CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Steenoven II Fase II_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Bijlagenboek3.710 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vormvrije m.e.r.-beoordeling t.b.v. het plan Steenoven II, fase II te Mariaheide

Gemeente Meierijstad

IDN-codering: NL.IMRO.1948.BP35202-0001 Status: ontwerp Datum: 14 augustus 2023

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Aanleiding vormvrije m.e.r.-beoordeling

4 4

2

M.e.r.-beoordeling 2.1 Een m.e.r. (-beoordelingsplichtige activiteit) 2.2 Procedure en beoordelingscriteria 2.3 Initiatiefnemer en bevoegd gezag

5 5 5 6

3

Kenmerken en plaats van het project 3.1 Kenmerken van het project 3.1.1 Beschrijving van het project 3.1.2 Cumulatie met andere projecten 3.1.3 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen 3.1.4 Productie van afvalstoffen 3.1.5 Verontreiniging en hinder 3.1.6 Risico van ongevallen en veiligheid 3.2 Plaats van het project

7 7 7 7 8 8 8 8 8

4

Kenmerken van de mogelijke effecten 4.1 Natuur 4.1.1 Gebiedsbescherming 4.1.2 Beschermde soorten 4.1.3 Conclusie 4.2 Bodem en water 4.2.1 Bodem 4.2.2 Water 4.2.3 Conclusie 4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie 4.3.2 Cultuurhistorie 4.3.3 Conclusie 4.4 Verkeer en parkeren 4.5 Geluid: wegverkeer 4.6 Bedrijven en milieuzonering 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Externe veiligheid

10 10 10 11 11 11 11 12 12 12 12 13 13 13 14 14 14 15

5

Conclusie 5.1 Kenmerken van de activiteit 5.2 Plaats van de activiteit 5.3 Samenhang met andere activiteiten ter plaatse 5.4 Kenmerken van de belangrijke nadelige milieugevolgen 5.5 Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling

16 16 16 16 16 17

2/17 — SLM018013 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM018013.RAP01.NP.DB, versie 2 — 14 augustus 2023

Overzicht bijlage(n) Bijlage 1 - Quickscan natuurwaarden Bijlage 2 - Bodemonderzoek Bijlage 3 - Archeologisch onderzoek Bijlage 4 - Akoestisch onderzoek Bijlage 5 - Onderzoek bedrijven en milieuzonering Bijlage 6 - Onderzoek externe veiligheid

3/17 — SLM018013 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM018013.RAP01.NP.DB, versie 2 — 14 augustus 2023

1

Inleiding

1.1

Aanleiding vormvrije m.e.r.-beoordeling

Voorliggende aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling heeft betrekking op het bestemmingsplan voor de bouw van 40 grondgebonden woningen ten westen van de Heiakkerstraat in Mariaheide. De gemeente Meierijstad heeft met projectontwikkelaars afspraken gemaakt over de ontwikkeling van een nieuw woongebied aan de zuidzijde van Mariaheide. Het eerste deel van deze ontwikkeling is inmiddels afgerond en momenteel wordt de ontwikkeling van de tweede fase mogelijk gemaakt. Hiervoor wordt een plan opgesteld waarin de genoemde hoeveelheid woningbouw is opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met de geldende bestemmingsplannen ‘Buitengebied’ van de gemeente Veghel (momenteel gemeente Meierijstad) en ‘Mariaheide, herziening Heiakkerstraat’ van de gemeente Meierijstad, waardoor een herziening van het bestemmingsplan in voorbereiding is. Bij dit bestemmingsplan, dat een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, hoort een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit document vormt de basis voor deze beoordeling. .

4/17 — SLM018013 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM018013.RAP01.NP.DB, versie 2 — 14 augustus 2023

2

M.e.r.-beoordeling

2.1

Een m.e.r. (-beoordelingsplichtige activiteit)

In de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage 1994 (verder: Besluit m.e.r.) zijn activiteiten met drempelwaarden opgenomen op basis waarvan de noodzaak van het wel of niet opstellen van een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) of meteen een milieueffectrapportage (onderdeel C) wordt bepaald. In onderdeel C is aangegeven bij welke activiteiten waarschijnlijk sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Hiervoor geldt een directe verplichting voor het doorlopen van de m.e.r.-procedure (onderdeel C). Onderdeel D bevat activiteiten waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Als blijkt dat aanzienlijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten, is alsnog een m.e.r-procedure nodig. De opgenomen drempelwaarden zijn gebaseerd op algemene kenmerken van een activiteit en een globale aanname dat bij gevallen onder de drempelwaarde geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. De bouw van 33 woningen valt onder het Besluit me.r. categorie D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De hierbij opgenomen drempelwaarden worden niet overschreden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen; 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het Besluit m.e.r.

