1.16.1 College Bijlage - VTH HUP 2023
Tekst van het document
VTH-Uitvoeringsprogramma 2023 [Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving]
1
Inhoudsopgave
1
Inleiding ........................................................................................ 5
2
Werkwijze en uitvoering .............................................................. 14
3
Kader Vergunningverlening ......................................................... 23
4
Kader bouwen en wonen (Toezicht & Handhaving) ...................... 27
5
Kader openbare ruimte ................................................................ 36
6
Kader Ondermijning ..................................................................... 39
7
Kader Milieu ................................................................................. 42
8
Monitoring en evaluatie ............................................................... 46
Bijlages ................................................................................................ 47 1. 2.
Risicomatrix en prioritering .......................................................................... 47 Overzicht sanctie-instrumentarium handhaving .............................................. 54
2
Voorwoord Voor u ligt het Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (hierna: VTH-uitvoeringsprogramma) over het jaar 2023 van de gemeente Meppel. Hierin worden de geprioriteerde handhavingstaken voor 2023 op het terrein van de fysieke leefomgeving beschreven. De belangrijkste wettelijke kaders hiervoor zijn de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), Woningwet, Wet op de ruimtelijke ordening (Wro), Wet Milieubeheer (Wmb), Alcoholwet, Algemene Plaatselijke Verordening (Apv) en de hieraan gekoppelde (lokale) uitvoeringsbesluiten en regelingen. Het VTH-uitvoeringsprogramma is wettelijk verplicht en wordt jaarlijks door het college vastgesteld en verzonden aan de gemeenteraad. In dit uitvoeringsprogramma staat waar we in 2023 mee aan de slag gaan op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving. Het beschrijft hoe vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de gemeente Meppel georganiseerd zijn. Daarnaast geeft het inzicht in de reguliere en te verwachten taken voor 2023. Er moeten jaarlijks keuzes worden gemaakt: Prioriteitenstelling 2023 Het VTH-takenpakket is erg breed en omvangrijk, maar we kunnen echter niet overal tegelijk zijn om deze taken uit te voeren. Daarom moeten er ieder jaar weer keuzes worden gemaakt. Om te bepalen waar de grootste risico’s zitten wordt gewerkt met een risicoanalyse.
Op basis van die risicoanalyse zijn de gemeentelijke prioriteiten vastgesteld voor de komende beleidsperiode. Voor dit VTH-uitvoeringsprogramma, en daarmee voor de uitvoering, zijn de risicoanalyse en prioriteitenlijst dan ook het uitgangspunt. Van belang is te weten dat de risicoanalyse een dynamisch document is. Voor 2023 kunnen de effecten en keuzes rondom de Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor de bouw bijvoorbeeld invloed hebben op de prioriteitstelling. Projecten waarop wordt ingezet zijn illegale bewoning en illegale bebouwing door de toezichthouders Wabo. Door de boa’s wordt ingezet op het handhaven van de Alcoholwet. Hoewel elk geval anders is, geeft het vastgestelde beleid en dit uitvoeringsplan algemene beginselen en daarmee handvatten voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Vanuit de praktijk hoor je dat nog veel gebeurt in ‘de waan van de dag’, aan de hand van ‘wat zich aandient’. Aan de hand van de actuele meldingen en klachten wordt aan de hand van de aard en omvang, de ernst en urgentie en het gevaar voor veiligheid of volksgezondheid prioriteiten gesteld ten aanzien van welke zaken het eerst behandeld worden. Belangrijk is ook daar meer structuur in aan te brengen, zodat dat beschikbare capaciteit ook ingezet wordt op de onderwerpen voortvloeiende uit de risicoanalyse en prioritering.
Handhaving draagt bij aan de realisatie van vastgesteld beleid en maakt dan ook onderdeel uit van de beleidscyclus. De wettelijke taken, de gemaakte beleidskeuzes en de beschikbare middelen en formatie maakt dat keuzes moeten worden gemaakt. Inzetten op handhaving van alle overtredingen die zich voordoen binnen gemeente Meppel is dan ook een utopie. Handhaving is belangrijk voor de leefbaarheid en veiligheid binnen gemeente Meppel. Een voorbeeld van dit belang is dat de beslissing om niet tot handhaving over te gaan een precedent kan scheppen voor anderen. Dit kan leiden tot meer overtredingen van dezelfde soort en aard als de overtreding waarvoor geen handhavingstraject is opgestart. Dit kan een nadelige invloed hebben op de leefbaarheid en veiligheid binnen gemeente Meppel. Een goed uitgevoerd handhavingsbeleid draagt daarom ook bij aan de geloofwaardigheid van de overheid en de regels die zij stelt. Taken die structureel en planmatig worden uitgevoerd zijn vastgelegd in het VTH-
3
Uitvoeringsprogramma 2023. Voor zaken met een lagere prioriteit wordt in de regel alleen gereageerd op klachten/meldingen of op verzoeken om handhaving. In 2023 blijven we toewerken naar de implementatie van de Wkb en de Omgevingswet. Dit vraagt de nodige inzet van de collega's. Dat wordt deels bemoeilijkt doordat het op het moment van het opstellen van dit plan onzeker is. Tijdens het schrijven van dit uitvoeringsprogramma is de invoering verschoven van 1 januari 2023 naar 1 juli 2023. Veiligheid, gezondheid en het thema ‘ondermijning’ staan bij het maken van een keuze en het doen van inzet altijd voorop. Voor ondermijning geldt dat de gevolgen van ondermijning voorkomen in de gehele fysieke leefomgeving. Ondermijning doet zich mogelijk voor in alle domeinen en dit kan ertoe leiden dat de reeds toegekende risicoscore, indien er sprake is van ondermijning binnen de gemeente Meppel, de hoogste bestuurlijke prioritering krijgt toegewezen. Doelen De belangrijkste algemene doelen van handhaving voor 2023 zijn: vermindering van veiligheidsrisico’s; bewerkstelligen van rechtsgelijkheid en –zekerheid; en bewaken van de kwaliteit van het woon- en leefklimaat. Leeswijzer In hoofdstuk 2 vindt u een beschrijving van de wettelijke grondslag, de uitgangspunten en werkwijze bij de uitvoering van het toezicht op regelgeving en de handhaving hierop bij overtredingen.
De kadernota Vergunningen, Toezicht en handhaving (VTH) gaat uit van drie kaders: 1. Vergunningen; 2. Bouwen en wonen (Toezicht & Handhaving); en 3. Milieu. Deze indeling is terug te vinden in de drie daaropvolgende hoofdstukken in dit VTHuitvoeringsprogramma. Elk hoofdstuk begint met een algemene korte beschrijving, vervolgens worden de doelen voor het lopende jaar benoemd. Dit wordt gevolgd met een beschrijving van hetgeen we gaan doen om de doelen te bereiken en hoeveel menskracht daarvoor wordt ingezet. Na vaststelling van dit VTH-uitvoeringsprogramma 2023 door het college van burgemeester en wethouders zal het ter kennisname worden aangeboden aan de gemeenteraad. Op grond van de bestuursovereenkomst interbestuurlijk toezicht (IBT) wordt het VTHuitvoeringsprogramma aan de provincie Drenthe gezonden ter toetsing.
4
1 Inleiding In dit hoofdstuk worden enkele algemene uitgangspunten omtrent vergunningverlening, toezicht en handhaving besproken. Het betreft aspecten die in het algemeen van invloed zijn op de taken binnen dit beleidsterrein. Ook wordt in dit hoofdstuk de risicoanalyse besproken en de daarop gebaseerde prioriteitenstelling 2023.
