CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen Toekomstvisie Meierijstad

Gezamenlijke commissievergadering REB en M&M 18 juni 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Technische vragen toekomstvisie Meierijstad 20403.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen raadsvergadering 26 juni 2025 Vaststelling toekomstvisie Meierijstad 2040 Fractie

Vragen

Antwoorden

HIER

1. In de toekomstvisie staat het volgende aangegeven: “Het is evident dat er bij een visie op hoofdlijnen nog veel keuzes in de toekomst gemaakt moeten worden, zowel ruimtelijk op gebiedsniveau als in termen van budget, prioritering en ambtelijke capaciteit.” Welke rol heeft de gemeenteraad daar nog bij en op welke momenten zou dit dan zijn? 2. In de Ontwerp- Toekomstvisie is opgenomen dat de visie in elk geval elke 4 jaar geactualiseerd wordt. Hoe werkt het proces als er behoefte is aan een eerdere actualisering voor bijvoorbeeld het toevoegen van een nieuw onderwerp ambitie. Of door het geven van duidelijkere kaders op een bepaald onderwerp?

Wij zien een rol voor de raad weggelegd ten aanzien van prioritering en op het tactisch niveau. De exacte beslismomenten zijn nu nog niet aan te geven. Het aspect budget hangt uiteraard samen met de rol van de raad irt het vaststellen van de begroting. De raad heeft geen rol ten aanzien van de ambtelijke capaciteit.

3. In de zienswijze wordt het volgende aangegeven: “op welke manier uitvoering wordt gegeven is minder diep uitgewerkt. Hierdoor worden er veel ambities uitgesproken, maar wordt er minder aandacht besteed aan de daadwerkelijke knelpunten en keuzes. Ook doordat deze keuzes niet worden weergegeven op kaart, is niet inzichtelijk op welk vlak en in welke gebieden

De Toekomstvisie is een dynamisch document. Tegelijk willen we met veranderingen in de visie zorgvuldig omgaan. Temeer daar we een uitgebreid participatietraject hebben doorlopen. Een wijziging van de visie vraagt overigens naar onze mening altijd om een raadsbesluit. Onze visie is een visie op hoofdlijnen. De visie is niet bedoeld om kaders voor de uitwerking mee te geven ten aanzien van een onderwerp. Daarvoor is de doorwerking bedoeld. Wij zien een rol voor de raad weggelegd ten aanzien van prioritering en op het tactisch niveau. De exacte beslismomenten zijn nu nog niet aan te geven. Dat geldt ook voor de vraag wanneer wel en wanneer niet.

knelpunten ontstaan. Dit is een keuze geweest vanuit de gemeente voor de vorm en insteek van de toekomstvisie. Wij hopen dat deze dilemma’s en bijbehorende basisprincipes een nadere duiding en uitwerking krijgen in de programma’s.

LOKAAL

De uitwerking van programma’s is een bevoegdheid van het college. Op welke manier kan de gemeenteraad hier nog invloed op uitoefenen? En waar wordt dan het onderscheid gemaakt tussen wel een programma met de gemeenteraad bespreken en wanneer niet? 1. In de toekomstvisie wordt gesproken over inbreiding voor woningbouw in Schijndel, Sint-Oedenrode en Erp. Is dat voldoende om aan de woningbouwambities die we hebben te kunnen voldoen? Hiervoor is toch ook uitbreiding nodig?

2. Wat moeten we ons voorstellen bij een topsportvoorziening? Is dit als iets concreter dan de ene zin het de toekomstvisie?