(artikel 2, vijfde lid onder b.) schrijft ook bij activiteiten onder de drempelwaarde voor dat een milieu-effectbeoordeling nodig is, waarbij wordt verwezen naar de Europese richtlijn milieueffectrapportage. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. 2.2

Procedure en beoordelingscriteria

De m.e.r. beoordeling hoort bij het ruimtelijke plan (plan) waarin de hiervoor genoemde activiteiten mogelijk worden gemaakt. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling doorloopt dezelfde procedure als een formele m.e.r.beoordeling: een particulier of ondernemer die initiatiefnemer is van een bepaalde activiteit, dient een aanmeldnotitie in bij het bestuursorgaan dat bevoegd is te besluiten op de aanvraag/het plan waarmee de activiteit mogelijk wordt gemaakt. Het bevoegd gezag neemt vervolgens een beslissing of al dan niet een milieueffectrapportage moet worden doorlopen.

5/17 — SLM018013 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM018013.RAP01.NP.DB, versie 2 — 14 augustus 2023

Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden de volgende criteria betrokken: 1. kenmerken van het project (hoofdstuk 3); 2. plaats van het project (hoofdstuk 3); 3. kenmerken van het potentiële effect (hoofdstuk 4). In deze notitie is de informatie opgenomen op basis waarvan het bevoegd gezag kan toetsen of sprake is van mogelijk belangrijk nadelige gevolgen van beoogde ontwikkeling voor het milieu. In het geval belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten, zal een m.e.r.procedure worden doorlopen. Als geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden, wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure hoeft te wordt doorlopen. 2.3

Initiatiefnemer en bevoegd gezag

Initiatiefnemer van het plan is de gemeente Meierijstad. Het bevoegd gezag voor het vaststellen van het bestemmingsplan is de gemeenteraad van de gemeente Meierijstad.

6/17 — SLM018013 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM018013.RAP01.NP.DB, versie 2 — 14 augustus 2023

3

Kenmerken en plaats van het project

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de kenmerken van het project en de plaats van het project. 3.1

Kenmerken van het project

3.1.1 Beschrijving van het project Het project voorziet in de bouw van maximaal 40 grondgebonden woningen. Voor de ontsluiting van de woningen wordt aangesloten op de Veldoven aan de noordzijde van het plangebied en de Heiakkerstraat aan de oostzijde van het plangebied. Momenteel worden de gronden gebruikt voor agrarische doeleinden. In figuur 3-1 is het toekomstig plan weergegeven.

Figuur 3-1 Toekomstige invulling van het plangebied Korte beschrijving plan Het toekomstig gebruik van de locatie voor woningbouw sluit aan bij de nieuwe woonwijk ten noorden van het plan. Het materiaalgebruik in de gebouwen, de omvang van de gebouwen, het type bebouwing en de hoeveelheid groen in de woonomgeving wordt afgestemd op de bestaande woonbebouwing van Mariaheide. Hierdoor sluit de nieuwbouw aan bij de reeds bestaande omgeving. 3.1.2 Cumulatie met andere projecten Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten

7/17 — SLM018013 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM018013.RAP01.NP.DB, versie 2 — 14 augustus 2023

3.1.3 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen De ontwikkeling legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Tijdens het bouw- en woonrijp maken is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zal water en elektriciteit nodig zijn. De nieuwe bebouwing wordt gasloos uitgevoerd, conform de Wet Voortgang Energietransitie. 3.1.4 Productie van afvalstoffen De productie van afvalstoffen betreft uitsluitend de huishoudelijke/reguliere afvalstoffen. Deze worden zo veel mogelijk gescheiden om nuttige afvalstoffen op eenvoudige wijze te kunnen inzamelen en vervolgens te verwerken/recyclen. Er is geen sprake van de productie van gevaarlijk afval. 3.1.5 Verontreiniging en hinder In de aanlegfase kan sprake zijn van tijdelijke verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwactiviteiten op locatie. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Naar verwachting is er geen noodzaak om het verkeer in het gebied langdurig om te leiden. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Het aspect tijdelijk hinder leidt daarom niet tot belangrijke milieugevolgen. 3.1.6 Risico van ongevallen en veiligheid De beoogde ontwikkeling zorgt niet voor een toename van de risico’s voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd.

