CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bijlage 3_ Archeologisch bureauonderzoek

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4'9.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Your safety is our concern

Bureauonderzoek Archeologie A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Kennis- en adviescentrum

Detectie

Vliegtuigberging

Historisch vooronderzoek

Benaderen en veiligstellen

Archeologie

Risicoanalyse

Offshore

Sanering

Pagina 1 van 6

rapportnummer

A22015

titel

Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

versienummer

1.0

status

definitief

datum

14 juni 2022

vestiging

Hermalen 7 5481 XX Schijndel 073-5431010 info@bodac.nl / j.vanbeers@bodac.nl

opsteller

J.A.J. van Beers

autorisatie

Y .Raczynski-Henk (senior KNA archeoloog)

paraaf

© Bodac bv, Schijndel Foto’s en tekeningen: Bodac bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Bodac bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2452-2074 (Analoog rapport) ISSN: 2452-2066 (Digitaal rapport E-depot) Kwaliteitszorg Bodac bv beschikt over alle kwaliteitscertificaten voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek, afgegeven door de SIKB. Het certificaat geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de RCE stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving.

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 2 van 7

Inhoudsopgave Administratieve gegevens

3

Samenvatting

4

1

6

Inleiding 1.1 1.2 1.3

2

Aanleiding voor het onderzoek Juridisch en methodologisch kader Overzicht van de geplande ingrepen

Het Bureauonderzoek

6 6 8

9

2.1 Doel- en vraagstelling 9 2.2 Huidige en toekomstige situatie onderzoeksgebied 9 2.3 Landschappelijke situatie 9 2.3.1 Algemene aardkundige situatie 9 2.3.2 Gegevens uit DINOloket 12 2.3.3 Geomorfologie 12 2.3.4 Bodemkunde 12 2.3.5 AHN-analyse Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2.4 Synthese aardkundig kader Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2.5 Bekende archeologische waarden 16 2.6 Historische ontwikkeling en bebouwing 19 2.6.1 Algemene geschiedenis van Veghel 19 2.6.2 Beschrijving van het plangebied op basis van oude kaarten en andere bronnen 19 2.7 Mogelijke verstoringen 20 2.8 Synthese archeologisch en historisch kader 22 2.9 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel 25

3

Conclusie 3.1 3.2

Conclusie Aanbevelingen

27 27 27

Literatuurlijst

28

Lijst van figuren en tabellen

30

Bijlage 1

31

Werkzaamheden binnen het onderzoeksgebied

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 3 van 8

Administratieve gegevens projectcode toponiem adres/locatie plaats gemeente provincie omvang plangebied omvang onderzoeksgebied coördinaten projectgebied

kadastrale gegevens

(RO) kader onderzoek opdrachtgever

bevoegde overheid

adviseur archeologie namens bevoegde overheid

ARCHIS3 zaakidentificatienummer archeoregio NOaA beheer en plaats documentatie uitvoerder uitvoeringsperiode medewerkers

A22015 Waterproductiebedrijf Balkenburg 2 Veghel gemeente Meierijstad Noord-Brabant 79,69 hectare 230 hectare NW: 168538(x)/403627(y) NO: 168827(x)/403289(y) ZW: 168107(x)/401313(y) ZO: 168347(x)/401223(y) centrum: 168415(x)/402552(y) Veghel N 2361- N 357- N 122- N 121- N 120- N 119- N 118- N 350- N 351- N 347-N 346-N 369- N 370- N 834- N 2359- N 2360 – N 461- N 483- N 2076- N 1521- N 1520- N 1627- N 486- N 2077 vergunning nieuwbouw Brabant Water dhr. K Jansen 4817 ZN Breda tel: 073-6837309 e-mail: korne.jansen@brabantwater.nl Gemeente Meierijstad dhr. M. van den Broek 5461 KN Veghel tel: 0413 381 838 e-mail: mvandenbroek@meierrijstad.nl Erfgoed ‘s-Hertogenbosch dhr. J. van der Roest Postbus 1234 5200 GZ ‘s-Hertogenbosch tel: 06-22178342 e-mail: j.vanderroest@s-hertogenbosch.nl 5259147100 Brabants zandgebied Bodac bv, Schijndel / Provinciaal Archeologisch Depot NoordBrabant/ e-depot Bodac bv uitwerking en rapportage: mei-juni 2022 dhr. drs. Y. Raczynski-Henk senior KNA archeoloog 33415029 dhr. J.A.J. van Beers BSc archeoloog

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 4 van 9

Samenvatting In opdracht van Brabant Water heeft Bodac een bureauonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd voor de locatie Veghel gelegen aan de provinciale weg N616. Binnen de locatie zal een zuiveringsgebouw worden gerealiseerd met behorende leidingen die hiervoor aangelegd moeten worden. Om een verwachting op te stellen is gekeken naar landschappelijke, geomorfologische, bodemkundige, historische en archeologische bronnen. Dit is gedaan om te bepalen wat voor archeologische sporen in het onderzoeksgebied aanwezig kunnen zijn, wat de conservering is en welke perioden er verwacht kunnen worden. Het onderzoeksgebied bevind zich in het Brabants zandgebied, waar onder eolische omstandigheden pakketten dekzand zijn afgezet, met lokaal lagen leem. Geomorfologisch gezien is binnen het onderzoeksgebied sprake van een dekzandvlakte en ten dele verspoelde dekzanden. Op de bodemkaart wordt de omgeving van het onderzoeksgebied aangegeven als beekeerdbodem, veldpodzolbodem, laarpodzolbodem en hoge zwarte enkeerdbodem. Rondom het onderzoeksgebied zijn booronderzoeken, proefsleuven en archeologische begeleidingen uitgevoerd. Bij deze onderzoeken zijn vondsten en sporen uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd gedaan. Sporen als kuilen en greppels die behoren aan oude verkaveling zijn gedocumenteerd.

Op historisch kaartmateriaal is te zien dat het plangebied meerdere keren in percelenomvang en bijbehorend wegenpatroon is veranderd. Dit is mogelijk door herinrichting van de landbouw voor de zuivel en vee productie gedaan. Op de locatie van het te nieuwe realiseren zuiveringsgebouw zijn op het oudst beschikbaar kaartmateriaal twee vennen zichtbaar, deze worden genoemd als het “Groot en Klein Mergelven”. Hiervoor staat de term mergel als benaming voor mest of meststof. De vennen kunnen vergraven zijn voor mestwinning of zijn zo benoemd met betrekking van bemesting in het gebied. Ten tijde van deze vennen was het onderzoeksgebied nog “woeste grond’. Gelegen in het noordelijke deel van het onderzoeksgebied is historisch toponiem Blankens Kerkhof. Hier werden tussen de 19e eeuw en begin tweede helft van de 20ste eeuw mensen begraven die niet gelovig waren of via zelfdoding om het leven zijn gekomen. De geplande ontgraving voor het zuiveringsgebouw is over een deel van de oude vennen gepland. Omtrent het geringe vondstmateriaal, de verstoorde bodem en lage verwachting zal geen vervolgonderzoek uitgevoerd hoeven te worden. Het rapport en bovenstaand selectieadvies dienen beoordeeld te worden door (de adviseur archeologie van) de gemeente Meierijstad. Op basis van de inhoudelijke onderbouwing van het selectieadvies beslist deze of dit wordt omgezet in een selectiebesluit.

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 5 van 10

Figuur 1. Plan- en onderzoeksgebied op de topografische kaart (bron: Opentopo).

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 6 van 11

1 Inleiding 1.1

Aanleiding voor het onderzoek

In opdracht van Brabant Water N.V. is door Bodac B.V. een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie Waterproductiebedrijf Veghel. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de bouw van een nieuw zuiveringsgebouw van circa 1.600 vierkante meter en het aanleggen van kabels en leidingen ten behoeve van de nieuwbouw (Figuur 1). Het onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of in het onderzoeksgebied archeologische waarden aanwezig kunnen zijn. In hoeverre de voor archeologie relevante bodemlagen mogelijk intact zijn gebleven en wat de diepteligging van deze lagen is.

