RIB uitkomsten meicirculaire 2023 en voorstel uitgangspunten behandeling kaderbrief 2024.docx
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Datum
12 juni 2023
Zaaknummer Portefeuille
Economie, financiën, dienstverlening J.H.M. Goijaarts
Onderwerp
Raadsinformatiebrief inzake uitkomsten meicirculaire 2023 en voorstel uitgangspunten behandeling kaderbrief 2024.
Behandeling in commissie Niet van toepassing Kennisnemen van: Uitkomsten van de meicirculaire 2023 en voorstel uitgangspunten behandeling kaderbrief 2024 Aanleiding In de kaderbrief 2024 zijn enkele financiële scenario’s geschetst, die op het moment van opstellen van de kaderbrief vooralsnog onzeker waren, omdat de uitkomsten van de meicirculaire 2023 toen niet bekend waren. In de kaderbrief 2024 is vermeld dat we voor commissievergadering van 22 juni de uitkomsten van de meicirculaire 2023 zouden aangeven. De meicirculaire is doorgerekend en de effecten voor onze gemeente zijn bekend. In de kaderbrief 2024 is tevens aangegeven dat we uitgangspunten zouden formuleren welke u zou kunnen gebruiken in het debat over de kaderbrief op 6 juli 2023. Kernboodschap Om het debat over de kaderbrief 2023 goed te kunnen voeren is het nodig om de uitkomsten van de meicirculaire hierin te betrekken. Voor het meegeven van kaders aan het college willen we u een aantal uitgangspunten meegeven, die u zou kunnen gebruiken in het debat. Het gaat dan vooral over de financiële kaders voor het omgaan met de tekorten voor de jaren 2026 en 2027. Het geraamd resultaat: Geraamd resultaat (startsituatie) Raadsbesluiten mei 2023 Geraamd resultaat vóór meicirculaire 2023
9.044 9.044
11.075 -130 10.945
1.482 -129 1.353
-2.284 -128 -2.412
0
3.500 0
n.n.v. -560 -560 793
n.n.v. -773 2.727 315
Meicirculaire voor wat betreft scenario's genoemd in kaderbrief Nieuwe financieringssytematiek Opschalingskorting Stelpost jeugdzorg Extra besparing jeugdzorg Overige mutaties in meicirculaire 2023, per saldo Totaal budgettair effect meicirculaire 2023 Geraamd resultaat inclusief meicirculaire 2023
270 288 558 9.602
630 n.n.v. -90 540 11.485
2024 9.602 -6.452 3.150
(Bedragen x € 1.000)
Geraamd resultaat na meicirculaire Mutaties kaderbrief Geraamd resultaat (startsituatie)
2025 11.485 -8.218 3.267
2026 793 -9.989 -9.196
2027 315 -11.431 -11.116
De regel “Mutaties kaderbrief” is het resultaat van de inventarisatie uitvraag extra structurele exploitatielasten > € 250.000 en kapitaallasten van investeringen > € 1 miljoen, zoals die als bijlage 1 in de kaderbrief 2024 is opgenomen. Zoals geschetst ligt de uitdaging bij de jaren 2026 en 2027. Om deze uitdaging het hoofd te bieden heeft de raad een aantal knoppen om aan te draaien. Twee jaar geleden zijn in de voorbereiding voor de begroting 2022 de mogelijkheden onderzocht en met een presentatie aan u voorgelegd. De basis van dit onderzoek is nog steeds bruikbaar. Wij geven u per mogelijke knop de suggestie mee om aandacht te geven in het debat aan enkele stellingen.
A. Een sluitende of niet sluitende meerjarenraming Voor het behouden van repressief toezicht is een sluitende begroting 2024 voor structurele lasten en baten voldoende. Dat betekent dat de raad ervoor kan kiezen om tekorten te accepteren voor de meerjarenraming 2025 t/m 2027 omdat de rijksinkomsten nog steeds een grillig verloop kennen vanaf 2026. In het collegewerkprogramma TiMM is hierover het volgende opgenomen: Het financiële uitgangspunt uit het coalitieakkoord om financieel meerjarig sluitend te zijn laten we daarom los. Financieel sluitend voor structurele lasten en baten voor het komende begrotingsjaar blijft vanzelfsprekend het uitgangspunt. Dat betekent voor het wegingsproces dat we werken met plannen van jaar tot jaar en dat we financieel ingrijpende keuzes maken als de tijd daar rijp voor is. Dit was voor het college ook aanleiding om investeringen in de tijd te faseren hetgeen leidt tot een evenwichtiger meerjarenperspectief. Nu een jaar later is er financieel gezien door keuzes van de rijksoverheid op verschillende dossiers nog niet zoveel gewijzigd, daarom de volgende stelling: Stelling 1 De begroting 2024 moet sluitend zijn voor structurele baten en lasten. Een niet sluitende meerjarenraming 2025-2027 is acceptabel. B. Verlagen van de lasten Voor de knop verlagen van de lasten kunt u denken aan het verlagen van de lasten van bestaand beleid.
