CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Vossenberg_Bloemenwijk_tb_4 Quickscan Natuur en nader onderzoek vleermuizen.pdf

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Vossenberg/Bloemenwijk te Schijndel'8.351 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Natuur en nader onderzoek vleermuizen

Gymzaal Papaverstraat 13 Schijndel Rapport: 303027

Ons groene inzicht brengt uw groen in zicht! . . .

Colofon

1

Opdrachtgever Woonmeij De heer F. van Gulick Kerkendijk 55 5482 KG Schijndel

Dossiergegevens Dossiernummer: Uw referentie: Status rapport: Datum rapport: Citeertitel:

303027 2019.002175.002 v1.0 Concept 7 oktober 2020 Verhaar, J. 2020, Quickscan natuur en nader onderzoek vleermuizen gymzaal Papaverstraat 13, Schijndel, 303027, Cobra Groeninzicht Vianen (NB)

Projectteam Projectverantwoordelijke: Vakspecialist: Kwaliteitscontrole: Redactie:

Contactgegevens info@Cobra-groeninzicht.nl www.Cobra-groeninzicht.nl T. 088 – 262 72 00

Jasper Verhaar Jasper Verhaar (Ecoloog) Dennis Slotboom (Ecoloog) Gerdien Jacobs

Adres Cobra Groeninzicht Franssenstraat 66 5434 SJ Vianen (NB)

Bedrijfsgegevens KvK Eindhoven 17232157 Btw-nr. NL 8199.70.220.B01 IBAN NL90 INGB 0008 5217 90

Gymzaal Papaverstraat 13, Schijndel

Inhoud Samenvatting

2

1

Inleiding

4

2

Situatie en planvorming

5

3

Werkwijze

7

3.1

Quickscan Natuur

7

3.2 3.3

Nader onderzoek vleermuizen Onderzoeksinspanning en omstandigheden

7 8

4

Resultaten 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2

5

Conclusie 5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.2

6

Resultaten quickscan Natuur Gebiedsbescherming Soortenbescherming Houtopstanden Resultaten nader onderzoek vleermuizen

Quickscan Natuur Gebiedsbescherming Soortenbescherming Houtopstanden Vleermuizen

Advies

9 9 9 10 11 12 15 15 15 15 16 16 18

6.1

Vogels

18

6.2 6.3

Vleermuizen Houtopstanden

18 19

7

Verklarende woordenlijst

20

8

Literatuurlijst

22

Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3.

Cv’s betrokken ecologen Juridisch kader Wet natuurbescherming Download uit de NDFF

1

Samenvatting

In opdracht van Woonmeij heeft Cobra Groeninzicht een natuuronderzoek uitgevoerd bij de gymzaal ter hoogte van de Papaverstraat 13 in Schijndel. Het gaat om een quickscan Natuur en nader onderzoek naar verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Deze soorten zijn in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermd. De gymzaal moet worden gesloopt en bomen in de nabijheid mogelijk gekapt. U wilt weten hoe u moet handelen binnen het kader van de Wnb. Werkwijze Wij hebben een quickscan Natuur uitgevoerd en op basis daarvan bepaald dat er nader onderzoek nodig was naar verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Het nader onderzoek naar vleermuizen hebben wij uitgevoerd door middel van het inspecteren van potentiële verblijfplaatsen. Wij hebben in de periode april – september op vijf verschillende momenten de potentiële verblijfplaatsen visueel geïnspecteerd met behulp van een zaklamp en endoscoop. Resultaten Wij hebben één zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis vastgesteld in het projectgebied. Van gewone dwergvleermuis is bekend dat zomerverblijfplaatsen buiten vorstperiodes ook gebruikt kunnen worden als winterverblijfplaats. Verblijfplaatsen van andere soorten vleermuizen hebben wij niet aangetroffen. Het projectgebied functioneert ook niet als essentieel foerageergebied of vliegroute voor vleermuizen.

Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn het hele jaar door beschermd. Verder hebben wij een niet-jaarrond beschermde nestlocatie van kauw of holenduif aangetroffen in de houten bekisting. Er kunnen ook niet-jaarrond beschermde vogelnesten aanwezig zijn in de bomen en struiken rondom de gymzaal. En in de plantvakken rond de gymzaal zijn mogelijk (verblijfplaatsen van) huisspitsmuizen aanwezig. Conclusie De sloopwerkzaamheden leiden tot het aantasten van een zomerverblijfplaats van een gewone dwergvleermuis. Hiermee is sprake van overtreding van artikel 3.5 lid 4 van de Wnb. Maar in de provincie Noord-Brabant geldt voor deze verbodsbepaling in deze specifieke situatie een vrijstelling. Er zijn namelijk tijdig effectief bewezen maatregelen getroffen ten gunste van gewone dwergvleermuis. Bovendien zijn er alternatieve verblijfplaatsen in gebouwen in de omgeving van het projectgebied aanwezig. Er is geen ontheffing in het kader van de Wnb nodig, mits aan de onderstaande voorschriften in het kader van de zorgplicht wordt voldaan. Voor vogels waarvan de nesten niet jaarrond zijn beschermd, zijn geen overtredingen van de verbodsbepalingen uit de Wnb te verwachten, mits met de voorgenomen werkzaamheden geen bewoonde nesten verloren gaan. Voor wat betreft huisspitsmuis geldt in de provincie NoordBrabant een vrijstelling voor werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen.

Specifieke maatregelen voor huisspitsmuis zijn daarom niet nodig. Voorschriften Voorafgaand aan de sloop moet de verblijfplaats medio oktober 2020 of medio april 2021 ongeschikt gemaakt worden. Dit kan door middel van het openbuigen van de daklijst zolang er op dat moment geen vleermuizen aanwezig zijn. Anders moet de daklijst worden voorzien van zogenoemde exclusion flaps en moeten overige kieren vleermuisvriendelijk worden afgedicht. Deze maatregelen moeten ervoor zorgen dat vleermuizen na het verlaten van de verblijfplaatsen er niet meer terug in kunnen. Het ongeschikt maken van de verblijfplaatsen en de wijze waarop de sloopwerkzaamheden plaatsvinden, moeten worden vastgelegd in een ecologisch werkplan.

2

Rapport: 303027

1

Inleiding In opdracht van Woonmeij hebben wij een quickscan Natuur en een aanvullend vleermuisonderzoek uitgevoerd. Het gaat om de gymzaal ter hoogte van Papaverstraat 13 in Schijndel, gelegen in de provincie Noord-Brabant. Jasper Verhaar heeft het veldwerk uitgevoerd in de periode april-september 2020 en heeft aansluitend dit rapport opgesteld. Dennis Slotboom heeft dit rapport inhoudelijk gecontroleerd. De cv’s van beide ecologen vindt u in bijlage 1. Aanleiding en doel De quickscan Natuur en het nader onderzoek moet uitgevoerd worden vanwege het voornemen om de gymzaal te slopen en mogelijk bomen rondom de gymzaal te kappen. Dit in verband met de voorgenomen herontwikkeling op de locatie. Met de quickscan beoordelen wij of de voorgenomen activiteiten negatieve effecten kunnen hebben op beschermde soorten, beschermde gebieden en op houtopstanden. Met het nader onderzoek hebben wij gericht gekeken naar de effecten van de voorgenomen activiteiten op vleermuizen in het projectgebied. U wilt namelijk weten hoe u moet handelen binnen het kader van de Wet natuurbescherming. Hebt u na het lezen van dit rapport nog vragen? Neem dan contact op met Jasper Verhaar op telefoonnummer 088-262 72 00. Uw veelzijdig specialist,

