1.12.3 Bijlage Rekenkamer - Eindrapport Groningen
Tekst van het document
4.2
Doelstellingen
De doelstellingen met betrekking tot het vergroten van de verkeersveiligheid uit de Fietsstrategie 2016-2025 luidt: “In 2020 is het aantal verkeersdoden maximaal 25 per jaar en het aantal ziekenhuisgewonden is maximaal 300 per jaar. Voor fietsers betekent dit dat het aantal doden met 47% en het aantal ziekenhuisgewonden met 34% moet zijn gedaald in 2020 ten opzichte van 2002 in de provincie Groningen”. 60 De provincie heeft voor deze doelen gekozen, op basis van landelijke doelstellingen. 61 In de Fietsstrategie 20106-2025 spreekt de provincie over haar verantwoordelijkheid voor de veiligheid op het (fiets)wegennet in eigen beheer. Daarnaast zoekt zij de samenwerking met andere partijen als het gaat om educatie en zet zij een ‘fietsmakelaar’ in om kleinere gemeenten te ondersteunen met kennis in kunde. 62 Op 9 november 2022 stelden Provinciale Staten het programma Mobiliteit ‘Wat Groningers beweegt’ vast. Hierin nam zij nieuwe doelstellingen op die betrekking hebben op
60 Provincie Groningen, Brief van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten, Voordracht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale
Staten ter vaststelling van de Voordracht Fietsstrategie 2016-2025, vastgesteld op 14 december 2016, p. 17. 61 Ministerie van Verkeer en Waterstaat. (2004). Nota Mobiliteit, naar een betrouwbare en voorspelbare bereikbaarheid. Ministerie van Verkeer en Waterstaat en gebaseerd op een groepsinterview met medewerkers van de provincie Groningen op 27 juni 2023. 62 Verbinden met de fiets, Fietsstrategie 2016-2025, vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2016, pp 34-39.
26
Eindrapport – Rapport Groningen
verkeersveiligheid. Deze doelen zijn het verminderen van het aantal verkeersslachtoffers met 50% en nul verkeersslachtoffers in 2050. Deze doelen komen overeen met landelijke doelstellingen. Wij kiezen ervoor de mate van doelbereiking ervan van deze doelen buiten het onderzoek te houden, omdat deze doelstellingen slechts de laatste twee maanden van de onderzoeksperiode zo aangemerkt waren.63
4.3
Uitvoering
Van 2016 tot 2020 stond educatie centraal in de inspanningen van de provincie om het aantal verkeersslachtoffers naar beneden te brengen. Naast educatie voerde de provincie enkele infrastructuurprojecten uit, zoals het aanleggen van de fietsbrug ‘Blauwe loper’, het aanleggen van doorfietsroutes en het verbeteren van de fietsroute tussen Hoogezand en Groningen. De provincie werkt met de Groningse gemeenten en enkele maatschappelijke organisaties samen, zoals Veilig Verkeer Nederland en de Fietsersbond, onder de noemer Verkeerswijzer Groningen. Dit samenwerkingsverband organiseert activiteiten op het gebied van verkeerseducatie en verkeersveiligheidscampagnes. Fietsveiligheid komt hier prominent in terug. Zo geeft het themaen praktijklessen op scholen over afleiding op de fiets, uit de dode hoek blijven en veilig fietsen nabij landbouwverkeer. Ook is geïnvesteerd in gastlessen aan buitenlandse studenten, fietsvaardigheidslessen voor immigranten en fietsverlichtingsacties.64 Na 2020 bleven educatie en infrastructuur belangrijke onderdelen van het fietsveiligheidsbeleid. De provincie legde deze vast in het Uitvoeringsprogramma Fiets 2020-2023. In combinatie met groot onderhoud voert de provincie deze herinrichtingsplannen uit. 65 Na 2020 werkte de provincie aan de verkeersveiligheid aan de hand van een aantal kernpunten.
Ten eerste het realiseren van vrijliggende fietspaden, op trajecten waar deze nog niet liggen, de verkenning hiervan rondde de provincie in 2021 af. Ten tweede wil de provincie de positie van fietsers op de rijbaan versterken. Ten derde pakt de provincie kruisingen met vrijliggende fietspaden aan. 66 Ten vierde worden alle fietspaden vergevingsgezind ingericht. Dit wil zeggen dat een fietspad zo ontworpen wordt dat gebruikers wenselijk fietsgedrag laten zien en waar, mocht het toch fout gaan, het letsel beperkt is.67 Tot slot werkt de provincie samen met maatschappelijke actoren aan enkele pilots en onderzoeken. Een voorbeeld hiervan is het onderzoek dat ze samen met de Universiteit van Amsterdam uitvoerde, waarin de frustraties (bijvoorbeeld vanwege een verschil in snelheid) van verschillende typen fietsers ten opzichte van elkaar onderzocht zijn. 68
63
Provincie Groningen. (2023). Wat Groningers Beweegt, Programma Mobiliteit. Provincie Groningen, p. 67.
64 Provincie Groningen, Verbinding met de fiets, uitvoeringsprogramma 2017-2020, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 18 juli
2017. 65 Provincie Groningen, Inleiding van de jaarstukken van de provincie Groningen van 2020, p. 10. 66 Gebaseerd op een groepsinterview met twee medewerkers van de provincie Groningen op 27 juni 2023 en Provincie Groningen, Verbinden met de fiets, uitvoeringsprogramma 2020-2023, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 6 oktober 2020, pp. 67 & 79. 67 Vergevingsgezindefietspad: http://www.vergevingsgezindefietspad.nl/projectinformatie/het-vergevingsgezinde-fietspad/, benaderd op 2 juni 2023. 68 Provincie Groningen, Verbinden met de fiets, uitvoeringsprogramma 2020-2023, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 6 oktober 2020, pp. 83 & 84.
27
Eindrapport – Rapport Groningen
4.4
Monitoring
Gedeputeerde Staten monitoren vanaf 2014 het aantal verkeersslachtoffers door middel van ViaStat. ViaStat is een dashboard app waarmee de stand van zaken per gemeente of provincie op het gebied van verkeersveiligheid en bereikbaarheid inzichtelijk wordt gemaakt. 69 ViaStat maakt gebruik van het Bestand geRegistreerde Ongevallen Nederland.70 In de periode vóór 2014 verzamelde de provincie het aantal dodelijke verkeersslachtoffers aan de hand van politieregistratie. Uit die registratie verzamelde de provincie ook het aantal ziekenhuisslachtoffers. Een kanttekening daarbij is dat slachtoffers onder bromfietsers hierbij opgeteld zijn.71 Naast de bovengenoemde monitoring, werkte de provincie samen met het UMCG aan een verkeersveiligheidsonderzoek. Dit is een eenmalig onderzoek uit 2019, met als doel inzicht te geven in ongevallen en de oorzaken ervan. Zowel de gegevens van ViaStat als de resultaten van het Verkeersveiligheidsonderzoek van het UMCG zijn opgenomen in jaarverslagen en in het monitorsysteem van de provincie, op de website www.destaatvangroningen.nl.72
4.5
Resultaten
In deze paragraaf beschrijven we de resultaten van het Groningse beleid omtrent fietsveiligheid. In paragraaf 4.5.1 beschrijven we het aantal sterfgevallen onder fietsers. Ook beschrijven we daaar het aantal ziekenhuisgewonden onder fietsers. In paragraaf 4.5.2 beschrijven we enkele resultaten van onze enquête. Deze resultaten beschrijven het veiligheidsgevoel van gebruikers.