Zaaknummer 2846143

Pagina 2 van 9

datum 10 juni 2025

Inbreiding gaat boven uitbreiding voor deze kernen, dat wil niet zeggen dat uitbreiding helemaal niet nodig is. Voor de kern SintOedenrode willen we voorzichtig omgaan met inbreiding gezien de historische kern en de aldaar gelegen cultuurhistorische erfgoedwaarden en de kenmerkende groene longen. Het Hooghekke en Grote Braeck in Schijndel zijn bijvoorbeeld locaties die we kunnen zien als uitbreidingslocaties en die we nodig hebben om tot de gewenste woningbouwambities te komen. Een topsportvoorziening is een gespecialiseerde infrastructuur of dienst die is ontworpen om (inter)nationale topsporters optimaal te ondersteunen bij het beoefenen van hun sport op het hoogste niveau. Deze voorzieningen kunnen zowel fysiek als organisatorisch van aard zijn en worden vaak erkend of gecertificeerd door sportbonden of overheidsinstanties. Een verdere concretisering van deze ambitie is op dit moment nog niet aan de orde. Dit vindt plaats nadat de gemeenteraad de Toekomstvisie heeft vastgesteld en achter de ambities voor 2040 staat. Hier zijn dan ook nog geen concrete uitspraken over te doen.

3. De aanleg van een N-randweg in Veghel wordt genoemd in de toekomstvisie. Zijn hier al meer ideëen over hoe deze eruit moete komen zien/waar deze moet komen te liggen?

PvdAGroenLinks

1. In het raadsvoorstel wordt in de tabel ‘Duurzaamheid’ onder de kop ‘Schone Lucht’ en ‘Gezondheidswinst door minder schadelijke uitstoot’ aangegeven op welke manier dit bereikt kan worden. Is het mogelijk om daar ‘het zoveel mogelijk beperken of verbieden van houtstook’ aan toe te voegen? 2. Waarom is in paragraaf 4.9 onderscheid gemaakt in een kwalificatie van de natuurgebieden Het Hurkske, Het Lijnt en de Eerdse Bergen enerzijds en het Wijbosch Broek, De Aabroeken, Geerbosch, Diependaal, Lieseind, de Geelders en Gemonde, Schijndelse en Rooise heide, het Dommeldal tussen SintOedenrode en Boxtel, het Dommeldal bij Breugel en het Vresselse Bos anderzijds? 3. In de visie staat dat Meierijstad in 2040 “goed op koers” ligt richting een fossielvrije economie en dat netcongestie tegen die tijd is opgelost. Kunt u met een tijdlijn laten zien welke tussenmijlpalen u hanteert om die netcongestie structureel op te lossen en hoe dit zich verhoudt tot onze doelstelling om uiterlijk 2050 energieneutraal te zijn? 4. De toekomstvisie spreekt over geleidelijke groei passend bij de identiteit van de kernen, terwijl wij inbreiden boven uitbreiden verkiezen. Hoeveel van de geplande bruto woningproductie tot 2030 zit in echte inbreidings-locaties?

Zaaknummer 2846143

Pagina 3 van 9

datum 10 juni 2025

Onze visie is een visie op hoofdlijnen. De uitwerking van de doorwerking vindt plaats nadat de gemeenteraad de Toekomstvisie heeft vastgesteld en achter de ambities voor 2040 staat. Hier zijn dan ook nog geen concrete uitspraken over te doen. Jazeker. Omdat het raadsvoorstel inmiddels is aangeboden aan de raad, kan dat alleen worden gewijzigd via een amendement.

Het is niet de bedoeling geweest om inhoudelijk differentiatie aan te brengen in de kwalificatie van de verschillende natuurgebieden, dit is slechts een taalkundig onderscheid.

Onze visie is een visie op hoofdlijnen. De visie is niet bedoeld om kaders voor de uitwerking mee te geven ten aanzien van een onderwerp. Daarvoor is de doorwerking bedoeld. De uitwerking van de doorwerking vindt plaats nadat de gemeenteraad de Toekomstvisie heeft vastgesteld en achter de ambities voor 2040 staat. Onze visie is een visie op hoofdlijnen. De duidelijke ambitie om inbreiding te verkiezen boven uitbreiding komt ook door het gegeven dat op dit moment nog veel uitbreidingsplannen in de realisatie en ontwikkeling zijn. Om bij verdere ontwikkeling de identiteit van de kernen en de omringende landschappelijke kwaliteiten te beschermen wordt in de toekomst inbreiding boven uitbreiding verkozen.

