Snelfietsroute Veghel, deel Mariaheide_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 8 Onderzoek explosieven.pdf
Tekst van het document
BB19-126
Vooronderzoek CE
KENMERK:
BB19-126 (DEFINITIEF)
BETREFT:
VOORONDERZOEK CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN
PROJECT:
ENGINEERING SNELFIETSROUTE VEGHEL 1
OPDRACHTGEVER:
GEONIUS
Vooronderzoek CE
BB19-126
Documentcode: Aantal pagina’s: Datum: Status:
BB19-126 95 2 oktober 2019 Definitief
BeoBOM Bezoekadres: Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam Postadres: Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam T: E:
+31 (0)10-8202920 info@beobom.nl
KVK: 61002046 BTW: NL 08541.59.587.B01
Afbeelding voorzijde: Burgers op een uitgeschakelde Duitse tank (Pz.Kpfw. V ‘Panther), verm. in de omgeving van Veghel, datum onbekend. Bron afbeelding: https://hollandsebeelden.nl
2
BB19-126
Vooronderzoek CE
Inhoud Managementsamenvatting ...............................................................................................................5 Inleiding..............................................................................................................................................7 1. Algemeen .......................................................................................................................................8 Aanleiding ......................................................................................................................................8 Begrenzing projectgebied .............................................................................................................8 Doel ................................................................................................................................................9 Terminologie ..................................................................................................................................9 Niet gesprongen explosieven (NGE) versus conventionele explosieven (CE) ............................. 10 2. Inventarisatie bronnenmateriaal..................................................................................................
11 Algemeen ..................................................................................................................................... 11 Literatuur ..................................................................................................................................... 11 Gemeentelijk en provinciaal archief ............................................................................................. 13 Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) ........................................................... 17 Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) 1945-1970 ................................................... 18 Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden ......................................... 18 Collectie mijnenveldgegevens, leg- en ruimrapporten EODD ...................................................... 18 Nationaal Archief Den Haag (NA) ................................................................................................ 19 Luchtfotocollecties Bibliotheek Universiteit Wageningen, Topografische Dienst/Kadaster Zwolle en Aerial Reconnaissance Archives .............................................................................................. 20 Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) .....................................................
24 Eerder uitgevoerde vooronderzoeken ........................................................................................ 25 National Archives, Kew, Surrey .................................................................................................... 26 Overige bronnen .......................................................................................................................... 27 3. Bronnenanalyse ........................................................................................................................... 28 Algemeen ..................................................................................................................................... 28 Resultaten archief- en literatuuronderzoek ................................................................................. 28 Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) 1945-1970 ................................................... 59 Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden ......................................... 60 Collectie mijnenveldkaarten, leg- en ruimrapporten EODD ......................................................... 75 4. Luchtfotoanalyse .........................................................................................................................
77 Algemeen ..................................................................................................................................... 77 Resultaat luchtfotoanalyse .......................................................................................................... 77 5. Landschapsanalyse ...................................................................................................................... 82 Algemeen ..................................................................................................................................... 82 Naoorlogse bodemroerende werkzaamheden............................................................................ 82 Resultaat vergelijking .................................................................................................................. 86 Hoogteverschillen ........................................................................................................................ 86 3
BB19-126
Vooronderzoek CE
6. Beoordeling en evaluatie bronnenmateriaal ............................................................................... 87 Algemeen ..................................................................................................................................... 87 Indicaties...................................................................................................................................... 87 Contra-indicaties .......................................................................................................................... 87 Leemten in de kennis ................................................................................................................... 88 Mogelijk aan te treffen (sub)soorten CE...................................................................................... 88 Horizontale afbakening verdacht gebied .................................................................................... 90 Verticale afbakening verdacht gebied ......................................................................................... 91 Conclusie en aanbevelingen .............................................................................................................. 92 Bijlage 1. BB19-126-OT-01 INVENTARISATIEKAART ........................................................................... 94 Bijlage 2.
BB19-126-OT-02 BODEMBELASTINGKAART ...................................................................... 95
4
BB19-126
Vooronderzoek CE
Managementsamenvatting Binnen de gemeente Meijerijstad staan in het kader van het project ‘Engineering Snelfietsroute (SFR)’ diverse werkzaamheden gepland. Deze werkzaamheden bestaan uit de aanleg van nieuwe stukken fietspad en de herinrichting van enkele bestaande fietspaden/woonstraten tot een fietsstraat/snelfietspad. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van conventionele explosieven (hierna: CE) te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek genoemd. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform de huidige wettelijke norm, zoals vastgelegd in het Werkveldspecifiek Certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (hierna: WSCS-OCE). Voorliggend rapport heeft betrekking op het projectgebied Veghel, zoals getoond in dit vooronderzoek. In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn diverse feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied aangetroffen. Op basis van deze feitelijke aanwijzingen, is binnen het projectgebied een verdacht gebied afgebakend.
Verdacht gebied geschutmunitie, diverse kalibers, maximaal 155mm (verschoten) Als gevolg van diverse artilleriebeschietingen in september 1944 kan het gehele projectgebied worden beschouwd als zijnde verdacht op de aanwezigheid van (verschoten) geschutmunitie. Het gaat hier om diverse kalibers, vanaf 2 cm/20mm, met een maximum van 155mm (geallieerd). Dergelijke CE kunnen worden aangetroffen tot een diepte van maximaal 1,50m-MV (maaiveld Tweede Wereldoorlog), oftewel 7,10m+NAP Verdacht gebied geschutmunitie, diverse kalibers, maximaal kaliber onbekend (achtergelaten) In de nabijheid van de spoorbrug over de Zuid-Willemsvaart zijn verschillende geschutopstellingen aangelegd. Ter plaatse van deze geschutopstellingen kunnen CE in de vorm van achtergelaten geschutmunitie van onbekend kaliber worden aangetroffen tot een diepte van maximaal 2,50m-MV (bodem stelling), oftewel 6,10m+NAP. Verdacht gebied klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers Nabij de spoorbrug over de Aa zijn diverse wapenopstellingen en/of schuttersputten aangelegd. Ter plaatse van deze stellingen kunnen CE in de vorm van achtergelaten klein-kalibermunitie, handen geweergranaten en munitie voor granaatwerpers van diverse typen en nationaliteiten worden aangetroffen tot een diepte van maximaal 2,50m-MV (bodem stelling), oftewel 6,10m+NAP. N.B.
Als gevolg van de diverse troepenbewegingen en grondgevechten binnen de gemeente is in de overige delen van het projectgebied tevens sprake van een achtergrondrisico met betrekking tot het aantreffen van CE in de vorm van achtergelaten geschutmunitie van diverse kalibers en nationaliteiten (maximaal kaliber onbekend). Hetzelfde geldt voor klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers (o.a. PIAT). Uit de diverse meldingen van de EODD blijkt dat ook wapens en toebehoren van CE zijn achtergelaten of gedumpt.
5
BB19-126
Vooronderzoek CE
Advies Binnen het projectgebied is sprake van diverse op CE verdachte gebieden. BeoBOM adviseert het uitvoeren van een Projectleiderssamenvatting CE (PLS-CE) of een Projectgebonden Risicoanalyse (PRA) voorafgaande aan de binnen het verdachte gebied uit te voeren werkzaamheden. N.B.: op het kaartmateriaal in- en behorende bij dit rapport worden verdachte gebieden en indicaties en gebeurtenissen buiten het projectgebied getoond, welke niet direct van invloed zijn op het projectgebied maar die wel zijn geconstateerd. Omwille van de volledigheid worden deze tevens weergegeven. Buiten de contouren van het projectgebied, zoals getoond, kan niet worden gewerkt zonder aanvullend onderzoek.