Algemeen Het VTH-uitvoeringsprogramma 2023 geeft inzicht in de handhavingstaken die de gemeente in 2023 uitvoert, welke capaciteit daarmee gemoeid is en wat de gewenste resultaten op het gebied van toezicht en handhaving zijn. De handhavingstaken voeren we uit conform de beleidsuitgangspunten uit het geformuleerde en te formuleren handhavingsbeleid en de concrete wettelijke verplichtingen en/of beleidsmatige beslissingen van het college, de burgemeester of de gemeenteraad. Daar waar mogelijk is flexibiliteit ingebouwd, bijvoorbeeld om in te spelen op ontwikkelingen vanuit bestrijding van een aanhoudende corona-pandemie. Handhaving draagt in het algemeen bij aan een leefbare, veilige en duurzame gemeente waar het prettig is om te wonen, werken en te verblijven. Daarbij is handhaving van het bestuursrecht wezenlijk voor de geloofwaardigheid van de overheid en regels die zij stelt. Een goed uitgevoerd handhavingsbeleid is daarvoor essentieel. Het programma voor de uitvoering van de handhaving vormt het hart van de beleidscyclus BIG 8.
Het programma komt voort uit de probleemanalyse, prioriteiten en doelen en de daarbij gehanteerde strategie en wordt vastgesteld door ons college. Uit het programma volgt de monitoring en de verslaglegging (evaluatie). De verbetermaatregelen die voortkomen uit de evaluatie worden gebruikt als aanscherping en verbetering van de probleemanalyse en de prioriteiten. Dit maakt de beleidscyclus van de handhaving rond. In het VTH-uitvoeringsprogramma beschrijven we de geprioriteerde handhavingstaken op het gebied van de fysieke leefomgeving. Door het uitvoeren van adequate vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) dragen we, samen met inwoners, ondernemers en organisaties binnen de gemeente, bij aan een veilige, leefbare en duurzame gemeente. Zeker dat laatste is belangrijk gelet op de gemeentelijke ambities op het gebied van duurzaamheid. Het gaat bij toezicht en handhaving om taken in het kader van het omgevingsrecht, zoals bouw, slopen en asbest, milieu, reclame en bomenkap. Het gaat daarnaast om taken in het kader van de APV, zoals toezicht op de openbare ruimte en openbare orde, en bijzondere wetten, bijvoorbeeld de Alcoholwet.
5
Met een doelgerichte inzet van de toezicht en handhavingsinstrumenten wordt een actieve bijdrage geleverd aan een veilig en leefbaar Meppel. Binnen het handhavingsprogramma moeten keuzes gemaakt worden. Kiezen gaat dan vooral om de vraag “Waarop houden we systematisch en structureel toezicht en waarop op ad hoc basis?”
Wettelijke grondslag Op grond van de Wabo, het Besluit omgevingsrecht (BOR) en de Ministeriële regeling omgevingsrecht (MOR) worden eisen gesteld aan de gemeentelijke handhaving. In artikel 7.2 van het Bor is het college van burgemeester en wethouders verplicht handhavingsbeleid op te stellen. Artikel 7.3 van het Bor bepaalt dat het vastgestelde beleid wordt uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma waarin wordt aangegeven welke van de voorgenomen activiteiten in het komende jaar worden uitgevoerd en welke niet. De vaststelling is een bevoegdheid van het college van B&W, waarna bekendmaking aan de gemeenteraad volgt. Het programma wordt jaarlijks vastgesteld en geëvalueerd door het college. De verbetermaatregelen die voortkomen vanuit de evaluatie worden gebruikt als aanscherping en verbetering van de prioriteiten. Dit vormt de cyclus van handhaving. Het moet in ieder geval de volgende elementen bevatten: - een duidelijke verbinding met de gestelde doelstellingen; - een weergave van de concrete activiteiten voor toezicht en handhaving inclusief de bijbehorende capaciteit; en - een uitwerking in een concrete werkplanning voor alle betrokken organisatieonderdelen Dit programma voor 2023 is tot stand gekomen aan de hand van het gemeentelijk handhavingsbeleid.
Organisatie Binnen de gemeentelijke organisatie is het team Leefbaarheid en Wijkregie verantwoordelijk voor toezicht en handhaving. In dit team zijn dus bijna alle toezicht- en handhavingsfuncties (APV, Boa’s domein 1 en WABO) ondergebracht om hun krachten te bundelen samen met de wijkregisseurs, het cluster ondermijning en vergunningverleners APV. Een team wat samen de oren en ogen vormt in de wijken en vandaaruit een belangrijk eerste aanspreekpunt is voor de inwoners van onze wijken. Ook is het juridisch advies van de APV in dit team ondergebracht. Het team Ruimte Initiatief is verantwoordelijk voor het beleid, de programmering en de uitvoering van nieuwe initiatieven op het gebied van mobiliteit, omgevingsvergunningen, projecten in de openbare ruimte, ruimtelijke ordening, voorbereiding & toezicht en wonen.
Ontwikkelingen Voor de totstandkoming van dit VTH-uitvoeringsprogramma zijn verschillende beleidsdocumenten geraadpleegd en is gekeken naar de ontwikkelingen die in de komende jaren gaan plaatsvinden. Met name nieuwe ontwikkelingen zijn in 2023 van grote invloed op de (administratieve) werkwijze van het houden van toezicht en op de handhaving in de fysieke leefomgeving. Het gaat daarbij in ieder geval om twee te onderscheiden ontwikkelingen. In de eerste plaats is dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet, thans voorzien op 1 juli 2023. Ook de inwerkingtreding van de Wkb gelijktijdig met de Omgevingswet is van invloed op de werkzaamheden binnen het taakveld van VTH. Concreet betekent dit dat er gewerkt gaat worden met twee caseloads, één van voor en éen van na de invoering van de Omgevingswet en Wkb.
6
Motieven voor handhaving Om de samenleving ordelijk te organiseren bedient de overheid zich van een uitgebreid stelsel van regelgeving. Alleen regels stellen is daarbij niet voldoende. Er moet ook worden toegezien op de naleving ervan. Zo nodig wordt de naleving afgedwongen. Dit is het terrein van de bestuurlijke handhaving. De belangrijkste doelen van handhaving zijn: vermindering van veiligheidsrisico’s; bewerkstelligen van rechtsgelijkheid en rechtszekerheid; bewaken van de kwaliteit van het woon- en leefklimaat. Dit uitvoeringsprogramma richt zich op de naleving van regels en het handelend optreden bij overtredingen. Controles en sancties spelen hierbij uiteraard een rol. Daarnaast dragen voorlichting over regelgeving en het stimuleren van eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven bij aan het realiseren van bovenbeschreven doelen.
Prioritering op basis van risicoanalyse: Prioriteitstelling 2023 Het is onmogelijk maar ook onwenselijk om overal op toe te zien. Bovendien zijn toezicht en handhaving geen zelfstandig doel, maar slechts een middel om een overtreding te beëindigen. Er moet wat mee worden bereikt: behoud en herstel van de kwaliteit van de leefomgeving. Beschikbare middelen en capaciteit zijn beperkt. Daarom worden er keuzes gemaakt. Alle taken die structureel en planmatig worden uitgevoerd zijn vastgelegd in dit VTHUitvoeringsprogramma 2023. Voor zaken met een lagere prioriteit wordt in de regel alleen gereageerd op klachten/meldingen of op verzoeken om handhaving. 1.6.1 Risicoanalyse en Prioriteitsstelling 2023 Het Bor bevat kwaliteitseisen waaraan het professioneel handhavingsproces op beleids- en strategisch niveau moet voldoen. Er moet onder meer sprake zijn van bestuurlijk vastgelegde handhavingsdoelen die gebaseerd zijn op een analyse van de handhavingsproblemen die zich kunnen voordoen. De gemeente Meppel heeft in 2021 een risicoanalyse laten uitvoeren. Voor de uitvoering van deze risicoanalyse is gebruik gemaakt van een aanpak die door het Expertisecentrum Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie is ontwikkeld in het kader van programmatisch handhaven.
In deze aanpak wordt voor het bepalen van het risico de volgende formule gehanteerd: Risico = negatief effect x kans op niet-naleving. Het risico wordt berekend door de scores van het negatief effect te vermenigvuldigen met de kans op niet-naleving. De basisgedachte achter de formule is dat de beschikbare handhavingscapaciteit het meest effectief kan worden ingezet op handhavingsonderwerpen met een hoger risico.
