CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Steenoven II Fase II_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 15 Archeologisch onderzoek

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Bijlagenboek5.649 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Archeologisch bureauonderzoek Plan Steenoven II fase II te Mariaheide ten westen van Heiakkkerstraat 3C en 5 Gemeente Meierijstad

KSP Archeologie

Colofon Versie Status

: :

KSP Rapport Auteur ISSN Foto’s en afbeeldingen Beheer en plaats documentatie Autorisatie Datum autorisatie

: : : : :

1.1 25-08-2022 Door de opdrachtgever ter goedkeuring aangeleverd bij de bevoegde overheid. Het rapport d.d. 01-02-2022 is op 05-08-2022 beoordeeld. Deze beoordeling is 25-08-2022 ontvangen en verwerkt. 21132 E. van der Klooster (senior KNA Prospector) 2542-7490 KSP Archeologie KSP Archeologie te Duiven

: :

E.A. Schorn (senior KNA Prospector) 1 februari 2022

www.ksparcheologie.nl | info@ksparcheologie.nl

Disclaimer Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder bronvermelding. KSP Archeologie aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit onderhavig onderzoek of de gegeven adviezen. KSP Archeologie beschikt over het Procescertificaat Archeologie dat is verleend op basis van de beoordelingsrichtlijn SIKB 4000 voor protocol 4002 ‘bureauonderzoek’ en protocol 4003 ‘inventariserend veldonderzoek – onderdeel overig’. Wanneer de certificatie-eisen strijdig zijn met de eisen van de bevoegde overheid, dan gaat KSP Archeologie uit van de eisen van de bevoegde overheid omdat die sanctioneerbaar zijn.

KSP Archeologie

2

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding 1.1 Onderzoekskader 1.2 Afbakening plan- en onderzoeksgebied 1.3 Overheidsbeleid 1.4 Toekomstige situatie 1.5 Onderzoeksdoel 2 Bureauonderzoek 2.1 Huidige situatie 2.2 Beschrijving van aardwetenschappelijke gegevens 2.3 Historische situatie en mogelijke verstoringen 2.4 Beschrijving van archeologische gegevens 2.5 Beschrijving van de ondergrondse bouwhistorische waarden 2.6 Gespecificeerde archeologische verwachting 3 Conclusie en advies 3.1 Conclusie 3.2 Advies Literatuur Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

5 6 6 6 6 7 7 8 8 8 10 13 15 15 17 17 17 18

Geomorfologische kaart Bodemkaart Archeologische gegevens Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Lijst van afbeeldingen Figuur 1: Het plangebied op de topografische kaart schaal 1:10.000 (bron: Kadaster). Figuur 2: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (bron: Figuur 3: Het plangebied op de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). Figuur 4: Het plangebied op historische kaarten tussen 1899 en 2010 (bron: www.topotijdreis.nl). Figuur 5: Het plangebied (paars omrand) op de archeologische verwachtingenkaart van de gemeente Veghel (Buesink 2014)

4 10 12 12 14

Lijst van tabellen Tabel 1: Overzicht van de AMK-terreinen (geen), onderzoeksmeldingen en vondstmeldingen (geen) binnen een straal van 500 m rondom het plangebied (bron: archis.cultureelerfgoed.nl). 14 Tabel 2: Specifieke archeologische verwachting per periode voor het plangebied. 15

KSP Archeologie

3

Administratieve gegevens KSP Projectnummer Opdrachtgever Uitvoerder/projectleider Bevoegde overheid Deskundige namens bevoegde overheid Onderzoeksmelding Provincie Gemeente Toponiem Centrum-coördinaat Kadastrale gegevens Periode uitvoering onderzoek

: : : : :

21132 WSP, namens de gemeente Meierijstad KSP Archeologie, E. van der Klooster (senior KNA Prospector) Gemeente Meierijstad Gemeente ’s-Hertogenbosch, afdeling SO/Erfgoed

: : : : : : :

5156941100

Noord-Brabant Meierijstad Plan Steenoven II fase II, achter Heiakkerstraat 3C en 5 te Mariaheide x: 168.305, y: 404.510 Delen van perceel Veghel N 2601 Februari 2022

Figuur 1: Het plangebied op de topografische kaart schaal 1:10.000 (bron: Kadaster).

KSP Archeologie

4

Samenvatting KSP Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de tweede fase van het plan Steenoven II te Mariaheide (gemeente Meierijstad). Dit plan is gelegen ten westen van Heiakkerstraat 3C en 5. Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging van ‘Agrarisch met waarden’ naar ‘Wonen’. Het terrein heeft op dit moment een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ door de lage verwachting op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart. Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op de gemeentelijke, archeologische verwachtingskaart is aan het plangebied een lage archeologische verwachting toegekend (Figuur 5). Naar aanleiding van de resultaten van het bureauonderzoek kan deze verwachting nader worden gespecificeerd per periode/bijgesteld. Op grond van de natte ligging, jonge ontginning en een wisselend landgebruik van bos, akker, weide, tunnelkas en boomgaard heeft het plangebied een lage archeologische verwachting voor alle perioden. Gelijk de eerste fase van Steenoven II (de Boer 2015) wordt ook voor de tweede fase van Steenoven II door KSP Archeologie geen vervolgonderzoek nodig geacht. Net als bij de eerste fase van Steenoven II betekent dit dat de archeologische dubbelbestemming kan komen te vervallen.

Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Dit selectieadvies betekent nog niet dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Meierijstad), die vervolgens een selectiebesluit neemt.

KSP Archeologie

5

1

Inleiding

1.1

Onderzoekskader

In opdracht van WSP heeft KSP Archeologie een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de tweede fase van het plan Steenoven II te Mariaheide (gemeente Meierijstad). Dit plan is gelegen ten westen van Heiakkerstraat 3C en 5. Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging van ‘Agrarisch met waarden’ naar ‘Wonen’. Het terrein heeft op dit moment een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Het onderzoek is uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn SIKB 4000 (versie 4.1) met bijbehorende protocol (KNA 4.1) 4002 (bureauonderzoek bij landbodems) (www.sikb.nl). Voor de in dit rapport gebruikte geologische en archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 4. Geologische formaties, laagpakketten en lagen worden beschreven conform https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator. 1.2

Afbakening plan- en onderzoeksgebied

Het plangebied is gelijk aan het onderzoeksgebied waarvoor het archeologische onderzoek is uitgevoerd. Het plangebied is ca. 1,5 ha groot (Figuur 1). Ten oosten van het terrein ligt bebouwing aan Heiakkerstraat 3C en 5 en deels de Heiakkerstraat. Ten noorden van het terrein ligt bebouwing van de Veldoven. Dit is het eerste deel van het plan Steenoven II waarvan de woningen tussen 2018 en 2020 gebouwd zijn. Ten westen van het plangebied ligt een stuk agrarisch land. Ten zuiden van het plangebied ligt een naamloze verbindingsweg tussen de Pastoor van Haarenstraat en de Heiakkerstraat. 1.3

Overheidsbeleid

In 1992 heeft Nederland het Europese ‘Verdrag van Malta’ ondertekend. In het verdrag is de omgang met het Europees archeologische erfgoed geregeld. Belangrijk daarin is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. Het wettelijk kader voor de archeologische monumentenzorg is vastgelegd in de Erfgoedwet. Daarnaast hebben de verschillende overheden (het rijk, de provincie en de gemeentes) archeologiebeleid vastgelegd. Gemeenten houden bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning altijd rekening met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden (Wet ruimtelijke ordening). Volgens het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (vastgesteld 22-10-2015) geldt voor het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Dit betekent dat bij bodemingrepen groter dan 10.000 m2 (1 ha) en dieper dan 0,3 m archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Op de archeologische beleidskaart van de voormalige gemeente Veghel heeft het terrein een lage verwachting. Aangezien het plan groter is dan 1 ha is een bureauonderzoek uitgevoerd. Dit was ook de eerste stap bij het eerste deel van Steenoven II.

KSP Archeologie

6

1.4

Toekomstige situatie

Ten zuiden van de Kern Mariaheide heeft de gemeente Meierijstad grond in eigendom die ze graag wil aanwenden voor woningbouw. In het verleden zijn hier al schetsen voor opgesteld door BRO. Dit deel heeft nu in het bestemmingsplan Buitengebied de enkelbestemming ‘agrarische met waarden’ en dient gewijzigd te worden naar wonen. 1.5

Onderzoeksdoel

Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde, archeologische verwachting, met behulp van informatie van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen het omschreven onderzoeksgebied. Het resultaat is een standaardrapport bureauonderzoek met een gespecificeerde archeologische verwachting en een advies. Op basis hiervan wordt vastgesteld of vervolgonderzoek nodig is en zo ja, welke strategie hierbij het beste gevolgd kan worden.

KSP Archeologie

7

2

Bureauonderzoek

2.1

Huidige situatie

Om de huidige situatie en mogelijke verstoringen van de bodem in kaart te brengen zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Huidige topografische kaart (Figuur 1); • Luchtfoto uit 2016 - 2021 (PDOK); • Grondwatertrappen op de Bodemkaart schaal 1:50.000 versie 2006 (geoplaza.vu.nl); • Rijksmonumenten (archis.cultureelerfgoed.nl): geen monumenten/bebouwing aanwezig; • Gemeentelijke monumenten: geen gemeentelijke monument/bebouwing aanwezig; • Informatie van de opdrachtgever over het plangebied; • Informatie over ondergrondse tanks (https://noord-brabant.omgevingsrapportage.nl/); • Informatie over de huidige bebouwing: Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) (bagviewer kadaster.nl). Op basis van luchtfoto’s uit 2016 t/m 2021 is het westen van het plangebied in gebruik geweest als akker- of weiland. Het oosten is gebruik als weiland. Het centrale deel is in gebruik geweest als erf van de toenmalige agrarische onderneming aan de Heiakkerstraat 5. In 2018 is het bestemmingsplan voor deze onderneming, inclusief het oostelijk deel van het plangebied, herzien (www.ruimtelijkeplannen.nl, bestemmingsplan ‘Mariaheide, herziening Heiakkerstraat’ Er is toen geen archeologisch onderzoek uitgevoerd, omdat de plannen me een omvang van 1500 m² kleiner waren dan 1,0 ha. In het herziene bestemmingplan is hier reeds geen dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ meer opgenomen.

