Vresselseweg 54 en 54a Sint-Oedenrode_Bijlagen regels
Tekst van het document
Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode
bestemmingsplan Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode
Inhoudsopgave
Bijlagen regels
3
Bijlage 1
Kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente Sint-Oedenrode
4
Bijlage 2
Landschappelijk inpassingsplan
16
Bijlage 3
Tabel omgevingsvergunning werken en werkzaamheden
18
Bijlage 4
Staat van bedrijfsactiviteiten
29
2 denrode" (ontwerp)
bestemmingsplan "Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oe
bestemmingsplan Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode
Bijlagen regels
bestemmingsplan "Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode" (ontwerp) 3
bestemmingsplan Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode
Bijlage 1 Kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente Sint-Oedenrode
4 denrode" (ontwerp)
bestemmingsplan "Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oe
Tabel 1. Bijdrage niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen Waardering bij woningen
1
De bedragen in deze tabel zijn waar mogelijk gebaseerd op de handreiking kwaliteitsverbetering van het landschap van de provincie Noord-Brabant en op Vergoedingsystematiek en –grondslagen, behorende bij Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant. Voor het overige is een inschatting gemaakt op basis van eerdere uitgewerkte plannen voor kwaliteitsverbetering van het landschap o.a. BIO-uitvoeringsregeling.
-
-
-
-
-
-
Rekenvoorbeeld Kwaliteitsverbetering Landschap 1. Uitbreiding inhoud woning groter dan 750 m3. Stel vergroting naar 900 m3: De waardebepaling op grond van de WOZ is als volgt: Waarde woning van 900 m3 € 277.200 Waarde woning van 750 m3 € 244.500 Verschil € 32.700 Waardevermeerdering per m3 is 32.700/150 = € 218,00 per m3. Vanaf de inhoud van 750 m3 zijn de algemene voorwaarden van toepassing. Dat betekent dat binnen de bestemming “agrarisch” 20% van de waardevermeerdering ingezet moet worden voor verbetering van de kwaliteit van het landschap. Per m3 inhoud moet dan afgerond € 44,00 worden afgerekend. Voor 150 m3 betekent dit € 6.600,00. Mogelijkheid voor tegenprestatie Stel: A. onderhoud 150 m1 aanwezige beukenhaag voor 10 jaar B. planten hoogstamfruit en onderhoud voor 10 jaar In de regeling is opgenomen: Ad A. Beheer Knip- en scheerheg € 11,70 per meter voor 10 jaar Ad B. Planten hoogstamfruitboom met diameter > 20 € 70,00 per stuk Beheer Hoogstamfruitboom diameter stam < 20 cm € 53,40 per stuk voor 10 jaar Berekening voor te leveren tegenprestatie op locatie voor een periode van 10 jaar: Beheer (en dus instandhouding) van aanwezige beukenhaag 150 m1 voor 10 jaar 1.755,00 Planten en beheer van 39 hoogstamfruitbomen voor 10 jaar Totaal
€ € 4.845,00 € 6.600,00
bestemmingsplan Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode
Bijlage 2 Landschappelijk inpassingsplan
16 denrode" (ontwerp)
bestemmingsplan "Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oe
behoud bestaande knip- en scheerheggen (beuk)
aan te planten boomgroepje van landschapsbomen afmetingen: 3 st. in groep soorten: eik, beuk, linde, noot en/of hoogstam fruit bijzonderheden: laaghangende takken verwijderen
behoud bestaande landschapsbomen (eik, wilg, els, es, noot en/of hoogstam fruit)
1.
aan te planten knip- en scheerheggen
afmetingen: min. 2 rijen, driehoekverband, 9 st./m soorten: beuk
1. 1.
1.
1.
aan te planten houtsingel
afmetingen: min. 5 m. breed (drie rijen) in driehoekverband soorten: bes, kers, hazelaar, gelderse roos, wilg en/of wilde kardinaalsmuts met boomvormers zoals eik, linde, noot, wilg, els en/of es, h.o.h. 10 m.
2. 1. 2. 2.
aan te planten solitaire landschapsbomen (eik, wilg, els, es, noot en/of hoogstam fruit)
Datum: Schaal: Project:
29-10-2018 / 09-05-2019 / 11-07-2019 / 05-12-2019 gewijzigd 1 : 1000 16384-007
LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN
|
VRESSELSEWEG 54/54A SINT-OEDENRODE
1.
landschappelijke inpassing - 1
2.
landschappelijke inpassing - 2
bestemmingsplan Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode
Bijlage 3 T abel omgevingsvergunning werken en werkzaamheden
18 denrode" (ontwerp)
bestemmingsplan "Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oe
Tabel omgevingsvergunning werken en werkzaamheden BP Buitengebied Buitengebied
Werken/werkzaamhe Werken/werkzaamheden
1
2
3-4
6
7
8
9
10
11
12
13
14-15
Infra
/ TOV *
A
A
A
A
A
A
(zie overzicht werken en werkzaamheden) ►
Bestemmingen / aanduidingen
Beplanting/Grondgebr.
Reliëf/Bodem/Water
(A) n.v.t. n.v.t. (AW (AW-L) Aardkundig waardevol gebied
A
A
Cultuurhistorisch waardevolle akker
A
A
Cultuurhistorisch waardevol gebied
A
A
-A
A
Dassen / Landschappelijk besloten
A
A
A-A
A
A-A
A
A-A
A
Struweelvogels
A-A A
Waardevol Beekdal
A
(AW(AW-NL) (zie waarden bij AW AW-L en verder) Weidevogels
A
A
A-A
Kwetsbare soorten
A
A
A-A
(BO), (G) en (N) Bos
A
A
NT-A
A
Groen (incl. landschapselement) Natuur
A
A
NT-A
Waarde Archeologie 1
A
A
-A
Waarde Archeologie 2
A
A
-A
Waarde Archeologie 3
A
A
-A
Waarde Archeologie 4
A
A
-A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
NT
A
A
A
A
A
NT
A
NT
NT
A
A
A
A
NT
A
A
A
A
A
NT
A
A
NT NT
A
A
A
NT
Archeologie (dubbelbestemming)
Waterstaat (dubbelbestemming) Waterstaat Attentiegebied EHS Waterstaat Waterbergingsgebied
A-A A-A
A A
A
Verklaring codes in schema: schema
A = Omgevingsvergunning vereist i.v.m. doeleinden bestemming NT = Niet toegestaan i.v.m. doeleinden bestemming NB: Ingreep 5 zit bij ingreep 3, TOV loopt via afwijking en dus NIET via omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden
Ingrepen: Ingrepen De gebruikte codes voor werken/werkzaamheden zijn als volgt omschreven : Reliëf/bodem/water Reliëf/bodem/water 1. Het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel of met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd (zoals het verlagen, ophogen of egaliseren van de bodem) of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd, met uitzondering van waterpoelen tot een oppervlakte van 125 m² en een diepte tot 1,5 m of indien een ontgrondingsvergunning vereist is. 2. Het omzetten van grond (zoals het diepploegen of diepwoelen van de bodem) of het uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,50 m onder maaiveld (zoals het leggen van leidingen, uitvoeren van heiwerken of indringen van voorwerpen in de bodem), met uitzondering van de vervanging van aanwezige ondergrondse leidingen; 3. Het verlagen (wijzigen) van de (grond)waterstand door aanleg van drainage (ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage) of door bemaling en/of bronnering; 4. Het verlagen (wijzigen) van de (grond)waterstand door het aanleggen (graven), dempen of wijzigen (verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren) van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit) van oppervlaktewateren (waterlopen, sloten en greppels en andere wateren zoals poelen en vennen); 5.