GROTER DAN OF GELIJK AAN 7
>7
GEMIDDELD RISICO
KLEINER DAN 7 EN GROTER DAN 4
>47
LAAG RISICO
KLEINER DAN OF GELIJK AAN 4
<4
HOOG RISICO
7
De risicoanalyse heeft betrekking op de volgende werkterreinen: a. bouwen (nieuwbouw/verbouw) b. bouwen (bestaande bouw) c. slopen d. brandveiligheid e. erfgoed f. ruimtelijke ordening g. APV h. Alcoholwet i. evenementen De uitkomsten van de risicoanalyse zijn uitgewerkt in een prioriteitenlijst. Die lijst maakt onderdeel van het nieuwe handhavingsbeleid. De risicoanalyse is een dynamisch document waarop jaarlijks actualisatie plaatsvindt. Dat gaat steekproefsgewijs gebeuren en zal jaarlijks deel gaan uitmaken van het uitvoeringsprogramma. De risicoanalyse en de daarop gebaseerde prioriteitsstelling zijn een belangrijk uitgangspunt voor de praktijk van toezicht en handhaving. Aan de hand van deze lijst kunnen de beschikbare handhavingsmiddelen worden ingezet voor 2023.
Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse vallen bij het toezicht houden en handhaven in de fysieke leefomgeving van de gemeente Meppel de volgende onderdelen in de hoogte categorie en hebben daarmee de hoogste prioriteit: Bouwen: Kamerverhuur Logiesgebouw, restaurant, café, bedrijf, kantoor, winkel Utiliteitsbouw Illegaal huisvesting van studenten en arbeidsmigranten Brandveiligheid: Kamerverhuur > 4 personen Verzorgingstehuis Groepszorgwoning (bewoning in groepsverband met zorg) Kinderdagverblijf > 10 kinderen Kinderdagverblijf < 10 kinderen Café Fabriek > 100 personen Opslag gevaarlijke stoffen Asielcentrum/ opvangcentrum voor tijdelijk verblijf van personen Zwembad Erfgoed: Onomkeerbare beschadiging van cultuurhistorische waarden APV: Verrommeling van de openbare ruimte (buurtfeest, vervuiling, controle reclame, terrassen, uitstalling, aanhangers/caravan) Afval illegale stort (meldingen afvalstort en zwerfvuil) Overlast jongeren (meldingen op overlast jeugd) Handel en gebruik van lachgas Alcoholwet: Schenken aan minderjarige Verkoop alcohol minderjarigen (supermarkt e.d. )
8
-
Overtreden vergunningsvoorwaarden (bv terrassen, sluitingstijden)
Evenementen: -
Schenken (en doorgeven) van alcohol aan minderjarigen Handelen in afwijking van een evenementenvergunning type B Handelen in afwijking van een evenementenvergunning type C
Ondermijning is integraal onderdeel van het effect leefbaarheid. De gevolgen van ondermijning komen voor in de gehele fysieke leefomgeving. Ondermijning doet zich mogelijk voor in alle domeinen en dit kan ertoe leiden dat de reeds toegekende risicoscore, indien er sprake is van ondermijning binnen de gemeente Meppel, de hoogste bestuurlijke prioritering krijgt toegewezen. De risicoanalyse en Prioriteitstelling 2023 staan in Bijlage 1.
Bestuurlijke verantwoordelijkheden De bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten aanzien van toezicht en handhaving zijn als volgt verdeeld: Het college Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor handhaving en vormt het bestuursorgaan dat bestuursrechtelijk optreedt. Het college moet prioriteiten stellen, zowel op beleidsniveau als op zaakniveau. Ook beslissen wij over zowel de vaststelling van het handhavingsbeleid als de uitvoering daarvan. De burgemeester De burgemeester heeft een aantal rollen op het gebied van handhaving. Hij heeft eigenstandige handhavingsbevoegdheden op het gebied van Algemeen bestuur, Openbare Orde en Veiligheid. Daarnaast is hij, als coördinerend portefeuillehouder, medeverantwoordelijk voor de vaststelling van het handhavingsbeleid door het college. De gemeenteraad De raad stelt de kaders vast via de THV-verordening en via het vaststellen van de begroting en controleert het college en de burgemeester op de uitvoering van reguliere taken. Het college informeert de raad door het VTH-uitvoeringsprogramma en het jaarverslag naar de raad te sturen. De provincie De provincie heeft een wettelijke regierol met betrekking tot (milieu)handhaving. De provincie voert interbestuurlijk toezicht uit op gemeenten. Interbestuurlijk toezicht vindt plaats per beleidsdomein.
De provincie is de toezichthouder voor ruimtelijke ordening, bouwen, milieu, huisvesting, monumenten, archieven (overheidsinformatie) en constructieve veiligheid van bouwwerken. Voor handhaving betekent dit dat we jaarlijks ons HUP en jaarverslag handhaving moeten sturen naar de provincie. Daarnaast vullen we een vragenlijst in over de beleidsmatige kant van handhaving.
VTH-wet/instelling Omgevingsdiensten Met de VTH-wet is de Wabo aangepast, waarmee de randvoorwaarden zijn vastgesteld voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit van VTH te komen. In de wet is vastgelegd dat het zogenaamde Basistakenpakket Milieu moet worden uitgevoerd door een regionaal openbaar lichaam met eigen publieke bevoegdheden, op grond van een Gemeenschappelijke Regeling. Daarnaast verplicht de VTH-wet gemeenten en provincies een verordening kwaliteitscriteria vast te stellen. De ‘Verordening kwaliteit vergunningverlening,
9
toezicht en handhaving omgevingsrecht Meppel’ is van toepassing op de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten door of in opdracht van burgemeester en wethouders (artikel 2). De gemeenteraad ziet toe op de hoofdlijnen van het beleid voor de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten in het licht van de voor de gemeente vastgestelde beleidskaders voor de fysieke leefomgeving (artikel 3). Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD) De Drentse gemeenten en de provincie Drenthe werken sinds 1 januari 2014 samen vanuit één uitvoeringsdienst, de Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD Drenthe) waarin alle milieutaken zijn ondergebracht zoals vergunningverlening, meldingen, toezicht, handhaving, bodemtaken en milieuspecialismen.
Alcoholwet Het toezicht op de naleving van de Alcoholwet (voorheen Drank- en horecawet) is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Deze wet regelt de distributie van alcoholhoudende drank onder het publiek. De wet bestaat uit een vergunningstelsel voor de horeca en slijterijen, een aantal verbodsbepalingen voor winkels en bepalingen over leeftijdsgrenzen en doorschenken. De toezichthouders bouwen & wonen houdt zich ook bezig met het toezicht op de inrichtingseisen ten aanzien van horecagelegenheden. Als er een gelegenheid wordt gerealiseerd waar (sterke)drank wordt geschonken, commercieel of para-commercieel, wordt door bouwen & wonen een controle uitgevoerd of het desbetreffende bedrijf voldoet aan de vergunningsvoorwaarden en de inrichtingseisen die van rijkswege zijn bepaald. De controle wordt uitgevoerd nadat vergunningverlening alle aanvraagdocumenten heeft ontvangen, ter beoordeling. In geval van wijziging van een inrichting ligt de verantwoordelijkheid bij de ondernemer om dit te melden en een nieuwe of gewijzigde vergunning aan te vragen.