Zowel in de huidige als toekomstige situatie is er sprake van een verkeersveilige ontsluiting van het projectgebied. 3.2

Plaats van het project

Het plangebied Steenoven II, fase II is ongeveer 15.500 groot en ligt aan Papaverstraat te Schijndel. Het plangebied ligt ten zuiden van de straat Veldoven in Mariaheide en wordt begrensd door de Veldoven en Heiakkerstraat. Aan de zuidzijde wordt het plan begrensd door een voetpad met bomenlaan, aan de westzijde wordt de grens gevormd door enkele akkers. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 3-2.

8/17 — SLM018013 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM018013.RAP01.NP.DB, versie 2 — 14 augustus 2023

Figuur 3-2 Ligging van het plangebied (in rood aangegeven)

9/17 — SLM018013 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM018013.RAP01.NP.DB, versie 2 — 14 augustus 2023

4

Kenmerken van de mogelijke effecten

Voor de beoordeling van eventuele belangrijke nadelige milieugevolgen van de voorgenomen activiteit moet, voor zover relevant, rekenschap worden gegeven aan de volgende zaken: • het bereik van het effect (geografische zone en de grootte van de getroffen bevolking); • het grensoverschrijdende karakter van het effect; • de waarschijnlijkheid van het effect; • de duur, frequentie en de onomkeerbaarheid van het effect. 4.1

Natuur

Er zijn verschillende onderzoeken gedaan naar de mogelijke natuurwaarden in het plangebied en de omgeving. In eerste instantie is een quick scan gedaan, waarin zowel de gebiedsbescherming als de soortenbescherming is meegenomen. Vervolgens is een nader onderzoek gedaan naar steenuilen. Ten behoeve van het plan hoeven geen bomen gekapt te worden. 4.1.1 Gebiedsbescherming In onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden te zien.

Figuur 4-1 Ligging van het plangebieden ten opzichte van beschermde gebieden Het plangebied ligt op ruim 12 km afstand van Natura 2000-gebieden. Uit het onderzoek stikstofdepositie (zie bijlage 1) blijkt dat zowel de bouw- als de gebruiksfase niet leiden tot een toename van de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Ook andere effecten op Natura 2000-gebieden zijn gezien de grote afstand uitgesloten.

10/17 — SLM018013 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM018013.RAP01.NP.DB, versie 2 — 14 augustus 2023

De afstand tot het dichtstbijzijnde NatuurNetwerk Brabant-gebied bedraagt circa 800 meter waardoor het plan geen negatieve invloed heeft op het nabijgelegen NNB. 4.1.2 Beschermde soorten Er is een quickscan en een nader onderzoek naar bepaalde soorten uitgevoerd (zie bijlage 1). Hieruit blijkt het volgende. Het plangebied heeft geen functie als groeiplaats voor beschermde plantensoorten. In de directe omgeving van het plangebied kunnen diverse grondgebonden zoogdiersoorten aangetroffen worden. Uit het veldbezoek blijkt echter dat het plangebied niet geschikt is als leefgebied voor de bever, of verblijfsplaats voor de das of steenmarter. Het plangebied kan een zeer klein deel zijn van het foerageergebied van kleine marters, maat het is geen essentieel deel van het foerageergebied. De bomenrijen en bossen ten zuiden van het plangebied vormen het leefgebied van de eekhoorn, dit leefgebied blijft behouden. Het plangebied is verder geschikt als klein, maar niet essentieel onderdeel van, het foerageergebied van vleermuizen. Amfibieën, reptielen, vissen, vlinders en libellen komen niet voor in het plangebied, wel kan de rugstreeppad door het gebied trekken. Om die reden moet het plangebied zijden de bouw ontoegankelijk worden gemaakt voor de rugstreeppad, bijvoorbeeld door het toepassen van paddenschermen.

