Ruimtelijke_onderbouwing
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing De Beeke 2, Erp
Colofon Rapport: Ruimtelijke onderbouwing De Beeke 2, Erp Rapportnummer: 2248OM102 Status: definitief Datum: December 2023
Opdrachtnemer Geling Advies Postbus 12 5845 ZG Sint Anthonis www.gelingadvies.nl
Contactpersoon Geling Advies Drs. S. de Crom Adviseur ruimtelijke ontwikkeling 0493 – 597 500 sdecrom@gelingadvies.nl
© DECEMBER 2023
GELING ADVIES
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN GELING ADVIES. AAN DE INHOUD VAN DIT RAPPORT KUNNEN GEEN RECHTEN WORDEN ONTLEEND. G&O CONSULT VERWERPT ELKE AANSPRAKELIJKHEID VOOR EEN ANDER GEBRUIK VAN DEZE TEKST DAN VOOR DE SITUATIE WAARVOOR DEZE WORDT UITGEBRACHT. DE INFORMATIE IN DEZE TEKST IS ONDER VOORBEHOUD EN KAN VERANDERD WORDEN ZONDER VOORAFGAANDE KENNISGEVING.
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
1
INHOUD
1
INLEIDING 1.1 AANLEIDING EN DOEL 1.2 VIGERENDE BESTEMMING SPLAN PLANGEBIED 1.3 LEESWIJZER
4 4 6 6
2 BESCHRIJVING BESTAANDE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE 2.1 HUIDIGE SITUATIE IN PROJECTGEBIED 2.2 GEWENSTE ONTWIKKELIN G
7 7 8
3 GEMEENTELIJK BELEIDSKADER 3.1 RIJKSBELEID 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 PROVINCIAAL BELEID 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant 3.2 GEMEENTELIJK BELEID 3.4.1. Structuurvisie Veghel 2030 3.4.2 Beleidsnotitie huisvesting van arbeidsmigranten, maak er werk van! 3.4.3 Vigerend bestemmingsplan
13 13 13 13 14 15 15 16 18 18 19 23
4 MILIEUHYGIËNISCHE & PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING 4.1 ARCHEOLOGIE EN CULTU URHISTORIE 4.1.1 Archeologie 4.1.2 Cultuurhistorie 4.2 BODEM 4.3 GELUID 4.4 FLORA EN FAUNA 4.5 WATERPARAGRAAF 4.6 BEDRIJVEN EN MILIEUZ ONERING 4.7 GEURHINDER & LUCHTKWALITEIT 4.7.1 Geur 4.7.2 Luchtkwaliteit 4.8 EXTERNE VEILIGHEID 4.9.1 Risico normering 4.9.2 Overige wet- en regelgeving 4.9 KABELS EN LEIDINGEN 4.10 PARKEREN EN VERKEER 4.11 SPUITZONES 4.12 MER-BEOORDELING
24 24 24 24 25 26 27 29 31 33 33 34 35 36 42 43 43 44 45
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
2
4.13
GEZONDHEID
46
5 UITVOERBAARHEID 5.1 ECONOMISCHE UITVOERB AARHEID 5.2 MAATSCHAPPELIJKE UIT VOERBAARHEID
50 50 51
6 PROCEDURE 6.1 PROCEDURE 6.2 VOOROVERLEG
52 52 52
BIJLAGEN Bijlage 1 Landschappelijke inpassing Bijlage 2 Archeologisch onderzoek (PM) Bijlage 3 Bodemonderzoek Bijlage 4 Akoestisch onderzoek industrielawaai (PM) Bijlage 5 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (PM) Bijlage 6 Aerius-berekeningen met toelichting Bijlage 7 Quickscan flora en fauna Bijlage 8 Watertoets Bijlage 9 Terreinschets Bijlage 10 K-waarde onderzoek Bijlage 11 Advies Veiligheidsregio (PM) Bijlage 12 Vormvrije-m.e.r Bijlage 13 Omgevingsdialoog (PM)
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
3
1 1.1
INLEIDING
AANLEIDING EN DOEL Initiatiefnemer is voornemens om op de locatie Beeke 2 te Erp huisvesting voor tijdelijk personeel (expats of arbeidsmigranten) te realiseren. Het gaat om huisvesting voor 80 personen. Deze worden met maximaal 2 personen op een kamer gehuisvest, waarmee er maximaal 40 kamers voor verhuur aanwezig zijn. Bij het ontwerp van de huisvesting is rekening gehouden met de laatste eisen aan huisvesting. De huisvesting blijft voor een periode van 15 jaar aanwezig. Daarna wordt het pand in gebruik genomen als bedrijfsruimte voor het naastgelegen autohandelsbedrijf. Het in gebruik nemen van het pand als bedrijfsruimte is passend, gezien de ligging van een bedrijventerrein. Met de opkomst van elektrische voertuigen en de groeiende vraag van consumenten naar duurzame mobiliteitsoplossingen, zal het autobedrijf dit gebouw aanpassen en inzetten als een centraal knooppunt voor onderhoud, reparatie en de verkoop van elektrische voertuigen. De bebouwing van de Short Stay faciliteit is om die reden geheel demontabel; het bestaat uit een gescheiden drager (het staalskelet) en inbouwsysteem (een metal stud binnenwerk) dat relatief eenvoudig te verwijderen is. Zodoende kan de beoogde Short Stay faciliteit na 15 jaar zonder onomkeerbare gevolgen weer worden beëindigd.