6
BB19-126
Vooronderzoek CE
Inleiding Projectnaam:
Vooronderzoek Conventionele Explosieven Engineering Snelfietsroute (SFR) Meijerijstad/Veghel
Project:
Engineering Snelfietsroute (SFR)
Opdrachtgever:
Geonius
Projectadres:
Veghel
Besteknr./opdrachtnr.
BB19-126
Werkomschrijving:
Uitvoering vooronderzoek Conventionele Explosieven en samenstellen CE bodembelastingkaart conform het WSCS-OCE
Doelstelling:
Uitvoering vooronderzoek CE
Uitvoerder
BeoBOM
Autorisatie rapportage en bodembelastingkaart: Dhr. F.G.J. Barink, adviseur, senior OCE-deskundige
Auteurs:
CE-bodembelastingkaart:
drs. dhr. J. Rotteveel Historicus
drs. dhr. J. Rotteveel
drs. dhr. M. Zantingh Historicus
7
BB19-126
Vooronderzoek CE
1. Algemeen Aanleiding Binnen de gemeente Meijerijstad staan in het kader van het project ‘Engineering Snelfietsroute (SFR)’ diverse werkzaamheden gepland. Deze werkzaamheden bestaan uit de aanleg van nieuwe stukken fietspad en de herinrichting van enkele bestaande fietspaden/woonstraten tot een fietsstraat/snelfietspad. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van CE te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek genoemd. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform de huidige wettelijke norm, zoals vastgelegd in het WSCS-OCE. Voorliggend rapport heeft betrekking op het projectgebied te Veghel, zoals getoond in dit vooronderzoek. Begrenzing projectgebied Het projectgebied is begrensd op basis van de door opdrachtgever verstrekte gegevens en de Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN). Onderstaande figuren tonen het projectgebied op twee verschillende zoom-niveaus. Alle afbeeldingen waarop het projectgebied te zien zijn, zijn noord-zuid georiënteerd. Aan enkele afbeeldingen in voorliggend rapport, is een schaallat toegevoegd. Dit is gedaan om ook bij uitsneden de afstanden goed te kunnen inschatten. Tevens is een noordpijl toegevoegd aan de afbeeldingen waarbij dit als wenselijk wordt gezien.
Figuur 1. De begrenzing van het projectgebied (groen) te Veghel in twee overzichtsniveaus. Bron satellietbeeld: World Imagery/Google.
8
BB19-126
Vooronderzoek CE
Doel Het doel van het vooronderzoek CE is om: vast te stellen of er indicaties dan wel contra-indicaties bestaan voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen het projectgebied; indien er indicaties bestaan voor de aanwezigheid van CE, vast te stellen welke (sub)soorten er kunnen worden aangetroffen; op basis van luchtfoto-interpretatie de mogelijke locaties van achtergebleven CE zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen; het verdachte gebied in de horizontale en in verticale dimensie af te bakenen; een rapportage en bijbehorende CE bodembelastingkaart samen te stellen.
Terminologie Voor het opstellen van vooronderzoeken wordt voor alle CE-gerelateerde werkvlakken een vijftal gebieden onderscheiden. Voor de verduidelijking wordt dit onderscheid in onderstaande diagram weergegeven: Projectgebied – gebied waarbinnen de reguliere werkzaamheden uitgevoerd gaan worden. Dit gebied wordt bepaald aan de hand van de door de opdrachtgever aangeleverde gegevens. Onderzoeksgebied – het gebied dat tijdens het vooronderzoek onderzocht is. Het WSCS-OCE schrijft voor dat de rapportage tenminste de begrenzing van het onderzoeksgebied omvat. Als begrenzing van het te onderzoeken gebied heeft BeoBOM ervoor gekozen geen vaste buffer rond het projectgebied te nemen, om te voorkomen dat gebeurtenissen over het hoofd worden gezien. Ten behoeve van ieder vooronderzoek wordt onderzocht op geografische relevante na(a)m(en), dat wil zeggen dat de gebeurtenissen met betrekking tot de geografische locaties waarbinnen het projectgebied is gelegen worden onderzocht. Er wordt op die manier op bijv. straat-, buurtschap-, plaats-, gemeente- en provincieniveau gezocht naar oorlogshandelingen en andere relevante gebeurtenissen. De gevonden gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan een geografisch relevante locatie en derhalve mogelijk relevant zijn, worden vervolgens gerapporteerd in het vooronderzoek.
Ook wanneer deze gebeurtenissen na een nadere analyse geen invloed blijken te hebben op (de directe) omgeving van het projectgebied. Er wordt dus niet zozeer gekeken naar een vaste afstand (buffer) rondom het projectgebied, maar naar gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan bepaalde locaties die relevant zouden kunnen zijn voor het projectgebied. Omwille van het schetsen van een historische context (bijvoorbeeld het duiden van gebeurtenissen binnen een breder kader zoals een geallieerde operatie als Market Garden) kunnen ook gebeurtenissen op grote afstand van het projectgebied worden genoemd. Verdacht gebied – gebied waarin mogelijk CE aangetroffen kunnen worden. De totstandkoming wordt bepaald in hoofdstuk 6 (indien van toepassing).
9
BB19-126
Vooronderzoek CE
Opsporingsgebied – gebied waar het verdachte gebied en het projectgebied elkaar overlappen. Indien er sprake is van een opsporingsgebied, dienen aanvullende maatregelen genomen te worden. Deze aanvullende maatregelen kunnen bestaan uit een opsporingsproces, maar ook uit aanvullend bureau-onderzoek of overige beheersmaatregelen. Onverdacht gebied - de op de CE bodembelastingkaart niet als ‘verdacht gebied’ aangeduide locaties kunnen worden beschouwd als onverdacht gebied. Dat wil zeggen: niet meer verdacht dan de overige onderzochte Nederlandse bodem waar geen sprake is van specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van CE.
Figuur 2. Schematische weergave van de verschillende deelgebieden.
Niet gesprongen explosieven (NGE) versus conventionele explosieven (CE) In de praktijk wordt vaak de term NGE (Niet Gesprongen Explosieven) gehanteerd wanneer men doelt op de omgang met CE (conventionele explosieven). NGE is een overkoepelende term waarmee bijvoorbeeld ook explosieven voor terroristische doeleinden kunnen worden aangeduid. Voorliggend document heeft slechts betrekking op CE, ofwel (fabrieksmatig geproduceerde) explosieven, niet zijnde geïmproviseerd, nucleair, biologisch of chemisch, die zijn achtergebleven als gevolg van oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog en waarop de richtlijnen van het WSCSOCE van toepassing zijn. Binnen deze definitie vallen ook: CE die geen explosieve stoffen (meer) bevatten; restanten van CE die door leken als zodanig herkenbaar zijn; voorwerpen die door leken kunnen worden aangemerkt als CE; wapens of onderdelen daarvan.