Het wijzigen van de waterstand anders dan door het graven van sloten of het toepassen van drainage (b.v. (onder)bemaling of wateronttrekking) anders dan via legale grondwateronttrekking (vervallen, zit al in 3.); 6. Het wijzigen van de bergingscapaciteit via het ophogen van gronden en het aanleggen van dammen, dijken of kaden.
Beplanting/grondgebruik 7. Het verwijderen of rooien (vellen) van bos en/of andere grote houtopstanden 8. Het verwijderen of rooien (vellen) van natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie (zoals bosjes en houtsingels e.a. beplantingen) 9. Het aanleggen of aanplanten van hoger dan 1,5 m opgaand houtgewas met agrarische productiefunctie (zoals fruitteelt, boomteelt of agrarische houtteelt); 10. Het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie (zoals perceelsrandbeplanting); 11. Het permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten (scheuren) van grasland naar een andere bodemcultuur (zoals bouwland voor akkerbouw of tuinbouw); Infrastructuur/teeltondersteunende Infrastructuur/teeltondersteunende voorzieningen 12. Het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, waterlopen of steilranden, en het verwijderen van paden en onverharde wegen; 13. Het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere (niet omkeerbare) oppervlakteverhardingen, geen containervelden zijnde en indien meer dan 100 m² per perceel (kavel); 14.
Het aanleggen van hoge (> 1,5 m), tijdelijke of permanente teeltondersteunende voorzieningen (zoals tunnels of regenkappen) wordt niet via een omgevingsvergunning geregeld, maar via een afwijking van de bouwregels/gebruiksregels, respectievelijk wijzigingsregels 15. Het aanleggen van lage (< 1,5 m), tijdelijke of permanente teeltondersteunende voorzieningen (zoals folies, acryldoek) wordt niet via een omgevingsvergunning geregeld, maar via een afwijking van de bouwregels/gebruiksregels, respectievelijk wijzigingsregels
Ingrepen - Effecten Effecten BP Buitengebied Werken en werkzaamheden en hun effect op gebiedswaarden en gebiedskwaliteiten. Ad 1. Het afgraven, ophogen, vergraven en egaliseren van grond verandert het bodemprofiel en de waterhuishouding in de bodem. Ook vlakt het reliëf doorgaans af. Afgraven verkleint de afstand tussen maaiveld en grondwater. Ophogen vergroot de afstand tussen maaiveld en grondwater. Mogelijke gevolgen voor LNC waarden zijn vernatting of verdroging, verschraling, verlies aan waarden in de bodem, verlies aan ecologische gradiënten, verlies aan microreliëf en aardkundige vormen en verlies van vegetatiewaarden. Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichtig voor aardkunde, cultuurhistorie, dassen, beekdal, weidevogels, kwetsbare soorten, bos, natuur, archeologie en attentiegebied EHS. Ad 1 - 1a Afgraven (verlagen) - Mogelijke werken/werkzaamh werken/werkzaamheden Definitie: Doel ingreep:
Ingreep zelf:
Het verwijderen van de bovenste bodemlaag/bodemlagen. Verschraling: verwijderen van bemeste/verzuurde gronden. Tegengaan verdroging in verdroginggevoelige gebieden. Grondstoffenwinning (humus, zand, klei, leem). Aanleggen van poelen. Verandering bodemprofiel Verkleining afstand maaiveld-grondwater (ontwateringsdiepte)
Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: vernatting / vermindering verdroging • Verschraling • Verlies aan microreliëf (gradiënten) en evt. aardkundige vormen (stroomgeulen, steilranden/terreintreden) • Verlies aan waarden in de bodem (archeologie, bodem) • Verlies aan ecologische gradiënten (slootkanten, poelen, laagtes, microreliëf) • Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna Ad 1 – 1b Ophogen (verhogen) - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Doel ingreep:
Ingreep zelf:
Het opbrengen van grond van elders op de bestaande toplaag. Mogelijk maken van bouwactiviteiten door aanvoer van zand van elders. Opheffen van maaivelddaling ten gevolge van inklinking. Verschraling door aanvoer van zand van elders. Bezanden van veengronden en gronden voor de bollenteelt. Verandering bodemprofiel. Vergroting afstand maaiveld-grondwater (ontwateringsdiepte)
Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: verdroging (vaak in combinatie met verzuring) • Verschraling • Verlies aan microreliëf (gradiënten) en evt. aardkundige vormen (stroomgeulen, steilranden/terreintreden) • Drastische wijziging van de bodem (groeiplaatscondities, leefomgeving bodemdieren/bodemleven) • Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna Ad 1 – 1c Vergraven (verlagen+opvullen (verlagen+opvullen) +opvullen) - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Doel ingreep: Ingreep zelf:
Het verwijderen van een of meerdere bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders. Het graven en opvullen van drainagesystemen en andere sleuven en kuilen. Verandering bodemprofiel. Verandering waterhuishouding in de bodem.
Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: wijziging bodemprofiel • Verschraling • Verlies aan microreliëf (gradiënten) en evt. aardkundige steilranden/terreintreden)
vormen
(stroomgeulen,
• • •
Verlies aan waarden in de bodem (archeologie, bodem) Drastische wijziging van de bodem (groeiplaatscondities, leefomgeving bodemdieren) Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna
Ad 1 – 1d Egaliseren (effenen) - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Doel ingreep: Ingreep zelf:
Het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (feitelijk een combinatie van ophogen en afgraven Wateroverlast en droogtegevoeligheid binnen agrarisch perceel tegengaan Verbetering van de bewerkbaarheid voor agrarisch gebruik Opheffen niveauverschillen die het effect zijn van inklinking Verandering van het microreliëf (afvlakken van dit reliëf) Verandering waterhuishouding in de bodem.
Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: wijziging bodemprofiel • Verlies aan microreliëf (gradiënten) en evt. aardkundige vormen • Verlies aan ecologische gradiënten (greppels, laagtes, microreliëf) • Verlies aan waarden in de bodem (archeologie, bodem) • Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna Ad 2. Het diepploegen, diepwoelen van grond en heien in grond zorgt voor homogenisatie, resp. doorbreking/doorboring van de bodem. Het vernietigt het bodemprofiel en verandert de waterhuishouding in de bodem. Als ondoorlatende bodemlagen worden doorbroken kan verstoring en vervuiling van de (grond)waterhuishouding plaats vinden. Mogelijke gevolgen voor LNC waarden zijn vernietiging en verstoring van het bodemprofiel, verandering van de hydrologie, verlies aan waarden in de bodem, verlies aan ecologische gradiënten, verlies aan microreliëf en aardkundige vormen en verlies van vegetatiewaarden. Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichtig voor aardkunde, cultuurhistorie, dassen, weidevogels, kwetsbare soorten, bos, natuur, archeologie en attentiegebied EHS. Ad 2 – 2a Diepploegen en diepwoelen - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel, eventueel tot in de diepere ondergrond.
(Eenmalige ingreep met blijvend effect) dieper dan 0,50 m. Doel ingreep: Verbetering bodemprofiel voor agrarisch gebruik Vergroten bewortelingsdiepte Vergroten berijdbaarheid Verschraling Mengen van kleigrond met onderliggend zand Ingreep zelf: Homogenisatie van de bodem Vernietiging bodemprofiel Verandering waterhuishouding bodem Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: wijziging bodemprofiel • Verschraling • Verlies aan microreliëf (gradiënten) en evt. aardkundige vormen (stroomgeulen, steilranden/terreintreden) • Verlies aan waarden in de bodem (archeologie, bodem) • Drastische wijziging van de bodem (groeiplaatscondities, leefomgeving bodemdieren/bodemleven) • Wijziging ondoorlatende bodemlagen en daarmee verstoring van de (grond)waterhuishouding • Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna Ad 2 – 2b Heien en indrijven voorwerpen in de bodem - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen, leggen van leidingen Doel ingreep: Dragers voor bouwwerken aanbrengen, damwanden plaatsen, graven van sleuven voor het leggen van leidingen Ingreep zelf: Bouwen op slappe bodem is mogelijk, afschermen van delen van de bodem, Ondergrondse leidingen kunnen beschadigd worden Graven van sleuven al dan niet in combinatie met rooien
van houtgewas Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Wijziging (doorbreken) ondoorlatende bodemlagen en (grond)waterhuishouding
daarmee
verstoring
van
de
• •
Verlies aan waarden in de bodem (archeologie, bodem) Drastische wijziging van de bodem (groeiplaatscondities, leefomgeving bodemdieren)
Ad 3. 3. Het aanleggen van drainage en het aanbrengen van onderbemaling versterkt de ontwatering, verlaagt de grondwaterstand op het perceel en in de directe omgeving en vergroot de verdroging. Deze verdroging kan vervolgens voor inklinking en verzuring zorgen. Mogelijke gevolgen voor LNC waarden zijn verdroging (en verzuring), verlies aan waarden in de bodem, verlies aan natte levensgemeenschappen en inklinking van venige bodems. Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichtig voor aardkunde, dassen, beekdal, weidevogels, kwetsbare soorten, bos, natuur, attentiegebied EHS en waterbergingsgebied. Ad 3 – 3a aanleggen drainage - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Het aanbrengen van drainagebuizen in de grond, in het algemeen op een diepte van 70-110 cm - mv. Doel ingreep: Versterken van de ontwatering van een of meerdere percelen Ingreep zelf: Lokale verlaging grondwaterstand -> perceel wordt droger Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: verdroging (vaak in combinatie met verzuring) • Verlies aan microreliëf (gradiënten) en evt.
aardkundige vormen (stroomgeulen, steilranden/terreintreden) • Verlies aan waarden in de bodem (archeologie, bodem) • Wijziging ondoorlatende bodemlagen en daarmee verstoring van de (grond)waterhuishouding • Verlies aan (natte) levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna Ad 3 – 3b aanbrengen onderbemaling - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Bemalen van een of meerdere percelen, waardoor de grondwaterspiegel er lager staat dan in het omringende gebied. Doel ingreep: Vergroten afstand tussen maaiveld en grondwaterspiegel, droger maken perceel. Ingreep zelf: Lokale verlaging grondwaterstand -> perceel wordt droger. Aantrekken van grondwater uit de omgeving -> deze omgeving wordt droger. Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: verdroging (vaak in combinatie met verzuring) • Inklinking van venige bodems (onomkeerbare klink) • Verlies aan (natte) levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna Ad 4. Het aanleggen aanleggen van dammen en stuwen zorgt voor een vermindering (afname) van de dynamiek in de waterloop. Bij natuurlijke waterlopen zorgt dit tevens voor een afname in variatie in oever en waterloop en een vermindering van de stroomsnelheid.
Mogelijke gevolgen voor LNC waarden zijn verlies aan levensgemeenschappen van stromend water, verlies van de variatie in biotopen/ecotopen in de waterloop en op de oever, het verdwijnen van het natuurlijk karakter van de waterloop, als mede vernatting en vermindering van de verdroging. Het aanleggen, verbreden of verbeteren van sloten en greppels zorgt voor het wegtrekken van kwelstromen en voor verdroging, verandering van het landschap (percelering, waterhuishouding), verlies aan ecologische gradiënten en verlies aan natte levensgemeenschappen. Het dempen van sloten, greppels en kleine geïsoleerde wateren (lees poelen en vennen) zorgt voor een verlies aan natte levensgemeenschappen, nivellering van het landschap, het verdwijnen van slootoevers, het verlies van voortplantingswateren voor amfibieën en vernatting van de (directe) omgeving. Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichtig voor aardkunde, cultuurhistorie (cwg), dassen, beekdal, weidevogels, kwetsbare soorten, bos, natuur en archeologie, attentiegebied EHS en waterbergingsgebied. Ad 4 – 4a aanleggen van dammen - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Aanbrengen van een permanent, stuwend obstakel over de gehele breedte van een watergang. Hoogte zodanig dat waterloop ten dele of volledig geblokkeerd wordt.