Het gebouw zal worden verbouwd en worden uitgerust met de nieuwste technologieën en gereedschappen die nodig zijn voor het onderhoud en de reparatie van elektrische voertuigen. De huidige bedrijfsbebouwing zal over 15 jaar samen met het dan verbouwde gebouw, één integraal geheel vormen voor het naastgelegen autobedrijf. De gemeente heeft het beleid voor de huisvesting van tijdelijk personeel opgesteld. Op basis daarvan kan toestemming verleend worden voor de huisvesting van tijdelijk personeel. De huisvesting wordt verleend met een
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
4
omgevingsvergunning handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening. Ook de gewenste bouwhoogte wijkt af van de maximale bouwhoogte zoals deze is toegestaan op de locatie. Deze vergunning wordt verleend voor een termijn van 15 jaar. De vergunningsaanvraag in afwijking van het bestemmingsplan wordt onder andere getoetst aan de voorwaarden uit het gemeentelijke beleid. Figuur 1 Luchtfoto omgeving projectgebied
De projectlocatie aan de Beeke 2 te Erp is gelegen in de kern Erp, op het bedrijventerrein Molenakker in de gemeente Meierijstad, zie figuren 1 en 2. Figuur 2 Huidige situatie in het plangebied
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
5
1.2
VIGERENDE BESTEMMINGSPLAN PLANGEBIED Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan “Erp” van de gemeente Meierijstad geldend. Het bestemmingsplan is op 23-05-2013 vastgesteld. Aanvullend hierop gelden het paraplubestemmingsplan “Parkeren” (vastgesteld op 31-01-2019) en het bestemmingsplan “Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit” (vastgesteld op 27-01-2021). De huisvesting is gelegen binnen de bestemming “Bedrijventerrein”, waarbij aan een deel van deze bestemming een bouwvlak is toegekend. Binnen het bouwvlak geldt een maximale bouwhoogte van 9 meter en een maximum bebouwingspercentage van 80%. De locatie kent de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie”. Het bestemmingsplan maakt de huisvesting van tijdelijk personeel op de gewenste wijze niet mogelijk. Ook wijkt de maximale bouwhoogte, 9,9 meter is gewenst, af van de maximaal toegestane bouwhoogte. Een omgevingsvergunning om de realisatie van de huisvesting voor een periode van 15 jaar mogelijk te maken in afwijking van het bestemmingsplan is nodig.
1.3
LEESWIJZER Hoofdstuk 2 gaat in op de planbeschrijving van het project. In hoofdstuk 3 wordt aan het beleid van de gemeente ten aanzien van de huisvesting voor tijdelijk personeel getoetst. In hoofdstuk 4 wordt een weergave gegeven van de milieuhygiënische en planologische aspecten. In hoofdstuk 5 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod.
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
6
2 2.1
BESCHRIJVING BESTAANDE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE
HUIDIGE SITUATIE IN PROJECTGEBIED Op de locatie De Beeke 2 is een autohandelsbedrijf gevestigd. Dit bedrijf heeft recentelijk een nieuw pand gerealiseerd. Een deel van het terrein is hierbij onbenut gebleven en is bedoeld voor een toekomstige uitbreiding van het bedrijf. Maar dit is de komende jaren nog niet aan de orde. Figuur 3 Bestaande situatie in projectgebied
De bovenstaande figuur laat de bestaande situatie in het plangebied zien. Het betreft een braakliggend terrein met zand.
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
7
2.2
GEWENSTE ONTWIKKELING De door de initiatiefnemer gewenste ontwikkeling is het realiseren van een bouwwerk voor het huisvesten van tijdelijk personeel, voor ten hoogste 80 personen, verdeeld over maximaal 40 kamers. Per kamers is Gebruiksvloeroppervlakte 30 m2. De faciliteit bestaat uit een 3-laags compact volume waarin maximaal 80 personen gehuisvest kunnen worden. Op de eerste verdieping is sprake van een gezamenlijke ruimte, voornamelijk ingericht als ontspanningsruimte met daarnaast een fitnessruimte. Op de eerste en tweede verdieping komen de 40 kamers. Figuur 4 Indeling van het gebouw
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
8
Het gebouw krijgt een omvang van circa 19,5 bij 45 meter en zal 9,9 meter hoog zijn. Deze hoogte wijkt af van de standaard toegestane bouwhoogte. Volgens het vigerende bestemmingsplan is de maximale bouwhoogte namelijk vastgesteld op 9 meter. De overschrijding bedraagt 10%, naar de gewenste 9,9 meter. Deze minimale aanpassing heeft als doel de interne hoogte van de constructie te optimaliseren, wat aanzienlijk zal bijdragen aan de verbetering van het woon- en leefklimaat voor de komende 15 jaar. Deze voorgestelde verhoging van 10% zal stedenbouwkundig gezien een minimale impact hebben. Ter ondersteuning hiervan wordt verwezen naar de bouwhoogten van nabijgelegen panden. Deze zijn tussen de 10 en 15 meter. Daarom voorgestelde aanpassing in lijn is met de bestaande omgevingskenmerken. Met de huidige maximale bouwhoogte bedraagt de vrije hoogte van de centrale gang 2,38 meter, zie bijlage. Een verhoging van 10% zou deze vrije hoogte vergroten naar 2,6 meter, wat aanzienlijke voordelen biedt voor de bruikbaarheid van de ruimte. Stedenbouwkundig verhoudt het zich daarmee goed tot de overige bebouwing in de directe omgeving en ook landschappelijk is het volume hier goed passend; op de rand van bedrijventerrein en buitengebied. Zie ook navolgende figuur.
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
9
Figuur 5 Ontwerp huisvesting
De planvoorstelling laat een hoog ambitieniveau zien. De parkeerplaatsen worden anders ingedeeld en er worden 25 parkeerplaatsen toegevoegd. Op de begane grond is een ruimte voor het stallen van fietsen. Het betreft een helder, zorgvuldig ontworpen volume met sprekende gevels en een goede landschappelijke inpassing. Het gebouw wordt volledig omzoomd met inheemse beplanting. Aan de noordzijde wordt zoveel als kan rondom de parkeerplaatsen ingezet op aanplant van bomen van de eerste categorie. Aan de oostzijde van het
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
10
woonblok wordt een klein deel ingericht als verblijfsplek met ruimte voor picknicktafels en banken. Aan de noord – west en zuidzijde wordt het terrein op een natuurlijke manier ingericht met een mix van inheemse bomen en heestergroepen. De ondergrond wordt ingezaaid met bloemrijk grasland zodat er een geheel ontstaat met de natuurlijke berm langs de straat ‘Hurkske’. Tussen het gras wordt een pad gemaakt van halfverharding waar op verschillende plekken bankjes komen staan. De landschappelijke inpassing is als bijlage 1 bij deze aanvraag gevoegd. Daarnaast laat de navolgende figuur de opzet van de landschappelijke inpassing zien. Figuur 6 Landschappelijke inpassing terrein
De faciliteit wordt groen ingebed in een recreatieve en parkachtige setting. Het beheer van het terrein en de faciliteit zal uiteraard professioneel opgevolgd worden en zaken als ontsluiting, bereikbaarheid en parkeren worden goed geregeld. Er komen voldoende parkeerplaatsen, te weten 25. De huisvesting voorziet in een behoefte die er in de gemeente Meierijstad en specifiek op het bedrijventerrein de Molenakkers is. Uit een inventarisatie onder de bedrijven gevestigd op het bedrijventerrein blijkt dat er al een grotere behoefte is aan tijdelijk personeel dan waarin wordt voorzien in met de nu voorgestane huisvesting. De toegang tot het terrein wordt gecontroleerd door een slagboom met toegangspassen. De toegang tot de verblijven gaat via een digitaal sluitsysteem. Sluiten en toegangsbeheer wordt op een intelligente manier centraal geregeld. Er komt een beheerderswoning voor het toezicht op de locatie en haar bewoners. Deze is op de kop van de Short Stay faciliteit gepositioneerd
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
11
zodat deze makkelijk bereikbaar is en goed overzicht heeft. De beheerder is tevens het aanspreekpunt voor de buurt. Procedures en instructies zullen beschreven zijn voor onder andere brand, ontruiming en incidenten. De beheerders woning wordt intern gerealiseerd.