Joost Verhagen Directeur

Vianen (NB), 7 oktober 2020

4

Rapport: 303027

Gymzaal Papaverstraat 13, Schijndel

2

Situatie en planvorming Projectgebied Het projectgebied omvat de gymzaal en het omliggende terrein met daarop bomen. Het gebied ligt aan de Papaverstraat en het Klaprooshof in de bebouwde kom van Schijndel. Op afbeelding 1 is het projectgebied globaal gemarkeerd. Projectgebied (rood kader)

De situatie De gymzaal is een bouwwerk dat bestaat uit een hoog en een laag gedeelte. Het lage gedeelte heeft een plat dak. Het hoge gedeelte heeft een met bitumen bekleed schuin dak. De dakranden zijn afgewerkt met houten bekisting en daklijsten. Tegen het hoge gedeelte staat een schoorsteen. De bakstenen gevels bevatten geen open stootvoegen. Tussen de gymzaal en de rijweg staan volwassen bomen in rijverband. Op het schoolplein staan enkele solitaire bomen. Direct ten westen van het projectgebied is een parkje aanwezig. Direct ten zuiden staat een schoolgebouw. Foto 1, 2 en 3 laten de situatie zien. Planvorming Woonmeij is voornemens de gymzaal te slopen om plaats te maken voor nieuwbouw. Hierbij kunnen bomen rondom de gymzaal mogelijk niet behouden blijven. Wanneer en gedurende welke periode de werkzaamheden worden uitgevoerd is op dit moment nog niet precies duidelijk.

5

Beeld van de gymzaal (west- en zuidzijde)

Beeld van de gymzaal (oost- en noordzijde)

Beplanting tussen de gymzaal en de omliggende rijweg

6

Rapport: 303027

3.1

Gymzaal Papaverstraat 13, Schijndel

3

Werkwijze Quickscan Natuur Literatuuronderzoek Natuurwetgeving Wij hebben onderzocht of het projectgebied en de nabije omgeving een wettelijk beschermde status of een beleidsmatig vastgestelde natuurstatus heeft. Daarvoor hebben wij onder andere provinciale websites en de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) geraadpleegd. In bijlage 2 hebben wij de Wet natuurbescherming en de planologische bescherming van het natuur Netwerk Nederland kort beschreven. Soortinformatie Om inzicht te krijgen in de actuele gegevens die beschikbaar zijn over het projectgebied en de omgeving, hebben wij websites van onder andere RAVON (www.ravon.nl), SOVON (www.sovon.nl), De Vlinderstichting (www.vlinderstichting.nl) en de Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl) geraadpleegd. Nationale Databank Flora en Fauna Wij hebben gegevens over de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten binnen het projectgebied opgevraagd bij de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) (www.ndff.nl). Veldbezoek Tijdens een veldbezoek hebben wij hebben wij een zo goed mogelijke inschatting gemaakt van de aan- of afwezigheid van beschermde soorten en hun voortplantings- en rustplaatsen op basis van aanwezige biotopen en habitats. Risicoanalyse Op basis van de voorgenomen activiteiten en de door ons met de bureaustudie en het veldwerk verzamelde gegevens hebben wij een risicoanalyse gemaakt.

Op basis van de risicoanalyse hebben wij bepaald of uw ingrepen leiden tot een conflict met de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming.

3.2

Nader onderzoek vleermuizen Tijdens het eerste veldbezoek in het kader van de quickscan Natuur (zie paragraaf 3.1) hebben wij vastgesteld dat er potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen in het gebouw aanwezig zijn. Wij hebben ook vastgesteld dat deze verblijfplaatsen met behulp van een ladder zeer nauwkeurig te inspecteren zijn op sporen en aanwezigheid van vleermuizen, zaklamp en endoscoop. Om deze reden hebben wij geen nachtelijk onderzoek volgens de richtlijnen uit het Vleermuisprotocol 2017 hoeven verrichten. Wij hebben op vijf momenten een visuele inspectie uitgevoerd. 7

3.3

Onderzoeksinspanning en omstandigheden Een overzicht van het uitgevoerde veldwerk en de omstandigheden hierbij vindt u in tabel 1. Jasper Verhaar heeft alle veldbezoeken uitgevoerd. Tabel 1.

Overzicht van uitgevoerde veldbezoeken Datum

Moment

Bewolking

Temp.

Windkracht

Windrichting

2-4-2020

Ochtend

Zwaar bewolkt

5⁰C

2 Bft

ZW

Visuele inspectie 1

2-4-2020

Ochtend

Zwaar bewolkt

5⁰C

2 Bft

ZW

Visuele inspectie 2

18-5-2020

Ochtend

Onbewolkt

18⁰C

2 Bft

ZW

Visuele inspectie 3

23-6-2020

Ochtend

Onbewolkt

23⁰C

2 Bft

ZW

Visuele inspectie 4

9-9-2020

Middag

Onbewolkt

21⁰C

3 Bft

ZW

Visuele inspectie 5

28-9-2020

Ochtend

Zwaar bewolkt

12⁰C

3 Bft

ZW

Quickscan Natuur Veldbezoek Nader onderzoek vleermuizen

8

Rapport: 303027

4.1

Gymzaal Papaverstraat 13, Schijndel

4

Resultaten Resultaten quickscan Natuur 4.1.1

Gebiedsbescherming

Natura 2000 Het projectgebied is geen onderdeel van een Natura 2000-gebied en ligt op ruime afstand van gebieden die wel als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied heet ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ en ligt op circa 9 km ten noordwesten van het projectgebied. Op afbeelding 2 is de ligging van het projectgebied (binnen de rode cirkel) te zien ten opzichte van Natura 2000-gebieden (gekleurde markeringen). Ligging projectgebied ten opzichte van Natura 2000

Natuurnetwerk Brabant (NNB) Het projectgebied is geen onderdeel van het NNB. Er liggen wel enkele NNB-gebieden aan de randen van de bebouwde kern van Schijndel. Deze liggen op circa 800 m tot 1000 m afstand vanaf het projectgebied. Op afbeelding 3 is de ligging van projectgebied (binnen de rode markeringen) te zien ten opzichte van het NNB (beige markeringen). Gemeentelijke natuurstatus Voor zover bekend heeft het gebied geen gemeentelijke beschermde natuurstatus.

9

Ligging projectgebied ten opzicht van het Natuurnetwerk Brabant

4.1.2 Soortenbescherming Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Hieronder volgt een samenvatting van de in de NDFF geregistreerde waarnemingen van wettelijk beschermde soorten in en nabij het projectgebied. De volledige uitdraai van de gegevens is aan dit rapport toegevoegd in bijlage 3. Samenvatting NDFF Van vleermuizen, landzoogdieren en vogels zijn in of nabij het projectgebied waarnemingen geregistreerd van Europees en nationaal beschermde soorten, maar naar deze groepen is niet altijd een volledige inventarisatie uitgevoerd. Er zijn geen beschermde dagvlinders in de database vermeld, ondanks wel volledig uitgevoerd onderzoek. Van vaatplanten, amfibieën reptielen, vissen, libellen en overige soortgroepen zijn ook geen vermeldingen in de database bekend, maar naar deze soortgroepen is ook niet altijd een volledige inventarisatie uitgevoerd. Tijdens ons veldbezoek ligt de focus daarom op alle groepen behalve dagvlinders. Vogels In het gebied hebben wij verschillende soorten vogels waargenomen, waaronder houtduif, holenduif en kauw. Verder verwachten wij dat algemeen voorkomende tuin- en parkvogelsoorten zoals merel, koolmees, pimpelmees, spreeuw, huismus, ekster, grote bonte specht in het projectgebied kunnen worden aangetroffen. In een grote opening in de houten bekisting van de gymzaal is nestmateriaal aanwezig (zie foto 4).

