Zienswijze ontwerpbestemmingsplan Boerdonksedijk 1 Erp Provincie Noord-Brabant
Tekst van het document
Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12
Gemeente Meierijstad Postbus 10001 5460 DA VEGHEL
Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043
Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route
Datum
14 september 2021 Ons kenmerk Onderwerp
C2285300/4944058
Zienswijze ontwerpbestemmingsplan ‘Boerdonksedijk 1 Erp’
Uw kenmerk
Contactpersoon
T. (Thom) Jongen Telefoon
Geachte raad,
(06) 55 68 66 78 Email
Het ontwerpbestemmingsplan ‘Boerdonksedijk 1 Erp‘ ligt tot en met 16 september 2021 ter inzage. Op grond van artikel 3.8, van de Wet ruimtelijke ordening, dienen wij hierbij zienswijzen in tegen dit bestemmingsplan. Planbeschrijving
Het ontwerpbestemmingsplan voorziet in het omzetten van een voormalige intensieve veehouderij naar een paardenfokkerij en vergroting van de bedrijfswoning. Vooroverleg
Bij brief van 27 augustus 2020, kenmerk C2266461/4749385, heeft onze Eenheid Ruimtelijke Ontwikkeling gereageerd op het voorontwerp. Deze brief en uw reactie hierop liggen mede aan onze zienswijze ten grondslag. Daarnaast is in de periode tussen onze reactie op het voorontwerp en het opstellen van de zienswijze ambtelijk contact geweest over het plan. Provinciaal beleidskader
Het provinciaal ruimtelijk beleid is vastgelegd in de Brabantse Omgevingsvisie. De te beschermen provinciaal ruimtelijke belangen zijn vertaald in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) die op 5 november 2019 in werking is getreden. Onze reactie is gebaseerd op deze documenten. Zowel de omgevingsvisie als de IOV zijn te raadplegen via omgevingswetinbrabant.nl.
tjongen@brabant.nl Bijlage(n)
-
Datum
Inhoudelijk standpunt
14 september 2021
Een groot aantal punten uit de vooroverlegreactie zijn goed verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Wij hebben echter nog op verschillende onderdelen opmerkingen die niet of niet helemaal in overeenstemming zijn met de IOV. Dit lichten wij hieronder toe.
Ons kenmerk
C2285300/4944058
Kwaliteitsverbetering landschap Het uitgangspunt van kwaliteitsverbetering van het landschap betekent onder meer dat elke ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied dient bij te dragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. Dit principe is opgenomen in artikel 3.9 van de IOV. Het principe van kwaliteitsverbetering geldt zowel voor uitbreiding van individuele functies (bestemmingsvlakken/bouwvlakken) als voor hergebruik en functiewijzigingen (vervolg- en nevenfuncties) op bestaande locaties. Met uw gemeente zijn afspraken gemaakt over kwaliteitsverbetering van het landschap (Landschapsinvesteringsregeling Noordoost-Brabant). Onderhavige ruimtelijke ontwikkeling voorziet conform deze regeling in een landschappelijke inpassing. De landschappelijke inpassing dient echter als bijlage bij de planregels te worden opgenomen waardoor, in combinatie met de voorwaardelijke gebruiksbepaling, de borging van aanleg, beheer en duurzame instandhouding planologisch-juridisch is geborgd. Wij constateren dat de landschappelijke inpassing niet als bijlage bij de planregels is gevoegd en daarmee is het plan strijdig met artikel 3.9 van de IOV.
Teeltondersteunende voorzieningen In verschillende artikelen van de planregels (onder andere artikel 3.2.2 van de planregels) worden permanente teeltondersteunende voorzieningen mogelijk gemaakt. De IOV staat onder voorwaarden teeltondersteunende voorziening toe (artikel 3.54 IOV). Wij dringen bij u aan om de planregels ten aanzien van teeltondersteunende voorzieningen in overeenstemming te brengen met de IOV dan wel deze te schrappen indien deze niet van toepassing zijn.
Mestbewerking In de planregels is in artikel 3.5.1 middels een omgevingsvergunning mestbewerking mogelijk (artikel 3.5.1 sub d onder 6 en sub e). De IOV staat onder voorwaarden mestbewerking toe (artikelen 3.49 en 3.74 IOV). Wij dringen bij u aan om de planregels ten aanzien van mestbewerking in overeenstemming te brengen met de IOV dan wel deze te schrappen indien deze niet van toepassing zijn.
2/3
Detailhandel Ingevolge artikel 3.5.1 van de planregels kan middels een omgevingsvergunning detailhandel worden toegestaan. Detailhandel is in principe mogelijk, maar wij dringen aan, ook vanuit zorgvuldig ruimtegebruik, om de omvang te beperken tot een omvang van het verkoopvloeroppervlak van het hoogste 200 m² (artikel 3.73 lid 3 sub b).
Datum
14 september 2021 Ons kenmerk
C2285300/4944058
Conclusie
Wij verzoeken u om de onderdelen van het plan die nog niet in overeenstemming zijn met de Interim omgevingsverordening aan te passen. Mocht onze reactie aanleiding geven tot vragen of opmerkingen dan zijn wij graag bereid tot nader overleg.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,
P.M.A. van Beek, projectleider Uitvoering Wro In verband met geautomatiseerd verwerken is dit document digitaal ondertekend.
3/3