CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Snelfietsroute Veghel, deel Mariaheide_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 19 Nota vooroverleg.pdf

Raadsvergadering 26 januari 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Snelfietsroute Veghel, deel Mariaheide'2.125 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEMEENTE MEIERIJSTAD

NOTA VOOROVERLEG BESTEMMINGSPLAN SNELFIETSROUTE MEIERIJSTAD, DEELGEBIED MARIAHEIDE

25 JANUARI 2022

WSP NEDERLAND B.V. GAETANO MARTINOLAAN 50 6229 GS MAASTRICHT +31 (0)88 910 20 00 wsp.com

PROJECTNUMMER SLM010616 DOCUMENTNUMMER SLM010616.RAP01.RG, versie 01

1

INLEIDING

Tot de voorbereiding van dit bestemmingsplan behoort het overleg met de daarvoor in aanmerking komende instanties; instanties die blijkens hun werkterrein belangen vertegenwoordigen of bevoegdheden krachtens de Wro hebben. In het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) zijn deze instanties bij de totstandkoming van bestemmingsplannen betrokken. De reacties van deze instanties worden in deze notitie behandeld en van een gemeentelijk standpunt voorzien. De uitwerking van de plannen voor de aanleg van de Snelfietsroute hebben plaatsgevonden in werksessies met bewoners en belanghebbenden. Op basis hiervan zijn de definitieve ontwerpen voor de snelfietsroute gemaakt. In dit kader heeft dan ook het eerste vooroverleg met betrokkenen plaatsgevonden.

2

VOOROVERLEG REACTIES

In het kader van het vooroverleg, als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro, is onderhavig voorontwerp bestemmingsplan voorgelegd aan een aantal belanghebbende instanties. Hierna zullen de reacties kort worden samengevat en besproken. Indien deze reacties leiden tot aanpassingen van het voorontwerp bestemmingsplan zal dit worden aangeven.

2.1

PROVINCIE NOORD-BRABANT

Reactie: 1. De provincie vraagt om een nadere onderbouwing van a. de maatregelen voor de inpassing van de weg, waarbij de ontwikkeling in samenhang wordt bezien met zijn omgeving om een grotere kwaliteitswinst voor meerdere ruimtelijke functies, waaronder natuur en landschap, te bereiken. b. de noodzaak van een aan de weg gerelateerde voorziening Het heeft ook overlap met de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (IOV par. 3.1.2): zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (art. 3.5), zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6), toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7) en meerwaardecreatie (art. 3.8). 2. Wij verzoeken u om de onderdelen van het bestemmingsplan die nog niet in overeenstemming zijn met de Interim-Omgevingsverordening aan te passen. Mocht onze reactie aanleiding geven tot vragen of opmerkingen dan zijn wij graag bereid tot nader overleg. 3. Gemeente Meierijstad heeft in haar omgevingsvisie aangegeven de Ecologische verbindingszone (EVZ) het ‘Duits Lijntje’ een belangrijke ecologische ader te vinden. Bij een dergelijke ontwikkeling is het ook van belang om te kijken voor welke doelsoorten de EVZ is bedoeld, en of het functioneren van de EVZ wordt gehinderd door de aanwezigheid van het snelfietspad. Daarbij is het van belang om te kijken naar verstoring van de EVZ door het toekomstige snelfietspad. Daarbij kan bijv.

gedacht worden aan verlichting, hetgeen invloed heeft op de EVZ. 4. Een klein, zuidwestelijk gedeelte van dit deel van het tracé loopt door het provinciale werkingsgebied Groenblauwe mantel. Een bestemmingsplan van toepassing op het provinciale werkingsgebied Groenblauwe mantel borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. De toelichting bij het bestemmingsplan dient daarbij een beschrijving van de aanwezige ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken te bevatten. 5. Een kleiner, zuidwestelijk gedeelte van dit deel van het tracé loopt door het provinciale werkingsgebied Groenblauwe mantel (landelijk gebied) en loopt uit in een kleiner landelijk deelgebied met Verstedelijking afweegbaar. Een onderbouwing van de regeling Kwaliteitsverbetering van het landschap is echter niet opgenomen. In het regionaal afsprakenkader is infrastructuur als planmatige activiteit opgenomen, met ‘Maatwerk waarbij kwaliteitsverbetering integraal onderdeel is van de gebiedsontwikkeling.’ Antwoord:

1.