Wij hebben in het voorjaar ook kauwen in de nabijheid van deze plek waargenomen. Later in het voorjaar hebben wij ook eenmalig een holenduif uit de opening zien vliegen. Dit wijst erop dat de opening in gebruik is als rust- en/of voortplantingsplaats door kauw en/of holenduif. Op andere plekken van de gymzaal zijn geen nestplaatsen van vogels aanwezig. Het gebouw is ook niet geschikt als nestplaats voor vogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, zoals huismus en gierzwaluw. wel verwachten wij dat in bomen binnen het projectgebied nesten van houtduif aanwezig kunnen zijn. In struiken kunnen nesten van zangvogels worden verwacht. Er zijn geen boomholten aanwezig die kunnen dienen als nestgelegenheid voor holtebroedende vogels.

10

Rapport: 303027

Gymzaal Papaverstraat 13, Schijndel

Opening in houten bekisting die kan dienen als nestplaats voor kauw of holenduif.

Europees beschermde soorten (geen vogels) Vleermuizen Wij verwachten dat in het projectgebied verschillende soorten vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis en laatvlieger voorkomen. Tijdens ons veldbezoek op 2 april 2020 hebben wij op twee plekken ook uitwerpselen van gewone dwergvleermuis aangetroffen. Aan de hand van deze waarnemingen hebben wij het nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd. De resultaten staan beschreven in paragraaf 4.2. Overige soortgroepen Wij hebben geen exemplaren uit andere Europees beschermde soortgroepen waargenomen. Deze zijn op basis van literatuuronderzoek en het ontbreken van geschikte biotopen ook niet te verwachten. Nationaal beschermde soorten Wij hebben geen nationaal beschermde planten- of diersoorten waargenomen in het projectgebied. Onder het struikgewas naast de gymzaal zijn mogelijk wel enkele holen van huisspitsmuis aanwezig. Verder wijzen vraatsporen in isolatiemateriaal achter de houten bekisting op de aanwezigheid van huismuis of bruine rat. Deze laatste twee soorten zijn niet echter niet beschermd onder de Wet natuurbescherming.

4.1.3 Houtopstanden Definities In het projectgebied staan houtopstanden. In de Bomenverordening gemeente Meierijstad wordt namelijk het volgende verstaan onder een houtopstand: “Eén of meer bomen of boomvormers of andere houtachtige gewassen.” Onder een boom wordt verstaan: “Een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een stamomtrek van minimaal 30 cm gemeten op 1,30 m hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam. In afwijking van deze minimale stamomtrek van 30 cm geldt geen minimale stamomtrek bij toepasbaarheid van artikel 13 van deze verordening.” Bebouwde komgrens Wnb Het projectgebied met de daarin aanwezige houtopstanden, bevindt zich binnen de bebouwde komgrens zoals vastgesteld op grond van artikel 4.1 onder a. Wnb.

11

Velverbod Volgens de Bomenverordening gemeente Meierijstad is het verboden Beschermde houtopstanden te vellen of te doen vellen. Het is echter onduidelijk of de bomen in het projectgebied vallen onder de term Beschermde houtopstanden. In de Bomenverordening gemeente Meierijstad wordt namelijk verwezen naar de Groene kaart waarop Beschermde houtopstanden staan vermeld. Deze Groene kaart is echter nog in ontwikkeling en daarom niet beschikbaar. Verder geldt er een velverbod voor houtopstanden aangeplant op grond van bijzondere voorschriften, op grond van herplant-/instandhoudingsplicht en op grond van overeenkomst publiekrechtelijk bestuursorgaan. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het vellen van Beschermde houtopstanden, dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen.

4.2

Resultaten nader onderzoek vleermuizen Tijdens de quickscan op 2 april 2020 hebben wij zes potentiële verblijfplaatsen aangewezen, waarvan bij op dat moment op twee locaties uitwerpselen van gewone dwergvleermuis zichtbaar waren (locatie 4 en 5 op foto 5). De zes te inspecteren locaties hebben wij op vijf momenten geïnspecteerd. In deze paragraaf volgen per locatie onze bevindingen. Geinspecteerde (potentiële) verblijfplaatsen van vleermuizen

Locatie 1 en 2 Het gaat hier om smalle kieren rondom de regenpijp. Achter deze kieren is een kleine holle ruimte aanwezig tussen isolatiemateriaal in de houten bekisting. De kieren zijn geschikt als opening voor een kleine vleermuissoort zoals gewone dwergvleermuis. Maar wij hebben tijdens de inspecties geen vleermuizen of sporen van vleermuizen in of bij de kieren aangetroffen. Er zijn stoffige spinnenwebben zichtbaar tijdens alle inspectiemomenten wat erop wijst dat er geen vleermuizen door de openingen zijn gekropen. Gebruik van deze locaties door vleermuizen is uitgesloten. Locatie 3 Deze locatie is vergelijkbaar met locatie 1 en 2, maar hier zijn de kieren groter en in potentie dus ook geschikt voor een grotere vleermuissoorten zoals laatvlieger. Tijdens iedere inspectie hebben wij echter steeds nieuwe uitwerpselen van bruine rat aangetroffen bij een van de kieren. Hieruit maken wij op dat de beperkte ruimte achter de opening in gebruik is door bruine rat. Bruine rat is een alleseter die ook een rustende vleermuis aanziet als prooi. Aanwezigheid van vleermuizen op deze locatie is hierdoor uitgesloten.

12

Rapport: 303027

Gymzaal Papaverstraat 13, Schijndel

Locatie 4 Deze locatie betreft een met kunststof gecoate aluminium daklijst. Tussen de daklijst en de gevel is ruimte aanwezig van circa 2 cm diep, 10 cm hoog en 100 cm lang. De onderzijde van de daklijst sluit op locatie 4 niet strak aan op de gevel vanwege een afgebroken baksteen (te zien rechtsonder op foto 6). Dit maakt de ruimte achter de daklijst toegankelijk voor vleermuizen. Tijdens de inspecties op 2 april, 23 juni en 9 september 2020 hebben wij hier steeds enkele verse keutels aangetroffen. Wij weten dat het om verse keutels gaat omdat wij na iedere inspectie de keutels hebben weggeveegd. Tussen de inspectie op 9 september en 28 september 2020 zijn er geen verse keutels bijgekomen. Op basis van expert judgement stellen wij vast dat het hier gaat om een zomerverblijfplaats van een enkele gewone dwergvleermuis die hier zo nu en dan verblijft. Uitwerpselen van gewone dwergvleermuis achter daklijst bij locatie 4