Omgevingswet Invloed Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor de bouw Op termijn treden de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging in werking. Beide wetten hebben effect op het werk van de betrokken teams. Invoering van deze wetten is thans voorzien op 1 juli 2023. In het eerste halfjaar van 2023 bereiden wij ons verder voor op de implementatie van beide wetten. Vanwege het omvangrijke karakter van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de gevolgen voor de werkwijze van de betrokken teams wordt daar in dit VTHuitvoeringsplan iets uitvoeriger bij stil gestaan. De Omgevingswet is een totale herziening van het Omgevingsrecht. In de Omgevingswet, en bijbehorende vier algemene maatregelen van bestuur, wordt een groot aantal wetten en andere regelingen samengevoegd. Daarmee wordt het omgevingsrecht overzichtelijker en integraler. Ook de manier van werken onder de nieuwe wet is anders. Het uitgangspunt is niet meer “nee, tenzij” ten aanzien van initiatieven in de samenleving. Het wordt “ja, mits”. Dit sluit aan op de Koers van de gemeente Meppel, waarin ruimte is gemaakt voor samenwerking met de samenleving en participatie, een term die een belangrijke rol gaat spelen bij de vergunningverlening door de gemeente. Wat dat betreft heeft de komst van de Omgevingswet meer gevolgen voor vergunningverlening dan voor toezicht & handhaving.
Onder de Omgevingswet zijn er minder concrete regels die gehandhaafd kunnen worden. Er komt meer ruimte voor algemene en specifieke zorgplichten en voor maatwerk. Dat maakt het toezicht houden en handhaven niet direct eenvoudiger. Het vergt meer overleg, samenwerking en uitzoekwerk. Dat betekent dat hier meer tijd aan wordt besteed.
10
De Omgevingswet leidt waarschijnlijk niet tot een principiële verandering bij de afstemming tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving. Om effectief te kunnen handhaven, moeten de handhavingspartners intensief en loyaal samenwerken. Dat geldt voor de bestuurlijke overheden onderling, voor de instanties binnen de strafrechtsketen en, omdat vrijwel alle omgevingsrechtelijke regels zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk worden gehandhaafd, bovenal voor de bestuurlijke organen en instanties enerzijds en het Openbaar Ministerie en andere strafrechtelijke instanties anderzijds. De nieuwe Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht is in het najaar van 2022 vastgesteld. De vaststelling van de nieuwe strategie leidt niet tot grote veranderingen. Wel is extra aandacht besteed aan de bestuurlijke boete. Verwacht wordt dat de bestuurlijke boete voor overheden steeds vaker beschikbaar komt als handhavingsmiddel. Dat is een instrument die momenteel bij handhaving van de Alcoholwet wordt ingezet. Toepassing van de bestuurlijke boete vereist ook het vergroten en versterken van strafrechtelijke kennis over opsporing binnen onze gemeente. Onder de Omgevingswet zullen meer activiteiten toestemmingsvrij zijn. Dit maakt toezicht en handhaving lastiger doordat de gemeente op geen enkele wijze meer van tevoren over die activiteiten wordt ingelicht.
Dat heeft tot gevolg dat bouw-toezichthouders meer “in het veld” moeten nagaan of en welke bouwactiviteiten gaande zijn. Belangrijk is dat dat de toezichthouders onder de Omgevingswet een iets andere positie krijgen. Omdat er een overgang zal zijn van regelgeving, zal meer communicatie plaatsvinden met verschillende partijen, bijvoorbeeld over onduidelijke situaties “in het veld”, zoals de invulling van een zorgplicht. Zeker in het begin zal er sprake zijn van voorlichting. Dit vergt meer tijd en competenties van de toezichthouder. Deze wijziging vereist scholing en bijscholing van de gemeentelijke toezichthouders. Daarop zal de focus liggen in 2023. Voor de vergunningverlening, maar ook voor toezicht en handhaving is een belangrijk verschil met de huidige wetgeving de zogenoemde ‘Knip’ tussen de bouwtechnische vergunning en de vergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Onder de Wabo is nu nog sprake van één vergunning. Ook voor de bouwpraktijk zal dat in het begin tot veel vragen leiden, die aan de voorkant of het voortraject beantwoord moeten worden. Die voorlichtende rol van de gemeente zal met name in 2023 een rol spelen. Het nieuwe stelsel, waarbij er minder vergunningen zijn, meer zorgplichten en meer algemene regels, leidt ertoe dat de meeste toetsingen in het nieuwe stelsel achteraf plaatsvinden.
Juridisch betekent dat een verschuiving van vergunningverlening naar toezicht en handhaving. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) De Wkb treedt op dezelfde datum in werking als de omgevingswet. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door het inschakelen van een private kwaliteitsborger. Na inwerkingtreding houden gemeentelijke toezichthouders ‘bouw’ geen toezicht meer op de gevolgklasse 1 bouwwerken zoals grondgebonden eengezinswoningen, woonboten, vakantiewoningen, bedrijfspanden van maximaal 2 bouwlagen. Dit geldt na inwerkingtreding eerst voor alle nieuwbouw, 6 maanden na inwerkingtreding zal ook bestaande bouw worden toegevoegd. Naast de preventieve toets van het bouwplan aan de bouwregelgeving vooraf wordt ook het toezicht tijdens en na realisatie van de bouw vervangen door toezicht door private kwaliteitsborgers. Hierdoor verschuift het toezicht van de voorkant van het proces naar handhaving achteraf. De gemeente blijft verantwoordelijk voor onder andere het toetsen aan de ruimtelijke component (toets omgevingsplan) en het houden van toezicht op de bouw- en sloopveiligheid.
11
Bij het vervullen van deze nieuwe rol biedt de Wkb ruimte aan gemeenten om in beleid specifieke keuzes te maken. De beleidskeuzes ten aanzien van de Wkb worden in 2023 uitgewerkt en vastgelegd in een beleidsregel. Gevolgen ontwikkelingen Sinds 2018 bereidt de gemeente Meppel zich al voor op de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor de bouw. Daarvoor is in 2018 een Algemeen projectplan opgesteld. Aan de hand van dat projectplan wordt team overstijgend gewerkt aan een soepele overgang in taken en werkzaamheden. En dat terwijl de winkel gewoon openblijft. Er is waar mogelijk gekozen voor een beleid neutrale overgang. De vergunningplicht en bestaande toezichtprotocollen blijven bijvoorbeeld in stand. Wat betreft inzet van capaciteit zijn de betrokken medewerkers gemiddeld één dag per week inzetbaar voor om de gemeente voor te bereiden op de Omgevingswet. Voor de komende periode betekent de naderende inwerkingtreding van de Ow en Wkb, dat de aanwezige capaciteit binnen Toezicht en Handhaving tevens dient te worden ingezet voor het experimenteren met de veranderende rol die de gemeente in het nieuwe stelsel gaat vervullen. Ambtenaren zullen samen met aannemers/architecten/kwaliteitsborgers en waar mogelijk opdrachtgevers, proefprojecten uitvoeren om inzicht te krijgen in en ervaring op te doen met de werkwijze in het nieuwe stelsel.
Op die manier worden mogelijke knelpunten in het stelsel zichtbaar. Daarnaast investeren wij in het opleiden van onze ambtenaren om kennis en kunde op peil te houden. Doordat de inwerkingtreding wederom is uitgesteld en het onzeker is van wat de exacte effecten zijn van de invoering op de VTH-taken, wordt gewerkt met dynamisch beleid, dat waar nodig kan worden aangepast op eventuele effecten die niet zijn voorzien.
