SFR Veghel - Uden, Woongebied Veghel_Toelichting_Bijlage 11 Onderzoek explosieven
Tekst van het document
Corridor 17-21
1
Scherfhandgranaat Mk II
Met schokbuis AZ.23 (verschoten) Zonder ontsteker (niet verschoten) Met schokbuis KZ 45 (niet verschoten) Zonder ontsteker
20141095
De Dubbelen nr. 4
16 5 50 5 29
20141156 20141370
De Coevering ( in de buurt van 1 perceel 9) Voltaweg 23 1
Brisantgranaatpatroon 20mm Huls 20mm Klein-kalibermunitie Pantserbrandgranaat 20mm Pantserbrandgranaatpatroon 20mm Scherfhandgranaat MKII
20141377
Stadhuisplein 4
40
Klein-kalibermunitie
20141669
Bosscheweg
1
Brisantgranaat 5 cm
2
Brisantgranaat 60mm mortier
1 1
Brisantgranaat 60mm mortier Brisantpantsergranaat 7,5 cm
23 1
Staartstuk, mortiergranaat diverse Brisantgranaat 7,5 cm Antitankbrisantgranaat 3,7 cm Brisantgranaat 30mm Mk 108 Klein-kalibermunitie Onschadelijke munitierestanten Lichtspoorelement Pantserbrandgranaat 2 cm Pantsergranaat 13mm Brisantgranaat 75mm
Brisantgranaat 15 cm Jgr 38
Geen Geen Geen Niet verschoten Geen Zonder ontstekingsmechanisme Met restant ontsteker (verschoten) Geen Met restant ontsteker (niet verschoten) Met restant schokbuis M52 (niet verschoten) Leeg Met bodembuis BdZ 5103 (niet verschoten) Geen Zonder ontsteker (niet verschoten)
20142323
Merwedelaan 49
20150817
Rembrandtslaan 15
2 2 37 20 6 4 10 1
20151691
Sluishoek t.h.v. sluis 4
1
Brisantgranaat 75 mm
20151876
Erpseweg 15
1
Rookgranaat 25 ponder
20152104
Parklaan
1
Bodembuis M66
Niet verschoten Niet verschoten Geen Geen Geen Geen Geen Met schokbuis M48 serie (niet verschoten) Met schokbuis M48, niet verschoten Met tijdschokbuis No 221B Geen
20160925
Hoogstraat ter hoogte van brug over de Dommel Beatrixsingel
2
Scherfhandgranaat Mills 36
Geen
1
Brisantgranaat 7,5 cm
20161165
N279 ter hoogte van hectometerpaal 60.6
2 2
Brisantgranaat 25 ponder Brisantgranaat 25 ponder
20161582
Vlagheide 8A
1
Brisantgranaat 3 inch mortier
20161667
Beatrixsingel 12
1
Brisantgranaat 40mm
Met schokbuis kl AZ.23 (Pr) (niet verschoten) Met schokbuis No 117 (niet verschoten) Met schokbuis No 119 (niet verschoten) Met schokbuis No 152 (niet verschoten) Met lichtspoorzelf
20160993
70
Vooronderzoek CE
BB19-126 MORA
LIGPLAATS
AANTAL
BENAMING/SOORT
1
Scherfhandgranaat Mk II
BIJZONDERHEDEN
20161842
De Horstjens
1
Scherfhandgranaat Mk IIA1
vernietiging en restant ontsteker (niet verschoten) Met ontsteker Met ontsteker
20161943
Markt
1
Scherfhandgranaat Mk IIA1
Met ontsteker
20181632
Bergweg
1
Brisantgranaat 8 cm mortier
20181663
Erpseweg 9
1
Brisantgranaat 10,5 cm
20182345
Eerdsebaan ter hoogte van ro- 1 tonde Corridor
Met WgrZ. 38 (zonder ontsteker?) verschoten Met AZ.23 (verschoten) Met schokbuis No 152/162 (niet verschoten)
Brisantgranaat 3 inch mortier
Gemeente Uden MORA
LIGPLAATS
AANTAL
BENAMING/SOORT
BIJZONDERHEDEN
19711527
1
Mortier
Geen
19750722
Bos nabij Keelweg, Slabroek Voortweg 15, Uden
1
Pistoolgranaat 27mm
Geen
19751140
In bossen, Uden
1
Pantsergranaat 6 ponder
Geen
19790727
Slabroek
1
Mortiergranaat
19791113
Rondweg, km-paal 8,5
1
Rookgranaat 25-pounder
19812768
Oude begraafplaats 1 Sint Petruskerk, Odiliastraat Slabroeksebossen 1
Brisantgranaat 10,5 cm
Explosief niet gevonden Zonder buis, verschoten Met AZ.23
Brisantgranaat 75 mm
Zonder ontsteker
1
Brisantgranaat 4.2 inch mortier
Geen
19832292
Duifhuizerweg 1, Uden Bos
1
Brisantpantsergranaat 75 mm
19833126
Bosperceel
1
Pantsergranaat van 17 ponder
19852595
Heide / bos
1
Lichtgranaat van 2 inch mortier
19853862
Kerkstraat 11, Uden
1 1
Schroot (geen CE) Restant Duitse helm
19863714/19 863726
In weiland aan de Kantonweg, Slabroek Land van Ravensteinstraat 7, Uden Bosperceel, Uden
1
Handgranaat Mk II
Precieze locatie onbekend Precieze locatie onbekend (niet verschoten) Precieze locatie onbekend, waarschijnlijk Slabroek Gevonden in gat 0,5 meter diep, samen met twee Duitse helmen Zonder ontsteker
1
Brisantgranaat 7,5 cm
Niet verschoten
13 29 1 2
Brisantpantsergranaatpatroon van 2 cm Brisantgranaatpatroon van 2 cm Brisantgranaat van 2 cm Brisantgranaat van 13 mm
Precieze locatie onbekend, waarschijnlijk Odiliapeel (munitieopslag Duitse troepen)
19830883 19831242
19864155 19871588
71
Vooronderzoek CE
BB19-126 MORA
19881488 19882098
LIGPLAATS
Bij blokhut [Slabroekse bossen] Bosperceel aan de Slabroekseweg
19890330
Kraaienweg 1, Uden
19890355
In droge sloot aan de Udensedreef, ter hoogte van Heideweg Bloesemplein 7, Uden Bouwterrein aan Boogerdstraat, Uden Woonwagencentrum [Abdijlaan], Uden Beatrixhof, Uden
19910618 19922481
19931095
19971725 19972253 20010733
Bedafse Bergen 1, Uden Erikaweg 2, Uden
AANTAL
BENAMING/SOORT
BIJZONDERHEDEN
2 500 1
Staafbrandbommen 4 lbs. Klein-kalibermunitie (divers) Restant van bom (grote scherf)
Geen
1 500 2
Rookgranaat 2 inch mortier Klein-kalibermunitie Rookgranaat 2 inch mortier
