Toelichting - regels - bijlagen BP Lieshoutsedijk 13
Tekst van het document
In afwijking van het bepaalde onder a geldt ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingsconcentratie' dat de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing per vrijgekomen agrarische bedrijfslocatie door sloop van overtollige bebouwing teruggebracht dient te worden tot 750 m², waarbij cultuurhistorisch waardevolle bebouwing gehandhaafd dient te blijven. c. Er wordt een bestemmingsvlak en bouwvlak op maat gerealiseerd, rekening houdend met de te slopen voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. d. Nieuwbouw van de bedrijfsgebouwen is toegestaan, indien aangetoond wordt dat de bestaande bebouwing ongeschikt is voor de uitoefening van de beoogde functie. e. Buitenopslag en detailhandel zijn niet toegestaan. f. Het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en agrarisch hergebruik is niet langer mogelijk. g. Er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen. h. De vestiging van de groepsaccommodatie leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiksen ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen. i. De vestiging van de groepsaccommodatie mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. j.
De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied overeenkomstig de regeling kwaliteitsverbetering landschap Meierijstad.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0012021P-VG01
Pagina: 64 van 202
Datum:
Artikel 4
Natuur
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natuurwaarden; b. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke waarden; c. (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; d. behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. extensief recreatief medegebruik; g. landschappelijke inpassing. 4.2 Bouwregels Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, behoudens: a. bouwwerken ten behoeve van het natuurbeheer, mits: 1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4 m; 2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 10 m². b. eenvoudige voorzieningen in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor extensief recreatief medegebruik, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken, mits de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m; 4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het verlagen van de (grond)waterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² of met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd, met uitzondering van waterpoelen tot een oppervlakte van 200 m² en een diepte tot 1,5 m; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,50 m onder maaiveld, met uitzondering van de vervanging van ondergrondse leidingen; c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; d. het verwijderen of rooien van bos en/of andere grote houtopstanden; e. het verwijderen of rooien (vellen) van natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; f. het permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten van grasland naar een andere bodemcultuur; g.
het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, waterlopen of steilranden en het verwijderen van paden en onverharde wegen;
NL.IMRO.1948.BGO000BP0012021P-VG01
Pagina: 65 van 202
Datum:
h. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, geen containervelden zijnde en indien meer dan 100 m² per perceel. 4.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 4.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vastgesteld projectplan en/of een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. c. verband houden met de aanleg van de landschappelijke inpassing cq kwaliteitsverbetering.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0012021P-VG01
Pagina: 66 van 202
Datum:
Artikel 5
Waarde - Archeologie 2
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde – Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de middelhoge archeologische verwachtingswaarden van de gronden. 5.2 Bouwregels a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 0,5 m, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. Indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3.
de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. c. Het bepaalde in sub a en b is niet van toepassing binnen het bouwvlak en binnen de bestemmingsvlakken van de bestemmingen 'Bedrijf', 'Horeca', 'Maatschappelijk', 'Recreatie', 'Sport, en 'Wonen'. d. Het bepaalde onder sub a en b is niet van toepassing indien door middel van een onafhankelijk document kan worden aangetoond dat de beoogde gronden voor het bouwen reeds verstoord zijn. 5.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.2 sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a.
het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 500 m² per perceel en met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd, met uitzondering van de situatie waarin een ontgrondingsvergunning is vereist; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen over meer dan 500 m² en dieper dan 0,50 m onder maaiveld, met uitzondering van de vervanging van aanwezige ondergrondse leidingen; c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van)
NL.IMRO.1948.BGO000BP0012021P-VG01
Pagina: 67 van 202
Datum:
oppervlaktewateren. 5.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. binnen het bouwvlak, en/of het differentiatievlak of binnen de bestemmingsvlakken van de bestemmingen 'Bedrijf', 'Horeca', 'Maatschappelijk', 'Recreatie', 'Sport, en 'Wonen' plaats vinden. 5.4.3 Toelaatbaarheid a. De in artikel 5.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. c. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0012021P-VG01
Pagina: 68 van 202
Datum:
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0012021P-VG01
Pagina: 69 van 202
Datum:
Artikel 7
Algemene bouwregels
7.1 Bestaande maten Voor een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, met inachtneming van het bepaalde in of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, aanwezig is, dan wel gebouwd mag worden krachtens een omgevingsvergunning, gelden de bestaande maatvoering en situering, met dien verstande dat: a. bestaande maten die meer of minder bedragen dan in dit plan zijn voorgeschreven, ter plaatse van de afwijking als respectievelijk ten hoogste of ten laagste toelaatbaar worden geacht; b. de (onderdelen van) bouwwerken waarvan de maten afwijken van wat in dit plan is bepaald, mogen worden vergroot of verhoogd tot de in het plan opgenomen maten; c. bij herbouw het bepaalde onder a uitsluitend van toepassing is, indien herbouw op dezelfde plaats (op de bestaande fundamenten) geschiedt; d. op een bouwwerk als bedoeld onder c, het overgangsrecht niet van toepassing is.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0012021P-VG01
Pagina: 70 van 202
Datum:
Artikel 8
Algemene gebruiksregels
8.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe bouwmaterialen, afval, puin, grind en brandstoffen, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; b. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats van al dan niet voor gebruik geschikte voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; c. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats, dan wel staan- of ligplaats voor onderkomens, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; d.
het gebruiken of laten gebruiken van woningen voor enige vorm van detailhandel (uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom in het kader van aan-huis-verbonden bedrijvigheid en productiegebonden detailhandel als nevenactiviteit bij agrarische bedrijfswoningen in het buitengebied) en/of horeca (uitgezonderd ondersteunende horeca als nevenfunctie bij agrarische bedrijfswoningen in het buitengebied); e. het gebruiken of laten gebruiken van een gedeelte van een bedrijfsgebouw of bijbehorend bouwwerk bij een (bedrijfs)woning als woonruimte; f. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting en/of prostitutie. 8.2 Voorwaardelijke verplichting parkeren a. bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een gebouw of bouwperceel, dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden. b. Voor de sub a genoemde voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' als vastgesteld op 18 december 2018, in acht genomen te worden. c. Indien deze beleidsregels of de bijlagen gedurende worden gewijzigd door het bevoegd gezag, dient rekening gehouden te worden met deze wijziging.
