RvO gemeenteraad (geconsolideerde versie na 1e wijziging)
Tekst van het document
Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Meierijstad, geconsolideerde versie (tekst zoals deze luidt na de 1e wijziging, te agenderen in de raadsvergadering van 25 mei 2023) (v3, 22 maart 2023) Was-wordt tabel:
Bestaande tekst:
Nieuwe tekst:
Artikel 2. Het fractievoorzittersoverleg 1. Er is een fractievoorzittersoverleg dat bestaat uit de plaatsvervangend raadsvoorzitter als voorzitter en de fractievoorzitters. De raadsvoorzitter is als adviseur aanwezig in de vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg. Het fractievoorzittersoverleg is een commissie ex artikel 84 van de Gemeentewet. 2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid uit de eigen fractie aan dat hen bij afwezigheid in het fractievoorzittersoverleg vervangt. 3. Het fractievoorzittersoverleg kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. In het fractievoorzittersoverleg worden onderwerpen besproken waarvan de voorzitter of een ander lid onderlinge bespreking opportuun acht. 5. Het fractievoorzittersoverleg doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en zijn commissies voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie. 6. Het fractievoorzittersoverleg stelt de vergadercyclus van raad en raadscommissies vast in een vergaderschema. 7. Het fractievoorzittersoverleg vergadert met gesloten deuren.
Artikel 2. Het fractievoorzittersoverleg 1. Er is een fractievoorzittersoverleg dat bestaat uit een door het fractievoorzittersoverleg aangewezen (plaatsvervangend) voorzitter en de fractievoorzitters. De raadsvoorzitter is als adviseur aanwezig in de vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg. Het fractievoorzittersoverleg is een commissie ex artikel 84 van de Gemeentewet. 2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid uit de eigen fractie aan dat hen bij afwezigheid in het fractievoorzittersoverleg vervangt. 3. Het fractievoorzittersoverleg kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. In het fractievoorzittersoverleg worden onderwerpen besproken waarvan de voorzitter of een ander lid onderlinge bespreking opportuun acht. 5. Het fractievoorzittersoverleg doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en zijn commissies voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie. 6. Het fractievoorzittersoverleg voert periodiek overleg met de accountant over in ieder geval het verslag van bevindingen en de boardletter. 7. Elk lid van het fractievoorzittersoverleg, met inbegrip van de voorzitter van het fractievoorzittersoverleg, heeft één stem. Bij het staken der stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 8. Het fractievoorzittersoverleg vergadert met gesloten deuren.
Zaaknummer
…
Pagina 2 van 36
Datum 27 maart 2023
Bestaande tekst:
Nieuwe tekst:
Artikel 3. De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit één raadslid per fractie en de plaatsvervangend raadsvoorzitter als voorzitter. De raadsvoorzitter is als adviseur aanwezig in de vergaderingen van de agendacommissie. De agendacommissie is een commissie ex artikel 84 van de Gemeentewet. 2. De leden wijzen elk een raadslid uit de eigen fractie aan dat hen bij afwezigheid in de agendacommissie vervangt. 3. De agendacommissie kan anderen uitnodigen aan vergaderingen van de agendacommissie deel te nemen. 4. Elk lid van de agendacommissie, met inbegrip van de voorzitter van de agendacommissie, heeft één stem. Bij het staken der stemmen beslist de voorzitter van de agendacommissie. 5. De agendacommissie heeft in ieder geval de volgende taken: het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen; a. het voorbereiden en vaststellen van de opzet van de beeldvormende avonden; b. het beoordelen of een voorstel rijp is voor besluitvorming in de raad; c. het aanmerken van een voorstel als hamerstuk; d. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Gemeentewet. 6. Om een voorstel als hamerstuk aan te merken is unanimiteit vereist. 7. De agendacommissie is bevoegd om een voorstel met betrekking tot de hantering van spreektijden te doen. 8.
Vergaderingen van de agendacommissie zijn in beginsel openbaar. De voorzitter van de agendacommissie kan in voorkomende gevallen met instemming van de commissie bepalen dat met gesloten deuren wordt vergaderd.
