CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Steenoven II Fase II_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 10 Wnb ontheffing soorten

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Bijlagenboek4.527 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BESCHIKKING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN NOORD-BRABANT

Op de op 5 juni 2023 ontvangen aanvraag van gemeente Meierijstad, Stadhuisplein 1, 5461 KN Veghel om een ontheffing krachtens artikel 3.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming voor de realisatie van een nieuwbouwwijk, uitgevoerd op het perceel ten zuidwesten van Heiakkerstraat 5, 5464 TB, Veghel in de gemeente Meierijstad.

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,

De heer H. Janssen Clustermanager

ons kenmerk Z/199935-360393

plaats / datum ‘s-Hertogenbosch, 31 augustus 2023

BESLUIT Onderwerp Op 5 juni 2023 hebben wij van Gemeente Meierijstad een aanvraag ontvangen voor een ontheffing van de Wet natuurbescherming voor het overtreden van verboden ten aanzien van beschermde soorten, dit als gevolg van de realisatie van een nieuwbouwwijk, uit te voeren op het perceel ten zuidwesten van Heiakkerstraat 5, 5464 TB, Veghel in de gemeente Meierijstad. Besluit Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in deze ontheffing, I. aan gemeente Meierijstad, Stadhuisplein 1, 5461 KN Veghel, de gevraagde ontheffing te verlenen, op grond van artikel 3.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, van de bepaling(en) als bedoeld in: • artikel 3.1, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, voor het vernielen of beschadigen van nesten en/of rustplaatsen van de: - steenuil (Athene Noctua); voor de periode tot en met 31 december 2028; II. dat de beschrijving van de activiteiten in de aanvraag, voor zover deze betrekking heeft op de soorten als bedoeld onder I, deel uitmaken van deze ontheffing; III. aan deze ontheffing voorschriften te verbinden die zijn opgenomen onder onderdeel ‘voorschriften’; IV. dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van de deze ontheffing: • Quickscan ecologie Steenhoven II Mariaheide (WSP, documentnummer: SLM018013.QS, versie 001, d.d.

7 juni 2022) • Activiteitenplan Steenhoven II te Mariaheide (WSP, documentnummer: RAP001. SLM018013, versie 01, d.d. 23 mei 2023). • Aanvullende gegevens van 2 augustus 2023 (WSP, documentnummer: 01) • Bijlage 1: overzichtstekening van de planlocatie • Bijlage 2: locatie(s) van de mitigerende maatregelen • Bijlage 3: meldingsformulier start werkzaamheden (zie voorschrift 1)

ODBN, Kenmerk

Pagina 2 van 15 Z/199935

Rechtsmiddelen Bezwaar Is dit besluit aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u een bezwaarschrift indienen. Is het besluit niet rechtstreeks aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u alleen een bezwaarschrift indienen als het besluit directe gevolgen voor u heeft. Verstuur uw bezwaarschrift binnen 6 weken na de verzenddatum van het besluit. U kunt uw bezwaarschrift op 2 manieren indienen: • Digitaal. Op www.brabant.nl/bezwaar vindt u de link ‘Bezwaar indienen’. U heeft hiervoor een DigiD-inlogcode nodig. • Per post. Stuur uw bezwaarschrift naar: Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Secretariaat van de hoor- en adviescommissie Postbus 90151 5200 MC te ‘S-HERTOGENBOSCH In het bezwaarschrift zet u: • uw naam en adres; • de datum, het kenmerk en een omschrijving van het besluit waarmee u het niet eens bent; • de reden waarom u het niet eens bent met ons besluit; • de datum van uw bezwaarschrift en uw handtekening; • maakt u namens iemand anders bezwaar? Stuur dan een machtiging mee. Voeg ook een kopie toe van het besluit waarmee u het niet eens bent. Op deze manier kunnen wij uw bezwaarschrift beter in behandeling nemen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer en e-mailadres geven? Zo kunnen wij samen met u de beste aanpak van de behandeling van uw bezwaar bespreken.