5. De visie noemt “extra verkeersdrempels” en betere fietspaden. Wij streven naar 50 % minder gereden autokilometers. Welk emissie- en verkeersmodel gebruikt de gemeente om maatregelen (30-km-zones, deelauto’s, OV-verbeteringen) te vertalen naar een kwantitatieve CO₂- en km-reductie, en wat zijn de streefwaarden per jaar? 6. De visie stelt dat in 2040 de biodiversiteit niet verder is afgenomen en “op onderdelen verbeterd”. Welke indicatoren (bijv. Living Planet Index, % bloem-/faunarijk grasland) hanteert het college om “verbeterd” objectief vast te stellen?

Hart

1. Naar aanleiding van de Commissie MER: Hoe gaat u in de toekomst met de verschillende genoemde controverses om?

2. Hoe gaat u de effecten van de toekomst visie meten en monitoren?

3. Welke acties onderneemt u om de thema’s sociale cohesie en eenzaamheid een eigen plek te geven in de toekomstvisie, maar

Zaaknummer 2846143

Pagina 4 van 9

datum 10 juni 2025

We gebruiken het regionaal verkeersmodel waarmee we maatregelen doorrekenen, zoals het aanleggen van een nieuwe weg of de aanpassing van de max. Snelheid. Het streven van 50 % minder gereden autokilometers staat niet beschreven in de Toekomstvisie, uiteraard streven we, zoals ook beschreven op pag. 38 in de Toekomstvisie, naar een Mobiliteitstransitie. De systematiek voor monitoring en de daarbij behorende indicatoren moet nog verder worden uitgewerkt. Daar gaan we komende periode mee aan de slag. De Commissie MER heeft hierbij in haar advies ook enkele suggesties gedaan. Deze zullen wij als overweging meenemen in de uitwerking van onze monitoring. Ruimtelijke keuzes en 'controverses' zullen ook bij de doorwerking van de Toekomstvisie aan de orde komen. Hierbij zal altijd een belangenafwegingen plaatsvinden. Hiervoor worden de gebruikelijke bestuurlijke besluitvormingsprocessen doorlopen. Ook bij de actualisatie van de Toekomstvisie zal hier aandacht voor zijn. De beoordelingsaspecten uit de Foto van de Leefomgeving van het OER biedt handvatten om de effecten op de leefomgeving te monitoren. Daarnaast monitoren we in hoeverre de doelen en ambities worden gehaald aan de hand van brede welvaart. De systematiek voor monitoring moet nog verder worden uitgewerkt. Daar gaan we komende periode mee aan de slag.

De Commissie MER heeft hierbij in haar advies ook enkele suggesties gedaan. Deze zullen wij als overweging meenemen in de uitwerking van onze monitoring. Wij zijn een project gestart Versterken sociale basis en ontwikkelen van zorgzame wijken en kernen. De eerste

meer nog in de uitvoering en monitoring. We begrijpen dat deze onderwerpen een plek krijgen in de visie Sociaal Domein, maar desondanks blijft het onze vraag hoe dit gaat gebeuren.

D66

In de Toekomstvisie lezen we op pagina 10 de volgende passage: “Sint-Oedenrode, Veghel-centrum en Schijndel vervullen de rol van hoofdkern. Hier zijn centrumvoorzieningen aanwezig voor dagelijkse basisbehoeften. Deze hoofdkernen stimuleren lokaal ondernemerschap en geven uitdrukking aan de lokale dynamiek.” 1. Waarom wordt hier alleen Veghel-centrum benoemd, terwijl Schijndel en Sint-Oedenrode wel als geheel worden genoemd? En welke rol is in dit kader weggelegd voor Erp? 2. Wat is de stand van zaken rondom de zoektocht naar een WVGlocatie in Schijndel? En in hoeverre is het mogelijk om – ook zonder een dergelijke locatie – te voorzien in de woningbehoefte van Schijndelse inwoners voor de komende jaren, met de beleidskeuzes zoals die in de Toekomstvisie worden gemaakt? 3. Op pagina 25 lezen we de ambitie om de wachttijd voor een sociale huurwoning in 2040 terug te brengen naar minder dan