Locatie 5 De daklijst op deze locatie is ietwat kromgetrokken waardoor er een toegang is ontstaan tussen de lijst en de gevel. De ruimte is vergelijkbaar met locatie 4. Tijdens de inspecties op 2 april, 23 juni en 9 september 2020 hebben wij hier steeds enkele verse keutels aangetroffen. Bovendien zijn er op 23 juni 2020 twee rustende gewone dwergvleermuizen aanwezig (zie foto 7). Tussen de inspectie op 9 september en 28 september 2020 zijn er geen verse keutels bijgekomen. Op basis van expert judgement stellen wij vast dat het hier gaat om een zomerverblijfplaats van twee gewone dwergvleermuizen die hier zo nu en dan verblijven. Vermoedelijk gebruikt een van deze vleermuizen ook locatie 4. Eén van de twee gewone dwergvleermuizen achter de daklijst op locatie 5

13

Locatie 6 De opening in de houten bekisting is groot en zo nu en dan bezet door kauwen of holenduiven (zie ook paragraaf 4.1.2). Het isolatiemateriaal dat oorspronkelijk in de houten bekisting zat, is er door vogels en mogelijk ratten uitgehaald. Er zijn niet veel kieren en spleten aanwezig waarin vleermuizen zich goed voor andere dieren kunnen verschuilen. Tijdens onze inspecties hebben wij geen vleermuizen of sporen van vleermuizen aangetroffen op deze locatie. Aanwezigheid van vleermuizen op deze locatie is hierdoor uitgesloten. Functie van het gebouw Locatie 4 en 5 vormen samen één verblijfplaats voor twee gewone dwergvleermuizen. Omdat deze exemplaren voornamelijk in het voorjaar en in de zomer aanwezig waren, gaat het hier om een zomerverblijfplaats. Een functie als paarverblijfplaats is onwaarschijnlijk vanwege het ontbreken van verse sporen tijdens een aanzienlijk deel van de paarperiode (15 augustus – 1 oktober). Bij milde winters kan de verblijfplaats op locatie 4 en 5 echter wel incidenteel door deze exemplaren in gebruik zijn als verblijfplaats. Een kraamverblijfplaats is op basis van onze bevindingen uitgesloten, omdat wij geen aanwijzingen hebben dat er grote aantallen vleermuizen en jonge vleermuizen op de locatie aanwezig zijn geweest.

Een massawinterverblijfplaats is op voorhand uitgesloten omdat er geen toegang is tot een spouwruimte met stabiel microklimaat en het gebouw niet permanent wordt verwarmd. Bovendien zijn massawinterverblijfplaatsen doorgaans in hogere gebouwen aanwezig. Functie van de bomen De bomen in het projectgebied dragen niet wezenlijk bij aan de functionaliteit van de verblijfplaats op locatie 4 en 5. Deze bomen dragen namelijk niet bij aan het microklimaat omdat de verblijfplaats zich aan de oostzijde van het gebouw bevindt en de meest nabijgelegen bomen aan de noord- en westzijde staan. Deze bieden dus geen schaduw. Naar alle waarschijnlijkheid vliegen uitvliegende vleermuizen direct het oostelijk gelegen park in om te foerageren. De bomen in het projectgebied staan juist aan de andere zijde en zijn daarom ondergeschikt als foerageerlocatie. Ook andere vleermuizen uit de omgeving zullen vooral waarde hechten aan bomen in het park. De bomen in het projectgebied zijn geen onderdeel van een aaneengesloten lijnvormige structuur van en naar een foerageergebied. Er is dus ook geen sprake van een essentiële vliegroute.

14

Rapport: 303027

5.1

Gymzaal Papaverstraat 13, Schijndel

5

Conclusie Quickscan Natuur 5.1.1

Gebiedsbescherming

Natura 2000-gebieden De voorgenomen werkzaamheden hebben geen negatieve invloed op natuurwaarden in Natura 2000-gebieden in de omgeving. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ bevindt zich namelijk op circa 9 km afstand van het projectgebied. Verdere toetsing in dit kader is dan ook niet nodig. NNB De voorgenomen werkzaamheden hebben geen negatieve invloed op het nabijgelegen NNB. De werkzaamheden vinden namelijk plaats buiten de grenzen van het NNB. Met een afstand van 800 m tot 1.000 m tot het dichtstbijzijnde NNB-gebied is ook geen sprake van indirecte invloed van de werkzaamheden op het NNB. Verdere toetsing in dit kader is dan ook niet nodig.

5.1.2 Soortenbescherming Vogels Vogels gebruiken het projectgebied als foerageergebied, voortplantingsgebied of als tijdelijke rustplaats. Van opzettelijke verstoring is geen sprake aangezien eventueel aanwezige vogels het projectgebied uit eigen beweging verlaten bij aanvang van de werkzaamheden. Nesten In 2009 is de lijst met vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond zijn beschermd, aangepast. De lijst biedt geen wettelijk kader, maar is een belangrijke richtlijn bij het maken van effectanalyses. Deze lijst maakt onderscheid tussen nesten namelijk: • nesten met een jaarrond beschermde status (categorie 1 t/m 4 van de lijst); • nesten van vogels die niet jaarrond beschermd zijn, maar waarvan het nodig is een goed beeld te hebben of na de ingreep goede alternatieven voorhanden zijn

•

om nieuwe nesten te bouwen (als het nest verloren gaat) (categorie 5 van de lijst); nesten van overige, vaak erg algemeen voorkomende vogels.

Overige nesten Er kunnen nesten van kauw of holenduif aanwezig zijn in het gebouw en van houtduif en kleine zangvogels in bomen en struiken rondom het gebouw. De te verwachten nesten van deze soorten zijn in dit geval niet jaarrond beschermd, omdat in de directe omgeving goede alternatieve nestlocaties voorhanden zijn. Bewoonde nesten zijn echter altijd beschermd. Er is met de voorgenomen werkzaamheden geen sprake van overtreding van de verbodsbepalingen zolang bewoonde nesten niet worden verstoord of vernield. In paragraaf 6.1 beschrijven wij hoe verstoring of vernieling kan worden voorkomen.

15

Europees beschermde soorten (geen vogels) In het projectgebied zijn, behalve vogels, soorten aanwezig die in het kader van de Wnb op Europees niveau beschermd zijn. Het gaat om gewone dwergvleermuis (zie ook paragraaf 4.2). Conclusies en adviezen met betrekking tot deze soorten zijn opgenomen in paragraaf 5.2 en 6.2. Nationaal beschermde soorten In het projectgebied zijn mogelijk huisspitsmuizen, huismuizen en bruine ratten aanwezig. Alleen huisspitsmuis is op nationaal niveau beschermd in het kader van de Wnb. Voor huisspitsmuis geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant een provinciale vrijstelling, waardoor vervolgstappen in dit kader niet nodig zijn. Eventueel aanwezige huisspitsmuizen zijn prima in staat om zelfstandig een veilig heenkomen te zoeken bij aanvang van de werkzaamheden.

5.1.3 Houtopstanden In het werkgebied staan houtopstanden in de vorm van bomen. Of en in welke mate deze houtopstanden beschermd zijn, is vooralsnog onduidelijk omdat gemeente Meierijstad op dit moment nog geen Groene kaart beschikbaar heeft. Wel is bekend dat de houtopstanden binnen de bebouwde komgrens Wnb staan. Hierdoor is er met het verwijderen van bomen in het kader van de Wnb in ieder geval geen sprake van een meld- en herplantplicht. U moet er voor de zekerheid wel van uitgaan dat op grond van gemeentelijke regels er een omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden nodig is.