Doel ingreep: Vasthouden water in een gebied (door verkleinen debiet) Verminderen stroomsnelheid Afsluiten waterloop, Afwatering gebied in andere richting dwingen Ingreep zelf: Afname dynamiek in de waterloop Alleen bij natuurlijke waterloop: afname variatie in oever en waterloop Afname stroomsnelheid Isolatie waterloop t.o.v. het stelsel van waterlopen
Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: vernatting / vermindering verdroging • Verlies natuurlijke karakter van waterloop (landschappelijk aspect) • Verlies aan variatie in biotopen in de waterloop/oever en daarmee verlies aan biodiversiteit • Verlies aan levensgemeenschappen van stromend water en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna Ad 4 – 4b aanleggen van stuwen - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Aanbrengen van een stuwend obstakel waarvan de werking tijdelijk geheel of gedeeltelijk opgeheven kan worden. Doel ingreep: Vasthouden water in een gebied (door verkleinen debiet) Verminderen stroomsnelheid Ingreep zelf: Afname dynamiek in de waterloop Alleen bij natuurlijke waterloop: afname variatie in oever en waterloop Afname stroomsnelheid / Sterke wisseling stroomsnelheid Isolatie waterloop t.o.v.
het stelsel van waterlopen Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: vernatting / vermindering verdroging • Verlies natuurlijke karakter van waterloop (landschappelijk aspect) • Verlies aan variatie in biotopen in de waterloop/oever en daarmee verlies aan biodiversiteit • Verlies aan levensgemeenschappen van stromend water en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna • Wegspoelen levensgemeenschappen bij openen stuw Ad 4 – 4c aanleggen sloten en greppels - Mogelijke werken/werkzaamheden werken/werkzaamheden Definitie: Aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten en greppels. Doel ingreep: Verbeteren ontwatering agrarische gronden. Ingreep zelf: Verkleining afstand maaiveld-grondwaterspiegel (ontwateringsdiepte) Vergroten oppervlakkige afstroming neerslagwater Droger worden omgeving Verlies aan levensgemeenschappen van slootkanten door steiler talud Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: toename extremen in waterafvoer.
• Verandering hydrologische situatie: verdroging (vaak in combinatie met verzuring) • Aantrekken en afvangen kwelstromen in nieuwe/diepere sloten en greppels • Verandering landschap (ontsluiting, waterhuishouding, percelering, landschapsinrichting), zowel landschappelijk als cultuurhistorisch • Verlies aan ecologische gradiënten (slootkanten, poelen, laagtes, microreliëf) • Verlies aan variatie in (natte) biotopen en daarmee verlies aan biodiversiteit • Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna Ad 4 – 4c dempen sloten en poelen/vennen - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Dichten van sloten of greppels met van elders aangevoerde grond, dichten van kleine wateren (poelen, vennen, wielen, afgesneden meanders) met van elders aangevoerde grond Doel ingreep: Verkleinen waterafvoer van agrarische gronden Wijzigen perceelsindeling, alsmede Egaliseren agrarisch perceel Vergroting oppervlak agrarisch bruikbare grond Efficiëntere bewerking agrarische grond mogelijk maken Ingreep zelf: Natter worden van omliggende gebied Afname totale slootlengte, alsmede Verlies aan kleine wateren Egalisatie landschap Toename kwel in directe omgeving Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: vernatting omgeving • Verandering landschap (ontsluiting, waterhuishouding, percelering,
landschapsinrichting), zowel landschappelijk als cultuurhistorisch • Verdwijnen van ecologische verbindingen (zones/stapstenen) in het landschap
• • •
Verlies aan ecologische gradiënten (slootkanten, poelen, laagtes, microreliëf) Verlies aan variatie in (natte) biotopen (o.a. voortplantingsbiotopen amfibieën) en daarmee verlies aan biodiversiteit Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten sloten en poelen/vennen) met bijbehorende fauna
Ad 5. Deze is ondergebracht bij 3. Ad 6. Het wijzigen van de bergingscapaciteit van de bergingscapaciteit via het ophogen van gronden en het aanleggen van dammen, dijken of kaden vermindert de bergingscapaciteit van een gebied. Mogelijke gevolgen voor LNC waarden zijn verlies aan ecologische gradiënten, verlies aan microreliëf en aardkundige vormen (maar deze zijn reeds beschermd via 1) en verlies van de natuurlijke bergingscapaciteit van een gebied. Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichtig voor waterstaat – waterbergingsgebied. Ad 6 – 6a Ophogen (verhogen) - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Doel ingreep:
Ingreep zelf:
Het opbrengen van grond van elders op de bestaande toplaag. Mogelijk maken van bouwactiviteiten door aanvoer van zand van elders. Opheffen van maaivelddaling ten gevolge van inklinking. Verschraling door aanvoer van zand van elders. Bezanden van veengronden en gronden voor de bollenteelt. Verandering bodemprofiel. Vergroting afstand maaiveld-grondwater (ontwateringsdiepte)
Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: verdroging (vaak in combinatie met verzuring) • Verschraling • Verlies aan microreliëf (gradiënten) en evt. aardkundige vormen (stroomgeulen, steilranden/terreintreden) • Drastische wijziging van de bodem (groeiplaatscondities, leefomgeving bodemdieren/bodemleven) • Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna Ad 6 – 6b aanleggen van dammen en kaden - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Aanbrengen van permanente, kerende obstakels in een gebied. Hoogte zodanig dat waterloop ten dele of volledig gekeerd wordt. Doel ingreep: Buiten houden / Tegen houden van water in een (deel)gebied (door het verkleinen van de bergingscapaciteit) Verminderen van de bergingscapaciteit Afsluiten gebieden voor evt.
wateroverlast Ingreep zelf: Afname waterberging in een gebied Afname wateroverlast in een gebied Mogelijke gevolgen/effecten gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: vermindering berging/wateroverlast • Verlies natuurlijke overstromingskarakter van een gebied (landschappelijk aspect) • Verlies aan variatie in biotopen in een beekdal en daarmee verlies aan biodiversiteit • Verandering landschap (ontsluiting, waterhuishouding, percelering, landschapsinrichting), zowel landschappelijk als cultuurhistorisch Ad 7. en en 8. Het rooien van houtgewas via het verwijderen van bos, bosjes, bomen en struiken struiken zorgt voor een verlies aan landschapselementen (landschappelijke en cultuurhistorische waarden) en een verlies van biotopen voor levensgemeenschappen van struwelen, houtwallen en bosranden. Verder kan er een verlies aan oriëntatiepunten en – lijnen, alsmede een verlies aan slaapplekken/schuilplekken en nestgelegenheid optreden. Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichting voor aardkunde, cultuurhistorie, dassen, beekdal, struweelvogels, kwetsbare soorten, bos, groen en natuur.