Artikel 3. De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit één raadslid per fractie en een door de agendacommissie aangewezen (plaatsvervangend) voorzitter. De raadsvoorzitter is als adviseur aanwezig in de vergaderingen van de agendacommissie. De agendacommissie is een commissie ex artikel 84 van de Gemeentewet. 2. De leden wijzen elk een raadslid uit de eigen fractie aan dat hen bij afwezigheid in de agendacommissie vervangt. 3. De agendacommissie kan anderen uitnodigen aan vergaderingen van de agendacommissie deel te nemen. 4. Elk lid van de agendacommissie, met inbegrip van de voorzitter van de agendacommissie, heeft één stem. Bij het staken der stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 5. De agendacommissie heeft in ieder geval de volgende taken: het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen; a. het voorbereiden en vaststellen van de opzet van de beeldvormende avonden; b. het beoordelen of een voorstel rijp is voor besluitvorming in de raad; c. het aanmerken van een voorstel als hamerstuk; d. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Gemeentewet. e. het vaststellen van de vergadercyclus van raad en raadscommissies in een vergaderschema. 6.
Om een voorstel als principe hamerstuk aan te merken is unanimiteit vereist. 7. De agendacommissie is bevoegd om een voorstel met betrekking tot de hantering van spreektijden te doen. 8. Vergaderingen van de agendacommissie zijn in beginsel openbaar. De voorzitter van de agendacommissie kan in voorkomende gevallen met instemming van de commissie bepalen dat met gesloten deuren wordt vergaderd.
Zaaknummer
…
Pagina 3 van 36
Datum 27 maart 2023
Bestaande tekst:
Nieuwe tekst:
Artikel 6. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 2. De griffier treedt op als secretaris van de commissie.
Artikel 6. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 2. De griffier treedt op als secretaris van de commissie. 3. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen.
Artikel 8. Oproep en voorlopige agenda
Artikel 8. Oproep en voorlopige agenda
1. De voorzitter zendt ten minste acht dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken. 2. Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 9, eerste lid, wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering aan de leden gezonden.
De voorzitter zendt ten minste acht dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd.
Zaaknummer
…
Pagina 4 van 36
Datum 27 maart 2023
Bestaande tekst:
Nieuwe tekst:
Artikel 9. Aanvullende agenda; vaststellen agenda
Artikel 9. Aanvullende agenda; vaststellen agenda
1. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt. 2. Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. 3. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.
1. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt. 2. Als een aanvullende voorlopige agenda als bedoeld in het eerste lid, wordt opgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering aan de leden gezonden. 3. Als omtrent de inhoud van stukken op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. 4. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.
Artikel 10. Ter inzage leggen van stukken
Artikel 10. Ter inzage leggen van stukken
1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op de aangewezen locatie(s) ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden op de website van de gemeenteraad geplaatst. 3. Als omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage.
1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op de aangewezen locatie(s) ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden op de website van de gemeenteraad geplaatst. 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier.
Zaaknummer
…
Pagina 5 van 36
Datum 27 maart 2023
Artikel 18. Stemming; procedure hoofdelijke stemming
Artikel 18. Stemming; procedure hoofdelijke stemming
1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op alfabetische volgorde. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing.
Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aangeven dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming worden de raadsleden bij naam opgeroepen hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op alfabetische volgorde. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee.
Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. 8. De hoofdelijke stemming kan door gebruikmaking van een elektronisch stemsysteem worden gehouden. In dat geval blijven lid 4 en lid 5 buiten werking en brengen de leden hun stem uit door “voor” of “tegen” te stemmen middels een stemkastje. De uitslag van de stemming wordt openbaar gemaakt waarbij is vermeld welke leden “voor” en welke leden “tegen” hebben gestemd. 9. Bij gebruik van het elektronisch stemsysteem is het in afwijking van lid 6
Zaaknummer
…
Pagina 6 van 36
Datum 27 maart 2023
Bestaande tekst:
Nieuwe tekst: mogelijk de vergissing te herstellen tot dat de voorzitter de uitslag voorleest.