4.5.1 Resultaten provinciale monitor In tabel 4 staat het aantal fietsdoden en het aantal ziekenhuisgewonden in de periode 2002 tot en met 2022.73 We kiezen voor een terugblik tot en met 2002, omdat het maatschappelijke doel van de provincie zich verhoudt tot dat jaartal. Het provinciale archief bevat geen gegevens over het aantal verkeersdoden en het aantal ziekenhuisgewonden over de periode van 2003 tot 2006. Over de periode 2007 tot 2014 ontbreken gegevens over het aantal ziekenhuisgewonden. Dit is voor een deel vanwege een mindere ongevalsregistratie van de politie. Voor een ander deel is dit te wijten aan de
69 Verkeerskunde: https://www.verkeerskunde.nl/artikel/gratis-kennismaken-met-viastat-dashboard-app, geraadpleegd op 9 mei
2023. 70 Overheid.nl: https://data.overheid.nl/dataset/9841-verkeersongevallen---bestand-geregistreerde-ongevallen-nederland, benaderd op 12 juli 2023. 71 Provincie Groningen, Verkeersslachtoffers onder fietsers 2002-2020, Provincie Groningen. 72 Provincie Groningen, Monitoringsplan Fiets- en Ketenbeleid provincie Groningen, Bijlage 1, september 2018, p. 2, en 73 Provincie Groningen, Jaarrekening 2017, p. 76, Provincie Groningen, Jaarrekening 2019, april 2020, p. 58, Provincie Groningen, Jaarstukken 2021, april 2022, p. 91 en Provincie Groningen, Verkeersslachtoffers onder fietsers 2002-2020, Provincie Groningen.
28
Eindrapport – Rapport Groningen
onderzoeksmethode die de provincie destijds hanteerde. Het aantal ziekenhuisgewonden onder fietsers en bromfietsers werd namelijk niet van elkaar gescheiden.74 Tabel 3: Aantallen verkeersdoden en ziekenhuisgewonden
Jaar
Aantal verkeersdoden
Aantal ziekenhuisgewonden
2002
5
126
2003
-
-
2004
-
-
2005
-
-
2006
-
-
2007
2
-
2008
10
-
2009
10
-
2010
3
-
2011
7
-
2012
3
-
2013
5
-
2014
5
-
2015
4
191
2016
3
197
2017
2
167
2018
2
156
2019
2
134
2020
4
119
2021
1
147
2022
9
171
Het aantal verkeersdoden onder fietsers loopt per jaar uiteen van 1 tot 10 slachtoffers. Van de 17 jaren dat er gegevens bekend zijn, was het aantal sterfgevallen dertien keer vijf of minder. In vier jaren ontbreken cijfers over het aantal sterfgevallen. Het aantal ziekenhuisgewonden onder fietsers loopt uiteen van 119 tot 197. Een groot deel ligt hoger dan het aantal ziekenhuisgewonden in 2002 (126). De provincie verklaart dit vanwege een toenemend aantal ouderen dat gebruik maakt van E-bikes. De gevolgen van een val zijn voor deze verkeersdeelnemers groter dan voor andere groepen. Het aantal ziekenhuisgewonden loopt tot en met 2020 terug; daarna stijgt het weer. Volgens de provincie zijn deze oplopende cijfers voor een deel het gevolg van de coronacrisis. 75 De provincie geeft hierbij niet aan hoe zij tot deze redenering is gekomen. Van twaalf jaren ontbreken cijfers over het aantal ziekenhuisgewonden onder fietsers.
74
Provincie Groningen, Verkeersslachtoffers onder fietsers 2002-2020, Provincie Groningen.
75 Provincie Groningen, Jaarstukken 2022, mei 2023, p. 93.
29
Eindrapport – Rapport Groningen
Een belangrijke kanttekening bij de aantallen ziekenhuisslachtoffers onder fietsers is dat deze onder geregistreerd zijn.76 Gewonde fietsers die zelfstandig naar het ziekenhuis zijn gegaan, zijn ook niet in de cijfers opgenomen.77
4.5.2 Enquête Noordelijke Rekenkamer Een meerderheid van 60% van de respondenten geeft aan tevreden te zijn over de veiligheid bij oversteekpunten, bij busbanen, scheiding van andere weggebruikers, de verlichting en met betrekking tot de markeringen op en de breedte van de fietspaden. Over de veiligheid op spoorwegovergangen is zelfs 88% tevreden. Als het gaat over de veiligheid met betrekking tot de aanwezigheid van paaltjes, drempels of greppels is men met 50% minder tevreden. Over het overzicht bij kruispunten is 54% tevreden maar een niet onbelangrijke groep van 20% is ontevreden. Minder dan de helft (49%) is tevreden over de veiligheid op rotondes. Hier zijn jongeren vaker tevreden dan ouderen, het verschil is met 62% tegen 31% opvallend groot. Op de vraag of men zich overdag veilig voelt op de fietsroutes antwoord 89% positief en 11% negatief. Als redenen om zich niet veilig te voelen wordt vaak (> 50 x) het onveilige rijgedrag van medeweggebruikers genoemd, ook onoverzichtelijke kruispunten wordt geregeld genoemd evenals (te) drukke en (te) smalle fietspaden en de verschillen in snelheid tussen de diverse gebruikers van fietspaden. Over de veiligheid op de fietspaden in het donker zijn meer respondenten ontevreden, namelijk 31%. Als voornaamste redenen hiervoor wordt slechte verlichting, geen separaat fietspad, rijgedrag van automobilisten genoemd.
Daarnaast wordt een aantal malen door met name vrouwen sociale onveiligheid genoemd.
4.6
Vergelijking Noordelijke provincies
Zowel Drenthe als Fryslân hebben beleidsdoelen voor het stimuleren van verkeersveiligheid. Drenthe verbetert de verkeersveiligheid aan de hand van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid Drenthe 2022-2026, met daarin onder andere educatieve programma’s en faciliteert gemeenten aan de hand van subsidieregelingen. Fryslân zet in op educatie, voorlichting en een veilige infrastructuur. Beide provincies hebben zich ten doel gesteld het aantal verkeersdoden en ernstig gewonde fietsers terug te brengen en monitoren dit, net als Groningen, met BRON.
4.7
Samenvattende bevindingen
Gedeputeerde Staten wilden dat in 2020 het aantal verkeersdoden onder fietsers maximaal 25 zou zijn. Het aantal ziekenhuisgewonden mocht maximaal 300 zijn. Hiertoe zet de provincie in op educatie en veiligheidsmaatregelen bij nieuwe en oude infrastructuur. Monitoring doet de provincie aan de hand van BRON.
76
Provincie Groningen, Jaarrekening 2021, p. 91.
77 Provincie Groningen, Jaarrekening 2021, p. 69
30
Eindrapport – Rapport Groningen
5. Overstappunten 5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk brengen we de ketenmobiliteit binnen het Groningse fietsbeleid in kaart. Dit doen we door eerst het beleidsdoel en de uitvoering ervan te beschrijven. Vervolgens analyseren we de monitoring en de mate waarin de provincie het beleidsdoel bereikt. We sluiten het hoofdstuk af met een provincievergelijking en een samenvatting van de belangrijkste bevindingen. Met de informatie in dit hoofdstuk beantwoorden we deels de eerste vier deelvragen en deelvraag 6: - Welke maatschappelijke doelen heeft de provincie met betrekking tot het fietsbeleid geformuleerd? - Op welke manier streeft de provincie deze doelen na? - Op welke manier meet de provincie de behaalde resultaten? - In hoeverre worden de doelen gerealiseerd?