Ad 7/8 7/8 rooien van van bos, bosjes en houtsingels - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Het verwijderen van bomen en/of struiken (solitairen of in de vorm van bos, bosjes, houtsingels, houtwallen) Doel ingreep: Verwijderen van ziek plantmateriaal Onderhoud – uitdunning van bossen/bosjes Hinder voor agrarische bedrijfsvoering verminderen Ingreep zelf: Grotere openheid landschap Verlies aan beschutting, schaduw Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering landschap (ontsluiting, waterhuishouding, percelering, landschapsinrichting), zowel landschappelijk als cultuurhistorisch • Verlies aan ecologische gradiënten (bosranden, struwelen, microreliëf) • Verlies aan variatie in biotopen en daarmee verlies aan biodiversiteit • Verlies aan levensgemeenschappen van bos, bosranden en struwelen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna • Verlies aan oriëntatiepunten en -lijnen voor veel diersoorten (o.a. vlinders, • vleermuizen, marterachtigen) • Verlies aan slaap/schuilplaatsen, nestgelegenheid, dekking tegen weersomstandigheden • Grotere openheid, betekent soms afname leefgebied dassen en struweelvogels, soms toename leefgebied weidevogels Ad 9.
Het aanleggen of aanplanten van hoger dan 1,5 m opgaand houtgewas met agrarische productiefunctie (zoals fruitteelt, boomteelt of agrarische houtteelt) zorgt voor een verlies aan landschapswaarden in open gebieden zoals weidevogelgebieden en gebieden met cultuurhistorische waarden zoals cultuurhistorisch waardevolle akkers met akkerland en waardevolle beekdalen met graslanden, elzensingels en broekbosjes. Vanwege de intensieve teelt zorgen ze ook voor een verlies aan natuurwaarden in gebieden met kwetsbare soorten (amfibieën, dagvlinders, bijzondere vegetaties). Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichting voor cultuurhistorie (cwa), beekdal, weidevogels en kwetsbare soorten. Ad 9 – aanplanten agrarisch houtgewas via boomboom-/houtteelt /houtteelt - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Verwijderen bestaand gewas/bestaande vegetatie en aanplanten van gewassen of jonge bomen, die permanent een bepaalde hoogte (vaak meer dan 1,50 m) hebben. Doel ingreep: Gebruik grond voor het opkweken van sierteelten of bomen (o.a.sierbomen, bosplantsoen en park- en laanbomen) Ingreep zelf: Grasland/Vegetatie verdwijnt, perceel krijgt functie van sierteelt of boomkwekerij Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: verdroging a.g.v.
extra verdamping (vaak in combinatie met verzuring) • Verlies aan waarden in de bodem door diepe beworteling (archeologie, bodem) • Verandering landschap (ontsluiting, waterhuishouding, percelering, landschapsinrichting), zowel landschappelijk als cultuurhistorisch • Verandering landschapsbeeld (openheid gaat verloren) • Verkleining areaal weidevogelgebied • Verlies aan variatie in biotopen en daarmee verlies aan biodiversiteit • Verlies aan levensgemeenschappen van open gebieden (waardevolle beekdalen, weidevogels) en vegetatiewaarden ((schraal)graslanden, planten) met bijbehorende fauna • Verloren gaan van biotoop voor soorten / Fourageerplaats, die (deels) afhankelijk zijn van graslanden en/of akkerbouwgronden (o.a. das) Ad 10. Het aanplanten van houtgewas via het planten van bomen en struiken zorgt voor een toename aan biotopen voor levensgemeenschappen van struwelen, houtwallen en bosranden. Verder kan er een kan er een toename aan oriëntatiepunten en – lijnen, alsmede een toename aan slaapplekken/schuilplekken en nestgelegenheid optreden. Landschappelijk kan de openheid verminderen. Hierdoor kan nivellering van (open) landschappen optreden, als mede een teloorgang van weidevogel- en ganzengebieden. Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichting voor cultuurhistorie en beekdal.
Ad 10 Aanplanten houtgewas - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Het planten van bomen en/of struiken Doel ingreep: Vergroten natuurwaarden, landschappelijke kwaliteit
Ingreep zelf:
Houtproductie, levering geriefhout Bescherming tegen wind, vastlegging stuifzand Verminderen openheid landschap / Vergroten beslotenheid landschap Toename houtgewas/landschapselementen Meer beschutting, meer schaduw
Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering landschap (ontsluiting, waterhuishouding, percelering, landschapsinrichting), zowel landschappelijk als cultuurhistorisch, ander landschapsbeeld • Toename aan ecologische gradiënten (struweel, zoom, houtsingels, microreliëf) • Toename aan variatie in biotopen en daarmee winst aan biodiversiteit • Toename aan levensgemeenschappen van bos, struweel en houtsingel en bijbehorende vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna • Nieuwe oriëntatiepunten en -lijnen voor veel diersoorten, beschutting voor planten en dieren • Minder openheid, kan verlies betekenen voor leefgebied weidevogels en ganzen Ad 11. Het permanent permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten (scheuren) van grasland naar een andere bodemcultuur (bouwland, boomkwekerij, tuinland) zorgt voor een wijziging van het (open) landschapsbeeld, een verlies aan graslandvegetaties en bijbehorende flora en fauna. Verder gaan er foerageergebied voor enkele diersoorten als de das verloren. Tenslotte zal het areaal weidevogelgebied verkleind worden. NB: gewone vruchtwisseling blijft mogelijk. Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichting voor dassen, weidevogels, kwetsbare soorten en natuur.