Zaaknummer
…
Pagina 7 van 36
Datum 27 maart 2023
Bestaande tekst:
Nieuwe tekst:
Artikel 20. Stemming over personen
Artikel 20. Stemming over personen
1. Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.
1. Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. 5. De voorzitter van het stembureau deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
Artikel 24. Verslag en besluitenlijst besloten vergadering
Artikel 24. Verslag en besluitenlijst besloten vergadering
1. Audio-/videoverslagen en besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden te beluisteren respectievelijk ter inzage gelegd bij de griffier. 2. De besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van het audio-/videoverslag en de besluitenlijst. 3. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.
1. Audio- / Videoverslagen en concept besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier. 2. De besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het audio- / videoverslag en de besluitenlijst. 3. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Zaaknummer
…
Pagina 8 van 36
Datum 27 maart 2023
Bestaande tekst:
Nieuwe tekst:
Artikel 25. Opheffing geheimhouding
Artikel 25. Opheffing geheimhouding
Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Artikel 32. Interpellatie
Artikel 32. Interpellatie
1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Als het verzoek ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering is ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt over het verzoek tijdens de eerstvolgende raadsvergadering bij de vaststelling van de agenda gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden, het college en de burgemeester. 3. Als het verzoek ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering is ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt over het verzoek tijdens de eerstvolgende raadsvergadering bij de vaststelling van de agenda gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Zaaknummer
…
Pagina 9 van 36
Datum 27 maart 2023
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: -
amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger.
Artikel 2. Het fractievoorzittersoverleg 1. Er is een fractievoorzittersoverleg dat bestaat uit een door het fractievoorzittersoverleg aangewezen (plaatsvervangend) voorzitter en de fractievoorzitters. De raadsvoorzitter is als adviseur aanwezig in de vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg. Het fractievoorzittersoverleg is een commissie ex artikel 84 van de Gemeentewet. 2. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid uit de eigen fractie aan dat hen bij afwezigheid in het fractievoorzittersoverleg vervangt. 3. Het fractievoorzittersoverleg kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 4. In het fractievoorzittersoverleg worden onderwerpen besproken waarvan de voorzitter of een ander lid onderlinge bespreking opportuun acht. 5. Het fractievoorzittersoverleg doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en zijn commissies voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie. 6. Het fractievoorzittersoverleg voert periodiek overleg met de accountant over in ieder geval het verslag van bevindingen en de boardletter. 7. Elk lid van het fractievoorzittersoverleg, met inbegrip van de voorzitter van het fractievoorzittersoverleg, heeft één stem. Bij het staken der stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 8. Het fractievoorzittersoverleg vergadert met gesloten deuren. Artikel 3.
De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit één raadslid per fractie en een door de agendacommissie aangewezen (plaatsvervangend) voorzitter. De raadsvoorzitter is als adviseur aanwezig in de vergaderingen van de agendacommissie. De agendacommissie is een commissie ex artikel 84 van de Gemeentewet. 2. De leden wijzen elk een raadslid uit de eigen fractie aan dat hen bij afwezigheid in de agendacommissie vervangt. 3. De agendacommissie kan anderen uitnodigen aan vergaderingen van de agendacommissie deel te nemen. 4. Elk lid van de agendacommissie, met inbegrip van de voorzitter van de agendacommissie, heeft één stem. Bij het staken der stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 5. De agendacommissie heeft in ieder geval de volgende taken: het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen en raadscommissievergaderingen; a. het voorbereiden en vaststellen van de opzet van de beeldvormende avonden; b. het beoordelen of een voorstel rijp is voor besluitvorming in de raad; c. het aanmerken van een voorstel als hamerstuk; d. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Gemeentewet. e. het vaststellen van de vergadercyclus van raad en raadscommissies in een vergaderschema. 6. Om een voorstel als principe hamerstuk aan te merken is unanimiteit vereist.