Zaaknummer 2846143

Pagina 5 van 9

datum 10 juni 2025

contouren van dit project zijn gepresenteerd tijdens een BVA in mei 2024. Met ingang van 2025 zijn hiervoor middelen opgenomen in de begroting. Het versterken van de sociale basis en het ontwikkelen van zorgzame wijken en kernen is een belangrijk thema in de Toekomstvisie. Sociale cohesie en verminderen eenzaamheid komt ook in uitvoeringsprogramma sociaal domein. Het zal worden opgenomen binnen het thema; Gezonde sociale omgeving. We willen meer inloop, dagbesteding en activiteiten in de wijken en kernen. Gemeenschapshuizen kunnen hierin een belangrijke rol gaan vervullen. Kloosterkwartier LeefGoed in Veghel is onze pilot wijk. In 2025 starten we ook in 3 andere wijken (Veghel Zuid, Kienehoef Sint-Oedenrode en in de Bloemenwijk Schijndel) De rol en betekenis van de hoofdkernen van Meierijstad worden aangehouden zoals die in de Centrumvisie zijn gedefinieerd. Het centrum van Veghel is gelijk te stellen aan Schijndel en Sint Oedenrode. In Veghel heeft de Noordkade c.q Havenkwartier echter een bovenlokale rol en betekenis, waardoor onderscheid nodig is met Veghel-centrum. De rol van Erp is terug te vinden onder de beschrijving zoals die voor de kernen in het algemeen van toepassing is in de Toekomstvisie. WVG-Schijndel locatie is niet geschikt gebleken.

Zonder de WVG-locatie zijn er voldoende andere locaties met woningbouwplannen waarmee we voor Schijndel op koers liggen voor de komende jaren. De ambities is uitgesproken om de wachttijd significant te verkorten. 1 jaar is daarbij de streeftijd. Nadere concretisering

één jaar. Hoeveel sociale huurwoningen moeten er worden bijgebouwd om deze ambitie te realiseren?

en uitwerking van de ambities zal verder afgestemd dienen te worden in de nadere uitwerking. Dat geldt ook voor het aantal woningen dat bijgebouwd moet worden om die ambitie te kunnen verwezenlijken.

4. Op pagina 25 staat de ambitie dat Meierijstad in 2040 op het gebied van cultuur “op gelijke hoogte staat met de grote steden in Brabant.” Hoe wordt de ‘hoogte’ van cultuur gemeten? En hoe groot is op dit moment de achterstand ten opzichte van deze steden?

De ambitie uit de Toekomstvisie Meierijstad 2040 om “op gelijke hoogte te staan met de grote steden in Brabant” is een kwalitatieve doelstelling, geïnspireerd op het ringenmodel van Cor Wijn zoals beschreven in de cultuurnota ‘Kunst en Cultuur kleuren Meierijstad (2024–2030)’. Dit model, ontwikkeld door de VNG, geeft een overzicht van de benodigde basisinfrastructuur voor culturele voorzieningen voor gemeente van verschillende grootte. In het model wordt het aantal inwoners van gemeente als uitgangspunt genomen. Het ringenmodel onderscheidt drie niveaus van culturele voorzieningen: • • •

Binnenste ring (< 30.000 inwoners): Basisvoorzieningen (bibliotheek, amateurkunst, muziekonderwijs) Middenring (30.000 – 100.000 inwoners): Professionele instellingen (theaters, musea, kunstencentra) Buitenste ring (> 100.000 inwoners): Regionale en (inter)nationale topvoorzieningen

Meierijstad bevindt zich nu in de middenring. De ambitie is om in 2040, mede gelet op de groei qua inwoners en verstedelijking van met name Veghel, ook elementen van de buitenste ring te realiseren, zoals voorzieningen met bovenlokale uitstraling en broedplaatsen. Verder kijken we ter vergelijking eerder naar

Zaaknummer 2846143

Pagina 6 van 9

datum 10 juni 2025

5. Op pagina 5 staat dat de Toekomstvisie iedere vier jaar wordt bijgesteld. Vindt deze bijstelling plaats net vóór of net ná de gemeenteraadsverkiezingen? Wordt daarbij ook een evaluatie opgenomen van de voortgang in de afgelopen vier jaar? En wat is de rol van de gemeenteraad in dit bijstellingsproces?