10
BB19-126
Vooronderzoek CE
2. Inventarisatie bronnenmateriaal Algemeen Voor dit vooronderzoek CE is een inventarisatie opgesteld van de bronnen die door BeoBOM worden geraadpleegd. Onderstaande tabel toont de geraadpleegde bronnen. Bron Literatuur Gemeentelijk of provinciaal archief Nationaal Archief Den Haag Nederlands Instituut voor oorlogsdocumentatie (NIOD) Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) Nederlands Instituut voor militaire historie (NIMH) Luchtfotocollectie Bibliotheek Universiteit Wageningen Luchtfotocollectie Topografische Dienst/Kadaster Zwolle (TOPOD) Luchtfotocollectie Aerial Reconnaissance Archives (TARA) The National Archives (TNA) Londen Bundesarchiv-Militärarchiv Freiburg The National Archives and Records Administration, Washington D.C. (NARA) Getuigenverslagen
Verplicht (WSCS-OCE) √ √
Aanvullend
Geraadpleegd
√
√ √ √ √
√
√ √
√
√
√
√
√ √
√
√ √ √
√ √
√
Literatuur Onderstaande literatuur is geraadpleegd ten behoeve van voorliggend vooronderzoek. Hierbij dient vermeld te worden dat er zowel titels op macro- als op microniveau zijn geraadpleegd. De titels op macroniveau behandelen de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in een breder perspectief, terwijl de werken op microniveau zich toespitsen op een specifieke streek of plaats. Het dient vermeld te worden dat het werk van dhr. Eversteijn met de nodige terughoudendheid wordt gebruikt tijdens het opstellen van het overzicht met oorlogshandelingen. Reeds meerdere malen is gebleken dat dit werk gebeurtenissen foutief heeft genoteerd, waarbij vergissingen in jaartallen, plaatsen en afgeworpen bommenlasten en dergelijke geen uitzonderingen zijn. Dat wil niet zeggen dat het werk per definitie onbetrouwbaar is als bron, echter dient er ten allen tijde een tweede bron gevonden te worden bij gebeurtenissen aangehaald in dit werk. In veel gevallen blijkt het werk van dhr. Eversteijn wel degelijk correct. Het niet gebruiken van dit werk dient derhalve als een gemis te worden beschouwd. Het belang van een tweede bron geldt overigens ook voor de andere
11
BB19-126
Vooronderzoek CE
werken: er wordt gestreefd naar minimaal één aanvullende bron per genoteerde gebeurtenis. Afwezigheid van een tweede bron en inschatting van de betrouwbaarheid van de gebruikte bronnen wordt in dit rapport tevens weergegeven. Amersfoort, H. en Kamphuis, P., Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (‘s-Gravenhage 2012). Boeijen, W.F.J., Vliegen en vechten bij de Maas 1940-1945. Oorlogsgeschiedenis op de grens van NoordBrabant en Gelderland (Schaijk 2003). Didden, J., Autumn gale/Herbststurm (Drunen 2013). Didden, J. en Swarts, M., Brabant bevrijd (Den Haag 1993). Didden, J. en Swarts, M., Einddoel Maas. De strijd in zuidelijk Nederland tussen september en december 1944 (Weesp 1984). Didden, J. en Swarts, Kampfgruppe Walther and Panzerbrigade 107. A thorn in the side of Market Garden (Drunen 2016). Eversteijn, T., Bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen V-wapens en militaire vliegtuigverliezen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (z.p. 2011). Kershaw, R., It never snows in September. The German view of Market-Garden and the Battle of Arnhem, September 1944 (2004). Klep, Christ en Ben Schoenmaker (red.), Bevrijding van Nederland 1944-1945. Oorlog op de flank (’s Gravenhage 1995). Korthals-Altes, A., Luchtgevaar. Luchtaanvallen op Nederland 1940 – 1945 (Wormer 1984). Koskimaki, G.E., Hell’s Highway. De 101e Airborne Divisie tijdens Operation Market Garden.
Eindhoven Best Son Sint-Oedenrode Veghel Uden Opheusen Dodewaard Heteren (Eindhoven 1991). Loeber, H., Sprenger, G.H., e.a., De Amerikanen en de bevrijding van Nederland. A real tough job (Amsterdam 1986). Middlebrook, M. en Everitt, C., The Bomber Command War Diaries. An operational reference book 1939-1945 (Surrey 2011). Mooren, P., Oorlog onderweg. Brabant in de Tweede Wereldoorlog (’s Hertogenbosch 1994). Oudheusden, J. A. en Termeer, H., red., Tussen vrijheid en vrede. Het bevrijde zuiden. September ’44 mei ’45 (Zwolle). Saunders, T., Hell’s Highway. US 101st Airborne & Guards Armoured Division (South Yorkshire 2001). 12
BB19-126
Vooronderzoek CE
Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil… Kroniek van een luchtoorlog (2 dln., z.p., z.j.). Naast bovenstaande literatuur, zijn eveneens een aantal primaire documenten/War Diaries geraadpleegd. Het gaat om onderstaande stukken. LXXXVIII INF CORPS, Report of the Commander (6 jun – 21 dec 44). 21 Army Group, Operation “Market Garden” 17-26 Sept 1944. XVIII Corps, Report N-5652 of Airborne phase (17-27 Sept., 44) Operation “Market”. A Graphic History of the 82nd Airborne Division. Operation “Market” Holland, 1944. Report of Airborne Phase (17-27 Sept., 44) Operation “Market”101st Divison. History Section, European Theater of Operations, Battalion and Small Unit Study No 1 (N-5468). Gemeentelijk en provinciaal archief Ten behoeve van dit vooronderzoek is een aantal archiefstukken geïnventariseerd en geanalyseerd. In het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC, zowel provinciaal als gemeentelijk archief) zijn diverse stukken met betrekking tot het projectgebied geïnventariseerd en geraadpleegd. De geraadpleegde stukken zijn hieronder in een overzicht, met vermelding van toegangs- en inventarisnummers, opgenomen.
Indien er staat aangegeven dat een dossier als ‘relevant’ is beoordeeld, betekent dit dat er in het betreffende dossier gegevens zijn aangetroffen die als indicaties of contra-indicaties kunnen worden beschouwd voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen- of in de omgeving van het projectgebied. Indien een dossier wordt aangemerkt als zijnde ‘niet relevant’, dan betekent dit dat er in het betreffende dossier geen indicaties of contra-indicaties zijn aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen het projectgebied. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om personeelslijsten, financiële gegevens of regelgeving die verder niets zeggen over de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied. In dat geval staat de precieze reden vermeld. Indien relevant, is de gevonden informatie weergegeven in de tabel met oorlogshandelingen, verderop in deze rapportage. Het projectgebied is gelegen binnen de voormalige gemeente Veghel (thans onderdeel van de gemeente Meijerijstad) en Uden.
13
BB19-126
Vooronderzoek CE
Figuur 3. De ligging van de voormalige gemeente Veghel (rood) en Uden (blauw), via gemeentegeschiedenis.nl. Bron satellietbeeld: World Imagery.
14
Vooronderzoek CE
BB19-126
BHIC (gemeentelijk- en provinciaal archief) 127 Militair Gezag Noord Brabant 1944-1946 Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
127
448
Weekrapporten DMC en secties commissariaat 1945
Nee, weekrapporten zijn niet CE-gerelateerd. Stukken van Sectie V (munitieopruiming) missen.
460
Brandweer en Luchtbescherming
461
Opruimen mijnen en opgaven neergekomen V1’s en V2’s, 1945
776
Ingekomen en uitgaande geheime stukken, met inhoudsopgave, 1944-1945
Nee, geen processen-verbaal of andere stukken over daadwerkelijk uitgevoerde luchtaanvallen sinds de bevrijding binnen het district. Voornamelijk protocollen, circulaires, etc. over hoe de Luchtbescherming opgezet dient te worden Nee, geen (directe) betrekking op het projectgebied. Nee, stukken bevatten zuiveringsrapporten van personen voor LBD, politie, etc.
7699 Archief gemeentebestuur Veghel (1937-1969) Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
7699
61
Declaraties aan het Ministerie van Openbare Werken en Wederopbouw inzake de bewaking van de barakken van het voormalig krijgsgevangenenkamp, 19441946 Stukken betreffende het identificeren en begraven van gesneuvelde Nederlandse militairen, 1940-1942
Nee, geen (directe) betrekking op het projectgebied.