De parkeernormen uit de beleidsregels en/of bijlagen zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag worden toegepast. 8.3 afwijkingsbevoegdheid parkeernorm Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2 indien: a. er in voldoende parkeer- of stallingruimte wordt voorzien op een andere wijze, of; b. het ruimtelijk gezien niet wenselijk is de nodige parkeer- of stallingruimte op eigen terrein te voorzien en er voldoende openbare parkeerplaatsen binnen een acceptabele afstand aanwezig zijn; en; er een parkeertelling aanwezig is die aantoont dat er voldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte aanwezig zijn die benut kunnen worden, of; aangetoond kan worden dat volstaan kan worden met een lagere parkeernorm.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0012021P-VG01
Pagina: 71 van 202
Datum:
Hoofdstuk 4 Artikel 9
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
9.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 9.3 Hardheidsclausule Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kan het bevoegd gezag ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0012021P-VG01
Pagina: 72 van 202
Datum:
Artikel 10 Slotregel Dit bestemmingsplan kan worden aangehaald onder de titel: bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Lieshoutsedijk 13' van de gemeente Meierijstad. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van ......................................................... De griffier,
NL.IMRO.1948.BGO000BP0012021P-VG01
Pagina: 73 van 202
Datum:
NL.IMRO.1948.BGO000BP0012021P-VG01
Pagina: 74 van 202
Datum:
Bijlagen bij de Regels
NL.IMRO.1948.BGO000BP0012021P-VG01
Pagina: 75 van 202
Datum:
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing
NL.IMRO.1948.BGO000BP0012021P-VG01
Pagina: 76 van 202
Datum:
Landschappelijke inpassing Lieshoutsedijk 13 Sint-Oedenrode
er trail laats auto ats eerp k la r a p eerp k r a p
Definitief
ions
e aand Best ing won
pens
w we nieu it inr
tal
ods
enlo
uig erkt
2 6
mole
5
stap tuin
tuin
g onin
5
4
n ei
enw
d paar
6
w
6 g verle In o t de me te een gem
k
rijba
poel
1
colofon
projectnaam Landschappelijke inpasssing Lieshoutsedijk 13 datum 9 augustus 2021 projectnummer P02215 opdrachtgever Gefra VOF BRO projectleider JR projectteam JR en IB bron kaft BRO
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
“Als we anderen de ruimte niet gunnen zullen we zelf steeds meer opgesloten raken.” Prof. Hans Galjaard
Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en initiatief 1.2 Kaders en uitgangspunten 1.3 Ruimtelijke situatie
4 4 4 5
2 Inpassingsplan 2.1 Inrichtingsmaatregelen 2.2 Beplantingsindicatie 2.3 Kwaliteitsbijdrage
8 9 10 11
Bijlagen
9 augustus 2021
3
Inleiding
Inpassingsplan Lieshoutsedijk 13
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en initiatief
Voor de locatie aan de Lieshoutsedijk 13 te Sint- Oedenrode bestaat het voornemen een paardenhouderij te realiseren met een her te bouwen bedrijfswoning (> 750 m3, namelijk 900 m3), werktuigenloods, extra stallingen, een stapmolen en paddock. Om dit te realiseren dient er veel van de bestaande verouderde bebouwing te worden gesloopt. Op deze manier ontstaat er ruimte voor een nieuwe en logische indeling van het erf. Op het perceel rust de enkelbestemming ‘Agrarisch’ op basis van het op 29 september 2016 vastgestelde bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 2’ van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode. Om het initiatief mogelijk te kunnen maken dient een deel van de agrarische bestemming te worden omgevormd naar een specifieke agrarische bedrijfsbestemming, waarbinnen een gebruiksgerichte paardenhouderij mogelijk gemaakt wordt. Hiervoor zal het geldende Bestemmingsplan moeten worden gewijzigd. Een voorwaarde bij deze bestemmingswijziging is onder andere het opstellen van een landschappelijk inpassingsplan met een aanvullende kwaliteitsverbetering. Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een plan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden.
De landschappelijke inpassing bestudeert de omgeving en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als aan deze voorwaarden worden voldaan kan de bebouwing op een natuurlijke en verzorgde wijze worden ingepast en aansluiten op de aanwezige landschapsstructuren.
9 augustus 2021
Onderhavige rapportage stelt inrichtingsmaatregelen voor ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing, opdat de ontwikkeling kan worden verantwoord.
Het agrarisch bouwvlak zal worden verkleind naar 5.900m2. Daarnaast heeft de initiatiefnemer de wens om een poel aan te leggen op het erf.
1.2
Bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 2’ ingevolge dit bestemmingsplan is het perceel bestemd als ‘Agrarisch’. De bestemming ‘Agrarisch’ is gericht op agrarische doeleinden, in het kader van bedrijfsmatige agrarische activiteiten, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen. Daarnaast ligt er op het perceel de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch- intensieve veehouderij’ en de geluidsaanduiding ‘overige zone - bebouwingsconcentratie 6’ Aan de westzijde van het perceel rust een dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie-2’. Daarnaast is het perceel voorzien van een bouwvlak. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient een deel van het perceel te worden omgezet naar een specifieke agrarische bedrijfsbestemming, waarbinnen een gebruiksgerichte paardenhouderij is toegestaan. Op het zuidelijk deel geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode’ vastgesteld d.d. 15 maart 2012. Dit perceelsgedeelte heeft de bestemming ‘Agrarisch zonder bouwvlak’ In de onderstaande figuren worden de huidige en de toekomstige bestemmingen op het perceel weergegeven.
Kaders en uitgangspunten
Het plan voldoet in beginsel aan de kaders vanuit het vigerende beleid dat relevant is voor de landschappelijke inpassing en aan de eisen/wensen vanuit het planvoornemen. Plangebied Het plangebied betreft de locatie Lieshoutsedijk 13 te Sint-Oedenrode en staat kadastraal bekend als ODR01 - K 44. Het gehele perceel heeft een oppervlakte van ca. 11.790 m2. Het plangebied ligt in een overgangsgebied tussen de oude ontginningen naar de jonge heideontginningen. In deze zone is sprake van een zekere mate van functiemenging van wonen met agrarische bedrijven. De Lieshoutsedijk is een oude plattelandsweg waaraan van oudsher enkele boerderijen lagen. In de loop der tijd zijn enkele bedrijven beëindigt of omgeschakeld en zijn er (Ruimte-voor-Ruimte) woningen gebouwd. Planvoornemen De initiatiefnemer is voornemens een woning te bouwen op terrein aan de Lieshoutsedijk 13 te Sint- Oedenrode en het huidige paardenpension uit te breiden. Hiervoor wordt de bestaande bedrijfswoning en de werktuigenloods gesloopt. De ruimte die ontstaat zal opnieuw worden ingericht met een nieuw te bouwen bedrijfswoning en werktuigenloods. Ter hoogte van de bestaande rijbak wordt de mestopslagplaats uitgebreid en wordt er een stalling van ca. 300 m2 gerealiseerd. De rijbak zal verplaatsen naar het zuiden. De rest van het terrein zal worden ingezet als paardenweide.
4
Inleiding
Inpassingsplan Lieshoutsedijk 13
Structuurvisie Sint Oedenrode Binnen de structuurvisie van Sint-Oedenrode staat de kleinschalige versterking en ontwikkeling van het landschappelijke raamwerk met houtwallen, erfbeplanting en beekherstel centraal. Het karakter van het Dommeldal wordt als hoofdstructuur binnen de gemeente zowel ruimtelijk als ecologisch verder versterkt. De gedeeltelijke ligging van het grondgebied van de gemeente in Nationaal Landschap Het Groene Woud vormt mede aanleiding voor het versterken van het oorspronkelijke karakter van dit gebied met bijvoorbeeld perceelrandbegroeiing en nieuwe landgoederen. Om de bewoners van de kernen ook meer te betrekken bij het landschap van de gemeente worden rond de dorpen recreatieve routes gerealiseerd. In combinatie met een landschappelijke verbetering wordt de beleving van het landschap in de voormalige gemeente Sint-Oedenrode versterkt en verbeterd. De landschappelijke inpassing zal dan ook aansluiten op de voorgenomen ambities van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode.
Figuur 1: Vigerend bestemmingsplan, Bron: ruimtelijke plannen
Treurwilg 8 stk diverse bomen ter vervanging van te kappen berkenbomen slootkant
Rijbak
Natuur / heide
Gazon
Knip en scheerheg
Kruidenrijk grasland
Vijverbeplanting Infiltratie sloot Sierhekwerk / weideafzetting Schutting
Agrarisch bouwvlak 5.900 m2
hout Lies
sedi
jk
Agrarisch 3.690 m2
Situatie
Schaal: 1:400 Sectie: K 44 Nummer: Gemeente: Sint-Oedenrode
Natuur 2.200 m2 0
5
10
15
20
25
METER Genugten Agri B.V.
