Ruimtelijke onderbouwing inclusief bijlagen
Tekst van het document
69
8. MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID De procedure(s) zijn door de wetgever geregeld. Er is een landelijke voorziening waar in elektronische vorm de ruimtelijke visies, plannen, besluiten, verordeningen of algemene maatregelen van bestuur van gemeenten, provincies en Rijk, voor een ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Omgevingsdialoog Uit de reeds gevoerde ‘omgevingsdialoog’ is gebleken dat de directe omgeving de ontwikkelingen kritisch volgt, maar er heerst geen negatieve grondhouding ten aanzien van de voorgenomen planontwikkeling.
70
9. CONCLUSIE In deze ruimtelijke onderbouwing is nadrukkelijk gemotiveerd dat het onderliggende plan zich verhoudt, zowel in negatieve als positieve zin, tot de aanwezige functies en waarden in de planlocatie en de directe omgeving ervan. Naast het ruimtelijk-planologische beleid, de stedenbouwkundige toets zijn alle ruimtelijke en milieu-hygiënische deelaspecten onderzocht. De gemeente Meierijstad kent enkele criteria die gelden voor het goedkeuren van een principeverzoek, voor ontwikkelingen in het stedelijk gebied. Uitgangspunt van de gemeente is om bebouwing te concentreren binnen het bestaand stedelijk gebied (bebouwde kom). Het bouwen of gebruik in strijd met het bestemmingsplan is alleen mogelijk als er ruimtelijke kwaliteit wordt toegevoegd. Om dit doel te behalen worden verzoeken beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria. Per criterium is kort aangegeven op welke manier onderhavig planvoornemen hieraan voldoet. Er moet sprake zijn van: 1. (Her)ontwikkeling van monumentaal of cultuurhistorisch vastgoed (geen sloop en historiserende nieuwbouw); Niet aan de orde 2. (Her)ontwikkeling van bestaande gebouwen in een woonomgeving / woonbestemming (kantoor, school enz); Een horecalocatie wordt omgezet in een woonlocatie 3.
(Her)ontwikkeling van detailhandel in de diverse centrumgebieden, buiten het kernwinkelgebied (dus het veranderen van de detailhandelsfunctie); Niet aan de orde, wel is sprake van herontwikkeling van horeca naar wonen op een locatie buiten het centrumgebied. 4. Splitsing en verduurzaming van bestaande woningen; Niet aan de orde 5. Aantoonbare extra ruimtelijke kwaliteiten, bijvoorbeeld het toevoegen van groen (beplanting) en blauw (water) per initiatief; Transformatie naar wonen leidt tot een duurzamere inrichting van de locatie als geheel waarbij aandacht wordt geschonken aan groen en blauw. 6. Meervoudig of innovatief ruimtegebruik en / of vernieuwde woonvormen / doelgroepen zoals genoemd in de Woonvisie; Met onderhavig planvoornemen wordt ingezet op de doelgroepen senioren en starters. Er is aangesloten op de uitgangspunten zoals opgenomen in de Woonvisie Meierijstad. Er vindt inbreiding plaats in plaats van uitbreiding. Doorstroming van ouderen naar een geschikte woning wordt gestimuleerd.
71
7. Overeenstemming met de strategie vanuit de herijking van het woningbouwprogramma; Een nieuw woningbouwplan voor een van de genoemde kernen is nog steeds welkom als het voldoet aan álle volgende criteria: a. het plan is binnen bebouwd gebied -> ja én b. het woningaantal is klein (in verhouding tot behoefte van de kern en de ruimte in het woningbouwprogramma van de betreffende kern) -> ja én c. er wordt ruimtelijke kwaliteitswinst bereikt zoals: oplossen leegstand, hergebruik bestaand gebouw, sloop-nieuwbouw -> ja én d. het plan geeft invulling aan een specifieke woonbehoefte -> ja én e. het plan is op korte termijn realiseerbaar (harde afspraken) -> ja Op alle bovenstaande punten uit het woningbouwprogramma wordt met het bouwplan worden voldaan 8. Parkeerplaats(en) die volledig op eigen terrein gerealiseerd kunnen worden; Zoals omschreven, roept de nieuwe situatie minder parkeerdruk op en zullen er ten opzichte van de bestaande situatie 11 parkeerplekken op eigen terrein worden gerealiseerd. Ten behoeve van onderhavige planontwikkeling is een verkeers- en parkeertoets uitgevoerd (zie bijlage 10). 9. Bereikbaarheid, inrichting openbaar gebied en parkeren; Infrastructureel is er op een veilige manier aan te sluiten op de bestaande infrastructuur (Hoofdstraat). De verkeersintensiteit zal met deze kleinschalige ontwikkeling nauwelijks toenemen of zelfs afnemen.
Aangezien een horecavoorziening wordt vervangen, zal het aantal verkeersbewegingen per saldo eerder afnemen. 10. Overeenstemming van het bouwvolume met de omgeving (maat en schaal der dingen); De gevolgen van de ontwikkeling voor de bestaande ruimtelijke structuur en beeldkwaliteit zijn verder minimaal, maar passend bij de bestaande omgeving. 11. Geen beperking door de ligging van kabels en leidingen/riolering; Nutsbedrijven eisen dat kabels en leidingen in het openbaar gebied (komen te) liggen. De initiatienemer van onderliggend bouwplan is verplicht zorg te dragen voor een door gemeente en nutsbedrijven geaccordeerde wijze van aansluiting. 12. Duurzaamheid (bouwmaterialen, energie, etc). De gemeente Meierijstad verlangt van iedere bouwer een bijdrage in het milieuverantwoord c.q. energieneutraal bouwen. Het algemene ruimtelijke uitgangspunt van gemeenten is erop gericht om te komen tot ‘duurzaam bouwen’. Duurzaam bouwen verhoogt de gebruikswaarde (functioneel), belevingswaarde (vorm) en de toekomst (tijd) voor de bebouwde omgeving. Duurzaam bouwen is in dit
72
geval te onderscheiden in stedenbouwkundig en bouwkundig duurzaam bouwen. Een goed stedenbouwkundig plan draagt bij aan een duurzame toekomst en voorkomt onder andere verloedering en leegstand. Stedenbouwkundige duurzaamheid komt tot uitdrukking in de ruimtelijke opzet en inpassing van de bebouwing. Ruimtelijke kwaliteit vormt de voorwaarde voor een goed woon- en leefmilieu. Belangrijk hierbij is het om de stedenbouwkundige structuur op een goede manier kenbaar te maken en te behouden. Bouwkundige duurzaamheid laat zich onder andere uitdrukken in: a. duurzaam materiaalgebruik; b. slimme energetische concepten (welke resulteren in energiebesparende maatregelen); c. afvalreductie. Verder geldt dat, voor zover redelijkerwijs mogelijk, de woningen levensloopbestendig en volgens de richtlijnen van handboek Woonkeur / SKW-certificatie worden gebouwd.
