussen de signaleringswaarde en het eigen vermogen, uitgaande van gegevens uit de jaarrekening 2021 zoals die is goedgekeurd door de accountant en Ministerie van OCW en het voorlopige resultaat 2022. Financiële kengetallen

signaleringswaarde

2021

2022 voorlopig

Signaleringswaarde Eigen

1,48

1,71

met publieke bestemmingsreserve

1,48

1,71

zonder publieke bestemmingsreserve

1,27

1,20

Vermogen (EV) EV -/- signaleringswaarde EV

41

Eind 2022 ligt het eigen vermogen € 1.188.823,-- hoger dan de signaleringswaarde EV die OCW stelt. Promes heeft in de afgelopen periode met een stevige vermogenspositie gewerkt. In de afgelopen jaren is gekozen extra te investeren in het vasthouden van ons personeel. Daarmee zit Promes een stuk hoger dan het landelijk gemiddelde percentage dat uitgegeven wordt aan personeelskosten. Het structurele eigen vermogen is gedaald. De term structurele eigen vermogen is bewust gekozen, omdat het eigen vermogen een vertekend beeld laat zien door de ontvangen NPO-gelden en arbeidsmarkttoelage, waarvan de uitgaven achter lopen. Zonder NPO-gelden en arbeidsmarkttoelage (bestemmingsreserve) is het eigen vermogen gedaald met ruim € 50.000,-- in 2022 t.o.v. 2021. Dat is € 333.658,-- boven de signaleringswaarde EV, die OCW stelt. Daarom wordt in de komende begrotingen ingezet op het uitwerken van een nieuwe gezamenlijke cultuur, op een verdere modernisering en innoveren van het onderwijs, in de schoolgebouwen en op de inzet van voldoende personeel in de scholen en hun talenten (door scholing en kennisnetwerken). In de huisvesting verwachten wij dat met de componentenmethode de kosten voor huisvesting sterk zullen toenemen. Dat betekent dat de relatieve hoge signaleringswaarde vlot zal dalen tegen de waarde 1.

Een verwachting is dat ongeveer 400.000,- euro van het eigen vermogen in de balans moet worden opgenomen. In de komende jaren werkt het CvB meer gestaag toe naar de omvang van de signaleringswaarde Eigen Vermogen (EV), zoals die door het ministerie is bepaald. We zijn als organisatie kwetsbaar door structurele extra uitgaven aan personeel in vaste dienst. Dit percentage rond de 95%. In 2022 en 2023 hebben wij een betere balans gevonden om meer wendbaar op inkomsten en uitgaven te kunnen bijsturen. Dit verdient nog een doorontwikkeling in de komende jaren. Tevens is de invoering van de componentenmethode voor de berekening van de hoogte van de onderhoudsvoorziening een ontwikkeling welke van invloed is op de omvang van het eigen vermogen. Op basis van de huidige informatie is de impact niet met zekerheid te bepalen. Het CvB wil benadrukken dat we er ons als organisatie van bewust moeten zijn, dat niet structurele middelen op termijn uitgeput raken. De inzet van incidentele middelen is er dan ook op gericht om op de lange termijn ook zonder deze tijdelijke middelen te kunnen werken. De terugloop in formatie zal op termijn wel voelbaar zijn in de scholen in de vorm van “minder handen in de klas”. Echter dit is dan de inzet die aansluit op de mogelijkheden vanuit de bekostiging vanuit het ministerie. Het CvB gaat ervan uit dat we dan nog steeds goed onderwijs kunnen geven.

42

Bijlage begroting 2023

43

Stichting Promes Financieel jaarverslag 2022

19-6-2023

Pagina PagPagina 50 van 24ina] van Pagina 50 van 2424

Inhoudsopgave Toelichting op onderdelen van het jaarverslag

Pagina

Bestuursverslag

1

Financiële kengetallen

46

Jaarrekening

Balans per 31 december 2022

47

Staat van baten en lasten over 2022

49

Kasstroomoverzicht

50

Toelichting behorende bij de jaarrekening

51

Grondslagen

51

Toelichting op de balans per 31 december 2022

55

Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

59

Gebeurtenissen na balansdatum

59

Model G, Overzicht doelsubsidies OCW

60

Toelichting op de staat van baten en lasten over 2022

61

Overzicht verbonden partijen

63

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector

64

Gegevens over de rechtspersoon

66

Bestemming van het resultaat

67

Overige gegevens Controleverklaring

67

Pagina PagPagina 50 van 24ina] van Pagina 50 van 2424

Financiële kengetallen Aan de hand van de jaarrekening kunnen een aantal kengetallen en ratio's worden berekend die verder inzicht kunnen geven in de gevolgen van het gevoerde beleid over het boekjaar en waardoor het beeld uit de jaarrekening kan worden verduidelijkt. Kengetallen