Uit deze bestemmingsplanwijziging blijkt dat tot 2018 het agrarische bedrijf zich in hoofdzaak richtte op de teelt van kleinfruit. Hiervoor waren containervelden met teeltondersteunende voorzieningen en bedrijfsloodsen aanwezig. De containervelden zijn op de luchtfoto’s van 2016 en 2017 nog volledig aanwezig, in 2018 en 2019 nog voor ca. 2/5e. Op de luchtfoto van 2020 wordt 1/5 e gesloopt en is nog 1/5e zichtbaar. In 2021 zijn de containervelden geheel verdwenen. Er zijn geen ondergrondse tanks bekend (https://noord-brabant.omgevingsrapportage.nl/). Aan de kaarteenheden op de bodemkaart (Bijlage 2) waren tot 2006 gemiddelde grondwaterstanden gekoppeld door middel van zogenaamde grondwatertrappen (I t/m VII). Het plangebied wordt naar verwachting gekenmerkt door periodiek zeer natte omstandigheden, waarbij de gemiddeld hoogste grondwaterstand binnen 40 cm van het maaiveld staat. In het westen, waar beekeerdgronden gekarteerd staan, is een gemiddeld laagste grondwaterstand gekarteerd tussen 80 en 120 cm (grondwatertrap III). On het oosten, waar veldpodzolgronden gekarteerd staan, is sprake van een gemiddeld laagste grondwaterstand dieper dan 120 cm-mv (grondwatertrap V) 2.2

Beschrijving van aardwetenschappelijke gegevens

Om het landschap ter plaatse en rondom het plangebied in kaart te brengen, zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Geologische overzichtskaart van Nederland schaal 1:600.000 (https://www.grondwatertools.nl/ geologische-overzichtskaart); • Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2019 (BRO 2020, Maas e.a. 2017); • Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2018 (BRO 2019); • Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (www.ahn.nl, AHN4 grid 0,5 x 0,5 m); Het plangebied ligt in het Brabantse zandgebied. Het is een relatief vlak gebied, dat nooit door het landijs bedekt is geweest (Berendsen 2005). De ondergrond wordt doorsneden door een aantal zuidoost-noordwest georiënteerde breuken, die de Roerdalslenk en het Peel Blok begrenzen. Het

KSP Archeologie

8

plangebied ligt in het dalingsgebied de Roerdalslenk. Het Peelblok ligt op ca. 3 km ten noordoosten van het plangebied. Het zandpakket waarmee de slenk is opgevuld, is vaak meer dan 15 m dik. De oudere afzettingen zijn als gevolg van tektonische bodemdaling tot grote diepte weggezakt (Berendsen 2005). Het huidige landschap is met name tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien (ca. 115.000 – 11.755 jaar geleden), ontstaan. Volgens de geologische overzichtskaart van Nederland liggen in het plangebied dan ook afzettingen aan het oppervlak die in deze periode zijn gevormd, namelijk een dekzandpakket. In het Weichselien heeft het landijs zich sterk uitgebreid, maar heeft Nederland niet bereikt. Het klimaat is steeds kouder en droger geworden bij een dalende zeespiegel (Stouthamer et al. 2015). Tijdens het Pleniglaciaal (ca. 75.000 – 15.700 jaar geleden) is de bodem permanent bevroren geweest. Hierdoor is het sneeuwsmelt- en regenwater gedwongen over het oppervlak af te stromen waarbij zogenaamde fluvioperiglaciale afzettingen zijn afgezet en dalen uitgesleten. Volgens de geologische overzichtskaart liggen de fluvioperiglaciale afzettingen in de diepere ondergrond van het plangebied en bestaan uit fijn en grof zand, soms met grind, leemlagen en plantenresten, en worden tot de Formatie van Boxtel gerekend.

In de koudste en droogste perioden van het Weichselien, met name in het Laat-Pleniglaciaal (ca. 26.000 – 15.700 jaar geleden) en Laat-Glaciaal (ca. 15.700 – 11.755 jaar geleden), is de vegetatie vrijwel verdwenen, waardoor op grote schaal verstuiving is opgetreden (Stouthamer et al. 2015). Hierbij is dekzand over de fluvioperiglaciale afzettingen afgezet. Dit (soms lemige) zand is kalkloos, fijnkorrelig (150 – 210 μm), goed afgerond, goed gesorteerd en arm aan grind en wordt tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel gerekend (Stouthamer et al. 2015). Het reliëf van de dekzanden wordt gekenmerkt door vlaktes, depressies en dekzandkopjes, afgewisseld met langgerekte ruggen. Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied in een dekzandvlakte (Bijlage 1, code M51) die in het noordwesten gedeeltelijk verspoeld is (code M53). Dit lijkt een verspoelde vlakte in het verlengde van een aftakking van het riviertje de Aa. Deze lagere ligging is ook het herkennen aan de maaiveldhoogtes (AHN, Figuur 2). Verder naar het noordoosten stijgt het terrein en liggen dekzandruggen (code B53). In het Holoceen (de laatste ca. 11.750 jaar) is het klimaat warmer en vochtiger geworden. Door de toenemende vegetatie is het dekzand vastgelegd en is het landschap door geologische processen weinig veranderd. De beken hebben zich ingesneden, waarbij beekdalen zijn ontstaan.

