Vast te stellen bestemmingsplan
Tekst van het document
Zo wordt bijvoorbeeld voor de gebruiksmogelijkheden binnen de bestemming 'Wonen' aangesloten op de regeling die in het bestemmingsplan 'Harmonisatie van diverse regelingen (laaghangend fruit)' opgenomen is en zijn ook de begripsbepalingen en de toepassing van de parkeernormen uit de gemeentelijke parkeernota van Meierijstad geborgd in dit plan.
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 32 van 120
Datum:
Regels
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 33 van 120
Datum:
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan 'Herziening aanloopstraten en solitaire winkels ('Laaghangend Fruit')' met identificatienummer NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01 van de gemeente Meierijstad; 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aaneengebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneen gebouwde woningen niet zijnde gestapelde woningen; 1.4 aansluitend terrein aan een bouwwerk grenzend onbebouwd gedeelte van een perceel of openbaar toegankelijk gebied; 1.5 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1m achter de voorgevel en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.6 achtergevel een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel; 1.7 afhaalpunt een locatie waar de consument uitsluitend - voorafgaande aan het bezoek - via internet bestelde goederen kan afhalen of retourneren, waar uitsluitend logistiek en opslag van deze eerder bestelde goederen gedurende een korte periode plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ter verkoop en/of overige activiteiten; 1.8 bed & breakfast een kleinschalige verblijfsaccommodatie gericht op het bieden van de
mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt; 1.9 bedrijfsvloeroppervlakte bij aan huis gebonden beroepen en aan huis gebonden bedrijven de totale vloeroppervlakte van de ruimten die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, een bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag-, wacht- en administratieruimten en dergelijke;
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 34 van 120
Datum:
1.10 bedrijfswoning/dienstwoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor de huisvesting van een huishouden dat daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is; 1.11 beroep of bedrijf aan huis het beroepsmatig of bedrijfsmatig verlenen van diensten of het bedrijfsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, niet zijnde detailhandel (met uitzondering van internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom), horeca en seksuele dienstverlening en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend; 1.12 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
1.13 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar wel of niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; aangebouwd bijgebouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en niet in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; vrijstaand bijgebouw: een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door
zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een vergroting van een bestaande ruimte inhoudt. 1.14 bouwperceel aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan.
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 35 van 120
Datum:
1.15 bruto-vloeroppervlakte de totale binnen een gebouw beschikbare vloeroppervlakte inclusief die van eventuele verdiepingen. 1.16 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop het verkopen en of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.17 gebruiksoppervlakte gebruiksoppervlakte als bedoeld in artikel 1 van het Bouwbesluit 2012 juncto NEN 2580 1.18 gestapelde woning boven dan wel beneden en of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau gewaarborgd is; 1.19 grondgebonden woning woning die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau en waarvan een van de bouwlagen aansluit op het maaiveld. 1.20 hoofdgebouw een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
1.21 horeca bedrijfsmatig verstrekken van dranken of etenswaren voor gebruik ter plaatse of het bedrijfsmatig verstrekken van logies, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, nader te onderscheiden in: 1a Lichte daghoreca: horecabedrijven die qua exploitatievorm primair gericht zijn op de ochtend en middag en waarbij openingstijden veelal zijn afgestemd op openingstijden van andere dagvoorzieningen (zoals winkels en musea) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken. 1b Lichte avondhoreca: Horecabedrijven die in beginsel overdag en ‘s avonds geopend zijn (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken. 2 Middelzware horeca: horecabedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken; 3 Zware horeca: horecabedrijven die voor een goed functioneren ook ‘s nachts geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen.
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 36 van 120
Datum:
4 Logiesverstrekker: Horecabedrijven die geheel of in overwegende mate zijn gericht op het verstrekken van nachtverblijf. 1.22 huishouden een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. Kenmerken van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid zijn: voor onbepaalde tijd samenleven; een ieder neemt deel aan het gezinsleven, bijvoorbeeld samen eten en verdeling huishoudelijke taken; eigen kamer, maar gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer; personen worden niet door instelling geplaatst, er vindt geen behandelingstraject plaats. Bedrijfsmatige kamerverhuur valt niet onder het begrip 'huishouden'. 1.23 huisvesting in verband met mantelzorg huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning.
1.24 kamerverhuur het opdelen van een woning in twee of meer onzelfstandige wooneenheden óf het opdelen van een woning in één zelfstandige en één of meer onzelfstandige wooneenheden; 1.25 kantoor het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen. Hierbij zijn bijeenkomstfuncties als een bedrijfsrestaurant of vergaderzalen inbegrepen. 1.26 maatschappelijke voorzieningen het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening, gezondheidszorg, zorg en welzijn, jeugd / kinder / ouderen / gehandicaptenopvang, onderwijs, religie, uitvaart / begraafplaats, bibliotheken, openbare dienstverlening, verenigingsleven, sport-, spel- en speelvoorzieningen.