5.2
Doelstellingen
Provinciale Staten hebben de doelen met betrekking tot de overstappunten vastgelegd in de Fietsstrategie 2016-2025. Het eerste doel luidt: “We realiseren een toename van het aantal fietsenstallingen en deelfietsen bij overstappunten”. Het tweede doel luidt: “De inwoners beoordelen de fietsvoorzieningen bij overstappunten minimaal met een 7,5.” 78 De keuze voor 7,5 is gemaakt op basis van eerdere consumentenonderzoeken over Groningse overstappunten.79 De gemiddelde afstand die een Groninger aflegt naar zijn dagelijkse bestemming is 20 tot 25 kilometer. Voor een groot deel van de inwoners is het niet haalbaar om die afstand met de fiets af te leggen. In de keten is volgens de provincie wel ruimte voor de fiets, in combinatie met het openbaar vervoer of de auto.80
78 Provincie Groningen, Brief van Gedeputeerde Staten aan Provinciale staten, Voordracht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale
Staten ter vaststelling van de Voordracht Fietsstrategie 2016-2025, vastgesteld op 14 december 2016, p. 17. 79 Gebaseerd op een groepsinterview met twee medewerkers van de provincie Groningen op 27 juni 2023. 80 Provincie Groningen, Verbinden met de fiets, uitvoeringsprogramma 2020-2023, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 6 oktober 2020, p. 42.
31
Eindrapport – Rapport Groningen
5.3
Uitvoering
Binnen de ketenmobiliteit onderscheidt de provincie verschillende soorten overstappunten. Deze beschrijven we hieronder. Ook beschrijven we een aantal categorieën maatregelen die de provincie gebruikt om het beleid vorm te geven. In paragraaf 6.4 gaan we dieper in op de P+R Hoogkerk en de samenwerking tussen de overheden.
5.3.1 Verschillende soorten overstappunten De provincie onderscheidt vijf verschillende typen overstappunten, namelijk treinstations, OVhubs, bushaltes, carpoolplaatsen en P+R’s. Er zijn 30 treinstations in de provincie. Op basis van landelijke afspraken zijn gemeenten in samenwerking met ProRail en het Rijk verantwoordelijk voor de voorzieningen op deze stations. Het Rijk neemt 40% van de kosten voor haar rekening. Om de uitvoering te versnellen, heeft de provincie aangeboden de overige 60% te betalen, onder voorwaarde dat de gemeente het onderhoud verzorgt en een goed weesfietsenbeleid heeft en naleeft.81 Hubs zijn grote overstappunten voor forenzen, scholieren, studenten en recreanten. De provincie ondersteunt gemeenten, als hubadviseur. Samen werken ze aan de basisvoorzieningen, zoals wachtruimtes, wifi en watertappunten. Ook hebben ze aandacht voor fietsenstallingen, fietskluizen en oplaadpunten. De overige drie zijn bushaltes, carpoolplaatsen en P+R’s. Deze zijn kleiner dan treinstations of hubs. Hoe groter het verschil tussen het aantal beschikbare stallingen en het aantal gestalde fietsen, hoe hoger de prioriteit van de locatie is.82
5.3.2 Inzet uitvoering De uitvoering van het fietsbeleid bestaat uit een aantal onderdelen. Ten eerste moet het voor gebruikers makkelijk zijn een reis voor te bereiden en te plannen. Het OV-bureau Groningen Drenthe verzorgt deze faciliteiten, onder andere door een informatiesysteem te plaatsen bij bushaltes, waar de actuele aankomst- en vertrektijden te zien zijn.83 Ten tweede moeten het netwerk en de voorzieningen op orde zijn. Dat betekent dat er beveiligde fietsparkeerplaatsen, fietskluizen en oplaadpunten beschikbaar zijn. Ten derde moeten er voldoende andere transportmogelijkheden aanwezig zijn. Dat betekent dat de OV-trajecten op elkaar aansluiten en dat waar mogelijk deelfietsen aanwezig zijn. Een voorbeeld daarvan zijn OVfietsen op treinstations. De provincie maakt afspraken met gemeenten, het OV-bureau en ProRail over de verantwoordelijkheidsverdeling.84
81 Provincie Groningen, Verbinden met de fiets, uitvoeringsprogramma 2020-2023, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 6
oktober 2020, p. 43. 82 Provincie Groningen, Verbinden met de fiets, uitvoeringsprogramma 2020-2023, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 6 oktober 2020, pp. 44 & 47. 83 Provincie Groningen, Verbinding met de fiets, uitvoeringsprogramma 2017-2020, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 18 juli 2017 en gebaseerd op een gesprek met een medewerker van het OV-bureau, op 19 juli 2023. 84 Provincie Groningen, Verbinden met de fiets, uitvoeringsprogramma 2020-2023, vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 6 oktober 2020, p. 42.
32
Eindrapport – Rapport Groningen
Naast deze drie uitgangspunten voerde de provincie meerdere projecten uit om het gebruik van ketenmobiliteit te bevorderen. Zo voerde de provincie in 2017 tests uit met chipkluizen op hubs, zodat gebruikers elektrische fietsen veilig kunnen stallen en opladen. Daarnaast subsidieert de provincie fietsenstallingen op treinstations en op hubs. Dit doen ze op basis van maatwerkafspraken met betrokken overheden of andere organisaties. Ook plaatst de provincie, op basis van parkeerdrukmetingen, fietsenrekken met overkapping bij provinciale bushaltes.
5.4
Monitoring
Het monitoren van de overstappunten doet de provincie aan de hand van haltescans. De haltescan is in 2018 opgesteld. In deze scans wordt onder andere onderzocht in hoeverre deelfietsen, watertappunten en stallingsplaatsen aanwezig zijn bij overstappunten. In principe voert de provincie deze haltescan jaarlijks uit. De provincie voert de haltescan uit voor de provinciale bushaltes en overstappunten. Over het uitvoeren van de haltescan bij gemeentelijke haltes, waar de provincie dus niet verantwoordelijk is, gaat de provincie in gesprek met de desbetreffende gemeenten over de taakverdeling, kostenverdeling en de frequentie ervan.85 Gedeputeerde Staten monitoren de beoordeling van de overstappunten met een enquête en een belevingsonderzoek.86 Het belevingsonderzoek betreft het oordeel van de gebruikers, de waardering die zij geven aan de aanwezige of ontbrekende faciliteiten. Het monitorsysteem van de provincie, www.destaatvangroningen.nl, houdt deze gegevens bij.87 De provincie heeft de enquête zelf ontwikkeld. Die enquête geeft een beeld van de gehele provincie, dus niet over individuele overstappunten, en wordt eenmaal per twee jaar uitgevoerd. De belevingsonderzoeken worden voor en na de aanleg van het overstappunt uitgevoerd.88 Naast de enquêtes en belevingsonderzoeken, voert de provincie elke twee jaar een fietsparkeerdrukmeting uit voor de provinciale bushaltes en hubs.
Daarnaast doet ProRail tweejaarlijks tellingen bij fietsenstallingen op treinstations.
5.5
Resultaten
In deze paragraaf beschrijven we de resultaten van het provinciale beleid. In paragraaf 5.5.1 gaan we in op de aanwezigheid van deelfietsen en fietsenstallingen op overstappunten binnen de provincie, aan de hand van de provinciale monitor. In paragraaf 5.5.2 beschrijven we de beoordeling van de gebruikers over de overstappunten. In paragraaf 5.5.3 geven we enkele resultaten van onze eigen enquête.
85 Provincie Groningen, Monitoringsplan Fiets- en Ketenbeleid provincie Groningen, Bijlage 1, september 2018, p. 1. 86 Provincie Groningen, fietsonderzoek 2022, Provincie Groningen en Provincie Groningen, fietsonderzoek 2019, Provincie
Groningen. 87 Provincie Groningen: https://destaatvangroningen.nl/mobiliteitsmonitor-ketenvervoer-hubs.html, benaderd op 17 augustus 2023. 88 Provincie Groningen, Monitoringsplan Fiets- en Ketenbeleid provincie Groningen, Bijlage 1, september 2018.
