1.12.2 Bijlage Rekenkamer - Eindrapport Fryslân
Tekst van het document
23
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
Fyts!mpuls Het doel van deze subsidie is de verkeersveiligheid vergroten door gemeentelijke activiteiten te stimuleren waarmee de fietsinfrastructuur wordt verbeterd. De subsidieaanvrager dient in de aanvraag duidelijk aan te geven welke maatregelen worden uitgevoerd. De verdeelsystematiek vindt plaats op basis van het principe “wie het eerst komt, wie het eerst maalt”. Maatregelen die in aanmerking komen voor deze subsidie zijn onder andere kantmarkeringen, het verhelpen van conflictpunten bij kruispunten of het aanleggen van een comfortverbeterende deklaag.68
3.4
Monitoring
Gedeputeerde Staten monitoren vanaf 2014 het aantal verkeersslachtoffers door middel van ViaStat. ViaStat is een dashboard app waarmee de stand van zaken per gebied op het gebied van verkeersveiligheid en bereikbaarheid inzichtelijk wordt gemaakt.69 ViaStat is onderdeel van het Bestand geRegistreerde Ongevallen Nederland BRON.70 Deze cijfers bevatten gegevens van Politie Nederland, gegevens uit doodsoorzaakformulieren die zijn ingevuld door de schouwend arts en dossiers van arrondissementsparketten. De provincie gaat bij verkeersongevallen uit van een lage registratiegraad, namelijk 85%.71 De resultaten van deze monitoring staan niet in het monitoringssysteem dat de provincie hanteert, namelijk www.powerbi.com/.72 Tot 2014 registreerde BRON slechts het aantal ‘ernstige verkeersslachtoffers’ als gevolg van verkeersongevallen. Het aantal fietsers dat gedurende de periode tussen 2002 en 2014 als gevolg van een ongeval is overleden is dus niet gemonitord. Het aantal ‘ernstige verkeersslachtoffers’ is volgens de registratie minimaal 1 tot maximaal 14 slachtoffers per jaar in deze periode. Dit is het gevolg van een registratietrendbreuk, die leidde tot minder data.
Volgens de provincie leidt deze registratietrendbreuk tot betrouwbaardere registratie.73 Naast deze ongevalsregistratie, gebruikt de provincie ambulancedata en data van de SEHafdelingen (Spoedeisende Hulp) van de vier Friese ziekenhuizen. Dit is een project dat in Fryslân, maar ook op nationaal niveau, in ontwikkeling is. Deze gegevens hebben, totdat dit project is uitontwikkeld, slechts een signaalfunctie.74
68 Lokale regelgeving: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR639408#nota-toelichting, benaderd op 20 maart 2024. 69 Verkeerskunde: https://www.verkeerskunde.nl/artikel/gratis-kennismaken-met-viastat-dashboard-app, geraadpleegd op 9 mei
2023. 70 Overheid.nl: https://data.overheid.nl/dataset/9841-verkeersongevallen---bestand-geregistreerde-ongevallen-nederland, benaderd op 12 juli 2023. 71 Gebaseerd op een schriftelijke toelichting bij een groepsgesprek, geschreven door medewerkers van de provincie, 30 juni 2023 en Provincie Fryslân, 1.0 verkeersslachtoffers en bronnen, Provincie Fryslân. 72 Provincie Fryslân: https://app.powerbi.com/view?r=eyJrIjoiZGRlZjNiNjgtYzYyZC00OGU5LThhMzItODA2ZDU4NTJhMzhhIiwidCI6IjQxNGRlYjViLWQ3ZGYtN GFlYS1hMDI1LTM4MGM5MGU0ZTcxNyIsImMiOjl9, benaderd op 28 juli 2023. 73 Provincie Fryslân, 1.0 verkeersslachtoffers en bronnen, Provincie Fryslân. 74 Gebaseerd op een schriftelijke toelichting bij een groepsgesprek, geschreven door medewerkers van de provincie, 30 juni 2023.
24
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
3.5
Resultaten
In tabel 1 staat het aantal dodelijke fietsslachtoffers en het aantal ziekenhuisgewonden onder fietsers in de periode 2002 tot en met 2022 weergegeven.75 We kiezen voor een terugblik tot en met 2002, omdat het maatschappelijke doel dat tot 2022 gold was zich verhoudt tot dat jaartal. In de periode 2002 tot 2014 monitorde de provincie het aantal ziekenhuisgewonden op een andere manier. Door een registratiebreuk is de database te klein en niet geschikt voor een vergelijking met de periode 2014-2022. Wij kiezen er daarom voor deze niet in de tabel op te nemen. Tabel 1 : Aantallenverkeersdoden en ernstig verkeersgewonden / ziekenhuisgewonden
Jaar
Aantal verkeersdoden
Aantal ernstig verkeersgewonden / ziekenhuisgewonden
2002
13
-
2003
11
-
2004
12
-
2005
7
-
2006
7
-
2007
12
-
2008
11
-
2009
7
-
2010
3
-
2011
6
-
2012
12
-
2013
4
-
2014
4
99
2015
9
111
2016
7
130
2017
3
194
2018
5
235
2019
6
181
2020
8
184
2021
7
202
2022
11
223
Het aantal verkeersdoden onder fietsers loopt uiteen tussen 3 en 13. Het aantal ziekenhuisgewonden onder fietsers wisselt tussen 99 en 235. Hierbij is geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende doelgroepen, zoals scholieren of ouderen. Door de jaren heen is een toename zichtbaar, die vanaf 2018 stabiliseert. Na een lichte afname neemt het aantal
75
Gebaseerd op een schriftelijke toelichting bij een groepsgesprek, geschreven door medewerkers van de provincie Fryslân, 30 juni 2023 en schriftelijke communicatie met vier medewerkers van de provincie Fryslân, op 22 januari 2024.
25
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
ziekenhuisgewonden vanaf 2020 weer toe. Deze toename is in andere provincies ook zichtbaar en heeft volgens de provincie te maken met de coronacrisis.76
3.5.1 Enquête Noordelijke Rekenkamer Tussen de 51% en 61% van de respondenten geeft aan tevreden te zijn over de veiligheid op oversteekpunten, bij busbanen, en het overzicht op kruispunten. Minder tevreden is men met de aanwezigheid van paaltjes, drempels en greppels. Over veiligheid bij spoorwegovergangen is zelfs 82 % tevreden. Over het algemeen is de groep 65+ net iets minder tevreden over de veiligheid op specifieke plekken, behalve over de veiligheid bij spoorwegovergangen, hier zijn de 65-plussers meer tevreden dan de twee jongere leeftijdsgroepen. Tussen stedelijk en niet stedelijk is nauwelijks verschil, behalve met betrekking tot busbanen. Ook over de scheiding tussen andere weggebruikers, verlichting, markeringen op en breedte van de fietspaden is steeds een kleine meerderheid tevreden. Waarbij opvalt dat er meer 16-34 jarigen ontevreden zijn over de verlichting en het bij het breedte van het fietspas net andersom is, daar is de groep 65+ meer ontevreden. Met de veiligheid op de fietsroutes overdag zit het wel goed met een tevredenheid van 91%. Hierbij zijn geen grote verschillen tussen de leeftijdsgroepen en het stedelijke en niet stedelijk gebied.
Als redenen voor onveilig gevoel wordt vaak het gedrag van automobilisten genoemd (te hard rijden), de drukte op de fietspaden met voertuigen met veel verschil tussen de snelheden, fietspaden met tweerichtingsverkeer en het verschil in voorrangregels op rotonden. Hoewel 66% aangeeft tevreden te zijn over de veiligheid op de fietsroutes in het donker, zijn er zeker punten van kritiek. Deze gaan met name over het gebrek aan verlichting, te hard rijden door automobilisten en sociale onveiligheid.