74
75 592
709
Stukken betreffende in Veghel gesneuvelde en begraven militairen 1945-1959 Het herstellen van de ophaalbrug, de Witte Brug, over de haven, 1937-1944 Het in het kader van de werkverschaffing opruimen van de betonnen brug over de Aa, welke is opgeblazen door Nederlandse militairen , 1940
Nee, geen (directe) betrekking op het projectgebied. Ja Nee, geen (directe) betrekking op het projectgebied. Ja
15
Vooronderzoek CE
BB19-126 Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
726
Stukken betreffende het herstellen van schade door oorlogsgeweld
746
Het herstellen en opruimen van schade door oorlogsgeweld in Eerde, 1947-1950
747
Stukken betreffende het herstellen van schade door oorlogsgeweld Stukken betreffende het herstellen van schade door oorlogsgeweld Stukken betreffende het herstellen van schade door oorlogsgeweld Stukken betreffende het herstellen van schade door oorlogsgeweld Stukken betreffende het herstellen van schade door oorlogsgeweld Stukken betreffende het herstellen van schade door oorlogsgeweld Stukken betreffende geleden schade aan schepen door oorlogsgeweld, 1940-1948
Nee, geen (directe) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (directe) betrekking op het projectgebied. Ja
748 749 750 751 752 762
763 794
795
1058 1746 2094
opgaven van geleden schade, 1940-1945 Het afwikkelen van de oorlogsschade aan de voormalige openbare lagere school aan de Grote Bolken 7 en het dekken hiermee van de kosten van stichtings- en eerste inrichting van een bijzondere christelijke school, Grote Bolken 1, 1945-1953 Het beschikbaar stellen van gelden voor het herstel van oorlogs- en bezettingsschade aan schoolgebouwen, 1945-1950 Het afwikkelen van financiële zaken uit de oorlog, 1943-1947 Correspondentie inzake het verzamelen en inleveren van de oorlogsbuit, 1945-1946 Correspondentie inzake opgave verdedigingswerken, 1951
Ja Ja Ja Ja Ja Nee, geen (directe) betrekking op het projectgebied. Ja Nee, geen (directe) betrekking op het projectgebied.
Nee, geen (directe) betrekking op het projectgebied. Nee, niet CE-gerelateerd
Nee, geen (directe) betrekking op het projectgebied.
7770 Collectie Veghel Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
7770
229240
Collectie Govers (neerslag van de geschiedschrijving van Veghel tijdens de Tweede Wereldoorlog door dr. F. Govers gedurende de periode 1977-1983).
Ja
16
Vooronderzoek CE
BB19-126
Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) In het NIOD is onderzoek gedaan in verschillende dossiers. In onderstaande archiefstukken is gezocht naar mogelijke indicaties en contra-indicaties met betrekking tot het projectgebied. De geraadpleegde stukken zijn hieronder in een overzicht, met vermelding van toegangs- en inventarisnummers, opgenomen. Indien er staat aangegeven dat een dossier door BeoBOM als ‘relevant’ is beoordeeld, betekent dit dat er in het betreffende dossier gegevens zijn aangetroffen die als indicaties of contra-indicaties kunnen worden beschouwd voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen- of in de omgeving van het projectgebied. Indien een dossier door BeoBOM wordt aangemerkt als zijnde ‘niet relevant’, dan betekent dit dat er in het betreffende dossier geen indicaties of contraindicaties zijn aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen het projectgebied. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om personeelslijsten, financiële gegevens of regelgeving welke verder niets zeggen over de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied. In dat geval staat de precieze reden vermeld. Indien relevant, is de gevonden informatie weergeven in de tabel met oorlogshandelingen, verderop in deze rapportage. NIOD 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West) Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
077
1328
Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941 Stukken betreffende vijandelijke luchtaanvallen, landingen van vijandelijke vliegeniers, het vinden van versperringsballons, het werpen van springstoffen en het gebruik van sabotagematerialen, 1940-1943 Ingekomen en minuten van uitgegane stukken, 19401945
Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
1332
1715
1716
Ingekomen telegrammen, 1942-1944
1735
Lagemeldungen van de diverse Verbindingsoffiziere, 1944 Berichtgevingen betreffende neergekomen vliegtuigen, 1943 Register van de Technische Nothilfe Befehlsstelle met vermelding van de verrichte werkzaamheden, 1944
1759 1801
Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
Nee, stukken m.b.t. personeel, materieel, correspondentie over verschillende onderwerpen. Niet CE-gerelateerd. Nee, organisatorisch van aard, niet CE-gerelateerd. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
216k Departement van Justitie Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
216k
178
Dagboek van de Inspectie Luchtbescherming, 10 augustus 1942 – 12 april 1945
180
Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de Marechaussee inzake het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van
Nee, betrof geen indicaties voor de aanwezigheid van CE (enkel informatie m.b.t. notities van besprekingen, vergaderingen etc.) Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
17
Vooronderzoek CE
BB19-126 Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
185
vliegtuigen en vliegtuigonderdelen en de vondst van niet-ontplofte explosieven, 23 juni 1943 - 28 april 1944 Echt-Zwolle
186
Meldingen van verschillende gemeenten betreffende ongevallen, beschietingen, bombardementen en het afwerpen van (lege) benzinetanks door vliegtuigen
637
Register van ingekomen en uitgaande telefonische berichten, 28 oktober - 8 december 1944.
Relevant
Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
226b Bureau Inlichtingen - Hoofdbureau Londen Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
226b
119
Rapporten en brieven over geallieerde bombardementen, neergestorte vliegtuigen en treinbeschietingen, 27 april 1943 - augustus 1944 Militaire spionagerapporten en situatieschetsen betreffende Nederlandse en Duitse objecten, april 1943 – augustus 1944 27 oktober 1944-14 februari 1945
Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
123
124
Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
249-0116A Dossier – Bombardementen, geallieerde Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
249-0116A
1 t/m 34
Diverse stukken betreffende bombardementen op Nederlands grondgebied
Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) 1945-1970 In het Semi-Statisch archief van Defensie te Rijswijk is nagegaan of binnen, of in de directe nabijheid van, het projectgebied door de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) in de periode 1945-1970 ruimingen van CE zijn uitgevoerd. Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden Sinds 1971 worden meldingen en ruimingen (MORA’s) van CE centraal geregistreerd door de Explosieven Opruimingsdienst (EODD). In het archief, eveneens ondergebracht in het Semi-Statisch Archief te Rijswijk is nagegaan of hierin meldingen en/of ruimingen zijn opgenomen die plaats hebben gehad in de directe nabijheid van het projectgebied sinds 2010. De ruimingen die plaatsvonden vóór 2010, zijn tevens opgevraagd. Collectie mijnenveldgegevens, leg- en ruimrapporten EODD De collectie mijnenveldgegevens, leg- en ruimrapporten EODD is geraadpleegd om na te gaan of er ten tijde van de oorlog binnen het projectgebied mogelijk mijnenvelden zijn aangelegd.
18
Vooronderzoek CE
BB19-126 Nationaal Archief Den Haag (NA)
Ten behoeve van dit vooronderzoek zijn enige aanvullende stukken in het Nationaal Archief Den Haag geraadpleegd. Het gaat hierbij om onderstaande stukken. Indien relevant, zijn deze verwerkt in het overzicht met oorlogshandelingen in deze rapportage. 2.04.53.15 Inspectie bescherming bevolking tegen luchtaanvallen Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
2.04.53.15
37
Meldingen en processen-verbaal ontvangen van gemeenten over geallieerde luchtactviteiten 1940-1941, Noord-Brabant Meldingen en processen-verbaal ontvangen van gemeenten over geallieerde luchtactviteiten 1940-1941, Noord-Brabant
Nee, niet aantoonbaar relevant voor het projectgebied.
78
Nee, niet aantoonbaar relevant voor het projectgebied.
2.04.110 Korps Hulpverleningsdienst 1945-1974 Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
2.04.110
20
Registers met krantenknipsels inzake explosieven (z.d.)