1.27 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.28 ondergeschikte detailhandel detailhandel als activiteit die in ruimtelijk functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de volgens het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie. De detailhandelsactiviteit is van zulke beperkte bedrijfsmatige en of ruimtelijke omvang dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar blijft;
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 37 van 120
Datum:
1.29 ondersteunende horeca het ter plaatse nuttigen van etenswaren en dranken, die worden aangeboden als ondersteuning van een nevenfunctie bij een andere dan als horeca bestemde hoofdfunctie, waarbij er een directe relatie is tussen de nevenfunctie en de hoofdfunctie. Dit geldt voor recreatiebedrijven (t.b.v. eigen dag- of verblijfsgasten) en voor agrarische bedrijven (bijv. consumpties bij een rondleiding op een bedrijf, bij boerengolf, bij een workshop, of bij proeven van producten van het bedrijf); 1.30 onzelfstandige woonruimte woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond zonder gebruik te maken van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, zoals een keuken en sanitaire voorzieningen; 1.31 overkapping/carport een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw; 1.32 peil voor hoofdgebouwen: het bouwkundige peil dat gelijk is aan de wegkruin van de voorliggende weg of, indien niet direct aan een weg gebouwd wordt, de bestaande gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkt terrein; voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken: de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw; in overige gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet
bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil. 1.33 pergola a. een vrijstaand of aangebouwd bouwwerk geen gebouw zijnde, bestaande uit een constructie van verticaal geplaatste palen of kolommen op een onderlinge afstand van minimaal 1,50 meter h.o.h., gekoppeld op een bovenlegger met eventueel hierop onder een hoek van 90º geplaatste dwarsligger(s); b. de pergola mag tot maximaal 1 meter boven het maaiveld als een gesloten constructie worden uitgevoerd; c. tussen de kolommen mag gaas ter begeleiding van planten worden aangebracht; 1.34 productiegebonden detailhandel beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen vanuit een (agrarisch) bedrijf dat die goederen teelt/vervaardigt/produceert, bewerkt en/of toepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.35 showroom uitstallingsruimte ten behoeve van het te koop aanbieden, verkopen, en/of leveren van goederen;
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 38 van 120
Datum:
1.36 twee-aaneen gebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen alsmede door garages geschakelde woningen waarbij het hoofdgebouw aan een zijde op de zijdelingse perceelsgrens gebouwd mag worden; 1.37 voorgevellijn de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.38 vrijstaande woning een woning die hoogstens door middel van de bijbehorende bouwwerken met een andere woning verbonden is en waarvan geen van de beide zijgevels van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelgrens staan; 1.39 woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.40 woonruimte besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; 1.41 zelfstandige woonruimte woonruimte die een eigen toegang heeft en die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte; 1.42 zijdelingse (bouw)perceelsgrens de perceelsgrenzen van een bouwperceel, niet zijnde de begrenzing van het perceel aan de achter- of voorzijde; 1.43 zone erf gronden gelegen aan de achterkant en zijkant van het hoofdgebouw tot op 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan en niet behorende tot het bouwvlak;
1.44 zone tuin gronden gelegen aan de voorkant en zijkant van het hoofdgebouw vanaf 1 meter terugliggend vanaf de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan tot aan het openbaar gebied of de openbare weg waaraan de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen en niet behorende tot het bouwvlak;
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 39 van 120
Datum:
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de bouwperceelsgrens tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2 de afstand tussen gebouwen de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen; 2.3 de brutovloeroppervlak van een gebouw gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.
de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7 de inhoud van een bouwwerk tussen de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidsmuren); 2.9 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 2.10 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 40 van 120
Datum:
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Agrarisch
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. akkerbouw, waarbij geldt dat bedrijfswoningen uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - 1' voor detailhandel in bloemen, planten en accessoires bij die bloemen en planten c. ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw', tevens voor de uitoefening van niet meer dan één glastuinbouwbedrijf per aanduidingsvlak; d. behoud, versterking en ontwikkeling van abiotische, landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden; e. extensief dagrecreatief gebruik; f. kleinschalig kamperen; g. voet- en fietspaden; h. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen. 3.2 Bouwregels Op deze gronden mag ten behoeve van de bestemming worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1 Gebouwen a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' bedraagt het maximaal bebouwd oppervlak ten behoeve van kassen ten hoogste 30.000 m2; c. de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 5 m. 3.2.2 Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is één bedrijfswoning toegestaan; b.
herbouw van (bedrijfs)woningen mag uitsluitend op de bestaande fundering plaatsvinden; c. de bouwhoogte van bedrijfswoningen en bedrijfsgebouwen bedraagt ten hoogste 11 m; d. de goothoogte van bedrijfswoningen en bedrijfsgebouwen bedraagt ten hoogste 5,5 m; e. de goothoogte van bedrijfswoningen mag worden overschreden door dakkapellen, indien: 1. de afstand tot de dakvoet, en de nok ten minste 0,8 m bedraagt, en de afstand tot de zijkanten van het dakvlak ten minste 1,5 m bedraagt; 2. de bouwhoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, ten hoogste 1,5 m bedraagt en niet groter is dan de helft van de vertikaal gemeten afstand tussen de gootlijn en nok; 3. de breedte van dakkapellen en verhoogde gootlijn zoals bedoeld in sub e tezamen maximaal 30% van de lengte van het dakvlak aan een zijde bedraagt; f. de goothoogte van bedrijfswoningen mag worden overschreden door een plaatselijk verhoogde gootlijn, indien: 1. de afstand tussen de goothoogte en de verhoogde gootlijn niet hoger is dan maximaal de helft van de vertikaal gemeten afstand tussen gootlijn en nok;
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 41 van 120
Datum:
2. de afstand tot de zijkant ten minste 1,5 m bedraagt; 3. de breedte van de verhoogde gootlijn en de dakkapellen zoals bedoeld in sub d tezamen maximaal 30% van de lengte van het dakvlak aan één zijde bedraagt; g. de inhoud van de bedrijfswoning mag maximaal 750 m3 bedragen, indien: 1. de inhoud van de bestaande woning inclusief aan- en uitbouwen groter is dan 750 m3, geldt die bestaande inhoud als maximum; 2. de bestaande woning deel uitmaakt van een bestaande boerderij, die al groter is dan 750 m3, mag de woning in de boerderij worden vergroot tot maximaal de inhoud van de bestaande boerderij. h. het bedrijfsvloeroppervlak van detailhandel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - 1'' mag niet meer bedragen van 125 m2. 3.2.3 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen en overkappingen worden uitsluitend bij bedrijfswoningen gebouwd; b. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd; c. de afstand van aan- en uitbouwen tot de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten minste 1 m; d. de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m; e. aan- en uitbouwen worden voorzien van een kap die aansluit op de kap van het hoofdgebouw; f.