Afbakening en P&C-cyclus De gemeente Meppel is het bevoegd gezag als het gaat om vergunningverlening, toezicht en handhaving. Ook blijft de gemeente het aanspreekpunt voor de samenleving. Een correcte afstemming tussen de gemeente (als bevoegd gezag en aanspreekpunt voor burgers en bedrijven) en de RUD Drenthe (als uitvoeringsorgaan) vereist inrichting van heldere processen. Daarom nemen we de toezicht- en handhavingstaken milieu op in dit uitvoeringsprogramma. De handhavingstaken op het gebied van brandveiligheid zijn ondergebracht bij de VRD. Deze taken maken geen onderdeel uit van dit VTH-uitvoeringsprogramma. Voor het VTH-Plan 2023 zijn de volgende documenten van belang: 1
Kadernota Toezicht & Handhaving (hierna: Kadernota). Dit document geeft antwoord op de vraag: Wat willen we bereiken? Het is het strategische beleidskader met een beschrijving van de doelen. “Bij handhaving spelen soms grote belangen: het algemeen belang, belangen van betrokkenen en belangen van de gemeente zelf om wel, of juist niet te handhaven. Gevolgen van niet-handhaven, gedogen, of half-handhaven kunnen (onverwacht) groot en ernstig zijn. Denk aan precedentwerking of schadeclaims. Iedere concrete handhavingssituatie is anders, iedere keer is ook de belangenafweging anders. Er zijn veel partijen (burgers, bedrijven, andere overheidsorganen en natuurlijk de gemeente zelf) bij betrokken. De gevolgen van niet-naleven van regelgeving kunnen levensbedreigend zijn. Kortom, handhaven is een kernactiviteit van de gemeente. Er komt veel kennis en menskracht bij kijken om het gedrag van burgers en bedrijven zodanig te beïnvloeden dat zij zich (weer) aan de regels houden. De middelen die ingezet kunnen worden voor gemeentelijke taken zijn gelimiteerd”
12
2
Prioriteitstelling 2023 Hierin wordt antwoord gegeven op de vraag: Welke prioriteiten stellen we bij het nastreven van de doelen? In dit document is zowel de risicoanalyse opgenomen als de Prioriteitstelling 2023. Het betreft het strategisch beleidskader en geeft een beschrijving weer van de bestuurlijk gestelde prioriteiten.
3
Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving – uitvoeringsprogramma Dit is het operationele beleidskader dat jaarlijks wordt vastgesteld. Het geeft antwoord op de vraag: Hoe gaan we binnen de gegeven randvoorwaarden (middelen) de doelen proberen te bereiken?” Het VTH-programma biedt de mogelijkheid om te sturen bij de dagelijkse uitvoering. Dat is dit document.
4
Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving – jaarverslag Na afloop van ieder kalenderjaar wordt verslag gedaan over de uitvoering. Het verslag geeft antwoord op de vraag: Wat hebben we bereikt en hoe hebben we dat bereikt (middelen)?” Via verschillende systemen van monitoring wordt teruggekeken op de uitvoering en wordt een relatie gelegd met de strategische doelen.
Bovenstaande documenten zijn geborgd in de reguliere cyclus van planning en control en passen binnen het hiervoor genoemde Big Eight-principe. De Kadernota Toezicht & Handhaving (vastgesteld in 2011) is gedateerd en wordt in 2023 vernieuwd. Dat gebeurt mede door vanuit de herijking van gemeentelijke doelstellingen op het gebied van toezicht en handhaving. Daarvoor is ter vervanging van de nota prioriteitsstelling uit 2011 de hiervoor besproken risicoanalyse opgesteld, aan de hand waarvan de prioriteiten voor 2023 zijn vastgesteld.
Financiële middelen Naast de interne capaciteit en de capaciteit bij de RUD Drenthe is voor toezicht en handhaving een budget beschikbaar van € 20.300,-. Dit budget kan worden gebruikt als dekking voor onvoorziene uitgaven. Het gaat dan bijvoorbeeld om kosten voor bodemonderzoeken, aanschaf materialen en externe adviezen. Bij de boa’s wordt het budget vooral ingezet voor de aanschaf van uitrusting en apparatuur.
13
2 Werkwijze en uitvoering In onderstaand hoofdstuk vindt u een beschrijving van de wettelijke grondslag, de uitgangspunten en werkwijze bij de uitvoering van het toezicht op regelgeving en de handhaving hierop bij overtredingen voor 2023.
Reikwijdte Handhaving is geen doel op zich, maar een middel om naleving van wetten en regels te bewerkstelligen. De gemeente draagt de verantwoordelijkheid voor vele wettelijke taken. Dit VTH-Uitvoeringsprogramma beperkt zich tot taakvelden die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. De belangrijkste wettelijke kaders hiervoor zijn de Wabo, de Woningwet, de Wet ruimtelijke ordening, de Wet Milieubeheer, de Alcoholwet, de Algemene Plaatselijke Verordening en de hieraan gekoppelde (lokale) uitvoeringsbesluiten en regelingen.
Uitgangspunten De gemeente heeft een beginselplicht tot handhaving. Hierbij wordt gestreefd naar een goede verhouding tussen doel en middel. Inzet wordt gemotiveerd op basis van proportionaliteit en effectiviteit. In de praktijk wordt die balans gevonden in de wisselwerking tussen gemeentebegroting en VTH-Uitvoeringsprogramma. De voor handhaving beschikbare middelen liggen vast in de door de raad vastgestelde begroting. In het VTHUitvoeringsprogramma worden deze middelen vertaald in personele capaciteit. Die capaciteit wordt toegekend aan verschillende taakvelden. In de praktijk is het verschuiven van capaciteit van het ene naar het andere taakveld niet eenvoudig. Dat betekent dat een wens of noodzaak tot vergroting van de handhavings-capaciteit op een bepaald taakveld vrijwel altijd vertaald moet worden in een aanpassing van de gemeentebegroting. Daarmee heeft de raad dus ook een belangrijke taak op het gebied van het VTH-uitvoeringsprogramma. Op basis van het huidige, nog geldende handhavingsbeleid kiest het college ervoor: 1. Handhavingsverzoeken altijd in behandeling te nemen en af te wikkelen; 2. Te werken aan de hand van de Prioriteitstelling 2023; 3. Het bouwtoezicht op verleende WABO-vergunningen tot een bouwsom van € 100.000, in afwijking van het toezichtprotocol, steekproefsgewijs en op hoofdlijnen uit te voeren. Ad 2.
In 2021 zijn aan de hand van de risicoanalyse de gemeentelijke prioriteiten in beeld gebracht. Mede Aan de hand van de voor 2023 vast te stellen prioriteiten wordt invulling gegeven aan het handhavingsbeleid. Ad 3. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen blijft dit uitgangspunt gelden.
Preventie De bekendheid van en bewustwording over de regels moet worden vergroot, zodat inwoners, verenigingen en bedrijven (als vanzelf) hun gedrag hierop afstemmen. Zo worden onveilige en ongewenste situaties voorkomen. Om dit te bereiken formuleren moet er sprake zijn van actueel en duidelijke regels en beleid.
14
Wat betreft vergunningen en ontheffingen wordt voorafgaand en tijdens het aanvraagtraject actief het gesprek aangegaan om aan te geven welke regels van toepassing zijn. Vooraf worden nut en noodzaak van voorschriften die aan de vergunning worden verbonden besproken door de betreffende teams. Hiermee wordt expliciet gemaakt wat kan en wat niet kan. Door tevoren helderheid te geven over de voorschriften en voorwaarden is het achteraf makkelijker om te toetsen of de regels wel of niet worden nageleefd. Het houden van toezicht op de naleving van de regels wordt daarmee transparanter en effectiever.
Handhavingsdomeinen Hieronder de beknopte informatie over de handhavingsdomeinen: bouw en wonen, ruimtelijke ordening, brandveiligheid (gebruik), milieutoezicht (inrichting gebonden en niet inrichting gebonden) , bodemtoezicht/grondstromen, bijzondere wetten, openbare ruimte en integraal veiligheidsbeleid. a. Bouwen & Wonen (bouwtoezicht) Toezicht/Handhaving bouwen & wonen, richt zich op naleving van het bouwbesluit, bouwverordening, het welstandsbeleid. Dit is sterk gekoppeld aan de door de gemeente verleende omgevingsvergunningen. Het toezicht concentreert zich voornamelijk op de fase tijdens de bouw. Daarnaast is er ad hoc toezicht op bijvoorbeeld de bestaande woningvoorraad, aandacht voor het beschermd stadsgezicht en het reclamebeleid. Dit kan gaan over illegale bouw, achterstallig onderhoud etc. Ook wordt binnen dit domeintoezicht gehouden op het illegaal slopen/verwijdering van asbest zonder sloopmelding. b. Ruimtelijke Ordening Toezicht/Handhaving op naleving van bestemmingsplannen is deels gekoppeld aan omgevingsvergunningen voor bouwen en afwijken bestemmingsplan. Toezicht op illegale bouw (bouwen in strijd met het bestemmingsplan) of strijdig gebruik (gebruik in strijd met het bestemmingsplan) vindt niet structureel plaats maar op basis van excessen en op basis van meldingen van derden. c.