Maar ook aan het niet opnemen van lasten van nieuw beleid. De mogelijkheden voor het verlagen van de lasten zijn dan grofweg: - verlagen van alle beïnvloedbare lasten met een bepaald percentage, de zogenaamde kaasschaafmethode.
Zaaknummer
2370437
Pagina 2 van 6
datum 11 mei 2023
-
verlagen van specifieke kosten met daaraan gekoppeld een besluit tot verlagen van het kwaliteitsniveau of het niet (meer) subsidiëren van activiteiten
Als we kijken naar de actuele cijfers van het zogenaamde bestaand beleid is er niet direct aanleiding om hierin te gaan snijden. Het opnemen van lasten van nieuw beleid maakt dat de tekorten oplopen. Als u het college kaders wilt meegeven om deze knop te gebruiken, dan kunnen de volgende stellingen bruikbaar zijn: Stelling 2 Bij het verlagen van de lasten worden alle beleidsvelden evenredig belast. Stelling 3 Nieuwe ontwikkelingen voor 2025 en verder alleen opnemen als dekking is gevonden bij verlagen lasten van bestaand beleid (zogenaamd nieuw voor oud). Stelling 4 Voor het verlagen van specifieke lasten is onderzoek nodig om te komen tot een evenwichtige bestuurlijke keuze. Daarom passen we het verlagen van specifieke lasten nu niet toe bij de meerjarenraming 2025-2027. C. Verhogen van de inkomsten De inkomsten van de gemeente bestaan naast de rijksinkomsten onder andere uit lokale belastingen, waarvan de onroerende zaak belasting (OZB) de belangrijkste is. In onze gemeentebegroting hebben we het uitgangspunt dat we in het eerste jaar van de begroting (nu dus 2024) de inflatiecijfers van het Centraal Planbureau volgen en 2% voor de meerjarenraming (nu dus 2025 t/m 2027).
Een besluit over een extra verhoging van de OZB tarieven wordt genomen aan het einde van het jaar voorafgaand aan een begrotingsjaar dat wil zeggen een extra verhoging voor kalender jaar 2026 neemt u aan het einde van kalenderjaar 2025. De werkelijke inflatiecijfers zijn pas na afloop van het jaar bekend. Als de werkelijke inflatie hoger is dan de verwachte inflatie wordt dit niet verwerkt in de OZB tarieven. De werkelijke inflatie was in 2022 3,1% hoger en de verwachting van het CPB is dat de inflatie van 2023 3,6% (CEP maart 2023) hoger uitkomt. Het OZB-tarief is daarom 3,1% + 3,6% = 6,7% achtergebleven bij de indexering CEP. Stelling 5 Het is acceptabel om een eenmalige inhaalcorrectie van de OZB-tarieven te doen in verband met hogere werkelijke inflatie in 2022 en 2023 dan begrote inflatie die in de tarieven zijn opgenomen. Bij de begroting 2022 is een inflatie index van 2,0% gehanteerd. Volgens het Centraal Economisch Plan (CEP) 2022 was dit in werkelijkheid 5,1%. Bij de begroting 2023 is 2,3% gehanteerd. Volgens het CEP 2023 was dit in werkelijkheid 5,9%. Het OZB-tarief is daarom 3,1% + 3,6% = 6,7% achtergebleven bij de indexering CEP, die we normaliter als uitgangspunt voor de lokale lastenstijging hanteren. Gekozen kan worden om dit verschil alsnog in te lopen. Hiermee wordt een extra inkomst gegenereerd van € 1,4 miljoen.
Zaaknummer
2370437
Pagina 3 van 6
datum 11 mei 2023
Sinds de start van Meierijstad in 2017 zijn de OZB tarieven vooral trendmatig verhoogd. Dit is dan ook te zien in de relatief lage tarieven ten opzichte van omliggende gemeenten. Alleen de nieuwe gemeente Maashorst heeft lagere tarieven (atlas COELO 2023). Door de onzekerheid van rijksinkomsten vanaf 2026 is het nauwelijks mogelijk om het meerjarig investeringsplan van TiMM op te nemen in de meerjarenraming 2025-2027. Dit brengt ons bij de volgende stelling. Stelling 6 Het is acceptabel om een voornemen tot een extra verhoging van de OZB ten opzichte van het geformuleerde uitgangspunt voor indexering op te nemen in de meerjarenraming onder andere ter dekking van de nieuwe investeringen uit TiMM. Geformuleerde uitgangspunt is: Voor de indexering hanteren we de verwachtingen van het Centraal Plan Bureau (CPB) Bron: Centraal Economisch Plan 2023, prijs netto materiele overheidsconsumptie (IMOC). D. Minder voorzichtig ramen / eigen inschattingen maken De afgelopen jaren waren de jaarrekeningresultaten positief en hierdoor groeide de algemene reserve. De algemene reserve is vervolgens niet meer in te zetten voor structurele lasten vanwege financiële wetgeving. Dit leverde de afgelopen jaren vaker een bestuurlijke discussie op.
