RUON huisvesting arbeidsmigranten Heidebloemstraat 15 Schijndel 030522
Tekst van het document
TITEL
Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van huisvesting arbeidsmigranten aan de Heidebloemstraat 15 Schijndel
INITIATIEFNEMER
JJM Materieel BV Van Leeuwenhoekweg 6 5282 TK Schijndel
ADVIESBUREAU
Wintraecken Advies B.V. Harry Bolsiuslaan 13 5481 BN Schijndel
1
Titel: Datum:
Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van duurzame arbeidsmigranten aan de Heidebloemstraat 15 Schijndel 03-05-2022
Initiatiefnemer: (Post)adres:
JJM Materieel BV Van Leeuwenhoekweg 6 5282 TK Schijndel
Adviesbureau: Auteurs:
Wintraecken Advies B.V. mr. David Wintraecken (planjurist) en Teun van de Camp Msc. (planoloog) David Wintraecken Harry Bolsiuslaan 13 5481 BN Schijndel (073) 850 51 29 / (06) 29 11 55 42 info@wintraeckenadvies.nl www.wintraeckenadvies.nl
Contactpersoon: (Post)adres: Telefoon: E-mail: Website:
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of Wintraecken Advies B.V.
2
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING _______________________________________________________________________5
1.1 Aanleiding _______________________________________________________________ 5 1.2 Ligging en begrenzing van de planlocatie _________________________________ 7 1.3 Vigerend bestemmingsplan ______________________________________________ 8 2. PLANBESCHRIJVING_______________________________________________________________10
2.1 Huidige situatie _________________________________________________________ 10 2.2 Voorgenomen ontwikkeling______________________________________________ 10 3. BELEIDSTOETS ___________________________________________________________________12
3.1 Inleiding ________________________________________________________________ 12 3.2 Rijksbeleid ______________________________________________________________ 12 3.3 Provinciaal beleid _______________________________________________________ 18 3.4 Gemeentelijk beleid _____________________________________________________ 26 4. MILIEU-HYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING __________________________35
4.1 M.e.r.-beoordeling ______________________________________________________ 35 4.2 Archeologie en cultuurhistorie ___________________________________________ 37 4.3 Flora en fauna en stikstofdepositie ______________________________________ 38 4.4 Waterparagraaf _________________________________________________________ 40 4.5 Bodem __________________________________________________________________ 41 4.6 Bedrijven en milieuzonering _____________________________________________ 41 4.7 Akoestiek _______________________________________________________________ 46 4.8 Luchtkwaliteit ___________________________________________________________ 48 4.9 Externe veiligheid _______________________________________________________ 52 4.10 Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen ___________________________ 55 4.11 Verkeer en parkeren ___________________________________________________ 57 5. JURIDISCHE PLANOPZET ___________________________________________________________58 6. ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID __________________________________________________59 7. MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID______________________________________________60 8. CONCLUSIE ______________________________________________________________________61
3
Bijlagen 1. Plattegrond nieuwe situatie 2. Parkeersituatie 3. De Roever Omgevingsadvies, Stikstofdepositie-onderzoek Heidebloemstraat 15 Schijndel, referentie: 20210061.v02, 24 maart 2022 4. De Roever Omgevingsadvies, Onderzoek bedrijven en milieuzonering Heidebloemstraat 15 Schijndel, transformatie naar huisvesting arbeidsmigranten, referentie: 20210062.v02, 25 maart 2022 5. De Roever Omgevingsadvies, Akoestisch onderzoek industrielawaai Heidebloemstraat 15 Schijndel, transformatie naar huisvesting arbeidsmigranten, referentie: 20210063.v03, 25 maart 2022 6. De Roever Omgevingsadvies, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Heidebloemstraat 15 Schijndel, transformatie naar huisvesting arbeidsmigranten, referentie: 20210064.v02, 25 maart 2022 7. AVIV, Notitie / VGr Heidebloemstraat 15 in Schijndel, Bijdragen aan de paragraaf externe veiligheid, project: 214424, 3 februari 2021 8. Omgevingsdialoog
4
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Ter plaatse van de Heidebloemstraat 15 te Schijndel vigeert een bedrijfsbestemming (Bedrijventerrein – 2) met functieaanduiding ‘kantoor’. Het vigerende bestemmingsplan “Bedrijventerreinen” van de voormalige gemeente Schijndel schrijft voor dat ter plaatse zelfstandige kantoren zijn toegestaan (aanduiding ‘kantoor’). Een woonfunctie in de vorm van het huisvesten van arbeidsmigranten is daarmee uitgesloten. De initiatiefnemer c.q. de eigenaar van het kantoorpand heeft echter het voornemen om het pand te transformeren naar een verblijfslocatie om maximaal 70 arbeidsmigranten tijdelijk te kunnen huisvesten. Het pand heeft een potentieel verblijfsvloeroppervlak van 1.107 m2, op een perceel van 3.138 m2, met 55 parkeerplekken en een fietsenstalling op eigen terrein. Voor een plattegrond van de nieuwe situatie wordt verwezen naar bijlage 1. De nieuwe parkeersituatie is weergegeven in bijlage 2. Navolgende afbeelding betreft een weergave van de voorzijde van het pand, gezien vanaf de zijde Structuurweg.
Op 6 juni 2019 heeft de Gemeenteraad de beleidsnotitie ‘Huisvesting arbeidsmigranten’ vastgesteld. Hierin zijn de planologische beleidskaders opgenomen op basis waarvan beoordeeld wordt in welke situaties vergunning verleend kan worden voor de huisvesting van arbeidsmigranten in afwijking van geldende bestemmingsplanregels. Voor de huisvesting van arbeidsmigranten ‘op een bedrijventerrein’ is dit mogelijk binnen kantoren – categorie: ‘hergebruik bestaand vastgoed’, mits aan de opgesomd voorwaarden/criteria wordt voldaan. In paragraaf 3.4 van deze ruimtelijke onderbouwing zijn deze voorwaarden/criteria uiteengezet en is toegelicht op welke manier met onderhavig planvoornemen aan deze voorwaarden/criteria wordt voldaan. Onderhavige ontwikkeling betreft de tijdelijke huisvesting van maximaal 70 arbeidsmigranten in een ruim kantoorpand aan de Heidebloemstraat gelegen op een
5
bedrijventerrein. Voorwaarde hierbij is tevens dat voldaan wordt aan de SNF-normen. Het SNF-keurmerk is gebaseerd op de Nationale Verklaring Huisvesting Arbeidsmigranten. Controles worden uitgevoerd op basis van de norm voor Huisvesting van Arbeidsmigranten of de norm voor Huisvesting van Arbeidsmigranten – inhuurregister. In paragraaf 3.2 (Rijksbeleid) van deze onderbouwing, onder het kopje ‘Handboek normen – Stichting Normering Flexwonen (SNF)’, wordt hier nader op ingegaan. Wat betreft ‘ruimtelijke kwaliteit’ en ‘goed woon- en leefklimaat’ wordt verwezen naar met name hoofdstuk 4 (milieu-hygiënische en planologische verantwoording) van deze ruimtelijke onderbouwing. In dat hoofdstuk is gemotiveerd dat het initiatief geen negatieve ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische gevolgen heeft voor de planlocatie en de directe omgeving ervan. Er is reeds sprake van een bestaande verblijflocatie welke uit oogpunt van milieuzonering aanvaardbaar wordt geacht. Daarmee is aangetoond dat er geen belemmeringen zijn voor omliggende (bedrijfs)functies en de afstand ten opzichte van deze functies dus voldoende groot is (zie verder paragraaf 4.7: bedrijven en milieuzonering). Voorliggende ruimtelijke onderbouwing maakt onderdeel uit van de aanvraag om een tijdelijke omgevingsvergunning.