1.2

Juridisch en methodologisch kader

Sinds 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De archeologische potentie en de daaraan verbonden consequenties met betrekking tot het plangebied zijn vastgelegd in de Archeologische Waardenkaart van de voormalige gemeente Veghel (Figuur 2). 1 Op basis hiervan is het plangebied voor het overgrote gedeelte gelegen in een zone met een lage archeologische verwachting. Archeologisch onderzoek is verplicht bij voorgenomen ingrepen die een groter gebied bestrijken dan 10.000 vierkante meter en dieper reiken dan 0,30 meter onder maaiveld. Binnen het onderzoeksgebied bevinden zich twee elementen met een hoge archeologische waarde. De grenswaarden voor een hoge waarde gelden voor ingrepen bij een gebied groter dan 100 vierkante meter en 0,30 meter onder maaiveld. Als aanvulling bij deze twee elementen geldt de hoge verwachting vanwege een historische dorpskern of cultuurhistorisch element. Naast deze verwachtingszones zijn er gedeelten binnen het onderzoeksgebied aangegeven als zone waar geen verder archeologisch onderzoek noodzakelijk is.

Als laatste zijn enkele zones als verstoord aangegeven. Hier hoeft geen regulier archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden, maar wordt wel aanbevolen om de heemkundekring mee te laten kijken. 2 De voorgenomen plannen houden een verstoring in die deels de kleinste ondergrenzen overschrijdt. Op basis daarvan is de initiatiefnemer verplicht om onderzoek te doen uitvoeren naar de aan- of afwezigheid van archeologische resten of sporen in het plangebied, de gaafheid en conservering daarvan en het effect van de voorgenomen ingrepen op deze archeologische waarden. Dit onderzoek dient te resulteren in een uitspraak over de archeologische potentie van het plangebied (zijn archeologische resten in het plangebied aanwezig, en zo ja, zijn ze behoudenswaardig) en een selectieadvies over de aard van het eventueel uit te voeren vervolgonderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1), protocol 4002. 3

Boshoven & Bueshink 2009. Mol & Goossens 2018. 3 SIKB 2018. 1 2

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 7 van 12

Figuur 2 Onderzoeks -en plangebied weergegeven op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (bron: Boshoven & Bueshink).

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 8 van 13

1.3

Overzicht van de geplande ingrepen

In het plangebied zijn de volgende ingrepen gepland: het leggen van leidingen en plaatsen van zuiveringsgebouw aan Blankenburg nummer 4. De aard van de voorgenomen ingrepen betreft het realiseren van nieuwbouw. Op bouwtekeningen wordt aangegeven dat de kelder van het gebouw circa 4,20 meter onder maaiveld komt. De oppervlakte van het gebouw is 1699,714 m². Hiermee blijft het onder de 10.000 m² verstoringsoppervlakte maar de kelder overschrijd de maximale 0,30 meter onder maaiveld diepte. Naast de nieuwbouw worden ook nieuwe leidingen aangelegd en deels verwijderd/vervangen. De bouwtekeningen zijn weergegeven als bijlage.

De consequentie van de voorgenomen ingrepen kan zijn dat eventuele in de ondergrond aanwezige archeologische resten worden aangetast. Op basis daarvan dient de aan- of afwezigheid van archeologische resten of sporen te worden vastgesteld.

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 9 van 14

2 Het Bureauonderzoek 2.1

Doel- en vraagstelling

Een bureauonderzoek vormt de eerste fase van een archeologisch onderzoek in een gebied. Tijdens een bureauonderzoek worden de huidige situatie, de toekomstige situatie, de landschappelijke situatie, de bekende archeologische gegevens uit de omgeving en de historische situatie van het projectgebied onderzocht aan de hand van geschreven bronnen en kaartmateriaal. Door middel van een synthese van de onderzochte gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Als er eenmaal een gespecificeerde verwachting is opgesteld wordt er onderzocht of de verwachte archeologische waarden door de voorgenomen ingreep bedreigd worden en zo ja, op welke wijze en of een verstoring van de potentiële archeologische waarden voorkomen kan worden. Als het niet mogelijk is om een verstoring van de verwachte archeologische waarden te voorkomen, wordt een advies opgesteld voor archeologisch vervolgonderzoek. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: − Zijn archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting (ligging, datering, aard, conserveringstoestand, enzovoort)? − Worden deze archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ingrepen? − Is het onderzoeksgebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van archeologisch vervolgonderzoek kan worden geadviseerd?

2.2

Huidige en toekomstige situatie onderzoeksgebied

Het onderzoeksgebied is gelegen aan de N616 en Balkenburg 2 te Veghel. In het zuiden wordt het gebied begrensd door de straat Wilbertshoeve ter hoogte van nummer 11 en de straat Ham. In het noorden door de Hoger Duinenweg 4a en Het Melven. Het plangebied heeft een oppervlakte van 79,69 hectare en wordt gebruikt als waterwingebied voor Brabant Water. te realiseren zuiveringsgebouw, het verwijderen van bestaande leidingen en plaatsten van nieuwe leidingen. De precieze ingrepen zijn weergegeven in Bijlage 1.

2.3

Landschappelijke situatie

Tijdens het onderzoek naar de landschappelijke ligging van het onderzoeksgebied zijn de volgende (hoofd)bronnen gebruikt: − geomorfologische kaart van Nederland (zie Figuur 2); 4 − bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 (zie Figuur 3); 5 − actueel hoogtebestand Nederland (Figuur 4); 6 − DINOloket; 7 − relevante literatuur.

2.3.1 Algemene aardkundige situatie Het plan -en onderzoeksgebied bevinden zich in de archeoregio Brabants zandgebied, die op zijn beurt binnen het zuidelijke zandgebied van Nederland valt. 8 Het plangebied ligt in de Roerdalslenk, een dalingsgebied sinds de afgelopen 25 miljoen jaar. 9 De diepere ondergrond in het plangebied bestaat uit periglaciale afzettingen die worden gerekend tot de Formatie van Stramproy. 10 Deze bevinden zich ter plaatse op een diepte van meer dan 60 meter onder maaiveld. Zij worden afgedekt door fluviatiele sedimenten van het Maas-Rijn Alterra, 2008; raadpleging via Archis3, RCE; toelichting op geomorfologische waarden via Maas e.a. 2019. Alterra, 2014; raadpleging via Archis3, RCE. 6 http://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/. 7 www.dinoloket.nl 8 Berendsen e.a. 2019. 9 Michon & van Balen 2005. 10 TNO-GDN 2022a. 4 5

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 10 van 15 systeem, die worden gerekend tot de Formatie van Sterksel. 11 Hierboven zijn fluviatiele afzettingen aanwezig van de Maas, die worden gerekend tot de Formatie van Beegden. 12 De top van deze fluviatiele afzettingen uit het Vroeg- en Midden-Pleistoceen ligt in het plangebied op een diepte van ongeveer 15 meter onder maaiveld.

geologie

geomorfologie

Formatie

Holoceen

stuifzand

laat

Pleistoceen

laat

Weichsel

Preboreaal Jonge Dryas Allerød Oude Dryas Bølling Oudste Dryas

pleniglaciaal

Laagpakket

ouderdom (BP)

Kootwijk

10.640 - 1950

jong dekzand II Lg. v. Usselo jong dekzand I

Boxtel

oud dekzand II Lg. v. Beuningen oud dekzand I

14.650 - 73.000

vroeg Eemien midden vroeg

10.640 - 11.650 11.650 - 12.850 12.850 - 13.900 13.900 - 14.000 14.000 - 14.650

Stramproy

73.000 - 116,000 119.000 - 126.000 126.000 - 465.000 465.000 - 2.580.000

Tabel 1. Overzicht van de geo(morfo)logische indeling en ouderdom van de natuurlijke ondergrond in het plangebied.