de diepte van aan- en uitbouwen, gemeten vanuit de gevel van het hoofdgebouw waaraan de aan- of uitbouw wordt gebouwd, bedraagt ten hoogste 2,5 m; g. bijgebouwen worden gebouwd op het zij- of achtererf, waarbij de afstand tot de voorgevel van het hoofdgebouw ten minste 3 m bedraagt; h. de afstand van bijgebouwen tot de bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 30 m; i. de goothoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m; j. de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 4,5 m; k. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 50% van het zij- en achtererf met een maximum van 100 m². 3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen binnen het bouwvlak en achter de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van silo's en warmtebuffers bedraagt ten hoogste 15 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 3.3 Afwijken van de bouwregels a. het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 3.2.4 lid d en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toestaan met een bouwhoogte van ten hoogste 5 m; b.
afwijken zoals bedoeld in lid a kan worden toegestaan indien het bouwplan niet leidt tot een onevenredige aantasting van het stedenbouwkundige beeld. 3.4 Gebruik van bebouwing voor een beroep of bedrijf aan huis Binnen een woning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan. Daarbij gelden de algemene voorwaarden in artikel 30.2
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 42 van 120
Datum:
3.5 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van een ander gebruik van (bedrijfs)woningen (kamerverhuur) Voor het middels omgevingsvergunning toestaan voor kamerverhuur in afwijking van de bestemmingsomschrijving en het begrip '1.39 woning', kan gebruik gemaakt worden van de bevoegdheid in artikel 32.1. 3.6 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van bed & breakfast Voor het middels omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsomschrijving voor het gebruiken van een deel van een woning en bijbehorende bouwwerken voor logies in de vorm van een bed & breakfast, kan gebruik gemaakt worden van de bevoegdheid in artikel 32.2.
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 43 van 120
Datum:
Artikel 4
Centrum - 1
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Centrum - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, met dien verstande dat de verkoopruimte van de detailhandelsvestiging uitsluitend op de begane grondlaag mag worden gesitueerd; b. kantoren en dienstverlening, met dien verstande dat: 1. de kantoren winkelondersteunend dienen te zijn; 2. de dienstverlening op de begane grondlaag moet worden uitgeoefend; c. wonen in woningen: 1. op de verdiepingen van het hoofdgebouw, voor zover deze woningen legaal aanwezig zijn ten tijde van de tervisielegging van het ontwerpplan; 2. in de vorm van grondgebonden woningen, voor zover deze woningen legaal aanwezig zijn ten tijde van de tervisielegging van het ontwerpplan; d. bedrijven en bedrijfsactiviteiten, voor zover deze voorkomen in categorie 1 en 2 van de bij deze regels behorende lijst van bedrijfsactiviteiten, met dien verstande, dat: 1. de bedrijfsactiviteit zoveel mogelijk ten dienste staat van, en afgestemd is op een rechtstreeks contact met het publiek; 2. de bedrijfsactiviteiten uitsluitend op de begane grondlaag mogen worden uitgeoefend; 3. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' voor de uitoefening van de hoofdfunctie niet is toegestaan, en met uitzondering van: geluidszoneringsplichtige inrichtingen; de opslag en verkoop van motorbrandstoffen (inclusief LPG); e.
horeca, met dien verstande, dat de horeca-activiteit uitsluitend mag worden uitgeoefend op de begane grondlaag, met uitzondering van: 1. een hotel, waarbij de hotelfunctie ook op de verdiepingen mag worden uitgeoefend; 2. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', voor de uitoefening van de hoofdfunctie niet is toegestaan; en met uitzondering van: een nachtclub, dancing (discotheek), casino, snookercentrum en automatenhal; f. maatschappelijke voorzieningen; g. parkeervoorzieningen; h. groenvoorzieningen; i. nutsvoorzieningen; j. tuinen en erven; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. verhardingen ten behoeve van wegen, paden, parkeervoorzieningen, in- en uitritten erven en brandgangen. Ten aanzien van de winkelfunctie geldt, dat publieksingang en - uitgang aan de voorzijde van de winkel moet zijn gesitueerd. Voor panden die gelegen zijn aan de Markt is dit de Markt. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 44 van 120
Datum:
a. b. c. d.