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
12
3
GEMEENTELIJK BELEIDSKADER
3.1
RIJKSBELEID
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie aan voor de toekomstige ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor urgente maatschappelijke opgaven die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal gelden zoals klimaatverandering, de energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een perspectief om voort te bouwen op bestaande landschappen en historische steden. In de NOVI zijn vier prioriteiten opgesteld: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doorwerking In deze ruimtelijke motivering zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate relatief kleinschalige en lokale ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden.
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
13
In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal Natuurnetwerk, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Doorwerking Het Barro heeft voor wat betreft de genoemde onderwerpen en gezien de aard en kleinschaligheid van het project, geen gevolgen voor de realisatie van het initiatief. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. Zie o.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.
Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro).
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
14
Het doel van de Ladder is derhalve zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Doorwerking Het gebouw wordt gerealiseerd binnen de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied, de locatie is gelegen op een bestaand positief bestemd bedrijventerrein. Daarnaast is er, niet alleen in de gemeente Meierijstad maar ook in de gehele regio, grote behoefte aan huisvesting voor tijdelijke personeel. Dit blijkt uit het beleidskader van de gemeente Meierijstad (Huisvesting van arbeidsmigranten, maak er werk van!), waarin is opgenomen dat er in de periode 2019 tot 2025 tussen de 2.000 en 2.500 bedden voor huisvesting gerealiseerd moeten worden. Dit aantal is nog niet ingevuld. Met dit plan wordt nadere invulling gegeven aan deze opgave. De behoefte wordt verder onderstreept door een inventarisatie welke door de initiatiefnemer op het bedrijventerrein Molenakker is uitgevoerd. Uit deze inventarisatie blijkt dat alleen al op dit bedrijventerrein de behoefte aan tijdelijk personeel hoger is dan het aantal bedden dat met dit project wordt gerealiseerd.
Concluderend kan gesteld worden dat de Ladder niet van toepassing is op dit plan omdat er ontwikkeld wordt binnen het bestaand stedelijk gebied en aantoonbaar behoefte is aan de ontwikkeling.
3.2
PROVINCIAAL BELEID
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Omgevingsvisie NoordBrabant vastgesteld. Met deze omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De omgevingsvisie bevat de ambities voor de Brabantse leefomgeving tot 2050. Daarnaast zijn mobiliserende tussendoelen opgesteld voor de periode tot 2030. De basisopgave van de Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Daarnaast zijn de volgende vier hoofdopgaven geformuleerd: Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een klimaatproof Brabant; Werken aan de slimme netwerkstad; Werken aan een concurrerende, duurzame economie. De provincie blijft inzetten op duurzame verstedelijking door middel van herbestemming en transformatie in het bestaand bebouwd gebied. Hier liggen tevens kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
15
gebied en voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en woningbouw. De komende 10 jaar ligt er een forse woningbouwopgave van circa 120.000 woningen, daarna loopt de woningbouwopgave in omvang terug. De provincie ziet deze opgave als kans om invulling te geven aan de energieopgave in het stedelijk gebied, het stedelijk gebied klimaatbestendig te maken en de kwaliteit van het stedelijk gebied op orde te brengen. Daarnaast zet de provincie in op een energieneutrale gebouwde omgeving in 2050. De provincie zet zich in voor de transitie van de woningvoorraad en andere gebouwen naar energie-neutraal, te beginnen met energiebesparing. Doorwerking Voorliggend plan voorziet in het realiseren van een huisvestingslocatie voor tijdelijke personeel op een bestaand bedrijventerrein. Door de ontwikkeling van de huisvesting wordt voorkomen dat reguliere woningen aan de markt onttrokken worden voor de huisvesting van tijdelijk personeel. Daarnaast wordt er bij de ontwikkeling een groene inpassing toegevoegd, wat de hittestress in de omgeving kan beperken. Tevens wordt het hemelwater dat op het nieuw te realiseren gebouw valt op het terrein geïnfiltreerd. Hiermee draagt het plan bij aan het stedelijke gebied klimaatbestendig te maken. 3.2.2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant’ vastgesteld (geconsolideerd op 1 oktober 2020). In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de huidige regels zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. De verordening bestaat uit tekst en kaartmateriaal. De tekst bevat regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het nemen van ruimtelijke besluiten. Aan de hand van de kaarten kan vastgesteld worden waar welke regels van toepassing zijn. Vanuit de Interim Omgevingsverordening gelden regels waaraan het voorliggende project getoetst moet worden. Het projectgebied is gelegen in het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied – landelijke kern’.
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
16
Figuur 7 Uitsnede kaart stedelijke ontwikkeling en erfgoed, Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Onderstaand artikel is van toepassing. Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a.
de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a.
bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaat Doorwerking De voorgenomen ontwikkeling is passende binnen de behoefte in de gemeente Meierijstad en de regio. Er is een tekort aan huisvesting van tijdelijk personeel. Uit de uitgevoerde toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking dat er sprake is van een inbreidingslocatie en dat voorzien wordt in een behoefte in de regio. In de planuitwerking zal rekening worden gehouden met duurzaamheid en de energietransitie, het pand wordt voorzien van zonnepanelen. Het bouwplan voldoet aan de wettelijke eisen op gebied van duurzaamheid. Het gebouw wordt BENG gebouwd. Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
17
Daarnaast wordt met de ontwikkeling voorzien in een goede omgevingskwaliteit door het perceel landschappelijk in te passen. Tevens wordt er rekening gehouden met het klimaat. Er komt een hemelwaterberging en het groen dat met het plan wordt aangeplant vermindert de hittestress. De voorgestane ontwikkeling is in overeenstemming met de regels uit de Interim Omgevingsverordening.
3.2
GEMEENTELIJK BELEID
3.4.1.