Verschoten Geen Zonder staartstuk
2500
Klein-kalibermunitie
1
Scherfhandgranaat Mils 36
Geen
1
Brisantgranaat van 8 cm mortier
Met ontsteker
1
Brisantgranaat van 8 cm mortier
Met WgrZ. 38
560 15 1
Klein-kalibermunitie Hulzen van 2 cm Rookgranaat 2 inch mortier
Geen Geen Zonder staartstuk
1
Handgranaat Mk II
Met restant ontsteker
1
Handgranaat Mk II
Brisantgranaten
Met restant ontsteker. Aangetroffen door boer in maisland bij het ploegen Geen
Brisantgranaatpatroon 7,5 cm
Geen
Pantsergranaat 37 mm, met lichtspoor (niet verschoten) Brisantgranaat 37 mm, met restant ontsteker (niet verschoten) Restant huls van 40 mm Klein-kalibermunitie Rookgranaat 155mm
Afkomstig van een Engelse tank die in WOII in brand was gestoken
20011749
Van Burenstraat, Uden
20031168
Zandpad aan Udens- 5 edreef Helenastraat 84, 1 Uden Merketon 1, Uden 1
20040490 20051808
1
20101719
Udensedreef
1 20 1
20110302
Wielak 38
1
Brisantpantsergranaat 7,5 cm
20111282
Grensweg
1 12 1
Restant mortiergranaat Diverse munitierestanten Brisantgranaat 81mm mortier
20111292
Grensweg
1
Brisantgranaat 81mm mortier
20111331
Grensweg
1
Brisantpantsergranaat 8,8 cm
1
Brisantgranaat 2 inch mortier
1
Bom, oefen, 10 kg
20120330
Bijland 104
MM116B1 (niet verschoten) Met bodembuis (niet verschoten) Geen Geen Met restant schokbuis M52 (verschoten) Met restant schokbuis M52 (verschoten) Met restant bodembuis 5127 Met restant schokbuis Geen
72
Vooronderzoek CE
BB19-126 MORA
LIGPLAATS
AANTAL
BENAMING/SOORT
BIJZONDERHEDEN
20120997
Zevenhuizerweg
1
Brisantgranaat 75mm
20121262
Grensweg
1
Brisantgranaat 10,5 cm
20121794
Kralingerweg
2
Bom, brisant, 10 kg SD 10
Met schokbuis M40 (Italiaans) niet verschoten Zonder ontsteker (niet verschoten) Zonder ontsteker
20130666
Karperdijk 18
1
Scherfhandgranaat Mk IIA1
Met restant ontsteker
20130867
Raam 514
1
Pantserbrandgranaat 15mm
1 1 1
Pantserbrandgranaat 20mm Brisantgranaat 20mm Huls 20mm
1
Brisantgranaat 75mm M32
Met restant huls en kruitrestanten Geen Geen Met voortdrijvende lading Met schokbuis I.O. MOD 40 pc (Italiaans) (niet verschoten) Geen
10 1
Patroon .303 Antitankbrisantgranaat PIAT
2
Brisantgranaat 25 ponder
1 1
Brisantgranaat 8,8 cm
20131349
Grensweg
20131376
President Kennedylaan 133 Udense vijverweg/Udense Dreef
20131585
Brisantpantsergranaat 7,5 cm
20131706
Zevenhuizerweg
20131980
Jagersveld 39
20132077
Beukenlaan 61
1 1 1 1
Pantsergranaat 25 ponder Rookgranaat 2 inch mortier Rookgranaat 25 ponder Brisantgranaat 75mm (75-13/75-27)
22 1 6
Klein-kalibermunitie, 7,62 mm Staafbandbom 1 kg Brisantgranaat 2 cm
1 1 1
Pantserbrandgranaat Scherfhandgranaat No 1 Rookgranaat 25 ponder
Scherfhandgranaat Staartstuk 3 inch mortiergranaat Staartstuk 4.2 inch mortiergranaat Staartstuk 8 cm mortiergranaat Brisantgranaat 20mm
20140244
Leeuweriksweg 2
2 13 1 2 1
20142236
Mariniersstraat
1
Bom, fragmentatie, 260 lb
20142382
Leeuwerikstraat 2
1
Rookgranaat 2 inch mortier
20151242
Osseweg
1
Brisantgranaat 75mm
20161234
Efferden 412
1
Rookgranaat 25 ponder
Buis geplaatst Met schokbuis No 117 (niet verschoten) Met restant ontsteker Met bodembuis 5103 (niet verschoten) Niet verschoten Verschoten Geen Met restant ontsteker (Italiaans) niet verschoten Garand munitie Restant Met schokbuis (verschoten) Verschoten Restant Met tijdschokbuis No 221 (verschoten/leeg) Geen Geen Leeg Leeg Met schokbuis No 252 (verschoten) Met neusbuis ANM103 Verschoten Niet verschoten, met restant ontsteker (Frans) Met restant tijdschokbuis No 221 (verschoten, leeg)
73
Vooronderzoek CE
BB19-126 MORA
LIGPLAATS
AANTAL
BENAMING/SOORT
BIJZONDERHEDEN
20161633
Bosdreef/Delstraat
1
Rookgranaat 25 ponder
20180701
Bosdreef
1
Pantsergranaat 25 ponder
Met restant tijdschokbuis No 221 (niet verschoten) Geen
20180950
Tegenover oostwijk 33
1
Fragmentatiebom, 260 lb
20181643
Zevenhuizerweg
1
Brisantgranaat 75mm
20190337
Slabroekseweg
1 1 1
Schokbuis No 117 Mk III Schokbuis No 119 Rookpot rookgranaat 25 ponder
201111318
Zevenhuizerweg
3
Brisantgranaat 7,5 cm
201111319
PNEMstraat
1
Brisantgranaat 8 cm mortier
Met neusbuis ANM103 (Gewapend) Met restant schokbuis M48 serie (niet verschoten) Geen Geen Verschoten Met restant ontsteker (niet verschoten) Zonder ontsteker
Uit de meldingen van de EODD blijkt dat in de gemeenten Veghel en Uden sinds 1971 tientallen malen CE zijn aangetroffen. Over het algemeen betreffen deze CE geschutmunitie en ontstekingsinrichtingen, maar ook een aanzienlijke hoeveelheid hand- en geweergranaten. Een deel van de aangetroffen (brisant)granaten is in verschoten toestand aangetroffen. De aanwezigheid van deze CE vormt een verdere indicatie voor het plaatsvinden van artilleriebeschietingen met diverse kalibers, hetgeen reeds is gebleken uit het overzicht met oorlogshandelingen en de vondsten van de MMOD.