de hoofdgebouwen moeten in de voorgevelbouwgrens worden gebouwd; het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; het hoofdgebouw moet worden voorzien van een kap met een dakhelling van ten minste 35° en ten hoogste 65°; e. ten aanzien van de maximale goothoogte gelden de aanduidingen. 4.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak, alsmede op de gronden met de aanduiding 'bijgebouwen'; b. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, voor zover deze zijn gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag maximaal 100% van de oppervlakte van die gronden bedragen; c. de maximale goothoogte bedraagt 3,5 meter; d. de maximale bouwhoogte bedraagt 6 meter. 4.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt binnen het bouwvlak 4 meter met uitzondering van vlaggenmasten en verlichtingsarmaturen, waarvan de hoogte maximaal 5 meter mag bedragen; b. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' 2 meter, met uitzondering van: 1.
pergola's, die niet hoger mogen zijn dan 2,5 meter; 2. vlaggenmasten en verlichtingsarmaturen, waarvan de hoogte maximaal 5 meter mag bedragen; c. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt buiten het bouwvlak en buiten de aanduiding 'bijgebouwen' 1 meter, met uitzondering van: 1. pergola's, die niet hoger mogen zijn dan 2,5 meter; 2. vlaggenmasten en verlichtingsarmaturen, waarvan de hoogte maximaal 5 meter mag bedragen. 4.2.4 Dakterras Ten behoeve van een dakterras gelden de volgende regels: a. een dakterras is alleen toegestaan op een platte afdekking; b. de bouwhoogte van pergola's mag maximaal 2,5 meter bedragen, gemeten vanaf het dak van het dakterras; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen, gemeten vanaf het dak van het dakterras. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 4.2.1 sub d, voor de bouw van een hoofdgebouw met een platte dakafdekking of met een kapconstructie met een afwijkende dakhelling; b. artikel 4.2.1 sub e, ten behoeve van de bouw van een hoofdgebouw met een afwijkende goothoogte met dien verstande dat de op de aangegeven goothoogte met ten hoogste 2 meter
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 45 van 120
Datum:
mag worden verhoogd; c. artikel 4.2.1, sub e en artikel 4.2.3 sub c voor de bouw van gebouwen ten behoeve van een hotelfunctie tot een maximale goothoogte van 7 meter, binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'. De omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend indien voldaan wordt aan de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld: rekening dient gehouden te worden met een verantwoorde, samenhangende en evenwichtige stedenbouwkundige inpassing ter waarborging van de stedenbouwkundige (beeld)kwaliteit, gelet wordt hierbij op: 1. een goede verhouding tussen bouwmassa, gevelbeeld en kapvorm; 2. de samenhang tussen bebouwing; 3. de hoogtedifferentiatie; 4. de kaprichting; 5. de voorgevels; b. de gebruiksmogelijkheden: een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken dient voorkomen te worden. 4.4 Gebruik van bebouwing voor een beroep of bedrijf aan huis Binnen een woning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan. Daarbij gelden de algemene voorwaarden in artikel 30.2 4.5
Specifieke gebruiksregels
4.5.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik: a. voor de uitoefening van een andere tak van handel, dienstverlening, bedrijf of horeca dan op grond van het bepaalde in artikel 4.1 sub b t/m f is toegestaan; b. voor zover het woningen betreft: 1. van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor permanente of tijdelijke bewoning, als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; 2. voor het uitoefenen van beroepsmatige activiteiten in het bijgebouw c.q. bedrijfsmatige activiteiten in de woning en/of bijgebouw(en); c. van de vrijstaande en aan het hoofdgebouw verbonden bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' voor detailhandel; d. van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' niet is toegestaan op het perceel voor de uitoefening van de hoofdfunctie horeca, dienstverlening en industrieel en ambachtelijk bedrijf; e. van verkoopruimten van detailhandelsvestigingen, alsmede ruimten van de horecabedrijven en zakelijk dienstverlenende bedrijven, waarin het contact met het publiek plaatsvindt (balieruimte) anders dan op de begane grondlaag; f. als opslag- en verkooppunt van motorbrandstoffen; g. voor de uitoefening van een seksinrichting; h. als opslag- of bergplaats van gebruikte, afgedankte c.q.
aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken goederen, voorwerpen, of materialen; i. voor het opslaan van gerede of ongerede goederen; j. voor het storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen; k. vuurwerkopslag of opslag in brandgevaarlijke stoffen.
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 46 van 120
Datum:
4.5.2 Buiten toepassing strijdig gebruik Het bepaalde in 4.5.1 sub h, i en j is niet van toepassing voor zover het betreft: a. tijdelijke opslag van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de in het plan aangegeven bestemming; b. voor het opslaan van gerede of ongerede goederen. 4.6
Afwijken van de gebruiksregels
4.6.1 Bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.1 sub c juncto artikel 4.5.1 sub a ten behoeve van: a. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die zijn opgenomen in een naast hogere categorie dan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 1 en 2 indien deze gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 1 of 2, niet in de Lijst van bedrijven wordt genoemd; b. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die hoewel gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 1 of 2, niet in de Lijst van bedrijven wordt genoemd; c. bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking. 4.6.2 Woningen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
artikel 4.1, om binnen deze bestemming extra woningen te realiseren op de verdieping(en) of in de vorm van grondgebonden woningen, en deze toe te voegen aan het bestaande woningvolume dat ten tijde van ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp-plan aanwezig is binnen het plangebied, met dien verstande dat de invulling met nieuw te bouwen woningen dient te passen binnen het provinciaal verstedelijkingsbeleid en het hierop afgestemde gemeentelijk woningbouwprogramma, zoals dat jaarlijks door het college van burgemeester en wethouders wordt vastgesteld, en: 1. dient te worden voorzien in parkeergelegenheid van voldoende omvang per woning op eigen terrein, tenzij voldoende parkeergelegenheid aanwezig is in het openbaar gebied en de parkeerdruk niet onevenredig toeneemt; 2. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder; 3. dient te worden aangetoond dat vanuit het oogpunt van milieuhygiëne voldaan kan worden aan een verantwoord woon- en leefmilieu. 4.7 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van een ander gebruik van (bedrijfs)woningen (kamerverhuur) Voor het middels omgevingsvergunning toestaan voor kamerverhuur in afwijking van de bestemmingsomschrijving en het begrip 'woning', kan gebruik gemaakt worden van de bevoegdheid in artikel 32.1.
