Technische vragen Biodiversiteit gemeente Meierijstad.docx
Tekst van het document
Technische vragen raadsvergadering 29 september 2022 Vaststelling biodiversiteitsbeleid gemeente Meierijstad 2022-2030 Fractie
Vragen
Antwoorden
Lokaal
1. Wat betreffen de extra financiële lasten van het nieuwe beleid? Graag ontvangen wij hiervan een indicatie met een uitsplitsing naar het soort kosten. 2. Er wordt een nieuw pachtbeleid vastgesteld voor de periode 2023-2025. Wie heeft bevoegdheid om dit pachtbeleid vast te stellen? 1. De klankbordgroep vertegenwoordigd diverse groepen/organisaties. Wellicht een gemis dat er de WBE (wildbeheerseenheid) actief in onze gemeente niet is benaderd of toegevoegd. Deze organisatie zou hun kennis kunnen toepassen in het buitengebied. Vraag: zijn deze benaderd? 2. Waarom heeft de gemeentelijke organisatie niet gebruikt gemaakt van de organisaties binnen Meierijstad voor een biodiversiteitsmeting?
In het concept uitvoeringsprogramma zijn de financiële en personele consequenties per maatregel benoemd. Op pagina 20 vindt u een totaaloverzicht. Het college is bevoegd om het pachtbeleid vast te stellen. De wildbeheerseenheid is niet actief benaderd.
GBM
3. Wordt bij "natuurinclusief bouwen" de afgesproken termijn van de quickscan nog opgenomen in dit concept?
We maken gebruik van de Nationale Databank Flora en Fauna, waarin de lokale organisaties hun waarnemingen (kunnen) plaatsen. De lokale natuurverenigingen zijn via het Platform Natuur en Landschap betrokken bij het opstellen van het beleid en hebben daar hun kennis, kunde en prioriteiten ingebracht. De kansenscan koppelen we aan het vergunningtraject en hanteren daarmee de termijnen van de omgevingswet.
Vragen over de bijlages: moitoring per gebiedstype. 4. Waarom worden libellen, vlinders apart genoemd van de insecten?
5. Waarom worden de DAS en de AKKERVOGELS vernoemd in het leefgebied?
6. Waarom neemt men dan ook niet mee de VOS en het REE in deze bijlages?
Zaaknummer 2174220
Pagina 2 van 2
datum 12 september 2022
Libellen en vlinders behoren inderdaad ook tot de insecten. De reden dat ze apart genoemd worden is omdat libellen en vlinders een goed beeld van hun leefgebieden en daarmee een indicatie van de stand van de natuur en het beheer daarvan. Bij het beheer van o.a. de natuurgebieden wordt rekening gehouden met insecten (insectenvriendelijk beheer), maar omdat libellen en vlinders over het algemeen beter in kaart zijn gebracht en indicatief zijn voor verschillende gebiedstypen wordt hier in de monitoring vaak apart naar gekeken. In de leefgebieden worden de das en akkervogels (samen met struweelvogels en weidevogels) apart genoemd, omdat dit een soort(groep) is die beschermd zijn in het provinciaal natuurbeleid. Deze soorten zijn indicatief voor de stand van de natuur en inrichting van het landschap in het landelijke gebied. De vos en het ree zijn zeer algemeen voorkomende soorten in het landelijke gebied in Brabant en in Meierijstad. Daarom zijn deze soorten niet indicatief voor bepaalde leefgebieden en het beheer daarvan. Mocht dat in de toekomst veranderen, kunnen deze soorten ook worden meegenomen in de monitoring naar de biodiversiteit in Meierijstad.