In de ruimtelijke onderbouwing wordt aandacht besteed aan de ruimtelijke en milieu-hygiënische effecten van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt hoe het initiatief zich verhoudt – zowel in negatieve als positieve zin – tot de aanwezige functies en waarden binnen de planlocatie en de directe omgeving ervan. In dit kader worden, behalve het ruimtelijkplanologische beleid en de stedenbouwkundige toets, alle ruimtelijke en milieuhygiënische aspecten nader beschouwd. Alvorens het plan kan worden gerealiseerd, dient aan een aantal deels juridische randvoorwaarden te worden voldaan. Het betreft daarbij de volgende drie voorwaarden: 1. het motiveren van de afwijking van de geldende bestemming middels het opstellen van de goede ruimtelijke onderbouwing als basis voor het verlenen van de omgevingsvergunning; 2. het met de ruimtelijke onderbouwing aantonen van de ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid; 3. het in procedure brengen van de voorliggende ruimtelijke onderbouwing na indienen van de aanvraag om een tijdelijke omgevingsvergunning. Met deze ruimtelijke onderbouwing wordt derhalve een planologische en juridische basis gelegd om het plan te kunnen realiseren.
6
1.2 Ligging en begrenzing van de planlocatie De planlocatie is gelegen op bedrijventerrein Molenheide, aan de Heidebloemstraat 15, in het noorden van de kern Schijndel. De directe omgeving van de planlocatie wordt hoofdzakelijk gevormd door bedrijven, met hier en daar een enkele bedrijfswoning. Directe buurman is Dortmans Taxi, gevestigd aan de Heidebloemstraat 15a-17. De Heidebloemstraat vormt de ontsluitingsweg van de planlocatie. Op navolgende luchtfoto’s is de ligging en globale begrenzing van de planlocatie aangegeven (bron: maps.google.nl).
7
1.3 Vigerend bestemmingsplan De planlocatie valt binnen de grenzen van het bestemmingsplan “Bedrijventerreinen” van de gemeente Meierijstad, en heeft de bestemming ‘Bedrijventerrein – 2’. Ter plaatse van het kantoorpand rust de functieaanduiding ‘Kantoor’ met maximum bouwhoogte van 10 meter (‘Maatvoering’). Binnen de planlocatie, maar buiten het kantoorpand, is ook de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ aanwezig. Op hierna opgenomen uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan zijn de ligging en globale begrenzing van de planlocatie rood omlijnd aangegeven.
De voor ‘Bedrijventerrein – 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven, uitsluitend zoals bedoeld in 4.1.2 onder a; b. opslagbedrijven; c. kantoren, uitsluitend zoals bedoeld in 4.1.2 onder e; d. detailhandel, uitsluitend zoals bedoeld in 4.1.2 onder f; e. dienstverlening uitsluitend zoals bedoeld in 4.1.2 onder h f. maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend zoals bedoeld in 4.1.2 onder i; g. een sportcomplex, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'sportcentrum'; h. bedrijfswoningen, uitsluitend zoals bedoeld in 4.1.2 onder k; i. consumentgerichte activiteiten, uitsluitend zoals bedoeld in 4.1.2 onder j; j. internetverkoop, uitsluitend zoals bedoeld in 4.1.2 onder g; k. nutsvoorzieningen; l. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; m. veiligheidsvoorzieningen; n. voet- en fietspaden; één en ander met bijbehorende voorzieningen zoals tuinen, erven, groenvoorzieningen, terreinontsluitingen en parkeervoorzieningenten dienste van de bestemming. Voor kantoren geldt het volgende: 1. uitsluitend zijn onzelfstandige kantoren toegestaan;
8
2. (zelfstandige) kantoren zijn toegestaan na verlening van de vergunning als genoemd in 4.6.3; 3. in afwijking van het bepaalde onder 1 en 2 zijn ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' (zelfstandige) kantoren toegestaan; 4. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein-onzelfstandig kantoor' is een kantoor toegestaan dat een onderdeel is van een bedrijf dat binnen de bestemming Bedrijventerrein - 2 is gevestigd, en waarvoor het kantoor uitsluitend een ondersteunende functie heeft. De voor ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. Afwijking vigerend bestemmingsplan Het plan ziet op het mogelijk maken van de huisvesting van meerdere arbeidsmigranten (maximaal 70) in een bestaand kantoorpand aan de Heidebloemstraat 15 te Schijndel. Hiertoe worden geen externe bouwwerkzaamheden verricht en blijft de fysieke situatie intact. Het huisvesten van arbeidsmigranten voldoet niet aan de regels van het vigerende bestemmingsplan c.q. de bestemming ‘Bedrijventerrein – 2’.
9
2. PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie De bestaande bebouwing bestaat uit een kantoorpand welke fysiek is gekoppeld aan het terrein van buurman Dortmans Goederenvervoer. Op de navolgende foto is het kantoorpand met het ruime parkeerterrein weergegeven.