U kunt het secretariaat van de hoor- en adviescommissie bereiken via telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en e-mailadres bezwaar@brabant.nl. Aan het indienen van een bezwaar zijn geen kosten verbonden. Voorlopige voorziening Als u een bezwaarschrift indient, dan heeft dit geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit geldt zolang uw bezwaarschrift in behandeling is. Het kan zijn dat u dit niet wilt. Bijvoorbeeld omdat het besluit onherstelbare gevolgen voor u heeft. U kunt gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een verzoek om een voorlopige voorziening vragen bij de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch. Er zijn kosten verbonden aan het vragen om een voorlopige voorziening (griffierecht).

ODBN, Kenmerk

Pagina 3 van 15 Z/199935

INHOUDSOPGAVE Besluit ....................................................................................................................................................... 2 Voorschriften............................................................................................................................................ 5 Procedurele overwegingen ...................................................................................................................... 7 Inhoudelijke overwegingen ...................................................................................................................... 8 1. Wettelijk kader - Wet natuurbescherming ................................................................................................. 8 1.1 Beschermingsregimes ............................................................................................................................. 8 1.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant...................................................................................... 8 2. Toetsing effecten ruimtelijke ingreep ......................................................................................................... 9 2.1 Aangevraagde activiteiten ......................................................................................................................

9 2.2 Onderzoek soorten .................................................................................................................................. 9 2.3 Mogelijke effecten op beschermde soorten ............................................................................................ 9 2.4 Alternatievenafweging ........................................................................................................................... 9 2.5 Belang van de aanvraag ....................................................................................................................... 10 2.6 Mitigerende maatregelen en staat van instandhouding ...................................................................... 11 2.7 Voorzorg andere beschermde soorten .................................................................................................. 12 3. Conclusie ................................................................................................................................................... 12

Bijlage 1. Overzichtstekening van de planlocatie ................................................................................... 13 Bijlage 2. Locatie van de mitigerende maatregelen ............................................................................... 14 Bijlage 3. Meldingsformulier start handelingen beschermde soorten .................................................. 15

ODBN, Kenmerk

Pagina 4 van 15 Z/199935

VOORSCHRIFTEN Algemene voorschriften 1. De ontheffinghouder dient, zodra de datum waarop de werkzaamheden aanvangen bekend is, doch uiterlijk 2 weken voor aanvang van de activiteiten, het bijgevoegde meldingsformulier volledig in te vullen en naar ons op te sturen. Met werkzaamheden en/of activiteiten worden alle handelingen bedoeld die invloed hebben op de beschermde soorten, zoals ongeschikt maken van de verblijfplaatsen. 2. De ontheffinghouder dient onmiddellijk contact met ons op te nemen via info@odbn.nl, indien bij het uitvoeren van de activiteiten andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen, of andere activiteiten als bedoeld in onderdeel l en II van het besluit noodzakelijk zijn. Ook dient dan onderzoek te worden uitgevoerd om aan te tonen dat de activiteiten, zoals beschreven in het activiteitenplan, geen negatieve effecten hebben op deze soorten. Als negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten dient voor deze soorten alsnog een (aanvullende) ontheffing aangevraagd te worden. 3. Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van de aan deze ontheffing verbonden voorschriften. 4.

Deze genoemde (rechts)personen dienen op de hoogte te zijn van de inhoud en het doel van deze ontheffing en de daaraan verbonden voorschriften, zodanig dat zij daar ook invulling en uitvoering aan kunnen geven. 5. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een (digitaal) afschrift van deze ontheffing op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op eerste verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouder of opsporingsambtenaar. 6. De ontheffinghouder dient, met inachtneming van de hier genoemde voorschriften, de mitigerende maatregelen uit te voeren zoals beschreven in de aanvraag en het activiteitenplan (hoofdstuk 4<nummer>) en de aanvullende gegevens van 2 augustus 2023. 7. De activiteiten en hier genoemde voorschriften dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige1 op het gebied van de soorten waarvoor ontheffing is verleend. 8. Alle handelingen en bevindingen dienen door de ecoloog te worden bijgehouden in een logboek. Met handelingen worden alle handelingen bedoeld die invloed hebben op de beschermde soorten, zoals ongeschikt maken en het plaatsen van de tijdelijke en permanente voorzieningen. Ook dienen er duidelijke foto’s van de werkzaamheden en de geplaatste voorzieningen te worden opgenomen in het logboek. Dit logboek dient op verzoek van een toezichthouder direct te worden overhandigd. 9.