3.6
Vergelijking Noordelijke provincies
Zowel Drenthe als Groningen hebben beleidsdoelen voor het stimuleren van verkeersveiligheid. Drenthe verbetert de verkeersveiligheid aan de hand van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid Drenthe 2022-2026, met daarin onder andere educatieve programma’s en faciliteert gemeenten aan de hand van subsidieregelingen. Groningen zet in op educatie en veiligheidsmaatregelen bij nieuwe en oude infrastructuur. Beide provincies hebben zich tot doel gesteld het aantal verkeersdoden en ernstig gewonde fietsers terug te brengen en monitoren dit, net als Fryslân, met BRON.
3.7
Samenvattende bevindingen
Gedeputeerde Staten wilden in 2010 het aantal verkeersdoden en het aantal ziekenhuisgewonden met 25% terugbrengen, ten opzichte van 2002. Vanaf 2022 willen ze het aantal verkeerdoden en ziekenhuisgewonden handhaven, ten opzichte van 2020. Om de doelen te bereiken, zet de provincie in op ketenbenadering, infrastructuur en educatie en voorlichting. In hoeverre de doelen
76 Provincie Groningen, Jaarstukken 2022, mei 2023, p. 93.
26
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
bereikt worden, bepaalt de provincie aan de hand van BRON. Omdat de provincie pas vanaf 2014 gegevens heeft, kan de mate van doelbereiking niet goed vastgesteld worden.
27
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
4. Waardering voor infrastructuur 4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk brengen we in kaart in hoeverre het Friese fietsbeleid met betrekking tot fietsinfrastructuur de gewenste resultaten behaalt. Dit doen we door eerst het beleidsdoel en de uitvoering ervan te beschrijven. Vervolgens analyseren we de monitoring en de mate waarin het beleidsdoel bereikt wordt. We sluiten het hoofdstuk af met een provincievergelijking en een samenvatting van de belangrijkste bevindingen. Met de informatie in dit hoofdstuk beantwoorden we deels de eerste vier deelvragen. Deze zijn: - Welke maatschappelijke doelen heeft de provincie met betrekking tot het fietsbeleid geformuleerd? - Op welke manier streeft de provincie deze doelen na? - Op welke manier meet de provincie de behaalde resultaten? - In hoeverre worden de doelen gerealiseerd?
4.2
Doelstelling
De doelstelling met betrekking tot de waardering voor de fietsinfrastructuur is in Fryslân Fytslân door Provinciale Staten vastgesteld. Van 2016 tot 2021 luidde deze doelstelling “de hoge waarderingscijfers voor fietsmogelijkheden in Fryslân moeten gehandhaafd worden. Waar mogelijk worden de cijfers verhoogd. In 2005 was de waardering van dagtoeristen een 7.5. de waardering van verblijftoeristen was een 7.8. Daarnaast moet fietsen voor dagtochten en vakanties minstens zo’n belangrijk motief blijven”.77 Vanaf 2022 is dit geen provinciaal maatschappelijk doel meer binnen het fietsbeleid.78
4.3
Uitvoering
In Fryslân Fytslân beschrijven Gedeputeerde Staten enkele actiepunten binnen het fietsbeleid voor toerisme en recreatie. Deze punten richtten zich onder andere op bewegwijzering, GPS-
77
Provincie Fryslân, Fryslân Fytslân, nota voor het fietsverkeer, vastgesteld door Provinciale Staten op 20 april 2005, p. 7.
78 Provincie Fryslân, Fryslân Feilich Fytslân, in toskje derby, vastgesteld door Provinciale Staten op 23 maart 2022.
28
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
fietsen en het onderhouden van een internet databank.79 Deze beschrijven we in paragraaf 4.3.1 Daarnaast verstrekt de provincie subsidies voor toeristisch recreatieve fietsprojecten. 80 De Subsidieverordening Toerisme en Recreatie Fryslân beschrijven we in paragraaf 4.3.2. Twee andere subsidies, Fyts!mpuls en Trochfytsrûtes, dragen hier ook aan bij, maar deze hebben een bredere focus op het doen toenemen van fietsgebruik in het algemeen en het versterken van verkeersveiligheid. Deze subsidies beschrijven we in de daartoe bestemde hoofdstukken.
4.3.1 Actiepunten toerisme en recreatie De provincie heeft in 2005 zes actiepunten voor toerisme en recreatie geformuleerd. Deze beschrijven we hieronder, inclusief de werkzaamheden die gedurende de onderzoeksperiode hieraan bijdroegen. Het eerste actiepunt omvat het realiseren van een fietsknooppuntenbewegwijzering. In Noord West Fryslân begonnen gemeenten met een pilot hiervoor. De provincie wilde onderzoeken of het mogelijk was het knooppuntensysteem over heel Fryslân uit te zetten.81 In september 2016 hebben Gedeputeerde Staten deze opdracht verleend aan het recreatieschap Marrekrite. Deze hebben het routenetwerk in december 2020 afgerond.82 Het tweede actiepunt was het GPS-fietsen. In 2005 was het GPS-systeem in ontwikkeling en de provincie wilde onderzoeken welke kansen dit voor Fryslân had. Dit deed ze door concrete projecten rondom GPS-fietsen te stimuleren. Gedurende de onderzoeksperiode maken veel fietsers gebruik van GPS. De provincie speelt geen rol meer in het uitrollen ervan. Het derde actiepunt was het gebruik van een internet databank. Rond de tijd dat de provincie de zes actiepunten formuleerde, was het internet nog een medium dat nog aan populariteit moest winnen. De provincie wilde hierop inhaken door een algemeen adres voor toeristische informatie over Fryslân te creëren, met daarbij een databank met recreatieve fietsroutes.
83 Met de ontwikkeling van Marrekrite en Merk Fryslân hebben Gedeputeerde Staten uitvoering gegeven aan dit punt. Het vierde actiepunt betreft een stadsrecreatiekaart. Daarmee kunnen geïnteresseerden mogelijke routes voor wandelen, fietsen, varen of paardrijden in een stad in één oogopslag bekijken. Leeuwarden had destijds een dergelijke kaart en de provincie wilde de mogelijkheid onderzoeken deze ook bij andere steden uit te brengen. Gedurende de onderzoeksperiode zijn geen fysieke kaarten door de provincie uitgegeven. Merk Fryslân publiceert wel fietsroutes op haar website. 84 Punt vijf betrof het versterken van fietsmogelijkheden vanaf plaatsen waar pleziervaartuigen aanmeren. Hiervoor realiseert de provincie toeristisch overstappunten. Zeventien hiervan zijn reeds gerealiseerd en de provincie heeft als doel er 40 te plaatsen.85 Ten zesde wilde de provincie de verschillende gebruikers van fietspaden wijzen op voor hun geschikte fietspaden, zodat conflictsituaties vermeden kunnen worden.86 Aan dit actiepunt is vanuit toerisme en recreatie geen uitvoering gegeven.
79 Provincie Fryslân, Fryslân Fytslân, nota voor het fietsverkeer, vastgesteld door Provinciale Staten op 20 april 2005, p. 35. 80 Provincie Fryslân, Fryslân Fytslân, nota voor het fietsverkeer, vastgesteld door Provinciale Staten op 20 april 2005, pp. 36 & 37. 81 Provincie Fryslân, Fryslân Fytslân, nota voor het fietsverkeer, vastgesteld door Provinciale Staten op 20 april 2005, p. 35. 82 Provincie Fryslân, Brief van Marrekrite aan Gedeputeerde Staten van Fryslân, 23 september 2020. 83 Provincie Fryslân, Fryslân Fytslân, nota voor het fietsverkeer, vastgesteld door Provinciale Staten op 20 april 2005, pp. 35 & 36. 84 Merk Fryslân: https://www.friesland.nl/nl/plannen/zien-en-doen/activiteiten/1000-routes/alle-routes, benaderd op 31 januari
2024. 85 Marrekrite: https://marrekrite.frl/fietsen/toeristische-overstappunten/, benaderd op 31 januari 2024. 86 Provincie Fryslân, Fryslân Fytslân, nota voor het fietsverkeer, vastgesteld door Provinciale Staten op 20 april 2005, p. 36.