In de directe omgeving van het plangebied is geen beek aanwezig. Deze ligt op grotere afstand ten zuidwesten van het plangebied. Op de bodemkaart (Bijlage 2) staan in het westen van het plangebied beekeerdgronden gekarteerd (code pZg21) en in het oosten veldpodzolgronden (code Hn21). De podzolgronden bestaan uit een humeuze, donkere bovengrond (Ap-horizont), die ca. 25 cm dik is, waaronder een E-horizont (uitspoelingshorizont) aanwezig is (De Bakker & Schelling 1989). Hieronder ligt de bruingekleurde B-horizont (inspoelingshorizont), die geleidelijk overgaat in de C-horizont. Afhankelijk van de vroegere bodembewerking is de oorspronkelijke A-, E- en/of B-horizont in meer of mindere mate intact. Beekeerdgronden liggen dermate laag in het landschap dat het proces van podzolisatie niet op gang kon komen. Voor podzolisatie is een zone onder de bouwvoor nodig die grote delen van het jaar boven de grondwaterstand staat. Bij de beekeerdgronden zijn hydromorfe kenmerken (grijze kleur zand en/of roestvlekken) zichtbaar direct onder de bouwvoor. Op het AHN (Figuur 2) stijgt het landschap ten oosten van het plangebied en hier is mogelijk zelf bij een periodiek zeer natte situatie podzolisatie op gang gekomen. In het plangebied lijkt dit onwaarschijnlijk.

KSP Archeologie

9

Figuur 2: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (bron: www.ahn.nl).

2.3

Historische situatie en mogelijke verstoringen

Om de historische situatie en mogelijke verstoringen van de bodem in kaart te brengen zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Oude kadasterkaarten: kadastrale minuut en oorspronkelijk aanwijzende tafels 1811 – 1832 voor toenmalige eigenaar/gebruiker (beeldbank.cultureelerfgoed.nl); • Historische kaarten uit de afgelopen 200 jaar (www.topotijdreis.nl); • Cultuurhistorische regiobeschrijving Noord-Brabant (CultGIS/Haartsen 2009); • Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant; • Archeologische en overige cultuurhistorische rapporten van onderzoek binnen het onderzoeksgebied: is niet van toepassing; • Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (www.ikme.nl): het plangebied ligt binnen het operatieterrein van Market-Garden. Hiervoor is geen specifiek archeologisch beleid aanwezig op de gemeentelijke beleidskaart.

• V.1 & V.2 inslagen in Nederland (vergeltungswaffen.nl): geen inslagen bekend die voor een bodemverstoring gezorgd kunnen hebben; • Uitgevoerd onderzoek niet gesprongen explosieven (https://www.explosievenopsporing.nl/veobommenkaart/): Er is geen vooronderzoek bekend; • Topografische kaart van Nederland (Figuur 1); • Informatie over de huidige bebouwing: Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) (bagviewer kadaster.nl); • Bouw-/constructietekeningen van te slopen of te wijzingen historische bouwwerk: is niet van toepassing; • Gegevens van milieukundig bodemonderzoek (https://noordbrabant.omgevingsrapportage.nl/): • Luchtfoto uit 2017 (PDOK);

KSP Archeologie

10

• • • • •

Geomorfologische kaart van Nederland: hierop zijn geen bodemverstoringen t.p.v. het plangebied aangegeven; Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000: hierop zijn geen bodemverstoringen t.p.v. het plangebied aangegeven; Vergraven gronden project Alterra (Brouwer & Van der Werff 2012): hierop zijn geen bodemverstoringen t.p.v. het plangebied aangegeven; Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (www.ahn.nl): hierop zijn geen kunstmatige ophogingen en/of afgravingen zichtbaar; In het kader van dit onderzoek zijn geen archieven geraadpleegd omdat een gerichte vraagstelling ontbreekt.