De ontheffinghouder dient een ecologisch werkprotocol op te stellen op basis van de aanvraag en de hier genoemde voorschriften. Alle betrokken partijen, met name ook de uitvoerenden op de initiatieflocatie, dienen, voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden, van de inhoud van het werkprotocol op de hoogte gesteld te worden en dienen dit aantoonbaar na te leven. Dit ecologisch werkprotocol dient ter informatie aan ons te worden toegezonden, uiterlijk twee weken voor de start van de werkzaamheden, via info@odbn.nl, onder vermelding van het zaaknummer.

1

Wat wij hieronder verstaan staat in de toelichting op het aanvraagformulier: https://www.brabant.nl/applicaties/producten/beschermde_dieren_en_planten_6553

ODBN, Kenmerk

Pagina 5 van 15 Z/199935

Specifieke voorschriften 10. Het aan te leggen alternatieve foerageergebied dient uiterlijk bij de start van het broedseizoen van de steenuil volledig functioneel te zijn.

ODBN, Kenmerk

Pagina 6 van 15 Z/199935

PROCEDURELE OVERWEGINGEN Aanvraag Op 5 juni 2023 hebben wij van Gemeente Meierijstad een aanvraag voor een ontheffing ingevolge artikel 3.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) ontvangen. De aanvraag is op 2 augustus 2023 aangevuld. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag en het activiteitenplan. De aanvraag is geregistreerd onder nummer Z/199935. Gedragscode Er wordt geen gebruik gemaakt van een gedragscode. Bevoegd gezag Omdat de activiteit wordt verricht in de provincie Noord-Brabant zijn Gedeputeerde Staten (verder: GS) op grond van artikel 1.3 van de Wnb bevoegd om op de aanvraag te beslissen. Als dit aan de orde is betrekken wij tevens de gevolgen van de activiteit voor de soorten buiten onze provinciegrens bij ons besluit. Reguliere voorbereidingsprocedure In deze procedure wordt de reguliere voorbereidingsprocedure overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht toegepast. Ontvankelijkheid Voor de aspecten van de aanvraag waarvoor een ontheffing vanuit de Wnb is vereist hebben wij beoordeeld of de aanvraag volledig is en voldoende gegevens bevat. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van die aspecten waarvoor een ontheffing is gevraagd.

Overige regelgeving Bij de beoordeling van deze aanvraag zijn andere aspecten dan gerelateerd aan soortenbescherming op grond van de Wnb en de daarbij behorende regelgeving niet betrokken. Een toestemming op basis van andere wet- en regelgeving kan daarom aan de orde zijn, onder andere voor ruimtelijke ordening of bouwen.

ODBN, Kenmerk

Pagina 7 van 15 Z/199935

INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN

1. Wettelijk kader - Wet natuurbescherming

1.1 Beschermingsregimes Op basis van de Wet natuurbescherming zijn er drie beschermingsregimes. Het eerste regime geldt voor vogels op grond van de Vogelrichtlijn. Artikelen 3.1, 3.2 en 3.4 van de Wnb hebben betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor vogelsoorten, waarvoor GS ontheffing kunnen verlenen. Artikelen 3.3 en 3.4 geven de voorwaarden voor het kunnen verlenen van de ontheffing. Het tweede beschermingsregime geldt voor planten en dieren op basis van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn. Artikelen 3.5 en 3.6 van de Wnb hebben betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor deze plant- en diersoorten, waarvoor GS ontheffing kunnen verlenen. De artikelen 3.8 en 3.9 geven de voorwaarden voor het kunnen verlenen van een ontheffing. Het derde regime beschrijft de bepalingen voor andere (nationaal beschermde) soorten. Artikel 3.10 van de Wnb heeft betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor deze plant- en diersoorten en geeft de voorwaarden waaronder GS ontheffing kunnen verlenen. Voor alle soorten geldt in alle gevallen de algemene zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb). Het gaat dan zowel om beschermd als onbeschermde dier- en plantensoorten. De zorgplicht geldt ongeacht of er een vrijstelling geldt of een ontheffing is verleend.

