1.14 RUD Drenthe - Aanbiedingsbrief jaarprogramma 2024 RUD
Tekst van het document
bezoekadres Westerbrink 1 9405 BJ Assen
Aan
De colleges van burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten van Drenthe Verzending per -mail
ons kenmerk 202400295
uw brief van/kenmerk team Staf
bijlage(n) 1
behandeld door M. van den Berg
telefoon 0592 - 754569
datum 11 april 2024
e-mail m.vandenberg@ruddrenthe.nl
onderwerp Jaarprogramma RUD Drenthe 2024
Geachte colleges, Afgelopen maanden is in nauwe samenspraak met uw ambtelijke en bestuurlijke vertegenwoordigers gewerkt aan het jaarprogramma RUD Drenthe 2024. Met deze brief ontvangt u dit jaarprogramma waarin verwoord staat welke milieuwerkzaamheden wij met trots en passie voor u gaan uitvoeren voor een schoon en veilig Drenthe. Leefomgeving in Drenthe Het jaarprogramma beschrijft hoe we op uniforme wijze uitvoering geven aan onze kerntaak als omgevingsdienst: de bescherming van een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving in Drenthe. Om dit te bereiken voeren wij onder andere de volgende werkzaamheden voor u uit: • Het verlenen en toetsen van vergunningen en meldingen zodat aan de voorzijde duidelijk is welke regels van toepassing zijn voor de Drentse bedrijven. • Het houden van toezicht bij bedrijven en toezicht op het gebied van energie en asbest, inclusief handhavend optreden wanneer niet wordt voldaan aan de voorschriften. Hieronder valt ook ketentoezicht en het optreden tegen milieucriminaliteit door onze BOA’s. • Het behandelen van milieuklachten en piketmeldingen van calamiteiten. • Het verlenen van bodembeschikkingen, advisering, toezien op saneringen en het houden van bodemtoezicht bij de toepassing van grootschalig grondverzet. • Advisering over milieuthema’s zoals omgevingsveiligheid, geur, geluid, licht en lucht.
Het jaarprogramma 2024 van de RUD Drenthe is een actueel, compact en realistisch programma geworden en beschrijft de ambitie en opgaven waar we de komende periode voor staan.
Samen ervaring opdoen met de Omgevingswet De nieuwe Omgevingswet zorgt voor een grote verandering van ons werk. Het is een ‘transitiejaar’, waarin we samen ervaring opdoen in het werken met de Omgevingswet. Met een impactanalyse zijn de effecten op het Drentse milieutakenpakket in beeld gebracht. De inschatting is conform het landelijke beeld; de Omgevingswet leidt tot een toename van benodigde uren. Via uitvoeringskeuzes hebben we het effect van de toename kunnen dempen van 18 naar zo’n 9%. Toch verwachten we de daarna nog resterende toegenomen vraag niet geheel te kunnen opvangen. Mogelijk is vanwege het overgangsjaar de toename in 2024 ook lager dan structureel wordt voorzien. Daar waar krapte ontstaat zullen we op basis van een met uw vertegenwoordigers afgestemde prioriteringsvolgorde gaan werken. Uiteraard gaan we de daadwerkelijke effecten goed monitoren en evalueren. Dit jaar zijn tijdelijk extra uren opgenomen om te leren werken met de Omgevingswet. Deze uren worden bijvoorbeeld gebruikt voor het oplossen van knelpunten, extra afstemming en het begeleiden van gemeenten/provincie in het digitale stelsel. Daarnaast is in het programma circa 5% (van de 9%) structurele urentoename opgenomen (zoals berekend in de impactanalyse Omgevingswet).
Voor 2025 worden uw raden/staten via een zienswijze gevraagd om een voorkeur uit te spreken om ofwel dit percentage te continueren of om uit te gaan van de eerder berekende 9% urentoename voor de Omgevingswet. De tijdelijke uren om te leren werken met de Omgevingswet komen dan te vervallen. Overigens attenderen wij u erop dat u eind vorig jaar een Rijksuitkering (SPUK) heeft ontvangen voor de extra kosten Omgevingswet, die mogelijk als dekking kan dienen voor een deel van de verhoogde deelnemersbijdrage. De opgave voor 2024 is groter dan we kunnen realiseren, zoals hiervoor aangegeven. Het jaarprogramma is gebaseerd op een realistische haalbare groei. Deze aanpak garandeert een rustiger en zekerder verloop van de productie. Nieuw dit jaar is dat de extra opdrachten integraal onderdeel zijn van de jaarprogrammering, dit zorgt daarmee niet meer voor afzonderlijke facturatie achteraf. Ook biedt het een stabielere basis om de personele bezetting op orde te brengen. Hogere productienorm/ organisatieprojecten voortaan apart in beeld In 2024 stijgt de productiviteitsnorm van 1239 naar 1345 uur per FTE. Deze stijging komt door een lager ziekteverzuimpercentage en daarnaast door de (organisatie)projecten voortaan niet meer buiten de productienorm te houden. De wijze waarop de productiviteitsnorm nu is opgebouwd is door deze aanpassing gelijk aan andere Omgevingsdiensten.
In de vastgestelde begroting 2024 was ruim 13.000 uur opgenomen voor organisatieprojecten. Op basis van de (landelijke) opgave voor 2024 is voor dit jaar 2500 uur extra opgenomen. Via deze (organisatie)projecten wordt bijvoorbeeld gewerkt aan het landelijk Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel, de U&H-strategie, het inwerken en begeleiden van trainees en het innovatief werken zoals het risicogericht werken en optimaliseren van processen. Deze projecten hebben allemaal tot doel om in de toekomst effectiever en efficiënter te werken. Zo hebben we bijvoorbeeld onlangs het proces rondom de vele asbestmeldingen gerobotiseerd, waar dit eerder veel administratieve inzet vroeg (zowel bij de RUD Drenthe als bij gemeenten). U&H-strategie fase 2 – gesprek over het milieutakenpakket De 2e fase van het opstellen van de uitvoerings- en handhavingsstrategie is gestart. Hierin worden de echte inhoudelijke keuzes gemaakt over de toekomstige uitvoering van het milieutakenpakket. Dan wordt het gesprek gevoerd over de te behalen milieudoelen, het milieurendement, gewenste kwaliteit, de te accepteren risico’s van onze inzet en de hieraan verbonden middelen. Vanuit uw raden en staten is via zienswijzen verzocht om actief betrokken te worden bij dit proces om op deze wijze ook invulling te geven aan hun kaderstellende rol.
Omdat de U&H-strategie door de gezamenlijke deelnemers wordt opgesteld, verzoeken wij u in het proces van totstandkoming nadrukkelijk aandacht te besteden aan deze zienswijze vanuit uw raden en staten.
2
Begrotingswijziging Het jaarprogramma wordt verwerkt in een ontwerpbegrotingswijziging 2024. In de begrotingswijziging wordt o.a. het effect van de Omgevingswet en de bijstelling van de vraag van de deelnemers verwerkt. We hebben met elkaar afgesproken dat iedere deelnemer uiteindelijk betaald voor datgene wat deze afneemt. Dat wil zeggen de werkzaamheden voor het jaarprogramma en de extra opdrachten die de RUD Drenthe uitvoert voor iedere deelnemer. Deze verrekening vindt achteraf plaats op basis van het uurtarief. 10-jarig jubileum RUD Drenthe Ons werk staat vol in de belangstelling en we zijn uiteraard graag bereid u een toelichting te geven wanneer uw College/ Raden/ Staten hierom verzoeken. We tonen in dit jubileumjaar graag hoe onze professionals met trots en passie zorgen voor het verbeteren van de Drentse omgevingskwaliteit. De RUD Drenthe is in 10 jaar tijd opgebloeid tot een stabiele omgevingsdienst. Het kwaliteitsniveau is iets om trots op te zijn! Hoogachtend, Het dagelijks bestuur van de RUD Drenthe,
De voorzitter, R.H. Meijer
de secretaris, M. Heidekamp-Prins
Bijlagen: Jaarprogramma RUD Drenthe 2024
3
10 JAAR
Jaarprogramma 2024
REGIONALE UITVOERINGSDIENST DRENTHE
Colofon De RUD Drenthe is de omgevingsdienst voor de inwoners en bedrijven van Drenthe. We hebben de milieukennis en -kunde, zijn betrouwbaar, innovatief en toekomstgericht. Samen met onze partners dragen we proactief en resultaatgericht bij aan een belangrijke taak: een schoon en veilig Drenthe. Nu én voor de volgende generaties.
Uitgave 11 april 2024 Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe Postbus 1017 9400 BA Assen 0800-9102 www.ruddrenthe.nl Regiegroep@ruddrenthe.nl Fotografie Voorwerk: Rudmer Zwerver - p3 BDLook p5 GLF Media - p6 Henk Osinga Photography - p8 Andrei Metelev p14, p18 en p23 Jan Duker - p22 Ronald Wilfred Jansen p26 Viachaslau Krasnou - overige: eigen werk RUD Drenthe
Voorwoord
In dit Jaarprogramma 2024 beschrijven we de werkzaamheden die we voor onze 13 Drentse deelnemers uitvoeren.
De nieuwe Omgevingswet zorgt voor een grote verandering van ons werk. Het is een ‘transitiejaar’, waarin we samen ervaring opdoen in het werken met de Omgevingswet. Met een impactanalyse zijn de effecten op het Drentse milieutakenpakket in beeld gebracht. De inschatting is conform het landelijke beeld; de Omgevingswet leidt tot een toename van benodigde uren. Uiteraard gaan we de daadwerkelijke effecten goed monitoren en evalueren. De noodzaak om gezamenlijk uitvoeringskeuzes te maken is evident. Hiermee kunnen effecten worden gedempt. Hiernaast hebben we een prioriteitenladder om de beschikbare personele capaciteit effectief in te zetten. De opgave voor 2024 is groter dan we kunnen realiseren. Dit Jaarprogramma is gebaseerd op een realistische haalbare groei. Deze aanpak garandeert een rustiger en zekerder verloop van de productie. Nieuw dit jaar is dat de extra opdrachten integraal onderdeel zijn van de jaarprogrammering, en direct meegenomen worden in de Begrotingswijziging. Door in de opbouw van de deelnemersbijdrage vooraf rekening te houden met vraag gestuurde projecten, vaak opdrachten van groot politiek belang, is er geen facturatie achteraf benodigd.
We tonen in dit jubileumjaar graag hoe onze professionals met trots en passie zorgen voor het verbeteren van de Drentse omgevingskwaliteit. We hebben de expertise ervoor in huis. We zijn zichtbaar aanwezig en dragen op proactieve wijze bij aan maatschappelijke thema’s zoals klimaatadaptatie of milieucriminaliteit. De RUD Drenthe is in 10 jaar tijd opgebloeid tot een stabiele omgevingsdienst. Het kwaliteitsniveau is iets om trots op te zijn! Optimale ketensamenwerking en tijdige bestuurlijke besluitvorming zijn essentieel om een maximaal resultaat te behalen. In mooi Drents gezegd “Aj wat veur mekaar kriegen wilt, moej samenwarken”. Verbinden en bundelen, zoals de geest van de Omgevingswet is bedoeld, creëert immers het meeste milieurendement. Heeft u aanvullende vragen, stel ze dan gerust. Want samen zorgen we voor een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. Nu én voor de volgende generaties. Robert Meijer en Marjan Heidekamp, Voorzitter en secretaris dagelijks bestuur Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 3
Inhoud 1 DE OMGEVINGSWAARDEN Afval Bodem Duurzaamheid Geluid Licht Lucht Omgevingsveiligheid
6 7 7 9 10 10 11 11
2 DIENSTVERLENING 2.1 Keuzes en uitgangspunten 2.2 Opgave 2.3 Dienstverlening 2.3.1 Vergunnen, besluiten, melden en ontheffen 2.3.2 Toezicht en handhaven 2.3.3 Klachten en handhavingsverzoeken 2.3.4 Informeren en beoordelen 2.3.5 Adviseren en toetsen 2.3.6 Bezwaar en beroep 2.3.7 Projecten en meerwerk
13 13 16 16 17 17 18 18 19 19 19
3 ORGANISATIE 3.1 Ontwikkelingen 3.2 Informatievoorziening
20 20 22
4 PERSONEEL 4.1 Capaciteit 4.2 Productiviteit 4.3 Opleiding
24 24 24 25
5 FINANCIËN 5.1 Realistisch programmeren 5.2 Resultatenrekening 5.3 Uurtarief
26 26 26 27
BIJLAGEN Bijlage A Overzicht per deelnemer van de urenraming Bijlage B Extra opdrachten in 2024 bijlage C Deelnemersbijdrage 2024 - urenspecificatie Bijlage D Deelnemersbijdrage 2024 – in euro’s Bijlage E Definitielijst
28 28 29 31 31 32
4
Leeswijzer
Het is een speciaal jubileumjaar: de RUD Drenthe bestaat in 2024 precies 10 jaar. We zetten onze expertise daarom in dit Jaarprogramma in de kijker.
Het rendement van onze inzet op de omgevingswaarden afval, bodem, duurzaamheid, geluid, licht, lucht, en omgevingsveiligheid staat centraal in al ons handelen. Uit de eerste hand vertellen in Hoofdstuk 1 enkele professionals met trots en passie wat zij tegenkomen in het veld. Hoofdstuk 2 gaat over ons takenpakket in 2024. Door opgavegericht te werken brengen we focus aan in de totale opgave. Er is goed onderzoek gedaan om een evenwichtig Jaarprogramma samen te stellen en aan alle ambities tegemoet te komen. De uitvoeringskeuzes dempen de impact van de Omgevingswet enigszins maar we hebben een verplicht takenpakket binnen een wettelijk kader uit te voeren. Monitoren en periodiek evalueren is noodzakelijk om de aannames in de praktijk te toetsen. Dit jaar wordt het helder en navolgbaar onderbouwen van afwijkingen of stijgingen belangrijker dan ooit. Om onze accounthouders, eigenaren en andere opdrachtgevers hierin goed mee te nemen bieden wij een digitaal dashboard aan. Het is een systeem met deelnemer specifieke detailinformatie over de realisatie, effecten en kosten van onze inzet. We benoemen in Hoofdstuk 3 enkele inhoudelijke speerpunten van ons Jaarprogramma. Want hoewel de producten en procedures voorbereid zijn op de nieuwe
Omgevingswet, werken we de komende jaren ook nog ‘gewoon’ aan zaken die vallen onder het overgangsrecht. We gaan intensiever inzetten op risico gericht samenwerken in de keten. En we gaan aan de slag met de verbeterstappen uit het visitatierapport 2023. Als het gaat om de VTH-robuustheidscriteria hebben we aandacht voor innovatiekracht en wendbaarheid voor alle lange termijn ontwikkelingen die op onze dienst afkomen. In hoofdstuk 4 wordt op het personele aspect ingegaan. Realistisch programmeren met toepassing van bandbreedtes geeft grip. We zien dat de opschaalmethodiek ons vorig jaar goed faciliteerde in de benodigde groei. Deze aanpak wordt in 2024 gecontinueerd. Vanwege de effecten van de Omgevingswet moeten onze medewerkers hun werkzaamheden prioriteren. De bestuurlijk afgestemde volgorde van werkzaamheden in geval de vraag de capaciteit overstijgt, helpt hier goed bij. Met dit Jaarprogramma 2024 werken we aan een betrouwbare en toekomstgerichte uitvoering van al onze milieuactiviteiten. Het vertrouwen dat onze partners daarbij hebben uitgesproken, is een goede basis om optimaal bij te dragen aan een schoon en veilig Drenthe. De kosten en baten van deze inspanningen zijn opgenomen als Hoofdstuk 5 en de bijlagen. 5
1 De omgevingswaarden
Hoe hebben we als omgevingsdienst de meeste impact op thema’s die dagelijks in de krant staan? We hebben te maken met een sterk veranderende omgeving waarin volop wordt geïnvesteerd en het milieu steeds meer aandacht krijgt. De RUD Drenthe werkt aan de hand van zeven omgevingswaarden: afval, bodem, duurzaamheid, geluid, licht, lucht en omgevingsveiligheid. Om de kwaliteit van de leefomgeving te beoordelen zijn voor elke omgevingswaarde een bepaalde meetbare wettelijke of lokale kwaliteit vastgelegd. We gingen de organisatie in om de rode draad te vinden. Dit verhaal verbindt medewerkers, opdrachtgevers en andere belanghebbenden met elkaar. Onze professionals zeggen met trots en passie; “Ik werk aan een schoon en veilig Drenthe”.
6
1 De omgevingswaarden
AFVAL Afvalbeheer speelt een steeds grotere rol in Nederland en dus ook voor onze dienst. Afvalstoffen die vrijkomen via de lucht of het water, zogenaamde emissies, moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Zij zijn belastend voor het milieu en vormen een gezondheidsrisico. Tijdens onze bedrijfscontroles en bij vergunningverlening besteden we aandacht aan preventie, inzameling, opslag en allerlei vormen van verwerking van afvalstoffen. In de omgevingsvergunningen voor bedrijven nemen wij regels op om te zorgen dat er geen risicovolle emissies plaatsvinden. We hebben ook aandacht voor re- en upcycling en verbetering van de circulaire economie. Er wordt in kaart gebracht welke afvalstromen geschikt zijn als grondstof. Deze nieuwe werkwijze vervangt de huidige afvalbeheerregels, zoals beschreven in het Landelijk Afvalbeheersplan (LAP). We controleren ook door de hele afvalketen om de risico’s van fout of milieubedreigend gebruik van afvalstoffen en milieucriminaliteit laag te houden.
Edwin Belt vertelt hoe zijn werk voor een schone en veilig milieu hem dagelijks bezighoudt. “We worden door onze ketenpartners actief bevraagd en zijn goed geïnformeerd als het gaat om ontwikkelingen in de branche. Iedere gemeente heeft zijn eigen problematiek, afhankelijk van het type leefomgeving. Dat vraagt om maatwerk. Onze inzet bij agrarische bedrijven in plattelandsgemeenten verschilt van de betrokkenheid die we hebben bij industriële activiteiten in stedelijk gebied. En die diversiteit in kennis en ondersteuning, dat is de kracht van de RUD Drenthe”. “Ik vind het mooi als ik mensen kan verbinden en ben graag maatschappelijk betrokken. Ik coördineer piket, ketentoezicht en het thema ondermijning. Mijn inzet is dus echt ten bate van Drenthe. Als het gaat om afval, weet de RUD Drenthe van de hoed en de rand “. Edwin ziet nog een verbetering bij het benutten van de expertise die in huis is. “Wij hebben steeds meer en beter zicht op de keten van afval van gebruiker tot eindverwerker. We weten bijvoorbeeld welke risico’s spelen bij de opslag van gevaarlijke stoffen. Het unieke is de overstijgende blik over gemeentegrenzen en partijbelangen heen. Want wij werken samen met andere diensten en inspecties. Uniformiteit geeft efficiency, maar met wat vrije ruimte kunnen we focussen op dat wat in die situatie het beste helpt.
Enige handelingsruimte komt de kwaliteit van het werk ten goede”, aldus Edwin. Edwin Belt, Adviseur Toezicht en Handhaving
BODEM Bodem, ondergrond en grondwater zijn belangrijke onderdelen van de fysieke leefomgeving. Samen zijn ze onderdeel van het ecosysteem en leveren ze een verscheidenheid aan diensten en producten aan de maatschappij zoals voedsel, biodiversiteit, delfstoffen, drinkwater, energie en opslagruimte voor (duurzame en fossiele) energie. Een schone vitale bodem en schoon grondwater is van levensbelang. Een actueel onderwerp zijn stoffen die de bodem verontreinigen zoals drugsafval, ZZS en PFAS. Het kabinet wil water en bodem sturend laten zijn bij beslissingen over de inrichting van ons land. We vinden het belangrijk om dit soort actualiteiten te volgen en onze uitgebreide bodemkennis regio-overstijgend te delen met alle ketenpartners. We handelen meldingen en vergunningen voor gesloten bodemenergiesystemen af. Met de komst van de Omgevingswet zijn ook de taken voor de open bodemenergiesystemen opgenomen in het basistakenpakket van omgevingsdiensten. En we houden toezicht op de aanleg en het gebruik van deze systemen. Verder is de beoordeling van bodemonderzoeken voor bijvoorbeeld bouwaanvragen, ruimtelijke plannen of omgevings vergunningen een belangrijke taak. 7
1 De omgevingswaarden
De Omgevingswet heeft impact op bijna alle bodemtaken. Wij nemen daarom deel aan vooroverleg en toetsen/ beoordelen de meldingen en verzoeken. Onze adviseurs beoordelen of de plannen aan de eisen voldoen en de toezichthouders controleren onder andere of saneringswerkzaamheden, toepassen van grond en baggerspecie of grondverzet correct en volgens planning worden uitgevoerd. Gemeenten worden in 2024 in grotere mate verantwoordelijk voor de bodemkwaliteit. De provincie blijft bevoegd gezag voor gevallen die onder het overgangsrecht vallen. Hiervoor geldt dat de Wet bodembescherming (gedeeltelijk) van toepassing blijft. Dit gaat bijvoorbeeld om lopende saneringen en nazorglocaties waarbij monitoring en beheersing van risico’s uitgevoerd wordt. Ook blijven wij namens de provincie de rol vervullen als gebiedsbeheerder gebiedsgericht grondwaterbeheer. Overgangsrechtwerkzaamheden voeren wij uit met behulp van de jaarplannen van de provincie en de gemeente Emmen. Milieubelastende activiteiten met grondverzet en bodemverontreinigingen die niet vallen onder het overgangsrecht komen onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten te vallen door de invoering van de Omgevingswet. Een uitzondering hierop is het saneren van grondwater. Hiervoor blijft de provincie bevoegd gezag.
“Ik ben als toezichthouder veel in de regio aanwezig. Mijn drijfveer is zorgen dat de bodemkwaliteit behouden blijft. We doen het best wel goed in Nederland. Er is aandacht voor circulariteit van afvalstromen, hoewel we niet bij alles al weten wat de effecten over 20 of 30 jaar zijn. Er wordt gauw gezegd; stop maar in de grond. Maar sommige activiteiten zijn onomkeerbaar. Juist het voorkomen hiervan, maakt mijn vak mooi.”, aldus Herman Walda. “We zijn de enige overheidsorganisatie in Drenthe met bodemkennis. 10 jaar geleden is deze expertise centraal bij de RUD Drenthe ondergebracht. We hebben onze teams gebiedsgericht ingedeeld. Zo bouw je sneller een netwerk op, weet je bij wie je moet zijn. In mijn werk heb ik veel te maken met handhaving en toezicht op bodemsaneringen maar ook ongewoon voorvallen, zoals een tank die op zijn kant ligt. Dan moet je snel handelen om een verontreiniging 8
1 De omgevingswaarden
te voorkomen. Met de bevoegd gezagen is het prettig samenwerken om bijvoorbeeld een wegafsluiting of andere veiligheidsmaatregel uit te kunnen voeren. Ik probeer altijd vanuit het perspectief van inwoners iets zo snel mogelijk op te lossen. Met de komst van Omgevingsplannen onder de nieuwe Omgevingswet zijn we aan het kijken hoe we op vlak van toezicht en handhaving tot eenduidige uniforme toepassingsmogelijkheden van grond kunnen komen. De RUD Drenthe biedt in die zin echt meerwaarde. Als collectief kunnen we een hogere kwaliteit van de leefomgeving garanderen”. Herman Walda, Toezichthouder bodem
DUURZAAMHEID Een duurzame samenleving kunnen we alleen realiseren als we energieneutraal gaan leven. Als omgevingsdienst hebben wij een belangrijke rol om alle ontwikkelingen bij dit thema nauwgezet te volgen. Zo houden wij toezicht op de energiebesparingsplicht bij bedrijven. Voor het toezicht op het vereiste energielabel C van kantoorgebouwen is met 2 deel nemers een werkafspraak gemaakt. Een nieuwe taak is het toezicht op de CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit voor organisaties die meer dan 100 medewerkers in dienst hebben. In 2024 starten we de procesmatige voorbereidingen hiervoor. Landelijk is vastgelegd dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en water-robuust moet zijn. Bij de uitvoering van onze vergunningverlening- en toezichtstaak hebben we volop aandacht voor beperking van de uitstoot van schadelijke stoffen. Provinciaal is de doelstelling uitgesproken om energieneutraal te zijn. Met onze kennis op gebied van bijvoorbeeld warmte/koudeopslag, windmolens, warmtepompen of zonne-energie kunnen we een belangrijke bijdrage leveren aan deze maatschappelijke opgave. We helpen mee door te adviseren, voorschriften in vergunningen op te nemen en toezicht te houden bij bedrijven.
“Ik houd toezicht op energiebesparende maatregelen. Het werk is divers. Ik kom bij allerlei verschillende bedrijven en instellingen over de vloer om te controleren op de naleving van de landelijk geldende regels inzake energiebesparing,” aldus Jochen Dijkshoorn. “Ons team handelt de informatieformulieren die we van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) ontvangen af. De technische kant van energietoezicht vraagt om echte specialisten. We hebben een stabiele basis van actuele energiebesparingskennis opgebouwd in de afgelopen jaren. Maar je moet zorgen dat je bijblijft met ontwikkelingen als bijvoorbeeld warmtepompen en energieopslagbatterijen. Innovaties gaan zo snel. We weten welke type bedrijven onder de energiebesparingsplicht vallen. Vanwege de wettelijke controlefrequentie komen we geregeld terug. We zien bij toezichtbezoeken gelukkig steeds vaker dat bedrijven zelf al na hebben gedacht over toepassingsmogelijkheden. Op strategisch niveau zijn we bezig met de vraag hoe de RUD Drenthe de beste bijdrage aan het thema duurzaamheid kan leveren. Alle beetjes bij elkaar helpt een boel. Gezamenlijk pakken we zo de uitdagingen die de energietransitie met zich meebrengt aan.” Jochen Dijkshoorn, Toezichthouder energie
9
1 De omgevingswaarden
GELUID Geluid is een belangrijke omgevingswaarde in het milieu omdat geluid(overlast) vervelend kan zijn. Het kan zelfs effect hebben op onze gezondheid. Daarom zijn er regels voor geluid. Onze specialisten houden toezicht op het naleven daarvan en bij klachten komen we langs met professionele meetapparatuur. Bovendien leveren we met ons advies een bijdrage aan omgevingsplannen en omgevingsvergunningen. Met specifieke kennis van industrielawaai en geluidzonering, weg- en verkeerslawaai, geluid afkomstig van evenementen, sloop- en bouwactiviteiten, warmtepompen, windturbines en laagfrequent geluid maken we berekeningen. Ook trillinghinder, bijvoorbeeld door toename van verkeers bewegingen hoort bij geluidshinder. We beoordelen akoestische onderzoeken en toetsen aanvragen voor het vliegen met een drone aan de geluidsregels in de Wet luchtvaart (de TUG- ontheffing, tijdelijk en uitzonderlijk gebruik).
“Ik ben betrokken bij de uitbereiding van racketclubs met padelbanen. Dit geluid kan gevoelig liggen bij omwonenden. Daardoor is er veel samenwerking nodig tussen de RUD Drenthe en de gemeenten. Zeker bij ruimtelijke procedures kan het zijn dat er per gemeente anders wordt gedacht over het invullen van de ruimte. We sluiten daarom aan bij regio overleggen en omgevingstafels. Zo horen we over nieuwe ontwikkelingen voordat een aanvraag als zaak in ons systeem komt. Dit maakt mijn inzet direct efficiënter”. Aan het woord is Nicole Bloemberg. “Wat ons uniek maakt is de hoeveelheid verschillende expertise die in huis is. Onze adviseurs hebben soms een heel specifieke achtergrond, bijvoorbeeld expertise die nodig is voor windmolens of bouw akoestiek. Ik vind het leuk naar het gehele plaatje van geluid- en gezondheidsaspecten te kijken. Zo heb ik geadviseerd bij de oprichting van een kinderopvang langs een drukke provinciale weg. Bij een kinderopvang is alleen de slaapkamer een geluidgevoelige bestemming volgens de Wet geluidhinder. Als we voorbij de reguliere wetgeving kijken, constateer je dat het continu horen van langsrijdende auto’s ook invloed heeft op andere ruimtes. Deze integrale blik op de leefomgeving biedt mij als starter uitdaging en maakt het werk bij de Omgevingsdienst erg interessant. Zo maak ik het verschil voor Drenthe!” Nicole Bloemberg, junior Adviseur geluid
LICHT Licht is een nieuwe omgevingswaarde. Denk hierbij aan het groeien van planten in kassen, bij bewaking van bouwterreinen, en bij uitingen van reclame. De uitstraling van licht kan de Omgeving negatief beïnvloeden. In de wetgeving wordt voornamelijk assimilatieverlichting, verlichting van sportaccommodaties en slagschaduw vermeld. Overige situaties waarbij het lichtaspect een rol speelt worden middels het zorgplichtartikel voor de bescherming van de duisternis en donkerte afgevangen, waarbij de ecologische zones en bijbehorende grenswaarden uit Richtlijn Lichthinder 2020 als leidraad worden gebruikt. Hinder is daarbij vooral vanuit het zorgplichtartikel een aandachtspunt. De RUD Drenthe voert hiervoor werkzaamheden uit. Te denken valt aan advisering van gebiedsindeling op basis van ecologische zones conform de Richtlijn Lichthinder 2020, integraal advies ten behoeve van vergunningverlening én advisering in het kader van beleidsvraagstukken, omgevingsvisies en omgevingsplannen. Naast advies rondom het aspect licht behandelen wij ook klachten waar indien nodig metingen voor worden verricht, en rapportages over worden opgesteld. Het uitgangspunt binnen de Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe is het voorkomen van lichthinder waarbij het behoud van duisternis en donkerte het uitgangspunt is. 10
1 De omgevingswaarden
LUCHT Geur kan voor veel overlast zorgen en vervuilde lucht is schadelijk voor het milieu en de gezondheid. Nieuwe ontwikkelingen waaronder de Wet natuurbescherming (Wnb), de stikstofcrisis, of het opstarten van omgevingsvisies zorgt voor een toename in lucht adviezen. Een aantal regels voor lucht verschuift met de komst van de Omgevingswet naar het gemeentelijke omgevingsplan. Verder voorzien we het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) van informatie over de Drentse luchtkwaliteit. Voor de provinciale inrichtingen en gemeentelijke bedrijven verzorgen we de inventarisatie en beoordeling van luchtadviezen. Ook doen we onderzoek naar en adviseren over de lucht kwaliteit samen met de provincie in het Schone Lucht Akkoord. Te denken valt aan fijnstof. Dit zijn kleine deeltjes in de lucht die ontstaan bij industriële of agrarische bedrijven zoals pluimveehouderijen maar ook bij paasvuren, houtkachels en het afsteken van vuurwerk. Bovendien zijn er nog veel bedrijven die schadelijke stoffen gebruiken waar wij op toezien.
Luchtadviseur Sander Kamp vertelt: “Ik werkte eerder voor een adviesbureau en adviseerde met name industriële bedrijven. Deze bedrijven zijn vaak op zoek naar de rek en ruimte binnen wet- en regelgeving. Ik weet aan welke “knoppen” adviesbureaus draaien. Die voorkennis, kijken vanuit verschillende perspectieven, daar heb ik profijt van in mijn werk bij de RUD Drenthe. Het is uitdagend om zoiets ongrijpbaars als lucht of geur inzichtelijk te maken, en een bedrijf te begeleiden bij het treffen van maatregelen wanneer wij een overschrijding constateren. We moeten echt het veld in om bij een vergunningsactiviteit of handhavingssituatie te verifiëren of dat aan voorschriften wordt voldaan. Van maar een beperkt aandeel emissiebronnen in Drenthe is bekend wat de omvang van de emissie is. We zijn nog lang niet klaar met inventariseren, adviseren en controleren. En in een overlastsituatie moet wel snel gehandeld kunnen worden. We willen daarom de regionale luchtkwaliteit nog beter in kaart brengen. Nu laten de landelijke grootschalige kaarten niet of nauwelijks details voor Drenthe zien. Het lijkt daardoor dat we overal in Drenthe schone lucht hebben en ruim onder de huidige grenswaarden zitten. Dit beeld is niet gebaseerd op een compleet en actueel bronbestand. We weten dat de grenswaarden voor luchtkwaliteit in de toekomst nog verder aangescherpt gaan worden.
Als je antwoord wilt op de vraag hoe we er in Drenthe voor staan, heb je met actuele data een betere advies kwaliteit. De gemeente kan de informatie ook gebruiken bij de vorming van omgevingsplannen. Win-win als je het mij vraagt.” Sander Kamp, Adviseur luchtkwaliteit en geur
OMGEVINGSVEILIGHEID Gezond en veilig wonen, werken en recreëren in Drenthe, maar tegelijkertijd ruimte geven aan economische groei valt onder het domein van omgevingsveiligheid. Daarin zijn we een schakel tussen de provincie, gemeenten, vuurwerkbedrijven, brancheorganisaties, brandweer, politie én justitie. We adviseren omtrent het gebruik, de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen en de veiligheid van milieubelastende activiteiten. Onze professionals houden de voortdurend veranderende wetgeving nauwgezet bij. Zij leveren expertise op het gebied van explosieven en vuurwerk, ontvlambare vloeistoffen, licht ontvlambare gassen en toxische producten We werken met hulpdiensten samen aan (toezicht op) calamiteitenplannen. Ook nieuwe duurzame energiebronnen moeten getoetst worden aan omgevingsveiligheid. Denk bijvoorbeeld aan de realisatie van waterstof-afleverpunten, hogedruk waterstoftransportleidingen of afleverpunten van LNG (Liquid 11
1 De omgevingswaarden
Natural Gas). Nieuwe manieren voor het opwekken van duurzame energie leiden ook tot aanpassingen in het elektriciteitsnetwerk. Voorbeelden daarvan zijn boven- en ondergrondse spaarbekkens, pompcentrales, koudeen warmteopslag en elektriciteitsopslagsystemen met Lithium-ion accu’s. Branden van energie opslagsystemen zijn lastig te blussen. Ze kunnen ook geluidsoverlast of bodemverontreiniging veroorzaken. Wij adviseren over de opslag, het opstellen van regels en de controle hierop.
Henk Zwiers verteld over zijn taak als adviseur. “Hoewel veel van wat we doen maatwerk is probeer ik altijd wel een gelijk speelveld in stand te houden. Je moet reëel blijven in de advisering, want je kunt niet alle huizen als bunkers bouwen. Dat is het mooie van mijn werk: erop toe zien dat de situatie zo veilig mogelijk is en toch ook betaalbaar blijft. Neem als voorbeeld explosie werende beglazing. Dat voorschrift vaardig je niet uit bij een gehele woonwijk. Een bouwopgave voor woningen gaat op die manier niet lukken. De gemeente heeft een groot eigen afwegingskader of iets verantwoord is voor een populatie op een specifieke plek. Onder de Omgevingswet is het nóg belangrijker vroeg in het voortraject advies te kunnen geven. Normen blijven hetzelfde maar de wijze van beoordelen van risicobronnen veranderd. Onder de Omgevingswet krijgen we namelijk te maken met brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebieden. Met de Veiligheidsregio hebben we al een werkwijze van vooroverleg en je ziet dat deze aanpak werkt. Ik houd van korte lijntjes. Mijn vakgebied kent veel verschillende partners waarmee samengewerkt wordt. De milieubelastende activiteiten waarvoor gemeenten bevoegd gezag zijn worden door ons in een landelijk register vastgelegd. Ook het transport van gevaarlijke stoffen over spoor, weg en buisleiding wordt landelijk bijgehouden.
De RUD Drenthe heeft zicht op alle risicovolle MBA’s via een kaartviewer genaamd de ‘Atlas leefomgeving’. Je ziet, we zijn echt onderdeel van een keten. De Veiligheidsregio komt in actie als er een calamiteit bij een risicobron plaatsvindt maar voorkomen is beter dan genezen. Ik ben als kennismakelaar lid van het ‘landelijk overleg veilige leefomgeving’ en hoor daar veel over actualiteiten op gebied van externe veiligheid. Door de RUD Drenthe al vanaf de tekentafel preventief te betrekken benut je onze kennis over een gezond en veilig Drenthe direct uit de eerste hand”. Henk Zwiers, Adviseur Externe Veiligheid
12
2 Dienstverlening
Een eenduidige opgave waarop de programmering en begroting kan worden gebaseerd, is dit jaar lastiger dan ooit tevoren. Dat is wel noodzakelijk om een adequate organisatie in te richten en de verwachtingen van onze deelnemers waar te kunnen maken. In dit hoofdstuk leest u hoe we de opdrachtportefeuille programmeren in het transitiejaar 2024.
2.1 KEUZES EN UITGANGSPUNTEN We krijgen te maken met een nieuw wettelijk kader voor een aantal producten en diensten. We voorzien daarvan impact op de uitvoering van ons werk. Om hierop te anticiperen zijn de verschillende effecten geanalyseerd. Denk daarbij bijvoorbeeld aan kostenverhogende factoren, maar ook hoe bestuurlijke en milieurisico’s moeten worden ingeschat. Niet alle effecten treden per 1 januari op, niet alles kan worden afgehandeld zoals we gewend waren en niet voor alles zijn direct extra financiële middelen benodigd. Duidelijk is wel dat voor alle deelnemers een stijging van inzet en lasten wordt voorzien.
capaciteit is niet zomaar beschikbaar. Om deze impact op de benodigde uren te dempen zijn uitvoerings keuzes gemaakt. Met de uitvoeringskeuzes kan het effect gedempt worden naar 9%. Onze opgave is groter dan we met onze huidige formatie en verwachte groei kunnen realiseren. In het Jaarprogramma hebben we 5% van de structurele effecten kunnen verwerken. Daarom is het van belang om de werkzaamheden te prioriteren. Zowel de geschatte impact, de uitvoerings keuzes en de prioriteringsmatrix zijn bestuurlijk afgestemd. Aan het eind van 2024 weten we met elkaar een stuk meer. Het is daarom van belang om wendbaar te programmeren, goed te monitoren en tijdig te reflecteren op deze gecalculeerde aanname.
Na grondig onderzoek en afstemming wordt voor invoeringsjaar 2024 een geschatte impact van 18% op de dienstverlening van de RUD Drenthe voorzien. Deze 13
2 Dienstverlening
We kunnen bij een stijging van het werk optimaal effectief zijn door toepassing van de volgende uitgangspunten: • Met een zakelijker insteek te werken • Bodemtoezicht bij WKO-systemen af te schalen. • Onderscheid te maken in urgente - en niet urgente klachten. • In geval van procedures te kiezen voor integraal - of specialistisch advies. • Alleen nog op verzoek juridisch te toetsen. • Enkel de milieu impact te bekijken bij een samen gestelde zaak. • Handhavingsverzoeken in geval van strijdigheid met RO-beleid terug te geven. • Alleen nog uniform beleid te formuleren (in de nieuwe U&H strategie, verwacht december 2024). • LHS-kwalificaties naar de praktijk vertalen; een herziene standaard levert in minder aantal van de gevallen de noodzaak tot handhavingsinzet op. Met een lichtere interventie, dus een waarschuwingsbrief i.p.v. een vooraankondiging, wordt juridische inzet verminderd. • Voor alle milieutaken zoveel mogelijk risicogericht te werken. Zo kunnen bv. meer meldingen dministratief afgehandeld worden.
14
Werkzaamheden worden, in aanvulling hierop, ook geprioriteerd om te zorgen dat de beschikbare capaciteit optimaal wordt benut. Wanneer sprake is van een tekort aan capaciteit vervallen activiteiten met een lagere prioriteit. We nemen hierbij de wettelijke verplichting ten aanzien van de uitvoering van de taken in acht. Keuzes zijn mede afhankelijk van de beschikbare kwalitatieve capaciteit (benodigde typen functies). Extra opdrachten vanuit deelnemers worden ook geprioriteerd op basis van de prioriteitenmatrix. Deze opdeling geeft 13 hoofdonderwerpen waarlangs de programmering van de opgave plaatsvindt. Het geeft de organisatie grip, en onze medewerkers houvast. Zo is vooraf duidelijk welke zaken met voorrang worden opgepakt.
2 Dienstverlening
Dat ziet er als volgt uit: TABEL 1 PRIORITERING WERKZAAMHEDEN 2024 PRIORITEIT ONDERWERP
SUB-ONDERWERPEN
TOELICHTING
1
Urgente thema’s
Pfas Indirecte lozingen ZZS BBT-conclusies Wettelijke kaders
Op basis van het jaarprogramma, verplichtingen vanuit het Rijk en externe ontwikkelingen worden gezamenlijk de urgente thema’s bepaald.
2
Voorlopige voorzieningen
3
Handhavings trajecten
4
Klachten en Voorvallen
5
Bezwaar, beroep en hoger beroep
6
Hercontroles
7
Verkennen en begeleiden initiatief
8
Toezicht vergunningen
Toezicht • RGT milieu • Overig milieu • WBB • Vrije veld • BBK • WKO Vergunningen • Regulier • Uitgebreid
Uitvoeren toezicht heeft een lager milieurisico dan hercontroles en heeft daarom een lagere prioriteit. In het kader van het beperken van milieurisico’s hebben vergunningen voorrang op integraal advies en meldingen.
9
Integraal advies
Adviezen t.b.v. vergunnningen RO Omgevingsvisie Omgevingsplannen Beleidsadvies
Advisering bij omgevingsplannen heeft een relatief hoge prioriteit, maar is planbaar.
10
Meldingen
11
Monitoring
12
Actualiseringen
Actualiseringen hebben een beperkt risico en kunnen programmatisch worden opgepakt.
13
Informatie verzoeken / WOO-verzoeken
Informatieverstrekking (beantwoorden van vragen, beoordelen van rapporten en documenten) heeft een lage prioriteit. WOO-verzoeken hebben een lage prioriteit.
In het kader van termijnen en het beperken van risico’s hebben voorlopige voorzieningen een hoge prioriteit. Spoedeisende bestuursdwang Bestuursdwang Last onder dwangsom (LOD) Voorlopige Last onder dwangsom (VLOD) Gedoogverklaring
Handhavingstrajecten hebben een hoog risico afhankelijk van de milieu-impact. Het is niet vraag gestuurd en ook niet planbaar maar wel wettelijk verplicht (Landelijke Handhavingsstrategie). Indien de vraag het programma op deze onderdelen overschrijdt dan spreken we van (on)voorzien meerwerk. Ook dit is 1ste prioriteit. Deze producten hebben om milieurisico’s te beperken een hoge prioriteit. Voor het behandelen van klachten is een prioriteiten matrix opgesteld. Niet urgente klachten krijgen een lage prioriteit.
Hercontroles lopende handhavingsverzoeken 1e hercontroles
In het kader van het beperken van milieurisico’s hebben deze producten prioriteit 2. Hercontroles op lopende handhavings trajecten gaan voor op 1ste hercontroles vanuit toezichtzaken. Om het vergunningsproces zo soepel mogelijk te laten verlopen, hebben verzoeken voor een omgevingstafel een hoge prioriteit.
Meldingen hebben een kleiner risico dan vergunningsprocedures of verzoeken voor integraal advies. Dit product wordt risicogericht opgepakt. Verplichte metingen
Verplichte metingen hebben een beperkt risico.
15
2 Dienstverlening
Op uitvoerend niveau zijn we goed voorbereid. We hebben zaaktypen aangepast in ons ICT-systeem, interne procedurebeschrijvingen zijn aangepast van inrichting naar milieubelastende activiteiten en ook de Producten en Dienstencatalogus (PDC) is aangepast op de nieuwe wet.
2.2 OPGAVE INVENTARISATIE OPGAVE Onze opdrachtgevers hebben verzocht om risico gericht asbesttoezicht en energietoezicht op aanvaardbaar niveau te brengen. Bovendien is er geadviseerd om de uren voor RGT (gemeentelijke bedrijven) tussen 2022 en 2025 op niveau te brengen. De Provincie heeft ervoor gekozen om de kwaliteit direct op niveau te brengen. De gemeentelijke opdrachtgevers hebben uit financiële overwegingen voor een tussenoplossing gekozen. Voor de Provincie is er dus geen sprake van een groeimodel, voor gemeenten wel. De groeimodeluren voor RGT en Energie waren reeds opgenomen in de Begroting voor 2024 en integraal onderdeel van de totale productie 2024. Voor RGT is daarom 3.273 uur en voor Energie 1.400 uur opgenomen. Komend jaar verwachten we dat we in de planning ook 6.175 uur aan gepland meerwerk en 5.140 uur aan extra opdrachten moeten meenemen. Tot slot was de raming voor het inwerking treden van de Omgevingswet 9% (11.583 uur, zie Impactanalyse). De totale inventarisatie van de opgave komt uit op 226.187 uur. JAARPROGRAMMA 2024 Deze opgave is groter dan we met de huidige formatie en de verwachte groei kunnen realiseren. Het Jaarprogramma gaat uit van een realistisch en haalbaar niveau, rekening houdend met de krapte op de arbeidsmarkt en de tijd welke gemoeid gaat met het inwerken van medewerkers en opleiden van trainees.
In overleg met de opdrachtgevers is afgesproken dat er op onderdelen wordt afgeschaald t.o.v. de opgave. Zo schuift 3.273 uur ten behoeve van RGT door naar 2025. Verder zijn de extra opdrachten aangepast naar 5.140 uur. Tot slot wordt voor de impact Omgevingswet rekening gehouden met 5% hetgeen 6.435 uur inzet vraagt. 16
Naast de direct productieve uren hebben we indirecte uren. Dit zijn uren die we besteden aan werkzaamheden en projecten die bijdragen aan het e fficiënter en effectiever maken van de organisatie. De belangrijkste benoemen we in hoofdstuk 3. Verder houden we rekening met het incidentele effect van de omgevingswet. Dit zijn de uren die we besteden aan het inrichten voor processen en afstemmingsmomenten en (team)bijeenkomsten rondom de omgevingswet. De indirect productieve uren worden dit jaar los geprogrammeerd. Deze manier van ramen is zuiverder (voorheen in productienorm opgenomen) en biedt meer zicht op de onderdelen en de daarbij behorende uren besteding. De indirect productieve uren worden geraamd op 24.160 uur. Dit maakt dat het totaal beoogd productieve uitvoeringsniveau 2024 uitkomt op 216.069 uur. In onderstaande tabel wordt de onderverdeling overzichtelijk gepresenteerd: TABEL 2 TOTAALOVERZICHT OPGAVE JAARPROGRAMMA 2024 SOORT UREN
UREN
Basis uitvoeringsniveau 2024
169.034
Groeimodeluren 2024 => RGT
0
Groeimodeluren 2024 => Energie Subtotaal
1.400 170.434
Gepland meerwerk
6.175
Extra opdrachten (code 700)
5.140
Impact Omgevingswet 5%
6.435
Totaal uitvoering jaarprogramma (direct
191.936
productief) Indirect productieve uren
24.160
Totaal uitvoering jaarprogramma
216.096
(direct & indirect productief)
2.3 DIENSTVERLENING Onze activiteiten zijn gekoppeld aan de producten – en dienstencatalogus. We onderscheiden de volgende activiteiten: 1 Vergunnen, besluiten, melden en ontheffen 2 Toezicht en handhaven 3 Klachten en handhavingsverzoeken 4 Informeren en beoordelen 5 Adviseren en toetsen 6 Bezwaar en beroep 7 Projecten en meerwerk
2 Dienstverlening
2.3.1 VERGUNNEN, BESLUITEN, MELDEN EN ONTHEFFEN Een belangrijke activiteit is onze taak bij de b ehandeling van omgevingsvergunningen en meldingen. Onder invloed van de Omgevingswet stappen we over naar een andere werkwijze. Sommige activiteiten hebben alleen een meldingsplicht of informatieplicht. Vanwege de Omgevingswet worden milieubelastende activiteiten niet standaard geclusterd aangevraagd maar gebeurt dit voor alle (milieubelastende) activiteiten apart. De afhandeltermijn van vergunning procedures gaat (voor de meeste omgevingsvergunningen) van 26 weken naar 8 weken. Van belang is dat goed vooroverleg wordt gevoerd om ervoor te zorgen dat ontvankelijke vergunningaanvragen worden ingediend. Met complete aanvragen kunnen we de afhandeling binnen de gestelde termijnen uitvoeren. Ook de meldingen over het starten en wijzigen van milieubelastende activiteiten moeten binnen de wettelijke termijnen worden afgehandeld. Een snelle beoordeling is dus vereist. De verzoeken om ontheffingen zijn vaak uitzonderingen waar met specifieke expertise zorgvuldig naar gekeken moet worden. Voor een aantal activiteiten moeten ook regels in het omgevingsplan worden opgenomen. Om ervoor te zorgen dat de milieuaanpak in Drenthe hierdoor niet versnipperd raakt, werken alle betrokken organisaties samen in het Omgevingsplatform Drenthe. Deze nieuwe werkwijze is complex en uitdagend.
Ondanks een goede voorbereiding verwachten we meer tijd aan voorlichting, vergunnen en besluiten te besteden. Vooral de regionale afspraak met betrekking tot ‘Verkennen en begeleiden initiatief’ zal meer tijd kosten. Van belang is op te merken dat we naast een nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet ook nog te maken hebben met het zogeheten overgangsrecht. Voor een klein aantal producten geldt dat ook na 1 januari de oude wetgeving nog van kracht is (dit staat vermeld in de Producten- en dienstencatalogus).
periodiek de vergunningen voor de IPPC-bedrijven (Integrated Pollution Prevention and Control). • Latente vergunningen: we trekken vergunningen in voor bedrijven die inmiddels gestopt zijn of andere activiteiten uitvoeren. 2.3.2 TOEZICHT EN HANDHAVEN De RUD Drenthe voert toezicht uit en handhaaft op alle milieubelastende activiteiten en regulerende taken waarvoor we de uitvoering doen. Dit doen we om ervoor te zorgen dat alle bedrijven in Drenthe zich houden aan de milieuregels. Wij passen hierbij de Landelijke handhavingsstrategie (LHS) toe. Ons werk verandert door de invoering van de Omgevingswet. De Omgevingswet vraagt een andere houding van toezichthouders. De Omgevingswet gaat uit van de ‘ja, tenzij’ benadering. Voor sommige lopende handhavingszaken is overgangsrecht van toepassing. We hebben onze programmering aangepast door sinds 2020 te werken met het ‘risicogericht toezicht’ als methode. Daarbij controleren we niet alle bedrijven even vaak, maar houden toezicht op basis van een risicobeoordeling voortkomend uit een data-analyse. Om kennis over de bedrijven vast te houden en te vergroten voeren we toezicht bij bedrijven branchegericht uit. Door branchegericht te werken zijn we in staat te werken volgens de wettelijk vastgelegde kwaliteitscriteria.
We onderscheiden daarbij de branches: • Afval en industrie • Agrarisch • Asbest • Energie • Midden- en kleinbedrijf & gebouwen
In 2020 is het Risico Gericht Toezicht (RGT) geïmplemen teerd. Door toepassing van RGT willen we de uren daar inzetten waar deze het meest noodzakelijk zijn. Deze noodzaak wordt bepaald door het risico en het naleef gedrag van een (sub)branche. Het risico bestaat uit 3 pijlers: het milieurisico (weging 1), het ondermijningsrisico
In 2024 staat het actualiseren van vergunningen op de planning. Dit doen we in samenwerking met onze toezichthouders. Er zijn drie soorten vergunningen die voor actualisatie in aanmerking komen: • BBT-conclusies: het bestand met complexe bedrijven wordt geactualiseerd in het kader van Best Beschikbare Technieken (BBT) voor afvalbehandeling. • Programmatisch actualiseren: we actualiseren
(weging 0,5) en het risico van maatschappelijk en bestuur lijke impact (weging 1). Het gemiddelde van de 3 pijlers bepaald voor een sub-branche het uiteindelijke risico. De risico’s zijn bepaald in 2019 en zijn in 2020 verfijnd. De risico’s staan voor een langere tijd vast en zijn opgenomen in de U&H-strategie. De mate van naleving wordt bepaald door data-analyse en bestaat uit een gemiddelde van de milieuscore en naleving. Het uiteindelijke risico per (sub) branche wordt bepaald door het gemiddelde van het risico en de naleving.
17
2 Dienstverlening
Door ketentoezicht komen onze milieutoezichthouders steeds vaker signalen van ondermijning tegen bij de bedrijven die ze bezoeken. Ondermijnen van de samenleving gebeurt wanneer criminelen legale bedrijven oprichten voor criminele activiteiten. Bestuursrechtelijk handhaven vindt plaats op basis van de landelijke handhavingsstrategie. Er zijn meerdere bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten. De lasten onder dwangsom en bestuursdwang zijn het meest voorkomend. De uitvoering wordt door juristen gedaan, met ondersteuning van de toezichthouders. Het strafrechtelijk handhaven bij milieuovertredingen wordt uitgevoerd door BOA’s: buitengewoon opsporingsambtenaren. Eén van de aanbevelingen uit het rapport van de Commissie van Aartsen was het realiseren van extra BOA-inzet. Deze extra inzet voor BOA-taken is structureel in de begroting 2024 opgenomen. Een gedeelte van deze uren bestaat uit algemene BOA werkzaamheden en zijn niet direct aan een specifieke zaak toe te schrijven. Deze uren worden naar rato verrekend over de opdrachtgevers. 2.3.3 KLACHTEN EN HANDHAVINGSVERZOEKEN Voor spoedeisende milieuklachten en milieu incidenten hebben we een 24/7 piketdienst ingericht. Denk bijvoorbeeld aan ongewoon voorvallen. Ongewone voorvallen zijn situaties die kunnen voorkomen binnen bedrijven waarbij er risico is op milieuschade.
Denk daarbij bijvoorbeeld aan brand, het vrijkomen van gevaarlijke stoffen, storingen in installaties of een calamiteit die zorgt voor stankhinder, geluidsoverlast, verontreiniging van de bodem, het water of de lucht. De RUD Drenthe wordt dan direct ingeschakeld om schade te beperken. Overige klachten en incidentmeldingen worden tijdens kantooruren opgepakt en onderzocht. In sommige gevallen leidt overlast ertoe dat er een handhavingsverzoek wordt ingediend. Na het beoordelen van het verzoek en de voor de zaak relevante feiten en omstandigheden nemen we een besluit op het verzoek. Klachten, incidentmeldingen en handhavingsverzoeken zijn vraag gestuurde producten en laten zich moeilijk voorspellen. De aantallen handhavingsverzoeken zijn afgelopen jaren zeer variërend geweest.
2.3.4 INFORMEREN EN BEOORDELEN We bedienen onze opdrachtgevers actief met informatieverstrekking over het milieu. Voor 2024 zien we vooral een ontwikkeling in het verwerken van informatieplichten bij milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten. Hier vallen bijvoorbeeld het beoordelen van verschillende soorten verplichte rapportages onder, maar ook de beoordeling van startmeldingen van activiteiten. Vaak betreffen dit aangeleverde stukken van derden die vanwege de variëteit vrij arbeids intensief zijn om af te handelen. Omvangrijke verzoeken om informatie kunnen veel tijd vergen. De Wet open overheid (Woo) vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo is bedoeld om de overheid nog transparanter te maken. De nadruk van de wet ligt op actieve (digitale) openbaarmaking. Actieve openbaarmaking betekent dat informatie uit eigen beweging wordt gepubliceerd en voor iedereen vindbaar en bruikbaar is. Met de opdrachtgevers is vorig jaar afgestemd wat dat betekent voor de bestaande en nieuwe archieven. Naast de informatieplicht kent het Besluit activiteiten leefomgeving het verplicht aanleveren van ‘gegevens
18
2 Dienstverlening
en bescheiden”. Deze ‘gegevens en bescheiden’ hebben betrekking op milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten die genoemd zijn in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Hier vallen verschillende soorten van keuringen, onderzoek verplichtingen en gegevens (starten, beëindigen, etc.) over de activiteiten onder.
belanghebbende een beroep indienen bij de rechtbank Noord-Nederland of in hoger beroep gaan bij de Raad van State. De rechtbank dan wel de Raad van State hoort alle partijen en doet uitspraak. In spoedeisende gevallen kan daarnaast een verzoek om een zogeheten ‘voorlopige voorziening’ worden ingediend. We vertegenwoordigen de bevoegde gezagen in al deze procedures.
2.3.5 ADVISEREN EN TOETSEN We geven specialistische adviezen over milieuonderwerpen zoals bodem, lucht, veiligheid of geluid waarbij we onderzoek- en keuringsrapporten nauwkeurig beoordelen. In enkele gevallen stellen we zelf onderzoeksrapporten op. Daarnaast leveren we juridische adviezen. Door het vraag gestuurde karakter is inzet vaak grillig en lastig planbaar. Vooral de bodem- en geluid gerelateerde zaken zijn intensief. Voor elke omgevingswaarde hebben we specialisten in huis, die voldoen aan de (landelijke) kwaliteitscriteria. Gecertificeerd personeel is essentieel voor valide beoordelingen, bijvoorbeeld in geval het nodig is om het advies in de rechtbank uit te leggen. Onze beoordeling moet dan gestand houden. Onder de post juridische ondersteuning vallen verschillende soorten adviesvragen. Dat kunnen adviesvragen die vanuit de opdrachtgevers komen zijn. Of onder nemers die een gedoogverzoek indienen. Of een door een inwoner ingediend verzoek op grond van de Wet open overheid. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet voorzien we ten opzichte van 2023 een v erdubbeling van de adviesvragen vanuit de opdrachtgevers, bijvoorbeeld met betrekking tot de Omgevingsplannen. We weten uit ervaring dat de juridische advisering over zaken (vergunningen, meldingen, handhaving) ook erg arbeidsintensief en complex is. We schatten in dat dit in 2024 vaker voorkomt.
2.3.6 BEZWAAR EN BEROEP Belanghebbenden die het niet eens zijn met onze beslissingen kunnen daartegen meestal in bezwaar gaan. Bijvoorbeeld over een vergunningprocedure of een handhaving situatie. Een bezwaarmaker wordt door een bezwaarschriftencommissie gehoord over waarom deze het niet eens is met de besluitvorming. De commissie geeft vervolgens een advies waarna, met medewegen van het advies, een beslissing op het bezwaar wordt genomen. Tegen dit besluit kan de
Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet kan er een toename zijn van bezwaar- en (hoger) beroepszaken, bijvoorbeeld over interpretatie van de nieuwe wet- en regelgeving en de nieuwe begrippen daarin. Ook kan toepassing van risicogericht vergunnen direct aanleiding zijn voor meer bezwaar- en (hoger) beroepszaken. 2.3.7 PROJECTEN EN MEERWERK Naast het reguliere werk voor vergunningverlening, toezicht en handhaving voeren we ook projecten uit. Dit zijn bijvoorbeeld bodemsaneringen of complexe VTH-producten. Binnen het Jaarprogramma ontstaat soms “meerwerk”. Meerwerk ontstaat doordat er meer vraag is dan begroot/geprogrammeerd. Bij dreigend onvoorzien meerwerk overleggen we altijd direct met de opdrachtgever want het betreft een wettelijke taakstelling. In het Jaarprogramma 2024 is 6.175 uur aan planbaar meerwerk opgenomen. Een deel van deze projecten valt binnen de primaire uitvoering en een deel wordt specifiek bekostigd door de opdrachtgever. Dit laatste noemen we de extra opdrachten. Deze zijn voorzien en worden opgenomen in de begroting. In 2024 rekenen we met 5.140 uur aan extra opdrachten. Deze lijst van voorzienbare extra opdrachten per gemeente is opgenomen in bijlage B. Over de inzet met betrekking tot de biovergisters in Drenthe die onderhevig zijn aan nader onderzoek, worden in Noordelijk samenwerkingsverband verdere afspraken gemaakt.
Daarnaast voeren we werk uit op basis van aanvullende, onvoorziene opdrachten. Deze opdrachten worden alleen uitgevoerd wanneer er extra budget is toegekend vanuit de opdrachtgevers.
19
3 Organisatie
Aandacht voor innovatiekracht en wendbaarheid is op langere termijn belangrijk. We zien enkele landelijke invloeden en ontwikkelingen die aandacht en inzet vragen. Dit hoofdstuk gaat over hoe wij als dienst oog hebben voor een robuuste doorontwikkeling.
Inmiddels werken we al 10 jaar aan het waarmaken van uw milieuambities. Hoe we de kwaliteit van ons milieu behouden en versterken ziet u in deze animatie.
kompas. Met de uitvoering en handhavingsstrategie fase 2 en de ervaringscijfers die we in 2024 opdoen zullen de kengetallen eind 2025 aan een herijking toe zijn. Met de gespreksnotitie 2024 ‘‘Samen voor Drenthe” in de hand vinden de voorjaars overleggen tussen de raad/staten met het lid van het algemeen bestuur binnenkort plaats. Hieronder leest u kort over enkele van deze invloeden. IBP-VTH
3.1 ONTWIKKELINGEN De verdere doorontwikkeling van onze omgevingsdienst blijft noodzakelijk. Twee jaar geleden zijn de kengetallen herijkt en is voor de invoering een meerjarig groeimodel vastgesteld. De RUD Drenthe koerst op dit 20
Onder leiding van het Rijk is een Interbestuurlijk programma (IBP) versterking VTH-stelsel opgesteld. Dit programma is opgesteld naar aanleiding van het onderzoek van de commissie Van Aartsen. Vanuit het Ministerie, de Omgevingsdiensten, de VNG en IPO wordt gezamenlijk gewerkt aan de uitwerking van de aanbevelingen. Het Interbestuurlijk Programma bevat 6 pijlers.
3 Organisatie
We noemen per pijler de aspecten die aandacht krijgen in 2024: 1 Robuuste omgevingsdiensten en financiering. Wij stellen een verbeterplan op waarin aandacht wordt besteed aan innovatie (agenda en budget), kwaliteitscriteria & opleidingen en voldoende reserve. Eind 2023 zijn we gestart met het organiseren van periodieke metingen. Medio 2024 leveren we aan de hand daarvan een volgende versie op, die in kaart brengt in hoeverre we voldoen aan de kwaliteitscriteria. 2 Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging. De eerder in gang gezette versterking van de LHSO- handhavingsketen. BOA-capaciteit in huis hebben is essentieel om weerbaar te zijn tegen ondermijnende criminaliteit. 3 Informatie-uitwisseling en datakwaliteit. Bij de aanbesteding van het zaaksysteem houden we rekening met optimale data uitwisseling met ketenpartners. Ook verkennen we de inzet van drones en robotisering. 4 Kennisinfrastructuur inclusief arbeidsmarkt. Onze professionals hebben een essentiële rol bij de grote maatschappelijke opgaven zoals energie, stikstof, woningbouw, circulariteit en klimaat. Aandacht voor scholing en opleiding heeft een prominente plek. 5 Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving. Onderwerpen als mandaten, p rofessionaliteit, autonomie en transparantie vragen om goede afspraken en samenspel met de bevoegde gezagen.
Te denken valt aan de Drentse implementatie van een landelijk ontwikkeld risicomodel. 6 Monitoring kwaliteit milieutoezicht. Middels 2-jaarlijkse visitaties wordt gestimuleerd dat de horizontale controle op het eigen bestuur door raden en staten steviger kan plaatsvinden. In 2024 gaan we aan de slag met enkele verbeterpunten die uit het onderzoek in 2023 zijn gekomen. U&H STRATEGIE Een andere belangrijke invloed is de 2e fase van het U&H beleid (strategisch uitvoerings- en handhavingsbeleid). Uit de evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling (2021) kwam de aanbeveling om een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie voor Drenthe op te stellen én om de Drentse Maat te herijken. De 1e fase van dit proces is inmiddels afgerond, waarbij het bestaande beleid expliciet is vastgelegd. In 2024 start de 2e fase waarbij inhoudelijke keuzes worden gemaakt over de toekomstige uitvoering van het Drentse milieutakenpakket. Dan wordt het gesprek gevoerd over de te behalen milieudoelen, het milieurendement, gewenste kwaliteit, de te accepteren risico’s en de hieraan verbonden middelen (resultaten van de te benoemen Kritische Prestatie Indicatoren).
Onze opdrachtgevers zijn verantwoordelijk voor het milieubeleid en prioriteitstelling op lokaal niveau. De beleidsvoorbereiding kan een passende rol voor de RUD Drenthe zijn. Denk bijvoorbeeld aan het benutten van onze expertise op vlak van de duurzaamheids opgaven waar we in Drenthe voor staan. ZAAKSYSTEEM Het contract voor ons huidig zaaksysteem eindigt in 2025. Door het herhaaldelijk uitstellen van de Omgevingswet werd ook de aanbesteding van het Leefomgevingssysteem (LOS) uitgesteld. In 2025 moet het nieuwe LOS operationeel zijn. Vorig jaar zijn we gestart met de voorbereiding van een aanbestedingsprocedure. Een toekomstbestendig zaaksysteem is de ruggengraat van onze organisatie: alle werkzaamheden en processen van het primair proces zijn hierop ingericht. Een goed systeem stelt ons in staat om efficiënt en effectief te werken. HUISVESTING De RUD Drenthe is gestart met 120 medewerkers in 2014. De doorontwikkeling die de RUD Drenthe in de afgelopen 10 jaar heeft doorgemaakt vraagt om een verdere professionalisering van de huisvesting. De huidige huisvesting op 2 locaties kent zijn oorsprong bij de oprichting en was bedoeld om leegstand in kantoorruimte te voorkomen van de 2 grootste deelnemers. Het toegaan naar één locatie geeft meer verbondenheid en een duidelijke identiteit. De huisvestingsbehoefte en marktmogelijkheden zijn in 2023 in kaart gebracht.