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 47 van 120
Datum:
4.8 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van bed & breakfast Voor het middels omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsomschrijving voor het gebruiken van een deel van een woning en bijbehorende bouwwerken voor logies in de vorm van een bed & breakfast, kan gebruik gemaakt worden van de bevoegdheid in artikel 32.2. 4.9 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van commerciële doeleinden op verdiepingen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.1 sub a en sub e, voor het toestaan van horeca en detailhandel op de verdiepingen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. op de begane grond zijn onvoldoende (geschikte) mogelijkheden om in voldoende (uitbreidings)mogelijkheden te voorzien; b. er dient voldoende parkeergelegenheid aanwezig te zijn.
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 48 van 120
Datum:
Artikel 5
Centrum - 2
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Centrum - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in woningen: 1. op de verdiepingen van het hoofdgebouw, voor zover deze woningen legaal aanwezig zijn ten tijde van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan; 2. in de vorm van grondgebonden woningen, voor zover deze woningen legaal aanwezig zijn ten tijde van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan; 3. in de vorm van gestapelde woningen ter plaats van de aanduiding 'gestapeld'; b. kantoren en dienstverlening, op de begane grond en op de verdieping, ter plaatse van de functieaanduiding 'dienstverlening'; c. bedrijven en bedrijfsactiviteiten, voor zover deze bedrijven/inrichtingen voorkomen in categorie 1 en 2 van de bij deze regels behorende lijst van bedrijfsactiviteiten, met dien verstande, dat: 1. de bedrijfsactiviteit zoveel mogelijk ten dienste staat van en afgestemd is op een rechtstreeks contact met het publiek; 2. de bedrijfsactiviteiten uitsluitend op de begane grondlaag mogen worden uitgeoefend; 3. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', voor de uitoefening van de hoofdfunctie niet is toegestaan; en met uitzondering van: geluidszoneringsplichtige inrichtingen; de opslag en verkoop van motorbrandstoffen (inclusief LPG); d.
horeca, in de horecacategorie 1b, ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1', met dien verstande, dat: 1. de horeca activiteit uitsluitend mag worden uitgeoefend op de begane grondlaag; 2. omzetting van de bestaande horecavoorziening in een andersoortige horecavoorziening niet is toegestaan; 3. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', voor de uitoefening van de hoofdfunctie niet is toegestaan; e. maatschappelijke voorzieningen; f. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor', tevens voor een kantoor; g. parkeervoorzieningen; h. groenvoorzieningen; i. nutsvoorzieningen; j. tuinen en erven; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. verhardingen ten behoeve van wegen, paden, parkeervoorzieningen, in- en uitritten erven en brandgangen. Ten aanzien van de winkelfunctie geldt, dat publieksingang en - uitgang aan de voorzijde van de winkel moet zijn gesitueerd. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. de hoofdgebouwen moeten in de voorgevelbouwgrens worden gebouwd; b. het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; c. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd;
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 49 van 120
Datum:
d. het hoofdgebouw moet worden voorzien van een kap met een dakhelling van ten minste 35° en ten hoogste 65°; e. ten aanzien van de maximale goothoogte gelden de aanduidingen. 5.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. de bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak, alsmede op de gronden met de aanduiding 'bijgebouwen'; b. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken, voor zover deze zijn gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag maximaal 50% van de oppervlakte van die gronden bedragen; c. de maximale goothoogte bedraagt 3 meter; d. de maximale bouwhoogte bedraagt 6 meter. 5.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt binnen het bouwvlak 4 meter met uitzondering van vlaggenmasten en verlichtingsarmaturen, waarvan de hoogte maximaal 5 meter mag bedragen; b. de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' 2 meter, met uitzondering van: 1. pergola's, die niet hoger mogen zijn dan 2,5 meter; 2. vlaggenmasten en verlichtingsarmaturen, waarvan de hoogte maximaal 5 meter mag bedragen; c.
de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt buiten het bouwvlak en buiten de aanduiding 'bijgebouwen' 1 meter, met uitzondering van: 1. pergola's, die niet hoger mogen zijn dan 2,5 meter; 2. vlaggenmasten en verlichtingsarmaturen, waarvan de hoogte maximaal 5 meter mag bedragen. 5.2.4 Dakterras Ten behoeve van een dakterras gelden de volgende regels: a. een dakterras is alleen toegestaan op een platte afdekking; b. de bouwhoogte van pergola's mag maximaal 2,5 meter bedragen, gemeten vanaf het dak van het dakterras; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen, gemeten vanaf het dak van het dakterras. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. artikel 5.2.1 sub d, voor de bouw van een hoofdgebouw met een platte dakafdekking of met een kapconstructie met een afwijkende dakhelling; b. artikel 5.2.1 sub e, ten behoeve van de bouw van een hoofdgebouw met een afwijkende goothoogte met dien verstande dat de op de plankaart aangegeven goothoogte met ten hoogste 2 meter mag worden verhoogd; c. artikel 5.2.2 sub b, tot verhoging van het maximum bebouwingspercentage tot 60%.