Naam: Gefra VOF Adres: Lieshoutsedijk 13 Plaats: 5491 SN Sint-Oedenrode Bouwl.: Lieshoutsedijk 13 5491 SB Sint-oedenrode Onderdeel:
Figuur 2: Toekomstige bestemmingen/ indeling
9 augustus 2021
Beplantingsplan voor de Lieshoutsedijk13 te Sint-Oedenrode
Jane Addamsstraat 4 5491 DE Sint-Oedenrode Nederland Tel. +31 (0) 413 483 100 Fax +31 (0) 413 483 101 www.genugten-agri.nl
Schaal: 1:400 Get.: SvG Datum: 10-7-2019
Gewijzigd: 5-5-2021
Par. SvG
Order: Blad: BP-01
Kwaliteitsverbetering landschap Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Vrijwel alle gemeenten in Brabant hebben de regeling verder uitgewerkt in beleid en regionaal afspraken gemaakt over de toepassing. De beoogde ontwikkeling valt in het kwaliteitskader van de gemeente Meierijstad (handreiking kwaliteitsverbetering- samen voor een vitaal buitengebied, maart 2021) onder categorie 3. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient er een extra investering te worden gedaan. In bijlage 2 is de berekening van de kwaliteitsverbetering opgenomen.
1.3
1.3.1
Ruimtelijke situatie Historische kenschets
Landschapstype De locatie aan de Lieshoutsedijk is gelegen in het oude ontginningen landschap en vormt ten oosten een mooie overgang naar de jonge heideontginningen. Het ontstaan van het landschap van de oude zandontginningen gaat ver terug. Bepalend was de intrede van de landbouw en veeteelt. De hooggelegen en droge gronden waren het meest geschikt voor de agrarische activiteiten. Het landschap van de oude zandontginningen is een halfopen, kleinschalig landschap met een onregelmatig, organisch gevormd wegen- en verkavelingspatroon. Er is een grote diversiteit aan landschapselementen zoals lanen, houtwallen, bomenrijen, solitaire bomen, droge en natte boscomplexen en kleinere hakhoutbosjes. Door deze landschapselementen zijn ook de open ruimten gevarieerd in omvang en vorm. Oude ontginningen De positie van deze gronden waren gunstig voor het uitoefening van landbouw en hierdoor eerder ontgonnen. Deze lange geschiedenis heeft gezorgd voor met name enkeerdgronden bestaande uit een sterk lemig fijn zand met plaatselijk (kei)leem. De wegen die aansluiten op de Lieshoutsedijk hebben een redelijk tot sterk bochtig patroon met veel zijvertakkingen. Dit zorgt voor een onregelmatig, organisch gevormde verkavelingspatroon en het typerende kleinschalig karakter.
Jonge zandontginningen Door de relatief korte agrarische gebruiksgeschiedenis van deze gebieden bestaat de ondergrond over het algemeen uit zwak lemig fijn zand. Voorafgaand aan de ontginning was hier al sprake van infrastructuur met een belangrijke doorgaande functie. De kenmerkende rechtlijnige karakter van 5
Inleiding
Inpassingsplan Lieshoutsedijk 13
de wegen is behouden gebleven. De overgang van woeste gronden naar efficiënte bedrijfsvoering heeft gezorgd voor een rationele verkavelingsstructuur. Geschiedenis Wanneer de topografie van de Lieshoutsedijk en omgeving wordt bekeken is goed te zien dat dit de overgang vormt tussen de oude en jonge zandontginningen. Tot ongeveer de helft van de 19de eeuw was de oostzijde van de Lieshoutsedijk een groot heidegebied: ‘De Jekschotsche Heide’. Vanaf circa 1850 is het gebied gaan transformeren en kreeg het een meer agrarisch gebruik. Hierdoor heeft het gebied een sterke rationele verkaveling gekregen. Buurtschap ‘Everse’, ten westen van de Lieshoutsedijk, is al voor de 19de eeuw te herkennen evenals het Dommeldal. In de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw groeide het aantal agrarische bedrijven aanzienlijk in het gebied. Zowel het buurtschap Everse als de Lieshoutsedijk verdichtten langzaam aan steeds meer. Waar eerst maar een handvol woningen aan de Lieshoutsedijk waren gesitueerd neemt dit aantal tot de jaren 80 fors toe. De nu zo herkenbare lintbebouwing is ontstaan. De gronden op de oude ontginningen worden steeds schaarser waardoor vanaf de jaren 90 tot de eeuwwisseling agrarische bedrijven zich vestigen op de jonge ontginningen.
de Lieshoutsedijk de overgang vormt tussen deze verschillende typologieën maak het zo bijzonder. Het uitgangspunt is de karakteristieken van beide landschappen te respecteren en waar mogelijk te versterken. In een op te stellen landschappelijke inpassingsplan dient rekening te worden gehouden met de volgende criteria en karakteristieken: Jonge zandontginningen • rationele verkavelingsstructuur • waardevolle onverharde zandwegen • natuurgebieden met fraaie wateren
Dit landschap is mede dankzij de natuurlijke dynamiek met het bijbehorend extensief gebruik nog redelijk goed intact gebleven. Aan weerszijden van het beekdal liggen hogere gronden. Hierop liggen de historische wegen met bijbehorende lintbebouwing. Dit beekdal is een natte natuurparel en kent een beschermingszone.
Oude zandontginningen • kleinschalige populieren-/coulisselandschap • lokale erfgoed, gaafheid cultuurhistorische waarden buitengebied • zichtbaarheid samenhang/gelaagdheid landschap
Ten westen en zuiden van de projectlocatie maken poelen vaak onderdeel uit van de erfinrichting. Door de aanleg van een poel wordt hiermee de relatie met de natte natuurparel versterkt en biedt het de mogelijkheid om op eigen terrein de biodiversiteit te vergroten. 1.3.2 Huidige situatie Aan de Lieshoutsedijk 13 wordt het perceel aan de zuidzijde begrensd door een zandwal met opgaande begroeiingen. Aan de voorzijde wordt de erfgrens bepaald door een lage laurierhaag. Aan de straatzijde is ter hoogte van de woning geen erfafscheiding zichtbaar en ligt een klein grasveldje.
In de jaren die volgen is niet zozeer het aantal dat toeneemt maar de schaal van de bedrijven (stallen). De ontwikkelingen in de landbouw van de afgelopen jaren en recente uitspraken op het gebied van agrarische bedrijvigheid hebben er mede toe geleid dat er meer en meer een transformatie naar wonen plaatsvindt langs het lint. Vanuit het landschap gezien is het belangrijkste onderscheid het verschil tussen de jonge en oude zandontginningen. Dat
9 augustus 2021
Ten zuiden van de oude ontginningen ligt het beekdal van de Dommel. Het beekdal wordt gekenmerkt door een zeer onregelmatige verkaveling, afgewisseld met kleinschalige landschapselementen.
Figuur 3: Landschapstypenkaart Meierijstad, Bron: landschapsanalyse Meierijstad, 2019)
Voor een groot deel is het perceel in gebruik als paardenweide. Aan de noordzijde van het perceel is de bebouwing geconcentreerd in de vorm van een bedrijfswoning, werktuigenloods, een stalling en rijbak. Ten noorden van de paardenweide is nog een kippenren aanwezig. Verder is het perceel omheind met een hekwerk en staan er enkele erfbomen. Het weidse uitzicht richting de jonge heideontginningen is goed waarneembaar. Voor de beoogde ontwikkeling dienen er passende overgangsmaatregelen genomen te worden die passen binnen het voorkomende landschapstype.