Gedurende de Saale en Weichsel-ijstijden zijn deze sedimenten bedekt met een laag afzettingen van wisselende dikte, die onder koude omstandigheden zijn gevormd. Deze worden tot de Formatie van Boxtel gerekend. 13 De afzettingen uit deze periode kunnen globaal worden onderverdeeld in Brabants leem, fluvioperiglaciale afzettingen (smeltwaterafzettingen) en eolische afzettingen (löss en dekzand). Brabants leem is in perioden met permafrost ontstaan uit door de wind aangevoerd materiaal waaruit door dooiwaterstroompjes de fijne deeltjes worden uitgewassen, die vervolgens zijn afgezet in ondiepe vochtige depressies (dooimeren). Fluvioperiglaciale afzettingen, oftewel verspoelde dekzand- en rivierafzettingen, ontstaan wanneer aan het begin en eind van de glacialen, en dan voornamelijk in de zomermaanden, veel smeltwater vrijkomt. Dit water wordt afgevoerd door een systeem van verwilderde geulen en beken, waarbij de ontdooide bovengrond verspoeld raakt. De afzettingen die hierbij tot stand komen, bestaan uit min of meer gelaagde zanden, met eventueel leemlagen en/of planten- en houtresten. Door het ontbreken van vegetatie wordt in de droge en zeer koude glacialen door de wind sediment verplaatst en elders weer afgezet. In het pleniglaciaal (Midden-Weichselien) wordt zo het Oudere Dekzand als een deken over het vrijwel vegetatieloze landschap afgezet.

Het Oudere Dekzand is vaak horizontaal gelaagd met lemige banden. Door de (discontinue) aanwezigheid van een grindrijk niveau, de zogenaamde Laag van Beuningen, dat is ontstaan door uitblazing van fijnere delen, 14 kan soms eenvoudig onderscheid worden gemaakt in het ouder dekzand I en II. Deze laag is echter niet overal aanwezig. In het laatglaciaal (Laat-Weichselien) is de begroeiing weer wat dichter, waardoor de verstuiving een meer lokaal karakter heeft, en het zogenaamde Jonger Dekzand wordt afgezet in de vorm van langgerekte, voornamelijk ZW-NO georiënteerde ruggen. Het Jonger Dekzand is meestal niet gelaagd. Gedurende de interstadialen 15 zijn plaatselijk leemlagen, veenlaagjes of bodems gevormd. Zo vindt gedurende het Allerødinterstadiaal op de hogere terreindelen bodemvorming plaats, die nu lokaal nog te herkennen is als een grijswitte laag met houtskoolresten. Deze zogenaamde Laag van Usselo bevindt zich tussen het jong dekzand

TNO-GDN 2022b. TNO-GDN 2022c. 13 TNO-GDN 2022d. 14 Een zogenaamd desert pavement. 15 Relatief warme periode binnen een glaciaal. 11 12

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 11 van 16 I 16 en het jong dekzand II 17. Het eolisch afgezette dekzand wordt gerekend tot het Laagpakket van Wierden, binnen de Formatie van Boxtel. 18 bron geomorfologische kaart lithostratigrafie bodemkaart

boringen DINO-loket

informatie dekzandrug: B53 vlakte van ten dele verspoelde dekzand of löss: M53 Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden 19 veldpodzol; leemarm en zwak lemig fijn zand: Hn21 beekeerdgrond; leemarm en zwak lemig fijn zand : pZg21 laarpodzolgrond; leemarm en zwak lemig fijn zand: cHn21 BRO GeoTOP B45G0184 (168551X/403073Y): 0-3,00 meter: zand, zeer fijn tot matig grof, lokaal siltig, lokaal humeus, eolisch, Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden 3,00-5,00 meter: zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig. Grindig of humeus; leem, lokaal zandig, klei, siltig tot zandig, humeus; veen, kleiig, eolisch (dekzand-, löss en duinafzettingen); fluviatiel (beekafzettingen); lacustrien; organogeen. BRO GeoTOP B45G0224 (168550X/403485Y): 0-1,00 meter: zand, zeer fijn tot matig grof, lokaal siltig, lokaal humeus, eolisch (dekzandafzettingen), Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden 1,00-5,00 meter: zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; leem, lokaal zandig; klei, siltig tot zandig, humeus; veen, kleiig, eolisch (dekzand-, löss en duinafzettingen); fluviatiel (beekafzettingen); lacustrien; organogeen, Formatie van Boxtel. BRO GeoTOP B45G0423 (168377X/401971Y): 0-2,00 meter: zand, zeer fijn tot matig grof, lokaal siltig, lokaal humeus, eolisch (dekzandafzettingen), Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden.

2,00-5,00 meter: zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; leem, lokaal zandig; klei, siltig tot zandig, humeus; veen, kleiig, eolisch (dekzand-, löss en duinafzettingen); fluviatiel (beekafzettingen); lacustrien; organogeen. BRO GeoTOP B45G0414 (168397X/401439Y): 0-2,40 meter: zand, zeer fijn tot matig grof, lokaal siltig, lokaal humeus, eolisch (dekzandafzettingen), Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden 2,40-5,55 meter: zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; leem; lokaal zandig; klei; siltig tot zandig; humeus; veen, kleiig, eolisch (dekzandafzettingen), fluviatiel (beekafzettingen), lacustrien; organogeen.

AHN circa 9,97 meter +NAP Tabel 2 Aardkundige en landschappelijke gegevens met betrekking tot het plangebied.

Afgezet in het Oude Dryas-stadiaal. Afgezet in het Jonge Dryas-stadiaal. 18 TNO-GDN 2022d. 19 TNO-GDN 2022d. 16 17

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 12 van 17 2.3.2 Gegevens uit DINOloket Binnen het onderzoeksgebied zijn een groot aantal boringen gezet. Een aantal van deze boringen die op het terrein zijn gedaan worden hieronder beschreven. De boringen komen uit BRO GeoTOP v1.4.1, waarvan een aantal boringen hieronder van noord naar zuid worden besproken (Figuur 5). 20 De eerste boring is gezet in het noordelijk deel van het gebied. Boring B45G0224 is tot een diepte van 5,00 meter uitgevoerd. Tot 1,00 meter diep is een pakket fijn tot matig grof zand omschreven. Dit is toegewezen aan de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Onder dit pakket is zeer fijn tot zeer grof lokaal kleiig, humeus, siltig tot zandig zandpakket wat onder fluviatiele en/of lacustriene omstandigheden is afgezet. Dit zand behoort ook tot de Formatie van Boxtel. De tweede boring, met nummer B45G0184 is net als boring B45G0224 tot 5,00 meter maaiveld uitgevoerd. Tot 3,00 meter diep is een pakket fijn tot matig grof zand beschreven toegewezen aan de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Tussen 3,00 en 5,00 meter diep is zeer fijn tot zeer grof lokaal kleiig, humeus, siltig tot zandig zandpakket afgezet onder fluviatiele en/of lacustriene omstandigheden is afgezet beschreven. Dit pakket valt ook onder de Formatie van Boxtel. De volgende boring die wordt beschreven is meer in het zuiden bij de N616 gezet.

Boring B45G0423 net als de boringen hierboven tot 5,00 meter diep beschreven. Tot een diepte van 2,00 meter is een pakket fijn tot matig grof zand vastgesteld, dat aan de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden kan worden toegeschreven. Van 2,00 meter tot 5,00 meter diep is zeer fijn tot zeer grof lokaal kleiig, humeus, siltig tot zandig dekzand beschreven. Dit is zand dat onder fluviatiele en lacustriene omstandigheden is afgezet en wordt toegewezen aan de Formatie van Boxtel. De laatste boring met nummer B45G0414 is op de rand van het zuidelijk deel van het plangebied gezet. De boring is uitgevoerd tot 5,55 meter diepte, tot 2,40 meter diep is een pakket fijn tot matig grof zand vastgesteld. Dit pakket kan worden toegewezen aan de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Vanaf 2,40 tot aan 5,55 meter diepte is zeer fijn tot zeer grof lokaal kleiig, humeus, siltig tot zandig zand aangetroffen. Dit is zand dat onder fluviatiele en lacustriene omstandigheden is afgezet. Deze dekzanden worden toegewezen binnen de Formatie van Boxtel.