Zaaknummer
…
Pagina 10 van 36
Datum 27 maart 2023
7. De agendacommissie is bevoegd om een voorstel met betrekking tot de hantering van spreektijden te doen. 8. Vergaderingen van de agendacommissie zijn in beginsel openbaar. De voorzitter van de agendacommissie kan in voorkomende gevallen met instemming van de commissie bepalen dat met gesloten deuren wordt vergaderd. Artikel 4. De griffier 1. De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg en van de agendacommissie en kan aanwezig zijn in raadscommissievergaderingen. 2. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad aangewezen plaatsvervanger. 3. De griffier kan op uitnodiging aan beraadslagingen in raadsvergaderingen deelnemen. Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1. Bij de benoeming van nieuwe raadsleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. 3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. 4.
Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter in afwijking van het voorgaande een nieuw benoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6. De griffier treedt op als secretaris van de commissie. Artikel 6. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 2. De griffier treedt op als secretaris van de commissie. 3. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. Artikel 7. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. 2.
Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer raadsleden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.
Zaaknummer
…
Pagina 11 van 36
Datum 27 maart 2023
5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging.
Hoofdstuk 2. Raadsvergaderingen Paragraaf 1. Voorbereiding Artikel 8. Oproep en voorlopige agenda De voorzitter zendt ten minste acht dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd. Artikel 9. Aanvullende agenda; vaststellen agenda 1. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt. 2. Als een aanvullende voorlopige agenda als bedoeld in het eerste lid, wordt opgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering aan de leden gezonden. 3. Als omtrent de inhoud van stukken op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage. 4. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. Artikel 10. Ter inzage leggen van stukken 1.
Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op de aangewezen locatie(s) ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden op de website van de gemeenteraad geplaatst. 3. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Artikel 11. Openbare kennisgeving Raadsvergaderingen worden door aankondiging in een lokaal weekblad en door plaatsing op de internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht. Paragraaf 2. Ter vergadering Artikel 12. Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst. Aan het einde van elke raadsvergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.
Zaaknummer
…
Pagina 12 van 36
Datum 27 maart 2023
Artikel 13. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden mogen in een termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging over het door dat raadslid ingediende. 5. Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, worden niet meegerekend de interrupties in de tweede termijn en het spreken over een voorstel van orde. Artikel 14. Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21 van de Gemeentewet kan de raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 15. Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over. Paragraaf 3. Stemmingen Artikel 16. Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden hun voorgenomen stemgedrag toelichten. Artikel 17. Beslissing 1.
De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing. Artikel 18. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aangeven dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd. 3. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 4. Bij hoofdelijke stemming worden de raadsleden bij naam opgeroepen hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op alfabetische volgorde. 5. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen, hun stem uit door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 6. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd.
Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan
Zaaknummer
…
Pagina 13 van 36
Datum 27 maart 2023
kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 7. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. 8. De hoofdelijke stemming kan door gebruikmaking van een elektronisch stemsysteem worden gehouden. In dat geval blijven lid 4 en lid 5 buiten werking en brengen de leden hun stem uit door “voor” of “tegen” te stemmen middels een stemkastje. De uitslag van de stemming wordt openbaar gemaakt waarbij is vermeld welke leden “voor” en welke leden “tegen” hebben gestemd. 9. Bij gebruik van het elektronisch stemsysteem is het in afwijking van lid 6 mogelijk de vergissing te herstellen tot dat de voorzitter de uitslag voorleest. Artikel 19. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. 3.
Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. 4. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel 20. Stemming over personen 1. Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. 2. Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen. 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau. 5. De voorzitter van het stembureau deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Paragraaf 4. Verslaglegging; ingekomen stukken Artikel 21. Verslag en besluitenlijst 1.