74
BB19-126
Vooronderzoek CE
Figuur 30. Meldingen van de EODD in de omgeving van het projectgebied. Bron: EODD, bron satellietbeeld: World Imagery.
Deze meldingen vormen een aanvullende indicatie voor het plaatsvinden van artillerie- en mortierbeschietingen. De grootste (sub)soort CE die door de EODD werd geregistreerd betreft een brisantgranaat van 155mm (geallieerd). Het grootste Duitse kaliber betreft diverse brisantgranaten van 15 cm. Daar 155mm het grootste kaliber is dat werd aangetroffen, is de brisantgranaat met deze omvang als uitgangspunt genomen voor de afbakening van het verdachte gebied in verticale dimensie. N.B. In de gemeente Uden zijn diverse CE in de vorm van afwerpmunitie, fragmentatiebommen van 260 lb, en submunitie, diverse typen brandbommen (Duits). Deze zijn gelegen op ruime afstand buiten ook het projectgebied (noordoostzijde van het projectgebied). Daar er geen aanwijzingen zijn aangetroffen voor het mogelijk plaatsvinden van bombardementen binnen het projectgebied waarbij dergelijke CE kunnen zijn achtergebleven, zijn deze vondsten in het overzicht met mogelijk aan te treffen CE buiten beschouwing gelaten. Collectie mijnenveldkaarten, leg- en ruimrapporten EODD In de collectie mijnenveldkaarten, leg- en ruimrapporten van de EODD zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van mijnenvelden binnen het projectgebied.
75
BB19-126
Vooronderzoek CE
Figuur 31. Overzicht van de in de omgeving van Veghel bij de EODD bekende mijnenvelden. Geen van deze velden heeft betrekking op het projectgebied. Bron satellietbeeld: World Imagery.
76
Vooronderzoek CE
BB19-126
4. Luchtfotoanalyse Algemeen Ten behoeve van dit vooronderzoek is een aantal luchtfoto’s door BeoBOM geanalyseerd. Deze luchtfoto’s zijn geïnterpreteerd op de aanwezigheid van schade aan het landschap als gevolg van oorlogshandelingen en militaire werken. De vervolgens geraadpleegde luchtfoto’s dateren van 28 maart 1944, 19 september 1944 (twee dagen na het begin van operatie Market Garden), 6 oktober 1944, 2 februari 1945 en 15 maart 1945. In onderstaande tabel wordt het geheel van geraadpleegde luchtfoto’s weergegeven. Luchtfotonummer(s) Sortie
Datum
Schaal
Kwaliteit
Dekking
Bron
3158, 3159
28 maart 1944
Onbekend
Redelijk
60%
DOTKA TOPOD
J/738
3230, 3275, 3277, 4131, 106G/3002 4132, 4133, 4269
19 september 1944
Onbekend
Goed
100%71
4070
106G/3002
19 september 1944
Onbekend
Goed
100%
DOTKA
3142
R4/993
6 oktober 1944
1/16.800
Goed
5%
LUFT
1007
16/1648
2 februari 1945
Onbekend
Redelijk
15%
DOTKA
3074
16/1847
15 maart 1945
1/25.500
Redelijk
15%
LUFT
Resultaat luchtfotoanalyse Op het verzamelde luchtfotomateriaal zijn enkele oorlogsgerelateerde verstoringen waargenomen. Deze verstoringen zullen hieronder nader worden omschreven. In onderstaande figuur zijn de locaties weergegeven. Algemeen Op het luchtfotomateriaal van 28 maart 1944 zijn binnen het projectgebied geen oorlogsgerelateerde verstoringen waargenomen. Er zijn geen sporen gesignaleerd van de inslag in de nacht van 24 op 25 juli 1941. Mogelijk valt de locatie daarvan buiten de dekking van het fotomateriaal van 28 maart. Ook op het fotomateriaal van latere datum, van 19 september 1944, dat volledige dekking biedt van het spoor ter hoogte van Mariaheide, is geen verstoring gesignaleerd die met zekerheid aan deze gebeurtenis kan worden gekoppeld. Ook van de crashes van de De Havilland Mosquito (27/28 juli 1943) in de Gasthuisstraat en de Lancaster van No 75 Squadron (21/22 juli 1944) zijn op het luchtfotomateriaal van 28 maart 1944 en 19 september 1944 geen verstoringen waargenomen. Ondanks de intensiteit van de gevechtshandelingen te Veghel vanaf 17 september 1944 zijn op het luchtfotomateriaal van 19 september en 6 oktober 1944 betrekkelijk weinig (mogelijk) oorlogsgerelateerde verstoringen zichtbaar. Vermoedelijk zijn de aanvankelijk relatief lichte ingezette wapens in de eerste dagen na aanvang van operatie Market Garden hier mede de oorzaak van.