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 50 van 120
Datum:
De omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend indien voldaan wordt aan de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld: rekening dient gehouden te worden met een verantwoorde, samenhangende en evenwichtige stedenbouwkundige inpassing ter waarborging van de stedenbouwkundige (beeld)kwaliteit, gelet wordt hierbij op: 1. een goede verhouding tussen bouwmassa, gevelbeeld en kapvorm; 2. de samenhang tussen bebouwing; 3. de hoogtedifferentiatie; 4. de kaprichting; 5. de voorgevels; b. de gebruiksmogelijkheden: een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken dient voorkomen te worden. 5.4 Gebruik van bebouwing voor een beroep of bedrijf aan huis Binnen een woning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan. Daarbij gelden de algemene voorwaarden in artikel 30.2 5.5
Specifieke gebruiksregels
5.5.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik: a. voor de uitoefening van een andere tak van handel, dienstverlening, bedrijf of horeca dan op grond van het bepaalde in artikel 5.1 sub b t/m f is toegestaan; b. voor zover het woningen betreft: 1. van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor permanente of tijdelijke bewoning, als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; 2. voor het uitoefenen van beroepsmatige activiteiten in het bijgebouw c.q. bedrijfsmatige activiteiten in de woning en/of bijgebouw(en); c. van de vrijstaande en aan het hoofdgebouw verbonden bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' voor detailhandel; d. van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' niet is toegestaan op het perceel voor de uitoefening van de hoofdfunctie horeca, dienstverlening en industrieel en ambachtelijk bedrijf; e. van verkoopruimten van detailhandelsvestigingen, alsmede ruimten van de horecabedrijven en zakelijk dienstverlenende bedrijven, waarin het contact met het publiek plaatsvindt (balieruimte) anders dan op de begane grondlaag; f. als opslag- en verkooppunt van motorbrandstoffen; g. voor de uitoefening van een seksinrichting; h. als opslag- of bergplaats van gebruikte, afgedankte c.q.
aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken goederen, voorwerpen, of materialen; i. voor het opslaan van gerede of ongerede goederen; j. voor het storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen; k. vuurwerkopslag of opslag in brandgevaarlijke stoffen. 5.5.2 Buiten toepassing strijdig gebruik Het bepaalde in 5.5.1 sub h, i en j is niet van toepassing voor zover het betreft: a. tijdelijke opslag van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de in het plan aangegeven bestemming;
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 51 van 120
Datum:
b. voor het opslaan van gerede of ongerede goederen. 5.6
Afwijken van de gebruiksregels
5.6.1 Bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.1 sub c juncto artikel 5.5.1 sub a ten behoeve van: a. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die zijn opgenomen in een naast hogere categorie dan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 1 en 2 indien deze gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 1 of 2, niet in de Lijst van bedrijven wordt genoemd; b. de uitoefening van bedrijfsactiviteiten, die hoewel gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 1 of 2, niet in de Lijst van bedrijven wordt genoemd; c. bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking. 5.6.2 Woningen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a.
artikel 5.1, om binnen deze bestemming extra woningen te realiseren op de verdieping(en) of in de vorm van grondgebonden woningen, en deze toe te voegen aan het bestaande woningvolume dat ten tijde van ten tijde van de tervisielegging van het ontwerp-plan aanwezig is binnen het plangebied, met dien verstande dat de invulling met nieuw te bouwen woningen dient te passen binnen het provinciaal verstedelijkingsbeleid en het hierop afgestemde gemeentelijk woningbouwprogramma, zoals dat jaarlijks door het college van burgemeester en wethouders wordt vastgesteld, en: 1. dient te worden voorzien in parkeergelegenheid van voldoende omvang per woning op eigen terrein, tenzij voldoende parkeergelegenheid aanwezig is in het openbaar gebied en de parkeerdruk niet onevenredig toeneemt; 2. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder; 3. dient te worden aangetoond dat vanuit het oogpunt van milieuhygiëne voldaan kan worden aan een verantwoord woon- en leefmilieu. 5.7 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van een ander gebruik van (bedrijfs)woningen (kamerverhuur) Voor het middels omgevingsvergunning toestaan voor kamerverhuur in afwijking van de bestemmingsomschrijving en het begrip '1.39 woning', kan gebruik gemaakt worden van de bevoegdheid in artikel 32.1.
5.8 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van bed & breakfast Voor het middels omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsomschrijving voor het gebruiken van een deel van een woning en bijbehorende bouwwerken voor logies in de vorm van een bed & breakfast, kan gebruik gemaakt worden van de bevoegdheid in artikel 32.2.