33
Eindrapport – Rapport Groningen
5.5.1 Aanwezigheid voorzieningen De aanwezigheid van voorzieningen op hubs houdt de provincie bij met de provinciale monitor. In deze monitor heeft de provincie 34 overstappunten als hubs aangemerkt. Op 14 van deze 34 hubs zijn deelfietsen beschikbaar, in de vorm van OV-fietsen. Op alle 34 hubs zijn fietsenstallingen aanwezig.89 Het monitorsysteem geeft geen trends weer. Deze informatie is wel bekend binnen de provincie.
5.5.2 Beoordeling overstappunten Het monitorplan voor overstappunten is in 2018 opgesteld en in 2019 is een eerste onderzoek uitgevoerd. Dit is de reden dat over 2016, 2017 en 2018 geen beoordelingen aanwezig zijn. Ook in 2020 en 2021 is geen onderzoek gedaan. In 2022 is de tweede fietsenquête uitgezet. De belangrijkste resultaten uit beide enquêtes geven we weer in tabel 5.90 Tabel 4: Waardering overstappunten 2019
Thema waardering opstappunt en fietsenstalling
Beoordeling 2019
Beoordeling 2022
Algemene indruk
6.9
6.7
Aantal beschikbare fietsenstallingen
6.2
6.3
Kwaliteit van de fietsenstallingen
6.9
6.9
Locatie van de fietsenstallingen
7.6
7.6
Veiligheid van de fietsenstallingen
6.9
6.7
De verschillen tussen beide beoordelingen zijn klein. De gebruikers zijn volgens de fietsenquêtes positief over de overstappunten, al waren ze in 2019 iets positiever dan in 2022. De kwaliteit van de fietsenstallingen en de locatie ervan ervaren de gebruikers als hetzelfde. Daarnaast zijn volgens de gebruikers meer fietsenstallingen aanwezig. Het gevoel van veiligheid is iets gedaald.91
5.5.3 Enquête Noordelijke Rekenkamer Van de respondenten maakt 87% geen gebruik van een hub in de provincie Groningen. Van degenen die dat wel doen, doet 4% dit wekelijks, 3% maandelijks en 6% minder dan eens per maand. Geen van de respondenten maakt dagelijks gebruik van een hub. Van alle hubs wordt de hub op het hoofdstation in Groningen verreweg het meest gebruikt (66x) en dan vooral door de groep 16-34-jarigen. De hub die daarnaast het meest wordt genoemd is de P+R Hoogkerk (12x). Een aantal hubs wordt door geen enkele respondent gebruikt, bijvoorbeeld Appingedam, Grootegast en Pekela. We hebben ook gevraagd naar de beschikbaarheid van diverse voorzieningen. Een grote meerderheid van 77% geeft aan dat vaak tot altijd fietsenstalling aanwezig is. Hierbij moet wel worden opgemerkt er een groot verschil is tussen ‘zeer sterk stedelijk’ (42%) en niet stedelijk (10%). Fietskluizen zijn met 18% een stuk minder beschikbaar. Hier zie je het omgekeerde, namelijk meer fietskluizen (39%) in weinig stedelijk gebied tegen 13%
89 Provincie Groningen: https://destaatvangroningen.nl/mobiliteitsmonitor-ketenvervoer-hubs.html, benaderd op 17 augustus 2023. 90 Provincie Groningen, Fietsenquête 2019, Provincie Groningen. 91
Provincie Groningen, fietsonderzoek 2022, Provincie Groningen en Provincie Groningen, fietsonderzoek 2019, Provincie Groningen.
34
Eindrapport – Rapport Groningen
in zeer sterk stedelijk gebied. Deelfietsen zijn volgens 30% van de respondenten vaak tot altijd beschikbaar, 10% vaker in stedelijk gebied. 40% van de respondenten geeft aan dat er vaak tot altijd toiletten aanwezig zijn, ook hier 10% vaker in stedelijk gebied. Horeca is volgens 55% van de respondenten vaak tot altijd beschikbaar. Echter ruim 36% van de respondenten geeft aan dat dit in niet stedelijk gebied nooit het geval is. Ook wat de aanwezigheid van winkels betreft is er een verschil tussen stedelijk gebied (51%) en niet stedelijk gebied waar 42% zegt dat er nooit winkels aanwezig zijn. De resultaten van de vraag over het gebruik van de voorzieningen zijn in lijn met de aanwezigheid van voorzieningen. Op de vraag of er in de afgelopen drie jaar uitbreiding in voorzieningen heeft plaats gevonden, antwoordt in het weinig stedelijk gebied 53% dat er fietsenstallingen bij zijn gekomen tegen 16% in het stedelijk gebied. Ook voor de overige voorzieningen geldt dat er in weinig tot niet stedelijk gebied meer uitbreiding van voorzieningen heeft plaatsgevonden dan in stedelijk gebied. Uitzondering is het matig stedelijk gebied, hier geeft 100% van de respondenten aan dat er géén uitbreiding van voorzieningen heeft plaats gevonden.
Aan de hand van de antwoorden op de vraag in welk tijdsblok men gebruik maakt van een hub, is te zien dat 55% van de respondenten dit doen tussen 9:00 en 19:00 uur. Hierbij valt op dat respondenten in weinig tot niet stedelijk gebied vaker vroeg gebruik maken van een hub – 51% tussen 6:00 en 9:00 uur- tegen 14% in zeer stedelijk gebied. Gemiddeld geven de respondenten de hubs in Groningen het rapportcijfer 7,3.
5.6
Vergelijking Noordelijke provincies
Zowel Drenthe als Fryslân hebben geen concrete doelen met betrekking tot overstappunten of de consumentenoordelen erover. In Drenthe zijn de overstappunten, net zoals in Groningen, een verantwoordelijkheid van het OV-bureau Groningen Drenthe. In Fryslân zijn overstappunten een onderdeel van het beleid om het fietsgebruik te stimuleren.
5.7
Samenvattende bevindingen
Gedeputeerde Staten wilden het aantal fietsenstallingen en deelfietsen bij overstappunten doen toenemen. Daarnaast moesten Groningers de fietsvoorzieningen bij overstappunten met minimaal een 7,5 beoordelen. Om deze doelen te bereiken werkt de provincie samen met het OVbureau Groningen Drenthe. Monitoring doet de provincie via enquêtes en belevingsonderzoeken. Op 14 van de 34 hubs zijn deelfietsen beschikbaar. Op alle hubs zijn fietsenstallingen aanwezig. In 2019 beoordeelden Groningers de overstappunten met een 6.9. In 2022 was de beoordeling een 6.7.
35
Eindrapport – Rapport Groningen
6. Samenwerken met gemeenten, provincies en waterschappen 6.1
Inleiding
De provincie heeft ongeveer 240 kilometer fietspad in beheer.92 De overige fietspaden zijn in beheer van andere overheden of terreinbeheerders. Voor het aanleggen, verbeteren en onderhouden van deze fietspaden is geregeld samenwerking met andere partijen nodig. In dit hoofdstuk beschrijven wij de samenwerking van de provincie Groningen met deze overheden en terreinbeheerders. Dit doen we door vijf cases uit te werken, waarvan twee fietsinfrastructuurprojecten, een project binnen ketenmobiliteit, een overlegstructuur binnen verkeersveiligheid en een internationale overlegstructuur. Centraal bij de keuze voor deze cases staat de verwachting dat de provincie voor het realiseren van het project afhankelijk is van samenwerking met anderen. Met de informatie in dit hoofdstuk beantwoorden we deelvraag 5: - In hoeverre werken de Noordelijke provincies samen met elkaar, met andere decentrale overheden of andere organisaties, binnen het fietsbeleid, specifiek met betrekking tot provincie overstijgende fietsinfrastructuur?
6.2
De Groene As
De provincies Groningen en Drenthe introduceerden begin 2015, samen met de gemeenten Assen, Haren, Groningen en Tynaarlo, het idee voor een doorfietsroute tussen Groningen centrum en Assen centrum.93 Deze overheden voerden het project uit, in samenwerking met grondeigenaren zoals een waterschap en Staatsbosbeer en enkele maatschappelijke partijen, waaronder de Fietsersbond. In hoofdstuk 2 legden we al uit wat bedoeld wordt met een doorfietsroute.