De zwaarste gevechten vonden plaats in de periode 20-23 september 1944. Van deze periode is geen luchtfotomateriaal van geschikte kwaliteit of schaal beschikbaar gebleken. Op het luchtfotomateriaal van 6 oktober 1944 zijn echter ook geen significante verstoringen waargenomen.
71 In combinatie met luchtfoto 4070.
77
BB19-126
Vooronderzoek CE
Ook op het materiaal van 2 februari en 15 maart 1945 zijn geen duidelijke verstoringen in de vorm van bijvoorbeeld kraters en/of stellingen (meer) zichtbaar. Wel zijn op 19 september 1944 op verschillende locaties mangaten zichtbaar – aangelegd vóór en zichtbaar op het fotomateriaal van 28 maart 1944 – die mogelijk tijdens de gevechten in en rond Veghel plaatshebbende gevechten zijn gebruikt als schuttersput of wapenopstelling. Vanwege de grote hoeveelheid indicaties die zijn aangetroffen tijdens het archief- en literatuuronderzoek, alsmede het aanzienlijke aantal ruimingen dat sinds 1945 in en rond Veghel werd verricht, heeft de geringe aanwezigheid van op het luchtfotomateriaal waarneembare verstoringen geen beslissende invloed op de uitkomst van dit onderzoek. Troepenbewegingen Market Garden Op 19 september maakt de voorhoede van het Britse XXXste korps contact met de Amerikaanse parachutisten van de 101st Airborne Division in Veghel. Kort daarop bereikt zij de 82nd Airborne bij Grave. Op het luchtfotomateriaal van deze datum is een deel van de Britse kolonne zichtbaar. Enkele voertuigen bevinden zich op Club Route (Pastoor van Haarenstraat) ter hoogte van Mariaheide.
Figuur 32. Britse voertuigen op Club Route (Pastoor van Haarenstraat) bij Mariaheide. Luchtfoto 19 september, luchtfotonummer 4132.
78
BB19-126
Vooronderzoek CE
Figuur 33. Detail van bovenstaande foto. Op dit gedeelte van de Pastoor van Haarenstraat zijn ten minste vier voertuigen van onbekend type zichtbaar.
Geschutopstellingen en munitieopslagplaatsen Op het luchtfotomateriaal zijn, behalve nabij de spoorbrug over de Zuid-Willemsvaart, geen verstoringen in de vorm van geschutopstellingen waargenomen. Het is waarschijnlijk dat in de periode 2123 september 1944 wel dergelijke stellingen zijn aangelegd langs de spoorweg vanaf de Zuid-Willemsvaart tot de spoorbrug over de Aa, maar ook elders in Veghel. Vanwege de intensiteit van de grondgevechten en troepenbewegingen is het echter zeer waarschijnlijk dat CE in de vorm van achtergelaten geschutmunitie ook op (veel) locaties elders in Veghel kunnen worden aangetroffen. Vanwege de afwezigheid van duidelijk waarneembare stellingen – en daardoor de mogelijkheid voor een nauwkeurige afbakening – vormen dergelijke CE een achtergrondrisico binnen de delen van het projectgebied waar geen sprake is van een duidelijk afgebakend gebied achtergelaten geschutmunitie.
79
BB19-126
Vooronderzoek CE
Figuur 34. Enkele verstoringen, hoogstwaarschijnlijk (luchtdoel)geschutopstellingen, in de nabijheid van de brug over de Zuid-Willemsvaart. Luchtfoto 15 maart 1945, fotonummer 3074.
(Wapen)opstellingen en schuttersputten Op enkele locaties zijn wél verstoringen gesignaleerd die kunnen worden gerelateerd aan de aanwezigheid van de Amerikaanse luchtlandingstroepen van 17 tot 19 september 1944. Het gaat om verschillende schuttersputten en/of wapenopstellingen in de buurt van onder andere de spoorbrug over de Aa. Op 22 september 1944 waren de posities alhier overgenomen door troepen behorende tot het tweede bataljon, 327th Glider Infantry Regiment.
80
BB19-126
Vooronderzoek CE
Figuur 35. In de nabijheid van de spoorbrug over de Aa zijn verschillende verstoringen in de vorm van schuttersputten en wapenopstellingen waargenomen. Luchtfoto 19 september 1944, luchtfotonummer
81
BB19-126
Vooronderzoek CE
5. Landschapsanalyse Algemeen Ten behoeve van het in kaart brengen van verstoringen in het landschap, als gevolg van oorlogshandelingen, voert BeoBOM standaard een landschapsanalyse uit met behulp van historisch kaartmateriaal, satellietbeelden, luchtfotomateriaal uit de periode 1940-1945, BAG-gegevens (Basisregistraties Adressen en Gebouwen) en LIDAR. LIDAR staat voor Light Detection and Ranging of Laser Imaging Detection And Ranging, en houdt in dat hoogteverschillen in het landschap in kaart worden gebracht middels laserpulsen. Door hoogteverschillen te analyseren, kunnen verstoringen zoals bomkraters of verdedigingswerken in sommige gevallen worden opgespoord. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan hoogteverschillen in het landschap, die niet zichtbaar zijn op luchtfoto’s door bebossing of andere vegetatie. Ook hoogteverschillen die niet met het menselijk oog zichtbaar zijn, zijn wel zichtbaar als LIDAR wordt ingezet. Naast het in kaart brengen van mogelijke verstoringen als gevolg van oorlogshandelingen, wordt LIDAR hier eveneens toegepast om de naoorlogse bodemroering in kaart te brengen. Naoorlogs opgehoogde gebieden onderscheiden zich duidelijk, wanneer LIDAR wordt toegepast. In de volgende paragraaf worden de resultaten van deze analyse besproken.