2.3.3 Geomorfologie 21 De geomorfologische kaart (Figuur 2) geeft binnen het onderzoeksgebied ‘dekzandvlakten met ten dele verspoelde dekzanden en löss’ (code M53) weer. Deze verspoelde afzettingen zijn gevormd door het smelten van de bevroren grond na de laatste ijstijd, de hoeveelheid smeltwater vervoeren de fijnere delen van het dekzand en löss mee. Het meegenomen sediment wordt op een andere plek weer afgezet. Het onregelmatig afzetten van het materiaal zorgt voor lokaal kleine verschillen in dikte van het pakket verspoeld materiaal. In het midden van het plangebied is een dekzandrug (B53) aangegeven, dekzandruggen zijn gevormd in de ijstijden waar door de wind zand is afgezet, normaal gezien in een noordoost-zuidwestelijke richting. Het gebied ter plaatse van het bestaande zuiveringsgebouw is niet gekarteerd, maar aangenomen kan worden dat de dekzandrug hier doorloopt met daaromheen de ten delen verspoelde dekzanden.

2.3.4 Bodemkunde De Bodemkaart van Nederland (Figuur 3) geeft aan dat binnen het onderzoeksgebied de volgende bodemtypen verwacht worden: veldpodzolgronden (Hn21) en beekeerdgronden (pZg21). In het zuiden van het onderzoeksgebied wordt een klein deel aangegeven als laarpodzol (cHn21). Veldpodzolen zijn podzolbodems met als voornaamste kenmerk dat een E-Horizont ontbreekt. De overgang naar de B-Horizont is bij veldpodzolen geleidelijk, vooral de overgang van B-Horizont naar C-Horizont kan een dikke laag zijn. Hierbij kan de C-Horizont soms pas op een diepte van 1,20 meter onder maaiveld worden aangetroffen. 22 Veldpodzolen komen in de relatief lager gelegen delen van de pleistocene gronden voor. Dinoloket.nl Maas e.a. 2019. 22 De Bakker & Schelling 1966, 32-34. 20 21

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 13 van 18 Veldpodzolen kunnen ook op lage dekzandruggen gevormd zijn, dan hebben ze tot aan de overgang van B naar C-Horizont ‘voeding’ van grondwater. Op hoge ruggen kunnen veldpodzolen alleen gevormd zijn waar hoge grondwaterstanden voorkomen, dit zijn bijvoorbeeld hoge dekzandruggen met veen. 23 Beekeerdbodems komen voornamelijk voor in de lagere gelegen delen in het zuiden en oosten van het land. De ijzerverdeling is in een beekeerdgrond ongelijk verdeeld, dankzij natuurlijke bodemvormende processen is dat tot stand gekomen. 24 Een beekeerdgrond vormt zich zoals de naam verwijst een onder invloed van een beek of stroom gevormde bodem. Hierbij is een dikke bruine of zwarte A-horizont gevormd. De A-Horizont is tussen de 25 en 40 centimeter in dikte en is vrijwel altijd bewerkt door de mens. 25 De bodem bestaat uit leemarm fijn zand. Laarpodzolen zijn podzol gronden die over het gehele pleistocene zandgebied voor kunnen komen. Dit zijn met name oude ontginningen uit de Middeleeuwen. De naam laar is waarschijnlijk afkomstig van loo. De donkere bovengrond is meestal opgeworpen door de mens en heeft een dikte van 30 tot 50 centimeter. Door plaggenbemesting is de A-Horizont goed ontwikkeld. 26

2.3.5 AHN-analyse Het Actueel Hoogtebestand Nederland toont het onderzoeksgebied op een gemiddelde hoogte van circa 10 meter +NAP (Figuur 4). Hierin zijn geen noemenswaardige hoogteverschillen zichtbaar.

2.4

Synthese aardkundig kader

Het plangebied bevind zich in het Brabants zandgebied, aan het maaiveld liggen afzettingen van de voorlaatste ijstijden. Het dekzand is afgezet onder eolische omstandigheden. Dat het dekzand als verspoeld wordt omschreven, geeft aan dat het onderzoeksgebied een relatief lagergelegen gebied betreft. Het gebied zal mogelijk een lagere vlakte zijn geweest die door eolische en fluviatiele processen langzaam met zand is opgevuld. Opvallend is wel dat hier in het midden van het plangebied een kleine dekzandrug gekarteerd is maar niet duidelijk op de AHN kaart opvalt als hoger liggende zone. De bodemkaart geeft aan dat binnen het plangebied veldpodzolbodems en beekeerdbodems aanwezig kunnen zijn. Beide bodemtypen komen voor in lagergelegen landschappen, wat overeenkomt met de hierboven genoemde verspoelde dekzandgronden.

De Bakker & Schelling 1966, 127. Idem, 77. 25 Idem, 63-69. 26 Idem, 128. 23 24

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 14 van 19

Figuur 3. Plan -en onderzoeksgebied weergegeven op geomorfologische kaart (bron: DINO).

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Figuur 4. Plan -en onderzoeksgebied weergegeven op bodemkundige kaart (bron: DINO).

Pagina 15 van 20

Figuur 5. Plan -en onderzoeksgebied weergegeven op AHN (bron: AHN viewer).

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Figuur 6 Plan -en onderzoeksgebied weergeven met DINO boringen (bron: DINOloket).

Pagina 16 van 21

2.5

Bekende archeologische waarden

Tijdens het onderzoek naar de bekende archeologische gegevens binnen het onderzoeksgebied zijn de volgende (hoofd)bronnen gebruikt: − archeologisch informatiesysteem (Archis 3.0); 27 − relevante archeologische onderzoeksrapporten via https://easy.dans.knaw.nl; − gemeentelijke archeologische waardenkaart; 28 − relevante literatuur; − Heemkunde Vechele. 29 De gemeentelijke archeologische beleidskaart is opgesteld door BAAC in opdracht van de gemeente Veghel (Figuur 7). Hierop is te zien dat het plangebied valt binnen een zone met een lage archeologische verwachting. In Archis zijn in de omgeving van het onderzoeksgebied een aantal onderzoeksmeldingen relevant, deze worden hieronder besproken (Figuur 6): -

-

-

-

-

-

4768385100: Ten zuidwesten van het plangebied aan de provinciale weg N616, is door RAAP een archeologische begeleiding uitgevoerd. Bij de herinrichting van de doorgaande weg zijn drie greppels en een losse kuil gedateerd uit de 19e-20ste eeuw gedocumenteerd. Tijdens het veldwerk zijn geen vondsten gedaan. 30 2433891100: Aan de Erpseweg nummer 8 heeft Archeodienst een bureauonderzoek uitgevoerd. Hieruit komt naar voren dat een lage verwachting gegeven is voor alle perioden en dat de bodem vrijwel zeker verstoord is. Daarom wordt archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. 31 4604707100: Ten westen van plangebied is door Econsultancy een bureau en booronderzoek uitgevoerd. Uit de 15 boringen die gezet zijn is alleen bij boring 2 en 13 een intact bodemprofiel gekarteerd. Uit deze boringen zijn de BC-horizont en C-horizont geïnterpreteerd als onverstoord en intact. Gekeken naar de verstoringen uit de andere 13 boringen is het advies bijgeschaald naar laag en is geen vervolg onderzoek noodzakelijk geacht. 32 4583234100: Een booronderzoek verdeeld over 11 deelgebieden in het buitengebied van Veghel uitgevoerd door Econsultancy. Deelgebied 10 valt binnen het zuidelijke deel van het plangebied, hier zijn binnen het deelgebied zes boringen gezet. Bij drie boringen is een laarpodzolbodem gekarteerd en bij de andere drie een licht tot matig verstoorde beekeerdgrond.

Bij het booronderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Het advies houdt wel in dat rekening gehouden moet worden met mogelijk aanwezige sporen van een landweer die in de buurt gelegen heeft. Als advies zouden proefsleuven dwars over de mogelijke landweer gegraven moeten worden. 33 2142128100: cultuurhistorisch rapport Veghel-Zuidoost opgesteld door Bilan. Hierbij gaat het om de algemene archeologische en cultuurhistorische waarden die in het Zuidoosten van Veghel bekend zijn. Het plangebied grenst aan de oostkant met dit grotere onderzoeksgebied, hierbij is een lage verwachtingszone aan het onderzoeksgebied toegerekend. 34 4816052100: Ten zuidoosten van het onderzoeksgebied is een proefsleuvenonderzoek door Econsultancy uitgevoerd. In totaal zijn bij dit onderzoek 17 grondsporen aangetroffen bestaande uit kuilen, paalkuilen en greppels. Een paar van de aangetroffen greppels waren te dateren op historisch kaartmateriaal als grenzen van oude percelen. Tijdens het onderzoek zijn er geen archeologische vondsten gedaan. 35 2411729100: BAAC heeft ten zuidwesten van het onderzoeksgebied een booronderzoek uitgevoerd. Binnen een deel van het plangebied is een restant van een veldpodzolbodem aangetroffen. In het zuidoosten van het plangebied zijn voederkuilen en een gegraven waterloop gekarteerd. Bij de gegraven voederkuilen is bodem als diep verstoord geacht.