92 Provincie Groningen: https://www.provinciegroningen.nl/actueel/nieuws/nieuwsartikel/nieuwe-belijning-voor-165-kilometer-
provinciale-fietspaden/, benaderd op 30 maart 2023 93 H+N+S landschapsarchitecten, Eindbeeldstudie Fietssnelweg Assen-Groningen, resultaat verkenningsfase, 30 november 2017, p. 4.
36
Eindrapport – Rapport Groningen
In 2016 hebben vijf creatieve bureaus afzonderlijk een toekomstbeeld uitgewerkt van hoe het tracé eruit kan zien. Dit leidde ertoe dat H+N+S landschapsarchitecten in 2017 een Eindbeeldstudie opleverden, waarin concrete kaders en uitgangspunten voor de inrichting en uitvoering zijn opgenomen. De betrokken overheden en Prolander droegen bij aan deze Eindbeeldstudie.94 In 2017 is ook afgesproken dat de doorfietsroute in diverse deeltrajecten wordt gerealiseerd en dat de betrokken overheden afhankelijk van het deeltraject in verschillende rollen samenwerken. In de Eindbeeldstudie is een voorstel gedaan voor deze samenwerking. Zie hiervoor ook tabel 18.95 Tabel 18: Voorstel rollen, 2017 Tracé
Initiatiefnemer
Middelen
Medewerking
Start
Station Assen tot gemeentegrens met Tynaarlo
Gemeente Assen
Gemeente Assen en provincie Drenthe
2018
Gemeentegrens Tynaarlo tot Gemeentegrens Haren/provinciegrens Groningen
Provincie Drenthe
Provincie Drenthe Tynaarlo en gemeente Tynaarlo
2018
Gemeentegrens Haren tot gemeentegrens Groningen
Provincie Groningen
Niet benoemd
Gemeentegrens Groningen tot station Groningen
Gemeente Groningen
Gemeente Haren 20172018
Gemeente Groningen en provincie Groningen
Niet benoemd
Niet benoemd
In het overleg van de stuurgroep van 30 november 2017 is afgesproken dat de provincie Drenthe en Groningen “initiatiefnemer” zijn en dat de gemeenten “medewerking verlenen”.96 In het project ‘de Groene As’ heeft de provincie Groningen diverse rollen die variëren van initiatiefnemer tot financier. In elke van deze rollen werkt de provincie samen met de betrokken overheden. De provincie Groningen is trekker en financier van een deel van het tracé, namelijk het stuk tussen de Van Ketwich Verschuurlaan en de provinciegrens van Drenthe. Daarnaast is er een regiegroep bestaande uit ambtelijke vertegenwoordiging van alle betrokken overheden. Deze komen ongeveer één keer per twee maanden bijeen. Op bestuurlijk niveau nemen gedeputeerden en wethouders van de betrokken overheden zitting in een stuurgroep die ongeveer één keer paar jaar samen komt.97 Behalve dat de rolverdeling is vastgelegd in de Eindbeeldstudie, is er geen samenwerkingsovereenkomst bekend.
94 H+N+S Landschapsarchitecten, Fietssnelweg Assen-Groningen Algemeen deel Eindbeeldstudie, 30 november 2017, p. 64. 95 H+N+S Landschapsarchitecten, Fietssnelweg Assen-Groningen Algemeen deel Eindbeeldstudie, 30 november 2017, p.p. 10 - 11. 96
Stuurgroep Fietssnelweg Assen-Groningen, verslag 30 november 2017.
97 Provincie Drenthe, schriftelijke toelichting op het project door ambtenaren van de provincie Groningen, 30 mei 2023.
37
Eindrapport – Rapport Groningen
6.3
Fietsinfrastructuurproject met Fryslân
Tijdens de onderzoeksperiode van dit onderzoek vonden we geen fietsinfrastructurprojecten plaats waarbij de provincies Groningen en Fryslân hebben samengewerkt, of die de grens tussen beide provincies hebben overschreden.98
6.4
P&R Hoogkerk
Zoals we in hoofdstuk 5 beschrijven, speelt ketenvervoer een grote rol binnen het Groningse fietsbeleid. Sinds 2017 werkt de provincie aan het uit- en ombouwen van overstapplaatsen en hubs. Dit doet de provincie Groningen samen met de provincie Drenthe en het OV-Bureau Groningen Drenthe binnen het Hub-programma. Hub bestaat uit een kerngroep met vertegenwoordigers van de provincie Drenthe en Groningen, de gemeente Groningen, het OVbureau en een adviseur hubs. De aansturing is in handen van een programmamanager. Er wordt verantwoording afgelegd aan de stuurgroep die bestaat uit een gedeputeerde uit de provincie Groningen en een gedeputeerde uit de provincie Drenthe.99 Per hub wordt een specifiek traject gevolgd en is er altijd een lid van de kerngroep betrokken bij de ontwikkeling. Maatschappelijke instanties als de Fietsersbond en de ANWB worden vaak om hun mening gevraagd bij de inrichting en/of uitbreiding van een OV-hub.100 De provinciale monitor toont alle hubs en hun voorzieningen in beide deelnemende provincies.101 De hub P+R Hoogkerk ligt in twee provincies, drie gemeenten en heeft een rechtstreekse verbinding met de A7. Wat betreft het ontwerp, beheer, onderhoud en toekomstige ontwikkelingen moeten de vijf overheden dus tot overeenstemming komen. De gemeente Groningen is primair verantwoordelijk voor P+R Hoogkerk.
Maatschappelijke instanties, zoals de Fietsersbond en de ANWB worden vaak om hun mening gevraagd bij de inrichting van dergelijke hubs en de provinciale monitor toont een overzicht van alle voorzieningen van alle hubs van beide provincies.102 Basisvoorzieningen op hubs, zoals een wachtruimte, zijn de verantwoordelijkheid van het programma Hubs. De overige voorzieningen moeten worden verzorgd door de betreffende wegbeheerder. De provincie Groningen is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de fietsvoorzieningen, zoals stallingen of fietskluizen. Hiervoor stelt de provincie subsidies beschikbaar.
98 Gebaseerd op een groepsinterview met twee medewerkers van de provincie Groningen op 4 mei 2023. 99 https://www.reisviahub.nl/over-hub/. Benaderd op 28 september 2023 100 Interview ANWB d.d. 13 juli 2023 en interview Fietsersbond Drenthe d.d. 19 juli 2023. 101 Provincie Groningen: www.destaatvangroningen.nl/mobiliteitsmonitor-ketenvervoer-overstappunten-hubs.html, benaderd op 30
mei 2023. 102 Informatie per mail ontvangen van de provincie Groningen op 31 mei 2023.
38
Eindrapport – Rapport Groningen
6.5
Noordelijke Proeftuin Verkeersveiligheid
Vanaf 2015 werken de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen samen in een organisatie genaamd ‘De Noordelijke Proeftuin Verkeersveiligheid’.103 Het doel van deze samenwerking is te kijken ‘hoe er door slimme inzet van middelen, partijen en kennis in de regio, effectiever en efficiënter kan worden bijgedragen aan verkeersveiligheid’.104 Een van de uitgangspunten van dit project gericht op de fietser is de kwaliteit van fietsinfrastructuur. De provincies zijn hierbij betrokken, omdat ze regionale en lokale kennis hebben. De SWOV (Nationaal Wetenschappelijk Instituut voor Verkeersveiligheidsonderzoek) is hierbij betrokken, vanwege de inhoudelijke kennis. De SWOV rapporteerde in 2018 over de eerste fase van de Proeftuin. Tijdens deze eerste fase zijn enkele maatregelen uitgekozen om uitgewerkt te worden. Dit uitwerken heeft nog niet plaatsgevonden. Ook is de aanbeveling om de voortgang van de Proeftuin te laten bewaken door een aan te stellen ‘proeftuinsecretaris’ niet uitgevoerd.105 De Proeftuin heeft geen formele status en er wordt niet actief gerapporteerd.106 In een regulier overleg genaamd 3Noord wisselen de drie noordelijke provincies kennis uit. Dit overleg is gestart als uitkomst van de Proeftuin.