Structuurvisie Veghel 2030 Op 19 december 2013 heeft de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Veghel de Structuurvisie Veghel 2030 vastgesteld. In deze structuurvisie zijn de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de lange termijn op hoofdlijnen beschreven. De structuurvisie omvat het gehele grondgebied van de voormalige gemeente Veghel en heeft betrekking op de periode tot 2030. In deze structuurvisie is veel aandacht voor het versterken van de dorpse woonkwaliteiten in de zeven kernen binnen de gemeente en het op peil houden van de bijbehorende voorzieningen. Figuur 8 Uitsnede kaart Structuurvisie Veghel 2030
Bedrijventerrein Molenakker De locatie is gelegen op het bedrijventerrein Molenakker te Erp. Het voornemen is om dit bedrijventerrein op termijn te herontwikkelen. Het doel
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
18
met herstructurering is het creëren van een dorps bedrijventerrein voor de lokale markt, gericht op bedrijven in de milieucategorie 2 en 3. Dit moet ertoe leiden dat er voldoende ruimte blijft voor startende ondernemers. Hiervoor kan het bedrijventerrein uitgebreid worden. Grotere bedrijven moeten uitwijken naar grootschalige bedrijventerreinen. De ontwikkeling ziet toe op het tijdelijk inpassen (15 jaar) van huisvesting voor tijdelijk personeel. Daarna krijgt het pand wederom een bedrijfsbestemming. Door de onderliggende bedrijfsbestemming te behouden en de huisvesting voor een periode van 15 jaar toe te staan blijft het mogelijk om het bedrijventerrein op termijn te herontwikkelen. Daarmee staat het beleid de ontwikkeling van de tijdelijke huisvesting voor maximaal 80 personen niet in de weg. 3.4.2
Beleidsnotitie huisvesting van arbeidsmigranten, maak er werk van! De beleidsnotitie: “huisvesting van arbeidsmigranten, maak er werk van!” is tot stand gekomen door een interactief proces tussen diverse actoren en is bedoeld om heldere randvoorwaarden vast te stellen voor de groeiende behoefte aan onderdak voor arbeidsmigranten. Het aantal arbeidsmigranten dat in de gemeente Meierijstad werkt groeit, dit is mede het gevolg van een hoogconjunctuur en de vele vacatures voor voornamelijk ongeschoold werk, daarnaast is er sprake van vergrijzing en ontgroening. Dat betekent, dat zowel nu als naar de toekomst toe het aantal arbeidsmigranten dat benodigd is voor de verdere economische ontwikkeling groot is en naar verwachting alleen maar zal toenemen. De groei van het aantal arbeidsmigranten heeft geleid tot te weinig kwalitatief goede huisvesting binnen de gemeente Meierijstad. Uit landelijk onderzoek blijkt dat een gedeelte van de arbeidsmigranten onder strijdige omstandigheden gehuisvest is. Verschillende partijen, zowel gemeente als huisvesters als werkgevers willen dit zoveel mogelijk voorkomen. En op deze manier samen zorg dragen voor kwalitatief goede huisvesting. Een ander deel van de arbeidsmigranten woont buiten de gemeentegrenzen van Meierijstad.
Uit het door de projectgroep arbeidsmigranten gehouden onderzoek blijkt dat het aantal arbeidsmigranten dat in Meierijstad werkt aanzienlijk groter is dan het aantal arbeidsmigranten dat in Meierijstad woont. Niet alleen gemeente Meierijstad is bezig met de huisvesting van arbeidsmigranten. De provincie en een groeiend aantal andere gemeenten zien dit ook als een belangrijk thema. De provincie wil regionale samenwerking op dit thema stimuleren en faciliteren. De gemeente Meierijstad heeft de ambitie uitgesproken dat het de economische groei wil stimuleren en daar waar mogelijk faciliteren. Arbeidsmigranten zijn hier een belangrijke factor in. De gemeente heeft middels de beleidsnotitie de ambitie uitgesproken, het aantal arbeidsmigranten dat in de gemeente woont en het aantal arbeidsmigranten dat in de gemeente werkt meer in Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
19
balans met elkaar te brengen. Dat betekent dat er meer mogelijkheden moeten komen voor het huisvesten van arbeidsmigranten. Op deze manier wil de gemeente haar verantwoordelijkheid nemen en de arbeidsmigranten verwelkomen. De arbeidsmigranten zijn namelijk van essentieel belang voor de economische groei binnen de gemeente. Meierijstad kenmerkt zich als een gemeente met veel industrie en land- en tuinbouw. Economische ontwikkeling is een van de pijlers in het collegeprogramma van Meierijstad. De verantwoordelijkheid van de huisvesting van (met name Short Stay) arbeidsmigranten ligt in eerste instantie bij de werkgever. Diverse werkgevers hebben bij de gemeente aangegeven dat zij meer mogelijkheden willen voor de huisvesting van arbeidsmigranten. De gemeente is verantwoordelijk voor het stellen van de beleidskaders. Gemeente Meierijstad neemt deze verantwoordelijkheid door middel van het vernieuwde beleidskader voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Het doel van deze beleidsnota is het opstellen van beleidskaders voor structurele huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten. Hierbij wordt enerzijds voldoende ruimte aan de markt geboden om de opgave van Meierijstad zoveel mogelijk te kunnen realiseren en anderzijds kwalitatief goede en verantwoorde huisvesting zowel voor de arbeidsmigranten als de omgeving mogelijk wordt gemaakt.
Omdat er sprake is van het huisvesten van meer dan 51 personen is sprake van een ‘grootschalige huisvesting’. De beoogde bewoners zijn te typeren als zogenaamde ‘Short Stay’. Zij verblijven minder dan 78 gewerkte weken in Nederland. De ontwikkeling is niet direct passend in de beleidsnotitie. Echter, gezien de grote opgave die er is in de gemeente Meierijstad heeft de gemeente aangegeven toch haar medewerking te willen vernemen. Om te bepalen of de ontwikkeling mogelijk is, is de aanvraag beoordeeld op basis van de toetsingscriteria voor een tijdelijke huisvesting in de nabijheid van een bedrijventerrein. De toetsingscriteria voor dergelijke ontwikkelingen luiden als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Voldaan wordt aan criterium ruimtelijke kwaliteit; Voldaan wordt aan criterium goed woon- en leefklimaat; Het past bij het industriële karakter van het bedrijventerrein; Er sprake is van een goed woon en leefklimaat; Het verblijf op basis van logies is. De actuele SNF norm als minimale norm gehanteerd wordt.