73
Bureau voor Archeologie Rapport 1204 Hoofdstraat 169a-171, Schijndel, gemeente Meierijstad: een bureauonderzoek
2
Colofon titel:
Bureau voor Archeologie Rapport 1204. Hoofdstraat 169a-171, Schijndel, gemeente Meierijstad: een bureauonderzoek
auteur:
K. Durczak
autorisatie:
A. de Boer (KNA senior prospector)
datum:
16 juni 2022
ISSN:
2214-6687
© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
3
Administratieve gegevens Projectnummer
2022041101
Provincie
Noord-Brabant
Gemeente
Meierijstad
Plaats
Schijndel
Toponiem
Hoofdstraat 169a-171
Centrum locatie (m RD)
158.660; 403.010 (x; y)
Omvang plangebied
810 m2
Kadastrale gegevens
kadastrale gemeentenaam: Schijndel, sectie: G, nummer(s): 3188, 3301
ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer
5265870100 (ABU)
Soort onderzoek
een bureauonderzoek
Opdrachtgever
V.O.F. Heijden-Adams
Uitvoerder
Bureau voor Archeologie
Kaartblad
45D
(RO) kader onderzoek
Bestemmingsplanwijziging
Bevoegde overheid
Gemeente Meierijstad
Deskundige namens bevoegde overheid
Archeologen gemeente 's-Hertogenbosch
Versie van het rapport
1
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
4
Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld rood; www.opentopo.nl).
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
5
Inhoudsopgave 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
Samenvatting...............................................................................................8 Inleiding.......................................................................................................9 1.1 Doelstelling en vraagstelling.................................................................9 Methode.....................................................................................................10 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik.................................................11 Huidige situatie..........................................................................................13 Aardwetenschappelijke waarden...............................................................15 Historische situatie.....................................................................................16 Archeologische en bouwhistorische waarden............................................18 Gespecificeerde verwachting.....................................................................20 Conclusie...................................................................................................22 Advies........................................................................................................24 Literatuur...................................................................................................25
Figuren......................................................................................................27
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
6
Lijst met Figuren Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld rood; www.opentopo.nl)..................4 Figuur 2: Luchtfoto actueel..................................................................................27 Figuur 3: De onderzoekslocatie gezien vanaf de Hoofdstraat (Google Street View)..........................................................................................................28 Figuur 4: Archeologische beleidskaart van de voormalige gemeente Schijndel (Berkvens 2012)........................................................................................29 Figuur 5: Bestaande (boven) en nieuwe (onder) situatie.....................................30 Figuur 6: Toekomstige situatie voor het plangebied............................................31 Figuur 7: Het plangebied (zwart) met huidige bebouwing en toekomstige bebouwing (rood).......................................................................................31 Figuur 8: De bouwtekening uit 1912 van de hoofdgebouw (Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) 2022)..............................................................32 Figuur 9: Luchtfoto uit jaren ‘20 van de 20e eeuw. Overzicht van de Hoofdstraat (Van Schijndel 2004)..................................................................................33 Figuur 10: Deel van de bouwtekening uit 1927.
Op de tekening zijn de plannen zichtbaar voor uitbreiding van de kelder en het nieuwe bijgebouw (Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) 2022)..............................................34 Figuur 11: Luchtfoto van de textielfabriek rond 1940 met het plangebied rechts rood omlijnd (‘Attentietegels in Schijndel’)..................................................35 Figuur 12: De bouwtekening uit 1947 met de plan voor uitbreiding van het hoofdgebouw aan de zuidwestzijde (Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) 2022)...............................................................................36 Figuur 13: Luchtfoto uit 1953 van de textielfabriek en het plangebied rood omlijnd (‘Attentietegels in Schijndel’)......................................................................37 Figuur 14: Luchtfoto uit 1968 met het plangebied (rood) en op de achtergrond de textielfabriek (Heemkundekring Schijndel 2019)........................................37 Figuur 15: Deel van de bouwtekening uit 1969 met overzicht van de bebouwing in het plangebied (Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) 2022).....38 Figuur 16: Deel van het bouwtekening uit 1979 waarbij een loods is omgebouwd tot ‘zaal’ met planoverzicht, fundering en doorsnede van het bijgebouw (Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) 2022).............................39 Figuur 17: Luchtfoto uit 1982 met plangebied
(rood omlijnd) en de Hoofdstraat (Heemkundekring Schijndel 2019).............................................................40 Figuur 18: Deel van de bouwtekening uit 1987 met plan overzicht en doorsneden van de fundering (Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) 2022).. 41 Figuur 19: Geomorfologische kaart (Maas e.a. 2019).........................................42 Figuur 20: Hoogte-reliëfkaart. Hoogtewaarden in meters ten opzichte van N.A.P. (Actueel Hoogtebestand Nederland 2018).................................................43 Figuur 21 Tiendkaart van Schijndel (Van de Weijer 1750)...................................44 Figuur 22: Kaart figuratief van het grootste gedeelte van Bataasch Braband, 1794 (Verhees 1794). Het plangebied is globaal aangegeven in donker blauw.. 44 Figuur 23: Kadastraal minuutkaart uit 1810 tot 1832, kadastrale gemeente Schijndel, sectie D, blad 2 (‘Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’)....................................................................................................45 Figuur 24: Topografisch militaire kaart 1850........................................................45 Figuur 25: 608-2076-ST.