29
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
4.3.2 Subsidieverordening Toerisme en Recreatie Fryslân Toeristisch recreatieve fietsprojecten kwamen in aanmerking voor provinciale subsidie op basis van de Subsidieverordening Toerisme en Recreatie Fryslân.87 Subsidieverzoeken voor recreatieve fietsverbindingen werden beoordeeld op twee kenmerken. Ten eerste moest de verbinding aantrekkelijk zijn. In deze context bedoelde de provincie afwisseling in het landschap, tussen bijvoorbeeld vaarwegen, boomwallen en langs cultuurhistorische landschapselementen. Ten tweede moest de verbinding een essentiële toevoeging zijn voor de bestaande recreatieve fietsmogelijkheden.88
4.4
Monitoring
Gedeputeerde Staten monitoren de waardering van de fietsers voor de infrastructuur niet zelf. ook de motieven waarom mensen de fiets gebruiken, bijvoorbeeld voor dagtochten of vakanties, houden ze niet bij. Wel maakt ze gebruik van de Kwaliteitsmonitor van het Fietsplatform. Met dit onderzoek toetst het Fietsplatsform op concrete kwaliteitsaspecten waar regio’s, zoals provincies, in belangrijke mate invloed op kunnen uitoefenen. Deze monitor houdt niet bij welke motieven mensen hebben om de fiets te pakken. De Kwaliteitsmonitor heeft geen invloed gehad op het beleid.
4.5
Resultaten
Het monitorsysteem van de provincie geeft geen inzicht in de waardering van gebruikers voor de fietsinfrastructuur, of de motivatie die de gebruiker heeft om de fiets te pakken. De provincie maakt hiervoor gebruik van onderzoeken van landelijke consumentenorganisaties, zoals de ANWB en de Kwaliteitsmonitor van het Fietsplatform. Deze onderzoeken maken geen onderscheid niet tussen dagtoeristen of verblijftoeristen. In paragraaf 4.5.1 beschrijven we de resultaten van de Kwaliteitsmonitor. In paragraaf 4.5.2 beschrijven we de resultaten van enkele enquetes van de ANWB. In paragraaf 4.5.3 beschrijven we enkele resultaten van onze eigen enquête.
4.5.1 Kwaliteitsmonitor De provincie gebruikte tot 2022 zes kwaliteitsmonitoren om de kwaliteit van de toeristische fietsregio te controleren. Deze zijn gepubliceerd in 2012, 2013, 2015, 2017, 2019 en 2022. Van deze publicaties vallen er dus vier binnen de onderzoeksperiode. De onderzoeken tot 2019 monitoren de kwaliteit van het routenetwerk en de kwaliteit van de randvoorwaarden. Aspecten die vallen onder de kwaliteit van het routenetwerk zijn te beïnvloeden door netwerkbeheerders, waar de provincie er dus één van is. Voorbeelden zijn de dichtheid van het netwerk of de
87 Provincie Fryslân, Fryslân Fytslân, nota voor het fietsverkeer, vastgesteld door Provinciale Staten op 20 april 2005, pp. 36 & 37. en
overheid.nl: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/334299/4, benaderd op 22 september 2023. 88 Provincie Fryslân, Fryslân Fytslân, nota voor het fietsverkeer, vastgesteld door Provinciale Staten op 20 april 2005, pp. 36 & 37.
30
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
bewegwijzering. Aspecten die vallen onder de kwaliteit van randvoorwaarden zijn beleidsmatig, kaderstellend of faciliterend te beïnvloeden door provincies en gemeenten. Voorbeelden hiervan zijn de horecavoorzieningen langs de routes of de aanwezigheid van openbare rustplaatsen. In tabel 2 beschrijven we de belangrijkste bevindingen van de kwaliteitsmonitoren tot en met 2019. De percentages geven de score van de aspecten aan ten opzichte van de maximale score.89 Tabel 1: Belangrijkste bevindingen Kwaliteitsmonitor
Jaar
Kwaliteit routenetwerken
Kwaliteit randvoorwaarden
2015
91,6 %
90,8 %
2017
96,5 %
95,7 %
2019
98,0 %
95,0 %
Volgens de monitoren scoort Fryslân goed op beide aspecten. De goede scores bij de routenetwerken zijn volgens het fietsplatform te danken aan het routebureau Marrekrite. De consumentenwaardering voor de kwaliteit van de routes, de bewegwijzering en het feit dat het niet (te) de druk is op de fietspaden scoren hoog. Volgens de onderzoeken zijn de randvoorwaarden in Fryslân goed. Verbeterpunten zijn het stimuleren van horeca langs de routes en betere verwijzingen naar landelijke routes.90 Bij de monitor van 2022 heeft het Fietsplatform gekozen een bredere afbakening en andere indeling te hanteren. In tabel 3 geven we de belangrijkste resultaten van deze kwaliteitsmonitor weer. Tabel 2: Resultaten Kwaliteitsmonitor 2022
Aspect
Waardering
Kwaliteit recreatieve fietsmogelijkheden algemeen
68,5 %
Kwaliteit routenetwerk
93,5 %
Kwaliteit ontsluiting aanbod
88,0 %
Organisatie en beleid
100 %
Door de bredere afbakening en de andere indeling, zijn de resultaten moeilijk te vergelijken met de eerdere monitoren. Fryslân scoort op alle onderdelen goed. Met name de kwaliteit van het routenetwerk en de organisatie van het beheer en het onderhoud ervan scoren bovengemiddeld, vergeleken met de overige provincies.
4.5.2 Onderzoek ANWB De ANWB zette zowel in 2016 als in 2021 een enquête uit onder recreatieve fietsers. Andere maatschappelijke organisaties, zoals de Fietsersbond en Stichting Landelijk Fietsplatform hebben beide keren geholpen met het verspreiden van de enquête.91 Stichting Landelijk Fietsplatform
89 Fietsplatform, kwaliteitsmonitoren 2012, 2023, 2015, 2017, 2019 en 2022. 90
Fietsplatform, kwaliteitsmonitoren 2012, 2023, 2015, 2017, 2019 en 2022.
91 Blauw Research bv. (2016). Recreatief fietsen in Friesland. ANWB, Fietsersbond, NTFU en Stichting Landelijk Fietsplatform.
31
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
heeft de resultaten verwerkt in de Kwaliteitsmonitor fietsregio’s 2022. 92 Deze onderzoeken differentieren niet tussen dagtoeristen of verblijftoeristen. Ook onderscheiden ze niet in de motieven van fietsers. In tabel 4 beschrijven geven we de belangrijkste resultaten van deze onderzoeken weer.93 Tabel 3: Beoordeling recreatief fietsen in 2016 en 2021
Thema binnen recreatief fietsen
Beoordeling 2016
Beoordeling 2021
Algemeen oordeel
8.0
8.3
Omgeving van de fietstocht
7.9
8.3
Comfort van de infrastructuur
7.0
7.4
Bewegwijzering
7.5
7.9
Route van het parkoers
7.6
7.9
Bezienswaardigheden
7.4
7.3
Plekken om te rusten
6.6
7.2
Aantal weggebruikers op de fietspaden
7.1
7.1
Horeca-aanbod onderweg
6.5
7.0
Zowel het algemene oordeel als de oordelen van alle onderzochte thema’s zijn voldoende. Het algemene oordeel stijgt volgens het onderzoek van 8.0 tot 8.3. De thema’s binnen het recreatief fietsen kregen in 2016 cijfers tussen de 6.5 en de 7.9. In 2021 was dit tussen de 7.0 en de 8.3. Van de acht thema’s stijgt de beoordeling van zes, met minimaal 0.4 punten tot maximaal 0.6 punten. Daarnaast is de perceptie van drukte op de fietspaden gelijk gebleven.