5.2

Vleermuizen Maken vleermuizen gebruik van het projectgebied? Ja, aan de oostzijde van het hoge gebouwdeel is een verblijfplaats van twee gewone dwergvleermuizen aanwezig. Deze verblijfplaats bevindt zich tussen de daklijst en de bakstenen gevel. In de bomen zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Wat is de waarde van het projectgebied voor gewone dwergvleermuizen? De door ons aangetoonde verblijfplaats functioneert als zomerverblijfplaats en mogelijk als incidenteel gebruikte winterverblijfplaats. De verblijfplaats is niet permanent in gebruik. Hieruit maken we op dat er in de omgeving van het projectgebied meer geschikte verblijfplaatsen voor deze exemplaren beschikbaar zijn. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn het hele jaar door streng beschermd. De bomen en struiken in het projectgebied zijn niet van bijzondere waarde voor vleermuizen. Welke vervolgstappen ten aanzien van gewone dwergvleermuis zijn noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming? Er zijn specifieke maatregelen nodig ten aanzien van gewone dwergvleermuis in het kader van de Wnb. De sloop van de gymzaal leidt namelijk tot het aantasten van een zomer-/winterverblijfplaats. Hiermee is in principe sprake van overtreding van artikel 3.5 lid 4 van de Wnb. Maar in de provincie Noord-Brabant geldt voor deze verbodsbepaling in deze specifieke situatie een vrijstelling.

Ondanks de aantasting van de verblijfplaats blijft de functionaliteit van de verblijfplaats namelijk gegarandeerd doordat er tijdig effectief bewezen maatregelen zijn getroffen door het aanbieden van n alternatieve verblijfplaatsen in de directe omgeving. Zo hangen er sinds half juni 2020 alternatieve verblijfplaatsen in de vorm van acht kleine platte vleermuiskasten op vier verschillende locaties. Verder worden in de nieuwbouw nog eens extra voorzieningen voor vleermuizen

16

Rapport: 303027

Gymzaal Papaverstraat 13, Schijndel

aangebracht, namelijk in de vorm van ingebouwde vleermuiskasten. Dit leidt waarschijnlijk zelfs tot meer verblijfplaatsen of verblijfplaatsen met grotere aantallen vleermuizen vergeleken met de bestaande situatie. Daarnaast zijn in gebouwen in de directe omgeving van het projectgebied ook voldoende alternatieve verblijfplaatsen aanwezig voor een opportunistische soort als gewone dwergvleermuis. Er is in dit geval dus geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Wel geldt alsnog de zorgplicht en in dat kader moet aan specifieke voorschriften worden voldaan (zie paragraaf 6.2).

17

6 6.1

Advies Vogels Behouden bewoonde nesten Wij adviseren de te verwijderen bomen en struiken en de nestplaats in de houten bekisting te verwijderen in de periode tussen 1 december en 1 maart. De kans dat dan bewoonde nesten aanwezig zijn, is erg klein. Ook buiten deze periode mag gewerkt worden, mits uit een aanvullende controle is gebleken dat er geen bewoonde nesten aanwezig zijn (zie ook ‘Nestcontrole’). Nestcontrole Als u besluit de te verwijderen bomen en struiken en de nestplaats in de houten bekisting te verwijderen tussen 1 maart en 1 december, moet voorafgaand aan de werkzaamheden een aanvullende controle worden uitgevoerd. Hiermee onderzoekt u of zich bewoonde nesten in de te verwijderen elementen bevinden. Dit onderzoek moet maximaal drie dagen voor de daadwerkelijke werkzaamheden uitgevoerd worden. Worden bewoonde nesten aangetroffen, dan moet de betreffende nestlocatie worden gemarkeerd en ontzien zolang het nest bewoond is.

6.2

Vleermuizen Ongeschikt maken verblijfplaats Voorafgaand aan de sloop moet de verblijfplaats ongeschikt gemaakt worden door het openbuigen van de daklijst. Dit mag alleen op een moment dat een vleermuisdeskundig heeft vastgesteld dat er op dat moment geen vleermuizen in de verblijfplaats aanwezig zijn. Zijn deze wel aanwezig? Dan mag de daklijst niet worden opengebogen en moet gewacht worden. Een alternatief is om zogenoemde exclusion flaps aan te brengen. Dit zijn hulpmiddelen om ervoor te zorgen dat vleermuizen na het verlaten van de verblijfplaatsen er niet meer terug in kunnen. Vleermuizen zullen op zoek gaan naar alternatieve verblijfplaatsen, zoals de eerder aangebrachte vleermuiskasten of al beschikbare andere verblijfplaatsen in de omgeving. Het aanbrengen van exclusion flaps moet door een vleermuisdeskundige met kennis van de situatie worden uitgevoerd. Uitvoeringsperiode ongeschikt maken Het ongeschikt maken moet medio oktober of medio april plaatsvinden. In deze situatie is dit namelijk de minst kwetsbare periode voor de door ons aangetroffen vleermuizen, omdat zij zich in die periode niet actief bezighouden met voortplanting of met de winterrustperiode.

18

Rapport: 303027

Gymzaal Papaverstraat 13, Schijndel

Opstellen ecologisch werkplan Het ongeschikt maken en de wijze waarop de sloopwerkzaamheden plaatsvinden, moet worden vastgelegd in een ecologisch werkplan. Hierin staat minimaal het volgende beschreven: • in welke periode gewerkt moet worden; • welke activiteiten op welke locatie(s) en op welk moment plaatsvinden; • welke maatregelen worden genomen en wat daarmee wordt gerealiseerd voor de gewone dwergvleermuis; • wanneer begeleiding door een gewone dwergvleermuisdeskundige noodzakelijk is; •

6.3

wie die gewone dwergvleermuisdeskundige is en wat de deskundige exact gaat doen.

Houtopstanden Wij adviseren bij de gemeente Meierijstad na te gaan of er voor het verwijderen van bomen in het projectgebied een omgevingsvergunning nodig is.

19

7

Verklarende woordenlijst Alternatief leefgebied Een alternatief leefgebied is een vergelijkbaar gebied waarin soorten zich in voldoende mate in dezelfde behoeften kunnen voorzien. Biotoop en habitat Een biotoop is een gebied met een uniform landschapstype waarin een bepaalde levensgemeenschap met organismen kan gedijen. Binnen een biotoop kunnen habitats worden onderscheiden. Een habitat is de specifieke plaats binnen een biotoop waar een organisme zich ophoudt. Bijvoorbeeld in de biotoop ‘bos’ is de bodem de habitat van een regenworm. Foerageergebied Het gebied of netwerk van gebieden waarin een soort zich van voedsel voorziet. Gebiedsbescherming Via de Wet natuurbescherming wordt de gebiedsbescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Het gaat hier niet zozeer om het beschermen van soorten en individuen, maar om bescherming van terreinen en wateren met bijzondere natuur- en landschapswaarden. Habitatrichtlijn Europese richtlijn van 1992 die verplicht tot bescherming van bepaalde (half)natuurlijke levensgemeenschappen (habitats) en leefgebieden van aangewezen planten- en diersoorten (met uitzondering van vogels) die in Europees verband van bijzondere betekenis zijn.