Hierin wordt bepaald dat eenieder zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, schade aan deze soorten dient te voorkomen. In artikel 5.4 van de Wnb zijn gronden opgenomen waarop een verleende ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd. De ontheffing kan in elk geval worden ingetrokken als blijkt dat de ontheffinghouder zich niet houdt aan de voorschriften. 1.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten hebben ten aanzien van soortbescherming aanvullende kaders vastgesteld. Deze zijn neergelegd in paragraaf 2.6.1 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor bepaalde soorten en handelingen zijn vrijstellingen opgenomen.

ODBN, Kenmerk

Pagina 8 van 15 Z/199935

2. Toetsing effecten ruimtelijke ingreep

2.1 Aangevraagde activiteiten De aangevraagde activiteiten betreffen de realisatie van 33 grondgebonden woningen, bestrating, parkeervoorzieningen en een groenstrook met waterberging op het perceel ten zuidwesten van Heiakkerstraat 5 te Veghel. In het kader van het voorgenomen planvoornemen zal voorafgaand aan de nieuwbouw de aangetroffen DDT in de bodem worden afgegraven. De werkzaamheden zullen 31 december 2028 gereed zijn. Een uitgebreide omschrijving van de activiteiten is opgenomen in de aanvraag. 2.2 Onderzoek soorten Het uitgevoerde onderzoek naar beschermde soorten is beschreven in de bij aanvraag gevoegde rapportage “Quickscan ecologie Steenhoven II Mariaheide” van 7 juni 2022 en in hoofdstuk 2 van het activiteitenplan Steenhoven II te Mariaheide van 23 mei 2023. Op 21 januari 2022 heeft een Quickscan naar beschermde soorten plaatsgevonden. Verder is voor het nader onderzoek de steenuil gebruik gemaakt van de monitoringsgegevens uit 2022 van de Vogelwacht Uden. <kennisdocument, WM-protocol 2017> 2.3 Mogelijke effecten op beschermde soorten Uit de onderzoekgegevens van de Vogelwerkgroep Uden is naar voren gekomen dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het foerageergebied van één steenuil paar. Er bevindt zich een nestlocatie op het perceel ten westen van het plangebied, op een afstand van 75 meter.

Het plangebied is voor het steenuilenpaar, dat gedeeltelijk overlapt met het essentieel leefgebied, van belang als onderdeel van het foerageergebied. Hierbij zijn vooral de randen van het grasland van het plangebied geschikt. Deze randen zijn voor de steenuilen geschikt om op te jagen vanaf palen en struwelen. Het centrale deel van het monotone raaigrasland is in mindere mate geschikt als foerageergebied voor de steenuil. Dit grasland is alleen geschikt als de aanwezige vegetatie kort is. De aanvrager geeft aan dat door het uitvoeren van de activiteiten essentieel leefgebied van de steenuil vernield wordt waardoor (indirect) 1 voortplantings-/ rustplaats van de steenuil vernield en/of beschadigd wordt. Dit is een overtreding van de bepaling zoals bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van de Wnb. 2.4 Alternatievenafweging Alternatieve locatie De werkzaamheden zijn locatie gebonden en een logisch vervolg op de eerste fase van de uitbreiding van het woongebied. Een alternatief kan zijn om een geheel nieuwe locatie te vinden in Mariaheide om de woonwijk te realiseren. Dit heeft echter meer impact op de omgeving (waaronder natuurwaarden) dan de voorgenomen realisatie van de woonwijk Steenoven II die aansluit op steenoven fase I. Daarnaast blijkt uit de kaart van NDFF en de data van de uilenwerkgroep in de omgeving van het plangebied meerdere territoria van steenuilen aanwezig zijn.