Ad 11 – Scheuren van grasland - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Verwijderen gras en aanplanten of inzaaien van andere gewassen Doel ingreep: Gebruik grond voor de teelt van gewassen voor voedselproductie of ruwvoer Ingreep zelf: Grasland/Graslandvegetatie verdwijnt, perceel krijgt andere functie Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering landschap (ontsluiting, waterhuishouding, percelering, landschapsinrichting), zowel landschappelijk als cultuurhistorisch • Verlies aan ecologische gradiënten (slootkanten, poelen, laagtes, microreliëf) • Verlies aan variatie in biotopen en daarmee verlies aan biodiversiteit • Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden ((schraal)graslanden, graslandplanten) met bijbehorende fauna • Verloren gaan van biotoop voor soorten / Fourageerplaats, die (deels) afhankelijk zijn van graslanden (o.a. dassen, weidevogels) • Verkleining areaal weidevogelgebied Ad 12. Het verwijderen van perceelsindelingen, perceelsindelingen zoals tot uiting komend in greppels, sloten, waterlopen of steilranden, en het verwijderen van paden en onverharde wegen zorgt voor een nivellering van het landschap en een vermindering van allerlei gradiënten in het landschap. Ook zal er een verlies aan microreliëf en aardkundige vormen en verlies van vegetatiewaarden plaats vinden.
Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichtig voor cultuurhistorie, dassen, struweelvogels, weidevogels, kwetsbare soorten, bos en natuur. Ad 12 – verwijderen van perceelsindelingen perceelsindelingen - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Verwijderen bestaande perceelsgrenzen en/of aanbrengen nieuwe perceelsgrenzen (sloten, afrasteringen, hagen, houtwallen) Doel ingreep: Efficiënter gebruik van agrarische grond mogelijk maken, veldsituatie aanpassen aan eigendomssituatie Ingreep zelf: Verdwijnen van perceelsgrenzen Nieuwe perceelsgrenzen Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering landschap (ontsluiting, waterhuishouding, percelering, landschapsinrichting), zowel landschappelijk als cultuurhistorisch • Het verkavelingspatroon verandert • Het patroon van watergangen verandert • Het landschapsbeeld verandert schaalvergroting/schaalverkleining
• • • •
verdwijnen/toevoegen verbindingswegen (perceelsranden) en oriëntatielijnen voor sommigediersoorten Verlies aan ecologische gradiënten (slootkanten, poelen, laagtes, microreliëf) Verlies aan variatie in biotopen en daarmee verlies aan biodiversiteit Verlies aan levensgemeenschappen bos bosrand en struweel en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna
Ad 13. Het aanbrengen van verhardingen verandert het bodemprofiel en de waterhuishouding in de bodem door verstening en vermindering van de infiltratiecapaciteit. Verhardingen zijn barrières voor veel soorten kleine dieren. Ook zal er een verlies aan microreliëf en aardkundige vormen en verlies van vegetatiewaarden plaats vinden. Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichtig voor cultuurhistorie, dassen, struweelvogels, weidevogels, kwetsbare soorten, bos en natuur, alsmede attentiegebied EHS en waterbergingsgebied. Ad 13 – het aanbrengen van verhardingen - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Het bestraten of asfalteren van de bodem Doel ingreep: Aanleggen ontsluitingspad in weilanden of akkers Tegengaan vervuiling bodem en grondwater (bv. door aanleg mestplaat, bietenplaat, ondergrond voor containerteelt) Ingreep zelf: Afsluiting bodem Oppervlakkige afvoer neerslag (met evt. verontreiniging) naar randen verharding Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: verdroging (vaak in combinatie met verzuring) • Vermindering infiltratie kan groeiplaats vegetatie in de directe omgeving beïnvloeden • Verlies aan microreliëf (gradiënten) en evt.
aardkundige vormen (stroomgeulen, steilranden/terreintreden) • Verlies aan waarden in de bodem (archeologie, bodem), bodem wordt ontoegankelijk • Drastische wijziging van de bodem (groeiplaatscondities, leefomgeving bodemdieren/bodemleven) • Verandering landschap (ontsluiting, waterhuishouding, percelering, landschapsinrichting), zowel landschappelijk als cultuurhistorisch, verdere verstening van het buitengebied • Verlies aan ecologische gradiënten (microreliëf) • Verlies aan variatie in (bodem)biotopen en daarmee verlies aan biodiversiteit • Verharding is barrière voor kleine diersoorten (o.a. muizen, amfibieën, insecten) • Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna
bestemmingsplan Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode
Bijlage 4 Staat van bedrijfsactiviteiten
bestemmingsplan "Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode" (ontwerp) 29
SBI
VOLGNR
01
-
014
OMSCHRIJVING
RISICO
CATEGORIE
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Dienstverlening t.b.v. de landbouw:
014
1
- algemeen (o.a. loonbedrijven), b.o. < 500 m²
2
014
2
- algemeen (o.a. loonbedrijven), b.o. >= 500 m²
3.1
014
3
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven, b.o. < 500 m²
2
014
4
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven, b.o. >= 500 m²
3.1
KI-stations
2
0142 05
-
VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN
0502
0
Vis- en schaaldierkwekerijen:
0502
2
- visteeltbedrijven
15
-
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN
151
0
Slachterijen en overige vleesverwerking:
151
1
- slachterijen en pluimveeslachterijen
151
4
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken, p.o. < 200 m²
3.1
151
5
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken, p.o. < 1.000 m²
3.1
151
6
- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken, p.o. >= 1.000 m²
151
7
- loonslachterijen
3.1
151
8
- vervaardiging van snacks/kant-en-klaar-maaltijden, p.o. < 2.000 m²
3.1
152
0
Visverwerkingsbedrijven:
152
4
- verwerken anderszins, p.o. < 300 m²
3.1
152
5
- verwerken anderszins, p.o. < 1.000 m²
3.2
1531
0
Aardappelproducten fabrieken:
3.1
R
R
3.2
1531
2
- vervaardiging van snacks, p.o. < 2.000 m²
1532, 1533
0
Groente- en fruitconservenfabrieken:
1532, 1533
1
- jam
3.2
1532, 1533
2
- groente algemeen
3.2
1532, 1533
3
- met koolsoorten
3.2
1551
0
Zuivelproducten fabrieken:
1551
3
- melkproducten fabrieken v.c. < 55.000 t/j
1552
0
Consumptie-ijsfabrieken:
1552
1
- p.o. < 200 m²
1552
2
- p.o. >= 200 m²
1581
0
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:
1581
1
- v.c. < 2500 kg meel/week
2
1581
2
- v.c. < 2500 kg meel/week
3.2
Banket, biscuit- en koekfabrieken
3.2
1582
R
3.2
3.1
R
3.2
R
3.2
2
1584
0
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
1584
2
- vervaardigen chocoladewerken, p.o. < 200 m²
2
1584
3
- vervaardigen chocoladewerken, p.o. < 2.000 m²
3.2
1584
5
- Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden, p.o. < 200 m²
1584
6
- Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden, p.o. >= 200 m²
1585
Deegwarenfabrieken
2 R
3.2 3.1
1586
0
Koffiebranderijen en theepakkerijen:
1586
2
- theepakkerijen
1589.2
0
Soep- en soeparomafabrieken:
1589.2
1
- zonder poederdrogen
1592
0
Vervaardiging van ethylalcohol door gisting:
3.2
1593 t/m 1595
Vervaardiging van wijn, cider e.d.