6
Inleiding
Inpassingsplan Lieshoutsedijk 13
Figuur 4: Globale ligging plangebied
Figuur 6: 1950, (Bron: Topotijdreis)
Figuur 8: 2000, (Bron: Topotijdreis)
Figuur 5: 1900, (Bron: Topotijdreis)
Figuur 7: 1980, (Bron: Topotijdreis)
Figuur 9: 2020, (Bron: Topotijdreis)
9 augustus 2021
7
Inpassingsplan
Inpassingsplan Lieshoutsedijk 13
2
Inpassingsplan
Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een plan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden. Bij de landschappelijke inpassing wordt het beleid en de omgeving bestudeerd en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als aan deze voorwaarden worden voldaan kan de bebouwing op een natuurlijke en verzorgde wijze worden ingepast en aansluiten op de aanwezige landschapsstructuren. Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld die op basis van het planvoornemen, de beleidskaders en kennis van het landschap en locatie zijn vormgegeven. Nevenstaande schets illustreert de toekomstige situatie, gevolgd door een argumentatie van de inpassingsmaatregelen. 1. 2. 3. 4. 5.
Behouden/aanvullen zandwal met begroeiing (i) Aanplanten bomenrij oostgrens (i) Behouden greppel (i) Aanleggen poel met natuurgronden (kv) Rooien bestaande bomen (geen onderdeel van de inpassing) 6. Indicatieve aanplant tuin met hagen en erfboom (geen onderdeel van de inpassing)
er trail laats auto ats p r e e la park eerp k r a p e aand Best ing n wo
io
pens ods
enlo
tuig
werk we nieu it inr
2 6
mole
5
stap tuin
tuin
ing
won
6 g verle In o t de me te een gem
k
rijba
l nsta
5
4
n
paar
6
ei
denw
poel
1
3
(I): inpassingsmaatregel (kv): aanvullende kwaliteitsmaatregel Figuur 10: Landschappelijke inpassing, Zie bijlage 1 voor het inpassingsplan op schaal.
8
Inpassingsplan
Inpassingsplan Lieshoutsedijk 13
2.1
Inrichtingsmaatregelen
1. Behouden en aanvullen zandwal met begroeiing Aan de zuidgrens is een houtwal gelegen welke voor een groot deel is gelegen op een zandwal. Dit creëert een groene buffer met de naastgelegen percelen en camoufleert het zicht op de loodsen. Mede hierdoor is het van belang dat deze structuur wordt behouden en waar nodig wordt aangevuld.
aangeplant. Daarnaast bestaat het voornemen om de bestaande berkenbomen langs de Lieshoutsedijk te rooien. Deze soort past niet in het straatbeeld en zorgt niet voor de gewenste voortzetting van de laanbeplanting. Het rooien van deze bomen zorgt voor een open voorerf en onderbreking in het lint passend bij de uitstraling van dit deel van de Lieshoutsedijk.
Beplantingsindicatie
2. Aanplanten bomenrij oostgrens De oostgrens heeft nu geen duidelijke begrenzing van het perceel. Door het aanplanten van een (knot)bomenrij wordt de in het gebied typerende noord-zuid georiënteerde beplantingsstructuur versterkt. De bomen zorgen voor een semi-transparante afscheiding naar het achterland, waardoor het weidse uitzicht richting het jonge heideontginningen landschap behouden blijft.
De soortensamenstelling voor de toe te voegen beplanting is toegespitst op inheemse soorten die passen bij het karakter van het gebied en de bodemgesteldheid. In onderstaande tabel zijn de verschillende vakken, maatvoering, voorgesteld sortiment, plantverband en het aantal aan te schaffen stuks opgenomen.
3. Behouden greppel Aan de voorzijde van het perceel wordt de bestaande greppel behouden voor infiltratiedoeleinden.
maatregel
omvang/stuks
sortiment
Houtsingel en zandwal
bestaand ca. 750 m2
Combinatie tussen struikvormers en boomvormers
nieuw ca. 40%/ 300m2
20% meidoorn, 15% hazelaar, 15% hulst, 15% gele kornoelje, 15% rode kornoelje, 10% kardinaalsmuts, 10% krent
driehoeksverbanden in groepen van dezelfde soort
ruwe berk, haagbeuk, gewone esdoorn
plantafstand tussen de 10 en 12 meter
4. Aanleggen poel De gemeente wil de natuurwaarden van het beekdal de Dommel bij eventuele toekomstige ontwikkelingen versterken door het opschonen en de aanleg van poelen en vennen. De agrarische gebieden in de gemeente krijgen zo een verbeterde groene dooradering. Door de aanleg van een poel (een puntsgewijze versterking) wordt de ecologische infrastructuur in de gemeente versterkt en voorzien in een kwaliteitsimpuls voor natuur- en landschapswaarden. Ter hoogte van de paardenweide zal dan ook een poel worden aangelegd als zijnde kwaliteitsverbetering. Van origine hebben de oude zandontginningen natte en droge gronden. In combinatie met het zuidelijk Beekdal van de Dommel is een poel een passende maatregel. Hierbij kan er op eigen terrein worden in gezet op het versterken van de natuurwaarden én het vergroten van de biodiversiteit. Daarnaast komen in de aangrenzende omgeving meerdere poelen voor.
plantverband
Bomenrij
1 stuk bestaand, minimaal 7 stuks nieuw
Hollandse linde, klein bladige linde of knotwilg
enkele rij met plantafstand tussen 5 á 6 meter
Landschaps boom
4 stuks
Treurwilg ter hoogte van de poel, ruwe berk, haagbeuk, gewone esdoorn of vergelijkbaar
Op locatie nader te bepalen
Rooien bestaande bomen De bestaande bomen op het terrein worden ten behoeve van de ontwikkeling gerooid. Er wordt één grootte solitaire boom in de achtertuin en een bomenrij tegen de oost-grens 9
Inpassingsplan
Inpassingsplan Lieshoutsedijk 13
2.2
Kwaliteitsbijdrage
Het initiatief behoort tot categorie 3 en heeft een grote impact op de omgeving en het landschap. Het initiatief valt onder de volgende ontwikkelingen: 1. Omschakeling zonder vergroting van het bouwvlak, van agrarisch bouwvlak of Wonen-vab naar Bedrijf, Recreatie, Agrarisch gerelateerd etc; 2. Vergroten inhoud van een (agrarische) Bedrijfswoning boven 750 m3;
Waardebepaling Lieshoutsedijk 13 ‐ ruimtelijke onderbouwing ‐ landschappelijke inpassing 9‐8‐2021 Kavel Kavel: Huidig agrarisch bouwvlak
Bouwvlak onbebouwd Bouwvlak bebouwd minus woonhuis Ruimtelijke ontwikkeling
Daarom dient er naast een landschappelijke basisinpassing ook een aanvullende kwaliteitsprestatie aan het landschap te worden geven. Voor het omzetten van de agrarische bestemming naar een met specifieke agrarische bedrijfsbestemming en het vergroten van de (bedrijfs)woning van 750 m3 naar 900 m3 dient er een bedrag te worden gecompenseerd van € 25.262. In het algemeen moet elke kwaliteitsverbetering resulteren in een fysieke en zichtbare verbetering van het landschap. Dit kan worden gedaan aan de hand van: 1. Fysieke bijdrage binnen het plangebied en of de directe projectomgeving, waarbij de waarde overeenkomt met 20% van de grondwaardevermeerdering; 2. Fysieke bijdrage elders binnen de gemeente mits in overeenstemming met gemeentelijke uitvoeringsprojecten op het gebied van natuur en landschap. 3. Storting van de 20% van de grondwaardevermeerdering in het ‘Fonds Omgevingskwaliteit”; Hiernaast is de berekening opgenomen van zowel de kwaliteitsbijdrage als de onderbouwing van de tegenprestatie. Met de voorgestelde maatregelen kan in de vereiste kwalteitsbijdrage worden voldaan.