2022

2021

Rentabiliteit

3%

1,36%

3,43

2,99

Exploitatieresultaat in een percentage van de totale baten. De rentabiliteit geeft aan in hoeverre de inkomsten en uitgaven van een instelling elkaar in evenwicht houden. Current ratio Verhouding vlottende activa en kortlopend vreemd vermogen. Deze verhouding geeft aan in hoeverre de organisatie in staat is aan haar korte termijnverplichtingen te voldoen. De signaleringswaarde die de inspectie voor het onderwijs hanteert is afhankelijk van de totale baten. Totale baten kleiner dan 3 miljoen, signaleringswaarde minder dan 1,5. Totale baten groter dan 3 miljoen maar kleiner dan 12 miljoen, signaleringswaarde minder dan 1. Totale baten groter dan 12 miljoen, signaleringswaarde minder dan 0,75. Solvabiliteit 1

51,5%

48,0%

75,7%

73,0%

reserve plus voorziening / totale passiva

11,94%

15,5%

Weerstandsvermogen

19,1%

18,1%

1.335

1.352

Gemiddeld aantal FTE

147,34

143,23

Personeelskosten per FTE

84.506

78.191

Eigen vermogen in percentage van het totale vermogen Solvabiliteit 2 Eigen vermogen plus voorzieningen / totale passiva De solvabiliteit geeft aan in hoeverre de organisatie in staat is aan haar lange termijnverplichtingen te voldoen. 25% a 50% wordt als goed aangemerkt. Is de waarde hoger dan 25% (solvabiliteit 1) dan is de organisatie in staat om aan haar lange termijn verplichtingen te voldoen. Bij solvabiliteit 2 wordt door het ministerie van OCW een signaleringswaarde gehanteerd van 30%. Solvabiliteit 3 Eigen vermogen minus NPO-reserve, minus Arbeidsmarkttoelage

Eigen vermogen / Totale baten Het weerstandsvermogen geeft de vrije vermogensbuffer aan voor het opvangen van calamiteiten. Een percentage tussen de 5 en 20 procent wordt gezien als voldoende buffer. Aantal leerlingen per teldatum 1-10 (t-1)

41629 Jaarrekening 2022

Pagina: 46

A.1.1 Balans per 31 december 2022 (na verwerking resultaatbestemming)

1.

Activa

1.2

Materiële vaste activa

928.166

962.369

Totaal vaste activa

928.166

962.369

1.5

Vorderingen

506.686

867.261

1.7

Liquide middelen

4.118.527

3.164.567

Totaal vlottende activa

4.625.212

4.031.828

Totaal activa

5.553.378

4.994.197

41629 Jaarrekening 2022

31 december 2022

31 december 2021

Pagina: 47

2.

Passiva

2.1

Eigen vermogen

2.859.718

2.394.965

2.2

Voorzieningen

1.343.665

1.250.913

2.4

Kortlopende schulden

1.349.995

1.348.319

Totaal passiva

5.553.378

4.994.197

41629 Jaarrekening 2022

31 december 2022

31 december 2021

Pagina: 48

A.1.2 Staat van baten en lasten over 2022 Realisatie

Begroting

Realisatie

2022

2022

2021

3.

Baten

3.1

Rijksbijdrage OCW

14.375.338

12.470.893

3.2

Overige overheidsbijdragen

189.504

45.629

271.246

3.5

Overige baten

415.465

379.368

450.549

Totaal baten

14.980.307

12.895.890

13.264.442

12.451.178

11.040.511

11.199.583

4.

Lasten

4.1

Personeelslasten

4.2

Afschrijvingen

4.3

Huisvestingslasten

4.4

203.319

221.518

203.857

1.028.431

888.842

904.545

Overige lasten

823.300

733.684

762.252

Totaal lasten

14.506.228

12.884.556

13.070.237

474.079

11.334

194.205

Financiële baten

9.325-

9.000-

13.405-

Netto resultaat

464.753

2.334

180.800

Saldo baten en lasten 5

12.542.647

41629 Jaarrekening 2022

Pagina: 49

A.1.3 Kasstroomoverzicht 2022

2021

Kasstroom uit operationele activiteiten Resultaat voor financiële baten en lasten

474.079

194.205

- Afschrijvingen

203.319

203.207

- Mutaties voorzieningen

92.752

138.395

360.575

106.188-

1.677

240.148

1.132.402

669.767

9.325-

13.405-

Aanpassingen voor:

Veranderingen in vlottende middelen: - Vorderingen - Kortlopende schulden Totaal kasstroom uit bedrijfoperaties Ontvangen interest Totaal kasstroom uit operationele activiteiten

1.123.076

656.363

Kasstroom uit investeringsactiviteiten (Des)investeringen materiële vaste activa

169.116-

208.963-

Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten

169.116-

208.963-

Mutatie liquide middelen

953.960

447.400

Beginstand liquide middelen Mutatie liquide middelen Eindstand liquide middelen

41629 Jaarrekening 2022

3.164.567

2.717.167

953.960

447.400 4.118.527

3.164.567

Pagina: 50

Toelichting behorende tot de jaarrekening:

Grondslagen De activiteiten van Stichting Promes bestaan uit het geven van primair onderwijs. Algemeen

De jaarrekening is opgesteld volgens de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. In deze regeling is vastgesteld dat de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (in het bijzonder RJ 660 Onderwijsinstellingen) van toepassing zijn, met inachtneming van de daarin aangeduide uitzonderingen. De jaarrekening is opgesteld uitgaande van een verslaggevingsperiode gelijk aan het betreffende kalenderjaar.

De jaarrekening is opgesteld op basis van continuïteit.

Voor zover niet anders is vermeld worden activa, voorzieningen en schulden opgenomen tegen de nominale waarde. Vergelijking met voorgaand jaar: De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar. De vergelijkende cijfers van het voorgaande boekjaar zijn, waar nodig, slechts qua rubricering voor vergelijkingsdoeleinden aangepast. Schattingen: De opstelling van de jaarrekening vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen, de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen alsmede van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. De genoemde bedragen, voorzover niet anders vermeld, zijn opgenomen in hele euro's. Het kasstroomoverzicht is opgenomen volgens de indirecte methode. De toelichting vloeit voort uit de toelichting op de afzonderlijke posten in de jaarrekening en is daarom niet apart opgenomen.

41629 Jaarrekening 2022

Pagina: 51

Grondslagen voor waardering van activa en passiva Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname van het materieel vast actief. De kosten van groot onderhoud worden in de jaarrekening verwerkt middels een voorziening groot onderhoud. De grondslagen zijn opgenomen onder de grondslagbeschrijving van voorzieningen. De activeringsgrens is: € 1000,Het systeem van afschrijvingen is als volgt: Gebouwen, bestaande uit: -Technische installaties 4% van de aanschafwaarde Inventaris en apparatuur, bestaande uit: -Inventaris 5% en 10% van de aanschafwaarde -ICT 12,5% en 20% en 33,3% van de aanschafwaarde Overige vaste bedrijfsmiddelen, bestaande uit: -Onderwijsleerpakket 12,5% van de aanschafwaarde -Vervoermiddelen 20% van de aanschafwaarde Verkregen investeringssubsidies t.b.v. de aanschaf van materiële vaste activa worden in mindering gebracht op de investeringen.

Vorderingen Bij eerste verwerking worden de vorderingen opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en de geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. De vorderingen worden verminderd met de noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van vorderingen. Liquide middelen De liquide middelen staan, voor zover niet anders vermeld, ter vrije beschikking van het bestuur. De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Algemene reserve De Algemene reserve betreft een buffer ter waarborging van de continuïteit van het bevoegd gezag en wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten die ontstaan uit het verschil tussen werkelijke baten en lasten.

41629 Jaarrekening 2022

Pagina: 52

Bestemmingsreserves Het Ministerie van OCW heeft onder de noemer Nationaal Programma Onderwijs een subsidie beschikbaar gesteld voor het herstel van het onderwijs en het compenseren van onderwijsachterstanden als gevolg van de coronacrisis. De bekostiging wordt als lumpsum bekostiging ontvangen en verantwoord. De bestemmingsreserve Nationaal Programma Onderwijs is gevormd uit de nog niet bestede middelen van deze subsidie. Bestemmingsreserve "kasproject Mackayschool". Dit is een reserve die bedoeld is voor een werkervaringsproject dat is gestart in 2014 en dat de arbeidskansen voor de VSO leerlingen vergroot. De uitgaven in het kader van dit project worden aan deze bestemmingsreserve onttrokken.