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 52 van 120
Datum:
Artikel 6 6.1
Cultuur en ontspanning
Bestemmingsomschrijving
6.1.1 Algemeen De gronden met de bestemming ‘Cultuur en ontspanning’ zijn bestemd voor: a. een escaperoom ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - 1' b. aan de functie ondergeschikte horeca; c. verhardingen en parkeervoorzieningen, waarbij moet worden voldaan aan het bepaalde in artikel 30.3; d. tuinen en groenvoorzieningen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. één en ander met bijbehorende voorzieningen. 6.1.2 Nadere detaillering Voor zover sprake is van uitbreiding of wijziging van de functie zoals beschreven in lid 6.1.1 wordt naast het bepaalde in in dit artikel, tevens verwezen naar artikel 30.3. 6.2
Bouwregels
6.2.1 Hoofdgebouwen Voor de bouw van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. b. De goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte. Bij vervangende nieuwbouw geldt de goot- en bouwhoogte van het te vervangen hoofdgebouw als maximum. c. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. 6.2.2 Erfbebouwing Voor de bouw van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. Bijbehorende bouwwerken dienen ten minste 3 m achter de voorgevellijn worden gebouwd. b. Het gedeelte van het bouwperceel buiten het bouwvlak mag voor niet meer dan 40% worden bebouwd met een maximum oppervlak van 60 m2. c. De goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,25 m en 5 m, doch niet hoger dan het hoofdgebouw. . d. De hoogte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 m. 6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. De hoogte van een erfafscheiding voor de voorgevellijn mag niet meer bedragen dan 1 m. b. De hoogte van een erfafscheiding achter de voorgevellijn mag niet meer bedragen dan 2 m. c. De hoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m. d. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m.
6.2.4 Ondergronds bouwen Ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan onder gebouwen, tot een diepte van niet meer dan 3 m onder het plaatselijke maaiveld en met een maximale oppervlakte van 60 m2.
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 53 van 120
Datum:
6.3
Nadere eisen
6.3.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan ten behoeve van een goede woonsituatie, de beeldkwaliteit, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en/of de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden nadere eisen stellen aan: a. de situering en de afmetingen van de bebouwing; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen ten aanzien van het erf grenzend aan de openbare weg of openbaar groen; 6.4
Specifieke gebruiksregels
6.4.1 Strijdig gebruik Als gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval aangemerkt: a. het gebruik van hoofd- of bijgebouwen voor bewoning; b. het gebruik van ondergrondse bouwwerken anders dan ter ondersteuning van de hoofdfunctie (functioneel ondergeschikt); c. het gebruik van gronden en bouwwerken voor enigerlei vorm van erotische dienstverlening; d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel en horeca; e. het opslaan van verpakte en onverpakte stoffen, materialen en goederen op het onbebouwd deel het terrein, met uitzondering van voorziening voor afval.
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 54 van 120
Datum:
Artikel 7
Detailhandel
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, uitsluitend in de vorm van ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - 2'; detailhandel in volumineuze waren en woningdecoratie; ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - 3'; detailhandel in volumineuze waren, fietsen en fietsbenodigdheden; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - 4'; detailhandel in levensmiddelen, uitgezonderd een supermarkt, met op de verdieping wonen in woningen; met daaraan ondergeschikt kantoren, dienstverlening en een kantine ten dienste van het met de met de bestemming beoogde gebruik; b. ter plaatse van de aanduiding 'wonen', voor wonen in woningen; met de daarbij behorende: c. tuinen, erven en terreinen; d. parkeervoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. voorzieningen van algemeen nut; g. wegen, straten en paden; h. waterlopen en waterpartijen; i. werken, geen bouwwerken zijnde zoals de aanleg van verhardingen ten behoeve van paden (waaronder brandgangen), in- en uitritten, terrassen en de aanleg van siertuin en/of gazon, alsmede parkeerplaatsen. 7.2
Bouwregels
7.2.1 Algemeen Op of in de in 7.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd. 7.2.2 (Hoofd)gebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij een maximum bebouwingspercentage is aangegeven. Indien een maximum bebouwingspercentage is aangegeven, geldt dat het bouwvlak maximaal tot het aangeduide bebouwingspercentage mag worden bebouwd; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding. 7.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen gelegen voor de voorste bouwvlakgrens mag niet meer dan 1 m¹ bedragen; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen gelegen achter de voorste bouwvlakgrens mag niet meer dan 2 m¹ bedragen; c. de hoogte van verlichtingsarmaturen en vlaggenmasten mag niet meer dan 8 m¹ bedragen;
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 55 van 120
Datum:
d. de hoogte van de andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak mag niet meer dan 5 m¹ bedragen; e. de hoogte van de andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak mag niet meer dan 2,5 m¹ bedragen. 7.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de milieusituatie; e. de situering van en het aantal parkeervoorzieningen op eigen terrein; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 7.4 Gebruik van bebouwing voor een beroep of bedrijf aan huis Binnen een woning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan. Daarbij gelden de algemene voorwaarden in artikel 30.2 7.5 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van een ander gebruik van (bedrijfs)woningen (kamerverhuur) Voor het middels omgevingsvergunning toestaan voor kamerverhuur in afwijking van de bestemmingsomschrijving en het begrip '1.39', kan gebruik gemaakt worden van de bevoegdheid in artikel 32.1.
7.6 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van bed & breakfast Voor het middels omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsomschrijving voor het gebruiken van een deel van een woning en bijbehorende bouwwerken voor logies in de vorm van een bed & breakfast, kan gebruik gemaakt worden van de bevoegdheid in artikel 32.2.