Het plangebied wordt door diverse algemene broedvogels gebruikt, hiervoor moet verstoring tijdens het broedseizoen voorkomen worden. De bebouwing aan de oord- en oostgrens vormt geschikt leef- en broedgebied voor de huismus. Daarnaast is het plangebied een deel van het foerageergebied van deze vogel. Er is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig en de toekomstige tuinen kunnen opnieuw dienen als foerageergebied. Rondom het plangebied bevinden zich 3 territoria van steenuilen, het gebied dient als secundair foerageergebied voor de steenuil. Uit het Activiteitenplan blijkt dat in het plangebied als mitigerende maatregel een groenstrook wordt ingericht als alternatief foerageergebied voor de steenuil (zie bijlage 2). Hiervoor is een ontheffing soortenbescherming noodzakelijk. 4.1.3 Conclusie Als gevolg van de beoogde ontwikkeling treden er geen negatieve effecten op in Natura 2000of NNB-gebieden. Het verdwijnen van foerageergebied voor de steenuil wordt gemitigeerd, waarvoor een ontheffing noodzakelijk is. Concluderend zijn er niet zodanige nadelige gevolgen voor het milieu dat op basis hiervan een milieueffectrapportage gerechtvaardigd is. 4.2

Bodem en water

4.2.1 Bodem Uit het bodemonderzoek (zie bijlage 3) blijkt dat de bovengrond licht tot matig en plaatselijk zelfs sterk verontreinigd is met bestrijdingsmiddelen, in de ondergrond van het weiland zijn nauwelijks verontreinigingen met OCB aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, cadmium, koper nikkel, zink, xylenen en naftaleen. De omvang van de zware verontreiniging met bestrijdingsmiddelen is niet bekend, waardoor niet duidelijk is of er sprake is van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’. Om dit vast te kunnen stellen is een analyse van meer grondmonsters noodzakelijk. De bovengrond heeft de kwaliteit Industrie en plaatselijk de kwaliteit ‘Niet toepasbaar’. Uit een nader onderzoek blijkt dat er sprake is van een

11/17 — SLM018013 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM018013.RAP01.NP.DB, versie 2 — 14 augustus 2023

historische verontreiniging (zie bijlage 4). Om de bodem geschikt te maken voor het beoogd gebruik moet de bodem ter plaatse van toekomstige gevoelige functies en bij het mitigerende foerageergebied voor de steenuil gesaneerd worden. 4.2.2 Water Het projectgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermings-, intrek- of waterwingebied. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de waterhuishouding is een toename van het verharde oppervlakte. Het hemelwater van de totale omvang aan verharding wordt afgekoppeld. Er is een waterberging van circa 342 m3 nodig, de hiervoor benodigde bergingsvoorzieningen kunnen binnen het plan gerealiseerd worden. Bij het nader ontwerp van de voorzieningen moeten wel nog een aantal keuzes gemaakt worden. In de planregels wordt rekening gehouden met de keuzeopties, door deze niet uit te sluiten. Het afvalwater wordt afgevoerd via het gemeente rioleringsstelsel. 4.2.3 Conclusie De kwaliteit van de bodem kan door middel van sanering geschikt worden gemaakt voor het beoogde gebruik. Hemelwater wordt opgevangen en geïnfiltreerd in waterbergingen in het plangebied. De aspecten bodem en water leiden niet tot zodanige nadelige volgen voor het milieu dat op basis hiervan een milieueffectrapportage gerechtvaardigd is. 4.3

Archeologie en cultuurhistorie

4.3.1 Archeologie Voor archeologie is een bureauonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 5). Op basis van de gemeentelijke archeologische verwachtingenkaart heeft het gebied een lage archeologische verwachting (zie figuur 4-2).