4.5.3 Enquête Noordelijke Rekenkamer In de enquête zijn eerst een paar vragen gesteld over de tevredenheid over de algemene infrastructuur. Deze behandelen we hier eerst, gevolgd door de resultaten met betrekking tot het recreatief fietsten. Meer dan 60% van de respondenten is tevreden over de staat van het wegdek, het rijcomfort, de directheid van de routes, bewegwijzering, en de mate waarin de fietspaden zijn opgeruimd. Over de stallingsmogelijkheden is men met 51% minder tevreden. Over de aanwezigheid van oplaadpunten voor elektrische fietsen is 33% ontevreden. Slechts 24% is hierover tevreden en 43% heeft geen mening. Opvallend genoeg is hier weinig verschil tussen stedelijk en niet stedelijk gebied. De respondenten geven de fietspaden in het algemeen een 7,3 op een schaal van 1 tot 10. Van de respondenten fiets 45% één tot meerdere keren per week recreatief, het vaakst door de groep 65+. Slechts 19% geeft aan minder dan één keer per maand of helemaal niet recreatief te fietsen. Bij het recreatief fietsten wordt (bijna) even vaak gebruik gemaakt van een elektrische fiets als van een gewone. Er is wel een duidelijk verschil per leeftijdsgroep. Zo fietst maar liefst 68% van de 65-plussers op een elektrische fiets tegen 27% van de 16-34-jarigen. Maar liefst 81% vindt dat er voldoende afwisselende fietsroutes inde provincie
92 Stichting Landelijk Fietsplatform. (2022). Kwaliteitsmonitor fietsregio’s 2022. Stichting Landelijk Fietsplatform, ANWB, Fietsersbond
en NTFU. 93 Blauw Research bv. (2016). Recreatief fietsen in Friesland. ANWB, Fietsersbond, NTFU en Stichting Landelijk Fietsplatform, en Stichting Landelijk Fietsplatform. (2022). Kwaliteitsmonitor fietsregio’s 2022. Stichting Landelijk Fietsplatform, ANWB, Fietsersbond en NTFU.
32
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
zijn. Ook over het feit of er voldoende informatieborden zijn (met informatie over de omgeving) en of de fietsroutes duidelijk zijn aangegeven is een ruime meerderheid tevreden. Eveneens een ruime meerderheid is van mening dat er voldoende horecagelegenheden zijn. Over de aanwezigheid van openbare toiletten is men een stuk minder positief, maar liefst 69% van alle respondenten vindt dat het er te weinig zijn. Op de vraag of er voldoende onbetaalde rustplaatsen zijn wordt verdeeld gereageerd, ongeveer één derde vindt van wel, ongeveer één derde vindt van niet en één derde heeft geen mening. Maar liefst 97% van de respondenten zou Fryslân als fietsprovincie aanbevelen bij familie en vrienden. Gemiddeld geven zij Fryslân als fietsprovincie een 7,7 als rapportcijfer. Van de recreatieve fietsers geeft 40% aan ook buiten de eigen provincie te fietsen. Bij de respondenten die aangeven ook buiten Fryslân recreatief te fietsten, is Drenthe veruit het populairst met 105 stemmen, gevolgd door Gelderland met 45 stemmen. Overijssel volgt met 43 stemmen en Groningen wordt 37 keer genoemd. 51 respondenten geeft aan overal in Nederland wel te fietsen.
4.6
Vergelijking Noordelijke provincies
Groningen heeft concrete doelen gesteld voor de waardering door haar inwoners voor doorfietsroutes, regionale hoofdfietsroutes en overstappunten. De hiervoor benodigde onderzoeken voert ze zelf uit. De doorfietsroutes en overstappunten bereiken daarin net niet de gestelde normen. Voor regionale hoofdfietsroutes zijn nog geen onderzoeken uitgezet. Drenthe stelde zich tot 2021 ten doel dat de fietsinfrastructuur een goede beoordeling kreeg. De monitoring hiervan leunt op landelijke onderzoeken, zoals die van de ANWB.
4.7
Samenvattende bevindingen
Gedeputeerde Staten wilden tot 2021 de hoge waarderingscijfers voor de fietsmogelijkheden binnen de provincie handhaven. Om het doel te bereiken, zette de provincie in op de subsidieverordening Toerisme en Recreatie Fryslân. Ook zijn in 2005 zes actiepunten voor toerisme en recreatie opgesteld. De provincie monitort de doelbereiking niet. Wel maakt ze gebruik van landelijke onderzoeken van bijvoorbeeld de ANWB, maar hierin maken ze geen onderscheid tussen dagtochten en toeristen. Het is dus lastig om op basis van deze onderzoeken de mate van doelbereiking te bepalen. Vanaf 2021 waren hoge waarderingscijfers geen maatschappelijk doel meer.
33
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
5. Internationaal wielerevenement 5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk brengen we in kaart in hoeverre het Friese fietsbeleid met betrekking tot het organiseren van een internationaal wielerevenement het gewenste resultaat behaalt. Dit doen we door eerst het dit beleidsdoel en de uitvoering ervan te beschrijven. Vervolgens analyseren we de monitoring en de mate waarin het beleidsdoel bereikt wordt. We sluiten het hoofdstuk af met een provincievergelijking en een samenvatting van de belangrijkste bevindingen. Met de informatie in dit hoofdstuk beantwoorden we deels de eerste vier deelvragen. Deze zijn: - Welke maatschappelijke doelen heeft de provincie met betrekking tot het fietsbeleid geformuleerd? - Op welke manier streeft de provincie deze doelen na? - Op welke manier meet de provincie de behaalde resultaten? - In hoeverre worden de doelen gerealiseerd?
5.2
Doelstelling
Sinds 2022 hebben Provinciale Staten een nieuw doel toegevoegd aan het fietsbeleid, namelijk het binnenhalen van een groot wielerevenement. Het organiseren van een of enkele openingsetappes van de Tour de France, de Giro d’Italia of de Vuelta a España zou volgens Gedeputeerde Staten namelijk een positief effect hebben op de ‘Mienskipssin’. Daarnaast zou het goed zijn voor de wereldwijde promotie van Fryslân, omdat de beelden van de provincie de hele wereld overgaan. Tot slot draagt een dergelijk evenement volgens Gedeputeerde Staten bij aan de fietsveiligheid en fietsstimulering.94 In tegenstelling tot de andere provinciale doelen die sinds 2022 centraal staan binnen het fietsbeleid, is voor dit doel geen concrete slotdatum opgenomen. In juli 2023 presenteerden coalitiepartijen BBB, CDA, FNP en ChristenUnie het Bestuursakkoord 2023-2027. Hierin is de volgende passage opgenomen: “De provinciale wens om een internationale wielerronde naar Fryslan te halen, is deze periode vooralsnog financieel onhaalbaar”. 95 De kans is dus groot dat Gedeputeerde Staten tijdens de komende Statenperiode geen invulling geven aan dit maatschappelijke doel.
94
Provincie Fryslân, Fryslân Feilich Fytslân, in toskje derby, vastgesteld door Provinciale Staten op 23 maart 2022.