MICHIELSGESTEL-1900.............................................46 Figuur 26: 45D-1956-Boxtel / Schijndel / s-Hertogenbosch.................................46 Figuur 27: 45D-1967-Boxtel / Schijndel / s-Hertogenbosch.................................47 Figuur 28: 45D-1978-Boxtel / Schijndel / s-Hertogenbosch.................................47 Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
7 Figuur 29: 45D-1988-Boxtel / Schijndel / s-Hertogenbosch.................................48 Figuur 30: Topografisch kaart 2012.....................................................................48 Figuur 31: Archeologische terreinen, vondstlocaties en zaken uit ARCHIS binnen 250 m straling (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2021)....................49
Lijst met Tabellen Tabel 1: Aardkundige waarden............................................................................15 Tabel 2: Archeologische terreinen, zaken en vondstlocaties ca. 250 m van het plangebied.................................................................................................19
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
8
Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een bureauonderzoek uitgevoerd voor een bouwplan aan de Hoofdstraat 169a-171 te Schijndel. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocol 4002. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. De beoogde ingreep bestaat uit de sloop van de huidige bebouwing en daarna realisatie van een woningcomplex aan de Hoofdstraat. De nieuwbouw komt vrijwel geheel binnen de contouren van de bestaande bebouwing te staan. In het zuidelijke deel van het plangebied zijn elf parkeerplaatsen gepland. Langs de oostelijke grens van de onderzoekslocatie worden negen bergingen gerealiseerd. Het plangebied is lange tijd als bouwland gebruikt. Het is daarom aannemelijk dat zich door toepassing van plaggenbemesting enkeerdgronden hebben ontwikkeld. Onder de A-horizont van dergelijke gronden kunnen archeologische vindplaatsen uit het Neolithicum tot en Middeleeuwen aanwezig zijn. Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen de grenzen van het AMK-terrein dat de historische dorpskern van Schijndel omvat.
Echter, uit historische kaarten blijkt dat in de 18e en 19e eeuw het plangebied onbebouwd is. Aan het begin van de 20e eeuw wordt in het plangebied de huidige bebouwing aan de straatzijde gerealiseerd. Daarna vinden in de 20e eeuw diverse uitbreidingen plaatst zodat eind 20e eeuw het plangebied vrijwel geheel bebouwd is. De kans is klein dat het archeologische sporenniveau bewaard is gebleven. De archeologische verwachting is daarom voor alle perioden laag. Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente.
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
9
1
Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek onderzoek uitgevoerd voor een herontwikkelingsproject aan de Hoofdstraat 169a-171 te Schijndel. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van bestemmingsplanwijziging. De ligging van het plangebied is weergegeven in fig. 1. Vanwege de regels uit het geldende bestemmingsplan moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Met de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.
1.1
Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: 1.
Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?
2.
Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?
3.
Is sprake van bekende bodemverstoringen?
4.
Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?
5.
Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?
6.
Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?
7.
Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze?
8.
Welke vervolgstap(pen) kunnen worden genomen om rekening te houden met (mogelijke) archeologische resten?
9.
Indien vervolgonderzoek wordt geadviseerd: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?
1
https://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
10
2
Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.1, protocol 4002.2 Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardkundige, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische resten beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leiden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.3 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Er is geen contact geweest met lokale amateurs en/of Heemkunde-kringen. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.
2 3
SIKB 2018 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
11
3
Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik Afbakening plan- en onderzoeksgebied De ligging van het plangebied staat afgebeeld in fig. 1. Het plangebied ligt in de gemeente Meierijstad in de plaats Schijndel. De locatie ligt aan de Hoofdstraat en omvat huisnummers 169a en 171. Het plangebied is 40 m lang en 20 m breed en heeft een omvang van 810 m2. Het plangebied wordt ten noorden begrensd door de Hoofdstraat. Ten westen, oosten en zuiden van het plangebied liggen andere woonerven. Om voldoende informatie over aardkundige, historische en archeologische gegevens te verzamelen wordt een onderzoeksgebied gebruikt dat groter is dan het plangebied. Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is een zone met straal van circa 250 m om de ontwikkeling heen (het afgebeelde gebied in fig. 1). Overheidsbeleid In het gebied geldt een vastgesteld gemeentelijk archeologisch beleid.4 Op de archeologische beleidskaart van de voormalige gemeente Schijndel ligt het noordelijke deel van het plangebied in een zone van archeologische waarde vanwege de ligging in de historische kern van Schijndel (fig. 4). Het zuidelijke deel van het plangebied ligt in een gebied zonder archeologische verwachting.