Brandveiligheid/Gebruik Voorschriften betreffende brandveiligheid zijn opgenomen in het bouwbesluit. Er wordt binnen dit domein gecontroleerd op de brandveiligheid van gebouwen zoals kinderdagverblijven, scholen, verpleegtehuizen/zorginstellingen, pensions, kamerbewoning en horeca. Er wordt dan gekeken naar het gebruik van het pand, de bouwkundige en installatietechnische aspecten (sprinklers, compartimentering e.d.) op het gebied van brandveiligheid. Het gaat om locatiecontroles en advies van de VRD/Brandweer. d. Inrichting gebonden milieutoezicht Inrichting gebonden milieutoezicht richt zich op toezicht van Wet milieubeheer-plichtige bedrijven. Er wordt voornamelijk gecontroleerd op naleving van de voorschriften uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, aanverwante regelgeving en/of de milieuvergunning. Aspecten waarop gecontroleerd wordt, zijn bijvoorbeeld opslag van gevaarlijke stoffen en kans op bodemverontreiniging. Doelgroepen waar het milieutoezicht betrekking op heeft zijn autoherstelbedrijven, tankstations, jachthavens, gasdrukregel- en meetstations en landbouwinrichtingen. Er is een zelfstandige toezichtstaak op het gebied van geluid. Er wordt structureel toezicht gehouden op dit aspect bij horecagelegenheden en evenementen. Geluid is een belangrijke bron van overlast. Een deel van de handhavingscapaciteit wordt ingezet voor de afhandeling van geluidsklachten.
15
Daarnaast wordt er geparticipeerd bij landelijke of regionale projecten. Hierbij valt te denken aan energieprojecten en ketenhandhaving asbest. Het toezicht en advies daaromtrent wordt uitgevoerd door de RUD. e. Niet inrichting gebonden milieutoezicht Niet inrichting gebonden milieutoezicht betreft het milieutoezicht in het kader van de Wet Milieubeheer en de daarop gebaseerde gemeentelijke afvalstoffenverordening. De nadruk ligt hierbij op huishoudelijke afvalstoffen en dumping van grofvuil. Daarnaast vindt er ook milieutoezicht plaats in het buitengebied. Dit toezicht wordt uitgeoefend door de RUD en de gemeentelijke boa’s. f. Bodemtoezicht en Grondstromen Het Besluit bodemkwaliteit bevat regels voor de bescherming van de bodem. De uitvoering van het toezicht op het Besluit bodemkwaliteit omvat taken zoals toezicht en handhaving op toepassingen van grond en baggerspecie op of in de bodem, de opslag van grond, bagger en bouwstoffen, toepassingen van bouwstoffen o.a. menggranulaat, asfaltgranulaat, betonklinkers e.d. Het toezicht en advies daaromtrent wordt uitgevoerd door de RUD. g. Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning wordt getoetst aan deze wet.
Het college kan ontheffing verlenen van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Toezicht en advies wordt uitgevoerd door de provincie. Waterwet: ten aanzien van indirecte lozingen (lozingen die via het rioolstelsel naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie gaan) is het college het bevoegd gezag in plaats van het dagelijks bestuur van het waterschap. Het toezicht van deze wetgeving ligt bij het waterschap. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies voor hun gebied wat wel en niet mag in de natuur. Zij zijn verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid is dan alleen nog verantwoordelijk voor de ontheffingsaanvragen en de gedragscodes. h. Bijzondere wetten Binnen het handhavingsdomein bijzondere wetten valt de handhaving van de Alcoholwet, de Wet op de Kansspelen en de Opiumwet. De belangrijkste doelgroepen zijn de reguliere horeca, de para commerciële instellingen (sportkantines, wijkcentra en dorpshuizen), evenementen, supermarkten, slijterijen, coffeeshops en prostitutiebedrijven. De Alcoholwet regelt de bedrijfsmatige verstrekking van alcoholhoudende dranken. Het doel van de wet is het voorkomen van gezondheidsschade en verstoring van de openbare orde door alcoholgebruik. De Wet op de Kansspelen reguleert de kansspelen. De uitvoering ligt deels op gemeentelijk niveau.
Op grond van deze wet heeft de gemeenteraad aan de burgemeester de bevoegdheid gegeven om een vergunning te verlenen voor één speelautomatenhal. Daarnaast verleent de burgemeester aanwezigheidsvergunningen voor het hebben van een speelautomaat. Dit kan voor een horeca-inrichting zijn of een speelautomatenhal. Artikel 13b van de Opiumwet is het juridische instrument om op te treden tegen illegale verkooppunten van verdovende middelen. Daartoe is beleid opgesteld door de burgemeester beleid opgesteld. Ten aanzien van coffeeshops wordt een gedoogbeleid gevoerd. Daarbij gelden de landelijk vastgestelde AHOJGI-criteria:
16
A: geen affichering H: geen harddrugs O: geen overlast J: geen aanwezigheid van/ verkoop aan jongeren G: geen verkoop van grote hoeveelheden (meer dan 5 gram per transactie) I: geen toegang en verkoop aan niet-ingezetenen Prostitutieregelgeving staat in hoofdstuk 3 van de gemeentelijke APV. Doel daarvan is het voorkomen van verstoring van de openbare orde, het bestrijden van mensenhandel en het regelen van een gezonde en veilige werkomgeving. De burgemeester is bevoegd vergunning te verlenen voor een seksinrichting en het college is bevoegd vergunning te verlenen voor een escortbedrijf. i. Openbare ruimte Toezicht en handhaving Openbare ruimte richt zich op verbetering van het naleefgedrag met als resultaat schonere wijken, parken en buitengebied. Het handhavingsdomein toezicht openbare ruimte bestaat uit de deelgebieden honden, parkeren, reclame, graffiti, gebruik openbare grond, groen/bomen, afval, ligplaatsen en ambulante handel. Meppel kent gebieden voor betaald parkeren en vergunninghouders. In deze gebieden wordt doorlopen gesurveilleerd door gemeentelijke toezichthouders (intensiever in de binnenstad) met als doel de naleving van wet- en regelgeving te verbeteren en de betalingsbereidheid te verhogen. Het verwijderen van verkeerd gestalde fietsen, weesfietsen en fietswrakken valt ook onder het deelgebied parkeren. j.
Integraal Veiligheidsbeleid De gemeenteraad stelt vierjaarlijks het integraal veiligheidsbeleid vast. De gemeente streeft in het veiligheidsbeleid naar een veilige en leefbare stad, waar bewoners zich veilig voelen en bereid zijn om actief de veiligheid te bevorderen. Toezicht en handhaving is een exclusieve overheidstaak, waarin wij met de politie samenwerken. De gemeente wil overlast en criminaliteit terugdringen, door direct in te grijpen en de oorzaken aan te pakken. Daarin spelen toezicht en handhaving een belangrijke rol. Het nieuwe IVP wordt in 2023 ter vaststelling aangeboden.
Handhavingsprocedure Hieronder wordt het handhavingsproces beschreven zoals dat doorgaans wordt doorlopen nadat een overtreding is geconstateerd. Het gaat om het proces waarbij een bestuursrechtelijke sanctie wordt opgelegd. Deze processtappen zijn voor de toepassing van de last onder dwangsom en last onder bestuursdwang grotendeels identiek. In de praktijk wordt de last onder bestuursdwang minder vaak toegepast dan de last onder dwangsom. Aan het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang kan het intrekken van een vergunning voorafgaan. Tegen handhavingsbesluiten staat bezwaar- en beroepsmogelijkheden open. Als tijdens de procedure de overtreder alsnog de overtreding ongedaan maakt dan wordt in principe de overtreder schriftelijk meegedeeld dat de handhavingsprocedure wordt beëindigd.
