CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Verkennend bodemonderzoek Bolstweg 4

Raadsvergadering 29 maart 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Veghel, herziening Bolstweg 4'14.075 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verkennend bodemonderzoek Bolstweg 4 te Mariaheide

Verkennend bodemonderzoek Bolstweg 4 te Mariaheide Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum

: AM20280 : Definitief (versie 1) : 21 augustus 2020

Opdrachtgever

: Reland Burgermmeester Verdijkplein 1 5835 AR Beugen

Opgesteld door Paraaf

: BEd L. Koomen :

Gecontroleerd door Paraaf

: ing. T.K.P.G. Thijssen :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

2001 + 2002 + 2018

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Pagina | 2

AM20280

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................4 2.

VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................5 2.1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5

2.2

Topografische beschrijving ........................................................................................................................................................................5

2.3

Historisch overzicht en omgeving ...........................................................................................................................................................6

2.4

Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................6

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie.........................................................................................................................................................7

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................8

2.7

Bodemkwaliteitskaart regio Noordoost-Brabant ...............................................................................................................................9

2.8

Onderzoekshypothese .................................................................................................................................................................................9

3.

ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................................................................................................................. 10 3.1

Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 10

3.2

Onderzoeksstrategie NEN 5740 ............................................................................................................................................................ 10

3.3

Onderzoeksstrategie NEN 5707 ............................................................................................................................................................ 11

4.

VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................................................................... 12 4.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 12

4.2

Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 12

4.3

Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 13

5.

LABORATORIUMONDERZOEK..................................................................................................................................................................... 15 5.1

Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 15

5.2

Grondmengmonsters asbest (fijne fractie) ........................................................................................................................................ 15

5.3

Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket .......................................................................................................................................... 16

5.4

Grondwatermonsters ................................................................................................................................................................................. 17

5.5

Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 18

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................................................................................................... 19

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8

Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten en asbestinspectiegaten Boorprofielen en foto’s asbesinspectiegaten Verklaring veldmedewerker Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie) Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monster(s) Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonster(s)

Pagina | 3

AM20280

1. INLEIDING In opdracht van Reland heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Bolstweg 4 te Mariaheide

Gemeente

: Veghel

Kadastrale registratie

: Veghel, sectie N, nrs. 2636 en 2637

Oppervlakte

: circa 7.780 m2

Huidig gebruik van de locatie

: agrarisch bedrijf met bedrijfswoning

Toekomstig gebruik

: wonen

Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740 en NEN 5707. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.

Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. De bestemming agrarisch bedrijf met bedrijfswoning wordt omgezet naar wonen en er komt één extra woning bij (Ruimte voor Ruimte).

Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.

Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-

en

grondwateronderzoek)

beschreven.

Hoofdstuk

5

beschrijft

de

laboratoriumwerkzaamheden

en

de

onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in juli en augustus 2020. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).

Pagina | 4

AM20280

2. VOORONDERZOEK 2.1

Inleiding

Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: 

de opdrachtgever;

het kadaster;

topotijdreis.nl;

gemeente Veghel;

Omgevingsdienst Brabant Noord;

het dinoloket;

terreininspectie.

In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.

2.2

Topografische beschrijving

De onderzoekslocatie ligt aan de Bolstweg 4 ten zuidoosten van de kern van Mariaheide. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Veghel Veghel, sectie N, nrs. 2636 en 2637. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 168.695/ Y = 404.594. Zie bijlage 1 voor een kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing weergegeven

Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (Bron luchtfoto: PDOKviewer)

Pagina | 5

AM20280

2.3

Historisch overzicht en omgeving

In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de onderzoekslocatie tot aan het einde van de jaren zestig van de 20ste eeuw altijd onbebouwd is geweest. Op de kaarten uit 1900 en 1928 is waar te nemen dat een pad de locatie doorkruist vanuit de Bolstweg naar de Heiakkerstraat. Op de kaart uit 1967 is oostelijk op de onderzoekslocatie voor het eerst de landarbeiderswoning zichtbaar. Op de kaart uit 1978 zijn voor het eerst twee stallen op de onderzoekslocatie waar te nemen. Op de kaarten uit 1978 en 2003 is de uitbreiding van de bebouwde kern van Mariaheide richting de onderzoekslocatie waar te nemen.

1900

1928

1956

1967

1978

2003

Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (Bron kaarten: topotijdreis.nl)

2.4

Dossieronderzoek

Via de website van de Omgevingsdienst Brabant Noord is bodeminformatie gedownload van de locatie en de directe omgeving. Uit de rapportage blijkt dat er op de onderzoekslocatie en aangrenzende percelen niet eerder bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 11 juni 2020 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Veghel. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks, gegevens over calamiteiten en eventuele asbestinventarisaties.

Pagina | 6

AM20280

Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GENX. Op 15 juni 2020 is door een medewerker van de gemeente de beschikbare (historische) informatie toegestuurd. Het betreffen milieu -en bouwvergunningen. Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.1 weergegeven (relevante) bouwvergunningen geraadpleegd. Dossiernummer

Datum

Vergunning

Opmerkingen

0C1772070964

3-9-1964

Bouwvergunning

Vergunning voor het bouwen van een bedrijfsruimte. Opm. de dakbedekking bestaat uit asbestcementplaten.

0C1774310364

16-12-1964

Bouwvergunning

Vergunning voor het bouwen van een landarbeiderswoning. Opm. het dakbeschot bestaat uit Eterniet golfplaten.

0C2005040467

4-4-1967

Bouwvergunning

Vergunning voor het bouwen van een varkensschuur. Opm. de dakbedekking bestaat uit zwarte golfplaten.

0C1774210569

21-5-1969

Bouwvergunning

Vergunning voor het bouwen van een varkensschuur. Opm. de dakbedekking bestaat uit zwarte golfplaten en de ventilatiekanalen uit asbestcement.

0C2006030370

3-3-1970

Bouwvergunning

Vergunning voor het oprichten van een varkensschuur. Opm. de dakbedekking bestaat uit Eterniet golfplaten.

0C1775250674

28-3-1974

Bouwvergunning

Vergunning voor het bouwen ven een varkensstal. Opm. de dakbedekking bestaat uit asbestcement golfplaten.

Tabel 2.1.: Overzicht geraadpleegde (relevante) bouwvergunningen

Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.2 weergegeven (relevante) milieuvergunningen geraadpleegd. Dossiernummer

Datum

Vergunning

Opmerkingen

1.777.51

28-3-1974

Hinderwetvergunning

Oprichting mest en fokvarkensbedrijf met opslag van mest en meststoffen.

1.777.13

30-7-1991

Hinderwetvergunning

Verandering inrichting naar fokzeugenhouderij en konijnenhouderij

94-77

24-5-1994

Wet milieubeheer

Verandering gedeelte inrichting naar opfokstruisvogels

01-114

2-10-2001

Wet milieubeheer

Verandering inrichting. Vleesvarkens komen geheel te vervallen wordt schapenhouderij.

01-114

28-2-2010

Wet milieubeheer

Verandering inrichting. Konijnenhouderij beëindigd.

Tabel 2.2: Overzicht geraadpleegde (relevante) milieuvergunningen

Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Op de locatie zijn niet eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden.

2.5

Bodemopbouw en geo(hydro)logie

De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.3.

Pagina | 7

AM20280

Diepte [m-mv]

Lithostratigrafie

Lithologie

0 – 5,0

Formatie van Boxtel

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind.

5,0 – 31,3

Formatie van Beegden

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken.

31,3 – 46,5

Formatie van Sterksel

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei.

Tabel 2.3: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket identificatienummer: B45G0197)

Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 9,9 m+NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal west-zuidwestelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 8,4 m+ NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich binnen de grenzen van een boringsvrije zone van een grondwaterbeschermingsgebied.

2.6

Beschrijving van de onderzoekslocatie

Op 14 juli 2020 is een veldinspectie uitgevoerd, hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Het kadastrale perceel 2636 is bebouwd een woonhuis en stal. Vanuit de Bolstweg loopt een met asfalt verharde oprit langs de noordelijke perceelgrens. Het overig terreindeel is ingericht en in gebruik als sier- en moestuin en dierenweide (herten). De dakbedekking van de stal bestaat uit asbestverdachte golfplaten. De stal heeft geen goten voor het opvangen van regenwater waardoor asbesthoudende deeltjes en asbestvezels van verwerende dakplaten met afstromend regenwater op de bodem terecht kan komen. Het maaiveld ten noorden van de stal is verhard met asfalt (oprit), het maaiveld ten zuiden van de stal is onverhard (siertuin). Het kadastrale perceel 2637 is bebouwd met een stal. De stal is in vervallen staat. Ten zuiden van de stal ligt de met asfaltverharde oprit vanuit de Bolstweg. Aan de noordzijde van deze stal bevinden zich over de hele lengte mestputten afgedekt met betonnen roosters. Het noordelijk perceeldeel is in gebruik als agrarisch bouwland en is ingezaaid met maïs. De verharding op de onderzoekslocatie bestaat grotendeels uit asfalt. De dakbedekking van de stal bestaat uit asbestverdachte golfplaten.

De stal heeft aan de noordzijde een goot voor het opvangen van regenwater. Aan de noordzijde is geen goot aanwezig waardoor asbesthoudende deeltjes en asbestvezels van verwerende dakplaten met afstromend regenwater op de bodem terecht kan komen. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door een pad en agrarisch bouwland, aan de oostzijde door de Bolstweg, aan de zuidzijde door een woning aan de Bolstweg 5 en agrarisch bouwland en aan de westzijde door agrarisch bouwland.

Pagina | 8

AM20280

2.7

Bodemkwaliteitskaart regio Noordoost-Brabant

Op de bodemkwaliteitskaart van de regio Noordoost-Brabant (rapport Bodemkwaliteitskaart regio Noordoost Brabant, Tauw, 12 juli 2011, kenmerk R001-4736324LNH-baw-V03-NL) blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘AW2000’ geldt voor zowel de bovengrond als de ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘Natuur en Landbouw’.

2.8

Onderzoekshypothese

Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem kan door de toepassingen van asbestverdachte materialen op de twee stallen niet worden uitgesloten. Door de aanwezige mestputten en asfaltverharding ter plaatse van de stal op perceelnummer 2637 is de kans op verontreiniging met asbest door afstromende regenwater nihil. Dit geldt ook voor het noordelijke terreindeel ter hoogte van de stal op het perceelnummer 2636. Het onverharde terreindeel langs de zuidelijke gevel van de stal op perceelnummer 2636 wordt als “verdacht” beschouwd op het voorkomen van asbest in bodem.

Pagina | 9

AM20280

3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1

Inleiding

Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond) en NEN 5707 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut.

3.2

Onderzoeksstrategie NEN 5740

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘ONV’ uit de NEN 5740. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie is volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'ONV' Aantal boringen

Aantal te onderzoeken (meng)monsters

oppervlakte (m²)

tot 0,5 m

èn tot 2 m

èn met peilbuis

bovengrond

ondergrond

grondwater

7.780

13

4

2

3

2

2

NEN-grond incl. lutos

NEN-grond incl. lutos

NEN-grondwater

Analysepakket

Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 ‘ONV’ Uit elke boring worden monsters genomen in trajecten van ten hoogste 0,5 m.

Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’:  drogestof-bepaling  9 zware metalen  10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen  7 polychloorbifenylen (PCB)  minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’:  9 zware metalen  8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen)  21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen  minerale olie

Pagina | 10

AM20280

3.3

Onderzoeksstrategie NEN 5707

Voor het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest in bodem ter plaatse van de stallen is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden bestaan uit het uitvoeren van een maaiveldinspectie en het graven van inspectiegaten. Voor het vaststellen van een eventuele verontreiniging met asbest in de onverharde bodem ten zuiden van de stal op perceel 2636 is volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. deellocatie

Stal perceel 2636

Minimaal aantal te

Gaten in de verdachte laag

Gaten tot onderzijde

Aantal te analyseren

inspecteren punten van

tot maximaal 0,5 m in de

verdachte laag met een

(meng)monsters

het maaiveld

verdachte laag

maximum van 2 m

3

3

1

1

Tabel 3.2: Onderzoeksopzet verkennend onderzoek asbest

Pagina | 11

AM20280

4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1

Algemeen

Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.

4.2

Grondbemonstering

Op 14 juli 2020 zijn de boringen geplaatst en asbestinspectiegaten gegraven conform protocol 2001 en 2018. Een deel van de asbestinspectiegaten en boringen zijn gecombineerd. Zie bijlage 3 voor de situering van de geplaatste asbestinspectiegaten en boringen. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar en de heer L. Koomen. De heer/Beiden is/zijn erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de inspectie was er sprake van lichte neerslag. Op de asbestverdachte deellocatie staat een stal met aan de noordzijde een asfaltverharding en aan de zuidzijde tuin met meer dan 25% vegetatie. De inspectie efficiëntie is ingeschat op 20-30%. Tijdens de inspectie zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen. In de tuin langs de zuidelijke gevel van de stal zijn in totaal 3 asbestinspectiegaten gegraven van minimaal 0,3 x 0,3 m tot 0,5 m-mv. (inspectiegaten ABG06, ABG18 en ABG19). De druipzone (0 – 0,2 m- mv.) is apart bemonsterd. In asbestinspectiegat ABG06 is met behulp van de Edelmanboor (ø 12 cm) een boring verricht tot 2,0 m-mv. Het uitkomende materiaal is voorbehandeld (gezeefd) en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen.

In het uitgegraven materiaal van alle asbestinspectiegaten zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. Op basis van de visuele waarnemingen zijn in het veld 2 mengmonsters samengesteld. De boringen voor het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Zie voor de boorpuntlocaties bijlage 3. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging.

Pagina | 12

AM20280

Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring

Traject (m -mv) 0,2 – 0,5

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

03 (geasfalteerde oprit)

Diepte boring (m -mv) 2,0

zand

zwak baksteenhoudend

04 (geasfalteerde oprit)

2,0

0,15 – 0,4

zand

zwak baksteenhoudend

05 (geasfalteerde oprit)

2,0

0,2 – 0,5

zand

zwak baksteenhoudend

0,9 – 1,1

zand

sporen aardewerk

11 (geasfalteerde oprit)

1,0

0,15 – 0,5

zand

zwak baksteenhoudend

12 (geasfalteerde oprit)

1,0

0,2 – 0,5

zand

zwak baksteenhoudend en sporen beton

13 (geasfalteerde oprit)

0,95

0,1 – 0,45

zand

zwak baksteenhoudend

Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen

De aangetroffen bijmengingen bestaande uit hoofdzakelijk baksteenresten worden niet als asbestverdacht beschouwd.

Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater zijn twee boringen afgewerkt met een peilbuis (zie bijlage 2). Deze zijn geplaatst, ter plaatse van boorpunt 1 en boorpunt 2. De bovenkant van het peilbuisfilters is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuizen is geen werkwater gebruikt.

4.3

Grondwatermonstername

De peilbuizen zijn op 24 juli 2020 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer L. Koomen. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat.

Pagina | 13

AM20280

Peilbuis 1

Filterdiepte (m-mv.) 2,0 – 3,0

Grondwaterstand (m-mv.) 1,6

pH (-)

Ec (µS/cm)

6,38

370

Troebelheid (NTU) 97,1

2

2,0 – 3,0

1,5

6,32

835

27,8

Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername

De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden. In het grondwater uit alle peilbuizen is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter verhoogd (zie 5.3 grondwateranalyse). De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.

Pagina | 14

AM20280

5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1

Algemeen

De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Synlab BV te Rotterdam. Synlab is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.

5.2

Grondmengmonsters asbest (fijne fractie)

Van de uitgezeefde fijne fractie (<20 mm) is een mengmonster samengesteld van minimaal 10 kg. Het mengmonster is genomen door per asbestinspectie gat evenredige grepen van de gezeefde grond te nemen. In tabel 5.2 is de samenstelling van het mengmonster weergegeven. Mengmonster

Inspectiegat

Traject (m-mv.)

Visuele waarnemingen (%>20 mm)

ABM1

ABG06

0 – 0,2

geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)

ABG18

0 – 0,2

geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)

ABG19

0 – 0,2

geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)

ABG06

0,2 – 0,5

geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)

ABG18

0,2 – 0,5

geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)

ABG19

0,2 – 0,5

geen bijzonderheden / bijmengingen (0%)

ABM2

Asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen Nee

Geselecteerd voor analyse

Nee

Nee

Ja

Tabel 5.2: Schemagrond(meng)monster fijne fractie

De berekende concentratie is bepaald door sommatie van de asbestconcentratie in de grond (mg/kg d.s.) en de bijdrage van de materiaalmonsters uit het inspectiegat (mg/kg d.s. voor het geschouwd volume), gecorrigeerd voor het drooggewicht grond. Zie bijlage 6 voor de analyserapport. Monster

ABM1

Visuele waarneming

Geen bijzonderheden / Bijmengingen

Vastgestelde hoeveelheid asbest

Indicatieve asbestconcentratie [mg/kg d.s.kg]

grove fractie [mg/kg d.s.]

fijne fractie [mg/kg d.s.]

serpentijn

amfibool

serpentijn

amfibool

n.a.

n.a.

2,8

< 2,0

2,8 mg/kg d.s.

Tabel 5.3: Analysemonsters grondmonsters fijne fractie n.a. = niet aangetroffen/aangetoond

In grondmengmonster ABM1 is een marginaal verhoogde asbestconcentratie aangetoond van 2,8 mg/kg d.s.

Pagina | 15

AM20280

5.3

Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket

In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Analysemonster MM1

Traject (m -mv) 0 – 0,5

Deelmonsters

Analysepakket

1-1

Standaardpakket incl. lu/os

7-1 8-1 9-1 MM2

0,15 – 0,5

3-2

Standaardpakket incl. lu/os

4-1 5-1 12-2 MM3

0 – 0,5

2-1

Standaardpakket incl. lu/os

6-1 14-1 15-1 16-1 17-1 19-1 MM4

0,6 – 2,0

1-4

Standaardpakket incl. lu/os

2-2 2-3 6-3 6-4 MM5

0,5 – 1,0

3-3

Standaardpakket incl. lu/os

4-3 5-2 11-3 12-3 Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket

De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.

*

Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;

**

het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;

***

het gehalte is groter dan de interventiewaarde. Pagina | 16

AM20280

In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.

In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor het analyserapport. (Meng)monster

Zintuiglijke waarnemingen

MM1

Traject (m -mv) 0 – 0,5

Geen bijzonderheden / bijmengingen

Verhoogde component Koper

Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing 44,1 *

MM2

0,15 – 0,5

Zwak baksteenhoudend

--

-

-

MM3

0 – 0,5

Zwak baksteenhoudend

Zink

174

*

MM4

0,6 – 2,0

Zwak baksteenhoudend

--

-

-

MM5

0,5 – 1,0

Zwak baksteenhoudend en sporen

--

-

-

beton Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat bovengrondmengmonster MM1 licht verhoogd is met koper. Bovengrondmengmonster MM3 is licht verhoogd met zink. In de overige grondmengmonsters van de bovengrond (MM2) en ondergrond (MM4 en MM5) zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde.

Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie.

5.4

Grondwatermonsters

De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.

*

Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;

**

het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;

***

het gehalte is groter dan de interventiewaarde.

In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 8 voor het analyserapport.

Pagina | 17

AM20280

Peilbuis

Filtertraject [m-mv] 2,0 – 3,0

1

2

2,0 – 3,0

Grondwaterstand [m-mv.]

Verhoogde component

1,6

Cadmium

Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing 0,89 *

Koper

53

**

Nikkel

43

*

Zink

180

*

Barium

79

*

1,5

Tabel 5.3: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters

Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis 1 matig verhoogd is met koper en licht verhoogd is met cadmium, nikkel en zink. Het grondwater afkomstig uit peilbuis 2 is licht verhoogd met barium. De verhoogde gehalten met zware metalen worden waarschijnlijk gedeeltelijk van buiten de onderzoekslocatie aangevoerd, aangezien in de ondergrondmonsters geen verhoogde concentraties gemeten zijn. In de omgeving zijn bij eerdere onderzoeken ook wisselende gehaltes aan zware metalen in het grondwater aangetroffen.

5.5

Toetsing van de gestelde hypothese

De resultaten van het onderzoek naar asbest in bodem zijn in overeenstemming met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie verdacht is op het voorkomen van asbest. In de fijne fractie van ABM1 is een lichte verhoging met asbest aangetoond. De verhoogde asbestconcentratie in ABM1 ligt echter ruim beneden de helft van de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) waardoor er geen aanleiding bestaat voor het uitvoeren van nader onderzoek. Geconcludeerd kan worden dat de licht verhoogde gehalten aan koper en zink in de bovengrond en de verhoogde gehalten aan diverse zware metalen in het grondwater in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. De gemeten concentraties liggen echter ruim beneden de tussenwaarde. Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk.

Pagina | 18

AM20280

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. Op het maaiveld en in de grove fractie is geen asbest verdacht plaatmateriaal aangetroffen. In het opgeboorde bodemmateriaal onder de asfaltverharding zijn bijmengingen met hoofdzakelijk baksteenresten aangetroffen. In de overige boringen zijn zintuigelijk geen bijzonderheden waargenomen. In de fijne fractie van ABM1 is een lichte verhoging met asbest aangetoond (2,8 mg kg d.s.). De verhoogde asbestconcentratie in ABM1 ligt echter ruim beneden de helft van de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) waardoor er geen aanleiding bestaat voor het uitvoeren van nader onderzoek. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verhoogd is met koper en zink. In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater uit peilbuis 1 is licht verhoogd met cadmium, nikkel, zink en matig verhoogd met koper. Het freatisch grondwater uit peilbuis 2 is licht verhoogd met barium. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.

De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling van de locatie (bestemmingswijziging en nieuwbouw van een woning).

Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing.

Het freatisch grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.

Asbestverontreinigingen komen heterogeen verspreid voor in de bodem. Dit wil zeggen dat de aan‐ of afwezigheid van asbest per kubieke meter kan verschillen. Geadviseerd wordt daarom, bijvoorbeeld bij grondwerkzaamheden, alert te blijven op de aanwezigheid van (plaatselijke) asbestverontreinigingen.

Pagina | 19

AM20280

aeres milieu

Bijlage 1 Topografische en Kadastrale situatie

AM20280

Kadastrale kaart

Uw referentie: AM20280-NP

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 1000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Veghel N 2636

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 11 juni 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

aeres milieu

Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie

AM20280

AM20280

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6

AM20280

Foto 7

Foto 8

Foto 9

Foto 10

Foto 11

Foto 12

aeres milieu

Bijlage 3 Situatietekening met boorpuntlocaties en asbestinspectiegaten

AM20280

168651

168676

168701

168726

168751

168776

168801

404625 404600 404575

404575

404600

404625

404650

168626

404650

168601

Legenda Plangebied

AM20280 Bolstweg 4 Mariaheide

Boringen asbestinspectiegat

Schaal

boring tot 0,5 m-mv

N

boring tot 2,0 m-mv

v1.0_17-8-2020_LK

404525

boring tot 1,0 m-mv

peilbuis Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK

168601

168626

404550

Boorpuntenkaart (A4)

168651

168676

168701

168726

168751

168776

168801

404525

404550

Foto's

aeres milieu

Bijlage 4 Boorprofielen en foto’s asbestinspectiegaten

AM20280

getekend volgens NEN 5104

Boring:

01

Boring: 0

0

akker

0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

60

Zand, zeer fijn, zwak siltig, grijsgeel, Edelmanboor 100

100

Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, licht geelgrijs, Edelmanboor

2 100

Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor

3

tuin Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

60

2

02

150

3 150

4

4 200

200

200

200 Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig

250

Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor handmatig 250

300

300

Boring:

03

Boring: 0 6

0 1

20

asfalt

50

50 3

80

4 130

5 150

50

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

100

Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, neutraal oranjebeige, Edelmanboor

0

10 15

Asfaltboor

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, lichtgrijs, Edelmanboor, Straatzand

90

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

2 100

3

110

4

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen aardewerk, sporen roest, neutraal oranjebeige, Edelmanboor

150

200

Boring:

06 0

0

50

Projectnaam: Bolstweg 4 te Mariaheide

erf Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Graven

1 50 60

50 2

100

100 3

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, sporen roest, neutraal beigeoranje, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

150 4 200

08 0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor

1

Projectcode: AM20280

200

200

akker

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

5

Boring: 0

50

Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor 140

07

0

4 150

Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

5 200

Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

Boring: asfalt

1 50

80

3

200

0

Asfaltboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, lichtgrijs, Edelmanboor, Straatzand

2

05

asfalt

40

1

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

200

200

Boring:

0 9 15

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

6

04

Asfaltboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, neutraalgrijs, Edelmanboor

2

100

300

300

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

akker

50

Opdrachtgever: Reland

getekend volgens NEN 5104

Boring:

09

Boring: 0

0

akker

50

50

Boring:

Boring: 0 5 15

0 1

50

50 3

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

100

1 45

2

60

3 95

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, zwak baksteenhoudend, sporen beton, donkerbruin, Edelmanboor 100

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

Boring: 0 7 10

0

14 0

0

Asfaltboor

moestuin Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor

Asfaltboor

50

3

13

asfalt

Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, neutraalgrijs, Edelmanboor

2

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

asfalt

0 10 20

1

50

100

100

12

0

Asfaltboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, neutraalgrijs, Edelmanboor

2

50

50

50

asfalt

akker Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraal witbeige, Edelmanboor

1

11

Boring:

0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor

1

10

50

50

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal geelbruin, Edelmanboor

Boring:

15

Boring: 0

0

50

0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

gras

16 Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor

1 50

gras

50

Projectnaam: Bolstweg 4 te Mariaheide Projectcode: AM20280

Opdrachtgever: Reland

getekend volgens NEN 5104

Boring:

17

Boring: 0

0

gras

50

50

Boring:

0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor

1

18 Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Graven

1 50

gras

50

19 0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Graven

1 50

gras

50

Projectnaam: Bolstweg 4 te Mariaheide Projectcode: AM20280

Opdrachtgever: Reland

aeres milieu

AM20280

AM20280

ABG6

ABG19

ABG18

aeres milieu

Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker

AM20280

aeres milieu

AM20280

VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000 en de bijbehorende protocollen. Projectnummer

AM20280

Onderzoekslocatie

Bolstweg 4 te Mariaheide

Opdrachtgever

Reland

Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)

Nee

Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven

Uitvoering werkzaamheden protocol 2001 Uitvoering werkzaamheden protocol 2002

24 juli 2018

Uitvoering werkzaamheden protocol 2018

Gecertificeerd monsternemer

H. van den Tillaar

L. Koomen

aeres milieu

Bijlage 6 Analyserapport grond(meng)monsters asbest (fijne fractie)

AM20280

SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl

Analyserapport

Aeres Milieu BV Tom Thijssen Postbus 1015 6040 KA ROERMOND

Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer Rapport-verificatienummer

Blad 1 van 5

: Bolstweg 4 te Mariaheide : AM20280 : 13286396, versienummer: 1. : 7HMDPJB4

Rotterdam, 30-07-2020

Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project AM20280. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste monsters. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SYNLAB is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden of het SYNLAB laboratorium in Frankrijk (99-101 Avenue Louis Roche, Gennevilliers) is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 5 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Mocht u vragen en/of opmerkingen hebben naar aanleiding van dit rapport, bijvoorbeeld als u nadere informatie nodig heeft over de meetonzekerheid van de analyseresultaten in dit rapport, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,

Jaap-Willem Hutter Technical Director

SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

Aeres Milieu BV Tom Thijssen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Blad 2 van 5

Analyserapport Bolstweg 4 te Mariaheide

Orderdatum 17-07-2020 Startdatum 17-07-2020 Rapportagedatum 30-07-2020

AM20280 - 1

13286396

Nummer

Monstersoort

Monsterspecificatie

001

AP04 Grond Asbest verdacht

ABM1 ABM1

Analyse

Eenheid

Q

VOORBEREIDENDE RESULTATEN totaal aangeleverd monster kg in behandeling genomen kg gewicht Mengmonster samengesteld totaal gewicht <20 mm na g drogen droge stof gew.-% KWANTITATIEF ASBESTONDERZOEK gemeten totaal mg/kgds asbestconcentratie gemeten hechtgebondenmg/kgds asbestconcentratie gemeten nietmg/kgds hechtgebondenasbestconcentratie ondergrens (95% mg/kgds betrouwb.interval) bovengrens (95% mg/kgds betrouwb.interval) gemeten hechtgebonden mg/kgds Serpentijn-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden mg/kgds Serpentijn-asbestgehalte gemeten hechtgebonden mg/kgds Amfibool-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden mg/kgds Amfibool-asbestgehalte berekende bepalingsgrens mg/kgds gewogen asbestconcentratie mg/kgds

001

12.74 12.74 nee 11351 89.1

Q

2.8

Q

0.87

Q

1.9

Q

1.5

Q

4.8 0.87 1.9 <2 <2

Q Q

n.v.t. 2.7564

De met Q gemerkte analyses zijn geaccrediteerd door de RvA.

Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

Aeres Milieu BV Tom Thijssen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Blad 3 van 5

Analyserapport Bolstweg 4 te Mariaheide AM20280 13286396

- 1

Orderdatum 17-07-2020 Startdatum 17-07-2020 Rapportagedatum 30-07-2020

Monster beschrijvingen

001

*

*

In verband met asbest-verdachte matrix is het onderzoek voor de analyses, waarvoor deelmonsters worden genomen voordat monstervoorbewerking heeft plaatsgevonden, in duplo en veldvochtig uitgevoerd zoals omschreven in het AP04-SG (SG5.1.4.1). Omdat er in het monster niet-hechtgebonden asbest is aangetroffen en er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie <500 µm, moet er, wanneer dat relevant is om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden, vervolgonderzoek van de fijne fractie m.b.v. SEM worden gedaan. Dit is beschreven in NEN5898 Hoofdstuk 6. In opdracht van de opdrachtgever is dit onderzoek niet uitgevoerd.

Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

Aeres Milieu BV Tom Thijssen Projectnaam Projectnummer Rapportnummer

Blad 4 van 5

Analyserapport Bolstweg 4 te Mariaheide

Orderdatum 17-07-2020 Startdatum 17-07-2020 Rapportagedatum 30-07-2020

AM20280 13286396

- 1

Analyse

Monstersoort

Relatie tot norm

totaal aangeleverd monster

AP04 Grond Asbest verdacht

Mengmonster samengesteld

AP04 Grond Asbest verdacht

totaal gewicht <20 mm na drogen

AP04 Grond Asbest verdacht

droge stof

AP04 Grond Asbest verdacht

gemeten totaal asbestconcentratie gemeten hechtgebondenasbestconcentratie gemeten niet-hechtgebondenasbestconcentratie ondergrens (95% betrouwb.interval) bovengrens (95% betrouwb.interval) gemeten hechtgebonden Serpentijn-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden Serpentijn-asbestgehalte gemeten hechtgebonden Amfibool-asbestgehalte gemeten niet-hechtgebonden Amfibool-asbestgehalte berekende bepalingsgrens

AP04 Grond Asbest verdacht

Conform AP04-SG-XVIII en conform NEN 5898 conform NEN 5707 (2003) Conform AP04-SG-XVIII en conform NEN 5898 Idem Idem

AP04 Grond Asbest verdacht

conform NEN5707 (2003) en/of NEN5897 (2005)

AP04 Grond Asbest verdacht

Idem

AP04 Grond Asbest verdacht

Conform AP04-SG-XVIII en conform NEN 5898

AP04 Grond Asbest verdacht

Idem

AP04 Grond Asbest verdacht

Idem

AP04 Grond Asbest verdacht

Idem

AP04 Grond Asbest verdacht

Idem

AP04 Grond Asbest verdacht

Idem

AP04 Grond Asbest verdacht

Idem

Monster

Barcode

Aanlevering

Monstername

Verpakking

001

E1891412

14-07-2020

14-07-2020

ALC291

Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028

AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286

SYNLAB rapportnummer

13286396 - 1

Blad 5 van 5

aeres milieu

Bijlage 7 Analyseresultaten grond(meng)monsters met achtergrond en interventiewaarden

AM20280

Projectnaam Projectcode

Bolstweg 4 te Mariaheide AM20280

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype

MM1 1 or

MM2 2 or

br

AW 1/2(AW+I)

Ja 90.9 <1 Geen

-----

Ja 91.2 <1 Geen

-----

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)

3.1

--

1.6

--

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 3.2

--

<1

--

<20 0.26 <1.5 23 0.05 12 <0.5 <3 58

47.2 0.419 3.26 44.1 0.0699 18.1 0.35 5.57 126

*

25 0.24 2.2 10 <0.05 16 <0.5 5.5 35

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 -0.01 fenantreen <0.01 -0.23 antraceen <0.01 -0.01 fluoranteen 0.03 -0.12 benzo(a)antraceen 0.02 -0.07 chryseen 0.02 -0.06 benzo(k)fluoranteen 0.02 -0.04 benzo(a)pyreen 0.02 -0.07 benzo(ghi)peryleen 0.02 -0.06 indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.02 -0.05 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.171 0.171 0.72 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

<5 <5 6 6 <20

-------15.8 ----45.2

Monstercode en monstertraject 1 13284591-001 MM1 01(1) 07(1) 08(1) 09(1) 2 13284591-002 MM2 03(2) 04(1) 05(1) 12(2)

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9 <5 <5 12 8 <20

RBK eis

br

monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

I

96.9 0.413 7.73 20.7 0.0503 25.2 0.35 16 83.1

0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140

6.8 102 115 18 290 96 68 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20

1.5

21

40

0.35

20

510

1000

4.9

190

2595

5000

35

----------0.72 -------24.5

a

----70

De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr.

22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 1 3.1% 3.2% 2 1.6% 1%

Projectnaam Projectcode

Bolstweg 4 te Mariaheide AM20280

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype

MM3 3 or

MM4 4 or

br

AW 1/2(AW+I)

Ja 91.2 <1 Geen

-----

Ja 84.1 <1 Geen

-----

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)

3.9

--

<0.5

--

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 1.4

--

1.1

--

*

<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 <3 <20

<20 0.30 <1.5 19 0.07 29 <0.5 <3 77

54.2 0.475 3.69 36.9 0.099 44.1 0.35 6.12 174

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 -<0.01 fenantreen 0.11 -<0.01 antraceen 0.02 -<0.01 fluoranteen 0.29 -<0.01 benzo(a)antraceen 0.15 -<0.01 chryseen 0.13 -<0.01 benzo(k)fluoranteen 0.10 -<0.01 benzo(a)pyreen 0.13 -<0.01 benzo(ghi)peryleen 0.11 -<0.01 indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.10 -<0.01 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 1.147 1.15 0.07 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) 1.0 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 5.2 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

<5 <5 6 6 <20

-------13.3 ----35.9

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9 <5 <5 <5 <5 <20

RBK eis

br

monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

I

54.2 0.241 3.69 7.24 0.0503 11 0.35 6.12 33.2

0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140

6.8 102 115 18 290 96 68 430

920 13 190 190 36 530 190 100 720

20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20

1.5

21

40

0.35

20

510

1000

4.9

190

2595

5000

35

----------0.07 -------24.5

a

----70

Monstercode en monstertraject 1 13284591-003 MM3 02(1) 06(1) 14(1) 15(1) 16(1) 17(1) 19(1) 2 13284591-004 MM4 01(4) 02(2) 02(3) 06(3) 06(4)

De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr.

22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 3 3.9% 1.4% 4 0.5% 1.1%

Projectnaam Projectcode

Bolstweg 4 te Mariaheide AM20280

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=a8f828d5-419a-4cd5-b825-32eb5e96e012