6.6
Bike no Borders
In de fietstrategie 2016-2025 ‘Verbinden met de fiets’ geven Gedeputeerde Staten aan over de landsgrenzen te kijken naar mogelijkheden voor samenwerking. 107 In 2020 verkenden de provincie, enkele gemeenten en Duitse overheden, de samenwerkingskansen. Dit proces kreeg de naam ‘Bike no Borders’. Het proces ontwikkelde zich moeizaam, vanwege de taalbarière en het vanwege de coronacrisis noodzakelijke digitale vergaderingen. Desondanks ervoeren deelnemers het proces als enthousiast en nuttig.108 De provincie stelde zich op als projectleider en subsidie-aanvrager. Samenwerkingspartners van de provincie en de Nederlandse gemeenten zijn onder andere Bentheimer Eisenbahn en de Eems Dollard Regio. Bentheimer Eisenbahn is de aanbieder van het openbaar trein- en busvervoer in het Duitse deel van het grensgebied.109 De Eems Dollard Regio is een ontmoetingscentrum waar grensoverschrijdende bijeenkomsten en andere activiteiten plaatsvinden.110 De twee betrokken Duitse overheden zijn Landkreis Emsland en de regio Südlich Ostfriesland.
103 SWOV: https://swov.nl/nl/publicatie/noordelijke-proeftuin-verkeersveiligheid, benaderd op 27 april 2023. 104 SWOV ‘Noordelijke Proeftuin Verkeersveiligheid’, 2018 p. 3. 105 SWOV ‘Noordelijke Proeftuin Verkeersveiligheid’, 2018 p. 51. 106 Gebaseerd op een groepsinterview met twee medewerkers van de provincie Fryslân op 30 juni 2023. 107 Groningen Fietsstrategie 2016-2025 ‘Verbinden met de fiets’, vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2016 p. 43. 108 Gebaseerd op schriftelijke communicatie met de provincie Groningen op 31 mei 2023 en gebaseerd op een groepsinterview met
twee medewerkers van de gemeente Westerwolde 109 Bentheimer Eisenbahn: https://www.bentheimer-eisenbahn.de/, benaderd op 31 augustus 2023. 110 EDR: https://edr.eu/, benaderd op 31 augustus 2023.
39
Eindrapport – Rapport Groningen
Het enige project dat voortkwam uit Bike No Borders, is het verbinden van de recreatieve fietsknooppunten van de Groningse grensgemeenten, Landkreis Eemsland en Südlich Ostfriesland.
6.7
Samenvattende bevindingen
De provincie werkt samen met gemeenten, buurprovincies en maatschappelijke organisaties om haar doelen te halen. Samen met de provincie Drenthe realiseert ze een fietssnelweg tussen Assen en Groningen. Ook voeren beide provincies, binnen het OV-Bureau Groningen Drenthe, het programma ‘Hub’ uit, om ketenvervoer binnen beide provincies te versterken. Binnen de Noordelijke Proeftuin Verkeersveiligheid werken Drenthe, Fryslân en Groningen samen om bij te dragen aan verkeersveiligheid. Samen met enkele Duitse overheden realiseerde de provincie grensoverschrijdende recreatieve fietsverbindingen. Provinciegrensoverschrijdende fietsinfrastructuurprojecten tussen Groningen en Fryslân zijn tijdens de onderzoeksperiode niet gerealiseerd.
40
Eindrapport – Rapport Groningen
Bronnenlijst Literatuur en beleidsstukken: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
41
H+N+S Landschapsarchitecten, Eindbeeldstudie Fietssnelweg Assen-Groningen, resultaat verkenningsfase, 30 november 2017. I&O Research. (2023). Onderzoeksverantwoording Ministerie van Verkeer en Waterstaat. (2004). Nota Mobiliteit, naar een betrouwbare en voorspelbare bereikbaarheid. Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Provincie Groningen. (2016). ‘Verbinden met de fiets’ Fietsstrategie 2016-2025 Provincie Groningen. (2016). Voordracht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten ter vaststelling van de Voordracht Fietsstrategie 2016-2025. Provincie Groningen. (2017). Verbinding met de fiets, uitvoeringsprogramma 2017-2020 Provincie Groningen. (2018). Monitoringsplan Fiets- en Ketenbeleid provincie Groningen Provincie Groningen. (2018). Jaarrekening 2017 Provincie Groningen. (2019). Jaarrekening 2018 Provincie Groningen. (2020). Jaarrekening 2019 Provincie Groningen. (2021). Jaarrekening 2020 Provincie Groningen. (2020). Fietsonderzoek 2019. Provincie Groningen. Provincie Groningen. (2020). Verbinden met de fiets, uitvoeringsprogramma 2020-2020. Mobycon. (2016). Belevingsonderzoek Fietsroute Plus Groningen-Bedum Provincie Groningen. (2020) ‘We hebben oog voor elkaar’ Vergroten verkeersveiligheid door vriendelijk groeten. Provincie Groningen. (2021). Inleiding van de jaarstukken van de provincie Groningen van 2020. Provincie Groningen. (2022). Jaarrekening 2021.
Provincie Groningen. (2022). Fietsonderzoek 2022. Provincie Groningen. Provincie Groningen. (2023). Jaarrekening 2022. Provincie Groningen. (2023). Nameting belevingsonderzoek Doorfietsroute BedumGroningen. Provincie Groningen. (2023). Nameting belevingsonderzoek Doorfietsroute Ten BoerGroningen. Provincie Groningen. (2023). Nameting belevingsonderzoek Doorfietsroute ZuidhornGroningen. Provincie Groningen. (2023). Wat Groningers Beweegt, Programma Mobiliteit. Provincie Groningen. Provincie Groningen. (2018). Monitoringsplan Fiets- en ketenbeleid provincie Groningen. Provincie Groningen, Verkeersslachtoffers onder fietsers 2002-2020, Provincie Groningen. Stuurgroep Fietssnelweg Assen-Groningen, verslag 30 november 2017. SWOV. (2018). Noordelijke Proeftuin Verkeersveiligheid. Tour de Force. (2016). Agenda Fiets 2017-2020
Eindrapport – Rapport Groningen
▪
Tour de Force. (2022). Nationaal Toekomstplan Fiets.