1e controle
Er wordt een overtreding geconstateerd. Hiervan wordt een constateringsrapport gemaakt. De
17
toezichthouder gaat in gesprek met de overtreder. Er wordt aangegeven dat een overtreding is geconstateerd en daarover wordt uitleg gegeven. De overtreder krijgt, indien mogelijk, de tijd om de overtreding ongedaan te maken. Duidelijk wordt gemaakt dat als de overtreding niet ongedaan wordt gemaakt dit kan leiden tot een sanctie (intrekking vergunning, dwangsom of bestuursdwang).
Vooraankondiging voor nemen besluit
De gemaakte afspraken worden schriftelijk door de gemeente bevestigd.
Zienswijzetermijn en beschikking last onder dwangsom/bestuursdwang
Als de overtreder een zienswijze indient wordt deze meegewogen bij het besluit om wel of niet de sanctie op te leggen. In een zienswijze kunnen argumenten naar voren worden gebracht op basis waarvan kan worden afgezien van handhaving. Als dit niet het geval is neemt de burgemeester of het college het besluit om een sanctie op te leggen. De overtreder ontvangt het besluit waarin de burgemeester of het college aangeeft welke overtreding moet worden beëindigd, wanneer deze overtreding beëindigd moet zijn en hoe hoog de dwangsom is die wordt opgelegd en wanneer de dwangsom van rechtswege wordt verbeurd als geen gehoor wordt gegeven aan de last. De hoogte van de dwangsom moet in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van de vermeende geschonden belangen, maar ook voldoende prikkel zijn om de overtreding te beëindigen. De gemeente Meppel hanteert geen standaard leidraad aan de hand waarvan de hoogte van dwangsommen en de duur van begunstigingstermijnen wordt vastgesteld. Dat betekent dat in de handhavingsbesluiten maatwerk wordt geleverd wat betreft de hoogte van de dwangsom en de lengte van de begunstigingstermijn. Waarbij vanzelfsprekend moet worden aangesloten bij de rechtspraak op dit punt. Als de overtreder de overtreding niet beëindigd wordt de dwangsom verbeurd of kan de gemeente, in geval van een last onder bestuursdwang, zelf optreden.
Alle kosten die verbonden zijn aan de bestuursdwang kunnen worden verhaald op de overtreder, mits de overtreder in het besluit is gewezen op het
18
gegeven dat deze kosten verhaald zullen worden.
Overtreding is beëindigd
De overtreder krijgt een schriftelijke bevestiging dat geconstateerd is dat de overtreding is beëindigd.
Overtreding is niet beëindigd -> besluit
Wanneer de overtreding niet is beëindigd, krijgt de overtreder een brief dat een last onder dwangsom (of bestuursdwang) wordt opgelegd. De last wordt in dit besluit opgenomen, alsmede de hoogte van de dwangsom. Als onderdeel van de last wordt aangegeven binnen welke termijn de overtreding beëindigd moeten worden. De overtreder krijgt de gelegenheid binnen een termijn van zes weken een bezwaar in te dienen. Bij het opleggen van een last onder bestuursdwang (al dan niet acuut) kan deze termijn korter zijn. Ook de (eventuele) verzoeker om handhaving wordt hiervan op de hoogte gesteld.
Dwangsomcontrole
Na het verlopen van de begunstigingstermijn wordt gecontroleerd of voldaan is aan de opgelegde last en of de overtreding is beëindigd. Hiervan wordt een rapport gemaakt.
Overtreding is beëindigd
Als voldaan is aan de last eindigt het handhavingstraject. De overtreder krijgt een schriftelijke bevestiging dat geconstateerd is dat de overtreding is beëindigd. De dwangsom verbeurt niet en het traject komt ten einde. Indien het aannemelijk is dat de overtreding wederom plaats zal vinden, kan de overtreder een last onder dwangsom ter voorkoming van herhaling worden opgelegd.
Overtreding is niet beëindigd
Als niet voldaan is aan de last volgt een invorderingstraject en kan een nieuwe last onder dwangsom (met een hogere dwangsom) of een last onder bestuursdwang opgelegd worden om de overtreding alsnog te doen beëindigen.
In Bijlage 2 staat een overzicht van het sanctie-instrumentarium handhaving.
19
2.5.1. Handhavingsverzoeken Een belangrijk onderdeel van het handhaven is het handhavingsverzoek. Inwoners en bedrijven kunnen de gemeente verzoeken om op overtredingen te handhaven. Wanneer naar aanleiding van een handhavingsverzoek inzet nodig blijkt, kan de inzet ten koste gaan van de gerichte inzet op prioritaire onderwerpen. De gemeente Meppel heeft als doelstelling elk verzoek tot handhaving af te handelen. Daarin ligt ook een verplichting die uitvoerig in rechtspraak is uitgewerkt (de beginselplicht tot handhaving).
We streven naar een hoge klanttevredenheid, waarbij we ons moeten realiseren dat ook een overtreder zich ‘klant’ mag noemen. Dit bereiken we door snel contact op te nemen met de indiener van het verzoek tot handhaving en te bespreken wat het belang en doel van het verzoek tot handhaving is en wat er kan worden verwacht van de gemeente. 2.5.2
Onderzoek legalisatiemogelijkheden
Op de beginselplicht tot handhaving bestaand drie uitzonderingen. ‘Concreet zicht op legalisatie’ is daar één van. Bij handhaving dient derhalve te worden onderzocht of de overtreding met een vergunning of ontheffing te legaliseren valt. Dit wordt legalisatieonderzoek genoemd.
De (handhavings)procedure start met een constateringsbrief, waarin de overtreder de gelegenheid wordt gesteld om binnen een bepaalde, redelijke termijn op eigen initiatief een einde te maken aan de illegale situatie of, als dat mogelijk is, na het legalisatieonderzoek een vergunning aan te vragen voor de illegale activiteit. Dat kan het bouwen zonder vergunning zijn, of gebruik dat strijdig is met het bestemmingsplan.
Samenwerkende partijen 2.6.1 Algemeen
Bij toezicht en handhaving werkt de gemeente nauw samen met andere overheden en instanties. De gemeente is onder meer via een handhavingsarrangement en Landelijke Handhavingsstrategie verbonden met de politie en het Openbaar Ministerie. Ook de toenemende aandacht voor de ondermijning vergt die samenwerking. VRD en RUD Drenthe voeren taken uit voor gemeenten en provincie. In verband daarmee is er frequent contact met deze instanties. Via de RUD, maar ook rechtstreeks, en tevens via het Interbestuurlijk Toezicht zijn er ook relaties met de provincie. Verder komen gemeente en waterschap elkaar geregeld tegen bij toezicht en handhaving, bijvoorbeeld bij gevallen van water- en bodemvervuiling. 2.6.2 Politie en Openbaar Ministerie Meppel heeft in 2021 met de politie een handhavingsarrangement gesloten. Dat document verschaft duidelijkheid over de taakverdeling tussen de gemeentelijke boa’s en het basisteam Zuidwest-Drenthe van de politie. Het arrangement biedt het lokale politiebasisteam en de gemeente handvatten voor een goede regie, prioritering en samenwerkingsafspraken om te acteren op leefbaarheids- en veiligheidsvraagstukken in de gemeente Meppel. Het handhavingsarrangement sluit aan op het Integraal Veiligheidsplan (IVP).
20
2.6.3 Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD) De twaalf Drentse gemeenten en de provincie Drenthe werken samen in de Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD Drenthe), waarin alle milieutaken zijn ondergebracht zoals vergunningverlening, meldingen, toezicht, handhaving, bodemtaken en milieuspecialismen. Bij de totstandkoming van de RUD Drenthe is bestuurlijk per 1 januari 2016 gewerkt met de “Drentse Maat”, met als belangrijkste doel: “Een gemeenschappelijk gedragen niveau van taakuitvoering op alle vlakken, vooral vergunningen en toezicht en handhaving, geldend voor alle deelnemers. Wel met ruimte voor meerwerk voor een deelnemer die dat wil en daarvoor betaalt, maar zonder ruimte voor minder werkzaamheden dan op grond van de Drentse Maat is bepaald.” De gemeente Meppel is opdrachtgever voor de RUD en blijft verantwoordelijk voor het beleid dat de RUD moet volgen. De RUD legt via rapportages en een eigen jaarverslag verantwoording af over de behaalde resultaten.
2.6.4 Veiligheidsregio Drenthe (VRD) Voor het onderdeel brandveiligheid van bouwtoezicht wordt advies ingewonnen bij de VRD, waar het toezicht op brandveilig gebruik van gebouwen is ondergebracht. Door de coronapandemie is het toezicht op de gebruiksmeldingen/-vergunningen stil komen te liggen. De brandweer adviseert en is geen bevoegd gezag; dat is de gemeente. De brandweer wordt ingezet voor toetsing en advisering van de brandveiligheidsrisico’s met betrekking tot een aanvraag omgevingsvergunning en voor het beoordelen van (zorg)inrichtingen, al dan niet in combinatie met gemeentelijk toezicht.
2.6.5 Provincie De provincie Drenthe heeft de wettelijke taak toezicht te houden op de uitvoering van medebewindstaken door de gemeenten in Drenthe. Dit is het Interbestuurlijk Toezicht, dat zich richt op een beperkt aantal toezichtdomeinen, namelijk: ruimtelijke ordening; omgevingsrecht; monumenten; huisvesting statushouders; archief; financiën. De provincie heeft een wettelijke regierol met betrekking tot (milieu)handhaving. In het kader van de vernieuwde interbestuurlijke verhoudingen is een bestuursovereenkomst afgesloten over de wijze waarop het interbestuurlijke toezicht vorm krijgt. Het vastgestelde Handhavingsuitvoeringsprogramma moet jaarlijks aan de provincie worden gezonden. Bij brief van 24 november 2020 heeft de provincie het college van burgemeester en wethouders van Meppel het volgende meegedeeld over het in 2019 uitgevoerde IBT: “Onze conclusie is dat er op dit moment geen verdere stappen vanuit ons college nodig zijn, anders dan de reguliere sectorale interventie (waar nodig).” In het jaarverslag IBT over 2021 is het volgende opgenomen: Verbeterpunt: betere monitoring van overtredingen en handhavingsprocedures t.b.v. analyse en conclusies inzake naleefgedrag Aandachtspunt: risico’s niet geheel in beeld bij afwijkende VTH-uitvoeringsprogramma, VTHdoelrealisatie in samenwerking met RUD, capaciteit formatie BWT is krap (ondergrens)
21
Over 2021 signaleert de provincie onder meer het volgende. ‘In 2021 stond een “rondje gemeenten” inzake Omgevingsrecht op de rol. Door de Coronamaatregelen zijn veel gesprekken niet doorgegaan. Enkele gesprekken zijn via Teams gevoerd. In deze gesprekken komen diverse actuele VTH-onderwerpen aan bod zoals: - Meer inzet bij milieucriminaliteit en bij ondermijning - Problematiek bij recyclebedrijven, (bio)vergisting, - Dumping van drugsafval in het buitengebied, - Toepassing van de lokale handhavingsstrategie en toepassing van de kwaliteitsverordening. De verwachting is dat komend jaar het rondje gemeenten weer wordt opgepakt. Actuele onderwerpen zoals: - Invoering van de Omgevingswet (gezondheidsaspect), - Aanpak van de zeer zorgwekkende stoffen, - Overlast houtstook in relatie met het schone lucht akkoord, - Invoering Wet Kwaliteitsborging voor de bouw, - Toepassen en resultaten risicogericht toezicht zullen aan de orde komen. Het IBT gaat ervan uit dat gemeenten een visie hebben/vormen over bovenstaande ontwikkelingen en dit vormgeven in de diverse kaders en uitvoeringsprogramma's.
Tenslotte zal de nodige aandacht worden gegeven aan de uitvoering van de diverse aanbevelingen van de adviescommissie VTH (Om de leefomgeving Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur).’ De provincie geeft een positief signaal over het versterken van de capaciteit WABO met 1 fte toezicht en 0,7 fte administratieve ondersteuning. En onderschrijven de noodzaak om deze toevoeging op de formatie te plegen om de gestelde doelen te kunnen realiseren. 2.6.6 Waterschap Met het Waterschap Reest en Wieden wordt samengewerkt op het gebied van vooral waterkwantiteit en het beschermen van primaire en secundaire waterkeringen. Het waterschap verleent vergunningen op basis van de Waterwet. De verleende vergunningen worden gedeeld met de gemeente zodat deze kan zien of er nog samenloop is met door de gemeente af te geven vergunningen. Overigens kan het ook zo zijn dat de gemeente een omgevingsvergunning moet afgeven voor een werk nabij een waterkering waarbij advies van het waterschap nodig is. Naast de reguliere contacten met de medewerkers van het waterschap is er ieder jaar regulier overleg over actuele zaken. 2.6.7 Interne samenwerking Bij toezicht en handhaving wordt binnen de gemeentelijke organisatie samengewerkt tussen verschillende organisatieonderdelen, waaronder tussen de medewerkers van vergunningverlening, van toezicht op de bouw/RO en Team Duurzaam/medewerkers reiniging.
Natuurlijk wordt ook binnen het team Leefbaarheid en Wijkregie samengewerkt tussen de boa’s Domein 1, ondermijning, evenementencoördinator en vergunningverleners.
22
3 Kader Vergunningverlening Inleiding Het team Ruimte Initiatief is verantwoordelijk voor de Wabo vergunningverlening. De vergunningaanvragen worden afgehandeld door de vergunningverleners met de hiervoor beschikbare digitale systeem/processen en toetsingsprotocollen.
3.1.1 -
Wabo producten Principeverzoeken/informatie aanvragen; Conceptaanvragen; Bouwen (regulier en uitgebreid); Afwijken bestemmingsplan (regulier en uitgebreid); Tijdelijke omgevingsvergunningen; Sloopvergunning; Aanlegvergunning; Kapvergunningen; Gebruiksvergunningen (advies van VRD); Gebruiksmeldingen (advies van VRD); Aanpassen monumenten.
Ook in behandeling door vergunningverlening bij Wabo vergunningen: Ingediende bezwaren; Ingesteld beroep; Hoger beroep/Raad van State; Voorlopige voorziening.
Doelstelling 3.2.1 Wettelijke kaders De werkzaamheden rondom de Wabo-vergunningen vinden hun basis in met name Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Besluit omgevingsrecht, Woningwet, Bouwbesluit 2012, Bouwverordening, Wet ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Activiteitenbesluit milieubeheer, Bestemmingsplannen, Beheersverordening, Monumentenwet en de Algemene Plaatselijke Verordening.
3.2.2
Doel regelgeving
Het doel van de regelingen binnen de wettelijke kaders is onder andere: -
Veilige en bruikbare bouwwerken/gebouwen; Bouwwerken die geen gevaar opleveren voor de gezondheid; Een goede inrichting van de beschikbare ruimte; Veilige wijze van bouwen en slopen; Bescherming van (archeologische) monumenten; Bewaken van de kwaliteit van de leefomgeving; (Verkeers)veiligheid.
3.2.3 Gevolgen niet naleven regelgeving Het gevolg van het niet naleven van de wettelijke voorschriften is, bijvoorbeeld, dat de veiligheid en gezondheid van gebruikers van het bouwwerk in gevaar kunnen komen. Daarnaast kan de kwaliteit van de leefomgeving worden aangetast. Dit kan gevolgen hebben
23
voor derden, zoals gebruikers van belendende percelen. Hierbij kan gedacht worden aan overlast, gevaarzetting en, meer algemeen, de aantasting van het woon- en leefgenot. 3.2.4 Doelstellingen De doelen van de wet- en regelgeving worden gewaarborgd doordat wij in ieder geval: Toetsen aan de relevante voorschriften van het Bouwbesluit (aannemelijkheidstoets); Daar waar sprake is van beslissingsvrijheid de betrokken belangen afwegen; Besluiten voorzien van een deugdelijke motivering.