TOE Bijlage 10 Nader bodemonderzoek
Tekst van het document
MILON bv
Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel
info@milon.nl / www.milon.nl 073 – 5477253 Status
definitief Datum
2 april 2023
Projectnummer 20222013
Versie 2
Kwaliteitscontrole/Projectleider ing. Christian van Eck
Inhoudsopgave 1 Inleiding .............................................................................................................................................. 3 1.1 Aanleiding en doel............................................................................................................. 3 1.2 Opbouw van het rapport ................................................................................................ 3 1.3 Onafhankelijkheid en betrouwbaarheid .................................................................... 3 2 Milieuhygiënisch vooronderzoek .............................................................................................. 4 2.1 Afbakening en locatiegegevens ................................................................................... 4 2.2 Gebruik en potentiële bronnen .................................................................................... 5 2.3 Uitgevoerde bodemonderzoeken ............................................................................... 6 2.4 Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie ................................ 6 2.5 Terreininspectie ................................................................................................................... 6 2.6 Hypothese en onderzoeksstrategie ............................................................................
6 3 Verkennend bodemonderzoek .................................................................................................. 7 3.1 Onderzoeksstrategie ......................................................................................................... 7 3.2 Veldwerkzaamheden......................................................................................................... 7 3.3 Zintuiglijke waarnemingen ............................................................................................. 8 3.4 Laboratoriumwerkzaamheden ...................................................................................... 8 3.5 Analyseresultaten ............................................................................................................... 9 3.6 Aanvullend analytisch onderzoek (grond) ............................................................. 10 3.7 Bespreken resultaten ...................................................................................................... 11 4 Uitvoering verkennend asbestonderzoek ............................................................................ 13 4.1 Onderzoeksstrategie ....................................................................................................... 13 4.2 Veldwerkzaamheden.......................................................................................................
13 4.3 Zintuiglijke waarnemingen ........................................................................................... 14 4.4 Laboratoriumwerkzaamheden .................................................................................... 14 4.5 Interpretatie en toetsing ............................................................................................... 15 4.6 Bespreking van de resultaten ...................................................................................... 15 5 Uitvoering nader bodemonderzoek ...................................................................................... 16 5.1 Algemeen ............................................................................................................................ 16 5.2 Vaststellen informatiebehoefte .................................................................................. 16 5.3 Onderzoeksopzet ............................................................................................................. 16 5.4 Veldwerkzaamheden....................................................................................................... 17 5.5 Veldwerkresultaten .......................................................................................................... 17 5.6 Laboratoriumwerkzaamheden ....................................................................................
17 5.7 Analyseresultaten ............................................................................................................. 18 5.8 Bespreking van de resultaten ...................................................................................... 19 6 Conclusie en aanbevelingen ..................................................................................................... 20 Bijlagen Bijlage 1: Topografische overzichtskaart Bijlage 2: Situatietekening Bijlage 3: Foto’s Bijlage 4: Profielbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen Bijlage 5: Analysecertificaten Bijlage 6: Toetsing analyseresultaten Bijlage 7: Toetsingskader
1
Inleiding
MILON bv te Veghel heeft in opdracht van Mevrouw D. Vervoort een verkennend bodem- en asbestonderzoek en nader bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Olieëindsestraat 3 te Schijndel. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse Normen NEN 5725, NEN 5740, NEN 5707 en NTA 5755. 1.1
Aanleiding en doel
1.2
Opbouw van het rapport
De onderzoeken zijn uitgevoerd in verband met de voorgenomen bestemmingsplanwijziging ter plaatse van de locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de aanwezigheid van asbest in de aanwezige druppelzone. Het doel van het nader bodemonderzoek is om ernst, mate en omvang van de aangetoonde verontreiniging vast te stellen. In onderhavige rapportage komen de volgende aspecten aan de orde: - resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); - resultaten van het verkennend bodemonderzoek (hoofdstuk 3); - resultaten van het verkennend asbestonderzoek (hoofdstuk 4); - resultaten van het nader bodemonderzoek (hoofdstuk 5); - conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6).
Bijbehorende topografische overzichtskaart, tekening(en), foto’s, profielbeschrijvingen, analysecertificaten, toetsingstabellen en het toetsingskader zijn als bijlagen in deze rapportage opgenomen. 1.3
Onafhankelijkheid en betrouwbaarheid
Het onderzoek is geheel onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv (hierna te noemen MILON) is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en is, met uitzondering van de uitvoering van het onderzoek, financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses worden uitgevoerd. Daarom kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetoond. MILON acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Projectnummer: 20222013 Datum: 4 mei 2023
Pagina 3 van 20
2
Milieuhygiënisch vooronderzoek
Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse NEN 5725. De aanleiding van het vooronderzoek is het opstellen van een hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Uiteindelijk dienen in het vooronderzoek de onderzoeksvragen uit de NEN 5725 beantwoord te worden. Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Informatie opdrachtgever en eigenaar; Informatie overheid inzake bodemonderzoeken, ophooglagen, vergunningen, (voormalige) brandstoftanks en andere mogelijke relevante informatie; Website Bodemloket; Historisch topografisch kaartmateriaal, website topotijdreis; Actuele luchtfoto’s (Google Earth); Grondwaterkaart van Nederland/Atlas leefomgeving; Kadaster; Website DINOloket.
Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is een terreininspectie uitgevoerd. De resultaten van deze inspectie zijn opgenomen in hoofdstuk 2.5. 2.1
Afbakening en locatiegegevens
Het onderzoeksgebied voor het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen tot 25 meter vanaf de grens van de onderzoekslocatie. In verticale richting is de locatie afgebakend tot 10 meter beneden maaiveld. Gezien het doel van het onderzoek wordt deze afbakening voldoende geacht. De onderzoekslocatie betreft het perceel Olieëindsestraat 3 te Schijndel. Op het perceel is een woonhuis met opstallen aanwezig. Het is bekend dat de achterliggende loods is voorzien van een asbestdak. Gedeeltelijk vindt afwatering vanuit het dak op de onverharde bodem plaats. De onderzoekslocatie ligt buiten de bebouwde kom. De directe omgeving bestaat hoofdzakelijk uit agrarische percelen. In tabel 1 zijn de locatiegegevens weergegeven. De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de topografische overzichtskaart in bijlage 1 en de luchtfoto in figuur 1. Tabel 1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie
Olieëindsestraat 3 te Schijndel
Kadastrale gegevens locatie
Gemeente Schijndel, sectie K, perceelnummers 444 en 790 (ged.)
Bebouwing
Woonhuis met opstallen
Projectnummer: 20222013 Datum: 4 mei 2023
www.planviewer.nl/kaart
Pagina 4 van 20
Oppervlakte locatie (in m2)
circa 4.950
www.planviewer.nl/kaart
Oppervlakte bebouwd (in m2)
circa 1.000
www.planviewer.nl/kaart
Huidig gebruik
Agrarisch gebruik
Verhardingen
Oprit met klinkers
Figuur 1: luchtfoto met globale ligging onderzoekslocatie (geel omrand).
2.2
Bron: Google Maps
Gebruik en potentiële bronnen
Volgens historisch topografisch kaartmateriaal (topotijdreis.nl) is de Olieëindsestraat voor 1900 aangelegd. Verder is op het historisch kaartmateriaal te zien dat de locatie destijds al bebouwd is geweest. De omgeving van de onderzoekslocatie was in gebruik voor agrarische doeleinden en extensief bebouwd. Het bebouwingspatroon en het gebruik van de locatie is sindsdien niet wezenlijk veranderd. Uit kadastrale gegevens (bagviewer.kadaster.nl) is bekend geworden dat de op de locatie aanwezige bebouwing in 1930 (oostelijke woonhuis) en 1987 (westelijke schuur) is gerealiseerd. In de omgevingsrapportage wordt aangegeven dat in het verleden twee bovengrondse dieseltanks op de locatie aanwezig zijn geweest. Deze dienen separaat onderzocht te worden. Voor het overige zijn voor zover bekend op of nabij de onderzoekslocatie geen verdachte locaties aanwezig of aanwezig geweest en zijn geen potentieel bodembelastende activiteiten uitgevoerd. Asbest Het wordt waarschijnlijk geacht dat de bebouwing op de onderzoekslocatie door de jaren heen vaker is verbouwd. Hierdoor (en op basis van het bouwjaar van de westelijke schuur) is het aannemelijk dat asbesthoudende materialen in het pand aanwezig zijn (geweest). Het wordt echter niet waarschijnlijk geacht dat asbesthoudende materialen vanuit het pand in de bodem terecht zijn gekomen.
Binnen de onderzoekslocatie hebben, voor zover bekend, geen sloopactiviteiten en/of geen calamiteiten plaatsgevonden, waarbij asbest op of in de bodem is geraakt. Wel is bekend dat de achterliggende schuur is voorzien van een asbestdak. Plaatselijk vindt afwatering van het asbestdak op de onverharde bovengrond plaats. Hierdoor wordt de afwateringszone als verdacht beschouwd op het voorkomen van asbest. Projectnummer: 20222013 Datum: 4 mei 2023
Pagina 5 van 20
2.3
Uitgevoerde bodemonderzoeken
2.4
Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie
Binnen de onderzoekslocatie of in de directe omgeving zijn tot op heden geen bodemonderzoeken uitgevoerd. De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van circa 6,4 m+NAP. De gegevens van de bodemopbouw zijn verkregen van DINOloket (uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland).