1598
Mineraalwater- en frisdrankfabrieken
16
-
VERWERKING VAN TABAK
17
-
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL
172
0
Weven van textiel:
172
1
171
3.2
2 R
Bewerken en spinnen van textielvezels
3.2
3.2
- aantal weefgetouwen < 50
3.2
173
Textielveredelingsbedrijven
3.1
174, 175
Vervaardiging van textielwaren
3.1
176, 177
Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen
3.1
18
-
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT
181
Vervaardiging kleding van leer
182
Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)
2
183
Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont
3.1
19
-
192 193 20
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel)
3.1
Schoenenfabrieken
3.1
-
2010.1
3.1
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. Houtzagerijen
R
3.2
2010.2
0
Houtconserveringsbedrijven:
2010.2
2
- met zoutoplossingen Fineer- en plaatmaterialenfabrieken
3.2
203, 204, 205
0
Timmerwerkfabrieken, vervaardigen overige artikelen van hout
3.2
203, 204, 205
1
Timmerwerkfabrieken, vervaardigen overige artikelen van hout, p.o.<200 m²
3.1
Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
2
202
205
3.1
21
-
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN
2112
0
Papier- en kartonfabrieken:
2112
1
- p.c. < 3 t/u
R
3.1
Papier- en kartonwarenfabrieken
R
3.2
R
3.2
212 2121.2
0
Golfkartonfabrieken:
2121.2
1
- p.c. < 3 t/u
22
-
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA
221
Uitgeverijen (kantoren)
1
2221
Drukkerijen van dagbladen
3.2
2222
Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen)
3.2
2222.6
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
2
2223
A
Grafische afwerking
1
2223
B
Binderijen
2
Grafische reproductie en zetten
2
2224
2225
Overige grafische activiteiten
2
223
Reproductiebedrijven opgenomen media
1
23
-
2320.2
A
Smeeroliën- en vettenfabrieken
24
-
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN
2442
0
Farmaceutische productenfabrieken:
2442
1
- formulering en afvullen geneesmiddelen
3.1
2442
2
- verbandmiddelenfabrieken
2
2462
0
Lijm- en plakmiddelenfabrieken:
2462
1
- zonder dierlijke grondstoffen
2464
AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN 3.2
3.2
Fotochemische productenfabrieken
R
3.2
R
3.1
2466
A
Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken
25
-
VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF
2512
0
Loopvlakvernieuwingsbedrijven:
2512
1
- vloeropp. < 100 m²
2513
R
Rubber-artikelenfabrieken
3.1 R
3.2
252
0
Kunststofverwerkende bedrijven:
252
2
- prod. verpakkingsmateriaal/assemblage van kunststofbouwmaterialen
26
-
261
0
Glasfabrieken:
261
1
- glas en glasproducten, p.c. < 5.000 t/j
3.2
Glasbewerkingsbedrijven
3.1
262, 263
0
Aardewerkfabrieken:
262, 263
1
- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW
2
262, 263
2
- vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW
3.2
2661.2
0
Kalkzandsteenfabrieken:
2661.2
1
- p.c. < 100.000 t/j
3.2
Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken
3.2
2615
2662
3.1
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN
2663, 2664
0
Betonmortelcentrales:
2663, 2664
1
- p.c. < 100 t/u
2665, 2666
0
Vervaardiging van producten van beton, (vezel)cement en gips:
2665, 2666
1
- p.c. < 100 t/d
267
0
Natuursteenbewerkingsbedrijven:
267
1
- zonder breken, zeven en drogen, p.o. < 2.000 m²
3.1
267
2
2681
R
3.2
R
3.2
- zonder breken, zeven en drogen, p.o. >= 2.000 m²
3.2
Slijp- en polijstmiddelen fabrieken
3.1
Minerale productenfabrieken n.e.g.
3.2
2682
C
28
-
281
0
Constructiewerkplaatsen:
281
1
- gesloten gebouw
3.2
281
1a
- gesloten gebouw, p.o. < 200 m²
3.1
284
B0
Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d.:
284
B1
- p.o. < 200 m²
3.1
284
B2
- p.o. >= 200 m²
3.2
VERVAARD. VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.)
2851
0
Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven:
2851
1
- algemeen
3.2
2851
2
- scoperen (opspuiten van zink)
3.2
2851
3
- thermisch verzinken
3.2
2851
4
- thermisch vertinnen
3.2
2851
5
- mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten)
3.2
2851
6
- anodiseren, eloxeren
3.2
2851
7
- chemische oppervlaktebehandeling
3.2
2851
8
- emailleren
3.2
2851
9
- galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen e.d.)
3.2
2851
11
- metaalharden
3.2
2851
12
- lakspuiten en moffelen
3.2
2852
0
Overige metaalbewerkende industrie:
2852
1
- inpandig p.o. < 200 m²
3.2
2852
2
- in open lucht/inpandig p.o. >= 200 m²
3.1
287
A0
Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken:
287
B
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.:
3.2
287
B
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. < 200 m²
3.1
29
-
VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN
29
0
Machine- en apparatenfabrieken:
29
1
- p.o. < 2.000 m²
30
-
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS
30
A
Kantoormachines- en computerfabrieken
31
-
3.2
2
VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH.
314
Accumulatoren- en batterijenfabrieken
3.2
316
Elektrotechnische industrie n.e.g.
2
32
-
321 t/m 323 3210
VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH. Vervaardiging van audio-, video- en telecomapparatuur e.d.
3.1
Fabrieken voor gedrukte bedrading
3.1
33
-
33
A
Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.
