CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijk-functioneel programma van eisen MFA de groene Long.docx

Raadsvergadering 24 juni 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Technische vragen Instemming ruimtelijk/functioneel programma van eisen MFA de Groene Long3.599 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen raadsvergadering 24 juni 2021 Instemming ruimtelijk/functioneel programma van eisen MFA de Groene long Fractie

Vragen

Antwoorden

HIER

1. Verwijzend naar de technische vragen van HIER dd 20 maart 2020. De kritische inbreng van de seniorenraad dd 5 maart 2020 en van Welzijn de Meierij dd 3 februari 2020 is niet bij de raad bekend. Wilt u deze toevoegen aan de raadsstukken, dan wel mailen naar de raadsleden? Wilt u ook de schriftelijke reacties op deze stukken toevoegen?

De technische vragen van 20 maart 2020 (20-015) waar u naar verwijst hebben hoofdzakelijk betrekking op het destijds door Stichting Zet opgestelde rapport ‘Plan van Wensen’. De toen op het conceptrapport gemaakte opmerkingen, zoals ook in de beantwoording aangegeven, zijn in de werkgroep MFA de Groene Long op 4 februari 2020 besproken en hadden betrekking op een gezamenlijke visie. Het ruimtelijk/functioneel programma van eisen zoals het thans voorligt wordt door iedere betrokken partij volledig gedragen, ook door de seniorenraad en door Welzijn de Meierij. De reacties van destijds zijn daarmee volledig achterhaald. Overigens bent u met de raadsinformatiebrief van 14 juli 2020 (nr. 119) geïnformeerd over zowel de definitieve rapportage van Stichting Zet als over de gezamenlijke visie van de stakeholders. Beide documenten zijn tegelijkertijd met de raadsinformatiebrief met u gedeeld.

2. Verwijzend naar de Artikel 33 vraag van TEAM dd 26 februari 2019. Bekend is dat de toenmalige bestuurder van Woonmeij bereid was woningbouw aan (op) het MFA toe te voegen wat – gezien het bouwen op eigen grond – de woningcoöperatie ruimte gaf om substantieel bij te dragen aan de realisatie van een hedendaagse wijkfunctie. Is deze optie serieus onderzocht en bijvoorbeeld financieel doorgerekend? 3. Is de aanname dat hiermee de begroting niet of minder zou worden overschreden dan nu, met meer ruimte voor de wijkfunctie een reële aanname? Hoeveel tijd vraagt het om dit als nog te onderzoeken? 4. Tevens werd bij die artikel 33-vraag -ondanks het feit dat de wachtlijst voor huurwoningen toen al 8 jaar bedroeg – aangegeven dat er begin 2019 voldoende plannen voor huurwoningen waren en dat er geen andere volkshuisvestingsplannen voorbereid moesten worden. Was dit een correct antwoord? Hoe lang is de wachtlijst voor huurwoningen nu?

2. Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik kortheidshalve ook naar het antwoord dat destijds op de artikel 33 vraag (d.d. 26 februari 2019, 3319-006) is gegeven: Bouwen van woningen / appartementen op een tweede laag heeft 2 negatieve effecten op het karakter en de (beleving van) de beoogde groene ruimte. Het gebouw wordt dan immers over het geheel veel hoger dan de omliggende woonbebouwing en daarmee massaler. Dat is stedenbouwkundig ongewenst . Het tweede negatieve effect betreft het feit dat elke woning ook om extra parkeerruimte vraagt, hetgeen verder afbreuk doet aan het groene karakter van het gebied. Met name het eerstgenoemde negatieve effect wordt versterkt door de aanvullende vierkante meters die, ten opzichte van de basisvariant, in het ruimtelijk/functioneel programma van eisen zijn opgenomen. Daarnaast is het zo, dat het te realiseren gebouw ter plaatse van de scholen al twee bouwlagen zal krijgen en vanzelfsprekend ook de sportvoorziening over de benodigde hoogte zal beschikken. Ook zal voor wat betreft de hoogte van het gebouw rekening moeten worden gehouden met de mogelijk op het dak te plaatsen (technische) installaties. Al met al zijn er voldoende argumenten om aan dit project geen woningbouw toe te voegen.