2. 3.

4.

5.

2.2

In de planbeschrijving is duidelijk beschreven dat het plan enkel dient voor de realisatie van de snelfietsverbinding. Tevens is artikel 4.1 Bestemmingsomschrijving aangepast naar: De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: i. (vrijliggende) fietspaden; ii. fietsstraten, inclusief kruisingen met bestaande wegen; iii. fietsstroken; enz. Tevens is het document “landschapsvisie Duits Lijntje” als bijlagen worden opgenomen bij het bestemmingsplan. Hierin is de argumentering opgenomen waaruit blijkt op welke wijze aangesloten wordt bij de landschappelijke waarden en dat deze waar mogelijk nog versterkt worden door het vormgegeven inrichtingsplan. Het bestemmingsplan is aangepast naar de meest actuele versie van de Interim-Omgevingsverordening. Voor de invloed van de snelfietsroute op NNB is het rapport ” Advies compensatie natuur Nationaal natuurnetwerk Brabant SFR Uden-Veghel” (16 juni 2020) opgesteld en is een ‘Nee, tenzij toets’ uitgevoerd. Hieruit blijkt dat binnen dit deelplan geen waarden worden aangetast en daarom heeft de snelfietsroute geen nadelige gevolgen voor het NNB binnen dit plangebied en is compensatie niet aan de orde. Vanaf de overgang van de Geerbosch naar de Gasthuisstraat tot aan de Dorshout ligt het plangebied in de groenblauwe mantel conform artikel 3.32 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

De toelichting is op dit onderdeel worden aangevuld en hierin is tevens weergegeven wat dit plan betekent voor de groenblauwe mantel. Het grootste deel van de snelfietsroute wordt over bestaande infra (wegen en fietspaden) gerealiseerd. Uit diverse onderzoeken blijkt tevens dat er geen negatieve effecten optreden. Het document “landschapsvisie Duits Lijntje” zal als bijlagen worden opgenomen. Hierin is de argumentering opgenomen waaruit blijkt op welke wijze aangesloten wordt bij de landschappelijke waarden en dat deze waar mogelijk nog versterkt worden door het vormgegeven inrichtingsplan.

OMGEVINGSDIENST BRABANT NOORD 1.

2. 3.

4. 5. 6. 7.

8.

9.

De AERIUS-berekeningen zien niet toe op de aanlegfase van het meest westelijke deel van het bestemmingsplan ‘Woongebied Veghel’ (ten westen van rivier de Aa). Neem ook dit deel mee in de berekening(en) (of maak een berekening van de drie plannen gezamenlijk). Onderbouw tevens nader of de plannen niet onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het plan delen met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ waar strikt genomen onder andere ‘agrarische bedrijven’ en ‘schuilgelegenheden (dierenverblijven)’ mogelijk worden gemaakt. Er is zonder getalsmatige onderbouwing gesteld dat effecten in de gebruiksfase uitgesloten zijn. Onderbouw getalsmatig, indien nodig door middel van een stikstofdepositieberekening, dat de maximale planologische mogelijkheden die het plan biedt (inclusief flexibiliteitsbepalingen), eventueel afgezet tegen de effecten op de Natura 2000-gebieden in de bestaande planologische legale situatie direct voorafgaande aan de vaststelling van het bestemmingsplan, kunnen leiden tot mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden. De bestemming ‘Verkeer’ maakt strikt genomen niet enkel een (snel)fietspad mogelijk Ook het gebruik van een fietspad kan leiden tot een emissie van stikstof. De berekeningen zijn uitgevoerd met AERIUS Calculator versie 2019A. Deze versie is vanaf 15 oktober 2020 niet langer actueel. De berekeningen dienen opnieuw uitgevoerd te worden.