Een alternatieve locatie heeft daardoor mogelijk ook negatieve effecten op een territorium van andere steenuilen. Alternatief inrichting Bij de inrichting in de nieuwe situatie is rekening gehouden met de steenuil door een groenstrook aan te leggen aan de zuidzijde van het plangebied en deze dusdanig in te richten om het ODBN, Kenmerk

Pagina 9 van 15 Z/199935

voedselaanbod voor de steenuil te stimuleren. Langs de gehele noordelijke grens van het nieuw aangelegde foerageergebied zal hoog struweel worden aangeplant om afscherming te bieden tegen geluid- en lichtverstoring vanuit de nieuwe woonwijk. Daarnaast worden de twee lichtmasten direct grenzend aan het plangebied voorzien van een lichthinderkap zodat het licht van het foerageergebied afschijnt. Het in zijn geheel niet uitvoeren van de voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een oplossing van het woningtekort. Alternatieve werkwijze Bij de werkwijze is rekening gehouden met de steenuil. De verlichting van het bouwterrein wordt dusdanig gericht dat alleen het bouwterrein verlicht wordt en dat strooilicht op het overgebleven deel van het territorium van de steenuil beperkt blijft. Daarnaast zullen de in- en uitritten van het bouwterrein zich aan de kant van de Heiakkerstraat bevinden zodat verstoring op de onverharde weg met cultuurhistorische waarde wordt beperkt. Alternatieve planning Bij de planning van de werkzaamheden is rekening gehouden met de steenuil. Het nieuw in te richten foerageergebied wordt ruim voor het broedseizoen gerealiseerd waardoor tijdens het broedseizoen het nieuwe foerageergebied al gebruikt kan worden door de steenuil.

Gezien het bovenstaande is ons gebleken dat er geen redelijke alternatieven mogelijk zijn, die zouden leiden tot een kwalitatief gelijkwaardig resultaat. De alternatievenafweging is hiermee dan ook voldoende onderbouwd. 2.5 Belang van de aanvraag De ontheffing is gevraagd op grond van de belangen ‘volksgezondheid of de openbare veiligheid’ en ‘ter bescherming van flora of fauna’ zoals genoemd in artikel 3.3, eerste en vierde lid, onder b, van de Wnb. Uit het bodemonderzoek, uitgevoerd door Milon BV ter plaatse van een perceel aan de Heiakkerstraat te Mariaheide, is naar voren gekomen dat de bovenlaag van nagenoeg het gehele plangebied verontreinigd is met het bestrijdingsmiddel DDT. DDT is een chemisch bestrijdingsmiddel dat sinds 1973 verboden is in Nederland maar erg slecht afbreekbaar is. DDT hoopt zich op in de voedselketen en kan dodelijk zijn voor veel diersoorten en kan ernstige gezondheidsklachten veroorzaken bij de mens als de concentratie hoog genoeg is. Op basis van een risicobeoordeling uit voorgaand onderzoek, waarbij is uitgegaan van het toekomstig gebruik ‘wonen met tuin’, ‘plaatsen waar kinderen spelen’ en ‘ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie’ en het hoogst gemeten gehalte aan de som van DDT in de grond, is er geen sprake van actuele humane risico’s.

Daarnaast is beoordeeld of sprake is van ecologische risico’s, waarbij uitgaan is van de gemiddelde gemeten gehaltes bestrijdingsmiddelen en een oppervlak van het gehele plangebied, dan is bij het gebiedstype waaronder de functie ‘wonen met tuin’ valt sprake van ecologische risico’s. Uitgaande van een gebiedstype ‘ander groen, bebouwing, industrie en infrastructuur’ wordt wel aan de norm voldaan en is er geen sprake van ecologische risico’s. Of wel of niet sprake is van ecologische risico’s is dus afhankelijk van de kwalificatie van het gebied. Humaan is het risico minimaal, maar vanuit de ecologische waarde en het bevorderen van het leefgebied van de steenuil wenst de gemeente deze zone te saneren. De bodem van het terrein zal worden gesaneerd om de verontreiniging met DDT op het perceel te verwijderen. Gelet op de naar voren gebrachte omstandigheden zijn wij van oordeel dat de belangen voldoende onderbouwd zijn om de ontheffing te kunnen verlenen.