6. De Toekomstvisie is tevens de omgevingsvisie. Wat zijn de programma’s en/of plannen, die de concretisering vormen van deze omgevingsvisie? Kan bij elk programma/plan aangegeven worden: a) wat de strekking is, b) wanneer het programma/plan gereed zal zijn en c) of en wanneer het aan de raad wordt voorgelegd? 7. In het raadsvoorstel staat dat de toekomstvisie tevens de herijking van de visie sociaal domein is. In de toekomstvisie wordt dat in het geheel niet benoemd. Waarom is het niet opgenomen in de toekomstvisie? Wat zijn de programma’s en/of plannen die de concretisering vormen van de visie sociaal domein? Kan bij elk programma/plan aangegeven worden wat de strekking is, wanneer gereed en wanneer aan de raad voorgelegd? 8. Voor jongeren met jeugdhulp is de ambitie dat deze van 1 op 8 naar 1 op 14 gaat. Waar is het streefcijfer 1 op 14 op gebaseerd?

Zaaknummer 2846143

Pagina 7 van 9

datum 10 juni 2025

steden als Oss en Roosendaal, dan naar het niveau van steden als Eindhoven of Tilburg. Als uitgangspunt vóór de gemeenteraadsverkiezingen (van 2030). Daarbij wordt natuurlijk ook de voortgang van de afgelopen 4 jaar in beeld gebracht. Ten aanzien van de rol van de Raad: - De raad geeft kaders voor de bijstelling. - Uiteraard wordt bij de raad opgehaald waar men wil bijstellen. - De raad besluit over de bijstelling. De uitwerking van de doorwerking vindt plaats nadat de gemeenteraad de Toekomstvisie heeft vastgesteld en achter de ambities voor 2040 staat. Er valt op dit moment dan ook nog geen uitspraak te doen over wat de definitieve programma’s en/of plannen gaan worden. Dat staat inderdaad niet expliciet in de Toekomstvisie. Wij zullen dat in de definitieve versie nog toevoegen. Nog dit jaar staat de vaststelling gepland van het Programma Sociaal Domein. Dit is een strategisch / tactisch beleidsdocument wat uitvoering geeft aan de Toekomstvisie.

In de visie geven wij bijzondere aandacht aan het terugdringen van het aantal jongeren met jeugdhulp. Wij gaan er van uit dat onze inspanning resultaat oplevert. Het is een serieuze ambitie, maar met de ambitie van 1 op de 14 streven we er naar om terug te keren naar het niveau uit het verleden.

9. Op pag 33 onderaan staat dat er geen grootschalige logistieke bedrijven zijn gevestigd die geen schakel vormen in ons economische ecosysteem. Op pag 52 staat bij de verhaallijn bruisend werkcluster: ‘De groei van het bedrijfsleven inclusief de logistieke sector en opslag/overslag krijgt de ruimte en wordt actief gestimuleerd.’ Hoe kan bepaald worden of grootschalige logistieke bedrijven een schakel vormen in ons economische ecosysteem? 10. Op pagina 35 staat de ambitie dat er in 2040 een mbo-5 niveau (associate degree) is. Echter, het mbo biedt beroepsonderwijs tot en met niveau 4. Het beroepsonderwijs niveau 5 (associate degree) is voorbehouden aan hogescholen. Welke ambitie wordt hier bedoeld? 11. Er wordt gesproken over een Noordelijke Randweg Veghel voor het autoluw maken van het centrum. Op welke verkeersstromen in/rond het centrum richt zich de noordelijke randweg? Is er een zoekgebied voor deze randweg? Zo ja, welk gebied is dat? 12. Er wordt gesproken over woningbouw in bebouwingslinten waar boeren zijn gestopt en stallen gesloopt. Op pagina 44 gaat het om groene buffers tussen de kernen. Worden bebouwingslinten planmatig of via criteria gedefinieerd? Zo ja, waar en hoe wordt dit vastgelegd? Zo nee, hoe wordt dan groene buffers gewaarborgd?