21
Registers met krantenknipsels inzake explosieven (1945-1947)
22
Registers met krantenknipsels inzake explosieven (1957-1959)
27
Registers met krantenknipsels inzake ongevallen met oorlogstuig
Nee, niet aantoonbaar relevant voor het projectgebied, betreft te algemene informatie. Nee, niet aantoonbaar relevant voor het projectgebied, betreft te algemene informatie. Nee, niet aantoonbaar relevant voor het projectgebied, betreft te algemene informatie Nee, niet aantoonbaar relevant voor het projectgebied, betreft te algemene informatie
2.05.44 Gezantschap Groot-Brittannië Toeg.nr 2.05.44
Inv.nr 1414
Omschrijving Stukken betreffende luchtbombardementen in Nederland (1944-1945).
Relevant Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.
Omschrijving Rapporten betreffende bom- en granaatinslagen Limburg, Noord-Brabant en Zeeland
Relevant Ja
2.13.25 Militair Gezag Toeg.nr 2.13.25
Inv.nr 1563
2.13.71 Ministerie van Defensie te Londen Toeg.nr 2.13.71
Inv.nr 368
Omschrijving Stukken betreffende luchtbombardementen in Nederland (1944-1945).
Relevant Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.
19
Vooronderzoek CE
BB19-126 Toeg.nr
Inv.nr 577
Omschrijving Stukken betreffende luchtaanvallen en inundaties
1787
Stukken betreffende bombardementen en beschietingen. Provincie Noord-Brabant 1942-1945
2065
Relevant Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.
2.13.210 Commissie van Proefneming Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
2.13.210
23
Staten onontplofte projectielen (1940)
24
Stukken ruimen landmijnen
25
Ingekomen stukken ruimen mijnen (1940)
26
Ingekomen stukken ruimen mijnen (1941)
28
Onschadelijk maken NGE en vliegtuigbommen (19411942)
Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied. Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.
4.MBF Inventaris behorend tot het archief van M. Bokhorst, verbindingsofficier van het Militair Gezag 1944-1945 Toeg.nr 4.MBF
Inv.nr 5
Omschrijving Gemeentekaart van Nederland, 1943
Relevant Ja
2.13.151 Verbaalarchief Ministerie van Defensie Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
2.13.151
5914
Overzicht bombardementen
Nee, geen betrekking op het projectgebied.
Luchtfotocollecties Bibliotheek Universiteit Wageningen, Topografische Dienst/Kadaster Zwolle en Aerial Reconnaissance Archives Op basis van luchtfotoanalyse kan in veel gevallen een nauwkeuriger beeld ontstaan van de oorlogshandelingen die op een bepaalde locatie hebben plaatsgevonden en de sporen die deze mogelijk hebben achtergelaten. Sporen die zichtbaar kunnen zijn op luchtfoto’s van goede kwaliteit zijn bijvoorbeeld kraters door artillerie- of bominslagen, aangelegde stellingen, versperringen of beschadigde of vernielde bebouwing. Als deze sporen (correct) worden geïnterpreteerd kunnen bijvoorbeeld inslaglocaties nauwkeuriger worden vastgesteld dan op basis van literatuur- of archiefonderzoek mogelijk zou zijn. Interpretatie van luchtfotomateriaal is niet altijd eenvoudig: door weersomstandigheden, (te) grote hoogte en andere factoren kan de beeldkwaliteit onvoldoende zijn. Het blijven bovendien momentopnamen. Een bominslag kan bijvoorbeeld na enkele dagen door herstelwerkzaamheden al niet meer zichtbaar zijn. Om deze reden wordt te allen tijde getracht diverse luchtfoto’s van variërende data en van goede kwaliteit aan te schaffen. Hoeveel luchtfoto’s beschikbaar zijn, verschilt per locatie. Uit de collectie van de Bibliotheek Universiteit 20
Vooronderzoek CE
BB19-126
Wageningen (DOTKAdata), de Luftbilddatenbank (LUFT), de Topografische Dienst Zwolle (TOPOD), NCAP (National Collection of Aerial Photography) en BeoBOM is het beschikbare luchtfotomateriaal voor deze locatie geïnventariseerd en beoordeeld op kwaliteit. De vervolgens geraadpleegde luchtfoto’s dateren van 28 maart 1944, 19 september 1944 (twee dagen na het begin van operatie Market Garden), 6 oktober 1944, 2 februari 1945 en 15 maart 1945. In onderstaande tabel wordt het geheel van geraadpleegde luchtfoto’s weergegeven. Luchtfotonummer(s) Sortie
Datum
Schaal
Kwaliteit
Dekking
Bron
3158, 3159
28 maart 1944
Onbekend
Redelijk
60%
DOTKA
3230, 3275, 3277, 4131, 106G/3002 4132, 4133, 4269
19 september 1944
Onbekend
Goed
100%1
TOPOD
4070
106G/3002
19 september 1944
Onbekend
Goed
100%
DOTKA
3142
R4/993
6 oktober 1944
1/16.800
Goed
5%
LUFT
1007
16/1648
2 februari 1945
Onbekend
Redelijk
15%
DOTKA
3074
16/1847
15 maart 1945
1/25.500
Redelijk
15%
LUFT
J/738
1 In combinatie met luchtfoto 4070.
21
BB19-126
Vooronderzoek CE
Dekking luchtfoto’s
Figuur 4. De dekking van het projectgebied 28 maart 1944. Luchtfotonummers 3158 en 3159. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Figuur 5. De dekking van het projectgebied op 19 september 1944. Luchtfotonummers 3230, 3275, 3277, 4131, 4132, 4133, 4269 en 4270. Bron satellietbeeld: World Imagery.
22
BB19-126
Vooronderzoek CE
Figuur 6. De dekking van het projectgebied op 6 oktober 1944. Luchtfotonummer 3142. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Figuur 7. De dekking van het projectgebied op 2 februari 1945. Luchtfotonummer 1007. Bron satellietbeeld: World Imagery.
23
Vooronderzoek CE
BB19-126
Figuur 8. De dekking van het projectgebied op 15 maart 1945. Luchtfotonummer 3074. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) Indien uit de raadpleging van de (verplichte) bronnen blijkt dat er sprake is van indicaties voor de aanwezigheid van Duitse militaire werken in het onderzoeksgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, dan wordt de collectie Duitse verdedigingswerken in Nederland en rapporten van het Bureau Inlichtingen te Londen (1940-1945) met collectienummer 575 van het NIMH geraadpleegd. Indien uit de raadpleging van de (verplichte) bronnen blijkt dat er sprake is van indicaties voor het plaatshebben van grondgevechten in de periode mei 1940, dan wordt de collectie Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940 met collectienummer 409 geraadpleegd. Er zijn voor dit vooronderzoek geen aanwijzingen aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van Duitse stellingen en verdedigingswerken binnen het projectgebied. Om deze reden is een aanvullend onderzoek in de collectie 575 niet noodzakelijk bevonden. Collectie 409 Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
409
524004 – 524021
I-13 RI; Peel Divisie; Vak Erp
524022 – 524024
II-17 RI; Peel Divisie; Vak Erp
524025 – 524027
II-2 RI; Peel Divisie; Vak Erp
530056-530065
2 R.H.M.
Ja Ja Ja Ja
24
BB19-126
Vooronderzoek CE
Eerder uitgevoerde vooronderzoeken Bij BeoBOM is een drietal eerder uitgevoerd vooronderzoeken voor de omgeving van Veghel bekend. Bij de gemeente Meijerijstad is een verzoek ingediend voor de verstrekking van eventuele andere bekende onderzoeken. Ten tijde van schrijven is dergelijke informatie nog niet verstrekt. Via de website van de Vereniging voor Explosieven Opsporing (VEO) is een tweetal onderzoeken achterhaald. Het onderzoek door de firma Cees van den Akker advies is te raadplegen via het internet. Het onderzoek dat werd uitgevoerd door T&A Survey is op verzoek verstrekt door ProRail. Geel: Cees van den Akker Advies, Vooronderzoek Conventionele Explosieven N279 Asten-Veghel (kenmerk: CA/VO-CE/017-19, d.d. 8 mei 2018). In 2018 heeft Cees van den Akker Advies een vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van de N279 Asten-Veghel. Het huidige projectgebied is vrijwel geheel gelegen binnen het hierin gehanteerde onderzoeksgebied. Op basis van het archief- en literatuuronderzoek luidt de conclusie als volgt: ‘Op basis van het bronnenmateriaal (literatuur en archieven) kan gesteld worden dat er feitelijke aanwijzingen zijn aangetroffen welke verwijzen naar Conventionele Explosieven of delen daarvan binnen het onderzoeksgebied. - Het onderzoeksgebied is gedeeltelijk verdacht van CE.’2 Waar relevant zijn de gegevens uit dit vooronderzoek meegenomen in het huidige.