95 Provincie Fryslân. (2023) Bestuursakkoord 2023-2027. Provincie Fryslân, p. 25.
34
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
Het idee om een internationale wielerronde in Fryslân te organiseren ontstond in 2016, toen, in navolging van de toewijzing voor Leeuwarden-Fryslân 2018, de ambitie in de begroting werd opgenomen. Gedeputeerde Staten hebben destijds laten onderzoeken in hoeverre dit haalbaar is. Dit haalbaarheidsonderzoek is op 23 januari 2018 met Provinciale Staten gedeeld. In het onderzoek concluderen Gedeputeerde Staten dat de voorwaarden voor een internationale wielerronde ruimschoots aanwezig zijn. De houding van de inwoners wordt daarnaast welwillend ingeschat.96 Met ‘internationaal wielerevenement’ bedoelen Provinciale Staten specifiek de Tour de France, de Vuelta a España of de Giro d’Italia. De Tour de France en de Vuelta a España zijn wedstrijden die drie weken duren en worden georganiseerd door de Amaury Sport Organisation, of afgekort de A.S.O.97 De Giro d’Italia is ook een wedstrijd van drie weken en wordt georganiseerd door RCS Sport.98
5.3
Uitvoering
Het binnenhalen van de start van een grote wielerronde is in grote mate afhankelijk van de lobby richting de A.S.O en het R.C.S. In zowel het haalbaarheidsonderzoek als in Fryslân Feilich Fytslan benadrukken zowel Gedeputeerde Staten als Provinciale Staten dit. Dit lijkt gemakkelijk, maar het opzetten van een lobby kan veel tijd, middelen en inspanningen kosten. Volgens de beleidsnota geven Gedeputeerde Staten deze lobby ‘verder vorm’.99 Het is de bedoeling dat naast fietsbeleid ook andere relevante beleidsterreinen bij de lobby betrokken worden. Dit project raakt namelijk ook aan gezondheid, vitaliteit, recreatie en toerisme. “Alles wat Fryslân uniek maakt, krijgt een plaats binnen de marketing rondom een internationaal wielerevenement.” Wanneer er concreet zicht is op het binnenhalen van één van de drie grote rondes, wordt een separaat voorstel, inclusief financieringsvoorstel, aan Provinciale Staten en betrokken gemeenteraden voorgelegd. De provincie is verantwoordelijk voor de lobby en heeft een aanjagende rol tegenover andere betrokken organisaties, zoals de gemeente Leeuwarden.100 Afhankelijk van de wielerronde, en de invulling van het evenement, dient voor de start van een internationale wielerronde 10 tot 18 miljoen euro gereserveerd te worden. Dit bedrag was in 2018 gangbaar voor vergelijkbare projecten.
Het staat steden en regio’s in de bidfase vrij om de organisator meer geld te bieden, om de concurrentiepositie te versterken. Het budget hoeft niet alleen uit publieke middelen te bestaan. Tijdens de start van de Tour de France van 2010 in
96 Mulier Instituut, Verkenning haalbaarheid internationale wielerronde in Friesland, januari 2018, p. 33. 97 A.S.O.: https://www.aso.fr/en/, benaderd op 15 juni 2023. 98 RCS Sport: https://www.rcssport.it/?lang=it, benaderd op 15 juni 2023. 99 Provincie Fryslân, Fryslân Feilich Fytslân, in toskje derby, vastgesteld door Provinciale Staten op 23 maart 2022, p. 41, en Provincie
Fryslân, Altyd priis, beliedsbrief sport 2021-2024, vastgesteld door Provinciale Staten op 23 juni 2021, p. 52. 100 Provincie Fryslân, Fryslân Feilich Fytslân, in toskje derby, vastgesteld door Provinciale Staten op 23 maart 2022, p. 41.
35
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
Rotterdam was dit wel zo. Bij de Tourstart van 2015 was slechts 20% van het budget afkomstig uit publieke middelen.101 De gedeputeerde met sport in de portefeuille is verantwoordelijk voor de lobby. De ambtelijke ondersteuning maakt daarbij gebruik van kennis en expertise uit de wielerwereld. Dit heeft tot op heden onder andere geleidt tot drie kennismakingsgesprekken met het R.C.S.102
5.4
Monitoring
Concrete monitoring van de lobby vindt niet plaats. Wel rapporteren Gedeputeerde Staten de voortgangsresultaten, via de bestuursrapportages, aan Provinciale Staten. Concrete afspraken met de organisatie van het internationale wielerevenement leggen Gedeputeerde Staten te zijner tijd voor aan Provinciale Staten, inclusief de aanvragen voor de benodigde middelen.103
5.5
Resultaten
Het opzetten van een lobby om wielerwedstrijden te organiseren kost veel tijd, middelen en inspanningen. 104 In het coalitieakkoord 2023-2027 geven Gedeputeerde Staten aan dat het organiseren van een internationale wielerronde vooralsnog financieel onhaalbaar is.105
5.6
Vergelijking Noordelijke provincies
Zowel Drenthe als Groningen hebben zich niet als doel gesteld internationale wielerevenementen te organiseren. Drenthe organiseert wel wielerevenementen als middel om de provincie als toeristisch gebied op de kaart te zetten. Een recent voorbeeld hiervan is het EK wielrennen in 2023, op de VAM-berg.
5.7
Samenvattende bevindingen
Gedeputeerde Staten spannen zich sinds 2022 in om een internationaal wielerevenement te organiseren. Hiertoe lobbyt de provincie bij de organisatoren van deze evenementen. De provincie monitort dit doel niet. Er is geen zicht op wanneer of in hoeverre er een internationaal wielerevenement in Fryslân wordt georganiseerd.
101 Mulier Instituut, Verkenning haalbaarheid internationale wielerronde in Friesland, januari 2018, p. 28. 102 Gebaseerd op een groepsinterview met medewerkers van de provincie Fryslân, op vrijdag 30 juni 2023. 103 Gebaseerd op een groepsinterview met medewerkers van de provincie Fryslân, op vrijdag 30 juni 2023. 104
Gebaseerd op een groepsinterview met medewerkers van de provincie Fryslân, op vrijdag 30 juni 2023.
105 Provincie Fryslân. (2023) Bestuursakkoord 2023-2027. Provincie Fryslân, p. 25.
36
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
6. Samenwerken met gemeenten, provincies en waterschappen 6.1
Inleiding
Een groot deel van de fietspaden binnen de provincie Fryslân is niet in beheer van de provincie, maar in beheer van andere overheden of terreinbeheerders. Voor het aanleggen, verbeteren en onderhouden van deze fietspaden is geregeld samenwerking nodig. In dit hoofdstuk beschrijven wij de samenwerking van de provincie Fryslân met deze overheden en terreinbeheerders. Dit wilden we doen door vier casussen uit te werken, waarvan twee fietsinfrastructuurprojecten, een project binnen ketenmobiliteit en een overlegstructuur binnen verkeersveiligheid. Centraal bij de keuze voor deze cases is de verwachting dat de provincie voor het realiseren van het project afhankelijk is van samenwerking met anderen. Tijdens het onderzoek bleek dat er in de onderzoeksperiode geen fietsinfrastructuurprojecten met buurprovincies plaatsvonden. Het project dat in het kader van verkeersveiligheid geselecteerd was, bleek bij nadere beschouwing na een enthousiaste start geen vervolg te hebben gehad. Met de informatie in dit hoofdstuk beantwoorden we deelvraag 5: - In hoeverre werken de Noordelijke provincies samen met elkaar, met andere buurprovincies en met gemeenten binnen het fietsbeleid, specifiek met betrekking tot provincie overstijgende fietsinfrastructuur?
6.2
Fietsinfrastructuurproject met Drenthe
Tijdens de onderzoeksperiode van dit onderzoek vonden geen fietsinfrastructuurprojecten plaats waarbij de provincies Fryslân en Drenthe samenwerkten, of die de grens tussen beide provincies hebben overschreden. Medewerkers van de provincie Fryslân geven aan dat dit te maken heeft met het feit dat dit gedeelte van de provincie relatief dunbevolkt is, waardoor het aanleggen van fietsinfrastructuur tussen kernen geen prioriteit van de provincie is. Het realiseren
37
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
van doorfietsroutes tussen Leeuwarden, Sneek, Heerenveen en Drachten is dit wel. 106 De grensoverschrijdende recreatieve fietspaden vallen niet onder het beheer van de provincie maar bijvoorbeeld onder het beheer van Staatsbosbeheer.