Hieronder volgt een beschrijving van het historische gebruik (bebouwing, grondgebruik, historische wegen etc.) van het plangebied en de directe omgeving. Daarnaast is gekeken of er sprake is van (mogelijke) bodemverstoringen en/of bodemvervuilingen (aard, omvang, diepteligging en locatie) binnen het plangebied. Volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant ligt het plangebied binnen het Brabantse zandgebied en maakt onderdeel uit van De Meierij. De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. De Meierij wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden (Haartsen 2009). Vanouds waren de randen van de beekdalen en de dekzandruggen de meest geschikte plek voor bewoning. De beekdalen zelf en de uitgestrekte broekgebieden waren te nat om te wonen of om akkerbouw te bedrijven. Deze terreinen werden gebruikt als weide, hooiland of hakhout. Op de hogere delen bevonden zich vroeger uitgestrekte heidevelden, bossen en stuifzanden. Voor de historische ontwikkeling is historisch kaartmateriaal geraadpleegd. Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (Figuur 3) is het plangebied onderdeel van het blok “Udensche Dijk” dat tussen de huidige Heiakkerstraat en de huidige Pastoor van Haarenstraat in ligt.

Het wegenpatroon uit die tijd heeft nog veel overeenkomsten met de huidige situatie. Ten oosten van de heiakkerstraat was begin 19e eeuw nog sprake van onverkavelde gemeenschappelijke heidegrond. Het plangebied was in gebruik als dennenbos. Rondom het plangebied komen vooral kavels met weiland voor, ten noordoosten een perceel met heide. De terreinen waren in eigendom van verschillende partijen uit verschillende plaatsen wat samen met het ontbreken van bebouwing duidt op een jonge ontginning. In de loop van de 19e eeuw worden zuidwest-noordoost georiënteerde sloten aangelegd op het perceel dat begin 19e eeuw nog een zuidoost-noordwest georïenteerde sloot had (Figuur 4).Het oosten is in gebruik als akker en het westen als weiland. In de tweede helft van de 20e eeuw zijn grote delen van het plangebied in gebruik als (fruit?)boomgaard. Rond 1978 is hhet westen in gebruik is geweest als akker. In een deel van het oosten van het plangebied was toen wel een boomgaard aanwezig. Rond 1988 is vrijwel het gehele plangebied een boomgaard op de strook langs de Heiakkerstraat na. Rond 1999 (geraadpleegd via topotijdreis) wordt ten noordoosten van het plangebied de bebouwing van het fruitteeltbedrijf aan de Heiakkerstraat 5 gebouwd. In het centrale deel van plangebied staan vanaf 2010 de bebouwing voor kleinfruitteelt gekarteerd.

KSP Archeologie

11

Figuur 3: Het plangebied op de kadastrale minuut uit het begin van de 19e eeuw (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

Figuur 4: Het plangebied op historische kaarten tussen 1899 en 2010 (bron: www.topotijdreis.nl).

KSP Archeologie

12

Uit de Omgevingsrapportage Noord-Brabant blijkt dat het gehele historischer perceel, inclusief het terrein direct ten noordoosten van het plangebied in 1997 onderzocht is met een indicatief onderzoek in 1997. Het gedeelte ten noordoosten van het plangebied dat reeds een woonbestemming heeft aan de Heiakkerstraat 3C en 5 is in 2018 onderzocht met een historische vooronderzoek en een verkennend bodemonderzoek door Aeres Milieu. Uit het historisch onderzoek (anonymus 2018a) blijkt dat in 1998 een vergunning is afgegeven voor het oprichten van de tunnelkassen. Het verkennend bodemonderzoek (anonymus 2018b) richt zich met name om het terrein ten noordoosten van het plangebied. Samenvattend kan de bodem kan zijn aangetast door werkzaamheden in het kader van de ontginning van heide naar dennenbos. Sinds het begin van de 19e eeuw hebben er diverse veranderingen van bos naar akker, weide en boomgaard plaatsgevonden binnen het plangebied. Ook kan de bodem verstoord zijn tot in het potentiële archeologische niveau bij de aanleg en sloop van de tunnelkassen die in het centrale deel van het plangebied hebben gestaan. Gezien het verwachte bodemtype met een bouwvoor die veelal dunner zal zijn dan 30 cm kan hierbij de bodem ondiep tot diep verstoord geraakt zijn tot in het gele dekzand (C-horizont). 2.4

Beschrijving van archeologische gegevens

Om een beeld te krijgen van de archeologische gegevens, zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK) (via archis.cultureelerfgoed.nl); • Beschermde archeologische Rijksmonumenten (via archis.cultureelerfgoed.nl); • Archeologische onderzoeken en vondstlocaties uit het Archeologische Informatiesysteem (Archis) (archis.cultureelerfgoed.nl); • Digitaal Archief (DANS) Rapporten en onderzoeksgegevens van archeologisch onderzoek (https://easy.dans.knaw.nl/); • Historische kaarten (zie paragraaf 2.3); • Gemeentelijke archeologische beleidskaart (Buesink 2014). Binnen het plangebied zijn geen archeologische monumenten (AMK-terreinen), onderzoeksmeldingen en vondstmeldingen aanwezig. AMK-terreinen en vondstmeldingen ontbreken ook in een straal van 500 m rondom het plangebied. Binnen deze straal komen vijf onderzoeksmeldingen voor (Tabel 1, Bijlage 3). De meldingen liggen allemaal rond Mariaheide en Veghel in de gemeente Meijerijstad, tenzij anders vermeld in Tabel 1. Het meest relevant is het bureauonderzoek dat in 2014 is uitgevoerd voor het direct ten noorden van het plangebied gelegen Steenoven II (fase 1). Dit plan heeft in een vrijwel identieke ligging als het huidige plangebied. Aan Steenoven II (fase 1) is een lage verwachting gegeven door de ligging een relatief nat gebied, dat pas laat ontgonnen is. Er is geen vervolgonderzoek aanbevolen.