Huidige waardering Waardering huidig agrarisch bouwblok bebouwd Waardering huidig agrarisch bestemming onbebouwd
Toekomstige waardering Waardering nieuw agrarisch verwant bedrijf bouwblok onbebouwd Waardering nieuw agrarisch verwant bedrijf bouwblok bebouwd Waardering nieuw agrarische bestemming onbebouwd Waardering nieuwe natuurbestemming
Vanuit de regeling extra ruimtelijke ontwikkeling. Investeringsbijdrage: 5. Vergroting inhoud woning boven 750 m3 ‐ tot 900 m3 Tegenprestatie Slopen bestaande bebouwing Slopen veestallen (incl asbest en kelderruimte) Verwijderen verharding huidige (kuilplaat) Subtotaal Aanleg en advieskosten inrichting Aanplant knotwilgen stek aan slootkant Solitaire bomen Aanleg akkerflora‐ en faunarand (ca. 500m2 slootkant + natuurgronden poel 1700m2=) 22are. € 1.835,17 per ha Ontgraven poel ca. 500 m2 / natuuroever en verwerken vrijkomende grond Aanvullen zandwal met inheems bosplantsoen Plankosten (max. 10% inrichting) Subtotaal Beheer voor 1 jaar Beheer akkerflora‐ en faunarand € 1.761,83 per ha Beheer poel en klein historisch water ‐ jaarlijks beheer > 175 m2 Beheer knotbomen, € 16,50 per boom per keer (om het jaar) Beheer bomen diameter stam < 20 cm, € 15,‐ per keer Beheer houtwal € 1.267,61 per ha Subtotaal beheer per jaar Subtotaal beheer per 10 jaar
11790 m2 7566 m2 Bouwvlak
7566 m2 6843 m2 723 m2
Hoeveel heid
Bedrag
7566 4224 0 11790
€ €
Investerings bijdrage 25 € 7 € € €
189.150 29.568 ‐ 218.718
5000 € 40 € 200.000 900 € 80 € 72.000 3690 € 7 € 25.830 2200 € 1 € 2.200 11790 € 300.030 Waardevermeerdering: € 20% voor landschappelijke inpassing: €
81.312 16.262
€ €
9.000 25.262
€
27.776
€
‐2.513
150 m3
350 m2 500 m2
€ 60
25,00 € 3,00 € €
8.750 1.500 10.250
7 st 4 st
€ 20,33 € € 76,77 €
142 307
0,22 ha 1400 m3 300 st.
€ 1.835,17 € € 5,51 € € 1,85 € € €
404 7.714 555 912 10.034
0,22 are 1 st 7 st 4 st 0,0750 ha
€ 1.761,83 € € 148,33 € € 8,25 € € 15,10 € € 1.267,61 € € €
388 148 58 60 95 749 7.492
€
27.776
Nog te voldoen:
€ €
* Fysieke bijdrage elders benodigd binnen de gemeente mits dit in overeenstemming met gemeentelijke uitvoeringsprojecten op het gebied van natuur en landschap wordt gedaan. Of door een storting van de 20% van de grondwaardevermeerdering in het ‘Fonds Omgevingskwaliteit'
9 augustus 2021
10
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
er trail laats auto ats rp e e k rpla par e e k par ande a t s Be ing won
ds
loo igen
tu
we nieu it inr
l
nsta
io pens
werk
2 6
olen
m stap
5
tuin tuin
ing
won
6
erleg v o In de met te een gem
k
rijba
5
4
p
6
poel
1
3
ei
enw aard
Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Tegelen Industriestraat 94
www.bro.nl | info@bro.nl
5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01
Bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten
NL.IMRO.1948.BGO000BP0012021P-VG01
Pagina: 90 van 202
Datum:
Bijlage
Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten
Lijst van afkortingen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten ‐ < > = cat. e.d. kl. n.e.g. o.c. p.c. p.o. b.o. v.c. u d
niet van toepassing of niet relevant kleiner dan groter gelijk aan categorie en dergelijke klasse niet elders genoemd opslagcapaciteit productiecapaciteit productieoppervlak bedrijfsoppervlak verwerkingscapaciteit uur dag
w j B C D L Z R V G/P
week jaar bodemverontreiniging continu divers luchtverontreiniging zonering op basis van Wet geluidhinder risico (Besluit externe veiligheid inrichtingen mogelijk van toepassing) Vuurwerkbesluit van toepassing verkeersaantrekkende werking goederenvervoer/personenvervoer: 1. potentieel geringe verkeersaantrekkende werking 2. potentieel aanzienlijke verkeersaantrekkende werking 3. potentieel zeer grote verkeersaantrekkende werking
1
CATEGORIE
VERKEER
AFSTANDEN IN METERS
01
01
‐
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING TEN BEHOEVE VAN DE LANDBOUW
0112
011, 012, 013, 016
0
Tuinbouw:
0112
0113
4
- champignonkwekerijen (algemeen)
30
10
30
C
10
30
2
1 G
0112
0113
5
- champignonkwekerijen met mestfermentatie
100
10
30
C
10
100
3.2
1 G
0112
0163
6
- bloembollendroog‐ en prepareerbedrijven
30
10
30
C
10
30
2
1 G
0112
011
7
- witlofkwekerijen (algemeen)
30
10
30
C
10
30
2
1 G
014
016
0
Dienstverlening ten behoeve van de landbouw:
014
016
1
- algemeen (onder andere loonbedrijven): b.o. > 500 m²
30
10
50
10
50
3.1
2 G
014
016
2
- algemeen (onder andere loonbedrijven): b.o. <= 500 m²
30
10
30
10
30
2
1 G
014
016
014
016
3
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m²
30
10
50
10
50
3.1
2 G
014
016
4
- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m²
30
10
30
10
30
2
1 G
0142
0162
KI‐stations
30
10
30
C
0
30
2
1 G
05
03
0501.1
0311
Zeevisserijbedrijven
100
0
100
C
50
100
3.2
2 G
0501.2
0312
Binnenvisserijbedrijven
50
0
50
C
10
50
3.1
1 G
0502
032
0
Vis‐ en schaaldierkwekerijen
0502
032
1
- oester‐, mossel‐ en schelpenteeltbedrijven
100
30
50
C
0
100
3.2
1 G
0502
032
2
- visteeltbedrijven
50
0
50
C
0
50
3.1
1 G
15
10, 11
‐
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN
151
101, 102
0
Slachterijen en overige vleesverwerking:
151
101, 102
1
- slachterijen en pluimveeslachterijen
100
0
100
C
50
3.2
2 G
151
101
2
- vetsmelterijen
700
0
100
C
30
151
101
3
- bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval
300
0
100
C
50
INDICES
GEVAAR
GELUID
OMSCHRIJVING
GROOTSTE AFSTAND
SBI‐2008 VNG‐nr.