2.2 Voorgenomen ontwikkeling De planlocatie ligt op een bestaand bedrijventerrein (Molendijk) en zal wat vorm en opzet niet worden gewijzigd. De herontwikkeling voorziet in een functiewijziging van het huidige kantoorpand. Binnen het pand zullen enkele interne verbouwingen plaatsvinden. De voorgestane ontwikkeling beantwoordt daarmee aan de ruimtelijke beleidsdoelstellingen om te komen tot zuinig ruimtegebruik en concentratie van verstedelijking: transformeren, herstructureren en intensiveren. Voor een plattegrond van de nieuwe situatie wordt verwezen naar bijlage 1. De nieuwe parkeersituatie is weergegeven in bijlage 2. De initiatiefnemer streeft naar een energiezuinig en volledig SNF-proof pand, ingericht met nagenoeg alleen maar eenpersoonskamers. Binnen het pand zullen de noodzakelijke faciliteiten en voorzieningen voor de arbeidsmigranten aanwezig zijn. In verband met de verplichting om als huisvester of huisvestende werkgever passend beheer toe te passen,
10
dient er altijd (24/7) iemand bereikbaar te zijn die de taak, bevoegdheden en mogelijkheden heeft om bij calamiteiten direct handelend op te treden en waarvan de contactgegevens direct in het betreffende pand en bij hulpdiensten beschikbaar zijn. De gereguleerde toegang tot het pand hangt hier mee samen. Onbevoegden zijn niet welkom. In paragraaf 3.2 (onder het kopje ‘Handboek normen - Stichting Normering Flexwonen (SNF)’) is een opsomming opgenomen van faciliteiten, voorzieningen, maatregelen, feiten, omstandigheden e.d. waaruit blijkt dat voor de planlocatie / het pand wordt voldaan aan de criteria / voorwaarden welke gelden vanuit de SNF. In paragraaf 3.4 (onder de kopjes ‘Paraplubestemmingsplan parkeren / Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ en ‘Beleidsnotitie Huisvesting arbeidsmigranten (juni 2019)’) wordt nader onderbouwd dat het planvoornemen voldoet aan gestelde parkeernormen (zie ook bijlage 2) en aansluit bij de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten, zoals gesteld in de beleidsnotitie Huisvesting arbeidsmigranten. Het plan doet geen afbreuk aan de (groen)inrichting en infrastructuur in de omgeving van de planlocatie, maar heeft invloed wel op het aspect parkeren dat nader wordt behandeld in de paragrafen 3.4 en 4.11.
11
3. BELEIDSTOETS 3.1 Inleiding Wat betreft de verantwoordelijkheidstoedeling en bevoegdheidsverdeling zijn het Rijk, de provincies en de gemeenten verantwoordelijk voor hun eigen belangen. Er kan slechts sprake zijn van bemoeienis van Rijk of provincie met de gemeente, indien dat noodzakelijk is vanwege een nationaal respectievelijk provinciaal belang. Rijk en provincies beschikken in de Wet ruimtelijke ordening over dezelfde bevoegdheden als gemeenten om hun eigen ruimtelijke belangen te kunnen uitvoeren. Daarnaast kunnen het Rijk en de provincies algemeen verbindende regels uitvaardigen en aanwijzingen geven om hun belangen veilig te stellen. Het beleid van de gemeente Meierijstad vormt dus het kader waarbinnen de functionele en ruimtelijke ontwikkeling wordt vastgesteld. De ruimtelijke ontwikkelingsplannen van Rijk, provincie en regio vormen randvoorwaarden voor het gemeentelijke beleid. Voor zover relevant voor de plannen worden in de volgende paragrafen het Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid toegelicht. 3.2 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Toetsingskader De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven.
Denk aan periodes van droogte, afgewisseld met extreme regenval, de zeespiegelstijging, de overgang naar duurzame energie en de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen. Of de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen om het woningtekort op te lossen, de groei en het bereikbaar houden van steden en plekken voor distributiecentra. Denk ook aan het versterken van onze natuur en biodiversiteit, het behoud van ons landschap en de vitaliteit van onze landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers.
12
Hoe werkt de NOVI? Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. Afwentelen wordt voorkomen. Belangrijkste keuzes in de NOVI • een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; • de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; • de overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; • de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden.
We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; • het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; • het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Uitvoering van de NOVI Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda’s en NOVI-gebieden.
13
Doorwerking plan(locatie) Aspecten als water, veiligheid, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit vormen onderdeel van de planologische toets. Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor een relevante ruimtereservering geldt. Daarnaast wordt niet in een ontwikkeling voorzien die raakt aan een van de nationale belangen. Daarmee is het plan niet in strijd met het rijksbeleid. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. Aan de ladder voor duurzame verstedelijking wordt navolgend getoetst. Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 lid 2 Bro) Toetsingskader Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ – geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Het procesvereiste van het doorlopen van de Ladder is gebaseerd op één van de nationale belangen als opgenomen in de SVIR, opgesteld door het Rijk. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden.
Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Artikel 3.1.6, tweede lid, luidt nu als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.
Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11
14
woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De Laddertoets geldt alleen voor ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het een functiewijziging betreft, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook et ruimtebeslag betrokken worden. In de nieuwe Ladder is het woord 'regionale' niet meer aanwezig. De Ladder bepaalt niet nader voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. Het is primair aan het bevoegd gezag om op basis van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling te bepalen tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. De toelichting van het bestemmingsplan moet een beschrijving bevatten van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt.
Daarbij is het niet relevant of de planlocatie binnen of buiten bestaand stedelijk gebied ligt. In beide gevallen dient de plantoelichting een beschrijving van de behoefte te bevatten. In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Uit de definitie volgt dat er sprake moet zijn van een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing. In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat de kwalificatie bestaand stedelijk gebied afhangt van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Doorwerking plan(locatie) Het doel van de ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Binnen de gemeente dient er aandacht te worden besteed aan voldoende aanbod aan betaalbare, flexibele woningen.
Flexibilisering van de arbeid, schommelingen in de komst van vluchtelingen en daaruit voorkomende taakstellingen om statushouders te huisvesten, economische groei met als gevolg meer arbeidsmigranten, conjuncturele schommelingen met meer of minder vraag naar diverse vormen van huisvestingsmogelijkheden voor arbeidsmigranten, spoedzoekers die om wat voor reden dan ook op korte termijn een betaalbaar dak boven hun hooft wensen, zijn
15
ontwikkelingen die om meer flexibiliteit op de woningmarkt vragen. Het gaat dan vooral om woningen die snel beschikbaar en betaalbaar zijn. En om woonvormen die kunnen meebewegen met veranderingen op de woningmarkt door het gemak waarmee deze gesplitst, samengevoegd of uitgebreid kunnen worden. De gemeente Meierijstad streeft naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, goede, betaalbare, gevarieerde en passende woningen. Het plan komt tegemoet aan een actuele behoefte aan de huisvesting voor arbeidsmigranten en wordt in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Dus herstructurering en transformatie vóór uitleg. Onderhavig plan sluit aan op de behoefte aan het bieden van voldoende huisvesting voor arbeidsmigranten die al dan niet tijdelijk in Schijndel, gemeente Meierijstad, verblijven. Met de voorgenomen functiewijziging aan de Heidebloemstraat 15 worden meer plekken voor huisvesting geboden. Conclusie Onderhavige planontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten en doelstellingen van de ladder voor duurzame ontwikkeling om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een ongewenste leegstand te voorkomen. Het plan doet geen afbreuk aan de doelstellingen en uitgangspunten, zoals verwoord in de beleidsstukken van de gemeente Meierijstad.