Zo nodig zijn deze gegevens aangepast of aangevuld. Blauw: Leemans/BeoBOM, S2015.239 Rapportage van vooronderzoek naar conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog A50 N-B Sint-Oedenrode-Veghel (kenmerk: S2015.239, d.d. 9 mei 2015). In opdracht van Rijkswaterstaat heeft BeoBOM in samenwerking met de firma Leemans een vooronderzoek uitgevoerd op verschillende locaties langs de rijksweg A50. Eén van deze locaties is gelegen op circa 1 kilometer ten zuiden van het huidige projectgebied. Op basis van de voor het vooronderzoek geraadpleegde literatuur en archiefstukken werd het projectgebied beschouwd als zijnde geheel verdacht op de aanwezigheid van CE. De conclusie in dit vooronderzoek luidt als volgt: ‘Als gevolg van de intensieve oorlogshandelingen in 1944 (Market Garden), geldt deelgebied II [ten zuidwesten van Veghel] in zijn geheel als verdacht op de aanwezigheid van achtergelaten/verschoten/geworpen klein-kaliber munitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers. Daarnaast is hetzelfde gebied eveneens verdacht op achtergelaten geschutmunitie. Deze typen CE, kunnen op een diepte van 0,5 meter minus oorlogs maaiveld worden aangetroffen. Dit leidt ertoe dat het gebied verdacht is tot maximaal 9,00m+NAP.
2 Cees van den Akker Advies, Vooronderzoek Conventionele Explosieven N279 Asten-Veghel (kenmerk: CA/VO-CE/017-19, d.d. 8 mei 2018).
25
BB19-126
Vooronderzoek CE
Geschutmunitie (verschoten, tot 15 cm) Als gevolg van de gevechtshandelingen ter plaatse van deelgebied II, geldt dit gebied in zijn geheel als verdacht op de aanwezigheid van verschoten geschutmunitie, met een maximaal kaliber van 15 cm (voor zover aantoonbaar op basis van het geraadpleegde bronnenmateriaal). Ter plaatse van het gebied, kan verschoten geschutmunitie worden aangetroffen op een maximale diepte van 1,5 meter minus oorlogs maaiveld. Derhalve kan CE in de vorm van verschoten geschutmunitie, op een maximale diepte van 8,00m+NAP worden aangetroffen.’ Rood: T&A Survey, Historisch vooronderzoek naar de aanwezigheid van niet gesprongen conventionele explosieven ter plaatse van het spoortracé Boxtel-Veghel (kenmerk: RZM-127, d.d. 1 mei 2012). In 2012 voerde de firma T&A Survey in opdracht van ProRail een vooronderzoek uit ter plaatse van het inmiddels niet langer in gebruik zijnde spoortracé Boxtel-Veghel. Op basis van het geraadpleegde bronnenmateriaal concludeerde T&A dat er, ter plaatse van het huidige projectgebied, sprake is van een tweetal verdachte gebieden, aangemerkt als deelgebied 5 en 6.
Figuur 9. De ligging van het onderzoeksgebied N279 Asten-Veghel (geel), het onderzoeksgebied behorende bij het T&A onderzoek met kenmerk RZM-127 (rood) en het vooronderzoek Leemans/BeoBOM met kenmerk S2015.239 (blauw) ten opzichte van het huidige projectgebied (groen). Bron satellietbeeld: World Imagery.
National Archives, Kew, Surrey In The National Archives zijn diverse stukken van de Royal Air Force (RAF) geraadpleegd. Waar relevant, is de aangetroffen informatie toegevoegd aan het overzicht met oorlogshandelingen.
26
BB19-126
Vooronderzoek CE
Overige bronnen Ter aanvulling van de als verplicht gestelde bronnen als beschreven in het WSCS-OCE zijn tevens enkele relevante persberichten, websites, landkaarten en andere bronnen geraadpleegd. Via de database www.delpher.nl zijn diverse krantenartikelen uit de periode 1940-1945 geraadpleegd. ahn.nl; beeldbankwo2.nl; delpher.nl; gahetna.nl; gemeentegeschiedenis.nl; google earth; inoudeansichten.nl; kadaster.nl; maps.google.com; pdok.nl; stationsweb.nl; tracesofwar.com; vergeltungswaffen.nl; verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl; wegenwiki.nl
27
Vooronderzoek CE
BB19-126
3. Bronnenanalyse Algemeen Ten behoeve van dit vooronderzoek heeft BeoBOM diverse bronnen geraadpleegd. In dit hoofdstuk is het resultaat opgenomen van de beoordeling en evaluatie van het in het vorige hoofdstuk geïnventariseerde bronnenmateriaal. Resultaten archief- en literatuuronderzoek Op basis van het verrichte archief- en literatuuronderzoek, is hieronder een overzicht gegeven van de verschillende oorlogshandelingen die plaats hebben gehad in (de omgeving van) het projectgebied. In de kolom ‘relevantie’ wordt door BeoBOM nader toegelicht in hoeverre deze gebeurtenis relevant is voor/van invloed is op het huidige projectgebied en of er sprake is van een tweede, bevestigende bron. Het WSCS-OCE zegt hierover dat bij de beoordeling en evalueren van het bronnenmateriaal de volgende uitgangspunten [worden] gehanteerd: De conclusie wordt vastgesteld op basis van twee of meer onafhankelijk verifieerbare bronnen. Indien slechts één bron is aangetroffen, wordt dat duidelijk aangegeven in de rapportage. In de rapportage wordt gerapporteerd hoe de betrouwbaarheid van de bronnen is ingeschat. In de kolom relevantie zal derhalve tevens worden ingegaan op de betrouwbaarheid van de bronnen. Datum 1940 10-14 mei 1940
Gebeurtenis
Relevantie
Na het falen van de Peel-Raamstelling, is de Zuid-Willemsvaart de eerstvolgende linie welke verdedigd dient te worden door de Nederlandse troepen. Diverse terugtrekkende Nederlandse troepen bezetten de vakken langs het kanaal. Bij het aanbreken van 11 mei 1940, zijn de stellingen ingenomen. De brug over de Aa in Veghel, wordt opgeblazen, waardoor schade ontstaat aan gebouwen in de omgeving. De ten zuiden gelegen brug, de zogenaamde Mestbrug, wordt niet vernield. Hetzelfde geldt voor de betonbrug gelegen achter de pastorie aan het Middengaalse Pad. Deze brug is gloednieuw en nog niet volledig afgebouwd. Het opblazen van de brug over de Aa, heeft uiteindelijk weinig effect. Geen enkel verdedigingswerk is voorbereid aan het kanaalvak, dat dient te worden verdedigd. Dit geldt ook voor de rest van de Zuid-Willemsvaart: de troepen welke na de nachtelijke terugtocht bij het kanaal arriveren, krijgen posities welke niet voor verdediging zijn ingericht. Sterker nog, de westelijke kanaaloever waar de posities zich bevinden, ligt lager dan de oostelijke oever, met als gevolg dat Duitse bewegingen en aanvallen vanaf die kant, niet kunnen worden gezien voor het feitelijk te laat is. Daar komt verder nog bij, dat een deel van de westelijke oever onbezet blijft, het vak onder Heeswijk om precies te zijn. De hier aanwezige brug, wordt eveneens niet opgeblazen.