In de tussenuitspraak ‘ViA15’ van de ABRvS van 20 januari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:105) is geoordeeld dat AERIUS Calculator onvoldoende geschikt is om de bijdrage van vervoersbewegingen aan de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden op meer dan 5 kilometer afstand van de bron te berekenen. In beide berekeningen zijn relatief grote aantallen vervoersbewegingen opgenomen. Houd rekening met deze tussenuitspraak bij de beoordeling van effecten op Natura 2000-gebieden. De resultaten van de berekeningen zijn correct opgenomen in de toelichting onder het kopje gebiedsbescherming. Zoals hierboven echter is genoemd, dienen de berekeningen van de realisatiefase aangepast te worden en dienen ook gevolgen van het plan op Natura 2000-gebieden beoordeeld te worden. Opgemerkt wordt dat het onderdeel Natuurnetwerk Brabant niet beoordeeld is. Voorgesteld wordt dit onderdeel af te stemmen met de Provincie Noord-Brabant.

10. De Quick Scan Flora en Fauna die bij het voorontwerp bestemmingsplan is gevoegd, ziet niet op de actuele situatie van de ontwerpen van de Snelfietsroute en bevat niet alle relevante soorten die hier aanwezig zijn. 11. De bijlagen van het bodemonderzoek moeten als bijlage worden bijgevoegd. 12. Het zijn identieke bodemparagrafen voor twee verschillende bestemmingsplannen en plangebieden. Hierdoor is het onduidelijk welke tekstgedeelte uit de onderbouwing nou precies van toepassing. Gelieve dit aan te passen. 13. In dit plan gaat het om het aanleggen van een snelfietsroute. Omdat het hier gaat om personen buitenshuis op de openbare weg is externe veiligheid niet van toepassing. Externe veiligheid hoeft daarom niet getoetst te worden en een beoordeling is daarom door ons niet uitgevoerd. Pas de toelichting hierop aan. Antwoord: 1. Er is een aangepast rapport opgesteld voor Woongebied Veghel. Het meest westelijk deel van dit deeltraject is hierin in dit aangepast rapport opgenomen. Vanwege de projectplanning/uitvoering is het totale traject in de gemeente Meierijstad in drie delen opgesplitst, waarvan er op dit moment 2 in procedure worden gebracht (Woongebied en Mariaheide). Zowel per deelgebied als in totaal voor het gehele traject is de stikstofdepositie ruimte onder de maximaal toegestane waarde. 2.

In de planbeschrijving is duidelijk beschreven dat het plan enkel dient voor de realisatie van de snelfietsverbinding. De Agrarische bestemming is conform het vigerend bestemmingsplan opgenomen en biedt niet meer mogelijkheden dan nu het geval is. Op deze, voor het plan aangekochte gronden, worden voorzieningen getroffen voor het opvangen en afvoeren van (hemel)water. 3. Het aangepaste rapport is cijfermatig onderbouwd. 4. In de planbeschrijving wordt duidelijk beschreven dat het plan enkel dient voor de realisatie van de snelfietsverbinding. Tevens is artikel 4.1 Bestemmingsomschrijving aangepast naar: De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: I. (vrijliggende) fietspaden; II. fietsstraten, inclusief kruisingen met bestaande wegen; III. fietsstroken; enz. 5. Dit is in het aangepaste rapport inhoudelijk als volgt beschreven: voor de gebruiksfase van de snelfietsroute worden geconcludeerd dat de gebruiksfase van de snelfietsroute niet zal leiden tot een toename van stikstofdepositie op relevante nabijgelegen Natura 2000-gebieden omdat maar beperkt gemotoriseerd verkeer op de snelfietsroute is toegestaan. Dit beperkt gemotoriseerd verkeer zal op de fietspaden/-stroken voornamelijk bestaan uit brommer- en scooterverkeer dat nu op nabijgelegen (reguliere) wegen rijdt.