Uit ruimtelijkeplannen.nl blijkt verder dat in het nieuwe bestemmingsplan ‘Mariaheide, Steenoven II’ voor het onderzoeksgebied van het bureauonderzoek uit 2014 ook geen archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ meer is opgenomen. Op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart voor het plangebied heeft het plangebied een lage verwachting (gele kleur, Figuur 5, Buesink 2014).

KSP Archeologie

13

Onderzoeksmelding

Locatie en ligging

2142128100

419 m ZW Veghel-Zuidoost

2144267100

281 m N Kruisstraat, Mariaheide

2226239100

433 m ZO Hoger Duinenweg Veghel

2466915100

Direct ten noorden Steenoven/ Versantvoorstraat Mariaheide

2479965100

469 m NO Ericastraat, Mariaheide

Type onderzoek

Aard vondstlocatie/resultaten

Bureauonderzoek uit 2006

van Dijk (2006): Onderzoek van een groot gebied. Eerder archeologische vondsten vooral op de dekzandruggen langs de Aa.

Booronderzoek in 2007

Geen rapport (meer) raadpleegbaar in Archis, niet gemeld in DANS. Op de beleidskaart uit 2014 aangeduid als ‘geen nader archeologisch onderzoek noodzakelijk’

Bureauonderzoek in 2008

De Boer (2008): Drie deelgebieden. Deelgebieden 1 en 2 liggen binnen het traject van een landweer (15e eeuw of ouder) → proefsleuven. Deelgebied 2 heeft deels een middelhoge verwachting → karterend boren.

Bureauonderzoek in 2014

De Boer (2015): Vrijwel identieke ligging. Gezien de ligging in een relatief nat gebied, dat pas laat is ontgonnen, is aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor alle perioden → geen vervolg.

Bureau- en booronderzoek in 2015

Bergman (2015): 5 boringen. 2 boringen verstoord tot 1,2 à 2,0 m-mv. 2 boringen podzolB onder een esdek, In 1 boring is de podzol-B vermoedelijk opgenomen in het esdek. Er is vervolgonderzoek aanbevolen bij ingrepen dieper dan 90 cm-mv. De ingrepen gingen uiteindelijk hooguit 80 cm diep op basis van een sonderingsonderzoek en de gemeente vond onderzoek gezien de hoge verstoringsgraad en de beperkte omvang van het plangebied hoe dan dan ook niet nodig.

Tabel 1: Overzicht van de AMK-terreinen (geen), onderzoeksmeldingen en vondstmeldingen (geen) binnen een straal van 500 m rondom het plangebied (bron: archis.cultureelerfgoed.nl).

Figuur 5: Het plangebied (paars omrand) op de archeologische verwachtingenkaart van de gemeente Veghel (Buesink 2014)

KSP Archeologie

14

2.5

Beschrijving van de ondergrondse bouwhistorische waarden

Aangezien het plangebied momenteel onbebouwd is, zijn geen (ondergrondse) bouwhistorische resten binnen het plangebied bekend (paragraaf 2.1). Op basis van de monumentenlijsten (paragraaf 2.1) zijn binnen het plangebied geen (ondergrondse) bouwhistorische resten aanwezig. Op grond van het historisch kaartmateriaal (paragraaf 2.3) en de archeologische gegevens (paragraaf 2.4) worden deze ook niet verwacht. 2.6

Gespecificeerde archeologische verwachting

Op basis van de gegevens uit het bureauonderzoek (paragraaf 2.1 t/m 2.5) is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld (samengevat in Tabel 2). Deze verwachting zal in de onderstaande tekst worden toegelicht. Periode Laat-Paleolithicum – Neolithicum

Verwachting Laag

Neolithicum – Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw)

Laag

Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw)– Nieuwe tijd

Laag

Verwachte kenmerken vindplaats Bewoningssporen, tijdelijke kampementen, vuursteen artefacten, haardkuilen Nederzetting: cultuurlaag, (paal)kuilen, greppels, fragmenten aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen Begravingsresten: kringgreppel, fragmenten aardewerk (urn), verbrande botresten Huisplaats: cultuurlaag, (paal)kuilen, greppels, bakstenen, fragmenten aardewerk, gebruiksvoorwerpen

Diepteligging sporen Onder een dunne bouwvoor

Onder een dunne bouwvoor

Vanaf maaiveld tot diep in de Chorizont

Tabel 2: Specifieke archeologische verwachting per periode voor het plangebied.