ODBN, Kenmerk

Pagina 10 van 15 Z/199935

2.6 Mitigerende maatregelen en staat van instandhouding In het activiteitenplan (hoofdstuk 4) en de aanvullende gegevens van 2 augustus 2023 is beschreven welke maatregelen worden genomen om de effecten voor de steenuil zoveel mogelijk te voorkomen. In grote lijnen gaat het om de volgende maatregelen: Maatregelen voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden: • De aanleg van alternatief foerageergebied ruim (minimaal 3 maanden) voor het broedseizoen. De groenstrook, die zal dienen als alternatief foerageergebied, zal gerealiseerd worden nadat de bodem over het gehele terrein is gesaneerd; • In de groenstrook met een oppervlakte van 6.500 vierkante meter worden de volgende elementen gerealiseerd om de kwaliteit en het voedselaanbod van het gebied te verbeteren voor de steenuil: o De aanleg van 4 takkenrillen van 10 meter lang; o De aanplant van struweel waaronder braam, lijsterbes en meidoorn; o De aanplant van ruigte- en kruidenzomen van 8 meter breed langs de westelijke, noordelijke en oostelijke randen; o De aanleg van 1 muizenruiter; o De aanleg van 1 wadi van 10 meter breed, 70 meter lang en 1 meter diep; o De aanleg van 3 keverbanken van een halve meter hoog en 3 meter breed rondom de wadi met daartussen een strook met groene braak; o De aanleg van 1 poel; en o De aanplant van hoog struweel langs de noordelijke grens van de groenstrook om verstoring van geluid en licht vanuit de

nieuwbouwwijk te beperken. • Na de realisatie van de groenstrook en voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden zal een controleronde door WSP worden uitgevoerd om de kwaliteit van het alternatief foerageergebied te beoordelen. De bouwwerkzaamheden zullen pas van start gaan wanneer het gebied voldoet aan de bovengenoemde eisen. Maatregelen tijdens de werkzaamheden: • De verlichting van het bouwterrein wordt zo gericht dat alleen het bouwterrein wordt verlicht en dat strooilicht op het overgebleven deel van het territorium van de steenuil beperkt wordt; • De in- en uitritten van het bouwterrein bevinden zich aan de kant van de Heiakkerstraat zodat verstoring op de onverharde weg met cultuurhistorische waarde wordt beperkt; Maatregelen nieuwe situatie • Wanneer blijkt dat de aanplant van doornige struiken en het plaatsen van informatieborden, over de functie van de groenstrook voor de steenuil, bezoekers niet buiten de groenstrook houden zal een hekwerk rondom de groenstrook worden geplaatst om bezoekers tegen te houden; • Het beheer van de kruidenzomen zal bestaan uit maaien en afvoeren doormiddel van een sinusbeheer waarbij per maaibeurt circa 40% van de vegetatie blijft staan en er slingerende maaipaden ontstaan; • De twee lichtmasten direct aangrenzend aan de groenstrook worden voorzien van een lichthinderkap; • Straatlantaarns worden van de groenstrook af gericht; •

Ontsluitingswegen zullen zich alleen bevinden aan de Heiakkerstraat zodat de onverharde cultuurhistorische weg zijn natuurwaarden kan behouden; De locaties van de voorzieningen zijn weergegeven in bijlage 2.