Mogelijke archeologische waarden kunnen

http://archis.cultureelerfgoed.nl. Beusink & Boshoven 2012. 29 op 18-5-2022 gemaild, tot op heden geen reactie vernomen. 30 Te Kiefte 2020. 31 Schorn 2014. 32 Beurskens 2018. 33 Stiekema 2018. 34 van Dijk e.a. 2006. 35 Beurskens en Schutte 2020. 27 28

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 17 van 22 nog in de bodem aanwezig zijn maar de geplande werkzaamheden overschrijden de ontgravingsdiepte niet genoeg om deze te verstoren. Hierdoor word vervolg onderzoek niet meer noodzakelijk geacht. 36 −

36 37

4023929100: Ten zuidwesten van het onderzoeksgebied is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd door Econsultancy. Tijdens het onderzoek zijn twee vindplaatsen aangetroffen. Vindplaats 1 bestaat uit oude verkavelingssporen uit de Nieuwe Tijd, uit een van de greppels is aardewerk gevonden. Het aardewerk is gedateerd naar dezelfde periode als van de greppel. Vindplaats 2 bestaat uit paalsporen, een drenkkuil en nog wat losse sporen uit de Late Middeleeuwen. Hierbij is grijsbakkend aardewerk gevonden. 37

De Boer 2015. Van de Glind 2016.

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 18 van 23

Figuur 7. Plan -en onderzoeksgebied weergegeven met Archis 3 meldingen (bron: RCE).

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 19 van 24

2.6

Historische ontwikkeling en bebouwing

2.6.1 Algemene geschiedenis van Veghel Er zijn aanwijzingen dat de plaats reeds in de Romeinse tijd wordt de bewoond. De eerste vermelding van Veghel dateert pas in de 13e eeuw, toen schreef men over Vechele. Hierbij staat onder andere beschreven dat de Abdij van Berne, gelegen nabij Heeswijk-Dinther, de plaats Vechele in zijn bezit heeft. Hertog Jan II van Brabant gaf in 1310 gronden in gemeenschappelijk beheer aan parochianen uit de omgeving van Veghel. Tijdens De Tachtigjarige Oorlog of De Opstand is het dorp in 1583 door Staatse troepen verwoest. Daarnaast is bekend dat er in 1616 een pestepidemie in het gebied heerste. 38 In de 17e eeuw komt in Veghel een bloeiende handel op gang, hop wordt vervoerd richting Duitsland en zuivel wordt verhandeld op de markten van Sint-Oedenrode en ’s-Hertogenbosch. Veel vee werd juist vooral in Waalwijk verkocht. In 1719 kreeg Veghel van de Staten-Generaal het privilege om één keer per week een botermarkt te houden en vier keer per jaar een paarden- en beestenmarkt. De botermarkten zorgde ervoor dat in 1730 Veghel beschikte over een boterwaag, dit bevorderde de handel in zuivelproducten nog meer. Dit resulteerde in meer rijkdom. Het nieuwe raadhuis van 1782 is hier het resultaat van. 39 Een andere grote economische impuls voor de omgeving van Veghel was de voltooiing van de ZuidWillemsvaart (1822-1826).

Het transport in bouwstoffen, steenkolen en landbouwproducten nam toe, ook de groei in veeteelt, leerlooierijen, koren -en oliemolens en linnenweverijen zorgde voor een economische duw. In de tweede helft van de 19e eeuw was de handel in mestkalveren zo groot dat de bijnaam voor iemand uit Veghel ook een “Kuus” werd genoemd. 40 In september 1944 werd tijdens de Tweede Wereldoorlog operatie Market Garden uitgevoerd. Tijdens deze operatie zijn op verschillende locaties in Nederland parachutisten van de geallieerden geland met als doel de bruggen over de Maas en Waal te verzekeren. Als deze operatie slaagde kon worden gewerkt naar een verdere doorstoot naar Duitsland. Veghel wordt met deze operatie snel bevrijd maar Eerde blijft nog in Duitse handen. Door een tegenaanval vanuit Eerde kunnen de Duitsers de beweging van troepen dermate vertragen dat de geallieerden Arnhem niet op tijd bereiken. 41 Het Blankens kerkhof is een toponiem binnen het plangebied wat opvalt. Historisch gezien is bekend dat dit een kerkhof is waar mensen werden begraven die bijvoorbeeld niet christelijk waren of zelfdoding hadden gepleegd. Het kerkhof dateert uit de 19e eeuw en is vernoemd naar de eerste persoon die daar begraven is. Direct na de Tweede Wereldoorlog zijn hier de laatste ‘slechte mensen‘ begraven. Sinds 1983 is het gebied relatief beschermd en ligt het ongeroerd in het gebied. 42

2.6.2 Beschrijving van het plangebied op basis van oude kaarten en andere bronnen De oudste kaart die gedetailleerde informatie oplevert over het plangebied is de kadastrale kaart uit 18111832 (Figuur 9). Door de grote mate van nauwkeurigheid is de kaart bovendien te georefereren 43, waardoor de locatie van de planontwikkeling op deze kaart is te projecteren. Op deze kaartprojectie is zichtbaar dat in het centrum van het plangebied twee vennen zichtbaar zijn, deze zijn aangegeven als het “Groot Mergelven” en “Klein Mergelven”. Op een toponiemenlijst van de omgeving van Veghel wordt Mergel uitgelegd als de benaming van meststof, 44 de benaming van deze vennen kan voortgekomen zijn uit intensieve bemesting in het gebied of naar mestwinning die mogelijk in de omgeving gebeurde. Boven deze plassen loopt een weggetje naar het noorden, door het “Beukelaarsche Broek”. In het zuidelijke deel van het plangebied aan de andere kant van de huidige provinciale weg worden de percelen aangegeven met “Het Reuwe Veld”. Het Heesters 1984. https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/veghel-in-vogelvlucht. 40 Idem . 41 https://www.canonvannederland.nl/nl/noord-brabant/meierijstad/marketgarden#:~:text=Op%20zondag%2017%20september%201944,Aa%20bij%20Veghel%20te%20bezetten.

42 https://www.ambulare.nl/blankens-kerkhof-wandelen-op-rustplaats-voor-slechte-mensen/ 43 Waarbij de huidige topografische situatie op de kaart van 1811-1832 wordt geprojecteerd, aan de hand van minimaal drie vaste punten die door de eeuwen heen hetzelfde zijn gebleven. 44 http://www.oudzijtaart.nl/Reconstructie%20van%20Veghel/Melvert/Melvert%20topniemen.html 38 39

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 20 van 25 toponiem “Blankenburg” waar tegenwoordig de straat naar Brabant Water loopt wordt op de kadastrale kaart al benoemd. Vanaf de jaren 1850 worden topografische kaarten opgesteld die regelmatig vernieuwd worden, waarvan er een aantal relevant zijn om te bespreken (Figuur 10). Op de kaart uit 1850 ziet het onderzoeksgebied er praktisch hetzelfde uit als op de kadastrale minuut. Het overgrote deel van het plangebied is in gebruik als heidegrond. Het zuidelijk deel van het plangebied waar eerder “Reuwe Veld” stond aangegeven lijkt nu een bebost perceel en het toponiem is niet meer aangegeven. De situatie is op de kaart uit 1886 grotendeels hetzelfde, enkele percelen in het noorden van het plangebied zijn ten opzichte van de kaart uit 1850 veranderd. Daarnaast lopen meer landwegen door het plangebied, het “Beukelaarsche Broek” is veranderd in toponiem Beukelaar. Op kaartmateriaal uit 1909 is het noorden van het plangebied deels aangegeven als heide, De twee vennen die op de kadastrale minuut zijn weergegeven zijn nog steeds aanwezig, de voorganger van de provinciale weg is aangegeven als een stoomtramweg. Het zuidelijke deel van het plangebied is niet meer als bosperceel weergegeven maar in plaats daarvan zijn akkers zichtbaar. Aan de weg die noord-zuid langs dit perceel loopt lijken gebouwen zichtbaar.