De griffier draagt zorg voor audio-/videoverslagen en besluitenlijsten van raadsvergaderingen. 2. Het audio-/videoverslag: a. omvat de volledige vergadering; b. wordt geïndexeerd naar de onderwerpen die besproken zijn en de sprekers die het woord hebben gevoerd; c. is zo spoedig mogelijk via de website van de gemeente toegankelijk, voor zover aard en inhoud van de besluitvorming zich daar niet tegen verzet. 3. De besluitenlijst bevat in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de leden en de overige deelnemers aan de vergadering; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. het genomen besluit;
Zaaknummer
…
Pagina 14 van 36
Datum 27 maart 2023
e. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; f. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; g. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 14 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 4. De besluitenlijst wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid van de griffier. 5. Bij het begin van de vergadering wordt de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. 6. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en de griffier. Artikel 22. Ingekomen stukken 1. Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden wordt toegezonden en ter inzage wordt gelegd. 2. Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad op voorstel van de agendacommissie de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen Artikel 23.
Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 24. Verslag en besluitenlijst besloten vergadering 1. Audio- / Videoverslagen en concept besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier. 2. De besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het audio- / videoverslag en de besluitenlijst. 3. De vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel 25. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Paragraaf 6. Toehoorders en pers Artikel 26. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2.
Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.
Zaaknummer
…
Pagina 15 van 36
Datum 27 maart 2023
Artikel 27. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raadsvergadering geluids- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Hoofdstuk 3. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden Artikel 28. Amendementen en subamendementen 1. Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de voorzitter. Dit gebeurt schriftelijk, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. 2. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die zijn ingediend door raadsleden die de presentielijst getekend hebben. 3. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 29. Moties 1. Raadsleden dienen moties schriftelijk in bij de voorzitter. 2. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. 3. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld. 4. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond. Artikel 30. Initiatiefvoorstel 1. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. 2.
Het college kan binnen vier weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 3. Een voorstel wordt nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst. Artikel 31. Collegevoorstel 1. Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. 2. Als de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel 32. Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden, het college en de burgemeester. 3.
Als het verzoek ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering is ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt over het verzoek tijdens de
Zaaknummer
…
Pagina 16 van 36
Datum 27 maart 2023
eerstvolgende raadsvergadering bij de vaststelling van de agenda gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft. Artikel 33. Schriftelijke vragen 1. Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. Daarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. 2. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 10 werkdagen nadat de vragen zijn ingediend. 4. Als de vragen ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend, vindt mondelinge beantwoording plaats in de eerstvolgende raadsvergadering, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 5. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de raadsleden toegezonden. 6.
De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. Artikel 34. Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 10 werkdagen nadat het verzoek is ingediend. Artikel 35. Rondvraag 1. Aan het begin van de vergadering is er een rondvraag, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan de agendacommissie bepalen dat de rondvraag op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip de rondvraag eindigt, doch hanteert hierbij een maximale duur van een half uur als uitgangspunt. 2. Raadsleden die tijdens de rondvraag vragen wil stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp en ten minste 24 uur voor aanvang van de vergadering bij de voorzitter. 3.
De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens de rondvraag aan de orde worden gesteld. 4. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige raadsleden. 5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 6. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 7. Vervolgens kan de voorzitter aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 8. Tijdens de rondvraag kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.
Zaaknummer
…
Pagina 17 van 36
Datum 27 maart 2023
Artikel 36. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel 37. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag na die waarop zij is bekendgemaakt en werkt terug tot en met de dag van vaststelling. 2. Deze regeling kan worden aangehaald als: Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Meierijstad.
Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 2 januari 2017, gewijzigd bij besluit van 25 mei 2023.
Zaaknummer
…
Pagina 18 van 36
Datum 27 maart 2023
Toelichting Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In artikel 1 worden een aantal begrippen uit dit reglement van orde gedefinieerd. Deze spreken grotendeels voor zich. Voor wat betreft het begrip ‘voorzitter’ zij nog vermeld dat de burgemeester voorzitter is van de raad. Artikel 9 van de Gemeentewet (hierna: wet) schrijft dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. Artikel 2. Het fractievoorzittersoverleg Het fractievoorzittersoverleg heeft voornamelijk een algemeen adviserende rol (aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad). Diverse gemeenten hebben dit takenpakket uitgebreid met meer inhoudelijke taken.