ODBN, Kenmerk

Pagina 11 van 15 Z/199935

De voorgestelde maatregelen zijn in grote lijnen voldoende. Wij nemen in aanvulling op deze maatregelen extra voorschrift op. Het betreft de volgende aanvullende mitigerende maatregel: • Het aan te leggen alternatieve foerageergebied dient uiterlijk bij de start van het broedseizoen van de steenuil volledig functioneel te zijn. Dit voorschrift wordt opgenomen om te garanderen dat het aan te leggen alternatieve foerageergebied tijdens het broedseizoen gebruikt kan worden om te foerageren en om voldoende voedsel te garanderen voor het grootbrengen van de nakomelingen. Door het nemen van mitigerende maatregelen en de inrichting van het gebied na afloop van de werkzaamheden komt de gunstige staat van instandhouding van de steenuil niet in het geding door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. 2.7 Voorzorg andere beschermde soorten Gelet op de locatie is het mogelijk dat tijdens of voorafgaand aan de werkzaamheden blijkt dat verbodsbepalingen ten aanzien van andere soorten of hun leefgebied worden overtreden. Op pagina 15 van de quickscan flora en fauna staat dat er tijdens het veldbezoek meerdere huismussen bij de coniferenhaag ten noorden van de vrijstaande woningen, net buiten het plangebied, zijn waargenomen.

Er wordt geconcludeerd dat de coniferenhaag ten noorden van de vrijstaande woningen (perceel 1316) geschikt is als winterverblijfplaats en/of kwetterplek voor de huismus. Er is geen onderzoek gedaan naar de functie voor de huismus van de te verwijderen coniferenhaag aan de noordzijde binnen het plangebied terwijl deze haag vergelijkbaar is met de haag ten noorden van de vrijstaande woningen en daarmee ook geschikt is om als winterverblijfplaats en/of kwetterplek te fungeren. De aanvrager heeft onvoldoende gemotiveerd waarom er met zekerheid geen essentieel leefgebied van de huismus binnen het plangebied aanwezig kan zijn. In het geval dat er verbodsbepalingen ten aanzien van andere soorten worden overtreden, mogen de activiteiten niet plaatsvinden en dient eerst te worden nagegaan of een aanvullende of een nieuwe ontheffingsaanvraag noodzakelijk is. In de voorschriften is daarom opgenomen dat, als er andere soorten worden aangetroffen, er voorafgaand aan het uitvoeren van de activiteiten hiernaar ecologisch onderzoek moet plaatsvinden, zodat kan worden nagegaan of er sprake is van een overtreding van een verbodsbepaling. Daarnaast geldt in alle gevallen de zorgplicht ten aanzien van alle beschermde soorten, voor zover de ontheffing hierop niet toeziet.

3. Conclusie Gelet op het voorgaande verlenen wij gevraagde ontheffing. De ontheffing wordt slechts voor de in het besluit genoemde soorten en beschreven activiteiten verleend. Deze ontheffing geldt alleen voor de activiteiten die conform de aanvraag worden uitgevoerd, voor zover in deze ontheffing zelf niet anders is aangegeven. Aan deze ontheffing zijn voorschriften verbonden.

ODBN, Kenmerk

Pagina 12 van 15 Z/199935

BIJLAGE 1. OVERZICHTSTEKENING VAN DE PLANLOCATIE

Figuur 1. Locatie aan de Heiakkerstraat te Veghel (kadastraal perceel: sectie N, perceelnummer 2601, kadastrale gemeente Veghel). De activiteiten vinden plaats binnen het rood omlijnde gebied.

ODBN, Kenmerk

Pagina 13 van 15 Z/199935

BIJLAGE 2. LOCATIE VAN DE MITIGERENDE MAATREGELEN

Figuur 2. Locatie van de te realiseren permanente voorzieningen en de te verwijderen vegetatie.

ODBN, Kenmerk

Pagina 14 van 15 Z/199935

BIJLAGE 3. MELDINGSFORMULIER START HANDELINGEN BESCHERMDE SOORTEN Meldingsformulier start handelingen ten aanzien van beschermde soorten Ontheffing Wet natuurbescherming, onderdeel beschermde soorten Gegevens Aanvraagnummer

Z/199935

Naam initiatief

Steenhoven II te Mariaheide – realisatie nieuwbouwwijk

Ontheffingsperiode

voor de periode tot en met 31 december 2028

Ontheffinghouder Naam aanvrager Adres PC-Woonplaats

…………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………

Gegevens werkzaamheden: Contactpersoon uitvoering …………………………………………………………………………………………………………… werkzaamheden Telefoonnummer (vast) …………………………………………………………………………………………………………… Telefoonnummer (mobiel)