Websites: ▪ Bentheimer Eisenbahn: https://bentheimer-eisenbahn.de/ ▪ Centraal Bureau voor de Statistiek: https://www.cbs.nl/ ▪ EDR: https://www.edr.eu/ ▪ Fietsberaad: https://www.fietsberaad.nl/getattachment/ ▪ Fietscommunity Groningen: https://www.fietscommunitygroningen.nl/ ▪ Fietsersbond.nl: https://www.fietsersbond.nl/ ▪ IsGeschiedenis: https://isgeschiedenis.nl/ ▪ Lokale politieke partijen: https://www.lokalepolitiekepartijen.nl/ ▪ Noordelijke Rekenkamer: https://www.noordelijkerekenkamer.nl/ ▪ Overheid: https://data.overheid.nl ▪ Provincie Groningen: https://www.destaatvangroningen.nl ▪ Provincie Groningen: https://www.doorfietsroute.nl/ ▪ Provincie Groningen: https://www.provinciegroningen.nl/ ▪ Provincie Groningen: https://voorverkenningfietsgro.ireport.royalhaskoningdhv.com/ ▪ Reis via hub: https://www.reisviahub.nl/ ▪ Rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/ ▪ SWOV: https://www.swov.nl/ ▪ Vergevingsgezindefietspad: http://www.vergevingsgezindefietspad.nl/ ▪ Verkeerskunde: https://www.verkeerskunde.nl/
42
Eindrapport – Rapport Groningen
Bijlage 1: Geïnterviewde personen Functie Adviseur Public Affairs ANWB Beleidsmedewerker mobiliteit, coördinator fiets provincie Groningen Fietsmakelaar provincie Groningen Medewerker Fietsersbond Drenthe Medewerker verkeer en vervoer gemeente Westerwolde Medewerker OV-bureau Groningen Drenthe Regisseur gebiedsontwikkeling gemeente Westerwolde Regiomanager Belangenbehartiging Noord-Nederland ANWB
43
Eindrapport – Rapport Groningen
Bijlage 2: Onderzoeksfasen Deze tabel bevat de fases van de onderzoeksprojecten van de Noordelijke Rekenkamer. De meeste projecten maken deel uit van het onderzoeksprogramma van de rekenkamer (https://www.noordelijkerekenkamer.nl/onderzoek/onderzoeksprogrammas). Daarnaast verricht de rekenkamer onderzoek op verzoek van Statenleden (zie het Onderzoeksprotocol van de NRK, https://www.noordelijkerekenkamer.nl/over-ons, onder ‘Werkwijze’). Fase
Activiteit
Onderzoeksopzet
De rekenkamer zoekt informatie en verkent welke richtingen het project kan ingaan. Dat doet zij onder andere door zich in te lezen en door (informeel en oriënterend) in gesprek te gaan met medewerkers van de provincie(s) en andere inhoudelijk betrokkenen. Resultaat: onderzoeksplan, vastgesteld door het college van de NRK. De rekenkamer stuurt deze onderzoeksopzet naar de provinciesecretaris, met het verzoek een inhoudelijke contactpersoon aan te wijzen.
Uitvoering: Empirisch onderzoek /Nota van Bevindingen + Ambtelijk hoor en wederhoor
Uitvoering: Analyse en beoordeling
Afronding
De rekenkamer voert vervolgens een startgesprek met de vaste provinciale contactpersoon en de aangewezen inhoudelijke contactpersoon. De provincie levert daarna binnen een maand de gevraagd documenten. De rekenkamer verzamelt gegevens, deels van de provincie, deels van andere instanties. Soms zet zij een enquête uit. De relevante gegevens en de antwoorden op de feitelijke onderzoeksvragen krijgen een plekje in de conceptnota van Bevindingen, vast te stellen door het college van de NRK. Aan de provincie vraagt de rekenkamer het concept van de Nota van Bevindingen te controleren op feitelijke correctheid (de provincie krijgt vijf weken om dit te doen). De rekenkamer stelt vervolgens een reactienota op en bespreekt die met de provincie (vaste contactpersoon en inhoudelijke contactpersoon). Feitelijke onjuistheden in de Nota van Bevindingen corrigeert de rekenkamer. Op basis van alle gegevens formuleert de rekenkamer conclusies en aanbevelingen. Die vormen, met de inhoud van de Nota van Bevindingen, het eindrapport. Het college van de NRK stelt het eindrapport vast. Vervolgens stuurt de rekenkamer het vastgestelde eindrapport aan het college van Gedeputeerde Staten, met het verzoek een bestuurlijke reactie te geven (binnen vijf weken). De rekenkamer biedt aan de desbetreffende gedeputeerde(n) een toelichting te geven op de conclusies en aanbevelingen. NB.
Het rapport verandert door dat gesprek niet meer. De bestuurlijke reactie wordt als bijlage bij het rapport opgenomen.
Bestuurlijke reactie
Naar aanleiding van de bestuurlijke reactie van het college van Gedeputeerde Staten kan de rekenkamer besluiten een nawoord te schrijven; ook dat is een bijlage bij het rapport.
Nawoord
Daarna presenteert de rekenkamer het eindrapport in een besloten bijeenkomst aan de leden van Provinciale Staten; daarna is het rapport openbaar. Daarna licht zij het rapport nog eens toe in een bijeenkomst (zoals een commissievergadering) van PS.
Openbaarmaking
NB. Dat betekent dus, dat alle voorgaande stappen vertrouwelijk zijn en dat de provincie geen van de stukken die zij van de rekenkamer ontvangt aan derden mag geven.
44
Eindrapport – Rapport Groningen
Bijlage 3: Provincievergelijking Onderzoeksvraag Provincie Drenthe
Provincie Fryslân
Provincie Groningen
Doelstelling
De provincie formuleerde doelen voor het stimuleren van fietsgebruik, de verkeersveiligheid voor fietsers, het infrastructuurnetwerk en de waardering van toeristische fietsers. Deze doelen zijn in 2014 aangenomen en herzien in 2021
De provincie formuleerde doelen voor het stimuleren van fietsgebruik, de verkeersveiligheid voor fietsers, de waardering voor infrastructuur en het organiseren van een internationaal wielerevenement. Deze doelen zijn aangenomen in 2002 en herzien in 2022.
De provincie formuleerde doelen voor het stimuleren van fietsgebruik, verkeersveiligheid voor fietsers en de waardering voor infrastructuur. Deze doelen zijn in 2016 aangenomen.
Uitvoering
Drenthe zet in op infrastructuurprojecten, subsidies, educatieve programma’s en het organiseren van sportevenementen.
Fryslân zet in op infrastructuurprojecten, subsidies en educatieve programma’s.
Groningen zet in op infrastructuurprojecten, educatieve programma’s en ketenmobiliteit. Ook zoekt ze binnen de Fietscommunity veel samenwerking met gemeenten en maatschappelijke organisaties.
Monitoring
Drenthe monitort aan de hand van de landelijke programma’s BRON en OViN en gebruikt consumentenonderzoeken van maatschappelijke organisaties.
Drenthe monitort aan de hand van de landelijke programma’s BRON en OViN en gebruikt consumentenonderzoeken van maatschappelijke organisaties.
Groningen monitort aan de hand van de landelijke programma’s BRON en OViN en zet zelf consumentenonderzoeken uit om fietsinfrastructuur te beoordelen.
Resultaten
Drenthe haalde de doelen voor het stimuleren van fietsgebruik en de verkeersveiligheid voor fietsers deels. Gebruikers zijn positief over de Drentse fietsinfrastructuur. Voor de in 2021 gestelde doelen is doelbereiking nog niet bekend.
Fryslân haalde de doelen voor het stimuleren van fietsgebruik en de verkeersveiligheid voor fietsers niet. Gebruikers zijn positief over de Friese fietsinfrastructuur. Voor de in 2022 gestelde doelen is doelbereiking nog niet bekend.
Doelbereiking van Groningse doelen kan in 2025 worden vastgesteld. De doelen voor het stimuleren van fietsgebruik en verkeersveiligheid voor fietsers lijken gehaald te gaan worden. De oordelen over fietsinfrastructuur zijn positief, maar halen niet het door het provincie gestelde doel.
45
Eindrapport – Rapport Groningen
Bijlage 4: Bestuurlijke reactie Gedeputeerde Staten van Groningen Op 1 mei jongstleden ontvingen wij uw eindrapport van het onderzoek naar ons fietsbeleid. In deze brief geven wij u onze bestuurlijke reactie op de conclusies en de aanbeveling uit uw onderzoeksrapport. Allereerst willen wij u danken voor uw onderzoek. Dit scherpt onze blik en zal onze toekomstige inspanningen voor de fiets verbeteren. De centrale vraag van uw onderzoek was: "Hoe geeft de provincie invulling aan het fietsbeleid met betrekking tot fietsinfrastructuur, verkeersveiligheid, recreatie en het stimuleren van fietsgebruik en hoe doeltreffend is zij daarin?" In uw aanbiedingsbrief vraagt u ons om te reflecteren op de conclusies en aanbevelingen en aan te geven hoe wij met de aanbevelingen omgaan. In onze reactie nemen wij beide aspecten mee. Algemene reactie We ondersteunen uw hoofdconclusie over het behalen van de gestelde doelen. Sinds we het Programma Mobiliteit 2022-2035 hebben vastgesteld zijn de meeste doelstellingen nog ambitieuzer dan in de periode die u onderzocht heeft. Uw conclusies sterken ons in de gedachte dat we op de goede weg zijn en ook deze ambitieuzere doelstellingen kunnen halen. We zetten ons ambitieuze fietsbeleid voort door middel van ons nieuwe Werkplan Fiets 2024-2027 (Iedereen op de fiets).