Door een gebrek aan telefoonmateriaal en
Relevant. De brug over de Aa is gelegen binnen het projectgebied. Of ook de artillerbeschietingen daadwerkelijk invloed hebben uitgeoefend op het projectgebied kan niet met zekerheid worden vastgesteld. De informatie uit deze bron(nen) wordt als betrouwbaar ingeschat.
28
Vooronderzoek CE
BB19-126 Datum
Gebeurtenis
Relevantie
veldkabels, is de communicatie tussen de verschillende bataljons minimaal. De bataljons krijgen te maken met een grote Duitse overmacht, in de vorm van de 256. InfanterieDivision. Langs de Zuid-Willemsvaart wordt heen en weer gevuurd door Nederlandse en Duitse troepen, op verschillende plaatsen langs het kanaal wordt hevig gevochten. 3 De Duitsers nemen met artillerie de stellingen langs het kanaal onder vuur, terwijl ook Duitse vliegtuigen de stellingen bestoken. De granaten slaan in op de dijk, zowel in de breedte als in de diepte spreidend.4 De Nederlandse troepen zien zich uiteindelijk genoodzaakt zich over te geven of zich terug te trekken in de richting van Sint-Oedenrode. De verdediging van de Zuid-Willemsvaart wordt op dezelfde dag doorbroken als deze is opgesteld.5
Figuur 10. De verdediging van de Zuid-Willemsvaart. Ter plaatse van het projectgebied zijn eenheden van het tweede bataljon, 2 e Regiment Infanterie gelegen. Bron afbeelding: Zuidfront Holland (oorspr. NIMH).
15 mei 1940 – 15 december 1940
Er hebben zich in de gemeente Veghel in de periode 15 mei 1940 – 15 december 1940 geen ongevallen en voorvallen plaatsgehad welke met oorlogshandelingen verband houden.6
In principe een contra-indicatie voor het achterblijven van CE.
3 Govers, F., Corridor naar het verleden. Veghel een snijpunt in Oost-Brabant 1940-1945 (Hapert 1983). 4 NIMH, toeg. nr. 409, inv. nr. 524004 – 524021. 5 Govers, F., Corridor naar het verleden. Veghel een snijpunt in Oost-Brabant 1940-1945 (Hapert 1983). 6 Nationaal Archief, toeg. nr. 2.04.53.15 inv. nr. 78.
29
Vooronderzoek CE
BB19-126 Datum
Gebeurtenis
Relevantie De informatie uit deze bron(nen) wordt als betrouwbaar ingeschat.
1941 16 juni 1941
Rond 01:30 uur valt een brisantbom, op een afstand van een half uur/20 minuten [er worden verschillende tijden genoemd in bronnen] buiten Veghel in het vrije veld langs een zandweg. Enkele bomen ontworteld.7
Niet aantoonbaar relevant. De exacte locatie van deze inslag kan niet met zekerheid worden vastgesteld. De informatie uit deze bron(nen) wordt als betrouwbaar ingeschat.
Figuur 11. Uitsnede uit het betreffende archiefstuk. Bron: Nationaal Archief, toeg. nr. 2.04.53.15 inv. nr. 78.
24/25 juli 1941
1942 1942
In de gemeente Veghel, te Mariaheide, vindt op een afstand van ongeveer 50 meter van de spoorlijn Boxtel-Gennep een bominslag plaats. Door de inslag is een gat ontstaan van ca. 6 meter breed en 2 meter diep. Het tijdstip van de bominslag wordt gesteld op ca 01:15 uur. Volgens het rapport van de luchtbeschermingsdienst is er ‘maar één brisantbom gevallen.’ Van een boerderij gelegen op circa 150 meter afstand worden enkele glasruiten vernield.8
Niet aantoonbaar relevant. Blijkens het rapport gaat het om slechts één bom, die bij inslag tot ontploffing is gekomen.
In 1942 vinden te Veghel, zover bekend, geen noemenswaardige oorlogshandelingen plaats.
In principe een contra-indicatie voor het achterblijven van CE.
De informatie uit deze bron(nen) wordt als betrouwbaar ingeschat.
1943
7 Nationaal Archief, toeg. nr. 2.04.53.15 inv. nr. 78. 8 Nationaal Archief, toeg. nr. 2.04.53.15 inv. nr. 78.
30
Vooronderzoek CE
BB19-126 Datum
Gebeurtenis
Relevantie
11/12 juni 1943
Te Zijtaart stort rond 01:15 uur een Vickers Wellington X (HE593) van No 429 Squadron, gevlogen door Flight Sergeant R.F. Conroy neer.9
Niet relevant. Zijtaart is gelegen op circa 2 kilometer ten zuiden van het projectgebied. De informatie uit deze bron(nen) wordt als betrouwbaar ingeschat.
22 juni 1943
Verscheidene vliegtuigen boven Veghel neergeschoten. In de Eikelkamp en op de Rijsweg [Rijksweg] komen brandbommen neer.10
Niet aantoonbaar relevant. De exacte locatie van deze crash kan niet met zekerheid worden vastgesteld. De informatie uit deze bron(nen) wordt als betrouwbaar ingeschat.
16/17 juni 1943
Rond 00:59 uur stort te Middegaal, Veghel, een Avro Lancaster (W4901) van No 103 Squadron gevlogen door Sergeant R.G. Winchester neer.11
Niet aantoonbaar relevant. De exacte locatie van deze crash kan niet met zekerheid worden vastgesteld. De informatie uit deze bron(nen) wordt als betrouwbaar ingeschat.
21/22 juni 1943
Verscheidene vliegtuigen worden boven Veghel neergeschoten, waarvan er drie boven de gemeente Veghel in luchtgevechten worden geraakt. Op de Rijksweg worden rond 02:30 uur brandbommen gemeld, evenals in de Eikelkamp.12
Niet aantoonbaar relevant. De exacte locatie van deze crash kan niet met zekerheid worden vastgesteld. De informatie uit deze bron(nen) wordt als betrouwbaar ingeschat.
27/28 juli 1943
In de Gasthuisstraat te Veghel stort een De Havilland Mosquito neer. Het toestel is deel van het No 139 Jamaica Squadron.13
Niet aantoonbaar relevant. De exacte locatie van deze crash kan niet met zekerheid worden vastgesteld. De informatie uit deze bron(nen) wordt als betrouwbaar ingeschat.
1944 29/30 mei 1944
Tussen Veghel en Schijndel wordt een trein beschoten door geallieerde vliegtuigen, zo melden de Nederlandse Spoorwegen.14
Niet aantoonbaar relevant. De exacte locatie van deze gebeurtenis kan niet met
9 SGLO, crash database, crashnummer T2434. 10 BHIC, toeg. nr. 7699, inv. nr. 305. 11 SGLO, crash database, crashnummer: T2477; Govers, Corridor. 12 Govers, Corridor; Eversteijn, Bombardementen. 13 Govers, Corridor; Eversteijn, Bombardementen. 14 Zwanenburg, En nooit.
31
Vooronderzoek CE
BB19-126 Datum
Gebeurtenis
Relevantie zekerheid worden vastgesteld. De informatie uit deze bron(nen) wordt als betrouwbaar ingeschat.