Het landschap heeft met name voor de prehistorische mens een belangrijke rol gespeeld in de keuze voor een bewoningslocatie. Het plangebied ligt binnen een lager gelegen dekzandvlakte. Jager-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum kozen als woon- en verblijfplaats vaak voor de hoger liggende terreingedeelten in het landschap, bij voorkeur in de buurt van open water zoals een beekdal of vennetje. Water was een belangrijk gegeven, niet alleen voor het lessen van de dorst. Nabij water heerst er ook een grotere biodiversiteit wat de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel vergemakkelijkt. Archeologische vindplaatsen uit deze periode komen dus met name voor op overgangen van nat naar droog (de zogenaamde gradiëntzones). Aangezien het plangebied in een lager gelegen deel van het landschap ligt dat geen onderdeel is van een gradiëntzone is aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het LaatPaleolithicum tot en met het Neolithicum. Vanaf het Neolithicum ontstaan in onze streken de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door sedentaire nederzettingen. In de beginperiode combineert men akkerbouw met het jagen en verzamelen, maar geleidelijk stapt men over naar akkerbouw en veeteelt.

In de periode vanaf het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) heeft men een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden, die geschikt waren voor akkerbouw. Aangezien het plangebied binnen lager gelegen dekzandvlakte ligt is aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Vanaf de Late Middeleeuwen verandert het bewoningspatroon. Bewoning concentreert zich in dorpen, steden en bewoningsclusters. Rondom deze dorpen ligt het landbouwareaal dat instaat voor de voedselvoorziening van de inwoners. In deze periode is de landschappelijke ligging van het gebied niet meer doorslaggevend voor de locatiekeuze. Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat het plangebied onderdeel is van het blok ‘Udense Dijk’. Dit betreft waarschijnlijk een zeer jonge ontginning, die deels

KSP Archeologie

15

nog heidegebied was begin 19e eeuw. Het plangebied was begin 19e eeuw onbebouwd en is in gebruik geweest als bos, akker, weide en boomgaard. Op basis hiervan is de kans klein dat er bewoning in het plangebied heeft plaatsgevonden in de Late Middeleeuwen (vanaf de 13 e eeuw) tot in de Nieuwe tijd. Voor deze periode geldt daarom een lage verwachting. Naast een lage verwachting op basis van de landschappelijke en historische ligging is door het verwachte bodemtype (beekeerdgrond) de kans groot dat de omvorming van heide naar bos naar een afwisseling van grasland, weide en boomgaard de bodem tot in de C-horizont verstoord is.

KSP Archeologie

16

3

Conclusie en advies

3.1

Conclusie

Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op de gemeentelijke, archeologische verwachtingskaart is aan het plangebied een lage archeologische verwachting toegekend (Figuur 5). Naar aanleiding van de resultaten van het bureauonderzoek kan deze verwachting nader worden gespecificeerd per periode/bijgesteld. Op grond van de natte ligging, jonge ontginning en een wisselend landgebruik van bos, akker, weide, tunnelkas en boomgaard heeft het plangebied een lage archeologische verwachting voor alle perioden. 3.2

Advies

Op grond van de natte ligging, jonge ontginning en een wisselend landgebruik van bos, akker, weide, tunnelkas en boomgaard heeft het plangebied een lage archeologische verwachting voor alle perioden. Gelijk de eerste fase van Steenoven II (de Boer 2015) wordt ook voor de tweede fase van Steenoven II door KSP Archeologie geen vervolgonderzoek nodig geacht. Net als bij de eerste fase van Steenoven II betekent dit dat de archeologische dubbelbestemming kan komen te vervallen. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Dit selectieadvies betekent nog niet dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Meierijstad), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek een verwachting betreft, kan op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet met zekerheid gegarandeerd worden.

Indien bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de minister gemeld te worden. In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (T 033 – 4217 456 of info@cultureelerfgoed.nl) zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologische informatiesysteem. Daarnaast wordt het advies gegeven om de vondst ook bij de gemeente te melden.

KSP Archeologie

17

Literatuur Boeken, rapporten en artikelen Auteur geanonimiseerd (Aeres Milieu 2018a). Vooronderzoek Heiakkerstraat 5 te Mariaheide. Auteur geanonimiseerd (Aeres Milieu 2018b). Bakker, H. de & Schelling, J. (1989). Systeem van de bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. (Tweede druk bewerkt door Brus, D.J. & Wallenburg C. van) Centrum voor Landbouwpublikaties en Landbouwdocumentatie, Wageningen. Berendsen, H.J.A. (2005). Landschappelijk Nederland. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Bergman. W.A. (2015). Gemeente Veghel. Plangebied Ericastraat te Mariaheide, BAAC-rapport V-15.0093 Boer, E.A.M. de (Bureau Interdisciplinaire Landschapsanalyse) (2008): Hoger Duinenweg. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-x85-2w85 Boer, E.A.M. de (BAAC bv) (2015): Gemeente Veghel. Plangebied Steenoven/Versantvoortstraat te Mariaheide. Archeologisch bureauonderzoek. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-xva-2bnq Buesink, A. (2014). Gemeente Veghel, Actualisatie van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart, inclusief beleid. BAAC Rapport V-13.0274

Centraal College van Deskundigen Archeologie (2018). Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Stichting voor Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Dijk, H. van; (2006): Veghel - Zuidoost. DANS. https://doi.org/10.17026/dans-2xd-6qq8 Haartsen, A. (2009). Ontgonnen Verleden. Regiobeschrijvingen provincie Noord-Brabant. Bureau Lantschap. Normalisatie Instituut (1990). NEN-5104:1989 NL, Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft.