Naoorlogse bodemroerende werkzaamheden Om na te gaan in hoeverre rond het projectgebied (ingrijpende) bodemroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden die mogelijk van invloed zijn op de mate van verdachtheid, zijn de luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog, historisch kaartmateriaal en een modern satellietbeeld met elkaar vergeleken. Daarnaast is gebruik gemaakt van BAG-gegevens (Basisregistratie Adressen en Gebouwen). Het analyseren van naoorlogse bodemroering is niet alleen relevant wanneer het gaat om het in kaart brengen van naoorlogs geroerde bodemlagen waarin mogelijk zonder aanvullend onderzoek kan worden gewerkt, ook zegt naoorlogse bodemroering iets over hoe verdacht een gebied precies is. Bijvoorbeeld: een bron stelt dat plaats X is beschoten door artillerie, echter kan niet exact worden aangetoond welk gebied nu is getroffen. Als de omgeving van plaats X in 1945 uit weiland bestond en in 2019 uit volledig volgebouwde woonwijken waarbij voor zover bekend tijdens de werkzaamheden nimmer CE zijn aangetroffen, dan valt mogelijk te concluderen dat dit gebied niet is getroffen door artilleriebeschietingen. In die zin kan het in kaart brengen van naoorlogse bodemroering dus als contra-indicatie dienen en is ook het onderzoeken van de omgeving van het spoor (waar niet gewerkt zal worden) van relevantie voor het onderzoek.
Onderstaande afbeeldingen tonen de situatie rond het projectgebied in de oorlogsjaren vergeleken met de huidige situatie, gevolgd door de BAG-gegevens.
82
BB19-126
Vooronderzoek CE
Figuur 36. Binnen het projectgebied hebben sinds de Tweede Wereldoorlog vrij omvangrijke en ingrijpende bodemroerende werkzaamheden plaatsgevonden. In rood de bebouwing van voor 1945, in blauw die van na 1945. Bron: Basisregistratie Adressen en Gebouwen; World Imagery.
Figuur 37. De situatie binnen het projectgebied weergegeven op kaartmateriaal uit 1956. Bron kaartmateriaal: topotijdreis.nl
83
BB19-126
Vooronderzoek CE
Figuur 38. De situatie binnen het projectgebied weergegeven op kaartmateriaal uit 1967. Bron kaartmateriaal: topotijdreis.nl
Figuur 39. De situatie binnen het projectgebied weergegeven op kaartmateriaal uit 1988. Bron kaartmateriaal: topotijdreis.nl
84
BB19-126
Vooronderzoek CE
Figuur 40. De situatie binnen het projectgebied als weergegeven op kaartmateriaal uit 1999. In het uiterste zuidwestelijke gedeelte van het projectgebied zijn de contouren van de nog te realiseren Rijksweg A50 zichtbaar. Bron kaartmateriaal: topotijdreis.nl
Figuur 41. De huidige situatie binnen het projectgebied. De Rijksweg A50 doorkruist het projectgebied uiterst links. Het landschap in het noordoostelijke deel van het projectgebied, ongeveer ter hoogte van Mariaheide, is sinds 1945 veelal gelijk gebleven. Bron kaartmateriaal: topotijdreis.nl
85
BB19-126
Vooronderzoek CE
Resultaat vergelijking Uit bovenstaande vergelijking blijkt dat binnen het projectgebied te Veghel met name in het kader van woningbouw en de bijbehorende infrastructuur aanzienlijke en ingrijpende bodemroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden. Het spoor dat van Station Boxtel naar Station Wesel (het zogeheten ‘Duits Lijntje’) liep is al geruime tijd niet meer in gebruik. In de jaren ’60 is het stationsgebouw geheel gesloopt. Tevens zijn diverse bijbehorende voorzieningen verdwenen. Het emplacement is tot op heden nog steeds duidelijk zichtbaar. In het zuidwestelijk gedeelte van het projectgebied heeft sinds 1945 aanzienlijke uitbreiding van bedrijventerreinen plaatsgevonden. De meest ingrijpende infrastructurele wijziging betreft echter de aanleg van de Rijksweg A50. Een klein gedeelte van deze weg loopt door het uiterste zuidwestelijke deel van het projectgebied. In het oostelijk/noordoostelijke deel van het projectgebied heeft relatief weinig bodemroering plaatsgevonden. Ter hoogte van Mariaheide is het landschap rond het spoor richting Wesel veelal gelijk gebleven. Net als tijdens de Tweede Wereldoorlog bestaat dit deel van het projectgebied met name terrein met een agrarische bestemming. In hoeverre er sprake is van een verdacht gebied en in hoeverre dit gebied op basis van naoorlogse bodemroering verkleind kan worden, wordt in hoofdstuk 6 bepaald.
Hoogteverschillen Uit de analyse van het landschap middels LIDAR, zijn geen duidelijke verstoringen naar voren gekomen welke wijzen op oorlogshandelingen in de directe nabijheid van het projectgebied.
Figuur 42. Een overzicht van het projectgebied in LIDAR. Ter verbetering van de zichtbaarheid is het projectgebied hier in rood weergegeven. De verhoogde ligging van de Rijksweg A50 aan de westzijde van het projectgebied is hier duidelijk te onderscheiden. Bron: PDOK.
86
BB19-126
Vooronderzoek CE
6. Beoordeling en evaluatie bronnenmateriaal Algemeen Uit het geheel van geraadpleegde bronnen zijn enkele indicaties voor de mogelijke aanwezigheid van CE in de directe omgeving van het projectgebied naar voren gekomen. Hieronder is een overzicht opgenomen van de verschillende indicaties, contra-indicaties, leemten in de kennis en conclusies voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied. Indicaties Op basis van het literatuur- en archiefmateriaal zijn de volgende aanwijzingen voor de aanwezigheid van CE in de omgeving van het projectgebied aangetroffen: In de meidagen van 1940 werden door Nederlandse troepen vier bruggen vernield. Eén van deze bruggen was gelegen binnen het projectgebied; Uit de geraadpleegde literatuur en archiefgegevens is gebleken dat in Veghel hevige gevechten en troepenbewegingen hebben plaatsgevonden, met name in september 1944; Uit hetzelfde bronnenmateriaal is gebleken dat Veghel en de directe omgeving daarvan herhaaldelijk zijn getroffen door zowel Duitse als geallieerde artilleriebeschietingen. Als gevolg van deze beschietingen kan vrijwel het gehele grondgebied van de gemeente Veghel worden beschouwd als een ‘gebied getroffen door een artillerie- en/of mortierbeschieting’; In het archief van de MMOD enkele tientallen meldingen van in- en rond Veghel achtergebleven CE aangetroffen.