Ten aanzien van deze criteria kan het volgende gesteld worden: 1. Voldaan wordt aan criterium ruimtelijke kwaliteit; Bij de ontwikkeling is rekening gehouden met de ruimtelijke kwaliteit. Het pand is dusdanig ontworpen dat deze past in de omgeving. Daarnaast wordt het terrein rondom het pand op een passende wijze landschappelijk
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
20
ingepast. Deze groene inpassing vergroot de belevingswaarde vanuit de omgeving van het projectgebied, terwijl deze meteen de gelegenheid geeft aan de gebruikers van het pand in het groen wat ook buiten zorgt voor een prettige verblijfsruimte. Verder is de huisvesting op een dusdanige wijze ontworpen dat deze na de periode van 15 jaar in gebruik kan worden genomen ten behoeve van de naastgelegen bedrijfsfunctie. Door de opbouw van het pand is dit eenvoudig realiseerbeer. Het project voldoet aan dit criterium. 2 en 4. voldaan wordt aan het criterium goed woon- en leefklimaat In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de aspecten die van invloed zijn op een goed woon- en leefklimaat. Uit deze beoordeling komt naar voren dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. 3. Het past bij het industriële karakter van het bedrijventerrein Het pand is zo ontworpen dat het passend is op het bedrijventerrein. Hierbij is al rekening gehouden met het gebruik van het pand na de periode van 15 jaar. Het pand is ter beoordeling voorgelegd aan de welstandscommissie. Deze heeft geoordeeld dat het ontwerp van het pand, ook met de hogere bouwhoogte, passend is in de omgeving en voldoet aan de eisen voor zowel een pand voor huisvesting als een pand voor bedrijfsmatig gebruik (showroom). 5.
Het verblijf is op basis van logies De Stichting Normering Flexwonen (SNF) waarborgt de kwaliteit van de huisvesting op land- en tuinbouwbedrijven en certificeert de werkgever wiens huisvesting voldoet aan de desbetreffende norm. Hierin is onder andere bepaald dat wooneenheden in een gebouwencomplex zijn toegestaan, dat er per bewoner minimaal 5 m² omsloten leefruimte is en dat voldaan wordt aan de eisen voor wat betreft veiligheid en hygiëne. Aan deze normering voldoet de huisvesting van initiatiefnemer en zit hier zelfs ruim boven. 6. Initiatief voldoet aan de Actuele SNF-norm. Voor de huisvesting van tijdelijke werknemers gelden minimaal de eisen van Stichting Normering Flexwonen (SNF). Deze normering stelt o.a. dat per wooneenheid maximaal 2 personen gehuisvest mogen zijn met een ondergrens van 12 m² GBO per persoon. Voorts kent de norm diverse onderdelen als ruimte en privacy, sanitair, veiligheid en hygiëne, voorzieningen, informatievoorziening en brandveiligheid. Het initiatief voldoet hieraan, en gaat daar zelfs verder in. Zo is er sprake van 15 m2 GBO per persoon en slapen ze met maximaal 2 personen in een studio, waarbij de tweepersoonskamers specifiek bedoeld zijn voor stellen. De overige kamers zijn eenpersoonskamers. Per twee gebruikers is er een wc en douche
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
21
beschikbaar en heeft iedere kamer de beschikking over een eigen koelkast en ten minste twee pitten. De huisvesting zal verder beschikken over goede voorzieningen voor het wassen en drogen van kleding en beddengoed en op het terrein zal een centrale locatie voor afvalcontainers aanwezig zijn. • Initiatief houdt rekening met de brandveiligheid. De wooneenheden worden in twee lagen, naast elkaar aan weerszijden van een ruime corridor georganiseerd. Door deze opzet leent de huisvesting zich goed voor een duidelijke veilige compartimentering, waarbij een wooneenheid een beschermd sub compartiment betreft en de corridor buiten de brandcompartimentering van de wooneenheden ligt. Zodoende kan rechtstreeks aan de regels van het Bouwbesluit voldaan worden zonder dat er een beroep op gelijkwaardigheid gedaan hoeft te worden. Er zullen uiteraard conform normering en overige veiligheidsvereisten voor logiesgebouwen CO2/rookmelders, bluswatervoorzieningen et cetera aanwezig zijn; • Landschappelijke inpassing. Voor de ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Voor het volledige plan wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze aanvraag. Met de inpassing wordt het perceel in het landschap opgenomen. Toezicht en beheer Het toezicht en het beheer van de locatie is goed geregeld. Het beheer is niet in handen van de werkgever, maar is in handen van een derde partij.
Dit conform de wettelijke eisen die er op dit gebied zijn. Een beheerdersruimte zal aanwezig zijn voor het toezicht op de locatie en haar bewoners. Deze wordt op de kop van het logiesverblijf gepositioneerd zodat deze makkelijk bereikbaar is en een goed overzicht heeft. Procedures en instructies zullen beschreven zijn voor onder andere brand, ontruiming en incidenten. Deze informatie zal in meerdere talen beschikbaar worden gesteld. Op de huisvestingslocatie zal een lijst met belangrijke telefoonnummers aanwezig zijn, waaronder die van de beheerders en hulpdiensten. De toegang tot het terrein wordt gecontroleerd door een slagboom met toegangspassen. De toegang tot de verblijven gaat via een digitaal sluitsysteem. Sluiten en toegangsbeheer wordt op een intelligente manier centraal geregeld. Mogelijkheid voor recreatie/vrijetijdsbesteding op locatie buiten werktijden Tevreden werknemers die zich gewaardeerd voelen en kunnen vertrouwen op moderne, veilige en betaalbare woonruimte met huiselijke sfeer en
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
22
voldoende ontspanningsmogelijkheden, voelen zich meer gebonden aan het bedrijf en komen in een volgend seizoen ook eerder weer terug. Het buitenterrein zal daarom dan ook ingericht worden als groen buitenterrein waarin men aangenaam kan verpozen en die ingericht zal zijn ten behoeve van ontspanning. Verder wordt er gezorgd voor een inpandige ontspanningsruimte op de begane grond. Hierin komt onder meer een fitnessruimte en een gezamenlijke zithoek. 3.4.3
Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan “Erp” van de gemeente Meierijstad geldend. Het bestemmingsplan is op 19-12-2013 vastgesteld. Aanvullende hierop gelden het paraplubestemmingsplan “Parkeren” (vastgesteld op 31-01-2019) en het bestemmingsplan “Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit” (vastgesteld op 27-01-2021). Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan “Erp” van de gemeente Meierijstad geldend. Het bestemmingsplan is op 23-05-2013 vastgesteld. Aanvullende hierop gelden het paraplubestemmingsplan “Parkeren” (vastgesteld op 31-01-2019) en het bestemmingsplan “Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit” (vastgesteld op 27-01-2021). De huisvesting is gelegen binnen de bestemming “Bedrijventerrein”, waarbij aan een deel van deze bestemming een bouwvlak is toegekend. Binnen het bouwvlak geldt een maximale bouwhoogte van 9 meter en een maximum bebouwingspercentage van 80%. De locatie kent de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie”. Het bestemmingsplan maakt de huisvesting van tijdelijk personeel op de gewenste wijze niet mogelijk. Ook wijkt de maximale bouwhoogte, 9,9 meter is gewenst, af van de maximaal toegestane bouwhoogte. Figuur 9 Uitsnede kaart Vigerend bestemmingsplan
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
23
4
MILIEUHYGIËNISCHE & PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING
4.1
ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE
4.1.1
Archeologie De locatie is gelegen binnen een gebied met de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3. Dit maakt dat er een archeologisch onderzoek nodig is als de bodemverstoring meer is dan 100 m2 en dieper gaat dan 0,3 meter. De bodemverstoring is groter, waarmee een onderzoek noodzakelijk is. Dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 2. PM
4.1.2
Cultuurhistorie De provincie Noord-Brabant ziet het Brabantse erfgoed als belangrijk onderdeel van haar identiteit en wil het plaats geven in de verdere ontwikkeling van Brabant. Daarom heeft de provincie haar ruimtelijke erfgoed opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Op de cultuurhistorische waardenkaart is de locatie zelf niet specifiek aangeduid (zie ook navolgende figuur). In de omgeving komen, buiten een deel van het Hurkske, welke is aangemerkt als een lijn met een redelijk hoge geografische waarden, geen cultuurhistorische waarden voor. Ten behoeve van het project worden geen nieuwe uitwegen aangelegd. Hiermee wordt de lijn met redelijk hoge waarden niet aangetast. Concluderend kan gesteld worden dat de cultuurhistorische waarden niet worden aangetast met de ontwikkeling van voorliggende plan.