Nader onderzoek Een nader onderzoek is een diepgaande beoordeling naar de functionaliteit van bijvoorbeeld rust- en verblijfplaatsen, de functionaliteit van biotopen voor beschermde soorten en het bepalen van welke soorten op welke manier gebruik maken van het projectgebied. De quickscan geeft een eerste inschatting. Het nader onderzoek maakt de inschatting concreet. Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 beschermt gebieden (biotopen) en draagt bij aan bescherming van soorten (en hun habitats). Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar verbinden en met het omringende agrarisch gebied.

20

Rapport: 303027

Gymzaal Papaverstraat 13, Schijndel

NDFF De NDFF bundelt, uniformeert en valideert natuurgegevens in Nederland. De gegevens brengen in beeld wat in een bepaald gebied bekend is over het voorkomen van plantenen diersoorten. Deze gegevens zijn voor iedereen beschikbaar via een eenmalige levering of een abonnement. De NDFF is de meest complete natuurdatabank van Nederland en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een activiteit voorkomen of beperken. Ontheffing Onder bepaalde voorwaarden mogen soms de verbodsbepalingen uit de Wnb geschonden worden als daarvoor een ontheffing wordt afgegeven. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Projectgebied Het gebied waarin werkzaamheden worden verricht en wat geldt als grens voor het uitvoeren van de beoordelingen in het kader van de quickscan. De inschatting van ecologische potenties en het voorkomen van beschermde soorten houdt echter niet op bij de projectgrens. In de quickscan vormt het projectgebied en de omgeving het onderzoeksgebied. Quickscan Natuur In onze quickscan toetsen wij een voorgenomen ontwikkeling aan de Wet natuurbescherming.

De twee hoofdvragen zijn: Zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd met de Wet natuurbescherming (Wnb) of met provinciaal beleid? En welke vervolgstappen zijn nodig voordat met de uitvoering gestart kan worden? Met dit rapport heeft de initiatiefnemer een bewijsstuk in handen dat een ecologische quickscan is verricht. Ruimtelijke ontwikkelingen Onder ruimtelijkeontwikkeling worden activiteiten verstaan met als resultaat een functieverandering of uiterlijke verandering van een gebied of object. In de praktijk spreken we dan van (her)inrichten, aanleggen, reconstrueren, groot onderhoud, omvormen, (ver)bouwen of een verandering in beheer of gebruik. Verblijfplaats Een verblijfplaats is een onderdeel van het leefgebied van een soort en is essentieel voor het functioneren van de soort. Per soort is de beschrijving van een verblijfplaats verschillend. Voor een vis is dit bijvoorbeeld een ondiep gedeelte van een sloot, voor een vogel een nest en voor een vleermuis een boomholte of een spouwmuur. Vleermuisprotocol 2017 Het Vleermuisprotocol 2017 beschrijft het onderzoek dat nodig is om de kans op aanwezigheid van vleermuizen vast te stellen voor ruimtelijke ordeningsprocedures. Wet natuurbescherming (verbodsbepalingen) De Wet natuurbescherming is de Nederlandse natuurgebieden, soorten en bos regelt.

wet

die

de

bescherming

van

21

8

Literatuurlijst Kennisdocumenten BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. Algemene literatuur Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill & P.H.C. Lina, 2011. Vleermuizen: alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika: biologie, kenmerken en bedreigingen. Tirion Natuur, Utrecht. Ecologica, 2018. Praktisch stroomschema soortenbescherming Wet natuurbescherming art. 3.1, 3.5 en 3.10 conform LNV/RVO en provincie Noord-Brabant. Ecologica, Maarheeze. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Limpens,

H.,

J. Regelink & R. Koelman Zoogdiervereniging, Nijmegen.

2010.

Geraadpleegde websites Beleids- en gebiedsinformatie www.kaartbank.brabant.nl www.natura2000.eea.europa.eu www.ruimtelijkeplannen.nl www.synbiosys.alterra.nl Soortinformatie www.rvo.nl (Lijst jaarrond beschermde vogelnesten) www.ndff.nl (Nationale Databank Flora en Fauna) www.bij12.nl (kennisdocumenten beschermde soorten) www.ravon.nl (vissen, amfibieën en reptielen) www.sovon.nl (vogels) www.vlinderstichting.nl (dagvlinders en libellen) www.eis.nl (ongewervelden) www.zoogdiervereniging.nl (zoogdieren) www.floron.nl (planten)

22

Rapport: 303027

Vleermuizen

en

planologie.

Cv’s betrokken ecologen Naam:

Dennis Slotboom BSc

Functie: Veldecoloog, projectleider, kwaliteitscontroleur Relevante opleidingen: • HBO Natuur en landschapsinrichting, Larenstein, Velp, met specialisatie in natuurbeheer, vegetatiekunde en landschapsecologie • Vleermuizen en Planologie, cursus van de Zoogdiervereniging • Gecertificeerd niveau 3 gedragscode bestendig beheer groenvoorzieningen • European Tree Technician, specialist bomen Ervaring: Dennis werkt sinds 2008 bij Cobra adviseurs als specialist natuur & ecologie. Sinds 2008 heeft Dennis ruime ervaring opgedaan in het uitvoeren van quickscans en, sinds 2011, in het uitvoeren van vleermuisonderzoek. Sinds 2009 verzorgt Dennis de ecologische begeleiding van opdrachtgevers bij de voorbereiding van projecten. Dennis bespreekt samen met de opdrachtgevers de te nemen stappen in het kader van de Wet natuurbescherming en verzorgt offertes, onderzoek en ontheffingsaanvragen. Meer informatie over Dennis is op te vragen bij Cobra Groeninzicht.

Naam:

Jasper Verhaar MSc

Functie: Veldecoloog, projectleider, kwaliteitscontroleur Relevante opleidingen: • HBO Aquatische Ecotechnologie / Watermanagement, HZ University of Applied Sciences (cum laude) • Minor Bachelor of Biodiversity, Unitec Institute of Technology New Zealand • MSc Biology & Science Communication and Society, Universiteit Leiden (cum laude) • Gecertificeerd niveau 4 gedragscode ruimtelijke ontwikkelingen •

Vleermuizen en Planologie, cursus van de Zoogdiervereniging

Ervaring: Jasper is sinds 2016 werkzaam bij Cobra adviseurs als specialist bomen, water & ecologie. Jasper is vanaf het begin betrokken bij het uitvoeren en rapporteren van quickscans, vleermuisonderzoek en onderzoek naar andere beschermde soorten waaronder steenuil, buizerd, rugstreeppad en marterachtigen. Jasper voert momenteel opdrachten uit voor gemeenten, waterschappen en projectontwikkelaars en voert voor deze partijen de gesprekken in de offertefase, voert veldwerk uit en rond samen met de opdrachtgever een project af. Meer informatie over Jasper is op te vragen bij Cobra Groeninzicht.

Naam:

Dries van Tuijn

Functie: Veldecoloog, specialist verblijfplaatsen beschermde soorten Relevante opleidingen: • MBO niveau 4 Bos en Natuurbeheer bij MBCS Velp • Cursus Wet natuurbescherming niveau 1 bij IPC Groen • Cursus Wet natuurbescherming niveau 2 bij IPC Groen Ervaring: Dries is zelfstandig ondernemer en heeft zich gespecialiseerd als veldecoloog met als specialisatie het opsporen van verblijfplaatsen van beschermde soorten. Daarnaast voert Dries sinds 2013 zelfstandig quickscans uit en nader onderzoek naar vleermuizen, vogels en kleine zoogdieren. Als docent van de opleiding ‘Wet natuurbescherming Zorgvuldig handelen niveau 1 en 2’ en als gastdocent van de opleiding ‘Faunacontroleur’ beschikt Dries over actuele kennis van de huidige natuurwetgeving en de praktische invulling daarvan. Meer informatie over Dries is op te vragen bij Cobra Groeninzicht.

Juridisch kader Wet natuurbescherming Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De wet regelt soortenbescherming en gebiedsbescherming. Hieronder gaan wij daar verder op in. Ook is een toelichting gegeven op de planologische bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), ofwel de voormalige Ecologische Hoofdstructuur van Nederland, ook wel EHS genoemd. Hoewel de werking van de NNN niet is geregeld onder de Wnb, kunnen onderdelen van het NNN wel degelijk vallen onder de reikwijdte van de Wnb.

Soortenbescherming De Wnb De Wnb is op 1 januari 2017 in werking getreden en regelt naast gebiedsbescherming (daarover verderop meer) de soortenbescherming. Deze wet regelt de bescherming van dier- en plantensoorten in hun natuurlijk leefomgeving. Menselijk handelen mag geen nadelige invloed hebben op deze soorten. Volgens de Wnb is het daarom verboden beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, hun holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfplaatsen aan te tasten of te verontrusten. Onderscheiden wordt tussen vogels, Europees beschermde planten- en diersoorten en Nationaal beschermde planten- en diersoorten. Beschermde soorten Onder de Wnb zijn als beschermde soort aangewezen: • ruim 700 op Europees grondgebied voorkomende vogelsoorten opgenomen in de Vogelrichtlijn, beschreven in paragraaf 3.1 van de Wnb; • 76 Europees beschermde planten- en diersoorten opgenomen in de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bonn en het Verdrag van Bern, beschreven in paragraaf 3.2 van de Wnb (artikel 3.10 en 3.11); • 157 nationale planten en diersoorten, beschreven in paragraaf 3.3 van de Wnb (artikel 3.5 en 3.8). •

Vrijstelling en ontheffing Voor elk van de drie beschermingsregimes gelden specifieke verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De verbodsbepalingen mogen niet overtreden worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’). Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling, moet aan drie criteria zijn voldaan: • •

•

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn, bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Zo zijn er voor diverse nationaal beschermde soorten diverse vrijstellingen geregeld die echter per provincie kunnen verschillen. Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leef- omgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Deze formulering van de zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer u een bepaalde handeling wilt verrichten die gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, u zich daaraan voorafgaand op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van uw handelen. Zo nodig raadpleegt u een ecoloog. Bij de uitvoering van die handeling moet u negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen dan wel beperken of ongedaan maken. Beschermingsregime soorten

Beschermingsregime Europese

Beschermingsregime nationale

Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

soorten § 3.2 Wnb

soorten § 3.3 Wnb

Art 3.1 lid 1

Art 3.5 lid 1

Art 3.10 lid 1a

Het is verboden in het wild levende

Het is verboden soorten in hun

Het is verboden soorten

vogels opzettelijk te doden of te vangen.

natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2

Art 3.5 lid 4

Art 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Niet van toepassing

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten

hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te

vernielen

instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing

vernielen

Stroomschema De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hanteert een stappenplan om te bepalen of een ontheffing in het kader van soortenbescherming nodig is. Het stroomschema hebben wij hieronder opgenomen.

Gebiedsbescherming De voormalige Natuurbeschermingswet 1998 maakt sinds 1 januari 2017 onderdeel uit van de Wnb. In hoofdstuk 2 van de Wnb is nu dit onderdeel opgenomen. Maar de manier waarop getoetst wordt of een project invloed heeft op gebieden, is niet veranderd. Op grond van artikel 10a Op grond van artikel 10a heeft de toenmalige minister van EZ gebieden aangewezen waarin uitvoering wordt gegeven aan de ‘Vogelrichtlijn’ (EEG nr. 79/409) en de Habitatrichtlijn (EEG nr. 29/43). Gebieden Onder de Wnb zijn uitsluitend Natura 2000-gebieden beschermd. Beschermde natuurmonumenten zoals we deze voorheen kenden, zijn in de meeste gevallen opgenomen in Natura 2000-gebieden. Vergunning Als er geen sprake is van een negatief effect, is er geen vergunning nodig. Als er wel sprake is van een mogelijk negatief effect, is een vergunning noodzakelijk en dient de vergunningsprocedure te worden gestart en gaat de habitattoets verder. Als het om een mogelijk negatief effect gaat dat zeker niet significant is, dan moet er een verslechteringstoets worden uitgevoerd en komt u in de fase ‘verslechteringstoets’. Gaat het om een mogelijk significant negatief effect dan is een passende beoordeling nodig en wordt verder gegaan met de fase ‘passende beoordeling’. De passende beoordeling moet gebaseerd zijn op onderzoek en de best beschikbare wetenschappelijke gegevens.

De mogelijke effecten van de te beoordelen activiteiten of plannen worden dan onderzocht. De procedure is in onderstaand schema toegelicht.

Houtopstanden Voor houtopstanden buiten de bebouwde kom Boswet was voor inwerkingtreding van de Wnb de Boswet van toepassing. De regels zijn overgenomen in hoofdstuk 4 van de Wnb. Voor houtopstanden die staan buiten de bebouwde komgrens zoals vastgesteld op grond van artikel 4.1 onder a. Wnb, kan velling van de houtopstand verplichtingen in het kader van deze wet geven. Tot 2017 werd een dergelijke komgrens vastgesteld in het kader van de Boswet. De standplaats van houtopstand buiten deze kom houdt in dat op velling van deze houtopstand of onderdelen daarvan, de meld- en herplantplichten van artikel 4.2 Wnb en artikel 4.3 Wnb van toepassing kunnen zijn. Op deze plichten kunnen vrijstellingen van toepassing zijn. Provinciale verordeningen kunnen nadere regels bevatten omtrent deze plichten.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het omvat de voormalige Ecologische Hoofdstructuur ofwel de EHS. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de twintig Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim zes miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; •

alle Natura 2000-gebieden.

Structuurschema Groene Ruimte Van rijkswege is het Structuurschema Groene Ruimte (SGR) opgesteld. Hierin staan afspraken over de natuur in landelijke gebieden. De nota is gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van wezenlijke natuurkenmerken en -waarden. Bepaald is dat het NNN moet worden beschermd en ontwikkeld door een combinatie van: • planologische bescherming; • aankoop van gronden; • het afsluiten van beheerovereenkomsten met particuliere eigenaren; • inspanningen voor een goede kwaliteit van milieu en water. In het NNN worden planten en dieren in waardevolle natuurgebieden beschermd. In een bestemmingsplan wordt het natuurnetwerk concreet begrensd. Ingrepen in de NNN In de NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van een ingreep moeten worden gecompenseerd. In principe zijn ingrepen in of nabij de NNN die invloed hebben op natuurwaarden vergunningsplichtig. Welk spoor gevolgd moet worden en of er daadwerkelijk sprake is van een aantasting van natuurwaarden in de NNN is afhankelijk van de concrete planvorming.