Een deel van deze meldingen bevestigen het plaatsvinden van artillerie- en mortierbeschietingen door diverse nationaliteiten met diverse kalibers geschutmunitie; In Veghel en Uden zijn door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie sinds de Tweede Wereldoorlog enkele tientallen CE geruimd. In een aanzienlijk deel van de gevallen betroffen de geruimde artikelen CE in de vorm van verschoten geschutmunitie. Van een groot deel van de CE is de verschijningsvorm niet bekend, waardoor dit aantal hoogstwaarschijnlijk vele malen hoger ligt. Het grootste gemelde kaliber van het geheel aan aangetroffen CE is geschutmunitie van 155 mm (geallieerd). Contra-indicaties De volgende contra-indicaties voor de aanwezigheid van CE zijn aangetroffen: Op het luchtfotomateriaal zijn slechts enkele oorlogsgerelateerde verstoringen waargenomen.
De geringe mate waarin deze aanwezig zijn is echter vanwege de vele overige indicaties voor het mogelijk achterblijven van CE, niet van invloed op de uitkomsten van dit onderzoek; Na de Tweede Wereldoorlog zijn binnen het projectgebied vrij omvangrijke en ingrijpende bodemroerende werkzaamheden uitgevoerd; Binnen het projectgebied zijn diverse nieuwe woonwijken met de daarbij behorende infrastructuur gerealiseerd; Ten zuidwesten van het Zuid-Willemskanaal heeft aanzienlijke uitbreiding van de reeds tijdens de Tweede Wereldoorlog aanwezige bedrijfsgebouwen plaatsgevonden; 87
Vooronderzoek CE
BB19-126
Ter plaatse van het spooremplacement hebben diverse sloopwerkzaamheden plaatsgevonden, met name ten behoeve van de verwijdering van het stationsgebouw; In het uiterst zuidwestelijk gelegen gedeelte van het projectgebied heeft in het kader van de aanleg van de Rijksweg A50 aanzienlijke bodemroering plaatsgehad. Leemten in de kennis De volgende leemten in de kennis zijn gesignaleerd: Algemeen De ervaring leert dat niet alle archiefstukken de tand des tijds doorstaan, wat verschillende oorzaken kan hebben (onbewuste oorzaken zoals brand, of bewuste vernietiging van archiefstukken). Het is in principe mogelijk dat CE-gerelateerde informatie sinds 1945 verloren is gegaan. Hiermee samenhangend kan het eveneens voorkomen dat bepaalde gebeurtenissen, door verdwijning van de oorspronkelijke bron, niet meer getoetst kunnen worden en er enkel nog sprake is van een interpretatie van de oorspronkelijke bron (bijvoorbeeld in de literatuur). Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog worden verder niet alle gebeurtenissen vastgelegd, simpelweg omdat deze onopgemerkt bleven, of omdat deze niet de moeite van het vastleggen waard geacht werden.
Specifiek voor het projectgebied Niet alle in de bronnen genoemde oorlogshandelingen, kunnen aan een specifieke locatie worden gekoppeld; Er is geen luchtfotomateriaal van geschikte schaal en datum beschikbaar gebleken voor tijdens en direct na de gevechten van 21 tot en met 23 september 1944. Het ontbreken van dergelijk materiaal is echter niet van invloed op de uitkomsten van dit onderzoek; Niet alle naoorlogs gevonden/gemelde CE, konden aan een specifieke locatie worden gekoppeld. Ook voor sommige MORA’s geldt, dat het niet altijd bekend is waar deze precies geplaatst dienen te worden. Dit geldt voornamelijk voor vondsten ‘op het politiebureau’ etc. Mogelijk aan te treffen (sub)soorten CE In het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn diverse feitelijke aanwijzingen aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen het projectgebied. In onderstaand overzicht zijn de diverse (sub)soorten CE opgenomen die reeds door de EODD en haar voorgangers te Veghel en Uden zijn geruimd. Dit overzicht is niet limitatief. Soort
Benaming
Toestand
Nationaliteit
Achtergelaten/ gedumpt Achtergelaten/ gedumpt Achtergelaten/ gedumpt Achtergelaten/
Brits
Handgranaten Handgranaten
Mills No 36
Handgranaten
Scherfhandgranaat Mk IIA1
Handgranaten
Scherfhandgranaat No 1
Handgranaten
Handgranaat, ei, No 39
Amerikaans Geallieerd Duits
88
Vooronderzoek CE
BB19-126 Soort
Benaming
Toestand
Nationaliteit
gedumpt Geschutmunitie Geschutmunitie
Brisantgranaat 155mm
Onbekend
Geallieerd
Geschutmunitie
Rookgranaat 155mm met MM116B1
Niet verschoten
Geallieerd
Geschutmunitie
Brisantgranaat 15 cm
Onbekend
Duits
Geschutmunitie
Brisantgranaat 15 cm Jgr 38
Verschoten
Duits
Geschutmunitie
Brisantgranaat 12 cm mortier
Verschoten
Duits
Geschutmunitie
Brisantgranaat 10,5 cm met AZ.23
Verschoten
Duits
Geschutmunitie
Brisantgranaat 10,5 cm
Niet verschoten
Duits
Geschutmunitie
Brisantgranaat 4.2 inch mortier
Onbekend
Brits
Geschutmunitie
Pantsergranaat 90mm
Verschoten
Amerikaans
Geschutmunitie
Brisantgranaat 25 ponder met schokbuis No 117/119
Onbekend
Brits
Geschutmunitie
Rookgranaat 25 ponder met tijdschokbuis No 221B
Onbekend
Brits
Geschutmunitie
Pantsergranaat 25 ponder
Onbekend
Brits
Geschutmunitie
Brisantpantsergranaat 8,8 cm met bodembuis 5127
Onbekend
Duits
Geschutmunitie
Springrookgranaat 3 inch mortier
Onbekend
Brits
Geschutmunitie
Brisantgranaat 3 inch mortier met schokbuis M152/162
Verschoten
Brits
Geschutmunitie
Brisantgranaat 81mm mortier
Verschoten
Geallieerd
Geschutmunitie
Brisantgranaat 81mm mortier met schokbuis m52
Verschoten
Geallieerd
Geschutmunitie
Brisantgranaat 8 cm mortier met WgrZ. 38
Niet verschoten
Duits
Geschutmunitie
Brisantgranaat 8 cm mortier
Verschoten
Duits
Geschutmunitie
Pantsergranaat 17 ponder
Niet verschoten
Brits
Geschutmunitie
Brisantgranaat 75mm (75-13/75-27)
Niet verschoten
Italiaans
Geschutmunitie
Brisantgranaat 75mm met schokbuis M40
Niet verschoten
Italiaans
Geschutmunitie
Brisantgranaat 75mm met schokbuis M48
Niet verschoten
Amerikaans
Geschutmunitie
Brisantgranaat 75mm met schokbuis I.O. MOD 40 pc
Niet verschoten
Italiaans
Geschutmunitie
Brisantpantsergranaat 7,5 cm met bodembuis BdZ.5103
Niet verschoten
Duits
Geschutmunitie
Brisantgranaat 7,5 cm met kl AZ.23 (Pr)
Niet verschoten
Duits
Geschutmunitie
Brisantgranaat 60mm mortier met schokbuis M54
Onbekend
Amerikaans
Geschutmunitie
Brisantgranaat 60mm mortier met schokbuis M52
Onbekend
Amerikaans
Geschutmunitie
Brisantgranaat 2 inch mortier
Onbekend
Brits
Geschutmunitie
Lichtgranaat 2 inch mortier
Onbekend
Brits
Geschutmunitie
Brisantgranaat 5 cm
Onbekend
Duits
Geschutmunitie
Brisantgranaat 4,7 cm
Onbekend
Frans
Geschutmunitie
Brisantgranaatpatroon 40mm
Achtergelaten
Geallieerd
Geschutmunitie
Brisantgranaat 40mm
Onbekend
Geallieerd
Geschutmunitie
Brisantgranaat 40mm met lichtspoorzelfvernietiging
Niet verschoten
Geallieerd
Geschutmunitie
Pantsergranaat 40mm
Onbekend
Geallieerd
Geschutmunitie
Antitankbrisantgranaat 3,7 cm
Niet verschoten
Duits
Geschutmunitie
Pantsergranaat 3,7 cm
Geschutmunitie
Brisantgranaat 30mm Mk 108
Niet verschoten/ Duits achtergelaten Niet verschoten Duits
Geschutmunitie
Brisantgranaatpatroon 2 cm
Onbekend
Duits
Geschutmunitie
Brisantgranaat 2 cm met schokbuis KZ45
Onbekend
Duits
89
Vooronderzoek CE
BB19-126 Soort
Benaming
Toestand
Nationaliteit
Geschutmunitie
Pantserbrandgranaat 2 cm
Onbekend
Duits
Geschutmunitie
Pantserbrandgranaat 20 mm
Niet verschoten
Geallieerd
Geschutmunitie
Pantserbrandgranaatpatroon 20mm
Onbekend
Geallieerd
Raketten Raketten
Brisantgranaat (raket) 15 cm
Onbekend
Duits
Raketten
Antitankbrisantgranaatraket 2.36 inch
Verschoten
Amerikaans
Achtergelaten/ gedumpt Achtergelaten/ gedumpt Achtergelaten/ gedumpt
Amerikaans
Ontstekingsinrichtingen Ontstekingsinrichtingen Bodembuis M66 Ontstekingsinrichtingen Schokbuis No 117 Ontstekingsinrichtingen Schokbuis No 119
Brits Brits
Klein-kalibermunitie Klein-kalibermunitie
Pantserbrandgranaat 15mm
Verschoten
Duits
Klein-kalibermunitie
Pantsergranaat 13 mm
Onbekend
Duits
Klein-kalibermunitie
Diverse, waaronder .303 en 7,62
Achtergelaten/ gedumpt
Diverse
Achtergelaten/ gedumpt
Duits
Achtergelaten/ gedumpt
Geallieerd
Achtergelaten/ gedumpt
Brits
Vernielingsmiddelen Vernielingslading
Vernielingslading Z-72 Hulzen
Hulzen
Huls 20 mm Munitie voor granaatwerpers
Munitie voor granaat- Antitankbrisantgranaat PIAT werpers
Horizontale afbakening verdacht gebied Op basis van de aangetroffen indicaties voor de aanwezigheid van CE als gevolg van artilleriebeschietingen en grondgevechten zijn onderstaande verdachte gebieden vastgesteld: Verdacht gebied geschutmunitie (verschoten) diverse kalibers, tot en met 155 mm (Geallieerd) Ter plaatse van het projectgebied is sprake van een verdacht gebied verschoten geschutmunitie. Betreffende het afbakenen van dit gebied stelt het WSCS-OCE het volgende: Indicatie: Artillerie-, mortier- of raketbeschieting. Algemene omschrijving: Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudig) raketwerpersysteem. Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied: Situationeel te bepalen. Het WSCS-OCE biedt geen concrete handvatten ter afbakening van een gebied dat is getroffen door artilleriebeschietingen, maar laat de wijze van afbakenen aan de onderzoeker. Vanwege de hoeveelheid en spreiding van het totaal aan munitievondsten van 1945 tot heden en vanwege de vele meldingen van granaatinslagen binnen de gemeente tijdens, maar ook na, de bevrijding, heeft BeoBOM het gehele projectgebied en de nabije omgeving daarvan aan te duiden als een gebied dat
90
BB19-126
Vooronderzoek CE
is getroffen door artillerie- en mortierbeschietingen. Als zodanig is het gehele projectgebied aangemerkt als zijnde verdacht op de aanwezigheid van CE in de vorm van geschutmunitie (verschoten), diverse kalibers, met een maximum van 155mm (geallieerd). Verdacht gebied geschutmunitie (achtergelaten) diverse kalibers, maximum onbekend In de nabijheid van de spoorbrug over de Zuid-Willemsvaart zijn enkele verstoringen in de vorm van geschutopstellingen gesignaleerd. Ter plaatse van deze stellingen kunnen CE in de vorm van geschutmunitie van onbekend kaliber zijn achtergebleven. Het verdachte gebied is conform de richtlijnen in het WSCS-OCE bepaald op 25 meter (gemeten vanuit het hart van de stelling). Hierbij is tevens rekening gehouden met een tolerantie/luchtfotocorrectie van 10 meter, resulterende in een risicostraal van in totaal 35 meter ter plaatse van de waargenomen geschutopstellingen. Verdacht gebied klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers In de nabijheid van de spoorbrug over de rivier de Aa zijn verstoringen in de vorm van wapenopstellingen/schuttersputten waargenomen. Rond deze wapenopstellingen/schuttersputten is een verdacht gebied afgebakend met een diameter van 10 meter, gemeten vanuit het hart van de stellingen.