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
24
Figuur 10
Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart f f
k k
4.2
BODEM Bij functiewijzigingen is het in een planologische procedure van belang dat bekeken wordt of de milieuhygiënische bodemgesteldheid ter plaatse de functie toestaat. Een verblijfsfunctie mag niet gebouwd worden op verontreinigde grond. Om deze reden is er een bodemonderzoek uitgevoerd (SGS Search Ingenieursbureau, projectnummer 21.18.00074.1, 18 april 2018, zie ook het rapport dat als bijlage 3 bij deze aanvraag is gevoegd). De conclusie van dit rapport is als volgt: INTERPRETATIE VAN RESULTATEN Algemeen Bij het interpreteren van de onderzoeksresultaten van de onderzochte locatie zal men zich altijd moeten realiseren dat het bodemonderzoek gebaseerd is op het nemen van een relatief beperkt aantal monsters op een bepaald moment. Hierbij is getracht een zo representatief mogelijk beeld te krijgen van de samenstelling van de onderzochte bodem. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie toegepast: niet verontreinigd: verontreinigingsconcentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) en/of streefwaarde (grondwater); licht verontreinigd: verontreinigingsconcentratie is lager dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde, maar hoger dan de achtergrondwaarde met betrekking tot grond en is lager
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
25
dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde, maar hoger dan de streefwaarde met betrekking tot grondwater; matig verontreinigd: verontreinigingsconcentratie is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde, maar hoger dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde voor grond dan wel de streef- en interventiewaarde voor grondwater; sterk verontreinigd verontreinigingsconcentratie overschrijdt de interventiewaarde. Milieuhygiënische kwaliteit van de bodem Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk geen kenmerken aangetroffen die kunnen duiden op de aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. Uit de analyseresultaten blijkt dat in zowel de boven- als ondergrond geen verhoogde gehalten zijn aangetroffen. Het grondwater bevat ter plaatse van peilbuis 01 licht verhoogde gehalten aan barium. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 10 zijn geen verontreinigingen aangetroffen. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Door middel van het uitgevoerde onderzoek is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. De boven- en ondergrond is niet verontreinigd. In het grondwater zijn hoogstens licht verhoogde gehaltes aan barium gemeten. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese “niet verdachte locatie” strikt genomen niet juist is.
Gezien de relatief lage gehalten en de huidige c.q. toekomstige bestemming van de locatie is er echter geen aanleiding tot het verrichten van vervolgonderzoek met een aangepaste hypothese. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek hoeven ervan uit milieuhygiënisch oogpunt gezien geen beperkingen te worden gesteld aan het huidig c.q. toekomstig gebruik van de locatie. Concluderend kan gesteld worden dat de kwaliteit van de bodem voldoende is voor de voorziene functie, zijn de uitbreiding van het bestemmingsvlak en bouwvlak ten behoeve van de huisvesting.
4.3
GELUID Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening gehouden Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
26
dient te worden: wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai. Railverkeer is echter niet op korte afstand gelegen en wordt buiten beschouwing gelaten. Industrielawaai PM Bijlage 4 Wegverkeerslawaai PM Bijlage 5
4.4
FLORA EN FAUNA Gebiedsbescherming In Nederland is gebiedsbescherming geregeld middels de Wet natuurbescherming, waarin alle gebiedsbeschermende internationale afspraken en richtlijnen zijn geïmplementeerd. Met betrekking tot gebiedsbescherming is de situering ten opzichte van Natura2000-gebieden van belang. Bij negatieve effecten kan onder andere gedacht worden aan: optische verstoring door het toevoegen van bebouwing, verlies van oppervlakte, verdroging of vernatting, vermesting en verzuring, verstoring door licht, geluid, trilling, en dergelijke. Gezien de aard van de ontwikkeling (huisvesting van personeel) en de afstand tot beschermde gebieden zal het voorgenomen project op deze locatie ook anderszins voor alle aspecten, behalve stikstof, zeker niet leiden tot negatieve effecten. Voor het aspect stikstof is, voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase, een AERIUS-berekening gemaakt. Deze berekeningen met de toelichting zijn als bijlage 6 bij deze aanvraag gevoegd. Uit deze berekeningen blijkt dat ook voor het aspect stikstof geen sprake is negatieve invloeden. Concluderend kan gesteld worden dat er geen negatieve invloed is op de beschermde gebieden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In Brabant is dit verbreed met Brabantse natuurgebieden.