Het voorliggende plan is in overeenstemming met de gemeentelijke prioriteiten, beleidsdoelstellingen en uitgangspunten. Verwezen wordt naar paragraaf 4.4 (gemeentelijk beleid). Handboek normen - Stichting Normering Flexwonen (SNF) (maart 2022) Toetsingskader Het SNF-keurmerk is gebaseerd op Nationale Verklaring Huisvesting Arbeidsmigranten. Controles worden uitgevoerd op basis van de norm voor Huisvesting van Arbeidsmigranten of de norm voor Huisvesting van Arbeidsmigranten – inhuur-register. De normen zijn van toepassing op ondernemingen die in Nederland gevestigd en werkzaam zijn en: • als onderneming een inhouding of een verrekening doen op het loon van de arbeidsmigrant ten behoeve van de huisvesting van de arbeidsmigrant en/of; • als onderneming een (mondelinge) overeenkomst zijn aangegaan met de arbeidsmigrant over het gebruik of de huur van de huisvesting en/of; • in Nederland bedrijfsmatig huisvesting voor arbeidsmigranten ter beschikking stellen. Vanuit de Stichting Normering Flexwonen zijn een aantal normen opgesteld ten aanzien van de volgende onderdelen: 1. Ruimte en Privacy 2. Sanitair, Veiligheid en Hygiëne 3. Voorzieningen 4. Informatievoorziening en overige eisen
16
5. Brandveiligheid 6. Goed werkgeverschap Tevens geeft het handboek handvatten voor inspectie en controle van de huisvesting. Doorwerking plan(locatie) Voor onderhavig planvoornemen geldt dat de normen in acht worden genomen, zoals gesteld vanuit de Stichting Normering Flexwonen. De plattegronden, zoals toegevoegd als separate bijlage 1, laten zien dat inpandig de noodzakelijke voorzieningen en faciliteiten aanwezig zijn. Navolgend is een opsomming opgenomen van faciliteiten, voorzieningen, maatregelen, feiten, omstandigheden e.d. waaruit blijkt dat voor de planlocatie / het pand wordt voldaan aan de criteria / voorwaarden welke gelden vanuit de SNF: ✓ Het betreft een kantoor, inclusief buitenruimte en parkeervoorzieningen op eigen terrein. ✓ Het pand voldoet aan alle strenge veiligheidseisen rondom brandveiligheid. Te denken valt aan de actuele normering voor vluchtroutes, brandinstallaties, rookmelders, brandwerende wanden, brandwerende middelen, informatievoorziening en preventieve maatregelen. ✓ Eén vast aanspreekpunt/contactpersoon wordt aangesteld welke 24/7 bereikbaar is voor de gemeente en derden. ✓ In het locatieregister van de SNF zal het pand worden geregistreerd door initiatiefnemer. ✓ Tevens wordt het aantal personen geregistreerd. ✓ Regulier wonen is toegestaan na vergunning verkrijging. ✓ Er is minimaal 15 m2 gebruiksoppervlak per bewoner.
✓ Alle voorzieningen zijn onder één dak en inpandig bereikbaar. ✓ Ieder slaapvertrek telt minimaal 3.5 m2 vloeroppervlakte per bewoner. ✓ Er is een bed van minimaal 80x200 cm aanwezig en een kast met laden of planken van tenminste 0.36 m3. ✓ Er zal worden toegezien op de maximale bezetting binnen het complex. ✓ Er is minimaal 1 toilet per 8 personen aanwezig. ✓ Er is minimaal 1 douche per 8 personen aanwezig. ✓ De elektrische installatie en verlichting is professioneel aangelegd en is gekeurd. ✓ De woning is getoetst op mogelijke gevaren gezien elektra voor de bewoners. ✓ Er wordt dagelijks toegezien op de hygiëne in en rondom de woning. ✓ De woning is voorzien van deugdelijke ventilatie en beluchting. ✓ De CV installatie wordt om de 2 jaar gekeurd en gecontroleerd. ✓ Elke verblijfsruimte heeft minimaal 0,5 m2 daglichtoppervlakte. ✓ Alle verblijfsruimtes zijn voorzien van een verwarming. ✓ In de woning is per bewoner minimaal 30 liter aan koel en vriesruimte aanwezig. ✓ De koelkasten in de woning zijn brandveilig en worden op hygiëne gecontroleerd. ✓ In de woning is er voldoende kookgelegenheid aanwezig. ✓ De kookgelegenheid is gecontroleerd op brandveiligheid en steeds op hygiëne.
17
✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓
In de keuken is een oven en/of magnetron aanwezig. In de woning, in de keuken, is minimaal 1 pit per 2 bewoners aanwezig. In de woning bevindt zich een informatiekaart met ontruimingsplan en noodprocedure. Tevens bevinden zich op deze kaart de noodnummers en overige nood informatie, dit in het Engels of Duits of de landstaal van de bewoners. In de woning zijn brandblussers aanwezig volgens NEN-EN-3-7, NEN 4001, NENEN 2559. Er wordt preventief onderhoud uitgevoerd volgens NEN 2559 door een gecertificeerd REOB bedrijf. REOB is herkenbaar door een sticker op het toestel. Er is een 6 liter blusmiddel aanwezig in de woning. Er is een brandblusser van minimaal 2 liter binnen 5 meter aanwezig waar gekookt wordt. Tevens is er een blusdeken aanwezig in iedere kookgelegenheid. In de woning zijn rook en CO2 melders gemonteerd op de voorgeschreven plaatsen. Er is een SNA-keurmerk aanwezig. Er is een beleid op het gebied van roken, drinken en druggebruik. Er is een beleid op het gebied van orde en netheid. Er is een beleid op het gebied van privacy. Op het beleid wordt toegezien door het aanspreekpunt alsook de jobcoaches. Voor vragen rondom de toepassing van de SNF normering: JJM Personeel, directeur Dirk Tausch. Er zal voor de woning een aanspreekpunt worden aangesteld. Dit is directeur Dirk Tausch. Daarnaast zal er een aanspreekpunt/ verantwoordelijke binnen de woning worden aangesteld.
Deze is wordt nog bekend gemaakt.