6.3
Fietsinfrastructuurproject met Groningen
Tijdens de onderzoeksperiode vonden geen fietsinfrastructuurprojecten plaats waarbij de provincies Fryslân en Groningen samenwerkten, of die de grens tussen beide provincies hebben overschreden. Medewerkers van de provincie Fryslân geven aan dat dit te maken heeft met het feit dat dit gedeelte van de provincie relatief dunbevolkt is, waardoor het aanleggen van fietsinfrastructuur tussen kernen geen prioriteit van de provincie is. Het realiseren van doorfietsroutes tussen Leeuwarden, Sneek, Heerenveen en Drachten is dit wel.107
6.4
Project in het kader van ketenmobiliteit
Zoals we in paragraaf 2.3.2 beschrijven, is ketenmobiliteit een belangrijk onderdeel van de inspanningen van de provincie om haar inwoners te stimuleren meer te fietsen. Om de fiets als optie in het natransport te vergroten, zet de provincie in op huur- of leasefietsen. In het PVVP 2006 wordt één zin gewijd aan huurfietsen; “Verder stimuleert de provincie de uitbreiding van het aantal locaties waar de OV-fiets kan worden gehuurd.”. 108 Verder is er in het PVVP 2006 geen aandacht voor de huur-en deelfiets. In Fryslân Feilich Fytslân uit januari 2022 meldt de provincie dat er in 2021 op 24 locaties deelfietsen zijn geplaatst bij diverse OV-opstapplaatsen. Dit project is een samenwerking tussen de provincie en Arriva. 109 De samenwerking houdt in dat de provincie en Arriva gezamenlijk partijen hebben uitgenodigd om offerte uit te brengen. ‘Deelfiets Nederland’ (voorheen Zwolse deelfiets) heeft de opdracht verkregen. Er zijn deelfietsen geplaatst bij trein- en busstations en bushaltes. De rol van de provincie in dit project was die van agenderen, participeren en cofinanciering. De provincie stelt hiervoor in het eerste jaar € 100.000 beschikbaar en verwacht dat er in het tweede jaar € 50.000 nodig zal zijn. 110 De pilot is in oktober 2022 geëvalueerd, waarna de pilot is verlengd met één jaar tot 1 februari 2024.
Momenteel voeren de provincie en Arriva gesprekken met Deelfiets Nederland over de verdere uitvoering.
106 Gebaseerd op een groepsinterview met twee medewerkers van de provincie Fryslân, op 25 mei 2023 en gebaseerd op schriftelijke
communicatie met vier medewerkers van de provincie Drenthe, op 31 mei 2023. 107 Gebaseerd op een groepsinterview met twee medewerkers van de provincie Fryslân, op 25 mei 2023. 108 PVVP 2006, vastgesteld door Provinciale Staten dd. 15 maart 2006, p. 77 109 Fryslân Feilich Fytslân beleidsnota januari 2022, p. 35. 110 Fryslân Feilich Fytslân beleidsnota januari 2022, p.47
38
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
6.5
Noordelijke Proeftuin Verkeersveiligheid
Vanaf 2015 werkt het ROF samen met de Afdeling Verkeer en vervoer van de provincie Groningen en het Team Verkeer en Vervoer van de provincie in Drenthe in een organisatie genaamd ‘De Noordelijke Proeftuin Verkeersveiligheid’.111 Het doel van deze samenwerking is te kijken ‘hoe er door slimme inzet van middelen, partijen en kennis in de regio, effectiever en efficiënter kan worden bijgedragen aan verkeersveiligheid’.112 Een van de concretere uitgangspunten van dit project is de kwaliteit van fietsinfrastructuur. De provincies zijn hierbij betrokken, vanwege de inhoudelijke kennis. Het SWOV rapporteerde in 2018 over de eerste fase van de proeftuin.113 In dit rapport beschrijft het SWOV drie thema’s waarbinnen de deelnemende provincies stappen gaan zetten. Deze thema’s zijn rijden onder invloed van alcohol, de risico’s van snelheid en weg- en fietsinfrastructuur. In 2018 heeft de provincie een projectleider aangesteld voor de Proeftuin, mede ten behoeve van alle deelnemende provincies. De Proeftuin heeft geen formele status en sinds 2018 ontvangen zowel Gedeputeerde Staten als Provinciale Staten geen voortgangsrapportages.114
6.6
Samenvattende bevindingen
De provincie werkt samen met gemeenten, buurprovincies en maatschappelijke organisaties om haar doelen te behalen. Provinciegrensoverschrijdende fietsinfrastructuur tussen Fryslân en Drenthe of Groningen is tijdens de onderzoeksperiode niet gerealiseerd. Binnen de Noordelijke Proeftuin Verkeersveiligheid werken de drie provincies wel samen, om bij te dragen aan verkeersveiligheid. Samen met Arriva werkt de provincie aan het verbeteren van provinciale knooppunten, waar ze ook deelfietsen ter beschikking stellen.
111 SWOV: https://swov.nl/nl/publicatie/noordelijke-proeftuin-verkeersveiligheid, benaderd op 27 april 2023. 112 SWOV ‘Noordelijke Proeftuin Verkeersveiligheid’, 2018 p. 3. 113 SWOV staat voor Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid en heeft als missie om met kennis uit
wetenschappelijk onderzoek bij te dragen aan een veiliger wegverkeer. Zie: https://swov.nl/nl/over-swov 114 Gebaseerd op een groepsinterview met twee medewerkers van de provincie Fryslân op 30 juni 2023.
39
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
Bronnenlijst Literatuur en beleidsstukken: ▪ Blauw Research bv. (2016). Recreatief fietsen in Friesland. ANWB, Fietsersbond, NTFU en Stichting Landelijk Fietsplatform ▪ CROW. (2016) (oorspronkelijk 2003). Fietsstraten in hoofdfietsroutes, toepassing in de praktijk ▪ Fietsplatform, kwaliteitsmonitoren 2012, 2023, 2015, 2017, 2019 en 2022 ▪ Gemeente Leeuwarden. (2022). Fietsstimuleringsactie ‘Groene Trappers / Fietsen voor bomen’ ▪ I&O Research. (2023). Onderzoeksverantwoording ▪ Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid. (2021). Verkeersveiligheidsprognose voor de Integrale Mobiliteitsanalyse 2021 ▪ Mobycon. (2020). Onderzoek fietsgebruik Fryslân ▪ Mulier Instituut. (2018). Verkenning haalbaarheid internationale wielerronde in Friesland ▪ Provincie Fryslân. (2005). Fryslân Fytslân, nota voor het fietsverkeer ▪ Provincie Fryslân. (2006). PVVP 2006 ▪ Provincie Fryslân. (2010). Strategie Verkeersveiligheid 2010-2025 ▪ Provincie Fryslân. (2016). Actieplan Fiets- en Wandelpaden ▪ Provincie Fryslân. (2018). Nota Integraal wegontwerp 2018 ▪ Provincie Fryslân. (2020). Brief van Marrekrite aan Gedeputeerde Staten van Fryslân ▪ Provincie Fryslân. (2020). Memo Stand van zaken resultaat41: realisatie vier hoogwaardige fietsroutes ▪ Provincie Fryslân. (2020). Startnotitie Fiets ▪ Provincie Fryslân.