Voor het gebied met een archeologische waarde is het beleid dat bij ingrepen van meer dan 100 m2, waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische resten. Ontwerp c.q. inrichtingsplan De beoogde ingreep bestaat uit de realisatie van een woningcomplex naast de Hoofdstraat. In het zuidelijke deel van het plangebied zijn elf parkeerplaatsen gepland. Langs de oostelijke grens van de onderzoekslocatie worden negen bergingen gerealiseerd (fig. 6). De inrit naar het pand blijft op dezelfde plek. De nieuwe bebouwing komt vrijwel geheel binnen de contouren van de huidige bebouwing (fig. 7). Aard en omvang van de toekomstige verstoring Bij de beoogde ingreep vinden graafwerkzaamheden plaats tot circa 100 cm onder maaiveld. De graafwerkzaamheden vinden plaats over circa 730 m2. Milieutechnische condities Op de bodemkwaliteitskaart voor de regio Noordoost Brabant ligt het plangebied in de zone historische bebouwd gebied.5 Dat betekent dat de kans klein is dat van één of meerdere stoffen de interventiewaarde wordt overschreden. Ten zuidoosten van het pand was tussen 1917 en 1987 een textielfabriek; er is geen informatie over de bodemkwaliteit in dit gebied. Rond 1988 is dit gebied herontwikkeld naar woonwijk.6
4 5 6
Berkvens 2012 Spronk 2019 ‘Attentietegels in Schijndel’
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
12 Grondwaterpeil Vanwege de ligging in de bebouwde kom zijn geen grondwatertrappen gedefinieerd. De grondwaterstand zal door de beoogde ingrepen waarschijnlijk niet veranderen. Consequentie van de ingrepen Door uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden vergraven.
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
13
4
Huidige situatie Bebouwing, functie en bodem gebruik Het plangebied is vrijwel geheel bebouwd. Het hoofdgebouw is uit 1912.7 Van de bebouwing zijn bouwtekeningen opgevraagd uit het Brabants Historisch Archief. Deze zijn afgebeeld in fig. 8 tot en met 18. De oudste bouwtekening is uit 1912 en betreft die van het woonhuis aan de Hoofdstraat in fig. 8. Dit woonhuis heeft een kleine kelder in het zuidwesten. De kelder heeft een hoogte van 1,70 m. Dit is naar schatting 1,50 m onder peil (de exacte diepte onder peil kan niet van de tekening worden afgeleid). De kelder is 15 m2 groot. Op een luchtfoto uit 1926 zijn twee bijgebouwen zichtbaar (fig. 9). Deze staan zuidelijk van het hoofdgebouw aan de oostzijde (bijgebouw 1) en westzijde van het perceel. In 1927 wordt naast bijgebouw 1 een uitbreiding gerealiseerd (bijgebouw 3; fig. 10.) Hieronder wordt een extra kelder gebouwd. De kelder is rond 40 m2 groot en 2 m hoog. Tussen 1930 en 1940 is in het zuidoostelijke deel van het plangebied bijgebouw 4 geplaatst (fig. 11). In 1947 wordt de kelder in zuidwestelijke richting met 24 m2 uitgebreid (fig. 12). De bouwtekening laat zien dat de keldervloer 2 m onder peil ligt. De onderkant van de poeren waar de rest van de woning op steunt, bevindt zich op 85 cm onder peil. Het peil bevindt zich 9 cm boven het maaiveld. Tussen 1940 en 1953 is bijgebouw 4 aan de oostkant uitgebreid (bijgebouw 5).
In die periode zijn ook bijgebouwen 1 en 3 herbouwd (fig. 13). Tussen 1953 en 1969 is bijgebouw 1 gesloopt en bijgebouwen 4 en 5 zijn herbouwd tot bijgebouw 6 (fig. 14 en 15). In de jaren 70 van de 20e eeuw is bijgebouw 6 nog een keer herbouwd, waarschijnlijk is het deels gesloopt. In 1979 wordt het zuidelijke (achterste) deel van de bebouwing omgebouwd van ‘opslag’ naar ‘zaal’ (fig. 16). Bij deze verbouwing wordt een nieuwe reeks funderingspoeren aangebracht waarvan de onderkant 80 cm onder peil ligt. Rond 1982 is ten zuiden, westen en oosten van bijgebouw 6 een gebouw van de textielfabriek gerealiseerd (fig. 17). In 1988 is de bebouwing in de zuidoostelijke en zuidwestelijke hoeken van het plangebied voor het laatst uitgebreid (fig. 18). Deze uitbreiding is op staal gefundeerd. De onderkant van de vorstrand en poeren ligt op 80 cm onder peil. Ten westen van het hoofdgebouw loopt een inrit. Het hele pand is als horecapand in gebruik.
7
Kadaster 2013
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
14 Bestemmingsplan Het plangebied ligt in bestemmingsplan Kom Schijndel 2013. In het bestemmingsplan is een dubbelbestemming opgenomen. Voor het noordelijke deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde Archeologie 2. Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 100 m2 waarbij de bodem dieper dan 30 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. Deze regels zijn overeenkomstig het actuele archeologische beleid.
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
15
5
Aardwetenschappelijke waarden De aardkundige gegevens staan samengevat in tabel 1. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Roerdalslenk', in de landschapszone dekzandvlakten.8 De Roerdalslenk is sinds 25 miljoen jaar een dalingsgebied. Gedurende het Pleistoceen zijn hier rivierafzettingen gevormd. Op de rivierafzettingen is dekzand afgezet (Formatie van Boxtel).9 Op sommige plaatsen is het zand in de vorm van ruggen tot rust gekomen. De plaats Schijndel is op een dergelijke rug ontstaan. Op de geomorfologische kaart staat het plangebied bebouwd aangegeven. Ten zuidwesten en oosten van de bebouwde kom zijn wel dekzandruggen op de geomorfologische kaart aangegeven (fig. 19).10 Op de bodemkaart is het plangebied ook aangeduid als bebouwde kom. Ten noorden en zuiden van de bebouwde kom staan op de bodemkaart hoge zwarte enkeerdgronden gekarteerd. Deze gronden zijn kenmerkend voor gebieden die eeuwen lang zijn gebruikt als bouwlanden. In de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd zijn de gronden door een systeem van potstal bemesting kunstmatig opgehoogd. Deze dekken kunnen decimeters dik zijn en waar ze meer dan 50 cm dik zijn worden ze enkeerdgronden genoemd. In de bebouwde kom van Schijndel zijn diverse archeologische booronderzoeken uitgevoerd die bevestigen dat zich oorspronkelijk enkeerdgronden bevinden in het gebied dat nu bebouwd is, zie paragraaf 2.7.