Conclusie Onderhavige ontwikkeling sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten, zoals gesteld vanuit de Stichting Normering Flexwonen. 3.3 Provinciaal beleid Toetsingskader Hoofddoelstellingen van de Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening NoordBrabant zijn ‘zuinig ruimtegebruik’ met daaraan gekoppeld de ‘concentratie van verstedelijking’. De accenten moeten hierbij liggen op ‘inbreiding’ en ‘herstructurering’. Richting het jaar 2050 dienen ontwikkelingen in het teken te staan van een welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Brabant. Concentratie van verstedelijking De provincie stuurt op concentratie van verstedelijking: het is belangrijk dat er verschil bestaat en blijft bestaan tussen de steden en dorpen. De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant en is onderverdeeld in ‘concentratiegebieden’ en ‘overig stedelijk gebied’. In concentratiegebieden wordt de bovenlokale groei van
18
verstedelijking opgevangen. Daarnaast moet hier een hoog voorzieningenniveau geboden worden, waardoor de (suburbane) kernen en dorpen buiten het concentratiegebied het huidige (landelijke) karakter behouden. In overig stedelijk gebied is grootschalige verstedelijking ongewenst. Wel kan hier voor de eigen behoefte gebouwd worden. Naast concentratie van verstedelijking wil de provincie binnen de stedelijke structuur het volgende bereiken: • zorgvuldig ruimtegebruik; • meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit; • betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur; • versterking van de economische kennisclusters. Voor onderhavig initiatief spelen de elementen ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ en ‘meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit’ een rol. Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat de kansen voor functiemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het stedelijk gebied goed worden benut, inclusief de mogelijkheden voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik. Hierdoor is minder ruimte nodig voor stedelijke uitbreidingen. Het ‘aansnijden van nieuwe ruimte’ voor verstedelijking wordt in samenhang bezien met deze mogelijkheden. Door meer aandacht te schenken aan beheer en onderhoud van het bestaand stedelijke gebied worden in de toekomst ingrijpende herstructureringen voorkomen.
Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit Karakteristieke verschillen tussen dorpen en steden vervagen. Uitbreidingswijken en werklocaties in steden en dorpen gaan steeds meer op elkaar lijken. De provincie wil dat nieuwe ontwikkelingen meer inspelen op het karakter en de kwaliteit van de plek. Door bij stedelijke ontwikkelingen uit te gaan van het verschil in omvang en karakter van de verschillende kernen, wordt het contrast tussen stad en dorp behouden. Dit versterkt de identiteit en aantrekkelijkheid van kernen en hun relatie met het omliggende landschap. Omgevingsvisie Noord-Brabant Toetsingskader In voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de provincie de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld (14 december 2018). Deze omgevingsvisie bevat de visie van het provinciale bestuur op de Brabantse leefomgeving van de toekomst (2050). Naar de uitgangspunten van de Omgevingswet zijn daarbij geen routes naar de gestelde doelen vastgelegd, omdat daarmee een beter samenspel en draagvlak kunnen ontstaan. De Omgevingsvisie vervangt onder meer de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. De Omgevingsvisie kent één basisopgave: ‘werken aan veiligheid, gezondheid en Omgevingskwaliteit’. Elke ruimtelijke ontwikkeling moet – ongeacht de omvang – hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: 1. werken aan de Brabantse energietransitie; 2.
werken aan een klimaatproof Brabant;
19
3. werken aan een slimme netwerkstad; 4. werken aan een concurrerende, duurzame economie. Doorwerking plan(locatie) Onderhavig plan betreft de functiewijziging van een kantoorpand en het mogelijk maken van de verblijfsmogelijkheden voor arbeidsmigranten op een bedrijventerrein. Deze relatief kleinschalige ontwikkeling draagt op de volgende wijze bij aan de ‘grote’ hoofdopgaven. ad 1. De energietransitie houdt enerzijds in het verminderen van het energieverbruik en anderzijds de verduurzaming van de energie. Het bestaande kantoorpand wordt intern verbouwd, waarbij aan de laatste eisen uit het Bouwbesluit en het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid met de daarin opgenomen energieprestatie-eisen moeten worden voldaan. Nadere uitwerking hiervan zal plaatsvinden in het kader van het verbouwplan voor het kantoorpand. ad 2. Eén van de onderdelen van een klimaatproof Brabant is het zorgen voor een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Onderhavige wijziging wordt doorgevoerd op een reeds bestaande stedelijk ingerichte plek, binnen een bestaand kantoorpand. Onderhavig planvoornemen zal geen toename van milieubelasting tot gevolg hebben en waar mogelijk duurzaamheidsmaatregelen treffen, waarbij bijvoorbeeld gedacht kan worden aan zonnepanelen, het toepassen van isolerende voorzieningen / dubbelglas e.d ad 3.
Een duurzame verstedelijking draagt bij aan het komen tot een slimme netwerkstad. Uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Het bestaande kantoorpand wordt intern verbouwd en voor meerdere bewoners geschikt gemaakt. Hiermee ontstaat in feite een inbreidingslocatie, omdat huisvesting wordt geboden binnen de reeds bestaande grenzen van Schijndel, binnen een bestaand pand. ad 4. Onderdeel van een concurrerende en duurzame economie is het voorzien in een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Het kantoor wordt geschikt gemaakt voor arbeidsmigranten. De lange leegstand van het pand en de behoefte aan passende huisvestingsmogelijkheden voor arbeidsmigranten zijn argumenten om medewerking te verlenen aan onderhavig plan. Komt dat initiatiefnemer haar hoofdvestiging in Schijndel heeft en houdt. Het initiatief doet daarmee geen afbreuk aan de huidige kwaliteiten en is passend binnen het huidige vestigingsklimaat. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader Het beleid uit de Omgevingsvisie Noord-Brabant is verwerkt in de regels die zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van de provincie. De onderwerpen die in de verordening staan komen dus uit de provinciale omgevingsvisie. Daarin staat welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen.
De verordening is daarbij één van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. In de verordening is een aantal aspecten opgenomen die van toepassing zijn op onderhavig plan. Deze zullen hierna worden besproken. De provincie wil de ruimtelijke kwaliteit van Noord-Brabant bevorderen. Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen een bijdrage moeten leveren aan de kernkwaliteiten van NoordBrabant. De provincie biedt ontwikkelingsruimte in het buitengebied, mits een
20
ontwikkeling bijdraagt aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. Het ontwikkelen van landschap reikt verder dan het behouden wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat ook om het toevoegen van nieuwe ruimtelijke kwaliteiten. Doorwerking plan(locatie) De provincie onderscheidt een achttal thema’s waarin beleidsuitgangspunten zijn opgenomen. Deze thema’s zijn tevens in kaart gebracht. Onderstaande tabel illustreert welke thematische kaarten in principe van toepassing zijn op de planlocatie en welke niet. Thema / kaartnaam Milieubescherming Landbouw Stedelijke ontwikkeling en erfgoed Natuur en stiltegebieden Grondwaterbescherming, waterveiligheid en –berging Basiskaart Landelijk gebied. Specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen Watersystemen, -veiligheid en -berging
Van toepassing Nee Ja Ja Nee Nee Nee Ja Ja
Rechtstreeks werkende regels: landbouw Binnen het kaartbeeld ‘Rechtstreeks werkende regels: landbouw’ is de planlocatie aangeduid als ‘Verbod uitbreiding veehouderij’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.