Vanaf maaiveld tot circa 28,8 m-mv bestaat de bodem uit de formatie van Boxtel (zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; leem, lokaal zandig, lokaal humeus; klei, siltig tot zandig; veen, klei). Hieronder is tot circa 29,6 m-mv de formatie van Beegden (zand, matig grof tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, fijn tot grof, lokaal zandig; stenen; keien; blokken; klei, lokaal siltig tot zandig) aanwezig. Volgens opgave van de provincie Noord-Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringvrije zone. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend. Voor zover bekend wordt binnen het onderzoeksgebied geen grondwater onttrokken. Uit de bodemkwaliteitskaart van Omgevingsdienst Brabant Noord blijkt dat de onderzoeklocatie is gelegen in een gebied waarin de bodemkwaliteit naar verwachting voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse AW2000. De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemfunctieklasse AW2000 (landbouw/natuur). 2.5
Terreininspectie
2.6
Hypothese en onderzoeksstrategie
Tijdens de terreininspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen. Voor een indruk van de locatie wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2 en de locatiefoto’s in bijlage 3. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek is de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de bodem binnen de onderzoekslocatie niet eerder vastgesteld. Bodemonderzoek in het kader van de bestemmingsplanwijziging is noodzakelijk. Op basis van het vooronderzoek is bekend dat in het verleden op de locatie twee bovengrondse dieseltanks aanwezig zijn geweest. Deze locaties dienen separaat onderzocht te worden conform de NEN 5740 met de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Voor het overige is de locatie, gelet op het gebruik en de afwezigheid van bodem bedreigende activiteiten onverdacht op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Derhalve wordt, conform de NEN 5740, de locatie onderzocht met de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie niet lijnvormig (ONV-NL). Binnen de onderzoekslocatie worden geen andere stoffen verwacht dan de parameters uit het standaardpakket grond en het standaardpakket grondwater. In paragraaf 3.1 wordt de strategie verder uitgewerkt.
De aanwezige druppelzone is verdacht op het voorkomen van asbest en dient conform de NEN 5707, verdachte locatie heterogeen verdeeld (VED-HE) onderzocht te worden op het voorkomen van asbest. Projectnummer: 20222013 Datum: 4 mei 2023
Pagina 6 van 20
3
Verkennend bodemonderzoek
3.1
Onderzoeksstrategie
Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740+A1:2016- Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek en de gestelde hypothese wordt het bodemonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie niet lijnvormig (ONV-NL). De voormalige aanwezige tanks zijn onderzocht middels het plaatsen van een extra peilbuis. De veldwerkzaamheden en de te analyseren monsters zijn vastgesteld op basis van de oppervlakte van de onderzoekslocatie. Een overzicht hiervan is weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Veldwerkzaamheden en analyses Deellocatie
Oppervlakte (m2)
Boringen en peilbuizen
Laboratorium (analyses)
tot 0,5 mmv
tot 2,0 mmv
peilbuis
grond
grondwater
Gehele terrein
4.950
11
3
1
3x standaardpakket1
1x standaardpakket2
Voormalige bovengrondse tanks
10
-
-
1
1x minerale olie
1x minerale olie en aromaten
1
Het standaardpakket voor grond bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, minerale olie, lutum en organisch stof.
2
Het standaardpakket voor grondwater bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale
olie, vluchtige aromatische en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen.
3.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000, volgens protocol 2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen" en protocol 2002 "Het nemen van grondwatermonsters". MILON is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op 8 april 2021 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer A. (Antoon) Kokkes, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. De veldwerkzaamheden zijn ondersteund door de heer S. (Shadi) Kaskas, veldwerker in opleiding bij MILON bv. De veldwerkers van MILON bv staan geregistreerd bij Rijkswaterstaat Bodem+ en zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. De volgende veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd: - verrichten van boringen en plaatsen van peilbuizen conform tabel 2; - zintuiglijk beoordelen, beschrijven en het bemonsteren van de grond per 0,5 meter of gelijkwaardige laag; - afpompen van het grondwater in de peilbuis na plaatsing.