In 1962 wordt (een voorganger van) het pompstation zichtbaar op de topografische kaart. De twee vennen “Groot en Klein Mergelven” zijn verdwenen en in plaats ervan is een stuk bosperceel gekomen. De stoomtramweg is vervangen door een provinciale weg, het zuidelijke deel van het plangebied bestaat nog steeds uit akkers, de perceelsgrenzen zijn veranderd. De heide die in het noorden op eerdere kaarten nog aanwezig is, wordt nu als akkers aangeduid. Het Blankens Kerkhof is nog steeds weergegeven in een klein groen perceel. De kaart uit 1978 laat voornamelijk de groei van het pompstation zien, waarbij meerdere nieuwe gebouwen zichtbaar zijn en watergangen gegraven zijn in het bosperceel. In het noorden, bij het Blankens Kerkhof is het groen verdwenen. De grenzen van de akkerpercelen in het zuiden van het plangebied zijn weer wat veranderd. In 2006 is verandering in het midden en noorden van het plangebied zichtbaar. Ten behoeve van het pompstation zijn verschillende gebouwen verrezen, maar zijn ook een aantal wegen en bassins aangelegd.

2.7

Mogelijke verstoringen

Regelmatige verandering in percelen is de voornaamste vorm van bodemroering die plaatsgevonden heeft in de omgeving van het onderzoeksgebied. De aangetroffen greppels uit onderzoek in de omgeving bevestigen dit mede. Rondom de Provinciale weg N616 zullen aanleg- en uitbreidingswerkzaamheden, aanleg van kabels/leidingen verstoring van het potentiële archeologische vlak hebben aangebracht. Het Blankens Kerkhof is een archeologisch interessante zone maar aangezien geen ingrepen in deze zone zijn gepland blijft het bij de vermelding ervan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft in het verloop van Market Garden verplaatsing van materieel en verschieten van munitie plaatsgevonden. Het inslaan van munitieartikelen kan bodemverstoring binnen het plangebied met zich meegebracht hebben. 45 Ruimingsmeldingen van de EOD tonen aan dat munitie eerder is aangetroffen in de omgeving van het onderzoeksgebied (Figuur 8). Een andere grote verstoringsfactor is de bouw van het pompstation, inclusief het graven voor watergangen/bassins en aanleg van de leidingen. dit geld eveneens voor de behorende bijgebouwen die in verloop van de laatste decennia erbij zijn gekomen. Bij deze werkzaamheden heeft tot op heden geen regulier archeologisch (voor)onderzoek plaatsgevonden.

45

IKME 2015 (Indicatieve kaart militair erfgoed).

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 21 van 26

Figuur 8. Plan -en onderzoeksgebied weergegeven met EOD ruimingsmeldingen in de omgeving (bron: MORA EOD Veghel).

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 22 van 27

2.8

Synthese archeologisch en historisch kader

Het plan -en onderzoeksgebied ligt voor het grootste gedeelte in een archeologische zone met een lage verwachting. Wel geldt een hoge archeologische verwachting in de zone bij het Blankens Kerkhof. Het merendeel van het archeologisch onderzoek is ten zuidwesten en westen van het onderzoeksgebied uitgevoerd. Bij de spaarzame gravende onderzoeken zijn voornamelijk relatief recente grondsporen zoals greppels en kuilen aangetroffen en beschreven. De bodem is bij het gros van uitgevoerd onderzoek geïnterpreteerd als volledig of deels verstoord. Bij één onderzoek is een deels intacte bodem beschreven, waar laarpodzolen en beekeerdbodems herkend zijn. Bij dit onderzoek is vondstmateriaal (aardewerk) uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd gevonden. Het gebied is relatief laat in cultuur gebracht, pas aan het einde van de 19e eeuw worden hier akkers en weilanden aangelegd. Wel zijn er sinds die tijd veel aanpassingen in de perceelsgrenzen doorgevoerd. De bij archeologisch onderzoek aangetroffen oude perceelsgreppels zijn hiervan een duidelijke indicatie. De veranderingen in het wegenpatroon en de grenzen van percelen kunnen een resultaat zijn van de groei in de agrarische sector. Deze ondervind een grote toename in 17e eeuw en 18e eeuw, met name de zuivel en veeteelt. Hiervoor zou intensivering van landgebruik nodig zijn geweest.

Alhoewel het geen directe oorzaak hoeft te zijn, zijn de percelen met regelmaat heringedeeld. Hierbij kan in overweging genomen worden dat de aangetroffen greppels uit onderzoek geïnterpreteerd kunnen worden als oude perceelsgrenzen. In het noordoosten van het plangebied ligt het Blankens Kerkhof. Dit betreft een oude begraafplaats waar sinds de tweede helft van de 19e eeuw tot net na de Tweede Wereldoorlog mensen zijn begraven. Deze begraafplaats was bedoeld voor niet gelovigen of mensen die door zelfdoding zijn overleden. Op de kadastrale minuut zijn twee vennen zichtbaar aangegeven met “Groot en Klein Mergelven”. Gekeken naar het toponiem slaat de mergel op mest of meststof, het kan een verwijzing zijn naar de bemesting in de omgeving. Een andere verwijzing van de term mergelven kan te maken hebben met de laarpodzolen richting het zuiden. Laarpodzolen zijn gronden met een bewerkt plaggendek aanwezig in de toplaag. Het zijn gronden gevormd bij middeleeuwse bosontginningen. Hierbij zijn plaggen gebruikt of in andere woorden het veld wordt bemest. Mogelijk is het een daardoor verwijzing naar de landbouwgrond rondom de vennen toen deze nog “woeste gronden” waren. Vanaf de tweede helft van de 20ste eeuw zijn de Mergelvennen niet meer zichtbaar op kaartmateriaal. De vennen zullen voor de uitbreidingen van het pompstation gedempt zijn.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het gebied rondom Veghel deel van operatie Market Garden, het plangebied ligt binnen de operatiezone. De kans op het aantreffen van munitieartikelen is een mogelijkheid. De ruimingsmeldingen van de EOD liggen voornamelijk ten westen van het onderzoeksgebied. Ondanks dat er geen aanwijzingen van gevechtshandelingen binnen het plangebied plaats hebben gevonden, moet niet uitgesloten worden dat binnen het plangebied nog munitie aanwezig kan zijn.

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 23 van 28

Figuur 9. Plan -en onderzoeksgebied weergegeven op de kadastrale minuut (bron: Beeldbank RCE).

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 24 van 29

Figuur 10. Plan -en onderzoeksgebied weergegeven op historisch kaartmateriaal (bron: Topotijdreis). e

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 25 van 30

2.9

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

Op basis van de resultaten is het nu mogelijk om een antwoord te formuleren op de voor het bureauonderzoek geformuleerde onderzoeksvragen. Zijn archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting (ligging, datering, aard, conserveringstoestand, enzovoort)? Binnen het plangebied geldt een lage archeologische verwachting. Eerder uitgevoerd onderzoek uit de omgeving concludeert een voornamelijk verstoord bodemprofiel. Herverkaveling vanaf het midden van de 19e eeuw binnen het onderzoeksgebied geeft aan dat het land intensief is gebruikt. Archeologische waarden die aangetroffen kunnen worden zullen voornamelijk grondsporen zoals greppels of kuilen uit de Late Middeleeuwen- Nieuwe Tijd zijn. Ervanuit gaande dat het “Groot en Klein Mergelven” natuurlijke vennen waren kunnen artefacten van het Laat Paleolithicum en Vroege Mesolithicum verwacht worden. Vondstmateriaal is in geringe vorm aangetroffen wat enigszins overeenkomt met de lage archeologische verwachting. Het wil niet aangeven dat er geen archeologische vondsten en sporen aanwezig kunnen zijn, maar wel dat archeologische waarden niet snel worden verwacht.

periode

verwachting

complextype

uiterlijke kenmerken

diepteligging

gaafheid/aanwezige verstoringen

Laat-Paleo- t/m Mesolithicum

laag

bewoning, vondststrooiingen vuurstenen artefacten en In de Bincidenteel sporen organische resten haardkuilen Horizont indien intact

Neolithicum t/m IJzertijd

laag

nederzettingsresten

Sporenniveau met organische direct onder slecht en anorganische vondsten de bouwvoor

Romeinse tijd t/m Vroege Middeleeuwen

laag

nederzettingsresten

Sporenniveau met organische direct onder redelijk en anorganische vondsten de bouwvoor

Late Middeleeuwen laag en 16de-17de eeuw

nederzettingsresten

Sporenniveau met organische direct onder redelijk en anorganische vondsten de bouwvoor

laag

nederzettingsresten, landinrichtingssporen

Sporenniveau met organische direct onder redelijk en anorganische vondsten de bouwvoor

18de-19de eeuw, Nieuwe tijd

slecht

Tabel 3 Archeologische verwachting per periode, conservering en verwachtte diepteligging.

