Technische vragen bp Buitengebied Sint-Oedenrode Bobbenagelseweg 9 - t Achterom 3
Tekst van het document
Technische vragen raadsvergadering 10 april 2025 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan en vaststelling beeldkwaliteitsplan ‘Buitengebied SintOedenrode, Bobbenagelseweg 9 – ’t Achterom 3’ Fractie
Vragen
Antwoorden
PvdAGroenLinks
1. Er wordt een kwaliteitsbijdrage gevraagd van de initiatiefnemer voor landschapsinpassing. Hoe wordt gewaarborgd dat dit bedrag daadwerkelijk wordt besteed aan ruimtelijke kwaliteitsverbetering en niet ergens anders binnen de begroting verdwijnt?
De besteding is geborgd in de regels. In artikel 5.2.4 is opgenomen dat er uitvoer moet zijn gegeven aan de landschappelijke inpassing zoals bedoeld in Bijlage 1, binnen 18 maanden naar verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw van de rijhal. De opmerkingen zijn verwerkt in het plan. In de regels wordt artikel 3.4.2 aangepast, de gewenste diepte van 1,2m wordt hierin opgenomen. Ten behoeve van de Provinciale aanduiding ‘Regionale Waterberging’ wordt een extra gebiedsaanduiding op de verbeelding opgenomen en dit wordt tevens in de regels geborgd. Het betreft slechts een heel klein gedeelte van het plangebied. Verder wordt er in de toelichting een passage aan gewijd. Het waterschap heeft, na ter inzagelegging van het ontwerpplan, een vergunning verleend voor het dempen van de sloot.
2. Het Waterschap heeft kritiek geuit op de diepte van de kikkerpoelen en de opname van regionale waterberging. In hoeverre zijn deze bezwaren nu volledig verwerkt in de plannen?
3. Wordt er bij het dempen van de watergang ook rekening gehouden met de bredere waterproblematiek in Meierijstad, zoals droogte en wateroverlast?
4. Er zijn zienswijzen ingediend die de impact op het cultuurhistorisch landschap aanhalen. Hoe wordt gegarandeerd dat de ruimtelijke kwaliteit en openheid van het Dommeldal behouden blijven?
5. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Bobbenagelseweg 9 - 't Achterom 3', zijn voor dit perceel de dubbelbestemmingen ‘Waarde-Archeologie 1 en 2’ opgenomen, terwijl in het Paraplubestemmingsplan Archeologie de dubbelbestemming WaardeArcheologie 4 is opgenomen. Wat gaan we dan vaststellen mede gelet op de volgorde in de raadsagenda?
6. Welke duurzaamheidseisen worden gesteld aan de nieuw te realiseren woning(-en)? 7. Hoe wordt de vereiste landschappelijke kwaliteitsverbetering concreet ingevuld?
Zaaknummer 2783271
Pagina 2 van 2
datum 24 maart 2025
In het vigerende plan mocht het gehele perceel, onder voorwaarden, worden bebouwd. In onderhavig plan is dit teruggebracht naar een rijhal van maximaal 1.200m². De rijbak is zodanig gesitueerd dat de zichtlijn op het Dommeldal vanaf ’t Achterom behouden blijft en niet wordt onderbroken. In de nota van zienswijzen wordt hier nader op ingegaan. De herziening gaat uit van een vrijstellingsoppervlakte van gedeeltelijk 200 m² en dieper dan 0,5 m en een deel 500 m² en dieper dan 0,5 m. In het paraplubestemmingsplan wordt dat 250 m2 en een diepte van meer dan 30 cm respectievelijk een deel met een oppervlakte van 50 m2 en een diepte van meer dan 30 cm. De begrenzing van de ‘strengere’ categorie 2 wordt echter wel een stuk kleiner op de verbeelding. Ten behoeve van de herziening is al een inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd (bijlage 9). Daarmee zijn de archeologische waarden binnen het hele plangebied al in beeld gebracht. In onderhavig plan wordt geen (nieuwe) woning toegevoegd. Het landschappelijk inpassingsplan is als bijlage opgenomen in zowel de toelichting als bij de regels van het plan.