21
De aanduiding ‘verbod uitbreiding veehouderij’ heeft enkel invloed op bestaande agrarische bedrijven. Onderhavig plan betreft de transformatie van een bestaand kantoorpand naar een verblijfslocatie voor arbeidsmigranten binnen de kern schijndel. De uitgangspunten en regeling ten aanzien van het verbod op uitbreiding van veehouderijen hebben hier geen invloed op, en andersom doet onderhavig planvoornemen geen afbreuk aan deze beleidsregels. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant worden algemene regels gegeven waaraan de toelichting bij een gemeentelijk planologisch wonen mogelijk maakt, moet voldoen. Uiteraard dient gekeken te worden naar de bestaande harde plancapaciteit. Tevens moet uitdrukkelijk een relatie gelegd worden met de afspraken die in het regionaal planningsoverleg zijn gemaakt over de nieuwbouw van woningen en de huisvesting van mensen. Deze afspraken worden jaarlijks gemaakt en zo nodig herzien. Zij worden gebaseerd op de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose. De afspraken hebben in ieder geval betrekking op de aantallen te bouwen woningen. Zij kunnen daarnaast betrekking hebben op de aard van de woningen. Daaronder worden onder meer begrepen woningen voor bijzondere doelgroepen, zoals ouderen, personen met een zorgvraag, jongeren en starters op de woningmarkt, in het bijzonder voor zover deze groepen behoren tot de lagere inkomensgroepen.
In de verordening is bepaald dat ruimtelijke plannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling in principe alleen in (bestaand) stedelijk gebied mogen vallen. Bestaand stedelijk gebied is het bestaande ruimtebeslag van een kern voor een samenhangende ruimtelijke structuur van stedelijke functies. De verordening vereist dat in de gemeentelijke planvorming – zowel in de stedelijke concentratiegebieden als in de kernen in landelijk gebied – wordt verantwoord dat de ruimtelijke mogelijkheden binnen het bestaand stedelijk gebied zo goed mogelijk worden benut. Deze verantwoording dient gebaseerd te zijn op onderzoek dan wel op concreet beleid vastgelegd in een gemeentelijke structuurvisie. Het accent ligt op inbreiden en herstructureren. Ook moet bestaande, nieuwe of te herontwikkelen ruimte intensiever worden benut. Door verschillende functies op een locatie te combineren kan extra ruimtebeslag worden voorkomen of beperkt. Onderhavige ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied, betreft intensiever ruimtegebruik met een stedelijke functie en is passend binnen de diverse beleidsuitgangspunten waaronder de doelstellingen wat betreft de kwantitatieve en kwalitatieve doeleinden met betrekking tot de woningbouw.
Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed Binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ is de planlocatie aangeduid als ‘stedelijk gebied’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.
22
Noord-Brabant heeft de ambitie tot de top van Europese kennis- en innovatie regio's te blijven behoren. Een aantrekkelijk leef-, woon- en vestigingsklimaat is hiervoor een essentiële voorwaarde. Dit zorgt ervoor dat bedrijven de weg naar Brabant weten te vinden, werknemers hier prettig wonen en innovaties sneller plaatsvinden. Daarom streeft de provincie Noord-Brabant naar duurzame verstedelijking. Om te verduidelijken welke aspecten daarbij een rol spelen, zijn een aantal aspecten benoemd die daarbij om aandacht vragen. Gebaseerd op de Brabantse omgevingsvisie wordt aandacht gevraagd voor de opgaven vanuit een veilige, gezonde leefomgeving, energietransitie, klimaatadaptatie en een concurrerende, duurzame economie. Daarom zijn deze aspecten specifiek benoemd zodat die van begin af aan bij de ontwikkeling van een plan betrokken worden. Ook binnen de kernen in het landelijk gebied (aanduiding ‘Landelijke kern’ op het kaartbeeld) is zorgvuldig ruimtegebruik als basisprincipe opgenomen vanuit de zorg voor een goede omgevingskwaliteit. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen stedelijk gebied en dat de ruimte binnen stedelijk gebied zo goed als mogelijk wordt benut.
Hierbij past ook dat er wordt gekeken naar eventuele hergebruiksmogelijkheden van leegstaand of leegkomend erfgoed, zoals industriële complexen, kloosters, verzorgingshuizen et cetera. Onderhavig planvoornemen betreft een intensivering van het gebruik van een bestaande locatie binnen de stedelijke zone. Hiermee wordt dus aangesloten bij het uitgangspunt van de provincie om zorgvuldig om te gaan met de beschikbare ruimte binnen een landelijke kern.
23
Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen Binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen’ is de planlocatie aangeduid als ‘stalderingsgebied’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.
De aanduiding ‘stalderingsgebied’ heeft enkel invloed op bestaande agrarische bedrijven. Onderhavig plan betreft stedelijk ontwikkeling, binnen de grenzen van de kern Schijndel. De uitgangspunten en regeling ten aanzien van staldering en beperking veehouderij hebben hier geen invloed op, en andersom doet onderhavig planvoornemen geen afbreuk aan deze beleidsregels. Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging Binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging’ is de planlocatie aangeduid als ‘Normvrij gebied’ en ‘Norm wateroverlast buiten stedelijk gebied’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.
24
Elke plek heeft een aanduiding welke iets regelt ten aanzien van omgang met water. Binnen ‘Norm wateroverlast Stedelijk gebied’, met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, als norm een overstromingskans van: a. 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijk plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen; b. 1/10 per jaar voor overige gebieden. Deze norm betreft een inspanningsverplichting. De genoemde inspanningsverplichting is niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling, in die zin dat er geen bebouwd oppervlak / verharding aan de bestaande situatie zal worden toegevoegd, en dat inspanningsverplichtingen ten aanzien van bergings- en afvoercapaciteit reeds bij oprichting van bouwwerken binnen de planlocatie, hebben plaatsgevonden. Conclusie De gemeente Meierijstad streeft naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, goede, betaalbare, gevarieerde en passende woningen. Het plan komt tegemoet aan een actuele behoefte aan de huisvesting voor arbeidsmigranten en wordt in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Dus herstructurering en transformatie vóór uitleg. De planontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de ambities die de provincie nastreeft en heeft geformuleerd in de Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
Er wordt met onderhavige ontwikkeling derhalve geen afbreuk gedaan aan de beleidsdoelstellingen en ambities, zoals opgenomen in de visie en de verordening.