12/17 — SLM018013 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM018013.RAP01.NP.DB, versie 2 — 14 augustus 2023

Figuur 4-2 Archeologische verwachtingswaarde op basis van de archeologische verwachtingenkaart Voor het gebied geldt op basis van landschappelijke en historische ligging een lage verwachting op archeologische vondsten voor de gehele periode vanaf het Laat-Paleolithicum tot aan de Nieuwe tijd. Daarnaast is door het verwachte bodemtype (beekeerdgrond) de kans groot dat de omvorming van heide naar bos naar een afwisseling van grasland, weide en boomgaard de bodem tot in de C-horizont verstoord is. Een vervolgonderzoek naar de archeologische waarde van het gebied is niet noodzakelijk. 4.3.2 Cultuurhistorie Er zijn geen cultuurhistorische waardevolle elementen in het plangebied aanwezig. 4.3.3 Conclusie Het gebied heeft geen cultuurhistorische of archeologische waarde. De aspecten archeologie en cultuurhistorie leiden niet tot zodanige nadelige volgen voor het milieu dat op basis hiervan een milieueffectrapportage gerechtvaardigd is. 4.4

Verkeer en parkeren

De ontwikkeling zal leiden tot een beperkte toename van het verkeer. De wegen in de omgeving van het plangebied bevatten voldoende capaciteit om de toenemende verkeersbewegingen van het plan op te vangen. Er worden voldoende parkeerplaatsen in het plangebied gerealiseerd. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van verkeer en parkeren wordt ingeschaald als neutraal. Een milieueffectrapportage wordt niet noodzakelijk geacht.

13/17 — SLM018013 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM018013.RAP01.NP.DB, versie 2 — 14 augustus 2023

4.5

Geluid: wegverkeer

Het plangebied is gelegen binnen de zone van de Pastoor van Haarenstraat (zie bijlage 6). De geluidbelasting als gevolg van deze weg op het plangebied is lager dan 48 dB Lden en voldoet daarmee aan de voorkeursgrenswaarde. De cumulatieve geluidbelasting bedraagt ten hoogste 45 dB Lden exclusief aftrek conform art. 110g Wgh, waarmee sprake is van een zeer goed woonen leefklimaat ter plaatse. De verkeersaantrekkende werking van het plan zal beperkt zijn en niet leiden tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat ter plaatse. 4.6

Bedrijven en milieuzonering

Op basis van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ is beoordeeld wat de invloed is van de ontwikkeling op de omgeving en andersom, maar ook wat de verschillende functies binnen het plangebied zelf voor effecten op elkaar veroorzaken (zie de notitie in bijlage 7). In de omgeving van het plangebied zijn diverse bedrijven gevestigd. Voor alle bedrijven geldt dat de richtafstand uit de VNG-publicatie wordt gerespecteerd. Voor de bedrijven geldt dat de activiteiten en uitbreidingsmogelijkheden reeds ‘begrensd’ worden door op kortere afstand gelegen gevoelige woonfuncties. In de directe omgeving van de planlocatie komen hoofdzakelijk woondoeleinden voor. Hier zijn kleinschalige, aan de woonfunctie ondergeschikte, beroepsmatige activiteiten toegestaan. Deze hebben echter een zodanig geringe milieubelasting dat deze activiteiten grenzend aan woningen kunnen worden uitgevoerd. In de directe omgeving zijn locaties gelegen waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Door voldoende afstand aan te houden tussen de velden waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast en de woonbebouwing vormt dit onderdeel ook geen belemmering voor het plan. Er is derhalve sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen en de functies in de omgeving worden niet in de belangen geschaad.

Het effect van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van geluid wordt ingeschaald als neutraal. Een milieueffectrapportage wordt niet noodzakelijk geacht. 4.7

Luchtkwaliteit

Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling draagt het project niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging ter plaatse.

14/17 — SLM018013 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM018013.RAP01.NP.DB, versie 2 — 14 augustus 2023

Het effect van de voorgenomen ontwikkeling ten aanzien van lucht wordt ingeschaald als neutraal. Een milieueffectrapportage wordt niet noodzakelijk geacht. 4.8

Externe veiligheid

Binnen het projectgebied wordt geen gebruik gemaakt van gevaarlijke stoffen. Het voornemen voorziet niet in het toevoegen van een risicovolle inrichting. De risicobronnen, zoals bedrijven, wegen en gasleidingen, zijn op voldoende afstand van het plangebied gelegen. De ruimtelijke ontwikkeling vindt plaats buiten het invloedsgebied van de aanwezige risicobronnen (zie bijlage 8). Onderzoek naar het groepsrisico is daarom niet noodzakelijk. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen effect op het aspect externe veiligheid. Een milieueffectrapportage is niet noodzakelijk.