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 56 van 120
Datum:
Artikel 8
Gemengd - 1
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd-1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. uitsluitend op de begane grond bedrijven die zijn genoemd in de als bijlage opgenomen lijst van bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1 en 2 met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen; b. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - 5' uitsluitend op de begane grond detailhandel in de vorm van een kunstgalerie en een atelier voor kunst en kunstnijverheid; c. uitsluitend op de begane grond dienstverlening, tevens met baliefunctie; d. wonen in woningen; e. kantoor; f. maatschappelijk; g. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang', een onderdoorgang; met de daarbij behorende: h. tuinen, erven en terreinen; i. parkeervoorzieningen; j. groenvoorzieningen; k. voorzieningen van algemeen nut; l. wegen, straten en paden; m. waterlopen en waterpartijen; n. werken, geen bouwwerken zijnde zoals de aanleg van verhardingen ten behoeve van paden (waaronder brandgangen), in- en uitritten, terrassen en de aanleg van siertuin en/of gazon, alsmede parkeerplaatsen. 8.2
Bouwregels
8.2.1 Algemeen Op of in de in 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd. 8.2.2 (Hoofd)gebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij een maximum bebouwingspercentage is aangegeven en behoudens het bepaalde in sub c en d. Indien een maximum bebouwingspercentage is aangegeven, geldt dat het bouwvlak maximaal tot het aangeduide bebouwingspercentage mag worden bebouwd; c. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang', mag de onderdoorgang binnen een marge van 10 m¹ in alle richtingen gerealiseerd worden; d. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang', mag de begane grond niet worden bebouwd; e. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag vanaf 3,5 m¹ boven peil bebouwd worden; f. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' dient de onderdoorgang ten minste 6 m¹ breed te zijn; g. de goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding, met dien verstande dat de goothoogte op de grens van het bouwvlak ten minste 30 cm hoger of lager
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 57 van 120
Datum:
moet zijn dan de goothoogte van de aangrenzende bebouwing; h. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding, met dien verstande dat hoofdgebouwen niet meer dan 2 bouwlagen met kap bevatten. 8.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen gelegen voor de voorste bouwvlakgrens mag niet meer dan 1 m¹ bedragen; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen gelegen achter de voorste bouwvlakgrens mag niet meer dan 2 m¹ bedragen; c. de hoogte van verlichtingsarmaturen en vlaggenmasten mag niet meer dan 8 m¹ bedragen; d. de hoogte van de andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak mag niet meer dan 5 m¹ bedragen; e. de hoogte van de andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak mag niet meer dan 2,5 m¹ bedragen. 8.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de milieusituatie; e. de situering van en het aantal parkeervoorzieningen op eigen terrein; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
8.4 Gebruik van bebouwing voor een beroep of bedrijf aan huis Binnen een woning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan. Daarbij gelden de algemene voorwaarden in artikel 30.2 8.5 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van een ander gebruik van (bedrijfs)woningen (kamerverhuur) Voor het middels omgevingsvergunning toestaan voor kamerverhuur in afwijking van de bestemmingsomschrijving en het begrip '1.39 woning', kan gebruik gemaakt worden van de bevoegdheid in artikel 32.1. 8.6 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van bed & breakfast Voor het middels omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsomschrijving voor het gebruiken van een deel van een woning en bijbehorende bouwwerken voor logies in de vorm van een bed & breakfast, kan gebruik gemaakt worden van de bevoegdheid in artikel 32.2.
NL.IMRO.1948.PAR000BP0022020-VG01
Pagina: 58 van 120
Datum:
Artikel 9
Gemengd - 2
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in woningen in de vorm van: 1. maximaal één woning; of 2. maximaal twee gestapelde woningen uitgezonderd op de eerste bouwlaag; per bouwperceel, met dien verstande dat ten tijde van de tervisielegging van het ontwerpplan het aantal woningen meer bedraagt, dat aantal als maximum geldt; b. dienstverlening; c. kantoren; d. maatschappelijke voorzieningen; e. bedrijven die zijn genoemd in de als bijlage 1 opgenomen lijst van bedrijfsactiviteiten onder de categorieën 1 en 2 met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen; f. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel', tevens voor detailhandel uitsluitend op de begane grond met een maximum verkoopvloeroppervlakte van 500 m²; g. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - 6' uitsluitend op de begane grond detailhandel in woninginrichting en projectinrichting; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - 8'; uitsluitend op de begane grond detailhandel in foto, film en accessoires voor foto en film; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - 9'; detailhandel in motorkleding en accessoires bij motorkleding en voor motorfietsen; j.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - 10'; uitsluitend op de begane grond detailhandel in stoffen, naai- en breibenodigdheden; k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - horeca tot en met categorie 1b', tevens voor horeca tot en met categorie 1b uitsluitend op de begane grond; met de daarbij behorende: l. tuinen, erven en terreinen; m. (gebouwde) parkeervoorzieningen; n. groenvoorzieningen; o. voorzieningen van algemeen nut; p. wegen, straten en paden; q. waterlopen en waterpartijen; r. waterhuishoudkundige voorzieningen; s. werken, geen bouwwerken zijnde zoals de aanleg van verhardingen ten behoeve van paden (waaronder brandgangen), in- en uitritten, terrassen en de aanleg van siertuin en/of gazon, alsmede parkeerplaatsen. 9.2