Worden deze archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ingrepen? De locatie van waar het zuiveringsgebouw gerealiseerd gaat worden komt voor een deel over het “Groot en Klein mergelven”. Bij het terrein van de vennen kunnen eventuele aanwezige waarden verwacht worden. De ontgravingsdiepte voor het zuiveringsgebouw zorgt ervoor dat potentiële aanwezige waarden bedreigd worden. Waarden en resten bij het Blankens Kerkhof zullen niet verstoord worden, daar worden geen werkzaamheden uitgevoerd.

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 26 van 31 Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van archeologisch vervolgonderzoek kan worden geadviseerd? Het plangebied is rondom de locatie van het ven voldoende onderzocht. Er bestaat een lage bestaat dat er artefactvindplaatsen rondom de voormalige vennen kunnen liggen. De kans op het aantreffen van intacte vindplaatsen ie echter laag. De verstoorde bodems door het intensieve landgebruik, het in cultuur brengen van het gebied, het geringe vondstmateriaal en de lage verwachting ondersteunen dit.

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 27 van 32

3 Conclusie 3.1

Conclusie

Het bureauonderzoek heeft duidelijk gemaakt dat plangebied een lage archeologische verwachting heeft. Dit is met betrekking tot alle desbetreffende perioden waarvan de kans op vinden van archeologische waarden uit de Nieuwe Tijd in de vorm van oude perceelsgreppels het waarschijnlijkst is.

3.2

Aanbevelingen

Het advies van Bodac is om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het gebied vrij te geven. Het rapport en bovenstaand selectieadvies dienen beoordeeld te worden door (de adviseur archeologie van) de gemeente Meierijstad. Op basis van de inhoudelijke onderbouwing van het selectieadvies beslist deze of dit wordt omgezet in een selectiebesluit.

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 28 van 33

Literatuurlijst Bakker, H. de & J. Schelling, 1966: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus, Wageningen (Staring Centrum). Berendsen, H.J.A., E. Stouthamer, K.M. Cohen & W.Z. Hoek, 2019: Landschap in delen, de fysischgeografische regio’s, Utrecht. De Boer E. A. M., 2015: Gemeente Veghel, Plangebied Vogelenzang 10 te Erp, Archeologisch bureauonderzoek en inventariseren veldonderzoek (verkennende fase), ’s-Hertogenbosch (BAAC-Rapport V-13.0152). Boshoven, E.H. & A, Beusink., 2009: Gemeente Veghel: Een actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart, ’s-Hertogenbosch (BAAC-Rapport V-08.0120). Beurskens, P. & A.H. Schutte, 2020: Rapportage proefsleuvenonderzoek Ham 5 te Erp in de gemeente Meierijstad, Swalmen (Econsultancy-Rapport 11832.003). Beurskens, P., 2018: Archeologisch boekenonderzoek en verkennend booronderzoek, Erpseweg 3 te Veghel, gemeente Meierijstad, Swalmen (Econsultancy-Rapport 5859.001). Borsboom, A.J., J.W.H.P. Verhagen & A. Tol, 2012: KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P), Gouda (SIKB). Centraal College van Deskundigen (CCvD), 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) Landbodems, versie 4.1, Gouda (SIKB). Van Dijk, H., S. van der Loo & S. De Vos, 2006: Veghel-Zuidoost, Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek, Tilburg (BILAN-rapport 2006/19).

Van de Glind, M., 2016: Archeologisch proefsleuvenonderzoek: Veghels Buiten SBA 2300 te Veghel gemeente Veghel, Swalmen ( Econsultancy-rapport 15112029). Heesters, P.W., 1984: Schijndel-Historische verkenningen, uit Brabants Heem deel 25, Waalre. Hiddink, H. & H. Renes, 2007: De oude akkercomplexen in de oostelijke helft van Noord-Brabant en het noorden en midden van Limburg’, in: J. van Doesburg e.a. (red.), 2007: Essen in zicht: Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid, Amersfoort (RCE). te Kiefte, D., 2020: Herinrichting Erpseweg te Veghel, gemeente Meierijstad, Proefsleuven onderzoek variant Archeologische Begeleiding, Weesp (RAAP-Rapport 4436). Maas, G. J., W.M. van der Meij, S. P. J. van Delft & A. H. Heidema, 2019: Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000, Wageningen. Mol, K. & E. Goossens, 2018: Bureauonderzoek archeologie foodpark fase 2 te Veghel, Gemeente Veghel, Amersfoort. Schorn, E.A., 2014: Bureauonderzoek Erpseweg 8 te Veghel, Zevenaar (Archeodienst-Rapport 439). Stiekema, M., 2018: Rapportage archeologisch verkennend booronderzoek, Erpseweg Zuid te Veghel, Swalmen (Econsultancy-Rapport 5237.001). TNO-GDN, 2022: Formatie van Stramproy, in: Stratigrafische Nomenclator van Nederland, Utrecht (TNO – Geologische Dienst Nederland).

TNO-GDN, 2022: Formatie van Sterksel, in: Stratigrafische Nomenclator van Nederland, Utrecht (TNO – Geologische Dienst Nederland). TNO-GDN, 2022: Formatie van Beegden, in: Stratigrafische Nomenclator van Nederland, Utrecht (TNOGeologische Dienst Nederland). TNO-GDN, 2022: Formatie van Boxtel, in: Stratigrafische Nomenclator van Nederland, Utrecht (TNO – Geologische Dienst Nederland). www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 29 van 34 Waagen, J., 2004: Veghel buitengebied, Archeologische verwachtingskaart, ’s-Hertogenbosch (BAAC Rapport03.135).

https://www.canonvannederland.nl/nl/noord-brabant/meierijstad/marketgarden#:~:text=Op%20zondag%2017%20september%201944,Aa%20bij%20Veghel%20te%20bezetten. https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/veghel-in-vogelvlucht http://www.oudzijtaart.nl/Reconstructie%20van%20Veghel/Melvert/Melvert%20topniemen.html

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 30 van 35

Lijst van figuren en tabellen Figuur 1. Plan- en onderzoeksgebied op de topografische kaart (bron: Opentopo). .................................................. 5 Figuur 2 Onderzoeks -en plangebied weergegeven op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (bron: Boshoven & Bueshink). ................................................................................................................................................... 7 Figuur 3. Plan -en onderzoeksgebied weergegeven op geomorfologische kaart (bron: DINO). ............................14 Figuur 4. Plan -en onderzoeksgebied weergegeven op bodemkundige kaart (bron: DINO). ..................................14 Figuur 5. Plan -en onderzoeksgebied weergegeven op AHN (bron: AHN viewer). ...................................................15 Figuur 6 Plan -en onderzoeksgebied weergeven met DINO boringen (bron: DINOloket). .....................................15 Figuur 7. Plan -en onderzoeksgebied weergegeven met Archis 3 meldingen (bron: RCE). .....................................18 Figuur 8. Plan -en onderzoeksgebied weergegeven met EOD ruimingsmeldingen in de omgeving (bron: MORA EOD Veghel). ...............................................................................................................................................................................21 Figuur 9.