……………………………………………………………………………………………………………

Ecoloog betrokken bij ………………………………………………………………………………………………………….. uitvoering (incl. telnr.) Locatie(s) werkzaamheden …………………………………………………………………………………………………………… Datum gereedkomen compensatiemaatregelen Datum start werkzaamheden Overzicht planning werkzaamheden

…………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………

Dit formulier dient zodra de aanvang van de handelingen met betrekking tot beschermde soorten bekend is, doch uiterlijk 2 weken van tevoren, te worden ingediend bij de Omgevingsdienst Brabant Noord Retouradres Omgevingsdienst Brabant Noord Email: info@odbn.nl

ODBN, Kenmerk

Pagina 15 van 15 Z/199935

KENNISGEVING WET NATUURBESCHERMING, gemeente Meierijstad, Stadhuisplein 1, 5461 KN Veghel, Z/199935 Beschikking Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant maken bekend dat zij op 31 augustus 2023 een ontheffing ingevolge artikel 3.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming hebben verleend (kenmerk: Z/199935 - 360393) aan gemeente Meierijstad, Stadhuisplein 1, 5461 KN, Veghel, voor het realiseren van een nieuwbouwwijk, voor de locatie ten zuidwesten van Heiakkerstraat 5, 5464 TB, Veghel in de gemeente Meierijstad. De ontheffing is geldig voor de periode tot en met 31 december 2028. De aanvraag, het besluit en de bijbehorende stukken liggen vanaf 4 september 20523 tot en met 16 oktober 2023 6 weken ter inzage bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN), telefoonnummer (088) 743 00 00. Het besluit is digitaal op te vragen via e-mail info@odbn.nl. Bezwaar Is dit besluit aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u een bezwaarschrift indienen. Is het besluit niet rechtstreeks aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u alleen een bezwaarschrift indienen als het besluit directe gevolgen voor u heeft. Verstuur uw bezwaarschrift binnen 6 weken na de verzenddatum van het besluit. U kunt uw bezwaarschrift op 2 manieren indienen: • Digitaal. Op www.brabant.nl/bezwaar vindt u de link ‘Bezwaar indienen’. U heeft hiervoor een DigiD-inlogcode nodig. • Per post.

Stuur uw bezwaarschrift naar: Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Secretariaat van de hoor- en adviescommissie Postbus 90151 5200 MC te ‘S-HERTOGENBOSCH In het bezwaarschrift zet u: • uw naam en adres; • de datum, het kenmerk en een omschrijving van het besluit waarmee u het niet eens bent; • de reden waarom u het niet eens bent met ons besluit; • de datum van uw bezwaarschrift en uw handtekening; • maakt u namens iemand anders bezwaar? Stuur dan een machtiging mee. Voeg ook een kopie toe van het besluit waarmee u het niet eens bent. Op deze manier kunnen wij uw bezwaarschrift beter in behandeling nemen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer en e-mailadres geven? Zo kunnen wij samen met u de beste aanpak van de behandeling van uw bezwaar bespreken. U kunt het secretariaat van de hoor- en adviescommissie bereiken via telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en e-mailadres bezwaar@brabant.nl. Aan het indienen van een bezwaar zijn geen kosten verbonden. Voorlopige voorziening Als u een bezwaarschrift indient, dan heeft dit geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit geldt zolang uw bezwaarschrift in behandeling is. Het kan zijn dat u dit niet wilt. Bijvoorbeeld omdat het besluit onherstelbare gevolgen voor u heeft.

U kunt gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een verzoek om een voorlopige voorziening vragen bij de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch.

Er zijn kosten verbonden aan het vragen om een voorlopige voorziening (griffierecht). Aan deze procedure is het kenmerk Z/199935 gekoppeld. Wij verzoeken u bij correspondentie dit kenmerk te vermelden. 's-Hertogenbosch, augustus 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=6286d8a9-a596-41e2-80c7-cd20101d150e