(2021) Altyd priis, beliedsbrief sport 2021-2024 ▪ Provincie Fryslân. (2022). DS-Stik 2020-09-02 ▪ Provincie Fryslân. (2022). Fryslân Feilich Fytslân, in toskje derby ▪ Provincie Fryslân. (2023). Bestuursakkoord 2023-2027 ▪ Provincie Fryslân, Product B, plaats op de weg van landbouwverkeer, geen datum ▪ Provincie Fryslân. (z.d.). 1.0 verkeersslachtoffers en bronnen ▪ Provincie Groningen. (2023). Jaarstukken 2022 ▪ Stichting Landelijk Fietsplatform. (2022). Kwaliteitsmonitor fietsregio’s 2022. Stichting Landelijk Fietsplatform, ANWB, Fietsersbond en NTFU ▪ Sweco. (2020). Variantenstudie en kostenraming snelfietsroutes Fryslân ▪ SWOV. (2018). Noordelijke Proeftuin Verkeersveiligheid ▪ Tour de Force, (2016). Agenda Fiets 2017-2020 ▪ Tour de Force. (2022). Nationaal Toekomstplan Fiets
40
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
41
Websites: ANWB: https://www.anwb.nl/ A.S.O.: https://www.aso.fr/ CBS: https://opendata.cbs.nl/ Doortrappen Fryslân: https://www.frieslandbeweegt.frl/ Fietsberaad: https://www.fietsberaad.nl/ Fietsersbond.nl: https://www.fietsersbond.nl/ IsGeschiedenis: https://isgeschiedenis.nl/ Lokale politieke partijen: https://www.lokalepolitiekepartijen.nl/ Lokale regelgeving: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/ Marrekrite: https://marrekrite.frl/ Notubiz: https://fryslan.notubiz.nl/vergadering/882433 Overheid.nl: https://data.overheid.nl/ Provincie Fryslân: https://app.powerbi.com/ Provincie Fryslân: https://www.fryslan.frl/ Rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/ Regionaal Orgaan verkeersveiligheid Fryslân: https://www.fryslan.frl/verkeersveiligheid Royal HaskoningDHV, Rijks universiteit Groningen: http://www.vergevingsgezindefietspad.nl/ RCS Sport: https://www.rcssport.it/ SWOV: https://swov.nl/ Veilig Verkeer Nederland: https://vvn.nl/ Verkeerskunde: https://www.verkeerskunde.nl/
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
Bijlage 1: Geïnterviewde personen Functie Adviseur Public Affairs ANWB Beleidsadviseur fiets Fietsersbond Fryslân Medewerker gemeente Smallingerland Opgavemanager mobiliteit Provincie Fryslân Regiomanager Belangenbehartiging Noord-Nederland ANWB Senior Projectleider Regio Noord Veilig Verkeer Nederland Strategisch beleidsadviseur mobiliteit provincie Fryslân
42
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
Bijlage 2: Onderzoeksfasen Deze tabel bevat de fases van de onderzoeksprojecten van de Noordelijke Rekenkamer. De meeste projecten maken deel uit van het onderzoeksprogramma van de rekenkamer (https://www.noordelijkerekenkamer.nl/onderzoek/onderzoeksprogrammas). Daarnaast verricht de rekenkamer onderzoek op verzoek van Statenleden (zie het Onderzoeksprotocol van de NRK, https://www.noordelijkerekenkamer.nl/over-ons, onder ‘Werkwijze’). Fase
Activiteit
Onderzoeksopzet
De rekenkamer zoekt informatie en verkent welke richtingen het project kan ingaan. Dat doet zij onder andere door zich in te lezen en door (informeel en oriënterend) in gesprek te gaan met medewerkers van de provincie(s) en andere inhoudelijk betrokkenen. Resultaat: onderzoeksplan, vastgesteld door het college van de NRK. De rekenkamer stuurt deze onderzoeksopzet naar de provinciesecretaris, met het verzoek een inhoudelijke contactpersoon aan te wijzen.
Uitvoering: Empirisch onderzoek /Nota van Bevindingen + Ambtelijk hoor en wederhoor
Uitvoering: Analyse en beoordeling
Afronding
De rekenkamer voert vervolgens een startgesprek met de vaste provinciale contactpersoon en de aangewezen inhoudelijke contactpersoon. De provincie levert daarna binnen een maand de gevraagd documenten. De rekenkamer verzamelt gegevens, deels van de provincie, deels van andere instanties. Soms zet zij een enquête uit. De relevante gegevens en de antwoorden op de feitelijke onderzoeksvragen krijgen een plekje in de conceptnota van Bevindingen, vast te stellen door het college van de NRK. Aan de provincie vraagt de rekenkamer het concept van de Nota van Bevindingen te controleren op feitelijke correctheid (de provincie krijgt vijf weken om dit te doen). De rekenkamer stelt vervolgens een reactienota op en bespreekt die met de provincie (vaste contactpersoon en inhoudelijke contactpersoon). Feitelijke onjuistheden in de Nota van Bevindingen corrigeert de rekenkamer. Op basis van alle gegevens formuleert de rekenkamer conclusies en aanbevelingen. Die vormen, met de inhoud van de Nota van Bevindingen, het eindrapport. Het college van de NRK stelt het eindrapport vast. Vervolgens stuurt de rekenkamer het vastgestelde eindrapport aan het college van Gedeputeerde Staten, met het verzoek een bestuurlijke reactie te geven (binnen vijf weken). De rekenkamer biedt aan de desbetreffende gedeputeerde(n) een toelichting te geven op de conclusies en aanbevelingen. NB.
Het rapport verandert door dat gesprek niet meer. De bestuurlijke reactie wordt als bijlage bij het rapport opgenomen.
Bestuurlijke reactie
Naar aanleiding van de bestuurlijke reactie van het college van Gedeputeerde Staten kan de rekenkamer besluiten een nawoord te schrijven; ook dat is een bijlage bij het rapport.
Nawoord
Daarna presenteert de rekenkamer het eindrapport in een besloten bijeenkomst aan de leden van Provinciale Staten; daarna is het rapport openbaar. Daarna licht zij het rapport nog eens toe in een bijeenkomst (zoals een commissievergadering) van PS.
Openbaarmaking
NB. Dat betekent dus, dat alle voorgaande stappen vertrouwelijk zijn en dat de provincie geen van de stukken die zij van de rekenkamer ontvangt aan derden mag geven.
43
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
Bijlage 3: Provincievergelijking Onderzoeksvraag Provincie Drenthe
Provincie Fryslân
Provincie Groningen
Doelstelling
De provincie formuleerde doelen voor het stimuleren van fietsgebruik, de verkeersveiligheid voor fietsers, het infrastructuurnetwerk en de waardering van toeristische fietsers. Deze doelen zijn in 2014 aangenomen en herzien in 2021
De provincie formuleerde doelen voor het stimuleren van fietsgebruik, de verkeersveiligheid voor fietsers, de waardering voor infrastructuur en het organiseren van een internationaal wielerevenement. Deze doelen zijn aangenomen in 2002 en herzien in 2022.
De provincie formuleerde doelen voor het stimuleren van fietsgebruik, verkeersveiligheid voor fietsers en de waardering voor infrastructuur. Deze doelen zijn in 2016 aangenomen.
Uitvoering
Drenthe zet in op infrastructuurprojecten, subsidies, educatieve programma’s en het organiseren van sportevenementen.
Fryslân zet in op infrastructuurprojecten, subsidies en educatieve programma’s.
Groningen zet in op infrastructuurprojecten, educatieve programma’s en ketenmobiliteit. Ook zoekt ze binnen de Fietscommunity veel samenwerking met gemeenten en maatschappelijke organisaties.
Monitoring
Drenthe monitort aan de hand van de landelijke programma’s BRON en OViN en gebruikt consumentenonderzoeken van maatschappelijke organisaties.
Drenthe monitort aan de hand van de landelijke programma’s BRON en OViN en gebruikt consumentenonderzoeken van maatschappelijke organisaties.
Groningen monitort aan de hand van de landelijke programma’s BRON en OViN en zet zelf consumentenonderzoeken uit om fietsinfrastructuur te beoordelen.
Resultaten
Drenthe haalde de doelen voor het stimuleren van fietsgebruik en de verkeersveiligheid voor fietsers deels. Gebruikers zijn positief over de Drentse fietsinfrastructuur. Voor de in 2021 gestelde doelen is doelbereiking nog niet bekend.