Vaak blijkt echter dat de bodem (deels) verstoord is door 20e-eeuwse bouwwerkzaamheden. Op de hoogte-reliëfkaart is een dekzandrug met noordwest- zuidoost oriëntatie herkenbaar (fig. 20). Het maaiveld, voor zover niet bebouwd, ligt rond 10 m NAP. Bron
Situatie plangebied, omschrijving
Geologie
Geologische Overzichtskaart 1 : 250 000:11 • Bx6: Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6)
Bodemkunde
Bodemkaart 1 : 50 000: • Bebouwd
Geomorfologie (fig. 19)
Geomorfologische kaart 1 : 50 000: • Bebouwd
AHN (fig. 20)
Het plangebied ligt op circa 10 m NAP
Tabel 1: Aardkundige waarden. Mogelijke verstoringen Door de bouwactiviteiten tijdens de 20e eeuw is een groot deel van het plangebied verstoord tot circa 80 cm-mv. Zie bespreking van de bouwtekeningen in hoofdstuk 4. 8 Rensink e.a. 2015 9 De Mulder 2003 10 Maas e.a. 2019 11 De Mulder 2003 Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
16
6
Historische situatie Op het dekzand is bewoning mogelijk vanaf het Laat-Paleolithicum. Bewoning vindt in die periode meestal plaats op (de flanken van) dekzandruggen en andere relatief hoge delen van het landschap in de nabijheid van water. De plaats Schijndel wordt voor het eerst genoemd in 1299 als Skinle.12 De betekenis van de naam kan zijn ontleent aan een eikenbos waar schors (skin) werd gewonnen. Het dorp is ontstaan als dochtersparochie van Dinther, waarschijnlijk in de 13e eeuw op vruchtbare gronden langs de Aa.13 De kerk in het dorp wordt voor het eerst vermeld in 1309.14 Deze kerk bevindt zich circa 500 m ten westen van het plangebied. De Hoofdstraat is waarschijnlijk de eeuwen oude route over de dekzandruggen die Sint-Oedenrode, Schijndel, Den Dungen en ‘s Hertogenbosch verbind sinds 1600.15 Deze weg is zichtbaar op de kaarten uit de 17e en 18e eeuw. Volgens kaarten uit 18e eeuw ligt het plangebied ter hoogte van een akker aan de Hoofdstraat (fig. 21 en 22). Bebouwing in de omgeving van het plangebied bevindt zicht aan de Heikantstraat, ten zuiden en oosten van de Hoofdstraat en in de omgeving van de kerk ongeveer 500 m ten noordoosten van de onderzoekslocatie. Op de kadastrale minuut kaart liggen ter hoogte van het plangebied drie onbebouwde percelen die als bouwland worden gebruikt (fig. 23).
De weg langs de noordzijde wordt aangeduid als de Weg naar St Oedenrode, de latere Hoofdstraat. Ook de topografisch militaire kaart van midden 19e eeuw laat zien dat deze weg en de omgeving een uitsluitend agrarisch en onbebouwd gebied is (fig. 24). Aan het eind van de 19e eeuw wordt een stoomtram door de Hoofdstraat aangelegd (fig. 25). De stoomtram functioneert tot 1936, daarna zijn de rails opgebroken.16 In 1912 wordt het eerste deel van de huidige bebouwing in het plangebied gebouwd. Deze bebouwing staat niet op de Bonnebladen van 1919 en 1928 afgebeeld. In deze periode wordt verspreid langs de Hoofdstraat bebouwing opgericht. In 1912 wordt Villa Rozenburg gebouwd 70 m ten noorden van het plangebied (Hoofdstraat 190) en in 1921 wordt Villa Nouva gebouwd 50 m ten noorden van het plangebied (Hoofdstraat 192).17 Rond 1917 wordt tussen de Hoofdstraat, de Korte Heikanstraat en de Heikanstraat de textielfabriek van Janssen de Wit gebouwd. Tussen 1940 en 1970 is dit bedrijf meerdere keren uitgebreid. Daardoor verliest de Hoofdstraat en zijn omgeving zijn agrarische karakter. In die periode zijn aantal nieuwe gebouwen ten oosten en zuiden van het plangebied gerealiseerd (fig. 25 en 26). Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Schijndel hard getroffen.
In het najaar van 1944, tijdens intense beschietingen met granaten, worden kelders van de 12 Berkel 2006 13 Berkvens 2013 14 Berkvens 2013 15 Horsten 1993 16 ‘Attentietegels in Schijndel’; ‘Schijndelwiki de historische encyclopedie voor Schijndel’ 17 ‘Attentietegels in Schijndel’ Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
17 textielfabriek als schuilplaats gebruikt.18 In oktober 1944 wordt dit fabrieksgebouw zwaar getroffen. Kort na de Tweede Wereldoorlog wordt de fabriek herbouwd. In de loop van de 20e eeuw wordt de bebouwing in het plangebied uitgebreid tot het volledig gebouwd is (fig. 27 tot en met 30).
18 https://www.canonvannederland.nl/nl/page/40522/de-granaatweken Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
18
7
Archeologische en bouwhistorische waarden Archeologische terreinen, vondstlocaties en zaken staan weergegeven in fig. 7 en staan toegelicht in tabel 2. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. Het plangebied ligt gedeeltelijk (circa 530 m2) in AMK-terrein 16.858. Het betreft de oude dorpskern van Schijndel. Het plangebied is niet eerder archeologisch in het veld onderzocht. Ongeveer 50 m ten noordwesten van het plangebied, aan de andere kant van de Hoofdstraat, is een archeologisch bureau- en booronderzoek (Hoofdstraat 190; zaken 4.663.165.100 en 4.663.173.100) uitgevoerd. Vanwege de verstoorde bodem en aanwezige bebouwing werd nader onderzoek niet nodig geacht en is het gebied vrijgegeven. Ongeveer 140 m ten westen van het plangebied (zaak 5.102.719.100 en 5.102.727.100), aan Hoofdstraat 145-147 is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Deze onderzoeklocatie is vrij gegeven omdat de bodem verstoord bleek te zijn door 20e-eeuwse bouwwerkzaamheden. Ongeveer 150 m ten oosten van het plangebied (Molenstraat 16-18; zaken 5.148.541.100 en 5.148.558.100), aan de andere kant van de Hoofdstraat, zijn een bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Het advies van dit onderzoek is om de funderingen niet dieper dan 50 cm -mv te maken om te eventuele archeologische plaatsen in situ bewaren.