Gecombineerd zijn deze gebieden bestemt tot Natuurnetwerk Brabant. De afstand van de locatie waar de huisvesting geplaatst wordt tot het NNB - ecologische verbindingszone bedraagt circa 210 meter. Dit gebied is ten westen van het projectgebied gelegen. Het Natuurnetwerk Brabant ligt op circa 230 meter. De ontwikkeling doorkruist het NNB niet en tast het ook niet op andere wijze aan. Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
27
Figuur 11 Afstand tot NNN
Soortenbescherming Achter de Wet natuurbescherming staat het idee van de zorgplicht voor in het wild levende dieren en planten (zowel beschermde als onbeschermde) en hun leefomgeving. Die zorgplicht houdt in ieder geval in dat iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen nadelige gevolgen heeft voor flora of fauna, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten. Om te bepalen of er in het projectgebied sprake is van de aanwezigheid van beschermde flora en fauna is er een quickscan flora en fauna uitgevoerd (bijlage 7). De conclusie van deze quickscan is als volgt: Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3.
Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
28
zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. Concluderend kan gesteld worden dat voor zowel de beschermde gebieden als de beschermde soorten geldt dat het project geen negatieve gevolgen heeft. Er is geen belemmering op dit aspect voor de voortgang van het project.
4.5
WATERPARAGRAAF Water verdient een belangrijke plek in de ruimtelijke planvorming. Vanwege dit belang moeten bij de locatiekeuze, de (her)inrichting en het beheer van nieuwe ruimtelijke functies de relevante waterhuishoudkundige aspecten worden meegenomen. Het doel van onderhavige paragraaf is een toelichting te geven op de waterhuishoudkundige aspecten van het plan en de benodigde informatie aan te leveren met betrekking tot de toekomstige berging en afvoer van hemelwater. Beleid waterschap Aa en Maas In het Waterbeheerplan 2022-2027 is de strategie van het waterschap voor de genoemde periode vastgelegd. De doelen op hoofdlijnen zijn: Keuzes maken met partners, inwoners en bedrijven; Veilig en Bewoonbaar beheergebied; Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Schoon water; Gezond en natuurlijk water;
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
29
Daarnaast beschikt het Waterschap Aa en Maas over het beleidsdocument de Keur. De Keur is een aanvulling op regels uit de Waterwet en is van toepassing op de rivieren, beken, sloten, grondwater en waterkeringen die in beheer zijn bij het waterschap. Maar ook op alle sloten en watergangen die eigendom zijn van anderen zoals agrariërs. Werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. In onderhavige situatie is sprake van de realisatie van een nieuw gebouw voor de huisvesting van tijdelijk personeel. In de huidige situatie is sprake van onbebouwd terrein, wat voorheen bebouwd is geweest met een gebouw met een industriële functie. Hiermee is sprake van onverhard terrein. De ontwikkeling is groter dan 500 m2 nieuwe verharding. Vanuit het waterschap is compensatie nodig. De compensatie vindt plaats door middel van een infiltratievoorziening. Vrijkomend hemelwater van de daken wordt opgevangen in een ondergrondse infiltratiekoffers. Voor de afvoer van het huishoudelijk afvalwater van de nieuwe woningen wordt een aparte rioolaansluiting aangelegd. Uitgaande van 80 personen komt er per dag 9,6 m3 afvalwater vrij (120 liter per persoon). De gemeente heeft aangegeven dat de riolering ter plaatse een voldoende capaciteit heeft om dit aanbod van afvalwater te verwerken. In de omgeving van de planlocatie loopt geen A-watergang.
Uit de ingevulde watertoets (zie bijlage 8) blijkt dat de locatie is niet is gelegen in specifieke aandachtsgebieden van het waterschap. Er zijn geen waterschapsbelangen die worden geraakt door het project. Van het nieuw te realiseren gebouw en de nieuwe verharding wordt het hemelwater afgekoppeld. De gezamenlijke oppervlakte van de verharding en het gebouw is 1.948 m2. Per vierkante meter verharding moet er 60 millimeter hemelwater worden opgevangen. Voor dit project betekent dit dat de infiltratievoorziening een capaciteit moet hebben van ten minste 116,88 m3. Onder de nieuw aan te leggen parkeerplaats is voorzien in een infiltratievoorziening bestaande uit waterbergend betongranulaat. De infiltratievoorziening krijgt een voldoende inhoud. Het betongranulaat heeft een waterbergendvermogen van 44,8%. Om de 116,88 m3 te kunnen bergen moet er ten minste 261 m3 aan betongranulaat worden aangebracht onder parkeerplaats. De GHG ter plaatse is dieper dan 80 centimeter onder het maaiveld. De dikte van het pakket wordt, omdat er nog straatwerk op wordt aangebracht, 0,4 meter. Dit maakt dat de oppervlakte aan waterbergend betongranulaat ten minste 653 m2 moet gaan bedragen. De nadere uitwerking is gegeven op het blad terrein, welke als bijlage 9 bij deze aanvraag is gevoegd.
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
30
Figuur 12 Principedetail drainage
Om te bepalen of de bodem een voldoende infiltratiecapaciteit heeft is er door Bodeminzicht een K-waarde onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 10 bij deze aanvraag gevoegd. Het onderzoek laat zien dat de kwaarde van de bodem in het projectgebied 1 bedraagt. Daarmee is de bodem geschikt voor het aanleggen van een infiltratievoorziening. Concluderend kan gesteld worden dat water geen belemmering geeft voor de ontwikkeling van het project.
4.6
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten van bestaande en toekomstige bedrijvigheid om zodoende kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Op grond van de Wet milieubeheer zijn bedrijven en instellingen verplicht te voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit, dan wel een omgevingsvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met de omliggende woonbebouwing. Doormiddel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder in woongebieden zoveel mogelijk voorkomen. Om te komen tot een verantwoorde, ruimtelijk relevante toetsing in milieuhygiënisch opzicht van bedrijfsvestigingen, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde milieuzonering. Hieronder wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen, anderzijds milieugevoelige functies als (bedrijfs)woningen, zorginstellingen, onderwijsinstellingen, kinderopvang e.d. Daarnaast is de milieuwetgeving van toepassing.
In de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009), die voor het eerst in 1986 verscheen en daarna een aantal malen is geactualiseerd, is een omvangrijke lijst van bedrijven opgenomen, waarin per bedrijf voor een aantal aspecten de mate van ruimtelijk relevante hinderlijkheid is weergegeven. Per bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar minimale afstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Deze richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
31
nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In een gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandstap worden verlaagd zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. In dit geval is sprake van functiemening in het gebied. Op het bedrijventerrein komen vele verschillende soorten bedrijven terug en daarnaast zijn in de omgeving ook verschillende particuliere woningen aanwezig. Dit maakt dat de omgeving niet vergelijkbaar is met een rustige woonwijk. Als gevolg van de ligging in gemengd gebied kan de richtafstand met 1 stap teruggebracht worden. Relevantie voor het plangebied De huisvesting is vergelijkbaar met een pension. Pensions vallen in milieucategorie 1 waarbij de volgende richtafstanden in acht genomen moeten worden.
geur 10 m; fijn stof 10 m; geluid 10 m.