De VNG is van mening dat het fractievoorzittersoverleg voor wat betreft de inhoudelijke aspecten van het raadswerk een ondergeschikte rol dient te vervullen omdat anders het gevaar bestaat dat er binnen de raad een nieuw bestuursorgaan wordt gecreëerd, hetgeen niet strookt met de Grondwet, die het primaat immers expliciet bij de raad legt (artikel 125, eerste lid, van de Grondwet). Het fractievoorzittersoverleg is een commissie ex artikel 84 van de Gemeentewet. Het treedt niet als zodanig ook op als werkgeverscommissie. De werkgeverscommissie is ingesteld op basis van artikel 83 van de Gemeentewet. Het fractievoorzittersoverleg bestaat uit een door het fractievoorzittersoverleg zelf aangewezen (plaatsvervangend) voorzitter en de fractievoorzitters. De raadsvoorzitter treedt op als adviseur. Het overleg heeft voornamelijk een procedurele rol zoals hierboven aangegeven, maar uiteraard is er ook ruimte gelaten om zaken in een kleiner verband in vertrouwelijkheid te bespreken, bijvoorbeeld over persoonlijk getinte aangelegenheden van of tussen individuele raadsleden of -fracties. Het is wel mogelijk om de raadsleden van het fractievoorzittersoverleg te benoemen in de werkgeverscommissie en de vergaderingen van deze commissie te laten aansluiten op de vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg, zodat er, indien nodig, snel overlegd kan worden.
Men zou er voor kunnen kiezen de regie van enkele interne/organisatorische kwesties bij het fractievoorzittersoverleg neer te leggen. In artikel 2 is als aanvullende taak opgenomen dat het fractievoorzittersoverleg aanbevelingen doet aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad en zijn commissies. Hieronder vallen taken als: het initiëren van een aanpassing van het reglement van orde, het instrueren van de griffier en het bespreken van agenda-technische zaken voor zover het niet betreft taken van de agendacommissie. Het is van belang dat in het fractievoorzittersoverleg elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt. Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten. Vanuit het oogpunt dat besluiten tot stand komen bij meerderheid van stemmen, is er voor gekozen op te nemen dat bij staking der stemmen een voorstel wordt geacht te zijn verworpen. Het staat het fractievoorzittersoverleg natuurlijk vrij een onderwerp aan te houden en in een volgende vergadering terug te laten komen. De griffier is bij elke vergadering van het fractievoorzittersoverleg aanwezig (artikel 4, eerste lid), omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Hij moet weten hoe de agenda eruit
Zaaknummer
…
Pagina 19 van 36
Datum 27 maart 2023
komt te zien en welke punten besproken gaan worden. De aanwezigheid van de secretaris kan ook gewenst zijn, omdat de secretaris aandacht moet kunnen vragen voor of een toelichting kan geven op onderwerpen die worden voorbereid door de ambtelijke organisatie. Overeenkomstig het derde lid kan de secretaris worden uitgenodigd. Als dit een ‘staande’ uitnodiging wordt, dan kan overwogen worden zijn aanwezigheid expliciet het reglement van orde te regelen. Het fractievoorzittersoverleg vervult ook de taken van een zogenaamde auditcommissie. In die hoedanigheid voert het fractievoorzittersoverleg periodiek overleg met de accountant over in ieder geval het verslag van bevindingen en de boardletter. Artikel 3. De agendacommissie en het vaststellen van de vergaderingen De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken in de raadscommissies en in de raad. De agendacommissie is een commissie ex artikel 84 van de Gemeentewet en bestaat uit de een door de agendacommissie aangewezen (plaatsvervangend) voorzitter en één raadslid per fractie. De raadsvoorzitter treedt op als adviseur van de agendacommissie. Het is van belang dat in de agendacommissie elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt.
Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten. Er is voor gekozen de stem van de voorzitter niet langer doorslaggevend te laten zijn bij staking der stemmen omdat zich dat niet goed verhoudt met het technisch voorzitterschap. Vanuit het oogpunt dat besluiten tot stand komen bij meerderheid van stemmen, is er voor gekozen op te nemen dat bij staking der stemmen een voorstel wordt geacht te zijn verworpen. Het staat de agendacommissie natuurlijk vrij een onderwerp aan te houden en in een volgende vergadering terug te laten komen. De agendacommissie heeft het overzicht van alle onderwerpen waar de raad zich mee bezig houdt en zorgt voor de planning. In veel gemeenten wordt gewerkt met jaaroverzichten waarbij specifieke vergaderingen lang van te voren bekend zijn. Denk hierbij aan de begroting en jaarrekening. In het geval een gemeente deelneemt in een gemeenschappelijke regeling zal in deze regeling zijn opgenomen hoe de raad geïnformeerd wordt door de vertegenwoordiger van de gemeente in de gemeenschappelijke regeling (artikelen 16 en 18 van de Wet gemeenschappelijke regelingen). Van belang is dat de agendacommissie de vergadercyclus van deze besturen kent.
Het kan nodig zijn dat de raad voorafgaand aan een vergadering van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling de gemeentelijke vertegenwoordiger informatie of opvattingen wil meegeven. Ook de begrotingscyclus van de gemeenschappelijke regeling is relevant voor de agendacommissie zodat de raad tijdig noodzakelijke informatie kan leveren. Naast gemeenschappelijke regelingen kan een gemeente ook vertegenwoordigd zijn in ander organisaties (stichtingen, vennootschappen). Ook deze vergadercycli kunnen voor een agendacommissie aanleiding zijn om deze te agenderen voor een raads- of commissievergadering. Zodat er informatie uitgewisseld kan worden tussen de vertegenwoordiger van de gemeente en de raad. Het is aan de agendacommissie om de planning in te vullen maar ook om deze te bewaken. De commissie stelt de agenda's van raadscommissies en de raad voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van een raadscommissie en van de raad geschiedt bij de aanvang van de betreffende vergadering. De agendacommissie bevordert dat zo veel mogelijk met een startnotitie wordt gewerkt. Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt.
Het tweede lid brengt tot uitdrukking dat de voorzitter in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel
Zaaknummer
…
Pagina 20 van 36
Datum 27 maart 2023
mogelijk overleg pleegt met de agendacommissie. Op deze wijze houdt de agendacommissie ook bij vergaderingen, die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie. Artikel 4. De griffier De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 van de Gemeentewet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 van de Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde geeft schriftelijk aan of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet).
Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt worden aan de raad stukken overlegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum, en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie welke de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. Eerste en tweede lid De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd.
Derde lid Het onderzoek van het proces verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen. Dit lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (is deze juist vastgesteld). Zij doet dit op basis van het procesverbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang om dat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad tot een
Zaaknummer
…
Pagina 21 van 36
Datum 27 maart 2023
dergelijk besluit over gaat. Het feit dat een fractie een klein aantal (bijv. 3) stemmen te weinig heeft om een extra zetel te behalen is geen valide motivering om tot hertelling over te gaan. Een procesverbaal waaruit blijkt dat kiezers bezwaar hebben gemaakt over de onzorgvuldige wijze waarop het stembureau na sluiting de stemmen heeft geteld, kan dit wel zijn. Vierde en vijfde lid Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd. Artikel 6. Benoeming wethouders Dit artikel geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort.
Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (Gemeentewet artikelen 36a, 36b, 41b en 41c). Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen. Dit artikel is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd, de incomptabiliteiten en nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden. Bij de benoeming van een wethouder zal er een integriteitstoets plaatsvinden. De gedragscode politieke ambtsdragers speelt hierbij een rol. De burgemeester krijgt zicht op de volledige rapportage van de risicoanalyse. Zo heeft hij een goed beeld van de kandidaat en kan hij met de kandidaat een gesprek voeren over de uitkomsten. De burgemeester kan ten aanzien van de risicoanalyse en de conclusies geheimhouding opleggen aan de raad. Met de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (artikel 87 van de wet) is de burgemeester hiertoe expliciet bevoegd gemaakt.