34
-
VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS
341
0
Autofabrieken en assemblagebedrijven:
343
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN
Auto-onderdelenfabrieken
35
-
352
1
- algemeen
353
0
Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven:
354
R
3.2
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS)
Rijwiel- en motorrijwielfabrieken
355
2
Transportmiddelenindustrie n.e.g.
3.2
R
3.2 3.2
36
-
VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.
361
1
Meubelfabrieken
3.2
361
2
Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m²
1
362
Fabricage van munten, sieraden e.d.
2
363
Muziekinstrumentenfabrieken
2
364
Sportartikelenfabrieken
3.1
365
Speelgoedartikelenfabrieken
3.1
Vervaardiging van overige goederen n.e.g.
3.1
3661.2 40
-
PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER
40
B0
Bio-energie-installaties (elektrisch vermogen < 50 MWe):
40
B1
- covergisten, verbranden, vergassen: mest, slib, GFT, rest. voedingsind.
R
3.2
40
B2
- vergisten, verbranden, vergassen: overige biomassa
R
3.2
41
-
WINNING EN DISTRIBUTIE VAN WATER
41
A0
Waterwinning-/bereiding- bedrijven:
41
A2
- bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling
41
B0
Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:
3.1
41
B1
- < 1 MW
2
41
B2
- 1 - 15 MW
3.2
45
-
BOUWNIJVERHEID
45
0
Bouwbedrijven algemeen:
45
1
- b.o. < 2.000 m²
3.1
45
2
- b.o. >= 2.000 m²
3.2
45
0
Aannemersbedrijven met werkplaats:
45
1
- b.o. < 1.000 m²
2
45
2
- b.o. >= 1.000 m²
3.1
50
-
HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS
501, 502, 504
Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven
2
502
Groothandel in vrachtauto's (incl. import)
3.2 3.2
5020.4
A
Autoplaatwerkerijen
5020.4
B
Autobeklederijen
5020.4
C
Autospuitinrichtingen
1 R
3.1
5020.5
Autowasserijen
2
503, 504
Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires
2
505
0
Benzineservicestations:
505
2
- met LPG < 1.000 m³
505
3
- zonder LPG
51
-
GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING
5121
0
Grth. in akkerbouwproducten en veevoeders:
5121
1
- op- of overslag met een verwerkingscapaciteit van < 500 t/u
511
R
3.1 2
Handelsbemiddeling (kantoren)
1
R
3.1
5122
Grth. in bloemen en planten
2
5123
Grth. in levende dieren
3.2
5124
Grth. in huiden, vellen en leder
3.1
5125, 5131
Grth. in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptieaardappelen
R
3.1
5132, 5133
Grth. in vlees, vleeswaren, zuivelproducten, eieren, spijsoliën
R
3.1
5134
Grth. in dranken
2
5135
Grth. in tabaksproducten
2
5136
Grth. in suiker, chocolade en suikerwerk
2
5137
Grth. in koffie, thee, cacao en specerijen
2
5138, 5139
Grth. in overige voedings- en genotmiddelen
2
514
Grth. in overige consumentenartikelen
2
5148.7
0
Grth. in vuurwerk en munitie:
5148.7
1
- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton
V
2
5148.7
2
- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag 10 tot 50 ton
V
3.1
5148.7
5
- munitie
5151.1
0
Grth. in vaste brandstoffen:
5151.1
1
- klein, lokaal verzorgingsgebied
5151.2
0
Grth. in vloeibare en gasvormige brandstoffen:
0
Grth. in metaalertsen:
5151.3 5152.1
2
3.1
Grth. minerale olieproducten (excl. brandstoffen)
5152.2 /.3
3.2
Grth. in metalen en -halffabrikaten
3.2
5153
0
Grth. in hout en bouwmaterialen
5153
1
- b.o. < 2.000 m²
2
5153
2
- b.o. >= 2.000 m²
3.1
5153.4
3
- grth. in zand en grind, b.o. < 200 m²
2
5153.4
4
- grth. in zand en grind, b.o. >= 200 m²
3.2
5154
0
Grth. in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur
3.1
5154
1
- b.o.< 2.000 m²
2
5154
2
- b.o.>= 2.000 m²
3.1
5155.1
Grth. in chemische producten
R
3.2
5155.2
Grth. in kunstmeststoffen
R
2
5156
Grth. in overige intermediaire goederen
2
5157
0
Autosloperijen:
5157
1
- b.o. < 1.000 m²
3.1
5157
2
- b.o. >= 1.000 m²
3.2
5157.2 /.3
0
Overige groothandel in afval en schroot:
5157.2 /.3
1
- b.o. < 1.000 m²
3.1
5157.2 /.3
2
- b.o. >= 1.000 m²
3.2
5162
0
Grth. in machines en apparaten:
5162
1
- machines voor de bouwnijverheid
3.2
5162
2
- overige machines
3.1
Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.
2
517 52
-
DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN
5211/2,5246/9
Bouwmarkten, tuincentra, hypermarkten
2
5261
Postorderbedrijven
3.1
Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)
1
527 55
-
5552 60
LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Cateringbedrijven
-
6022 6023
2
VERVOER OVER LAND Taxibedrijven
2
Touringcarbedrijven
3.2
6024
0
Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks):
6024
1
- b.o. < 1.000 m²
3.1
6024
2
- b.o. >= 1.000 m²
63
-
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Veem- en pakhuisbedrijven, koelhuizen
3.1
2
Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties)
3.2
Expediteurs, cargadoors (kantoren)
1
6312 6321 634 64
-
641 642
A
71
-
3.2
POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten
2
Telecommunicatiebedrijven
1
VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN
711
Personenautoverhuurbedrijven
2
712
Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's)
3.1
713
Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen
3.1
714
Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.
2
72
-
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE
72
A
Computerservice- en informatietechnologiebureaus e.d.
1
72
B
Switchhouses
2
73
-
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK
731
Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk
2
732
Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
1
74
-
747 7481.3
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING Reinigingsbedrijven voor gebouwen
3.1
Foto- en filmontwikkelcentrales
2
90
-
MILIEUDIENSTVERLENING
9002.2
C0
Composteerbedrijven:
9002.2
C3
- belucht v.c. < 20.000 t/j
93
-
OVERIGE DIENSTVERLENING
9301.1
B
Tapijtreinigingsbedrijven
9301.2
Chemische wasserijen en ververijen
3.2
3.1 R
2