Ongeveer 210 m ten zuiden (1.042.789) en zuidwesten (1.042.789) zijn vondsten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aangetroffen, voornamelijk aardewerk en een grenssteen. In het plangebied zijn geen bekende militaire erfgoedwaarden aanwezig.19 Archeologische terreinen 16.858 - Schijndel - Schijndel - Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met de oude dorpskern van Schijndel. Binnen de kern is middeleeuwse bewoning aanwezig van vóór 1250 n. Chr. De begrenzing is gebaseerd op de 16e eeuwse Van Deventer kaarten en 20e eeuwse Bonnebladen. Bewoning in de Vroege en Volle Middeleeuwen kan echter een meer dynamisch karakter hebben gehad waardoor ook buiten de grenzen bewoning kan worden aangetroffen.
Zaken (incl. evt. bijbehorende vondsten) 3.294.468.100: Meierijstad, Schijndel, Hoofdstraat 162-164, boring In alle boringen is een humeus zandpakket aanwezig dat wordt geïnterpreteerd als een antropogeen dek. Het pakket bevat hardgebakken baksteenfragmenten in alle boorprofielen. Onderin het antropogene dek is geen oude bodem aangetroffen. Uit bovenstaande wordt geconcludeerd dat het pakket waarschijnlijk recentelijk is omgewerkt en/of opgebracht en de oorspronkelijke bodem is opgenomen in het antropogene dek. Verondersteld wordt dat ter plaatse het bebouwde deel van het plangebied, met name ter plaatse van het pand dat is gebouwd in de jaren 40 van de vorige eeuw, ook geen oude bodem meer aanwezig is en de bodem eveneens tot in de C-horizont is geroerd. De aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische resten is klein. Wel kunnen in het plangebied nog diepe grondsporen worden aangetroffen. De aan- of afwezigheid van deze structuren kunnen met het onderhavige onderzoek niet worden uitgesloten. De mogelijke archeologische waarden (diepe greppels en waterputten) kunnen deels worden vergraven door de voorgenomen ingreep. Gezien de kleine kans op de aanwezigheid van de mogelijke waarden worden maatregelen niet noodzakelijk geacht.20 Bij deze zaak is vondstlocatie 1.115.201 geregistreerd. Bij deze vondstlocatie zijn geen vondsten geregistreerd
19 20 Hanemaaijer 2015 Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
19 4.663.165.100 en 4.663.173.100: Meierijstad, Schijndel, Hoofdstraat 190, bureauonderzoek en boring Op basis van de waargenomen bodemverstoringen in zes van de zeven boringen en de aanwezigheid van bebouwing op een deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden, op resten uit het Midden Paleolithicum na, niet meer in situ worden verwacht. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden vanaf het Laat Paleolithicum. Resten uit het Midden Paleolithicum betreffen echter toevalsvondsten, zodat hier geen duidelijke verwachting voor kan worden gegeven. Het advies is om het gebied vrij te geven.21
5.102.719.100 en 5.102.727.100: Meierijstad, Schijndel, Hoofdstraat 145-147, bureau- en booronderzoek Het plangebied ligt op de zuidflank van een dekzandrug met een noordwest- zuidoost oriëntatie. Hoewel volgens de archeologische beleidskaart het plangebied (gedeeltelijk) in de historische kern van Schijndel ligt, blijkt uit historische kaarten dat in de 18e en de eerste helft van de 19e eeuw het plangebied in gebruik is als bouwland. Omdat het plangebied tot en met de 19e eeuw gebruikt wordt als akker, worden resten (van de historische kern) uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd niet verwacht. Onder de verwachte enkeerdgronden kunnen archeologische resten aanwezig zijn. In het plangebied zijn vijf boringen gezet, waarvan vier inpandig, tot maximaal 200 cm -mv. Deze bevestigen dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzand. De top van het dekzand ligt tussen 95 en 160 cm onder vloer- en straatniveau. Hierop ligt een pakket omgewerkte grond en een pakket grond van elders (opgebracht). Het omgewerkte pakket is vermoedelijk een restant van een enkeerdlaag, maar het bodemprofiel blijkt volledig vergraven tot in de C-horizont. Het advies is om het gebied vrij te geven.22
5.148.541.100 en 5.148.558.100: Meierijstad, Schijndel, Molenstraat 16 en 18, bureau- en booronderzoek Het plangebied ligt in het Brabantse dekzandgebied, op de noordflank van een dekzandrug. Waarschijnlijk is door jarenlange plaggenbemesting een plaggendek gevormd. In het gebied kunnen archeologische waarden vanaf het Laat- Paleolithicum tot en met de Middeleeuwen aanwezig zijn. Archeologische waarden uit de Nieuwe tijd worden vanwege de ligging in een landbouwgebied op het historische kaartmateriaal niet verwacht. In het plangebied zijn zes boringen gezet tot maximaal 190 cm -mv. Hieruit blijkt dat het bodemmateriaal bestaat uit de recente bouwvoor en/of recent opgebrachte grond, op een dik plaggendek, op de C-horizont van het dekzand (formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden) bestaat. In de bovengrond is sprake van een dik plaggendek (55 tot 125 cm dik). De basis van het plaggendek ligt tussen 80 en 160 cm mv, tussen 936 en 879 cm NAP. Op de overgang van het plaggendek naar de C-horizont zijn op twee locaties restanten van een podzolbodem gevonden. De restanten van de podzolbodem zijn een aanwijzing dat de top van de C-horizont waarschijnlijk intact is gebleven. In het plangebied kan dus onder het plaggendek een intact potentieel archeologisch sporenniveau aanwezig zijn.23
Vondstlocaties los 1.042.480: Meierijstad, Schijndel, Spoorpad, Niet-archeologisch: graafwerk Op een diepte van 3 meter werd 16e tot 18e eeuws materiaal aangetroffen bestaande uit honderden fragmenten blauwgrijs gedraaid laat Middeleeuws aardewerk, honderden fragmenten rood geglazuurd aardewerk en 32 fragmenten Steengoed uit de late Middeleeuwen en nieuwere tijd.