SBI‐1993
STOF
Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten
GEUR
2
D
- algemeen met opslag bestrijdingsmiddelen > 10 ton: zie SBI‐code 51.55
‐
VISSERIJ‐ EN VISTEELTBEDRIJVEN R
R R
100
D
700
5.2
2 G
300
4.2
2 G
Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten
151
101
4
- vleeswaren‐ en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1.000 m²
100
0
100
C
50
100
3.2
2 G
151
101
5
- vleeswaren‐ en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1.000 m²
50
0
50
C
30
50
3.1
1 G
151
101
6
- vleeswaren‐ en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m²
30
0
50
10
50
3.1
1 G
151
101, 102
7
- loonslachterijen
50
0
50
10
50
3.1
1 G
151
108
8
50
0
50
10
50
3.1
2 G
152
102
0
- vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant‐en‐klaarmaaltijden met p.o. < 2.000 m² Visverwerkingsbedrijven:
152
102
1
- drogen
700
100
200
C
30
700
5.2
2 G
152
102
2
- conserveren
200
0
100
C
30
200
4.1
2 G
152
102
3
- roken
300
0
50
C
0
300
4.2
1 G
152
102
4
- verwerken anderszins: p.o. > 1.000 m²
300
10
50
C
30
300
4.2
2 G
152
102
5
- conserveren of verwerken anderszins: p.o. <= 1.000 m²
100
10
50
30
100
3.2
1 G
152
102
6
- conserveren of verwerken anderszins: p.o. <= 300 m²
50
10
30
10
50
3.1
1 G
1531
1031
0
Aardappelproductenfabrieken:
1531
1031
1
- vervaardiging van aardappelproducten
300
30
200
1531
1031
2
- vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m²
50
10
50
1532,1533
1032, 1039
0
Groente‐ en fruitconservenfabrieken:
1532,1533
1032, 1039
1
- jam
50
10
100
C
1532,1533
1032, 1039
2
- groente algemeen
50
10
100
C
1532,1533
1032, 1039
3
- met koolsoorten
100
10
100
1532,1533
1032, 1039
4
- met drogerijen
300
10
1532,1533
1032, 1039
5
- met uienconservering (zoutinleggerij)
300
10
1541
104101
0
Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten:
1541
104101
1
- p.c. < 250.000 ton/jaar
200
1541
104101
2
- p.c. >= 250.000 ton/jaar
300
1542
104102
0
Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten:
1542
104102
1
- p.c. < 250.000 ton/jaar
1542
104102
2
- p.c. >= 250.000 ton/jaar
INDICES GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR
GELUID
STOF
GEUR
AFSTANDEN IN METERS
C
R
D
VERKEER
SBI‐2008
CATEGORIE
SBI‐1993
VNG‐nr.
OMSCHRIJVING
3
50
R
300
4.2
2 G
50
R
50
3.1
1 G
10
100
3.2
1 G
10
100
3.2
2 G
C
10
100
3.2
2 G
200
C
30
300
4.2
2 G
100
C
10
300
4.2
2 G
30
100
C
50
300
C
200
10
100
C
300
10
300
C
30
R
200
4.1
3 G
Z
50
R
300
4.2
3 G
100
R
200
4.1
3 G
Z
200
R
300
4.2
3 G
1042
0
Margarinefabrieken:
1543
1042
1
- p.c. < 250.000 ton/jaar
100
10
200
C
30
R
200
4.1
3 G
1543
1042
2
- p.c. >= 250.000 ton/jaar
200
10
300
C
Z
50
R
300
4.2
3 G
1551
1051
0
Zuivelproducten fabrieken:
1551
1051
1
- gedroogde producten, p.c. >= 1,5 ton/uur
200
100
500
C
Z
50
R
500
5.1
3 G
1551
1051
2
- geconcentreerde producten, verdampingscapaciteit >= 20 ton/uur
200
30
500
C
Z
50
R
500
5.1
3 G
1551
1051
3
- melkproductenfabrieken v.c. < 55.000 ton/jaar
50
0
100
C
50
R
100
3.2
2 G
1551
1051
4
- melkproductenfabrieken v.c. >= 55.000 ton/jaar
100
0
300
C
50
R
300
4.2
3 G
1551
1051
5
- overige zuivelproductenfabrieken
50
50
300
C
50
R
300
4.2
3 G
1552
1052
1
Consumptie‐ijsfabrieken: p.o. > 200 m²
50
0
100
C
50
R
100
3.2
2 G
1552
1052
2
- consumptie‐ijsfabrieken: p.o. <= 200 m²
10
0
30
30
2
1 G
1561
1061
0
Meelfabrieken:
1561
1061
1
- p.c. >= 500 ton/uur
200
100
300
C
100
R
300
4.2
2 G
1561
1061
2
- p.c. < 500 ton/uur
100
50
200
C
50
R
200
4.1
2 G
1561
1061
Grutterswarenfabrieken
50
100
200
C
50
4.1
2 G
1562
1062
0
Zetmeelfabrieken:
1562
1062
1
- p.c. < 10 ton/uur
200
50
200
C
1562
1062
2
- p.c. >= 10 ton/uur
300
100
300
C
1571
1091
0
Veevoerfabrieken:
1571
1091
1
- destructiebedrijven
700
30
200
C
1571
1091
2
- beender‐, veren‐, vis‐ en vleesmeelfabriek
700
100
100
C
30
5.2
3 G
1571
1091
3
- drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) capaciteit < 10 ton/uur water
300
100
200
C
30
300
4.2
2 G
1571
1091
4
- drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) capaciteit >= 10 ton/uur water
700
200
300
C
50
700
5.2
3 G
1571
1091
5
- mengvoeder, p.c. < 100 ton/uur
200
50
200
C
30
200
4.1
3 G
1571
1091
6
- mengvoeder, p.c. >= 100 ton/uur
300
100
300
C
300
4.2
3 G
1572
1092
Vervaardiging van voer voor huisdieren
200
100
200
C
200
4.1
2 G
1581
1071
Broodfabrieken, brood‐ en banketbakkerijen:
INDICES GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR Z
0 Z
Z
200
30
R
200
4.1
1 G
50
R
300
4.2
2 G
5.2
3 G
50
Z Z
D
VERKEER
1543
0
AFSTANDEN IN METERS GELUID
OMSCHRIJVING
CATEGORIE
SBI‐2008 VNG‐nr.
SBI‐1993
STOF
Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten
GEUR
4
50 30
R
R
700
D
700
D
Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten
1581
1071
1
- v.c. < 7.500 kg meel/week, bij gebruik van charge‐ovens
30
10
30
C
10
30
2
1 G
1581
1071
2
- v.c. >= 7.500 kg meel/week
100
30
100
C
30
100
3.2
2 G
1582
1072
Banket, biscuit‐ en koekfabrieken
100
10
100
C
30
100
3.2
2 G
1583
1081
0
Suikerfabrieken:
1583
1081
1
- v.c. < 2.500 ton/jaar
500
100
300
C
1583
1081
2
- v.c. >= 2.500 ton/jaar
1000
200
700
C
1584
10821
0
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade‐ en suikerwerk:
1584
10821
1
- cacao‐ en chocoladefabrieken: p.o. > 2.000 m²
500
50
1584
10821
2
100
30
1584
10821
3
30
1584
10821
4
- cacao‐ en chocoladefabriek en vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m² - cacao‐ en chocoladefabriek en vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² - suikerwerkfabrieken met suikerbranden
1584
10821
5
1584
10821
6
1585
1073
1586
1083
0
Koffiebranderijen en theepakkerijen:
1586
1083
1
1586
1083
2
1587
INDICES GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR
GELUID
STOF
GEUR
AFSTANDEN IN METERS
VERKEER
SBI‐2008
CATEGORIE
SBI‐1993
VNG‐nr.