Plan -en onderzoeksgebied weergegeven op de kadastrale minuut (bron: Beeldbank RCE). ...............23 Figuur 10. Plan -en onderzoeksgebied weergegeven op historisch kaartmateriaal (bron: Topotijdreis). ............24

Tabel 1. Overzicht van de geo(morfo)logische indeling en ouderdom van de natuurlijke ondergrond in het plangebied. ...................................................................................................................................................................................10 Tabel 2 Aardkundige en landschappelijke gegevens met betrekking tot het plangebied. .......................................11 Tabel 3 Archeologische verwachting per periode, conservering en verwachtte diepteligging. .............................25

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

Pagina 31 van 36

Bijlage 1

Werkzaamheden binnen het onderzoeksgebied

www.bodac.nl Bureauonderzoek Archeologie - A22015 Waterproductiebedrijf Veghel

10

1

12

11

5900

5900

13

5900

5900

14

15

2300

16

5900

17

5900

9

5900

5900

43000

6800

B A C

K 0.07 MSS

0.08 TRAFO

20,0 m²

17,8 m²

0.04 TOILET 0.02 BEDIENINGSRUIMTE

0.12 DIESELOLIEOPSLAG 4

0.13 DIESELOLIEOPSLAG 5

27,6 m²

27,5 m²

27,5 m²

27,5 m²

27,6 m²

17,8 m²

20,0 m²

G

0.16 KABELKAST

0.05 0.06 WERKK. KABELKAST

3,7 m²

20,8 m²

0.17 WERKPLAATS

0.18 LEIDINGGANG

I

21,7 m²

37,5 m²

H

0.01 ENTREE

0.19 GANG 1

8,4 m²

3125

H

J

1900

I

0.03 VOORP.

0.11 DIESELOLIEOPSLAG 3

2375

J

0.10 DIESELOLIEOPSLAG 2

0.15 MSS

8575

G

0.09 DIESELOLIEOPSLAG 1

0.14 TRAFO

4300

K

22300

139,8 m²

0.20 GANG 2 11,8 m²

F

F

7100

G

13725

G

F

F

3200

0.21 FILTERGANG 1 142,7 m²

E

6950

E

0.22 ONTHARDINGSRUIMTE 2 310,7 m²

D 1500

14650

D

0.23 KALKMELKRUIMTE 1

0.24 KALKMELKRUIMTE 2

28,7 m²

28,7 m²

E

4900

C

20750

C

E

B

B

81,7 m²

D

D

6100

7400

0.25 PELLETLOSRUIMTE

V01 A

A

B

3

4

8700

5

A

9450

5100

6

C

8700

7

9450

8

9

Naam Getekend: SEC G&I RL Gezien: Projectnmr: F1362020001

Datum

Opmerkingen:

24-11-2021

in bewerking

24-11-2021

Schaal: 1:100

WATERPRODUCTIEBEDRIJF VEGHEL PLATTEGROND BEGANE GROND ZUIVERINGSGEBOUW Maatvoering in mm Peilen in mm t.o.v. NAP Maatvoering in het werk te controleren

Formaat

A1

Tekeningnummer:

C-136-191-PVE101

Model Locatie Veghel

2

2000

betreft

V01

22500 4900

datum

1

12100 4900

tek.

5750

wijz.

5750

10

1

12

11

B

13

14

15

A

16

17

9

C

K

K

G

G

J

J

I

I

H

H

G

G

F

F

F

F

CALAMITEITENPUT E

E

-1.02 POMPENRUIMTE 161,1 m²

-1.01 ONTHARDINGSRUIMTE 1 313,3 m²

-1.07 LIFT

D

D

4,6 m²

C

C

ZUIGTROG E

-1.03 KALKRUIMTE 1

-1.04 KALKRUIMTE 2

28,1 m²

28,1 m²

ZUIGTROG -1.05 RUWWATERKELDER 1

-1.06 RUWWATERKELDER 2

49,6 m²

49,6 m²

E

-1.08 GANG -1

B

B

29,8 m²

D

D

V01 A

A

5

6

7

8

9

Naam

Datum

Getekend: SEC G&I RL Gezien: Projectnmr: F1362020001

Opmerkingen:

24-11-2021 24-11-2021

Schaal: 1:100

WATERPRODUCTIEBEDRIJF VEGHEL PLATTEGROND KELDER -1 ZUIVERINGSGEBOUW Maatvoering in mm Peilen in mm t.o.v. NAP Maatvoering in het werk te controleren

Formaat

A1

Tekeningnummer:

C-136-191-PVE100

Model Locatie Veghel

4

betreft

3

datum

2

C

tek.

1

A

wijz.

B

V01

10

1

12

11

13

14

15

16

17

9

B A C

K

K

1.01 LS-RUIMTE 1

1.05 LS-RUIMTE 2

39,0 m²

G

1.03 NSA-RUIMTE 1

1.04 NSA-RUIMTE 2

83,2 m²

84,0 m²

39,0 m²

G

J

J

I

1.06 ICT-RUIMTE

1.02 BESTURINGSRUIMTE

I

21,7 m²

44,2 m²

H

H

1.07 GANG 3 107,1 m²

6800

G

G

1.08 GANG 4

1.09 FILTERRUIMTE 1

1.10 FILTERRUIMTE 2

17,1 m²

150,3 m²

134,8 m²

F

F

F

E

E

D

D

C

C

4600

F

E

E

B

B

1.13 PELLETBUNKERRUIMTE 2

D

D

81,7 m²

A

A B A 6

C

7

8

9

Naam

Datum

Getekend: SEC G&I RL Gezien: Projectnmr: F1362020001

Opmerkingen:

24-11-2021 24-11-2021

Schaal: 1:100

WATERPRODUCTIEBEDRIJF VEGHEL PLATTEGROND 1E VERDIEPING ZUIVERINGSGEBOUW Maatvoering in mm Peilen in mm t.o.v. NAP Maatvoering in het werk te controleren

Formaat

A1

Tekeningnummer:

C-136-191-PVE102-

Model Locatie Veghel

5

betreft

4

datum

3

tek.

2

wijz.

1

1

10

12

11

B

13

14

15

16

17

9

C

A

K

K

G

G

J

J

I

I

H

H

G

G

F

F

F

F

E

E 2.02 BLOWERRUIMTE 65,6 m²

2.03 LBR1 6,0 m²

2.01 ONTHARDINGSRUIMTE 3 2.04 LBR2

2.05 LBR3

2.06 LBR4

3,1 m²

3,1 m²

3,1 m²

386,7 m²

D

D

C

C

E

2.07 KALKSILORUIMTE

2.08 CASCADERUIMTE 1

2.09 CASCADERUIMTE 2

49,9 m²

49,9 m²

E

58,0 m²

B

B

2.10 PELLETBUNKERRUIMTE 1

D

D

81,9 m²

A

A

5

A

6

C

7

8

9

Naam

Datum

Getekend: SEC G&I RL Gezien: Projectnmr: F1362020001

Opmerkingen:

24-11-2021 24-11-2021

Schaal: 1:100

WATERPRODUCTIEBEDRIJF VEGHEL PLATTEGROND 2E VERDIEPING ZUIVERINGSGEBOUW Maatvoering in mm Peilen in mm t.o.v. NAP Maatvoering in het werk te controleren

Formaat

A1

Tekeningnummer:

C-136-191-PVE103

Model Locatie Veghel

4

betreft

3

datum

B

tek.

2

wijz.

1

1

10

12

11

B

13

14

15

16

17

9

C

A

K

K

G

G

J

J

I

I

H

H

G

G

F

F

F

F 2

3

10

4

5

6

12

11

13

7

14

8 15

16

17

E

E

D

D

C

C

E

E

B

B

D

D

A

A

5

A

6

C

7

8

9

Naam

Datum

Getekend: SEC G&I RL Gezien: Projectnmr: F1362020001

Opmerkingen:

09-15-21 09-15-21

Schaal: 1:100

WATERPRODUCTIEBEDRIJF VEGHEL PLATTEGROND DAK ZUIVERINGSGEBOUW Maatvoering in mm Peilen in mm t.o.v. NAP Maatvoering in het werk te controleren

Formaat

A1

Tekeningnummer:

C-136-191-PVE104

Model Locatie Veghel

4

betreft

3

datum

B

tek.

2

wijz.

1

Your safety is our concern

www.bodac.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=c821f33d-72af-4121-873f-2094b42521db