Projectnummer: 20222013 Datum: 4 mei 2023
Pagina 7 van 20
Op 15 april 2022 is de grondwaterbemonstering uitgevoerd door de heer S. (Shadi) Kaskas, erkend en ervaren veldwerker van MILON bv. De volgende veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd: - bepalen van de grondwaterstand; - afpompen van het grondwater in de peilbuis, waarbij gelijktijdig de zuurgraad, geleiding en troebelheid van het grondwater zijn gemeten; - bemonsteren van het grondwater. 3.3
Zintuiglijke waarnemingen
De onderzoekslocatie is plaatselijk verhard met klinkers. De grond bestaat overwegend uit zwak siltig zeer fijn tot matig grof zand. In de bovengrond wordt plaatselijk zwak humeuze grond aangetroffen, in de ondergrond is een leemlaag aanwezig. Zintuiglijk zijn plaatselijk in de bovengrond bijmengingen aangetroffen met bakstenen. Voor het overige zijn geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Specifiek wordt vermeld dat geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen.
Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 4. De ligging van de boorpunten is weergeven op de situatietekening in bijlage 2. In tabel 3 zijn de resultaten van de uitgevoerde veldmetingen tijdens de grondwaterbemonstering weergegeven. Tijdens de bemonstering zijn geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van het grondwater. Tabel 3: Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen Peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
pH (-)
EGV (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
1,06
7,0
458
7,14
1,30
6,8
739
11,4
Overig terrein 01 1,70 - 2,70 Voormalige tanks 101
2,20 - 3,20
De gemeten zuurgraad (pH) en het geleidingsvermogen (E.G.V.) zijn als normaal te beschouwen voor de waargenomen bodemopbouw en de ligging van de locatie. De troebelheid in het grondwater van peilbuis 101 is hoger dan de waarde die voor grondwater als normaal wordt geacht (< 10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentratie van matig/slecht oplosbare organische parameters. 3.4
Laboratoriumwerkzaamheden
De grond- en grondwatermonsters zijn ter analyse aangeboden aan SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd op basis van de internationale norm(en). Van de in het veld genomen en separaat verpakte grondmonsters zijn, in opdracht van de projectleider van MILON, in het laboratorium mengmonsters samengesteld. In tabel 4 zijn per mengmonster de individuele grondmonsters, zintuiglijke waarnemingen en aangevraagde analyses weergegeven. Alle analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5. In de bijlage van deze certificaten zijn opmerkingen geplaatst omdat verschillen zijn geconstateerd met de te hanteren richtlijnen. Beïnvloeding van de betrouwbaarheid van de analyses wordt echter minimaal geacht.
Projectnummer: 20222013 Datum: 4 mei 2023
Pagina 8 van 20
Tabel 4: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Analysemonster Overig terrein MMBG 1.1
Monstertraject (m -mv)
Deelmonsters
Zintuiglijke waarnemingen
Aangevraagde analyses
0,00 - 0,50
resten beton, sporen baksteen, sporen beton
Standaardpakket
MMBG 1.2
0,00 - 0,50
-
Standaardpakket
MMBG1.3
0,00 - 0,50
-
Standaardpakket
MMOG 1.1
0,50 - 1,70
05 (0,00 - 0,50) 08 (0,35 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 06 (0,08 - 0,50) 02 (0,30 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 09 (0,20 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,25 - 0,50) 01 (0,70 - 1,20) 01 (1,20 - 1,70) 02 (0,50 - 0,80) 03 (0,80 - 1,00) 04 (0,70 - 1,10) 04 (1,10 - 1,50)
-
Standaardpakket
sporen baksteen
Minerale olie
Voormalige tanks MMBG2.1 0,00 - 0,50 101 (0,00 - 0,50) -: geen bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: <1% antropogene bijmenging; zwak: 1%-5% antropogene bijmenging; matig: 5%-10% antropogene bijmenging; sterk: 10%-50% antropogene bijmenging.
3.5
Analyseresultaten
Toetsing Wet Bodembescherming De toetsing van de analyseresultaten voor de (boven- en onder)grond en het grondwater is weergegeven in bijlage 6. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 5 en 6. In de tabellen zijn uitsluitend de verhoogde parameters en de bijbehorende indexwaarde weergegeven. In bijlage 7 is de beschrijving van het gehanteerde toetsingskader bijgevoegd. Tabel 5: Toetsing van de analyseresultaten (grond) AnalyseMonstertraject monster (m -mv) Overig terrein MMBG 1.1 0,00 - 0,50
Deelmonsters
Zintuiglijke waarnemingen
> AW
Index >0,5
>I
05 (0,00 - 0,50) 08 (0,35 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50)
resten beton, sporen baksteen, sporen beton
cadmium (-) lood (0,05)
zink (0,61)
koper (1,39)
MMBG 1.2
0,00 - 0,50
04 (0,00 - 0,50) 06 (0,08 - 0,50)
~
-
-
MMBG1.3
0,00 - 0,50
02 (0,30 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 09 (0,20 - 0,50)
~
koper (0,01) zink (0,14) lood (0,02) -
-
-
Projectnummer: 20222013 Datum: 4 mei 2023
Pagina 9 van 20