Daarnaast zullen op de fietsstraten alleen voertuigen rijden die nu ook gebruik maken van de huidige (reguliere) wegen (bestemmingsverkeer). Het aantal gemotoriseerde verkeersbewegingen zal daarom niet of nauwelijks toenemen. 6. Het aangepast rapport is in een geactualiseerde versie van Aerius (versie zomer 2021) uitgevoerd. 7. Hier is in het aangepast rapport rekening mee gehouden. 8. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Hiermee is de Wet natuurbescherming gewijzigd en is een vrijstelling van de vergunningplicht voor bouw- en aanlegwerkzaamheden opgenomen in artikel 2.9a van de Wet natuurbescherming. Deze vrijstelling geldt voor alle projecten die in de gebruiksfase geen tot weinig stikstofemissie veroorzaken en heeft betrekking op de bouw van woningen, utiliteitsgebouwen en andere bouwwerken (waaronder bruggen) inclusief de daarmee gepaard gaande vervoersbewegingen, waarmee deze wijziging dus ook betrekking heeft op de voorgenomen ontwikkeling in dit bestemmingsplan en de realisatiefase dus niet nader onderzocht hoeft te worden. 9. Voor stikstofdepositie gelden geen wettelijke voorschriften ter bescherming van NNB. Tevens is gemotiveerd dat de gebruiksfase niet voor een toename van de stikstofdepositie zorgt.

Voor de invloed van de snelfietsroute op NNB is het rapport ” Advies compensatie natuur Nationaal natuurnetwerk Brabant SFR Uden-Veghel” (16 juni 2020) en een ‘Nee, tenzij toets’ opgesteld. De snelfietsroute heeft geen nadelige gevolgen voor het NNB en compensatie is niet aan de orde. 10. Er is een nieuwe en uitgebreide Quick Scan uitgevoerd en bij het ontwerp bestemmingsplan gevoegd waarin ingegaan wordt op alle relevante soorten

11. De bijlagen zullen separaat worden aangeleverd omdat het bestand anders te groot is. 12. Per plan is het plangebied duidelijk beschreven. Waar mogelijk is de tekst per plandeel worden beschreven, maar de onderzoeken zijn niet uitgesplitst per deeltracé. 13. De toelichting is op dit punt gewijzigd.

2.3

WATERSCHAP AA EN MAAS

Wij hebben op basis van ons huidige beleid geen opmerkingen op het plan snelfietsroute Veghel deel Mariaheide en Woongebied Veghel. Ik heb de punten die we telefonisch besproken hebben nagekeken en zie dat dit besproken is met de vergunningverleners. Het contact met onze vergunningverleners is dus al gelegd en ik verwacht dat het vergunningsproces in goede orde zal verlopen. Antwoord: De reactie wordt ter kennisname aangenomen.

2.4

GASUNIE

Uit de verbeelding blijkt dat de nieuwe bestemmingen ‘fietspad/talud/onderhoudspad’ over de bestaande aardgastransportleiding is geprojecteerd. De bestemmingen ‘fietspad/talud/onderhoudspad’ verdraagt zich slecht met de aanwezigheid van de aardgastransportleiding. Onze tracé beheerder is reeds betrokken bij het project. Gasunie heeft geen bezwaar voor de bovenstaande ontwikkelingen. Wij verzoeken u om van de voorgestelde ontwikkeling en eventueel te treffen maatregelen in overleg te blijven en onze tracébeheerder ook verder te betrekken bij het project om verrassingen te voorkomen. Antwoord: De gasleiding is niet in onderhavig deeltracé gelegen en ligt derhalve buiten het plangebied. De opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen en meegenomen bij het nog op te stellen deeltraject voor het bedrijventerrein, waar deze gasleiding in gelegen is.

2.5

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN

Met betrekking tot het inrichtingsplan voor de buitenruimte en de uitwerking van de bouwplannen hebben er enkele ondergeschikte wijzigingen plaatsgevonden in het ontwerp bestemmingsplan ten opzichte van het concept bestemmingsplan wat voor vooroverleg is aangeboden. Dit gaat om de volgende wijzigingen: 1. De meest actuele versie van het radarverstoringsgebied van de luchthaven Volkel is opgenomen; 2. Binnen de bestemming ‘verkeer-verblijfsgebied’ is de functie ‘evenementen’ verwijderd;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=f86e63aa-d6f6-4cd1-8b74-11a644062f22