Voor het samenstellen van de begroting geldt de wettelijke eis dat de budgetten gebaseerd zijn op reële ramingen dat wil zeggen volledig, realistisch en haalbaar. Binnen deze wettelijke eis kan het mogelijk minder voorzichtig te ramen of eigen inschattingen te maken, zoals bijvoorbeeld niet meer ramen vanuit een maximum. Stelling 7 Het is acceptabel om minder voorzichtig ramen / eigen inschatting maken daar waar mogelijk toe te passen in de meerjarenraming . Dit geldt voor de begrotingsprogramma’s waar overschotten waren bij de jaarstukken 2022.
Zaaknummer
2370437
Pagina 4 van 6
datum 11 mei 2023
Communicatie Niet van toepassing. Participatie Niet van toepassing. Duurzaamheid Niet van toepassing. Financiën Onderstaand zijn de ontwikkelingen welke in de kaderbrief waren opgenomen en in de meicirculaire zijn uitgewerkt, toegelicht. Zoals gebruikelijk zullen op een later moment in een afzonderlijke raadsinformatiebrief alle financiële effecten voor 2023-2027 in detail worden opgenomen. •
Structurele rijksbijdrage van € 1 miljard vanaf 2027, vooruitlopend op de nieuwe financieringssystematiek (Meierijstad € 3,5 miljoen) Vooruitlopend op een nieuwe financieringssytematiek heeft het kabinet in de septembercirculaire 2022 in 2026 eenmalig € 1 miljard beschikbaar gesteld. Dit bedrag is in de meicirculaire 2023 vanaf 2027 structureel opgenomen. Later dit jaar, in de septembercirculaire 2023, wordt van dit bedrag nog een deel in het BTWcompensatiefonds (BCF) gestort. We schatten in dat hierdoor per saldo via de algemene uitkering € 924 miljoen beschikbaar blijft. • Opschalingskorting De oploop van de opschalingskorting is geschrapt voor de duur van de kabinetsperiode en eindigt, zoals voorzien, in een korting van € 975 cumulatief in 2026. Dit betekent dat de stand van de opschalingskorting van € 300 miljoen zoals bereikt in 2019 blijft bevroren tot en met 2025. Ondanks dat er vanaf 2027 extra middelen komen voor gemeenten, blijft voor 2026 een groot tekort over. Een belangrijk onderdeel hiervan in deze opschalingskorting. De Meicirculaire 2023 biedt geen informatie over de opschalingskorting. De vraag blijft of en ook wanneer het Rijk en de VNG overeenstemming bereiken over het schrappen van de opschalingskorting. • Jeugdzorg a.
Hervormingsagenda Het Rijk en de VNG hebben in april dit jaar laten weten dat een financieel principeakkoord bereikt is voor de Hervormingsagenda Jeugd. Eén van de financiële afspraken in het principeakkoord is dat de huidige besparingsreeks van € 374 miljoen voor 2023, € 463 voor 2024, € 563 voor 2025 voor 2023 tot en met 2025 bevroren is op het niveau van € 374 miljoen (Meierijstad 2024 € 270.000, 2025 € 630.000) b. Aanvullende besparing Het Coalitieakkoord van het kabinet is een extra besparing in het jeugddomein opgenomen met een omvang van € 100 miljoen in 2024, oplopend naar € 500 miljoen in 2025 en 2026, en structureel € 511 miljoen vanaf 2027. Het kabinet heeft besloten deze besparing een Rijksverantwoordelijkheid is. Het is aan het Rijk de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen en die aanvullend zijn op de beoogde Hervormingsagenda. Er zijn afspraken gemaakt over de aanvullende besparing van € 100 miljoen voor 2024. Voor 2024 geldt dat de geraamde extra besparing van € 100 miljoen vanwege een vertraging in de totstandkoming van de Hervormingsagenda Jeugd is vervallen. Het vervallen van de extra korting voor 2024 heeft geen budgettair effect. Het verloopt budgettair neutraal, omdat gemeenten
Zaaknummer
2370437
Pagina 5 van 6
datum 11 mei 2023
in de begroting voor Jeugdzorg rekening moeten houden met de voorgenomen besparing en een lagere raming voor de uitgaven. Omdat de besluitvorming over de extra besparing nog niet is afgerond zijn de voorgenomen besparingen vanaf 2025 zijn nog niet vertaald in de meerjarenbegroting 2025-2027 van de gemeente Meierijstad. Ook de besparing op de uitgaven is nog niet verwerkt. Planning 22 juni gezamenlijke commissievergadering Bijlage(n) Ter inzage documenten -
Met vriendelijke groet,
Zaaknummer
2370437
Pagina 6 van 6
datum 11 mei 2023