1.042.789: Meierijstad, Schijndel, Plein 9; Spoorpad 2, Niet-archeologisch Van de vermoedelijk Romeinse grafsteen is de herkomst onbekend; heeft, met achterzijde naar boven, als dorpelsteen voor de staldeur gelegen van de boerderij van v.d. Heuvel , Plein 9 (thans Spoorpad 2) te Schijndel. Bij de afbraak van de boerderij, begin 1982, werd de steen uitgegraven i.v.m. een zichtbare inscriptie op de achterzijde . Bij die gelegenheid kwamen de twee bewerkte kanten aan het licht. De inscriptie " Hoog Hekken " heeft betrekking op een vroegere toponiem z.o. van Schijndel; het is niet uitgesloten, dat de steen voorheen als grenssteen heeft dienst gedaan. Waarschijnlijk is de steen in 1750 geplaatst als grenssteen nabij het kruispunt Koeveringsedijk-Langstraat (thans Sportparklaan) en is vermoedelijk na 1864 verhuisd naar het Spoorpad.
Tabel 2: Archeologische terreinen, zaken en vondstlocaties ca. 250 m van het plangebied. In het plangebied staan geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden geregistreerd.24 Ongeveer 65 m ten noordwesten en 50 m ten noorden van het plangebied staan twee bekende gemeentelijke monumenten aan de Hoofdstraat 190 (23.1.098; Villa Rozenburg) en 192 (23.1.099; Villa Nouva). 21 Stiekema 2019 22 Jong 2021 23 Beckers 2022 24 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017 Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
20
8
Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt op de zuidflank van een dekzandrug met een noordwestzuidoost oriëntatie. Vanwege de ligging op een dekzandrug is het plangebied vanaf het Paleolithicum bewoonbaar. Het plangebied is lange tijd als bouwland gebruikt. Het is daarom aannemelijk dat zich door toepassing van plaggenbemesting enkeerdgronden hebben ontwikkeld. Tevens is de kans groot dat door ploegwerkzaamheden de top van de oorspronkelijke bodem is verploegd. Dat betekent dat eventuele archeologische resten die alleen uit vondststrooiingen of ondiepe sporen bestaan waarschijnlijk niet bewaard zijn gebleven. Onder enkeerdgronden zijn archeologische resten uit de vroege en midden Steentijd zodoende waarschijnlijk verstoord of niet meer aanwezig. Een eventuele archeologische vindplaatsen uit het Neolithicum tot en Middeleeuwen kunnen aanwezig zijn in de podzolbodem en de top van de Chorizont. Het plangebied ligt gedeeltelijk in de historische dorpskern van Schijndel. Echter, uit historische kaarten blijkt dat het plangebied onbebouwd is tot het begin van de 20e eeuw. Daardoor is de kans klein dat waardevolle archeologische resten uit de Nieuwe tijd aanwezig zijn. In de 20e eeuw is vrijwel het hele plangebied bebouwd. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 1.
Datering
In het plangebied kunnen archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen aanwezig zijn. 2.
Complextype
Archeologische resten uit de periode van landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen. 3.
Omvang
Archeologische resten gerelateerd aan bewoning kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). 4.
Diepteligging
Archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Middeleeuwen bevinden zich in de top van het dekzand onder een eerdlaag van circa 50 tot 80 cm dik. 5.
Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit)
Over de gaafheid en conservering van eventuele sporen en artefacten zijn geen nadere gegevens bekend. 6.
Locatie
Hele plangebied.
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
21 7.
Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken):
Archeologische resten kenmerken zich door een sporenniveau. 8.
Mogelijke verstoringen
Door de bouw- en sloopactiviteiten in de 20e eeuw is de bodem in vrijwel het hele plangebied tot funderingsdiepte vergraven. De kans is klein dat archeologische niveaus nog intact aanwezig zijn. 9.
Hoogte van de verwachting
De archeologische verwachting voor alle archeologische perioden is laag.
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
22
9
Conclusie 1.
Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?
De beoogde ingreep bestaat uit de sloop van de huidige bebouwing en het oprichten van een appartementscomplex met bijbehorende bergingen en infrastructuur. 2.
Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde?
Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Roerdalslenk', in de landschapszone dekzandvlakten. Vermoedelijk ligt het plangebied op de flank van een dekzandrug en heeft zich sinds de Late Middeleeuwen een oudbouwlanddek kunnen ontwikkelen (dikke enkeerdgrond). 3.
Is sprake van bekende bodemverstoringen?
Binnen het plangebied zijn in de 20e eeuw meerde keren uitbreidingen gerealiseerd. In sommige instantie zijn gebouwen eerst gesloopt. Dit betekent dat te verwachten is dat het grootste deel van het plangebied tot minimaal 90 cm -mv is vergraven. Bovendien is een deel van het plangebied (circa 80 m2) door de aanleg van kelders tot 2 m -mv verstoord. 4.
Wat is de historische ontwikkeling van het plangebied?
