Steenoven II Fase II_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 4 Notitie externe veiligheid
Tekst van het document
MEMO PROJECT
Bestemmingsplan Mariaheide Steenoven II fase 2, Mariaheide
PROJECTNR.
SLM018013
ONDERWERP
Onderzoek externe veiligheid
REFERENTIE
SLM018013.NOT004.AC
AUTEUR
Ann-Sofie Corthouts
DATUM
2 augustus 2023
1
INLEIDING
In het zuiden van de kern Mariaheide wilt de gemeente Meierijstad maximaal 40 grondgebonden woningen realiseren. In het kader van de bestemmingsplanprocedure is in voorliggende notitie het aspect ‘externe veiligheid’ beschouwd.
2
EXTERNE VEILIGHEID
2.1
ONGEVALLEN GEVAARLIJKE STOFFEN
In de onmiddellijke omgeving van het plangebied zijn enkele externe veiligheidsrisicobronnen gesitueerd. Op basis van de publieke risicokaart zijn de aanwezige risicobronnen geïnventariseerd. In figuur 2-1 is de situering van het plangebied ten opzichte van deze risicobronnen grafisch weergegeven.
3
1
2 4
Figuur 2-1 Risicobronnen ten opzichte van het plangebied (blauw omcirkeld)
De dichtstbijzijnde risicobronnen zijn nader beschouwd in relatie tot het planvoornemen. Het betreft (nummering conform weergave in figuur 2-1): wsp.com
pagina 1/5
1. 2. 3. 4.
J.G.M. van Bergen – Bolstweg 6; A.W.M. Donkers – Wethouder Donkersweg 2; Transport van gevaarlijke stoffen, Rijksweg N50/A50; Hogedrukaardgasleiding Gasunie Z-542-01.
Externe veiligheid beschrijft de grootte van het overlijdensrisico als gevolg van activiteiten met gevaarlijke stoffen. De mate van externe veiligheid wordt bepaald door de grootte van het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Plaatsgebonden risico:
risico op een plaats buiten een inrichting, een transportroute of een buisleiding, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting, op die transportroute of met die buisleiding, waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.
De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is vastgesteld op ten hoogste 1 x 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten. Groepsrisico:
cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting, een transportroute of een buisleiding en een ongewoon voorval binnen die inrichting, op die transportroute of met die buisleiding waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.
Het groepsrisico wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde: - 10-5 per jaar voor 10 dodelijke slachtoffers - 10-7 per jaar voor 100 dodelijke slachtoffers - 10-9 per jaar voor 1000 dodelijke slachtoffers De oriëntatiewaarde is het ijkpunt in een systeem waarin gezocht moet worden naar maatschappelijk aanvaardbare grenzen. Een toename van het groepsrisico dient dan ook verantwoord te worden. 2.1.1
TOETSING VEILIGHEIDSAFSTAND
Voor de bovengrondse propaantanken aan de Bolstweg 6 en de Wethouder Donkersweg 2 dient getoetst te worden aan de veiligheidsafstand uit het Activiteitenbesluit. J.G.M. Van Bergen – Bolstweg 6 De inrichting aan de Bolstweg 6 is gelegen op circa 410 meter van de grens van het plangebied. Voor de bovengrondse propaantank van 8.000 liter geldt een veiligheidsafstand van maximaal 25 meter. Geconcludeerd wordt dat de veiligheidsafstand het plangebied niet overlapt. Deze bron levert daarmee geen belemmering op voor het planvoornemen. A.W.M. Donkers – Wethouder Donkersweg 2 Voor de bovengrondse propaantank van 3.000 liter aan de Wethouder Donkersweg geldt een veiligheidsafstand van maximaal 20 meter. De afstand van deze bron tot de grens van het plangebied bedraagt circa 575 meter van de grens van het plangebied en is dus ruim meer dan de veiligheidsafstand. Deze bron levert daarmee geen belemmering op voor het plan.