Zaaknummer 2846143

Pagina 8 van 9

datum 10 juni 2025

Normalisering wordt een belangrijk doel in de jeugdhulp, de jeugdgezondheidszorg en het onderwijs. Jongeren en hun ouders worden vaak te veel geproblematiseerd, gemedicaliseerd en geïndividualiseerd. Normalisering moet gaan bijdragen aan het verminderen van het aantal jongeren met jeugdhulp. Behalve beoordelingscriteria bij kaveluitgifte is er nog een behulpzame landelijke methodiek in ontwikkeling om in te zetten: ‘bedrijfseffectrapportage’. Hiermee is bij nieuwvestiging van bedrijven bijvoorbeeld inzichtelijk te maken welke arbeidskrachten nodig zijn, in hoeverre de bedrijfsvoering toeleverend of afnemend is tegenover andere economische ketenpartners, of dat het juist op zichzelf staat. Hier wordt niveau 5 bedoeld. Over deze ambitie zullen we komende jaren in overleg treden met het MBO en het HBO (AVANS/Fontys). De samenwerking met MRE kan hierbij van grote waarde zijn. Het richt zich op de verkeersstromen in het gebied gelegen tussen de Rembrandtlaan, Populierlaan, het Duits Lijntje en de N279. De uitwerking vindt plaats nadat de gemeenteraad de Toekomstvisie heeft vastgesteld en achter de ambities voor 2040 staat. Daar waar we het toevoegen van enkele woningen in bebouwingslinten willen faciliteren, spreken we over bebouwingslinten welke vanuit historisch perspectief zijn ontstaan en dus al bestaand zijn.

Ontwikkelingen in ons landelijk gebied welke (grootschalige) functieveranderingen met zich meebrengen zullen nader uitgewerkt worden nadat de

13. Er wordt gesproken over een natuur- en recreatieplas in hoofdstuk 9. Wordt hierbij gedoeld op een bestaande plas (bijv. Kienehoef) of wordt gedacht aan een nieuwe plas? 14. Er wordt gesproken over een monitoringssysteem voor brede welvaart. Welke meetinstrumenten zijn er nu al beschikbaar voor brede welvaart? En welke zullen nog ontwikkeld moeten worden? Zijn er al gemeenten die (delen van) een brede welvaart monitor hebben? Zo ja, graag toelichten.

15. Er wordt monitoring via de OmgevingsEffectRapportage (OER) genoemd. Hoe vaak wordt deze opgesteld? Zullen volgende OER’en de ontwikkeling t.o.v. de nulmeting inzichtelijk maken?

Zaaknummer 2846143

Pagina 9 van 9

datum 10 juni 2025

gemeenteraad de Toekomstvisie heeft vastgesteld en achter de ambities voor 2040 staat. De uitwerking van de doorwerking vindt plaats nadat de gemeenteraad de Toekomstvisie heeft vastgesteld en achter de ambities voor 2040 staat, dus op dit moment liggen beide opties nog open. De systematiek voor monitoring en de daarbij behorende indicatoren moet nog verder worden uitgewerkt. Daar gaan we komende periode mee aan de slag. De Commissie MER heeft hierbij in haar advies ook enkele suggesties gedaan. Deze zullen wij als overweging meenemen in de uitwerking van onze monitoring.. Vanuit het CBS is er een monitor en het PBL heeft publicaties. In de uitwerking zal vooral ontwikkeld dienen te worden wat voor Meierijstad relevant is. De beoordelingsaspecten uit de Foto van de Leefomgeving van het OER biedt handvatten om de effecten op de leefomgeving te monitoren. Kortom, de effecten t.o.v. de nulmeting worden in beeld gebracht. De systematiek voor monitoring moet nog verder worden uitgewerkt. Het is voorstelbaar om de effecten in elk geval bij de eerst volgende actualisatie van de Toekomstvisie in beeld te brengen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=8601cb27-03d1-4024-9d99-ac73faf2f412