Het plangebied ligt circa 500 m ten oosten van de oudste kern van Schijndel, aan een doorgaande weg. De onderzoekslocatie is op kaarten uit 18e en 19e eeuw onbebouwd. Uit historische bouwtekeningen blijkt dat in 1912 in het plangebied een woning is gebouwd. De woning is in de 20e eeuw uitgebreid en als horecapand gebruikt. 5.
Is sprake van bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen, vondstlocaties, historische kernen) in het plangebied en directe omgeving, en zo ja welke?
Ongeveer 500 m2 van het plangebied ligt binnen de grenzen van het AMK terrein dat de historische kern van Schijndel omvat. Echter, uit historische kaarten blijkt dat het plangebied tot begin van de 20e eeuw onbebouwd is. Tot die tijd was het bouwland. Het hoofdgebouw komt uit 1912 en is nog steeds aanwezig. Na de Tweede Wereldoorlog is het grootste deel van het plangebied bebouwd. 6.
Kunnen archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn? Zo ja, wat is daarvan op hoofdlijnen de omvang, ligging, aard en datering?
In het plangebied kunnen archeologische sporen aanwezig zijn in het dekzand, naar verwachting onder een oud bouwlanddek, uit de periode Neolithicum tot en met Middeleeuwen. Echter, omdat het plangebied in de 20e eeuw vrijwel geheel bebouwd is, is de kans klein dat het archeologische sporenniveau bewaard is gebleven. De archeologische verwachting is daarom voor alle perioden laag. 7.
Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze?
Er worden naar verwachting geen archeologische waarden verstoord.
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
23 8.
Welke vervolgstap(pen) kunnen worden genomen om rekening te houden met (mogelijke) archeologische resten?
Vervolgstappen zijn niet nodig.
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
24
10
Advies Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Meierijstad.
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
25
11
Literatuur Actueel Hoogtebestand Nederland. 2018. ‘AHN3’. Digitale Hoogtekaart. https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/. ‘Attentietegels in Schijndel’. Attentietegels in Schijndel. http://www.historischschijndel.nl/home. Beckers, Ivo. 2022. ‘Molenstraat 16, 14 en 18, Schijndel, gemeente Meierijstad: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase’. Bureau voor Archeologie Rapport 1139. Utrecht: Bureau voor Archeologie. ‘Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/. Berkel, Gerald van. 2006. Nederlandse plaatsnamen: herkomst en historie. 3. herziene druk. Utrecht: Spectrum. Berkvens, R. 2012. ‘Beleidsnota Erfgoed, gemeente Schijndel 2013’. gemeente Schijndel. ———. 2013. ‘Schijndels erfgoed 2013 Toelichting op de erfgoedkaart van de gemeente Schijndel’. Gemeente Schijndel. Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC). 2022. ‘Bouwvergunningen’. https://www.bhic.nl/onderzoeken/bouwvergunningen. Google Street View. ‘Street View’. https://maps.google.nl/. Hanemaaijer, M. 2015. ‘Hoofdstraat 162-164, Schijndel, gemeente Schijndel: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen’. Bureau voor Archeologie Rapport 204. Bureau voor Archeologie. Horsten, F. 1993. De doorgaande wegen in Nederland van de 16e tot de 19e eeuw een historische wegenatlas. Jong, C. de. 2021.
‘Hoofdstraat 145 en 147, Schijndel, gemeente Meierijstad: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase’. Bureau voor Archeologie rapport 1081. Utrecht. Kadaster. 2013. ‘BAG-Viewer’. http://bagviewer.geodan.nl/index.html. Maas, G.J., W.M. van der Meij, S.P.J. van Delft en A.H. Heidema. 2019. ‘Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart Nederland 1:50.000 (2019), achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand’. Wageningen: Wageningen Environmental Research. http://legendageomorfologie.wur.nl/. de Mulder, E.J.F. 2003. ‘De ondergrond van Nederland’. Wolters-Noordhoff. Rensink, E., H.J.T. Weerts, M. Kosian, H. Feiken en B.I. Smit. 2015. ‘Archeologische Landschappenkaart van Nederland. Methodiek en kaartbeeld’. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. https://doi.org/10.17026/dans-xf6-ywnd. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 2017. ‘Rijksmonumentenregister’. Cultureelerfgoed.nl. https://cultureelerfgoed.nl/monumentenregister. ———. 2021. ‘Archis3 - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed’. https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services. ‘e-depot voor de Nederlandse archeologie’. http://www.edna.nl. ‘Schijndelwiki de historische encyclopedie voor Schijndel’. https://schijndelwiki.nl/index.php?title=Hoofdpagina. SIKB. 2018.
‘BRL 4000: Beoordelingsrichtlijn Archeologie, versie 4.1’. SIKB. https://www.sikb.nl/doc/BRL4000/BRL%20SIKB%204000%20Archeologie %20versie%204_1.pdf. Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
26 Spronk, J.S. 2019. ‘Bodemkwaliteitskaart regio Noordoost Brabant’. Lievense Milieu B.V. Stiekema, M. 2019. ‘archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Hoofdstraat 190 te Schijndel’. Econsultancy-rapport 8909.002. Econsultancy BV. Verhees, H. 1794. ‘Kaart Figuratief van het grootste gedeelte van Bataafsch Braband, bevattende de Meyerye van ’s Bosch, bestaande in de vier kwartieren...’ https://proxy.archieven.nl/0/2D1069803F7043FCA7EC25DFAB5BBEA1. van de Weijer, J.F. 1750. ‘Figuratieve kaart van de heide tussen Schijndel en St.Oedenrode, door landmeter Jan F. van de Weijer van de Raad en het Leenhof van Brabant wegens grensscheiding’. https://proxy.archieven.nl/0/5D5D0995B7A64938B4BDBBAEB5DEAEB6.
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171
27
Figuren
Figuur 2: Luchtfoto actueel.
Bureau voor Archeologie Rapport 1204
Schijndel Hoofdstraat 169a-171