25
Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Omgevingsvisie NoordBrabant en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid van onderhavige ontwikkeling wordt gemotiveerd in de hoofdstuk 4. 3.4 Gemeentelijk beleid De provinciale ruimtelijke beleidskaders zijn of moeten worden vertaald in het gemeentelijke ruimtelijke beleid. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de Woonvisie Meierijstad 2018, het Paraplubestemmingsplan parkeren, de Welstandsnota Meierijstad 2018 en de beleidsnotitie Huisvesting arbeidsmigranten. Daarnaast is er al uitgebreid aandacht besteed aan de vigerende bestemming met daartoe behorende regels in paragraaf 1.3 van deze plantoelichting. Per 1 januari 2017 zijn de gemeenten Veghel, Sint Oedenrode en Schijndel gefuseerd tot één gemeente: Meierijstad. Woonvisie Meierijstad (2018) Toetsingskader Meierijstad wil een stad zijn met een aantrekkelijk woonklimaat en een woningaanbod voor iedereen. Gestreefd wordt, naast vitale wijken en kernen, naar een gevarieerd woningaanbod in aantrekkelijke, leefbare buurten om ruimte en kansen te bieden aan alle bevolkingsgroepen en leefstijlen.
Waar de vergrijzing, de gezinsverdunning en de inclusieve samenleving, waar iedereen meedoet en tot zijn recht komt, om aandacht vragen. Waar de gemeente duurzaam en zorgvuldig gebruik maakt van de ruimte en bestaand vastgoed. Een woonbeleid wat toekomstbestendig is en haar basis vindt in de woningbehoefte van de woningzoekenden. Om te voorzien in de diversiteit van woningbehoeften en wensen van eigen inwoners en van hen die zich in Meierijstad al dan niet tijdelijk willen vestigen, geeft de gemeente ruimte aan woningbouwplannen. Voor de woningbehoefte wordt niet alleen gekeken naar de korte maar ook naar de lange termijn. Waar het goede van het landelijk wonen wordt behouden en de meer stedelijke kern aantrekkelijker wordt gemaakt en wordt versterkt. En waar de gemeente samenwerkt met plaatselijke partners en inwoners, maar ook met de regio. De gemeente richt de aandacht op vier thema’s en de realisatiekracht van deze visie: 1. de dynamiek van de woningmarkt: een continue afstemming van de vraag naar passende woningen en het aanbod (bestaand en nieuw) in relatie tot de behoefte op de langere termijn onder wisselende omstandigheden; 2.
wonen, welzijn en zorg: de samenhang tussen demografische ontwikkelingen (de vergrijzing en toename van eenpersoonshuishoudens), de transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenleving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomgeving;
26
3. duurzaamheid: aandacht voor de energetische uitdagingen en het zo optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en vastgoed; 4. leefbaarheid: een juiste balans tussen enerzijds de specifieke woonkwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. De gemeente Meierijstad geeft prioriteit aan inbreidingsplannen boven uitbreidingsplannen. De gemeente werkt aanvullend op deze woonvisie aan een transformatievisie. Daarin worden potentiële inbreidings- en transformatielocaties in kaart gebracht en wordt een afwegingskader opgenomen. De gemeente geeft tevens aan meer ruimte te willen bieden aan nieuwe woonvormen voor ouderen die willen doorstromen. Daarbij wil de gemeente de doorstroming van ouderen naar meer geschikte woningen stimuleren. De gemeente legt het accent op het bouwen voor de doorstroming door goede alternatieven te realiseren voor ouderen (de woonwensen van ouderen in met name de kleinere kernen) en dure scheefwoners (in met namen de grotere kernen). Daarbij wordt ingezet op inbreiding in bestaande kernen met aandacht voor kwaliteitsverbetering en zorgvuldig ruimtegebruik en behoud van de kracht van de kern.
Een dergelijke kwaliteitsverbetering, die ook kan resulteren in unieke woonconcepten op unieke plekken is bijvoorbeeld wenselijk voor vastgoed dat niet meer voor het oorspronkelijke doel wordt gebruikt, leeg staat of al gesloopt is. Doorwerking plan(gebied) Voorliggend initiatief ziet op transformatie en intensivering van het gebruik van bestaand kantoorpand. In de woonvisie sluit de gemeente onder meer aan op de zogenaamde dynamiek van de woningmarkt. Binnen de gemeente dient er onder meer aandacht te worden besteed aan voldoende aanbod van betaalbare, flexibele woningen. Flexibilisering van de arbeid, schommelingen in de komst van vluchtelingen en daaruit voorkomende taakstellingen om statushouders te huisvesten, economische groei met als gevolg meer arbeidsmigranten, conjuncturele schommelingen met meer of minder vraag naar diverse vormen van huisvestingsmogelijkheden voor arbeidsmigranten, spoedzoekers die om wat voor reden dan ook op korte termijn een betaalbaar dak boven hun hooft wensen, zijn ontwikkelingen die om meer flexibiliteit op de woningmarkt vragen. Het gaat dan vooral om woningen die snel beschikbaar en betaalbaar zijn. En om woonvormen die kunnen meebewegen met veranderingen op de woningmarkt door het gemak waarmee deze gesplitst, samengevoegd of uitgebreid kunnen worden.
Conclusie Onderhavig plan sluit aan op de behoefte aan het bieden van voldoende (goede) huisvesting voor arbeidsmigranten. Met de voorgenomen functiewijziging aan de Heidebloemstraat 15 worden plekken voor huisvesting van arbeidsmigranten geboden. Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Woonvisie Meierijstad.
27
Paraplubestemmingsplan parkeren / Nota Parkeernormen Meierijstad 2018 Toetsingskader Vanaf 1 juli 2018 zijn de stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening komen te vervallen. Eén van de consequenties van het vervallen van de stedenbouwkundige voorschriften is dat vanaf dat moment bij het verlenen van een omgevingsvergunning niet meer op basis van de Bouwverordening getoetst kan worden aan de gemeentelijke parkeernormen. De wetgever heeft het mogelijk gemaakt om via het bestemmingsplan regels te stellen over parkeernormen. De gemeente Meierijstad is voornemens om alle huidige bestemmingsplannen aan te laten sluiten bij de doelstellingen van deze wetswijziging. Dit betekent dat de parkeernormen bij (bouw)plantoetsing nu aan de bestemmingsplannen gekoppeld gaan worden. Geldende bestemmingsplannen die in de regels reeds verwijzen naar het parkeerbeleid en/of waarvoor geldt dat in de regels reeds parkeernormen zijn opgenomen, hoeven strikt genomen niet te worden herzien, maar het kan wel. Voor de uniformiteit is ervoor gekozen om de normen op alle ruimtelijke plannen van toepassing te verklaren. Het plan bevat daarnaast een mogelijkheid voor het bevoegd gezag om bij een omgevingsvergunning af te wijken van de normen, mits aangetoond wordt dat dit niet zal leiden tot onvoldoende parkeergelegenheid.