15/17 — SLM018013 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM018013.RAP01.NP.DB, versie 2 — 14 augustus 2023

5

Conclusie

In dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van de conclusies in hoofdstuk 3 en 4 en een eindconclusie verwoord.

5.1

Kenmerken van de activiteit

Het project voorziet in de bouw van 40 grondgebonden woningen. Voor de ontsluiting van de woningen wordt aangesloten op de Veldoven aan de noordzijde van het plangebied en de Heiakkerstraat aan de oostzijde van het plangebied. De ontwikkeling is relatief gering van omvang. Het project blijft ver beneden de drempelwaarden van de m.e.r.-beoordelingsplicht. De ontwikkeling legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Er worden uitsluitend huishoudelijke afvalstoffen geproduceerd. Tijdens de aanlegfase kan sprake zijn van tijdelijke hinder door bouwactiviteiten (in de vorm van geluid- en stofhinder) en bouwverkeer naar de locatie. Na afronding van de werkzaamheden zal deze hinder volledig vervallen. Het voornemen leidt niet tot een toename van risico’s voor de omgeving. 5.2

Plaats van de activiteit

Het projectgebied is geheel binnen het grondgebied van de gemeente Meierijstad gelegen. Het gaat om een locatie die momenteel agrarisch in gebruik is en aansluit op een bestaande woonwijk. De voorgenomen activiteit is niet gelegen in beschermd gebied in het kader van de waterhuishouding of natuur. Binnen het projectgebied zijn ook geen waardevolle groenstructuren aanwezig. 5.3

Samenhang met andere activiteiten ter plaatse

Er vinden in de directe omgeving van het projectgebied geen andere (grootschalige) ontwikkelingen plaats waarmee rekening dient te worden gehouden. 5.4

Kenmerken van de belangrijke nadelige milieugevolgen

Uit hoofdstuk 4 is gebleken dat de ontwikkeling geen belangrijke structurele nadelige en onomkeerbare milieugevolgen met zich meebrengt voor de aspecten bodem, water, archeologie, cultuurhistorie, verkeer, parkeren, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. De ontwikkeling gaat wel gepaard met tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden. Deze zal na afronding van de werkzaamheden volledig vervallen. Er zijn negatieve effecten te verwachten ten aanzien van het aspect ecologie (soortenbescherming voor steenuilen), hiervoor worden mitigerende maatregelen getroffen.

16/17 — SLM018013 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM018013.RAP01.NP.DB, versie 2 — 14 augustus 2023

5.5

Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling

De vormvrije m.e.r.-beoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn. Er is verder geen sprake van bijzondere omstandigheden die het opstellen van een plan-m.e.r. noodzakelijk maakt.

17/17 — SLM018013 — Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling — SLM018013.RAP01.NP.DB, versie 2 — 14 augustus 2023

Overzicht bijlage(n) Bijlage 1 Quickscan natuurwaarden Bijlage 2 Bodemonderzoek Bijlage 3 Archeologisch onderzoek Bijlage 4 Akoestisch onderzoek Bijlage 5 Onderzoek bedrijven en milieuzonering Bijlage 6 Onderzoek externe veiligheid

Bijlage 1 Quickscan natuurwaarden (bijlage 8 toelichting bestemmingsplan)

Bijlage 1 – 1/4

Bijlage 2 Activiteitenplan Steenoven II (bijlage 9 toelichting bestemmingsplan)

Bijlage 2 – 2/4

Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek (bijlage 11 bij toelichting bestemmingsplan)

Bijlage 3 – 3/4

Bijlage 4 Nader bodemonderzoek (bijlage 12 bij toelichting bestemmingsplan)

Bijlage 4 – 4/4

Bijlage 5 Archeologisch onderzoek (bijlage 14 bij toelichting bestemmingsplan)

Bijlage 5 – 1/4

Bijlage 6 Akoestisch onderzoek (bijlage 3 bij toelichting bestemmingsplan)

Bijlage 6 – 2/4

Bijlage 7 Onderzoek bedrijven en milieuzonering (bijlage 5 bij toelichting bestemmingsplan)

Bijlage 7 – 3/4

Bijlage 8 Onderzoek externe veiligheid (bijlage 4 bij toelichting bestemmingsplan)

Bijlage 8 – 4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=5c0ceca6-04c3-4734-946f-3cc8c36ddc52