3 De aanname is inderdaad dat met de door de raad beschikbaar te stellen middelen, ter hoogte van €

10.651.000,- het volledige in het ruimtelijk/functioneel programma van eisen opgenomen programma (4.008 m²) kan worden gerealiseerd. Dat is ook onderbouwd met de bij de stukken gevoegde investeringsraming. 4 In het antwoord op de betreffende artikel 33 vraag is aangegeven dat (overeenkomstig de woonvisie) specifiek voor de kern Sint-Oedenrode geldt dat de komende tien jaar een toename gewenst is van het aantal sociale huurwoningen en wel met 126 woningen. Daarbij werd aangegeven dat daar inmiddels 46 van gerealiseerd waren en er nog 84 opgenomen zijn in plannen die in verschillende stadia van voorbereiding zijn. Kortom, dat antwoord was correct. In zijn algemeenheid (gemeente breed) geldt op dit moment voor woningen die worden toegewezen op basis van het aanbodmodel: - De gemiddelde tijd van inschrijving als woningzoekende tot het ondertekenen van een huurcontract bedrag ca. 8 jaar. - De gemiddelde actieve zoektijd van een woningzoekende tot ondertekening van een huurcontract bedraagt ca. 19 maanden. Ter informatie: Op de locatie van het voormalige Fioretticollege worden op korte termijn 25 woningen in de sociale sector gebouwd. Verder zijn de plannen ’t Aar gereed en worden ook op andere locaties in SintOedenrode nog plannen ontwikkeld.

5. De plannen om twee scholen onder een dak te realiseren zijn in de oude gemeente Sint Oedenrode ontstaan, meer dan 5 jaar geleden. De scholen werken nu nog niet of nauwelijks samen. Is er al een plan van aanpak om die twee scholen ook werkelijk te gaan laten samen werken ? Welke zijn de hoofddoelen die daarin nagestreefd worden? Als er geen plan van aanpak is, waarom niet?

6. Zo’n 70 m2 voor een wijkfunctie op de eerste verdieping voor een wijk met een kleine 5000 inwoners , met verder geen voorzieningen voor ontmoeting, opvang enz is niet veel in vergelijking met andere wijk/dorpslocaties in Meierijstad. - Hoeveel m2 wordt het nieuwe wijkcentrum in Schijndel Noord? - Hoeveel stond er in de plannen Omnipark Erp? - Hoeveel m2 heeft een kerkdorp als Zijtaart? - Waar in Meierijstad is er een wijklocatie van ongeveer 70 m2

In het proces om te komen tot het ruimtelijk/functioneel programma van eisen is zeer veelvuldig en intensief met beide scholen gesproken over samenwerking en het gezamenlijk gebruik van ruimten. Dit proces is ook in het programma van eisen beschreven. Beide scholen kiezen daar waar mogelijk voor gezamenlijk gebruik van ruimten, maar hebben daarbij ook aangegeven het belangrijk te vinden om hun eigen identiteit te kunnen behouden. Samengevat komt het erop neer dat met name de in een school gebruikelijke centrale ruimten, alsook het speelterrein gezamenlijk wordt gebruikt. Belangrijk is om daarin ook mee te nemen, dat bij het opstellen van het ruimtelijk/functioneel programma van eisen als uitgangspunt is genomen, om een zo compact als mogelijk gebouw te realiseren. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat het gelukt is om één speellokaal (ter grootte van 90 m² bvo) niet expliciet in het programma op te nemen, maar te integreren in het tweede gymzaaldeel. De vraag achter uw vraag is of binnen MFA de Groene Long wel voldoende ruimte beschikbaar is voor de wijkfunctie. Zoals in het ruimtelijk/functioneel programma van eisen is beschreven, is het programma in nauwe samenspraak met al de betrokken partijen tot stand gekomen. Er is daarbij vooral ook gekeken naar een zo efficiënt en optimaal gebruik van beschikbare ruimten.

Overdag kan voor wijkactiviteiten gebruik worden gemaakt van de benoemde 70 m² (functioneel netto oppervlak) en van beschikbare ruimten in de

Het gebruik van de MFA voor welzijns- en buurtactiviteiten lijkt gebaseerd te zijn op wat er nu nodig is en anticipeert niet op toekomstige ontwikkelingen (vergrijzing, sociale activiteiten, zorg in de buurt) terwijl in de visie wordt gesteld: De te bouwen MFWA de centrale verbindende voorziening in de wijk wordt en in die hoedanigheid sterk bijdraagt in het faciliteren van activiteiten waardoor mensen zolang mogelijk in hun eigen omgeving kunnen verblijven en maximale ontwikkel-kansen en sociale activiteiten biedt voor iedere buurtbewoner. 7. Vraag is of dit technisch mogelijk is; scholen geven aan dat zij zeer beperkt gebruik maken elkaars ruimtes (gezamenlijk speellokaal en gezamenlijke entree) en die voor eigen gebruik nodig hebben. Kunnen en zijn de ruimtes van de scholen dan wel bruikbaar en beschikbaar voor bijvoorbeeld buurtactiviteiten, voor mensen met een lichamelijke beperking of de opvang van speciale doelgroepen? Uit rapport Sygma: “ Er zijn twee scenario’s opgesteld (naast de ‘huidige situatie’), 1: Twee basisscholen met kinderopvang en wijkfunctie binnen het budget van IHP, met eventuele toevoeging microsporthal (meer dan gymlokaal): 2: Scholen hebben ieder hun eigen ruimtes en er is sprake van gezamenlijk gebruik van een deel van de ruimtes. Dit geldt ook voor kinderopvang.

sportvoorziening. Na schooltijd kan desgewenst ook gebruik worden gemaakt van ruimten in de school. Beide scholen hebben hiertoe reeds de bereidheid uitgesproken. Het is dus zeker niet zo, dat de wijkfunctie zich beperkt tot de aangehaalde 70 m². Voor de beschrijving van de wijkfunctie verwijs ik op deze plaats nog specifiek naar paragraaf 3.3 op pagina 15 van het ruimtelijk/functioneel programma van eisen. Dat de scholen beperkt gebruik maken (en kunnen maken) van elkaars ruimten wordt vanzelfsprekend mede veroorzaakt door het feit dat de ruimten op dezelfde tijden in gebruik zijn. Na schooltijd zijn ruimten in de scholen over het algemeen (uiteraard in overleg) wel beschikbaar voor wijkactiviteiten. Uiteraard is het daarbij ook zo, dat niet alle ruimten in de school daarvoor geschikt zijn. Vanzelfsprekend wordt bij het verdere ontwerp van het gebouw ook rekening gehouden met toegankelijkheidsvereisten. Later in het proces zal ook de Stichting Toegankelijk Meierijstad worden gevraagd om het ontwerp op dit onderdeel van advies te voorzien.

Beide in het ruimtelijk/functioneel programma van eisen opgenomen scenario’s zijn afkomstig uit de eerder aangehaalde rapportage van Stichting Zet.

Huisvesting van de wijkfuncties geschiedt in combinatie met andere functies (geen extra meters); 3: Er wordt een microsporthal (twee zaaldelen en een dojo) toegevoegd. kantinefunctie kan gecombineerd worden met de ontmoetingsfunctie; 2: Conform scenario 1, maar met aanvullend budget en aanvullende oppervlakte: ”In overleg worden ruimtes gedeeld met wijkpartijen, die aanvullend eigen vierkante meters hebben.” Er wordt gesproken over een eventuele spreekuur-/spreek-kamerfunctie en naast eigen wijkruimtes ook potentiële andere partners. 8. College kiest voor scenario 1. Waarom niet voor 2?

9. De ruimte van de wijk ruimte wordt ook gebruikt als sportkantine. In hoeverre wordt er op dezelfde momenten gebruik gemaakt van deze qua m2 beperkte ruimte (70 m2 benutbaar oppervlak)?

Scenario 2 betekent dat er meer specifieke ruimten voor de wijk (met daarmee samenhangend een grotere oppervlakte voor uitsluitend wijkactiviteiten), maar betekent ook dat er aanvullende middelen nodig zijn. Het college heeft niet expliciet gekozen voor scenario 1 of 2, maar bij het opstellen van het ruimtelijk/functioneel programma van eisen is vooral gekeken naar een zo optimaal mogelijk gebruik van de verschillende ruimten in het gebouw voor de huidige, maar ook de nog te ontplooien activiteiten, om zodoende een zo compact mogelijk gebouw te kunnen realiseren. Zo is er bij het opstellen van het programma van de sportvoorziening bijvoorbeeld rekening mee gehouden, dat ruimten ook kunnen worden gebruikt als spreekkamer (zoals aangegeven in de rapportage van Stichting Zet). De scheidsrechters- of de EHBO ruimten kunnen daar bijvoorbeeld voor worden ingezet. Deze situatie zal zich vooral in de avond voordoen, als ook de sportverenigingen van de gymzalen gebruik maken. In die gevallen bestaat de mogelijkheid dat

10. Mag er in de sportkantine/buurthuis alcohol geschonken worden? Hoe ziet de exploitatie eruit? Moet voor gebruik van de gezamenlijke ruimte huur betaald worden?

11. Kans is om de ruimte gratis ter beschikking te stellen voor buurtactiviteiten onder voorwaarde dat het beheer gedaan wordt door vrijwilligers? 12. Uit de stukken lees ik dat hierover inmiddels overleg wordt gevoerd met buurtorganisatie. Wat is de laatste stand van zaken?

13. Bij aanvang van raadsvoorstel wordt aangegeven dat de MFA vanuit de portefeuille sport, onderwijs, recreatie en toerisme en leefbaarheid is behandeld. In hoeverre is er vanuit integraliteit jeugd maar ook gezondheid, WMO naar dit onderwerp gekeken?

wijkactiviteiten worden gehouden in één of meerdere ruimten in de scholen. Of in de sportkantine/buurthuis alcohol geschonken mag worden is op dit moment nog niet te beantwoorden. Voor wat betreft de exploitatie is de eerste denkrichting dat er een beheersstichting wordt opgericht, die het beheer van de wijkfunctie op zich neemt. Deze stichting maakt vervolgens afspraken met de sportverenigingen m.b.t. het avond-/weekendgebruik. Voor het gebruik van de wijkfunctie zal inderdaad door de gemeente een vergoeding worden gevraagd. Met de toekomstige gebruikers wordt onderzocht of de op te richten beheersstichting in aanmerking kan komen voor een gemeentelijke accommodatiesubsidie. Ik verwijs u voor het antwoord op deze vraag naar het antwoord op vraag 10. Met de toekomstige gebruikers van de wijkfunctie in de MFA wordt momenteel gesproken over het overnemen van het beheer van de bestaande sportkantine de Kienehoef. Op deze wijze ontstaat er vooruitlopend op de nieuwe locatie voor de gebruikers om ‘proef te draaien’ en om activiteiten te ontwikkelen die in de nieuwe MFA kunnen worden voortgezet. Daarbij zal ook worden gewerkt aan de opzet van een exploitatiebegroting voor de nieuwe locatie. Het zwaartepunt bij MFA de Groene Long ligt inderdaad op het gebied van onderwijs (inclusief kinderdagopvang), sport en leefbaarheid.

Niettemin zijn in het proces om te komen tot het ruimtelijk/functioneel

14. Waaruit moet dat dan blijken en wat zijn de bijdragen maar ook kansen vanuit deze andere portefeuilles voor de wijkbewoners?

15. Er is in de begroting geen post voor de lift opgenomen. Tevens: wie betaalt het onderhoud van de lift 16. Hoewel op basis van eerdere inventarisaties is gebleken dat er in de wijk behoefte is aan een ruimte waar wijkactiviteiten kunnen worden georganiseerd, dient nader in beeld gebracht wat die wijkactiviteiten dan precies zijn en of (en zo ja, onder welke voorwaarden), die daadwerkelijk

programma van eisen tevens de overige onderwerpen betrokken, ook op nadrukkelijk verzoek van de wijkraad KCK Rooi en de Seniorenraad. Juist deze partijen, inclusief Welzijn de Meierij, zijn betrokken geweest om mee te denken over de invulling van wijkactiviteiten voor verschillende doelgroepen in de wijk. Verder is tijdens de wijkbijeenkomst de behoefte gepeild onder de wijkbewoners en hieruit zijn verschillende wijkactiviteiten naar voren gekomen, zoals een eetpunt, inlooppunt voor senioren, enzovoorts. Eerder in het traject is ook overleg geweest met beleidsmedewerkers van Sociaal Domein om de toekomstige ontwikkelingen af te stemmen. In het proces om te komen tot het ruimtelijk/functioneel programma van eisen is nadrukkelijk gesproken over de kansen op breder maatschappelijk gebied, bijvoorbeeld de mogelijkheid voor spreekruimten, het bevorderen van sporten en bewegen voor ouderen, bewegend leren. De betrokkenheid van een welzijnsinstelling, waaronder jongerenwerk, biedt ook kansen om voor jongeren activiteiten te organiseren. Deze onderwerpen zullen in het verdere proces nader onderzocht/uitgewerkt worden. De liftvoorziening valt binnen post 200 Bouwkosten. Wie de kosten voor het onderhoud van de lift betaalt is op dit moment nog niet definitief aan te geven. Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar het antwoord op vragen 10 en 12.

Aanvullend daarop, is uw constatering terecht dat er op dit moment geen middelen in de gemeentelijke begroting zijn

in de MFA worden georganiseerd. De vraag die in het vervolgtraject nader onderzocht dient te worden is op welke wijze de wijkfunctie (financieel) wordt beheerd en geëxploiteerd. Op dit moment is er nog geen wijkvoorziening/wijkfunctie actief. Dit betekent dat er mogelijk ook een nieuwe subsidierelatie met de gemeente gaat ontstaan, waarvoor op dit moment geen budgetten in de (meerjarige) gemeentebegroting zijn opgenomen. Welke acties zijn reeds ondernomen? 17. Er is op voorhand uitgegaan dat de Raad akkoord zal gaan met vaststelling van het nieuwe IHP. Wat zijn de risico’s als de Raad Nee zegt tegen de vaststelling van het IHP? Waarom is er gekozen voor deze weg?

18. Waarom is het gezamenlijk gebruik van ruimten door scholen beperkt? Terwijl er sprake is van leegstand bij sommige scholen in Meierijstad? Lokaal Meierijstad

1. Graag een specificatie van het voorbereidingskrediet.

opgenomen voor de eerder genoemde accommodatiesubsidie.

Indien de raad niet akkoord gaat met de vaststelling van het IHP, dan heeft dit mogelijk ook consequenties voor het voorliggende ruimtelijk/functioneel programma van eisen. Indien de raad niet instemt met de voorgestelde ‘kleine scholen toeslag’, dan heeft dit tot gevolg dat er 50 m² bvo van de MFA niet gerealiseerd kan worden. Voor wat betreft het antwoord op de vraag waarom het gezamenlijk gebruik van ruimten door scholen beperkt is, verwijs ik naar het antwoord op vraag 5. Het voorbereidingskrediet is opgebouwd uit de volgende elementen: BS Kienehoef € 273.079,61 OBS De Springplank € 173.032,42 Gymzaal € 108.657,80 Extra zaaldeel € 100.457,21 Kinderopvang € 49.203,53 DOJO € 51.253,68 Wijkfunctie € 20.501,47 Totaal voorbereidingskrediet € 776.185,73 Uren projectleiding € 72.000,Totaal voorbereidingskrediet € 848.185,73.

VVD

1. Klopt het dat alle sportverenigingen die nu in de Kienehoef sporten, daar kunnen blijven sporten en niet (gedwongen) naar de Streepen gaan?

2. Wij kennen de ‘Kleine Scholen Toeslag’ als een financiële compensatie. Is dit (bvo) een andere vorm van Kleine scholen toeslag?

3. Wat is ‘langdurig’ verhuur met betrekking tot de kinderopvang? En hoe werkt een garantie uit het Waarborgfonds bij leegstand?

Voor het bepalen van het voorbereidingskrediet zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Nieuwbouwkostenconfigurator 2020; Realisatie in 2023; Oppervlakte gebouw 3.786 m² bvo. Er worden - op basis van de in het ruimtelijk/functioneel programma van eisen opgenomen afmetingen van de zaaldelen - inderdaad geen verenigingen gedwongen om naar de Streepen te gaan. Alle verenigingen die gebruik maken van de huidige sportvoorziening kunnen ook van de nieuwe sportvoorziening gebruik blijven maken. Uiteraard zal te zijner, zoals dat overleg ieder jaar plaatsvindt, met de sportverenigingen een nieuw rooster voor het gebruik van de sportvoorziening worden opgesteld. De kleine scholen toeslag die hier (en in het door de raad in september te behandelen IHP) wordt bedoeld betreft een aanvullende oppervlakte van 50 m² bvo voor scholen met minder dan 145 leerlingen. Het betreft dus een toeslag in oppervlakte, bedoeld om inclusief onderwijs ook in kleinere scholen ruimtelijk vorm te kunnen geven, welke zich uiteraard weer vertaalt in aanvullend benodigde middelen. Hoewel de duur van een huurovereenkomst vaak maatwerk en het resultaat van overleg is, omvat de optimale huurtermijn voor de gemeente een termijn van 20 jaar.

In het kader van het nieuwe IHP is ten aanzien het investeren in kinderopvang door ICS een notitie opgesteld. Daarin wordt geadviseerd een model te hanteren waarin de gemeente de investering voorfinanciert en de investering terugkrijgt als compensatie voor de gemaakte kosten. Dit geldt voor situaties van nieuwbouw of renovatie. Het risico voor de gemeente kan worden voorkomen door in de kostprijsdekkende huur een leegstandsrisico op te nemen waardoor een soort reserve opgebouwd wordt. Daarnaast kan het Waarborgfonds Kinderopvang ondersteuning bieden om het risico verder te beperken, te weten: - Risicotoetsing investering in kinderopvang voorafgaand aan besluit tot bouw kindcentra; - Risicomonitoring investering in kinderopvang gedurende de looptijd van het project; - Een leegstandsgarantie gekoppeld aan de huurovereenkomst voor een maximale looptijd van 25 jaar. Als een Waarborgfonds een leegstandsgarantie afgeeft wordt vooraf en gedurende de looptijd van het project haar risico beoordeeld en gemonitord. Voor de leegstandsgarantie geldt verder: - Maximale hoogte is de som van de huur gedurende de looptijd van de huurovereenkomst; - Inperking per maand op basis van de huurbetaling; - Maximale looptijd bedraagt 25 jaar;

-

-

4. Het dak wordt bekleed met sedum m.u.v. de collectoren. Worden de maximale mogelijkheden van het dak benut voor energieopwekking?

5. De accountant heeft geconcludeerd dat we de komende jaren nauwelijks structurele exploitatieruimte hebben. Wat is de impact van dit voorstel met de plus variant op de exploitatieruimte?

Het betreft alleen de extra ruimten voor kinderopvang. Ruimten in medegebruik vallen hier niet onder; Voor verstrekking vindt een beoordeling van het project en huursom plaats; Voor verstrekking vindt een beoordeling van de financiële positie van de huurder plaats; Er vindt jaarlijks een beoordeling van de financiële ontwikkeling van de huurder plaats; Er is sprake van een afsluitprovisie en risicoprovisie die per project verdisconteerd wordt in de huurprijs.

Wellicht ten overvloede merk ik op deze plaats op dat nog niet is gekozen voor een garantie van het Waarborgfonds. Dit is momenteel nog enkel als optie benoemd. Het dak van het gebouw zal primair worden ingezet om zonnepanelen op te stellen, die nodig zijn voor de energievoorziening van het gebouw zelf. Op het moment dat er ruimte op het dak overblijft voor extra zonnepanelen, dan kan worden onderzocht of deze ruimte hiervoor (voor andere gebruikers) kan worden ingezet. Ook combinaties van sedum en zonnepanelen zijn overigens mogelijk. Indien de op te richten beheersstichting gebruik kan maken van een accommodatiesubsidie dan zal deze subsidie in ieder geval in de gemeentelijke begroting opgenomen moeten worden. Het betreft dan 92,5% van de bij de beheersstichting in rekening te brengen

Hart

1. Wat is de reden dat de ruimte van de Kinderopvang wordt verhuurd aan het schoolbestuur en niet aan de Kinderopvang?

2. Komt er een onderzoek naar de gevolgen van voor de verkeersafwikkeling? Zo ja, wanneer kunnen we de uitkomst van dat onderzoek tegemoet zien? Lijst Blanco

1. In Bijlage 1 op Bladzijde 6 staat dat er 2.809347.- aangemerkt is als (theoretische) keuze. Verder word over deze (theoretische) keuze niet gesproken. Wat houd deze (theoretische) keuze in? En wat valt er dus echt te kiezen?

huurpenningen. Dit zal een kostprijs dekkende huur zijn. Op die manier heeft het schoolbestuur zelf de mogelijkheid om een opvangorganisatie te selecteren die het beste past bij het type onderwijs. Het zijn ook de school en de kinderopvangorganisatie die de inhoudelijke samenwerking aangaan, gericht op een doorgaande ontwikkellijn voor de kinderen. Het aspect verkeer (en parkeren) zal onderwerp van onderzoek zijn in het kader van het op te stellen ontwerpbestemmingsplan en het ontwerp van de (omgeving van de) MFA. Bedoeld wordt aan te geven, dat de onder de (theoretische) keuze opgenomen bouwdelen niet tot de wettelijke taak behoren (en dus heeft de gemeente de mogelijkheid om te besluiten deze wel/niet te realiseren). Het niet realiseren van (al) deze bouwdelen leidt echter tot maatschappelijke bezwaren, zodat – mocht die situatie zich voordoen – daar een gedegen afweging aan vooraf dient te gaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=8d8f0f84-c3cc-46e3-8de2-50d7b360cc7a