wsp.com
pagina 2/5
2.1.2
ANALYSE PLAATSGEBONDEN RISICO
TRANSPORT GEVAARLIJKE STOFFEN, RIJKSWEG N50/A50
Volgens de Regeling basisnet geldt voor de wegtracés afrit 13 (Volkel) – afrit 12 (Veghel Noord) en afrit 12 (Veghel Noord) – afrit 11 (Veghel) een risicocontour van 0 meter. Voor deze tracés is daarnaast geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied. Het plaatsgebonden risico van deze bron vormt daarmee geen belemmering. HOGEDRUKAARDGASLEIDING GASUNIE Z-542-01
Volgens de toelichting in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, vastgesteld 2015-10-22, waar de aardgasleiding binnen is gelegen, is opgenomen dat er geen PR-contouren van de verschillende leidingen binnen het bestemmingsplan bestaand (met andere woorden de 10 -6 risicocontour ligt op 0 meter van de buisleiding). Daarmee levert het plaatsgebonden risico van deze bron geen belemmering op voor het plan. 2.1.3
ANALYSE GROEPSRISICO
TRANSPORT GEVAARLIJKE STOFFEN, RIJKSWEG N50/A50
De afstand van de Rijksweg tot het plangebied bedraagt circa 1.000 meter. Conform artikel 8 van het Besluit Externe Veiligheid Transportroutes is het voor een plan dat buiten 200 meter van een transportroute is gelegen, niet noodzakelijk om in te gaan op o.a. de hoogte van het groepsrisico. HOGEDRUKAARDGASLEIDING GASUNIE Z-542-01
De aardgasleiding van Gasunie met kenmerk Z-542-01 heeft een uitwendige diameter van 264 mm. De werkdruk van de leiding bedraagt 40 bar. De 1%- en de 100% letaliteitscontour van de buisleiding bedraagt daarmee respectievelijk 120 en 60 meter. Het plangebied ligt met een afstand van circa 970 meter ruim buiten dit invloedsgebied. Omdat een toevoeging van personen op een dergelijk grote afstand geen invloed heeft op het groepsrisico is verder onderzoek niet noodzakelijk. 2.2
HOOGSPANNINGSLIJNEN
De magneetveldzones rond het bovengrondse hoogspanningsnet zijn door het RIVM vastgelegd in de Netkaart. Deze Netkaart bevat de breedte van de indicatieve magneetveldzone. Indien de indicatieve zone een bestemmingsplan overlapt, moet nader onderzoek plaatsvinden. Uit onderstaande afbeelding blijkt dat de dichtstbijzijnde hoogspanningslijn ten oosten van het plangebied is gelegen.
wsp.com
pagina 3/5
Figuur 2-2 Ligging hoogspanningslijnen (blauw) ten opzichte van het plangebied (rood omcirkeld)
De indicatieve zone voor de hoogspanningslijnen bedraagt maximaal 60 meter aan weerszijden. Het plangebied ligt ver buiten deze indicatieve zone (op circa 4,5 km), waardoor de hoogspanningslijnen geen risico opleveren voor de planrealisatie. 2.3
ZENDMASTEN
Uit het Antenneregister blijkt dat de meest nabij gelegen zendmasten op een afstand van circa 350 meter liggen. Dit betreffen GSM-masten, LTE-masten, UMTS-masten, 5G-masten en vaste verbindingen.
wsp.com
pagina 4/5
Figuur 2-3 Ligging zendmasten ten opzichte van het plangebied (rood omcirkeld)
Agentschap Telecom, toezichthouder op het gebruik van elektromagnetische velden, voert jaarlijks door heel Nederland steekproefsgewijs veldsterktemetingen uit om na te gaan of de blootstellingslimieten worden overschreden. Uit geen enkele van de veldsterktemetingen blijkt dat de blootstellingslimieten op publiek toegankelijke plaatsen in Nederland worden overschreden. 2.3.1
CONCLUSIE
De risicobronnen in de directe omgeving van het plangebied vormen geen belemmering voor de realisatie van het plan Mariaheide Steenoven II fase 2 in Mariaheide.
wsp.com
pagina 5/5