Nederlands

Stouthamer, E., Cohen, K.M. & Hoek, W.Z. (2015). De vorming van het land: geologie en geomorfologie. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Kaartmateriaal Actueel Hoogtebestand van Nederland (2014-2019). AHN3, grid 0,5 x 0,5m: www.ahn.nl en de ruwe data via https://downloads.pdok.nl/ahn3-downloadpage/ Actueel Hoogtebestand van Nederland (2020- naar verwachting 2022). AHN4, grid 0,5 x 0,5m: www.ahn.nl en de ruwe data via https://www.ahn.nl/ahn-viewer Archeologische Monumenten Kaart (2014) Geraadpleegd via archis.cultureelerfgoed.nl. Archeologische onderzoeks- en vondstmeldingen (actueel). Geraadpleegd via archis.cultureelerfgoed.nl Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl

KSP Archeologie

18

Basisregistratie Grootschalige Topografie via WMTS-server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Basisregistratie Topografie Achtergrondkaarten (BRT-A) via WMTS-server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Bestemmingsplan: www.ruimtelijkeplannen.nl Bodemkwaliteit: www.bodemloket.nl Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2018 (gepubliceerd in de Basis Registratie Ondergrond december 2019). Wageningen Environmental Research. Geraadpleegd via https://geodata.nationaalgeoregister.nl/bzk/bro-bodemkaart/atom/v1_0/bro-bodemkaart.xml. Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland schaal 1:25.000: www.topotijdreis.nl (Kadaster). Brouwer, F. & M.M. van der Werff, (2012). Vergraven gronden: Inventarisatie van ‘diepe’ grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 2336. Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond: https://www.dinoloket.nl Digitaal Archief (DANS) Rapporten (https://easy.dans.knaw.nl/);

en

onderzoeksgegevens

van

archeologisch

onderzoek

Digitale Kadastrale kaart van Nederland v4 via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/kadastralekaart/wms/v4_0?service=WMS&version=1.3.0&request=GetCapabilities Geologische overzichtskaart van Nederland, schaal 1:600.000. Geraadpleegd via https://www.grondwatertools.nl/geologische-overzichtskaart. Referentie: Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C., Ritsma, I.L., Westerhof, W.E. & Wong, T.E. (2003). De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten. Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2019 (gepubliceerd in de BasisRegistratie Ondergrond maart 2020). Alterra, Wageningen UR. Geraadpleegd via https://geodata.nationaalgeoregister.nl/bzk/brogmm/atom/v1_0/index.xmlLegenda: Maas, G. J., S. P. J. v. Delft & A. H. Heidema. (2017). "Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000 (2017)." http://legendageomorfologie.wur.nl/. Wageningen, Wageningen Environmental Research. Grondwatertrappenkaart van de bodemkaart 1:50.000 versie tot 2006: http://geoplaza.vu.nl/ data/dataset/bodemkaart-van-nederland/resource/2398cef7-957e-4ba5-b218-08ac275d72fb. Indicatieve Kaart Militair Erfgoed: www.ikme.nl Luchtfoto Beeldmateriaal / PDOK 25 cm RGB via WMTS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/luchtfoto/rgb/wmts?request=GetCapabilities&service=wmts Kadastrale kaarten 1811-1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl

KSP Archeologie

19

Rijksmonumenten (2019): Geraadpleegd via openbaar/wfs

WFS server: https://data.geo.cultureelerfgoed.nl/

Topografische kaart van Nederland schaal 1:25.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top25raster/wms?request=GetCapabilities&service=wms. Kadaster. Topografische kaart van Nederland schaal 1:10.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top10nlv2/wms?request=GetCapabilities&service=wms V.1 & V.2 inslagen in Nederland: vergeltungswaffen.nl Vooronderzoek en Opsporing niet-gesprongen explosieven: https://www.explosievenopsporing.nl/veobommenkaart/

Websites Geologische eenheden (formaties): https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator

KSP Archeologie

20

Bijlage 1

KSP Archeologie

Geomorfologische kaart

Bijlage 2

KSP Archeologie

Bodemkaart

Bijlage 3

KSP Archeologie

Archeologische gegevens

Bijlage 4

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Samengesteld door E.A. Schorn (BAAC) naar aanleiding van de publicatie: De steentijd van Nederland (2005). Onder redactie van: Jos Deeben, Erik Drenth, Marie-France van Oorsouw en Leo Verhart.

KSP Archeologie

KSP Archeologie

Archeologische periodes volgens het Archeologisch Basis Register Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

KSP Archeologie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=bf633007-438e-4c9d-90e4-7c2c19fd207a