OMSCHRIJVING
5
100
R
500
5.1
2 G
200
R
1000
5.3
3 G
100
50
R
500
5.1
2 G
50
30
100
3.2
2 G
10
30
10
30
2
1 G
300
30
50
30
R
300
4.2
2 G
- suikerwerkfabrieken zonder suikerbranden: p.o. > 200 m²
100
30
50
30
R
100
3.2
2 G
- suikerwerkfabrieken zonder suikerbranden: p.o. <= 200 m²
30
10
30
10
30
2
1 G
Deegwarenfabrieken
50
30
10
10
50
3.1
2 G
- koffiebranderijen
500
30
200
10
500
5.1
2 G
- theepakkerijen
100
10
30
10
100
3.2
2 G
108401
Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden
200
30
50
10
200
4.1
2 G
1589
1089
Vervaardiging van overige voedingsmiddelen
200
30
50
30
200
4.1
2 G
1589.1
1089
Bakkerijgrondstoffenfabrieken
200
50
50
50
4.1
2 G
1589.2
1089
0
Soep‐ en soeparomafabrieken:
1589.2
1089
1
- zonder poederdrogen
100
10
50
10
1589.2
1089
2
- met poederdrogen
300
50
50
50
1589.2
1089
Bakmeel‐ en puddingpoederfabrieken
200
50
50
1591
110101
Destilleerderijen en likeurstokerijen
300
30
200
1592
110102
0
Vervaardiging van ethylalcoholdoorgisting:
C
C
Z
D
D
R
200 100
3.2
2 G
R
300
4.2
2 G
30
200
4.1
2 G
30
300
4.2
2 G
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
VERKEER
1592
110102
1
- p.c. < 5.000 ton/jaar
200
30
200
C
30
R
200
4.1
1 G
1592
110102
2
- p.c. >= 5.000 ton/jaar
300
50
300
C
50
R
300
4.2
2 G
1593 t/m 1595
1102 t/m 1104
Vervaardiging van wijn, cider en dergelijke
10
0
30
C
0
30
2
1 G
1596
1105
Bierbrouwerijen
300
30
100
C
50
300
4.2
2 G
1597
1106
Mouterijen
300
50
100
C
30
300
4.2
2 G
1598
1107
Mineraalwater‐ en frisdrankfabrieken
10
0
100
100
3.2
3 G
16
12
160
120
200
30
50
30
200
4.1
2 G
17
13
171
131
10
50
100
30
100
3.2
2 G
172
‐
AFSTANDEN IN METERS GELUID
OMSCHRIJVING
‐
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL
132
0
Weven van textiel:
172
132
1
- aantal weefgetouwen < 50
10
10
100
172
132
2
- aantal weefgetouwen >= 50
10
30
300
173
133
Textielveredelingsbedrijven
50
0
174,175
139
Vervaardiging van textielwaren
10
0
1751
1393
Tapijt‐, kokos‐ en vloermattenfabrieken
100
176,177
139, 143
Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen
0
18
14
181
141
Vervaardiging kleding van leer
30
0
50
182
141
Vervaardiging van kleding en –toebehoren (exclusief van leer)
10
10
30
183
142, 151
Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont
50
10
10
19
15
191
151, 152
300
30
100
Bewerken en spinnen van textielvezels
‐
50
R R
VERWERKING VAN TABAK Tabakverwerkende industrie
‐
INDICES
GEVAAR
SBI‐2008 VNG‐nr.
SBI‐1993
STOF
Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten
GEUR
6
C
0
100
3.2
2 G
50
300
4.2
3 G
50
10
50
3.1
2 G
50
10
50
3.1
1 G
30
200
10
200
4.1
2 G
10
50
10
50
3.1
1 G
0
50
3.1
1 G
10
30
2
2 G
10
50
3.1
1 G
10
300
4.2
2 G
Z
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCLUSIEF KLEDING) Lederfabrieken
Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten
192
151
Lederwarenfabrieken (exclusief kleding en schoeisel)
50
10
30
10
50
3.1
2 G
193
152
Schoenenfabrieken
50
10
50
10
50
3.1
2 G
20
16
2010.1
16101
0
50
100
50
100
3.2
2 G
2010.2 2010.2
200
30
50
10
200
4.1
2 G 2 G
INDICES GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR
GELUID
STOF
GEUR
AFSTANDEN IN METERS
D
VERKEER
SBI‐2008
CATEGORIE
SBI‐1993
VNG‐nr.
OMSCHRIJVING
7
‐
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK EN DERGELIJKE
16102
0
Houtconserveringsbedrijven:
16102
1
- met creosootolie
2010.2
16102
2
- met zoutoplossingen
10
30
50
10
50
3.1
202
1621
Fineer‐ en plaatmaterialenfabrieken
100
30
100
10
100
3.2
3 G
203,204,205
162
0
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout
0
30
100
0
100
3.2
2 G
203,204,205
162
1
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m²
0
30
50
0
50
3.1
1 G
205
162902
Kurkwaren‐, riet‐ en vlechtwerkfabrieken
10
10
30
0
30
2
1 G
21
17
2111
1711
200
100
200
C
200
4.1
3 G
2112
1712
0
Papier‐ en kartonfabrieken:
2112
1712
1
- p.c. < 3 ton/uur
50
30
50
C
30
R
50
3.1
1 G
2112
1712
2
- p.c. 3 ‐ 15 ton/uur
100
50
200
C
Z
50
R
200
4.1
2 G
2112
1712
3
- p.c. >= 15 ton/uur
200
100
300
C
Z
100
R
300
4.2
3 G
212
172
Papier‐ en kartonwarenfabrieken
30
30
100
C
30
R
100
3.2
2 G
2121.2
17212
0
Golfkartonfabrieken:
2121.2
17212
1
- p.c. < 3 ton/uur
30
30
100
C
2121.2
17212
2
- p.c. >= 3 ton/uur
50
30
200
C
22
18
‐
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUCTIE VAN OPGENOMEN MEDIA
2221
1811
30
0
100
C
Houtzagerijen
‐
R
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER‐ EN KARTONWAREN Vervaardiging van pulp
Drukkerijen van dagbladen
50
Z
R
30
R
100
3.2
2 G
30
R
200
4.1
2 G
100
3.2
3 G
10
1812
Drukkerijen (vlak‐ en rotatiediepdrukkerijen)
30
0
100
10
100
3.2
3 G
2222.6
18129
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
10
0
30
0
30
2
1 P
2223
1814
A
Grafische afwerking
0
0
10
0
10
1
1 G
2223
1814
B
Binderijen
30
0
30
0
30
2
2 G
2224
1813
Grafische reproductie en zetten
30
0
10
10
30
2
2 G
2225
1814
Overige grafische activiteiten
30
0
30
10
30
223
182
Reproductiebedrijven opgenomen media
0
0
10
0
23
19
231
191
Cokesfabrieken
1000
700
1000
C
Z
100
2320.1
19201
Aardolieraffinaderijen
1500
100
1500
C
Z
1500
2320.2
19202
A
Smeeroliën‐ en vettenfabrieken
50
0
100
2320.2
19202
B
Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie
300
0
100
2320.2
19202
C
Aardolieproductenfabrieken n.e.g.