21/22 juli 1944
In Mariaheide stort een vliegtuig neer op de boerderij van Vissers. De bewoners overleven het, het grootste deel van de bemanning komt om.15 Vermoedelijk betreft het hier de Lancaster I (ME691) van No 75 Squadron gevlogen door Pilot Officer H. Whittington. In de crash database van de SGLO staat de locatie omschreven als ‘road Veghel-Uden’.
Niet aantoonbaar relevant. De exacte locatie en invloed van deze crash kan niet met zekerheid worden vastgesteld. De informatie uit deze bron(nen) wordt als betrouwbaar ingeschat.
24/25 juli 1944
Ter plaatse van de weg van Veghel naar Erp, stort een Duitse Ju-88 (Werkenummer 751086) gevlogen door Unteroffizier H. Wieden neer.16
Niet aantoonbaar relevant. De exacte locatie van deze crash kan niet met zekerheid worden vastgesteld. De informatie uit deze bron(nen) wordt als betrouwbaar ingeschat.
14 augustus 1944
De Veghelse haven wordt gebombardeerd. Enkele scheepslieden komen om het leven.17 Door welk toestel dit bombardement werd uitgevoerd is niet bekend. Eenheden van de 2nd Tactical Air Force voerden in augustus met name operaties uit ter ondersteuning van de geallieerde grondtroepen in het bruggenhoofd in Normandië.18 Vermoedelijk gaat het om een noodafworp. Veghel wordt niet bij name genoemd in de overzichten (Day- en Night Raid Sheets) van Bomber Command.19
Niet aantoonbaar relevant. De genoemde locatie is gelegen op circa 450 meter ten zuidoosten van het projectgebied. Welk toestel, of welke toestellen, verantwoordelijk zijn voor dit bombardement kan niet met zekerheid worden vastgesteld. De informatie uit deze bron(nen) wordt als betrouwbaar ingeschat.
21 augustus 1944
Op een Aangifteformulier Bezettingsschade maakt C. Ketelaars melding van de vordering van een gedeelte van zijn bouwland, gelegen aan de Gasthuisstraat 51. Op 5 juni 1942 wordt een deel ter grootte van 150m2 in gebruik genomen door de Duitse Wehrmacht. Op het betreffende deel wordt een munitieloods gebouwd. De loods wordt op 1 juli 1944 weer vrijgegeven, maar blijft ter beschikking staan van de Wehrmacht en mag niet gebruikt worden.
Relevant. De genoemde locatie is gelegen binnen het projectgebied. De aanwezigheid van deze munitieloods vormt een indicatie voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied.
15 Govers, Corridor. 16 Oudzijtaart.nl; Zwanenburg, En nooit; SGLO, crash database, crashnummer T3905. 17 Govers, Corridor; Eversteijn, Bombardementen. 18 TNA, AIR37/714. 19 TNA, resp. AIR14/3367 en AIR14/2679;
32
Vooronderzoek CE
BB19-126 Datum
Gebeurtenis
Relevantie De informatie uit deze bron(nen) wordt als betrouwbaar ingeschat.
Figuur 12. De globale ligging van het perceel Gasthuisstraat 51 te Veghel. Luchtfoto 19 september 1944, luchtfotonummer 4269.
Figuur 13. Weergave van de verschillende luchtacties te Veghel in de periode 24 juli 1941 tot en met 14 augustus 1944. Te zien zijn (indicatief weergegeven) de diverse vliegtuigcrashes, het bombardement op de haven, en de inslag van brandbommen nabij de Rijksweg en Eik elkamp. Bron satellietbeeld: World Imagery.
33
Vooronderzoek CE
BB19-126 Datum
Gebeurtenis
Relevantie
Operation Market Garden, 17 september 1944
In september 1944 zijn de voorbereidingen op de Operation Market Garden in volle gang. Het plan, is met Amerikaanse, Engelse en Poolse luchtlandingstroepen de grote doorstoot naar Arnhem te maken. De dag waarop de luchtlandingen plaats zullen vinden, wordt op 17 september gezet.20
--
N.B.: de literatuur betreffende de verschillende gebeurtenissen ter plaatse van het gebied Sint-Oedenrode – Veghel, is op verschillende punten tegenstrijdig. Zo wordt in het ene werk een aanval op datum X gesteld, terwijl een ander werk dezelfde gebeurtenis op datum Y plaatst. Ten behoeve van dit vooronderzoek is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van War Diaries, welke als betrouwbaar dienen te worden ingeschat. Dit zijn feitelijk primaire bronnen, opgesteld na de gevechtshandelingen. Literatuur is hier veelal (groten)deels op gebaseerd (dit bleek in dit geval ook duidelijk). Om deze reden zijn deze War Diaries als uitgangspunt genomen, aangevuld met literatuur om een zo correct mogelijk beeld te schetsen van de chaotische toestanden ter plaatse van het projectgebied.
17 september 1944
In de ochtend van 17 september 1944, vertrekken geallieerde transportvliegtuigen, waarna de grootste luchtlandingsoperatie uit de geschiedenis begint. Ter voorbereiding op de luchtlandingen en ter bescherming van de aanvoerroutes, worden bombardementen uitgevoerd op vliegvelden en aanvallen op Duitse geschutopstellingen.21 Amerikaanse Mustangs scheren laag over Veghel en bestoken de spoorlijn.22 Het Britse grondleger begint de opmars vanaf Neerpelt, België. Rondom Eindhoven is de Duitse luchtafweer zeer actief, wat leidt tot geallieerde verliezen. Zestien C-47 Skytrains (transportvliegtuigen) storten neer, evenals een aantal van de zweefvliegtuigen. Iets na 13:00 uur, landen troepen op terreinen bij Son, Sint-Oedenrode en Veghel. Het gaat om een totaal van 6695 man, van de 101st Airborne Division, onder bevel van generaal-majoor Maxwell D. Taylor. Te Veghel landen het 2nd en het 3rd Battalion in DZ A (Drop Zone A).23 1st Battalion is op enige kilometers ten noordwesten neergekomen, buiten de beoogde DZ.24 Het 501st Parachute Infantry Regiment weet binnen twee uur de brug bij Veghel onbeschadigd in handen te krijgen. Een eenzame Duitse tank, vermoedelijk be-
Relevant. Enkele van deze gebeurtenissen hebben directe betrekking op het projectgebied. Drop Zone ‘A’ was gelegen langs het zuidwestelijke deel van het projectgebied. De ligging daarvan, alsook de daarop volgende troepenbewegingen, vormen een indicatie voor het achterblijven van CE. De informatie uit deze bron(nen) wordt als betrouwbaar ingeschat.
20 Boeijen, Vliegen en vechten. 21 Boeijen, Vliegen en vechten. 22 Hosson, De, P., Dagboek bevrijding Veghel september 1944. 23 Boeijen, Vliegen en vechten. 24 History Section, European Theater of Operations, Battalion and Small Unit Study No 1.
34
Vooronderzoek CE
BB19-126 Datum
Gebeurtenis
Relevantie
horende tot het II. Fallschirm Panzer Ersatz und Ausbildungs-Regiment Hermann Göring zorgt voor enige consternatie, maar maakt al snel rechtsomkeert.25 Door de aanhoudende gevechten rond Veghel, branden er ter plaatse van de Willibrordushoek en het Hoeves, vele boerderijen af. Wanneer de Amerikanen door de weilanden trekken, knippen zij afrastering door, waardoor het in de weilanden een chaos werd van loslopend vee, dood vee en overal munitie en gesneuvelde soldaten.26
Figuur 14. De Amerikaanse DZ (Drop Zone) bij Veghel. Getoonde locatie is gebaseerd op een originele stafkaart van 101st Airborne Division, 1944. De situatie is hier weergegeven op satellietbeelden van World Imagery.