Voorzieningen

Voorzieningen worden opgenomen tegen nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen ter zake van personeel en soortgelijke verplichtingen. Deze worden opgenomen tegen de berekende contante waarde. Een voorziening wordt eerst gevormd als voldaan is aan de vereisten terzake van het vormen van voorzieningen. De voorziening jubilea is opgenomen tegen de contante waarde van de toekomstige uitbetalingen en is afhankelijk van de ingeschatte blijfkans, gemiddelde salarisstijging en disconteringsvoet. De werkelijke jubileauitkeringen worden ten laste van deze voorziening gebracht.

De voorziening onderhoud is gebaseerd op de onderhoudsplanning van de komende jaren. De dotatie is op basis van de planning berekend en gelijkmatig verdeeld over de jaren. Periodiek wordt de planning geactualiseerd. Jaarlijks wordt bekeken of de dotatie toereikend is. In de Regeling jaarverslaggeving onderwijs is een tijdelijke overgangsregeling opgenomen voor het toepassen van de methode van kostenegalisatie voor de voorziening groot onderhoud. Van deze tijdelijke overgangsregeling is gebruikt gemaakt bij het berekenen van de voorziening groot onderhoud. Per 1 augustus 2022 is het Participatiefonds gemoderniseerd. Dit leidt ertoe dat het bevoegd gezag verplicht is tot het doen van een eigen bijdrage in de werkloosheidskosten van medewerkers waarvan de arbeidsovereenkomst op of na 1 augustus 2022 is beëindigd. De voorziening werkloosheidsuitkeringen is opgenomen tegen de contante waarde van de toekomstige uitkeringen aan voormalig medewerkers die een werkloosheidsuitkering of bovenwettelijke uitkering ontvangen. De voorziening wordt opgenomen voor het deel van de uitkering dat voor rekening komt van het bevoegd gezag. De hoogte van de voorziening is bepaald op basis van gegevens van het Participatiefonds. Hierbij wordt ingeschat in welke mate de medewerker de gehele looptijd van de uitkering gebruik zal maken van de uitkering.

Per 31 december 2022 heeft het bevoegd gezag geen verplichtingen voortkomend uit de modernisering van het Participatiefonds. De voorziening werkloosheidsuitkeringen bedraagt om die reden nihil.

Kortlopende schulden De kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Deze is gelijk aan de nominale waarde.

41629 Jaarrekening 2022

Pagina: 53

Pensioenen Er is één pensioenregeling. Dit betreft een Nederlandse regeling en wordt gefinancierd door afdrachten aan pensioenuitvoerder, te weten het bedrijfstakpensioenfonds ABP. Per ultimo boekjaar heeft dit pensioenfonds een dekkingsgraad van 118,6% (beleidsdekkingsgraad). De pensioenverplichting wordt gewaardeerd volgens de “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering”. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de staat van baten en lasten verantwoord. De stichting heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij ABP, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. De stichting heeft daarom de pensioenregeling verwerkt als een “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering” en heeft alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord. Grondslagen voor resultaatbepaling Baten Onder baten wordt verstaan de van overheidswege toegekende (normatieve) bijdrage OCW, overige OCWsubsidies en (gemeentelijke) overheidsbijdragen, alsmede de van derden toegekende overige bijdragen. De baten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Lasten De lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. De lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde waarderingsgrondslagen.

Verliezen die hun oorsprong vinden in het boekjaar worden in aanmerking genomen zodra deze voorzienbaar zijn.

41629 Jaarrekening 2022

Pagina: 54

A.1.4 Toelichting op de balans per 31 december 2022 1.

Activa

1.2

Materiële vaste activa Mutaties 2022 Aanschafwaarde per 31 december 2021

Afschrijvingen tot en met 31 december 2021

Boekwaarde per 31 december 2021

1.2.1 Gebouwen en terreinen

24.778

2.233-

22.545

1.2.2 Inventaris en apparatuur

2.912.685

2.127.363-

1.2.3 Overige vaste bedrijfsmiddelen

550.049

Materiële vaste activa

3.487.512

Investeringen

Desinves-teringen

Afschrijvingen

Afschrijvingen desinvesteringen

AanschafAfschrijvingen Boekwaarde per waarde per 31 tot en met 31 31 december december 2022 december 2022 2022

-

-

992-

-

24.778

3.225-

21.554

785.322

149.292

-

168.596-

-

3.061.977

2.295.959-

766.018

395.547-

154.502

19.824

-

33.731-

-

569.872

429.278-

140.595

2.525.143-

962.369

169.116

-

203.319-

-

3.656.628

2.728.462-

928.166

Onder inventaris en apparatuur vallen de posten meubilair en ICT-middelen. Onder overige vaste bedrijfsmiddelen vallen investeringen in onderwijsleerpakket en overige investeringen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=1e8b7e35-709b-4769-9a28-e84fe2b92598