300
0
233
210, 212, 244
Splijt‐ en kweekstoffenbewerkingsbedrijven
10
24
20
‐
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUCTEN
2411
2011
0
Vervaardiging van industriële gassen:
2411
2011
1
- luchtscheidingsinstallatie v.c. >= 10 ton/dag lucht
2411
2011
2
2411
2011
3
2412
2012
2413
2012
0
Anorganische chemische grondstoffenfabrieken:
2413
2012
1
- niet vallend onder 'post‐Seveso‐richtlijn'
100
30
2413
2012
2
- vallend onder 'post‐Seveso‐richtlijn'
300
50
2414.1
20141
A0
Organische chemische grondstoffenfabrieken:
GELUID
GEUR
INDICES
D
VERKEER
2222
‐
AFSTANDEN IN METERS STOF
OMSCHRIJVING
GEVAAR
SBI‐2008 VNG‐nr.
SBI‐1993
CATEGORIE
Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten
GROOTSTE AFSTAND
8
2
2 G
10
1
1 G
R
1000
5.3
2 G
R
1500
6
3 G
30
R
100
3.2
2 G
50
R
300
4.2
2 G
200
50
R
300
D
4.2
2 G
10
100
1500
1500
D
6
1 G
10
0
700
C
- overige gassenfabrieken, niet explosief
100
0
500
- overige gassenfabrieken, explosief
100
0
500
Kleur‐ en verfstoffenfabrieken
200
0
200
AARDOLIE‐/STEENKOOLVERWERKENDE INDUSTRIE; BEWERKING SPLIJT‐ /KWEEKSTOFFEN
Z
100
R
700
5.2
3 G
C
100
R
500
5.1
3 G
C
300
R
500
5.1
3 G
C
200
R
200
D
4.1
3 G
300
C
300
R
300
D
4.2
2 G
500
C
700
R
700
D
5.2
3 G
Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten
2414.1
20141
A1
- niet vallend onder 'post‐Seveso‐richtlijn'
300
10
200
C
300
R
300
D
4.2
2 G
2414.1
20141
A2
- vallend onder 'post‐Seveso‐richtlijn'
1000
30
500
C
700
R
1000
D
5.3
2 G
2414.1
20141
B0
Methanolfabrieken:
2414.1
20141
B1
- p.c. < 100.000 ton/jaar
100
0
200
C
2414.1
20141
B2
- p.c. >= 100.000 ton/jaar
200
0
300
C
2414.2
20149
0
Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synthetische):
2414.2
20149
1
- p.c. < 50.000 ton/jaar
300
0
200
C
2414.2
20149
2
- p.c. >= 50.000 ton/jaar
500
0
300
C
2415
2015
Kunstmeststoffenfabrieken
500
300
500
C
2416
2016
Kunstharsenfabrieken en dergelijke
700
30
300
242
202
0
Landbouwchemicaliënfabrieken:
242
202
1
- fabricage
300
50
242
202
2
- formulering en afvullen
100
10
243
203
Verf, lak en vernisfabrieken
300
2441
2110
0
Farmaceutische grondstoffenfabrieken:
2441
2110
1
- p.c. < 1.000 ton/jaar
2441
2110
2
- p.c. >= 1.000 ton/jaar
2442
2120
0
Farmaceutische productenfabrieken:
2442
2120
1
- formulering en afvullen geneesmiddelen
50
10
2442
2120
2
- verbandmiddelenfabrieken
10
10
2451
2041
Zeep‐, was‐ en reinigingsmiddelenfabrieken
300
100
200
C
100
2452
2042
Parfumerie‐ en cosmeticafabrieken
300
30
50
C
50
2462
2052
0
Lijm‐ en plakmiddelenfabrieken:
2462
2052
1
- zonder dierlijke grondstoffen
100
10
100
50
2462
2052
2
- met dierlijke grondstoffen
500
30
100
50
2464
205902
Fotochemische productenfabrieken
50
10
100
50
R
2466
205903
Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken
50
10
50
50
R
A
INDICES GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR
GELUID
STOF
GEUR
AFSTANDEN IN METERS
VERKEER
SBI‐2008
CATEGORIE
SBI‐1993
VNG‐nr.
OMSCHRIJVING
9
100
R
200
4.1
2 G
200
R
300
4.2
3 G
100
R
300
4.2
2 G
200
R
500
5.1
3 G
500
R
500
5.1
3 G
C
500
R
700
5.2
3 G
100
C
1000
R
1000
5.3
3 G
30
C
500
R
500
D
5.1
2 G
30
200
C
300
R
300
D
4.2
3 G
200
10
200
C
300
R
300
4.2
1 G
300
10
300
C
500
R
500
5.1
2 G
50
50
R
30
10
Z
Z
50
3.1
2 G
30
2
2 G
R
300
4.2
3 G
R
300
4.2
2 G
100
3.2
3 G
500
5.1
3 G
100
3.2
3 G
50
3.1
3 G
Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten
221101
2512
VERKEER
22
2511
CATEGORIE
25
B
Overige chemische productenfabrieken n.e.g.
200
30
100
C
200
R
200
4.1
2 G
Kunstmatige synthetische garen‐ en vezelfabrieken
300
30
300
C
200
R
300
4.2
3 G
300
50
300
C
100
R
300
4.2
2 G
50
10
30
50
3.1
1 G
GROOTSTE AFSTAND
2060
INDICES
GEVAAR
205903
247
AFSTANDEN IN METERS GELUID
2466
OMSCHRIJVING STOF
SBI‐2008 VNG‐nr.
SBI‐1993
GEUR
10
‐
VERVAARDIGING VAN PRODUCTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF
221102
0
Loopvlakvernieuwingsbedrijven:
2512
221102
1
- vloeroppervlak < 100 m²
2512
221102
2
- vloeroppervlak >= 100 m²
200
50
100
50
R
200
2513
2219
Rubberartikelenfabrieken
100
10
50
50
R
100
252
222
0
Kunststofverwerkende bedrijven:
252
222
1
- zonder fenolharsen
200
50
100
100
R
252
222
2
- met fenolharsen
300
50
100
200
R
252
222
3
- productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen
50
30
50
30
26
23
‐
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT‐, KALK‐ EN GIPSPRODUCTEN
261
231
0
Glasfabrieken:
261
231
1
- glas en glasproducten, p.c. < 5.000 ton/jaar
30
30
100
261
231
2
- glas en glasproducten, p.c. >= 5.000 ton/jaar
30
100
300
261
231
3
- glaswol en glasvezels, p.c.< 5.000 ton/jaar
300
100
100
261
231
4
- glaswol en glasvezels, p.c. >= 5.000 ton/jaar
500
200
300
2612
231
Glas‐in‐loodzetterij
10
30
30
10
2615
231
Glasbewerkingsbedrijven
10
30
50
10
262, 263
232, 234
0
Aardewerkfabrieken:
262, 263
232, 234
1
- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW
10
10
30
262, 263
232, 234
2
- vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW
30
50
264
233
A
Baksteen en baksteenelementenfabrieken
30
200
264
233
B
Dakpannenfabrieken
50
200
Rubberbandenfabrieken
30
30
D
4.1
2 G
3.2
1 G
200
4.1
2 G
300
4.2
2 G
50
3.1
2 G
D
100
3.2
1 G
300
4.2
2 G
300
4.2
1 G
500
5.1
2 G
30
2
1 G
50
3.1
1 G
10
30
2
1 G
100
30
100
3.2
2 G
200
30
200
4.1
2 G
200
100
200
4.1
2 G
C
Z
50
R
30 C
Z
50
R
R