Binnen een straal van 10 m van de locatie waar de huisvesting geplaatst worden liggen geen woningen of bedrijfsvoering welke door de ontwikkeling wordt belemmerd. Gezien de ligging in een gemengd gebied kan de richtafstand teruggebracht worden naar 0 meter. Er wordt voldaan aan de eisen uit de VNG-brochure. Verder geldt dat de ontwikkeling van de huisvesting omliggende bedrijven niet mag belemmeren. In de omgeving komen vele bedrijven voor, wat logisch is gezien de ligging op een bedrijventerrein. Op het bedrijventerrein mogen zich bedrijven vestigen tot en met milieucategorie 4.2. Aan de richtafstanden voor de milieucategorie wordt niet voldaan. Omdat er sprake is van een logiesfunctie hoeft niet getoetst te worden aan de specifieke richtafstanden. Desondanks moet voor de huisvesting sprake zijn van een acceptabel woonen leefklimaat. Uit de specifieke beoordeling moet blijken of er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. In de navolgende paragrafen wordt op deze aspecten ingegaan en bekeken of de ontwikkeling passend is. Dit komt overeen met stap 3 uit het stappenplan zoals opgenomen in bedrijven en milieuzonering. Daaruit blijkt dat aan deze stap voldaan wordt.
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
32
4.7
GEURHINDER & LUCHTKWALITEIT
4.7.1
Geur De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de geursituatie en de luchtkwaliteit. Er vinden immers geen activiteiten plaats waarbij emissies vrijkomen. In de omgeving van het plangebied zijn verschillende veehouderijen gelegen. Om te bepalen of er sprake is van een overbelaste sitiautie is een gekeken naar de achtergrondbelasting geur. Hiervoor is de kaart “Achtergrondbelasting geur juni 2023” van de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant gebruikt. Volgens deze kaart bedraagt de indicatieve achtergrondbelasting op de porjectlocatie tussen de 3,0 en 7,0 OUE/m3. Figuur 13
Uitsnede kaart ‘Achtergrondbela sting geur juni 2023” van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant f f
Tabel 1 Percentage geurgehinderden en Milieukwaliteit
k k
De achtergrondgeurbelasting is hiermee aan te merken als goed. Het woonen leefklimaat is hiermee meer dan acceptabel voor de huisvesting van het personeel. Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
33
Binnen de afstand van 50 meter zijn geen veehouderijen gelegen, de dichtstbijzijnde veehouderij is gelegen op 600 meter, aan de Boterweg 26 te Erp. Andere bedrijven zijn gelegen op een nog grotere afstand. Tussen deze bedrijven en de te realiseren huisvesting zijn vele andere gevoelige objecten gelegen welke eveneens in de bebouwde kom zijn gelegen. Hiermee is de huisvesting van het tijdelijke personeel voor geen enkel van de omliggende bedrijven het eerst belemmerende geur gevoelige object. Bij verdere ontwikkeling worden deze bedrijven niet belemmerd door de ontwikkeling in het projectgebied. Zie ook de navolgede figuur met daarop aangeduid de omliggende veehouderijen. Figuur 14
Uitsnede kaart Veehouderijen in Noord-Brabant, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant f f
k k Op het bedrijventerrein zijn geen bedrijven gevestigd met een emissie van industriele geur. Dit aspect hoeft niet nader onderzocht te worden. Geur is geen belemmering voor de ontwikkeling van de huisvesting en de omliggende bedrijven worden niet belemmerd. 4.7.2
Luchtkwaliteit Voor het aspect fijnstof is gekeken naar de Grootschalige Concentratie- en Depostiekaarten van Nederland, zoals opgesteld door de RIVM. Op deze kaart is voor de locatie van het gebouw een achtergrondconcentratie van 17,71 μg/m3 fijn stof (PM10) opgenomen (2022). Dit is ver onder de norm van 40,0 μg/m3 uit de Wet Milieubeheer. Voor zeer fijn stof (PM2,5) is voor de locatie van het gebouw sprake van een achtergrondconcentratie van 9,8 μg/m3. Dit is ver onder de norm van 20,0 μg/m3. Op deze kaart is voor stikstof (NO2) een waarde opgenomen van 11,11 μg/m3. Dit is eveneens ver onder de grenswaarde van 40,0 μg/m3.
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
34
Met de ontwikkeling neemt het aantal verkeersbewegingen van en op de locatie toe. Zie hiervoor de onderbouwing van de verkeersbewegingen zoals opgenomen in paragraaf 4.10. In de toekomstige situatie worden 192 verkeersbewegingen per dag verwacht, en daarnaast 8 bewegingen met middelzwaar verkeer. De ontwikkeling is aan te merken als Niet In Betekenende Mate. Dit blijkt ook uit de ingevulde NIMB-tool, versie 22-042022. Figuur 15 NIBM-tool
Concluderend kan gesteld worden dat er voor de toekomstige gebruikers van het plan sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Dit maakt ook dat er voor de bedrijven in de omgeving ruimte is om verder uit te breiden zonder dat de huisvesting hiervoor een belemmering vormt en de vergroting van het bestemmingsvlak en bouwvlak passend is.
4.8
EXTERNE VEILIGHEID Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door:
Ruimtelijke onderbouwing, De Beeke 2, Erp
35
het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, waterwegen en spoorwegen); het gebruik van luchthavens. 4.9.1
Risico normering Het externe veiligheidsbeleid van de rijksoverheid richt zich op het beperken van de risico’s voor de burger door activiteiten. Hiertoe zijn risico’s gekwantificeerd, namelijk door middel van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen, zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Een plaatsgebonden risico van 10-6 betekent dat omwonenden van bijvoorbeeld een lpg-tankstation op die plaats een kans van één op een miljoen hebben om als gevolg van een ramp te overlijden. Het Groepsrisico (GR) is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Groepsrisico wordt niet uitgedrukt in een risicocontour maar in een FN-curve, waarbij het aantal slachtoffers wordt afgezet tegen de cumulatieve kans die ze als groep hebben om te overlijden. Het groepsrisico moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting.
Risicobronnen kunnen worden opgesplitst in: inrichtingen waar risicovolle activiteiten plaatsvinden; transportroutes van gevaarlijke stoffen; buisleidingen; luchthavens. In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen