Vaststelling belastingverordeningen Meierijstad 2023.docx
Tekst van het document
Technische vragen raadsvergadering 15 december 2022 Vaststelling belastingverordeningen Meierijstad 2023 Fractie
Vragen
Antwoorden
CDA
1. De tarieven van begraafplaatsrechten worden grotendeels verlaagd in hoofdstuk 1 en 2. Wat is daarvan de reden?
De tarieven voor de begraafplaatsrechten zijn opnieuw berekend op basis van het aantal benodigde uren van de buitendienst en de binnendienst met de desbetreffende uurtarieven. Er is uitgegaan van een lager uurtarief t.o.v. vorig jaar, maar het tarief voor groenonderhoud is omhoog gegaan in verband met indexatie. In totaal is daardoor het tarief iets omlaag gegaan. De tarieven zijn t.o.v. andere gemeentes redelijk vergelijkbaar. T.o.v. bijvoorbeeld Maashorst zijn onze grafrechten iets goedkoper, maar het onderhoud en het begraven weer iets duurder. Het komende jaar gaan we in een studie naar de gemeentelijke begraafplaatsen en islamitisch begraven, ook onze tarieven en begraafcapaciteit tegen het licht houden.
2. Hoe komt het dat onze tarieven zo laag zijn t.o.v. onze aangrenzende gemeenten?
Er komt een nieuwe verordening waarbij het belastingtarief per overnachting gelijk blijft echter de forfaitaire berekeningswijze is veranderd. Oude situatie is de forfaitaire heffing grond veranderd van: Aantal personen van 2.0 naar 2.4 50 naar70 overnachtingen (bij korter verblijf dan 6 maanden) 60 naar 80 overnachtingen (bij lager verblijf dan 6 maanden) Rekenvoorbeeld: gast staat in 2022 op seizoenpl. en betaald 2.0 (personen) x 50 (overnachtingen) x € 1.00 = € 100.00 gast staat in 2023 op seizoenpl. en betaald 2.4 (personen) x 70 (overnachtingen) x € 1.00 = € 168.00 gast staat in 2022 op jaarpl. en betaald 2.0 (personen) x 60 (overnachtingen) x € 1.00 = € 120.00 gast staat in 2023 op jaarpl. en betaald 2.4 (personen) x 80 (overnachtingen) x € 1.00 = € 192.00 1. Hoe is deze stijging te verklaren en is dit ook overleg geweest met Recron over deze aanpassing?
2. Ook is in de nieuwe verordening artikel Aanslagdrempel verdwenen. Onder de € 500 euro is in 2019 opgenomen en nu is deze verdwenen. Waarom is deze verdwenen? 3. In de begroting bladzijde 65 is een bedrag begroot van €187 000 euro. Hoe is dit dan te verklaren? Dat dit bedrag het zelfde blijft als met een stijging krijgt van meer dan 60% en is dit ook besproken met Recron?
Zaaknummer 2238787
Pagina 2 van 7
datum 28 november 2022
De verordening toeristenbelasting kent een tarief per persoon per overnachting. De forfaitaire berekeningswijze voor kampeerterreinen is bedoeld om het doen van aangifte te vereenvoudigen. Het is echter wel de bedoeling dat deze berekeningswijze het werkelijk aantal overnachtingen benaderd. In de praktijk blijkt dit niet zo te zijn. Daarom zijn de forfaitaire aantallen verhoogd. Wij denken dat deze aantallen beter recht doen aan de feitelijke situatie. Indien er per seizoenplaats minder dan 168 overnachtingen hebben plaatsgevonden kan geopteerd worden voor een berekening naar het werkelijk aantal overnachtingen. Hetzelfde geldt voor jaarplaatsen. Dit moet wel middels het nachtregister worden aangetoond. Op deze wijze willen we voorkomen dat er ongelijkheid ontstaat tussen kampeerterreinen onderling en hotels, pensions, B&B en overige recreatieonderkomens. Deze laatsten moeten ook het werkelijk aantal overnachtingen opgeven op basis van een nachtregister. Hierover is geen overleg geweest met Recron. Wij zien geen reden waarom toeristenbelasting die bij gasten wordt geïnd niet aan de gemeente zou moeten worden afgedragen net zoals andere ondernemers moeten doen. Het begrote bedrag ziet nog op belastingjaar 2022, aangezien de toeristenbelasting pas opgelegd wordt na afloop van het belastingjaar. Hierover is geen overleg geweest met Recron.
4. Zijn deze veranderringen al van toepassing in het boekjaar 2022? Lokaal
1. Waarom is bij de afvalstoffenheffing gekozen voor een verhoging van het vastrecht en niet van de kosten voor de ledigingen?
2. Kan financieel inzichtelijk worden gemaakt hoeveel extra opbrengsten er worden gegenereerd met het verhogen van het vastrecht, hoeveel zouden de variabele tarieven verhoogd moeten worden om de voorgestelde verhoging voor het vastrecht kosten neutraal te maken?
3. Hoe verhouden de tarieven van de milieustraat zich t.o.v. omliggende gemeenten?
Zaaknummer 2238787
Pagina 3 van 7
datum 28 november 2022
Nee, deze veranderingen gaan in met ingang van 1 januari 2023. In Meierijstad hanteren we het Diftar systeem (de vervuiler betaald). De afgelopen jaren presteren de burgers in Meierijstad erg goed met de afvalscheiding. De variabele tarieven verhogen zou voor de burger als een ‘straf’ kunnen voelen. Daarnaast betreft het een verhoging van de algemene verwerkingskosten, die onder het vastrecht vallen. Met het verhogen van het vastrecht wordt er een bedrag van € 370.000,- gegenereerd. Dit betreft geen ‘extra opbrengsten’, maar zorgt ervoor dat het een gesloten exploitatie is en blijft. Om te bepalen wat dit voor het variabel tarief zou betekenen, dient er eerst gekeken te worden naar de gemiddelde aanbiedingen en blijft het onzeker (afhankelijk van de daadwerkelijke aanbiedingen achteraf) of dat de exploitatie hiermee gesloten kan worden. De tarieven van de milieustraten in omliggende gemeenten liggen om en nabij op hetzelfde niveau, behalve voor het grof restafval. Bijv; gips per 0,5m3 gemeente Maashorst € 5,-, Oss € 15,- en Meierijstad € 5,-. Voor grof restafval per 0,5m3 gemeente Maashorst € 10,-, Oss € 10,- en Meierijstad € 20,-. De kanttekening/opmerking hierbij is dat men om de afvalstoffenheffingen met omliggende gemeenten te kunnen vergelijken, men de totale heffing dient te vergelijken, dus incl. vastrecht.
4. Voorheen werd bij de milieustraat gewerkt met een weegsysteem, nu wordt afval per m3 aangeboden. Hoe kunnen medewerkers exact het juiste volume bepalen zodat inwoners bij alle milieustraten hetzelfde bedrag betalen?
5. Legeskosten: Wat wordt verstaan onder “maatschappelijke doeleinden” en wie bepaald of iets aan deze categorie voldoet?
SP
6. Begraafplaatsrechten Artikel 1 lid S: Staat college Veghel. Moet dit niet Meierijstad zijn? 1. De OZB wordt geïndexeerd met 2.3%, gebaseerd op landelijke benchmarkgegevens. Verhoging leidt tot daling, lezen we dan. Toch zien we al jarenlang een forse meeropbrengst tot meer dan het dubbele van de toen afgesproken 2%. Waarom wordt er niet uitgegaan van de werkelijke opbrengsten en de heffingsgrondslag daaraan gekoppeld? Is dat niet veel eerlijker dan uitgaan van modellen?
Zaaknummer 2238787
Pagina 4 van 7
datum 28 november 2022
Voor de milieustraten in Meierijstad zijn de kosten niet dekkend, ondanks de redelijk progressieve tarieven (voor grof restafval). De acceptanten op de milieustraten worden hiervoor getraind, zodat men allemaal dezelfde methodiek aanhouden. In de praktijk blijkt dat de bankstellen lastig te vergelijken zijn, daarom is er in het tariefstelsel nu voor bankstellen ook een vast tarief vastgesteld (per zitting). Onder maatschappelijke doeleinden worden activiteiteten bedoeld die van algemeen belang zijn zoals bijvoorbeeld ANWB Streetwise (dode hoek voorlichtingsactiviteit) en het ophangen van uitingen t.b.v. de goede doelen week. VTH zal in eerste instantie beoordelen of er sprake is van maatschappelijke doeleinden, eventueel in overleg met Heffen en Invorderen. Aangezien de bevoegdheid leges te heffen bij de heffingsambtenaar ligt is deze uiteindelijk bevoegd te bepalen of er sprake is van maatschappelijke doeleinden. Dat klopt inderdaad. Dit wordt aangepast. De indexatie van 2,3% betreft een inflatiecorrectie waarvan is uitgegaan in de begroting. De Gemeentewet bepaalt dat de heffingsmaatstaf voor de OZB de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende kalender jaar is. De Wet WOZ schrijft voor op welke wijze deze wordt bepaald. De gemeente heeft geen beleidsvrijheid in het kiezen van de heffingsmaatstaf of in de wijze van waarderen.
De verwachte WOZ-waardeontwikkelingen worden in de tarieven verdisconteerd zodat absoluut gezien de opbrengsten m.u.v. de inflatiecorrectie gelijk blijven t.o.v. vorig jaar. Als gevolg van een verwachte stijging van de WOZ-waarden zijn de tarieven verlaagd. Eventuele afwijkingen tussen de werkelijke WOZwaardeontwikkelingen en geprognotiseerde waardeontwikkelingen leiden vanzelfsprekend tot financiële effecten. De forse meeropbrengsten in de voorgaande jaren zijn vooral ontstaan doordat de werkelijke waardestijgingen hoger waren dan vooraf geprognosticeerd was. Meer waarde leidt tot hogere opbrengsten. GBM
Agendapunt 10.c Verordening Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht 1. Hoe worden de kubieke meters bepaald bij de kosten van gips, grond, hout enz.? (zie tabel). Deze verordening is op 16 dec. 2021 vastgesteld. Hoe zijn de bevindingen, mede doordat nogal berichten komen over de zogenaamde "bijzet" bij de glas- en kledingcontainers.
2. Staat het college open voor een maandelijkse dag om kosteloos afval aan de milieustraat aan te bieden?
Zaaknummer 2238787
Pagina 5 van 7
datum 28 november 2022
De kubieke meters worden als ‘plat geslagen’ volume bepaald. Bijzettingen bij glas,- en kledingcontainers zijn sinds de nieuwe tarieven (vanaf 2019) niet meer geworden. Om bijzettingen beter ‘in controle’ te kunnen houden, dient er capaciteit beschikbaar gesteld te worden voor handhaving hierop. Neen. Indien men dit invoert, dan zal een burger alleen nog maar op deze dag kosteloos het afval aanbieden op de milieustraat. Binnen het Diftar systeem (de vervuiler betaald) wat Meierijstad hanteert geeft men hier een verkeerd signaal af richting de burger. Naast het feit dat de milieustraten nu al niet kostendekkend zijn, zal dit hiermee helemaal niet meer
Agendapunt 10.e Legesverordening 3. Bijlage: bouwkostentabel wonen 2023 De leges voor woningen of opstallen worden bepaald in kubieke meters. In bestemmingsplannen worden vaak vierkante meters gebruikt. Gelden hiervoor andere berekeningsmethoden? Agendapunt 10.f. Verordening marktgelden 4. Waarom kiest het college voor een verhoging t.o.v. de tarieven van 16 december 2021? Gelet op de slechtere economische situatie voor deze bedrijfstak. Agendapunt 10.i. Verordening Kwijtschelding 5. Hoe wordt de vermogensgrens bepaald? Welke waarde bestanddelen/goederen tellen mee voor de vaststelling van de vermogensgrens?
D66
Verordening afvalstoffenheffing 1. Wat is het tarief voor het omwisselen van een grote gft-container naar een kleinere gft-container? Deze staat namelijk niet in de lijst terwijl er wel een tarief bestaat voor de omgekeerde handeling. Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen In Artikel 5 wordt het totale bedrag aan financiële middelen bedoeld in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 met 2000 euro verhoogd. 2. Wat is de hoogte van het totale bedrag (inclusief deze verhoging)?
Zaaknummer 2238787
Pagina 6 van 7
datum 28 november 2022
kostendekkend gaan worden. De kostendekking binnen de gesloten exploitatie zal dan ergens anders gehaald moeten worden, bijvoorbeeld door middel van (nogmaals) verhoging van het vastrecht tarief. Dit is per bestemmingsplan en per bouwonderdeel dat vermeldt staat in het bestemmingsplan verschillend. De basis voor en uitgangspunt van de bouwkostentabel is de ROEB-lijst die in de gehele regio wordt gebruikt. Hierin staan m3 en m2 vermeld. Conform de uitgangspunten begroting 2023 worden de tarieven aangepast met de inflatiecorrectie van 2,3%.
Onder vermogen wordt verstaan de waarde in het economische verkeer van de bezittingen van de belastingschuldige en van zijn echtgenoot verminderd met de schulden van de belastingschuldige. In de praktijk betekent dit dat gekeken wordt naar hetgeen men op de bankrekening heeft staan, of men een auto bezit met (op dit moment nog) een waarde hoger dan € 2.269 en of men een eigen huis met overwaarde bezit. Correct. De gedachte hierachter is dat indien men een container naar een kleiner formaat omwisselt, men goed bezig is met afval scheiden en daarom is dit kosteloos. De normbedragen die op dit moment worden gehanteerd voor de geautomatiseerde kwijtscheldingstoets incl. verhoging bedragen voor: Gehuwd/samenwonend € 4,350
Alleenstaande ouder € 3.950 Alleenstaand € 3.275 Deze normen (voor inkomen en vermogen) gelden van september 2022 tot en met februari 2023. De Werkgroep Kwijtschelding van de Commissie Invordering van de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) stelt de normen vast. De normen worden gevalideerd door de VNG en de Unie van Waterschappen. De normbedragen zijn gebaseerd op de normen die het ministerie van SZW tweemaal per jaar vaststelt.
Zaaknummer 2238787
Pagina 7 van 7
datum 28 november 2022