Fryslân haalde de doelen voor het stimuleren van fietsgebruik en de verkeersveiligheid voor fietsers niet. Gebruikers zijn positief over de Friese fietsinfrastructuur. Voor de in 2022 gestelde doelen is doelbereiking nog niet bekend.
Doelbereiking van Groningse doelen kan in 2025 worden vastgesteld. De doelen voor het stimuleren van fietsgebruik en verkeersveiligheid voor fietsers lijken gehaald te gaan worden. De oordelen over fietsinfrastructuur zijn positief, maar halen niet het door het provincie gestelde doel.
44
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
Bijlage 3: Bestuurlijke reactie Gedeputeerde Staten van Fryslân Op 1 mei 2024 heeft u ons college een brief gestuurd, waarin u namens de Noordelijke Rekenkamer het eindrapport van het onderzoek naar het provinciale fietsbeleid in NoordNederland vertrouwelijk aanbiedt. In uw aanbiedingsbrief verzoekt u tevens ons college om een bestuurlijke reactie te geven op dit eindrapport, middels een inhoudelijke reflectie op de conclusies en aanbevelingen. Het college heeft met belangstelling kennis genomen van de rapportage. Het onderzoek biedt een nader en bruikbaar inzicht van eventuele verbeterpunten. Daarvoor spreken wij onze waardering uit. Hieronder vindt u onze reflectie op de hoofdconclusie, alsmede op de drie aanbevelingen uit uw rapport. De teksten die 1-op-1 uit uw rapport zijn overgenomen, zijn daarbij cursief weergegeven. Hoofdconclusie De provincie heeft doelen gesteld voor verkeersveiligheid, recreatie en het stimuleren van fietsgebruik. Voor fietsinfrastructuur heeft ze geen doelen geformuleerd, wel voor de consumentenwaardering voor fietsinfrastructuur. Ook heeft de provincie zich ten doel gesteld een internationaal wielerevenement te organiseren. Al deze doelen heeft de provincie uitgewerkt in Fryslân Fytslân en Fryslân Feilich Fytslân 2.0.
De provincie probeert haar doelen te bereiken door, onder andere, infrastructuurprojecten uit te voeren, in te zetten op educatie, subsidies te verstrekken en evenementen te organiseren. Om te beoordelen of zij haar doelen voor verkeersveiligheid en het stimuleren van fietsgebruik haalt, gebruikt de provincie gegevens uit landelijke programma’s. Uit die gegevens blijkt dat de provincie deze doelen niet behaalt. Voor het monitoren van de doelbereiking voor recreatie maakt de provincie gebruik van onderzoeksresultaten van landelijke consumentenorganisaties. De provincie behaalt dit doel deels. We kunnen ons vinden in de conclusies die de Noordelijke Rekenkamer trekt. Wel wijzen wij er op dat onze doelen uit 2005 én uit 2022 meer naar de hogere doelen kijken, gericht op de maatschappelijke effecten en minder naar de behaalde concrete resultaten en activiteiten. Dat maakt bijvoorbeeld ook dat wij geen concrete doelen voor fietsinfrastructuur hebben geformuleerd, omdat dit een bijdrage moet leveren aan het maatschappelijke effect (meer mensen op de fiets). Onze focus op het maatschappelijke effect is meteen ook een verklaring voor waarom we onze doelen ten dele niet hebben gehaald; wij hebben geen invloed op externe ontwikkelingen, die wel mede bepalend kunnen zijn voor het uiteindelijke maatschappelijke effect. Denk daarbij aan
45
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
de opmars van de elektrische fiets: enerzijds zorgt dat voor het vergroten van de gemiddeld afgelegde afstand op de fiets. Voordeel is dat oudere mensen met minder inspanning kunnen blijven fietsen en zo langer zelfstandig deel kunnen nemen aan het verkeer. Dat is goed voor de mobiliteit, echter wel met als keerzijde van de medaille dat de verkeersveiligheid afneemt. Deze landelijke trend wordt mede verklaard doordat de oudere fietsers vaker bij (eenzijdige) ongevallen betrokken zijn, ook gelet op hun fysieke gesteldheid. Daarnaast kan de politieke en financiële situatie binnen de overheden ook bepalend zijn voor prioritering van onze doelen. Dit is ook naar voren gekomen in onze doelstelling rondom het organiseren van een internationaal wielerevenement (start of etappe). Overigens was dat laatste geen doelstelling, maar een resultaat uit het vorige Bestuursakkoord 2019 – 2023. Aanbevelingen Aanbeveling 1: Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten, herzie de doelen binnen het fietsbeleid en zorg ervoor dat deze evalueerbaar geformuleerd blijven. Publiceer de resultaten van het beleid in het provinciale monitorsysteem. Onze doelen in het fietsbeleid zijn in maart 2022 nog geactualiseerd; daarin focussen wij ons vooral op het maatschappelijke effect.
We houden vast aan deze focus; wel gaan wij kijken hoe we invulling kunnen geven aan de aanbeveling om meer duidelijkheid aan brengen in de relatie tussen maatregelen/activiteiten en het maatschappelijke effect. Daarin nemen wij meteen mee of en hoe wij de monitoring kunnen verbeteren, zo nodig gevolgd door tussentijdse bijstelling van maatregelen/activiteiten. Aanbeveling 2: Gedeputeerde Staten, schep overzicht. Onderzoek of het mogelijk is om alle projecten, subsidies, samenwerkingen en initiatieven die in het kader van fietsbeleid bestaan te combineren en onder te brengen in een specifiek programma. Het creëren van meer overzicht in alle fietsgerelateerde maatregelen is een aanbeveling die wij ter harte nemen. Wel vragen wij ons af of een specifiek ‘fietsprogramma’ daarbij het meest passende instrument is. Vanuit de recent ingezette mobiliteitstransitie (van modaliteit naar mobiliteit) is een dergelijke ‘sectorale’ benadering minder voor de hand liggend. Richting het Uitvoeringsprogramma RMP (Regionaal Mobiliteits Programma) voor 2025 (vast te stellen in het najaar van 2024) gaan we kijken hoe het gewenste overzicht is te realiseren. Aanbeveling 3: Gedeputeerde Staten, versterk de samenwerking met provincies, gemeenten en maatschappelijke organisaties, eventueel naar voorbeeld van de Groningse Fietscommunity.
Vooropgesteld: we willen benadrukken dat in onze ogen op het vlak van fietsveiligheid de samenwerking met de gemeenten en maatschappelijke partijen reeds goed is georganiseerd vanuit het ROF (Regionale Orgaan verkeersveiligheid Fryslân). Daarentegen is de afgelopen jaren gebleken dat met name het realiseren van de beoogde (co)financiering van de fietsinfrastructuur vaak niet eenvoudig is, ook gelet op de steeds hoger wordende kosten van infrastructurele maatregelen. We gaan kijken hoe we de samenwerking met de gemeenten op dat vlak nog meer kunnen versterken. Dilemma daarbij is wel dat de financiële positie van de gemeenten richting de toekomst ongewis is. Een meer structurele programmering en (co)financiering van fietsmaatregelen vanuit zowel het Rijk als de provincie is daarbij wenselijk, echter ontbreekt deze nog.
46
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
Een vergelijking met de eind 2022 opgerichte Groningse fietscommunity is niet geheel passend; zowel het fietsnetwerk (alles is gericht op de stad Groningen) als de huidige financiële positie (vanuit het Nationaal Programma Groningen) maken dat deze vergelijking op het eerste gezicht niet helemaal op gaat. Welke vorm wel bij Fryslân past, gaan we samen met de gemeenten onderzoeken. Kort gezegd nemen wij uw aanbevelingen over, waarbij we nog op zoek gaan wat een passende invulling hiervan kan zijn.
47
Fietsbeleid – Rapport Fryslân
Dr Nassaulaan 5 | 9401 HJ Assen | 0592 304 790 | www.noordelijkerekenkamer.nl