Het niet in stand houden van parkeerplaatsen wordt bovendien aangemerkt als zijnde strijdig met het bestemmingsplan. Doorwerking plan(gebied) In de parkeernota staat niets specifieks vermeld omtrent parkeren bij een (logies)gebouw voor arbeidsmigranten. Op eigen terrein zijn in totaal 55 parkeerplaatsen aanwezig, conform de huidige NEN 2443 (zie bijlage 2 voor de parkeerinrichtingstekening). Heidebloemstraat 15-15c biedt plaats aan 70 personen verdeeld over circa 65 kamers. 55 parkeerplaatsen: 70 personen geeft een gemiddelde van 0,8/pp. 26 parkeerplaatsen: 65 kamers * 0,4 is (afgerond) 26 Het CROW schrijft namelijk voor dat in een matig stedelijke plaats als Schijndel (op basis van omgevingsadressendichtheid) bij kamerverhuur voor zelfstandigen (niet studenten) een parkeernorm geldt van minimaal 0,6 parkeerplaatsen en maximaal 0,8 parkeerplaatsen per kamer. De Nota Parkeernormen Meierijstad 2018 is gebaseerd op de CROW-kencijfers waarbij bij iedere norm het midden van de bandbreedte wordt gehanteerd. In dit geval geldt dus een parkeernorm van 0,7 parkeerplaatsen per kamer. Vertaald naar het plan betekent dit dat er 65 kamers * 0,7 parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn. Dit komt neer op 45,5, afgerond 46 parkeerplaatsen die aanwezig moeten zijn. Het plan bevat 55 parkeerplaatsen op eigen terrein, waarmee het plan ruim voldoet aan de norm.
28
De planlocatie biedt derhalve ruim voldoende ruimte om plaats te bieden aan parkeerplekken. Vooralsnog zijn er 55 parkeerplekken aanwezig, welke tevens behouden blijven voor de toekomst. De verkeersdruk ter plaatse zal naar alle waarschijnlijk eerder afnemen dan toenemen, aangezien een ruim kantoorpand zijn functie verliest en hier een kleiner aantal bewoners dan (potentiële) werknemers voor terugkomt die bovendien vaak carpoolen en waarbij in hoofdzaak sprake is van woon-werk verkeer. Aangezien de ontwikkeling plaatsvindt op een bestaand bedrijventerrein heeft deze intensiteit niet of nauwelijks invloed op de leefbaarheid. Paragraaf 4.11 van deze ruimtelijke onderbouwing gaat nader in op het aspect verkeersintensiteit. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in het Paraplubestemmingsplan parkeren / de Nota Parkeernormen Meierijstad 2018. Beleidsnotitie Huisvesting arbeidsmigranten (juni 2019) Toetsingskader Het doel van de beleidsnota Huisvesting arbeidsmigranten is het opstellen van beleidskaders voor structurele huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten.
Waarbij enerzijds voldoende ruimte aan de markt geboden wordt om de opgave van Meierijstad zoveel mogelijk te kunnen realiseren en anderzijds kwalitatief goede en verantwoorde huisvesting zowel voor de arbeidsmigranten als de omgeving mogelijk wordt gemaakt. Meierijstad heeft de actieve wil de huisvesting van arbeidsmigranten te faciliteren. Door de huisvesting te faciliteren voorkomt de gemeente in ieder geval een deel van de strijdige huisvestingssituaties. Daarnaast stimuleert zij de economische groei als zij meerdere huisvestingsmogelijkheden faciliteert. Voor de huisvesting van arbeidsmigranten gelden enkele algemene uitgangspunten. Het terugdringen van strijdige huisvesting is alleen mogelijk wanneer er voldoende alternatieven geboden worden. De gemeente Meierijstad zet zich daarom actief in om, samen met marktpartijen, alternatieve huisvesting te ontwikkelen. Een van de mogelijkheden ligt in de grootschalige huisvesting aan de rand van het bedrijventerreinen. De gemeente Meierijstad heeft een grote opgave als het gaat om het huisvesten van arbeidsmigranten. Teveel shortstay arbeidsmigranten in reguliere woningen huisvesten is ongewenst doordat shortstay arbeidsmigranten over het algemeen niet of weinig behoefte hebben om te integreren en er een grotere kans is op het veroorzaken van overlast wanneer dit in de bebouwde kom plaatsvindt.
Naast dit lost shortstay arbeidsmigranten in reguliere woningen de opgave niet op. Daarbij zou het huisvesten van shortstay arbeidsmigranten in reguliere woningen een te groot beslag op de woningvoorraad leggen en derhalve concurrentie met andere woningzoekenden veroorzaken. Ook zou dit de evenwichtige samenstelling van de bevolking in een wijk of dorp kunnen schaden en is beheer en controle lastig realiseerbaar. Gemeente Meierijstad maakt daarom huisvesting door middel van grootschalige gebouwen mogelijk aan de
29
rand van het bedrijventerrein. De omvang en de aard van de huisvesting is afhankelijk van de draagkracht van de omgeving. De gemeente Meierijstad acht de identiteit van de verschillende kernen belangrijk. Het is belangrijk dat er geen overbelasting op de kernen ontstaat doordat daar te veel arbeidsmigranten gehuisvest worden. Om de belasting op de kernen zo min mogelijk te houden is het uitgangspunt dat Meierijstad stelt: shortstay arbeidsmigranten zo min mogelijk in de dorpen en/-of wijken van Meierijstad. Met het oog voor de mid- en/of longstay arbeidsmigrant wordt huisvesting in reguliere woningen in het beleid opgenomen. Deze arbeidsmigranten hebben meer behoefte aan integratie (blijkt uit gesprekken met arbeidsmigranten). De veiligheid van de arbeidsmigranten vindt de gemeente erg belangrijk. De gemeente handhaaft dan ook op (brand) veiligheid. De gemeente Meierijstad wil de veiligheid vergroten door de BRP inschrijvingen te bevorderen. Als de gemeente inzichtelijk heeft waar de arbeidsmigranten wonen dan kan de gemeente eerder handhaven op onveilige en strijdige situaties. Bij het vestigen van een grote groep mensen op één locatie moet rekening gehouden worden met de verkeersbewegingen en benodigde parkeerplaatsen. Het omliggende wegennet moet de extra capaciteit hebben om deze nieuwe stroom verkeersbewegingen te verwerken.