Download uit de NDFF

Beknopte levering uit de NDFF Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren. Nieuwe gegevens worden dagelijks toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

Projectnaam Papaverstraat in Schijndel Doel Quickscan Natuur Datum 31-03-2020 08:12 Ordernummer HNL-2020-58 Geselecteerde kilometerhokken 157-404

Vragen? Neem contact op met het Serviceteam van de NDFF: Telefoon: 0800 2356333 E-mail: serviceteamNDFF@natuurloket.nl

157 - 404

vaatplanten

mossen

korstmossen

paddenstoelen

vleermuizen

landzoogdieren

Vogelrichtlijn

9

Habitatrichlijn

WNB-andere

onderzoek Onderzoeksperiode

vissen

dagvlinders

macronachtvlinders micronachtvlinders

libellen

sprinkhanen en krekels

overige soortgroepen

34

2

soorten (NL)

Volledigheid

reptielen

1

soorten (PROV)

0-0.25/0.251-1

amfibieen

1

WNb-andere

Detaillering

wintervogels

2

Rode-Lijstsoorten

Aantal soorten

broedvogels

24

1

4

9

34

4

2

1

88%/11%

66%/0%

89%/0%

93%/0%

70%/1%

100%/0%

100%/0%

100%/0%

slecht

niet

niet

niet

slecht

slecht

slecht

slecht

niet

niet

niet

goed

slecht

slecht

niet

niet

niet

2000-2020

2010-2020

2010-2020

2010-2020

2010-2020

2010-2020

2010-2020

2010-2020

2010-2020

2010-2020

2010-2020

2010-2020

2010-2020

2010-2020

2010-2020

2010-2020

2010-2020

Beknopte levering HNL-2020-58 Pagina : 2 / 4

Toelichting op de tabel Soortgroepen In de gehanteerde indeling is Overige soortgroepen een diverse groep met daarin alle wespen, bijen, mieren, netvleugelige, steenvliegen, kevers, vliegen, muggen, haften, wantsen, cicaden, luizen, schorpioenvliegen en overige insecten, spinnen, mijten, hooiwagens, duizendpoten, miljoenpoten, pissebedden, kakkerlakken, oorwormen, weinigpotigen, vlokreeften, lagere kreeftachtigen, weekdieren, slakken, ringwormen, snoerwormen en wormachtigen zoals bloedzuigers. Ook zeeorganismen als hydroidpoliepen, mosdiertjes, mysisgarnalen, ribkwallen, stekelhuidigen, zakpijpen, zeepissebedden, zeepokken, eendenmossels, krabbezakjes, zeespinnen en grote kreeftachtigen (kreeften, krabben en garnalen) en zeezoogdieren vallen in deze verzamelgroep.

Rode-Lijstsoorten In de tabel staat voor elk kilometerhok per soortgroep vermeld hoeveel soorten op de Rode Lijst staan. Rode Lijsten worden formeel vastgesteld door de Rijksoverheid. De gehanteerde Rode Lijsten zijn (inclusief link naar website van ministerie van de Rijksoverheid met verwijzing naar pdf van het besluit): vaatplanten

Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015

mossen

Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015

korstmossen

Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015

paddenstoelen

Besluit Rode Lijsten 4 september 2009

zoogdieren

Besluit Rode Lijsten 4 september 2009

broedvogels

Besluit Rode Lijsten 5 november 2004

amfibieën

Besluit Rode Lijsten 4 september 2009

reptielen

Besluit Rode Lijsten 4 september 2009

vissen

Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015

dagvlinders

Besluit Rode Lijsten 4 september 2009

macronachtvlinders

geen Rode Lijst

micronachtvlinders

geen Rode Lijst

libellen

Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015

sprinkhanen en krekels

Besluit Rode Lijsten 15 oktober 2015

overige soortgroepen

Besluit Rode Lijsten 5 november 2004(1)

Wet Natuurbescherming – soorten van de Vogelrichtlijn Alle soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.1

Wet Natuurbescherming – soorten van de Habitatrichtlijn Alle soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.2

Wet Natuurbescherming – andere beschermde soorten Alle provinciale soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.3 Deze soortenlijst is limitatief benoemd in een Bijlage op de wet maar kan op provinciaal niveau worden bijgesteld. Wanneer een hok in meerdere provincies valt wordt de hoogste beschermingscategorie per aangetroffen soort aangehouden.

Beknopte levering HNL-2020-58 Pagina : 3 / 4

Wet Natuurbescherming – andere beschermde soorten (landelijke lijst) Alle landelijk benoemde soorten die wettelijke bescherming genieten en vallen onder Wet Natuurbescherming paragraaf 3.3 Deze soortenlijst is limitatief benoemd in een Bijlage op de wet.

Aantal soorten Het totaal aantal soorten per soortgroep per kilometerhok in de periode zoals aangegeven. Meegenomen zijn alle waarnemingen:

die geheel of gedeeltelijk binnen de selectie liggen; die zijn gevalideerd en daarbij de classificatie ‘betrouwbaar’ hebben meegekregen; waarvan de bronhouder heeft aangegeven dat ze uitgeleverd mogen worden. Indien er een asterisk (*) in het veld staat betekent dit dat een deel van de waarnemingen pas na expliciete toestemming van de bronhouder mag worden uitgeleverd. Het kan dus zijn dat in de standaardlevering niet alle waarnemingen worden geleverd die optellen tot de beknopte levering. Ook kan het zijn dat deze gegevens later worden geleverd.

Volledigheid onderzoek Voor elke soortgroep is een indicatie gegeven hoe volledig een specifiek kilometerhok is onderzocht. Er wordt hierbij gewerkt met een normering in 5 klassen: (1) niet, (2) slecht, (3) redelijk onderzocht, (4) goed onderzocht en (5) onbepaald. De volledigheid van onderzoek wordt geautomatiseerd berekend voor alle soortgroepen, waarbij elk kilometerhok meedraait in een cyclus van berekeningen over geheel Nederland. De doorlooptijd van deze rekencyclus is in de praktijk 2 tot 3 weken voor alle kilometerhokken in Nederland. In de toelichting is per soortgroep aangegeven welke regels hierbij gehanteerd zijn en over welke periode. Download de toelichting

Detaillering Voor elke soortgroep is in de oppervlakteklassen 0-0.25 km2 en groter dan 1 km2 bepaald welk aandeel de waarnemingen bezetten. De basis voor deze berekening is het aantal waarnemingen: in de beschouwde periode; dat geheel of gedeeltelijk in het kilometerhok valt; waarvan de bronhouder heeft aangegeven dat ze uitgeleverd mogen worden. De resultaten zijn in de drie genoemde klassen achter elkaar geplaatst en gescheiden door een slash- teken (/).

Onderzoeksperiode De onderzoeksperiode betreft voor vrijwel alle beschreven soortgroepen de recente 10 afgeronde veldseizoenen. Alleen voor vaatplanten wordt een langere periode gehanteerd. In de loop van het kalenderjaar wordt de beschouwde periode dus steeds iets langer.

Beknopte levering HNL-2020-58 Pagina : 4 / 4 Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

Gymzaal Papaverstraat 13, Schijndel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=50d945e4-647a-4fdc-8d98-092443afb239