Conclusies In uw onderzoek naar het fietsbeleid maakt u onderscheid in vijf inhoudelijke thema's: stimuleren, doorfietsroutes en hoofdfietsroutes, verkeersveiligheid, overstappunten en samenwerking. Per thema heeft u onderzocht welke maatschappelijke doelen geformuleerd zijn, hoe deze worden nagestreefd, hoe het effect op de doelstellingen wordt gemeten, en in hoeverre de doelen worden behaald. Overkoepelend heeft u onderzocht in hoeverre de Noordelijke provincies samenwerken. Onze reactie op de conclusies beschrijven wij per thema. 1. Stimuleren
46
Eindrapport – Rapport Groningen
We hadden in de onderzochte periode als doel: het aantal verplaatsingen per persoon en de afgelegde afstand per persoon stijgt tot en met 2025 met 10%, ten opzichte van 2014. U concludeert dat we op schema liggen om dit doel te behalen. We zijn verheugd met deze conclusie en blijven ons inzetten om het gebruik van de fiets te doen stijgen. Inmiddels hebben wij ons in het Programma Mobiliteit gecommiteerd aan de doelstelling van Tour de Force en het Nationaal Toekomstbeeld Fiets: 20% meer fietskilometers in 2027 ten opzichte van 2017. Deze doelstelling vertalen wij specifiek door naar onze Doorfietsroutes en Regionale Hoofdfietsroutes. 2. Doorfietsroutes We hebben als doel: inwoners beoordelen de Doorfietsroutes met minimaal een 8 en de Regionale Hoofdfietsroutes met minimaal een 7,5. U concludeert terecht dat deze doelstelling niet gehaald wordt. Toch zijn wij niet ontevreden met het consumentenoordeel voor Doorfietsroutes, dat varieert tussen 7,7 en 8,0. We blijven luisteren naar de beoordeling van onze inwoners en voeren waar mogelijk verbeteringen op de routes door. In ons Werkplan Fiets 2024- 2027 is daarom budget gereserveerd om de sociale veiligheid op Doorfietsroutes nader te onderzoeken. Daarnaast passen we de ervaringen vanuit de gerealiseerde Doorfietsroutes toe bij de nieuwe Doorfietsroutes die we gaan realiseren, bijvoorbeeld naar Assen, Leek en Zuidlaren. 3.
Verkeersveiligheid We hanteerden in het grootste deel van de onderzoeksperiode als doelstelling voor verkeersveiligheid in het algemeen: in 2020 is het aantal verkeersdoden maximaal 25 en het aantal ziekenhuisgewonden maximaal 300. In onze fietsstrategie hebben we dit doorvertaald naar de fiets. Voor fietsers betekende dit dat we streefden naar maximaal 3 fietsdoden en maximaal 83 gewonde fietsers. Het aantal fietsdoden en gewonde fietsers bleef in de afgelopen periode helaas meestal niet onder deze aantallen. Het toenemend aantal fietsongevallen is in lijn met een landelijke trend. We liggen daarmee ook niet op koers om de aangescherpte doelstelling in ons Programma Mobiliteit te halen: het halveren van het aantal verkeersslachtoffers in 2030 ten opzichte van 2019 en het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers naar nul in 2050. Wij betreuren dit en zetten ons volop in om de verkeersveiligheid voor kwetsbare verkeersdeelnemers te verbeteren. We vinden de uitkomsten van uw eigen enquête waardevol. We zijn blij te lezen dat de meerderheid van de respondenten tevreden is over de veiligheid van fietsen in onze provincie. We zullen deze uitkomsten ook bespreken met de Groninger gemeenten. 4.
Overstappunten In ons fietsbeleid hadden we in de onderzoeksperiode als doelen om het aantal fietsenstallingen en deelfietsen bij overstappunten te verhogen en om een consumentenoordeel van 7,5 voor de fietsvoorzieningen bij oversstappunten te behalen. U concludeert terecht dat we het beoogde consumentenoordeel niet halen: de rapportcijfers 6,9 (2019) en 6,7 (2022) voldoen niet aan onze ambities. In 2024 en 2025 realiseren we op Hubs, en bij provinciale bushaltes en treinstations, extra stallingsmogelijkheden voor fietsers. In het Werkplan Fiets 2024-2027 hebben we hiervoor € 3,3 miljoen gereserveerd. Ook helpen we gemeenten via subsidie om fietsenstallingen bij
47
Eindrapport – Rapport Groningen
gemeentelijke bushaltes op orde te brengen. We verwachten dat deze inspanningen zullen bijdragen aan een hoger rapportcijfer. 5. Samenwerking Overkoepelend heeft u in beeld gebracht in hoeverre de Noordelijke provincies samenwerken met elkaar en met andere buurprovincies en met gemeenten binnen het fietsbeleid, specifiek met betrekking tot provincie overstijgende infrastructuur. Hiervoor zijn vijf cases uitgewerkt. De samenwerking in Noord-Nederland op het thema fiets ervaren wij als positief. We trekken veel samen op met Drenthe en Friesland, onder andere middels een regulier noordelijk fietsoverleg. Daar wordt op diverse fietsthema's kennis en ervaring uitgewisseld en waar mogelijk samen opgetrokken. De samenwerking met de Groninger gemeenten is positief, gemeenten waarderen de inzet van onze Fietsmakelaar. De rol van Fietsmakelaar zetten we daarom voort gedurende de looptijd van ons Werkplan Fiets 2024-2027. Daarnaast werken we intensief samen met andere provincies in IPO-verband en met andere organisaties binnen Tour de Force. Aanbevelingen Naar aanleiding van de bovenstaande conclusies doet u één aanbeveling, namelijk: Aanbeveling 1: College van Gedeputeerde Staten, leg samenwerkingen vaker schriftelijk vast. Wees daarbij duidelijk waar de verantwoordelijkheid ligt voor eventuele financiële tegenvallers. Deze aanbeveling nemen wij ter harte.
Voor Doorfietsroutes zijn de financiële afspraken duidelijk in beeld en ondervinden we tot nu toe geen problemen ten aanzien van de verantwoordelijkheden, zoals u in uw rapport ook concludeert. We verwachten dat het belang om samenwerkingen schriftelijk vast te leggen in de toekomst wel groter wordt. We zullen dit in de toekomst vaker gaan doen. Ook omdat we bij de realisatie van Regionale Hoofdfietsroutes en Basisfietsroutes uitgaan van een andere verdeling van de verantwoordelijkheid dan bij Doorfietsroutes. Hiermee zorgen we ervoor dat gemeenten en andere betrokken beter weten waar ze aan toe zijn. Wij vertrouwen erop u voldoende te hebben geïnformeerd. Wij willen u tot slot nogmaals bedanken voor het onderzoek en de prettige samenwerking tijdens de onderzoeksperiode. Uw rapport steunt ons in de overtuiging dat we met de fiets op de juiste weg zijn.
48
Eindrapport – Rapport Groningen
Dr Nassaulaan 5 | 9401 HJ Assen | 0592 304 790 | www.noordelijkerekenkamer.nl