Binnen de resulterende verdachte gebieden kunnen CE in de vorm van klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten van diverse nationaliteiten worden aangetroffen. Het mogelijk achterblijven van dergelijke CE wordt bevestigd door de vele vondsten van de EODD. N.B. Als gevolg van de diverse troepenbewegingen en grondgevechten binnen de gemeente is in de overige delen van het projectgebied tevens sprake van een achtergrondrisico met betrekking tot het aantreffen van CE in de vorm van achtergelaten geschutmunitie van diverse kalibers en nationaliteiten (maximaal kaliber onbekend). Hetzelfde geldt voor klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers (o.a. PIAT). Uit de diverse meldingen van de EODD blijkt dat ook wapens en toebehoren van CE zijn achtergelaten of gedumpt. Verticale afbakening verdacht gebied Op basis van het geraadpleegde bronnenmateriaal is vastgesteld dat er ter plaatse van het projectgebied sprake is van een verdacht gebied verschoten geschutmunitie. Dergelijke CE kunnen, op basis van sondeergegevens verkregen via het DINOloket, worden aangetroffen tot een diepte van maximaal 1,50m-MV (maaiveld Tweede Wereldoorlog), oftewel 7,10m+NAP. Ter plaatse van de op het luchtfotomateriaal gesignaleerde geschutopstellingen en wapenopstellingen kunnen CE worden verwacht tot een diepte van maximaal 2,50m-MV (bodem stelling), oftewel 6,10m+NAP.
91
BB19-126
Vooronderzoek CE
Conclusie en aanbevelingen Binnen de gemeente Meijerijstad staan in het kader van het project ‘Engineering Snelfietsroute (SFR)’ diverse werkzaamheden gepland. Deze werkzaamheden bestaan uit de aanleg van nieuwe stukken fietspad en de herinrichting van enkele bestaande fietspaden/woonstraten tot een fietsstraat/snelfietspad. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van CE te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek genoemd. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform de huidige wettelijke norm, zoals vastgelegd in het WSCS-OCE. Voorliggend rapport heeft betrekking op het projectgebied te Veghel, zoals getoond in dit vooronderzoek. In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn diverse feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied aangetroffen. Op basis van deze feitelijke aanwijzingen, is binnen het projectgebied een verdacht gebied afgebakend. Verdacht gebied geschutmunitie, diverse kalibers, maximaal 155mm (verschoten) Als gevolg van diverse artilleriebeschietingen in september 1944 kan het gehele projectgebied worden beschouwd als zijnde verdacht op de aanwezigheid van (verschoten) geschutmunitie. Het gaat hier om diverse kalibers, vanaf 2 cm/20mm, met een maximum van 155mm (geallieerd).
Dergelijke CE kunnen worden aangetroffen tot een diepte van maximaal 1,50m-MV (maaiveld Tweede Wereldoorlog), oftewel 7,10m+NAP Verdacht gebied geschutmunitie, diverse kalibers, maximaal kaliber onbekend (achtergelaten) In de nabijheid van de spoorbrug over de Zuid-Willemsvaart zijn verschillende geschutopstellingen aangelegd. Ter plaatse van deze geschutopstellingen kunnen CE in de vorm van achtergelaten geschutmunitie van onbekend kaliber worden aangetroffen tot een diepte van maximaal 2,50m-MV (bodem stelling), oftewel 6,10m+NAP. Verdacht gebied klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers Nabij de spoorbrug over de Aa zijn diverse wapenopstellingen en/of schuttersputten aangelegd. Ter plaatse van deze stellingen kunnen CE in de vorm van achtergelaten klein-kalibermunitie, handen geweergranaten en munitie voor granaatwerpers van diverse typen en nationaliteiten worden aangetroffen tot een diepte van maximaal 2,50m-MV (bodem stelling), oftewel 6,10m+NAP. N.B. Als gevolg van de diverse troepenbewegingen en grondgevechten binnen de gemeente is in de overige delen van het projectgebied tevens sprake van een achtergrondrisico met betrekking tot het aantreffen van CE in de vorm van achtergelaten geschutmunitie van diverse kalibers en nationaliteiten (maximaal kaliber onbekend).
Hetzelfde geldt voor klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers (o.a. PIAT). Uit de diverse meldingen van de EODD blijkt dat ook wapens en toebehoren van CE zijn achtergelaten of gedumpt. Advies Binnen het projectgebied is sprake van diverse op CE verdachte gebieden. BeoBOM adviseert het uitvoeren van een Projectleiderssamenvatting CE (PLS-CE) of een Projectgebonden Risicoanalyse (PRA) voorafgaande aan de binnen het verdachte gebied uit te voeren werkzaamheden. 92
BB19-126
Vooronderzoek CE
N.B.: op het kaartmateriaal in- en behorende bij dit rapport worden verdachte gebieden en indicaties en gebeurtenissen buiten het projectgebied getoond, welke niet direct van invloed zijn op het projectgebied maar die wel zijn geconstateerd. Omwille van de volledigheid worden deze tevens weergegeven. Buiten de contouren van het projectgebied, zoals getoond, kan niet worden gewerkt zonder aanvullend onderzoek.
93
BB19-126
Vooronderzoek CE
Bijlage 1. BB19-126-OT-01 INVENTARISATIEKAART (losbladig)
94
BB19-126
Vooronderzoek CE
Bijlage 2. BB19-126-OT-02 BODEMBELASTINGKAART (losbladig)
95