RIB Ontwikkelingen Jeugdbescherming in Noordoost-Brabant
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Datum
9 april 2024
Zaaknummer Portefeuille
2559271 Werk, jeugd, kunst en cultuur en energie
Onderwerp
Ontwikkelingen Jeugdbescherming in Noordoost-Brabant
M.H.B. Roozendaal
Behandeling in commissie Niet van toepassing Kennisnemen van: Stand van zaken met betrekking tot invoering landelijk tarief Gecertificeerde Instellingen en aantal ontwikkelingen in onze regio met betrekking tot de Gecertificeerde Instellingen. Aanleiding Sinds 2019 signaleren de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid op basis van hun toezicht dat jeugdbeschermers onvoldoende tijd en ruimte hebben om hun wettelijke taak adequaat uit te voeren. Eind 2021 hebben de GI’s bij de minister voor Rechtsbescherming aangegeven dat de werkdruk te hoog oploopt en zij hun wettelijke taken niet meer goed kunnen vervullen. Jeugdbeschermers hebben meer tijd nodig voor hun werk door het ingewikkelde stelsel, maatschappelijke problemen en de wachtlijsten bij de jeugdhulp. In het Toekomstscenario en de Hervormingsagenda Jeugd werken gemeenten, gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering (GI’s) en het Rijk samen aan structurele oplossingen. Met deze brief brengen wij u op de hoogte van de meest recente ontwikkeling in de jeugdbescherming: de implementatie van het landelijke tarief en de regelingen voor vervoer naar school en bijzondere kosten.
Kernboodschap 1. Jeugdbescherming in Brabant De jeugdbescherming staat onder grote druk. Er is een crisissfeer rondom de GI’s: we zien een haperend stelsel, een toenemende complexiteit en juridisering van de gezinsproblematiek, veranderende opvattingen over jeugdbescherming en een oplopende werkdruk. GI’s kampen met een toename van verzuim en verloop en komen moeilijk aan personeel. Ten opzichte van de landelijke trend staan we er in Brabant relatief goed voor. De Brabantse jeugdzorgregio’s hebben de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de samenwerking onderling en met de GI’s. Zo is er nu een provinciale Leading Coalition tussen gemeenten, zorg- en veiligheidspartners. Vanuit de Leading Coalition zijn onder meer initiatieven genomen om de administratieve lasten die
jeugdbeschermers in de praktijk ervaren te verminderen. Daardoor kunnen zij méér tijd en aandacht besteden aan gezinnen en kinderen. Daarnaast hebben de regio’s ook veel geïnvesteerd in de organisatie Jeugdbescherming Brabant (JBB), in samenwerking en in financiën. JBB heeft een interne doorontwikkeling gemaakt, die hoopvolle resultaten laat zien. Het aantal kinderen dat wacht op een vaste jeugdbeschermer is sterk terug gelopen. De samenwerking met de lokale Toegangsteams krijgt steeds beter vorm. JBB zet in op de inzet van ervaringsdeskundigen en participatie van kinderen en jongeren. Hier mogen we met elkaar trots op zijn en tegelijk is er nog veel te doen. Met gepast optimisme kunnen we vooruit kijken.
2. Landelijk Tarief In opdracht van het ministerie van J&V heeft KPMG onderzoek gedaan naar de gemiddelde kostprijsberekening en bekostigingsvormen voor de GI’s. Met de uitkomsten van de onderzoeken zijn Rijk, VNG en GI’s om de tafel gegaan om tot bestuurlijke afspraken en bijbehorende handreiking te komen over een landelijk tarief vanaf 2024. Na een lang traject zijn sinds 18 oktober 2023 de afspraken over een landelijk tarief voor de GI’s vanaf 2024 een feit. Om tot een uitwerking van het landelijk tarief voor de Brabantse gemeenten te komen, is een provinciale projectgroep ingericht. Deze projectgroep heeft een advies opgesteld over de hoogte van de tarieven en bijbehorende afspraken tussen gemeenten en JBB. Voor de landelijk werkende GI’s, Wiliam Schrikker Groep Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (WSG) en het Leger des Heils Jeugdbescherming & -Reclassering (LdH) heeft de VNG een advies opgesteld voor gemeenten. Het landelijk tarief maakt het mogelijk dat: 1. Kinderen, gezinnen en betrokkenen kunnen vertrouwen op de oplettendheid, zorg en aandacht vanuit de jeugdbescherming 2. De werkdruk voor professionals omlaaggaat. 3. Er rust en ruimte ontstaat voor de beweging naar het toekomstscenario Er wordt met het Toekomstscenario gewerkt aan een toekomstbestendig en eenvoudiger stelsel.
Op dit moment krijgen kinderen en gezinnen niet altijd de hulp en ondersteuning die zij nodig hebben. Het rijk wil de jeugdbescherming daarom vereenvoudigen en beter organiseren. Het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming biedt perspectief voor de langere termijn. Binnen de provincie Brabant zijn twee proeftuinen actief. Eén in West Brabant West en één in Hart van Brabant. In regio Noordoost Brabant geldt dat het toekomstscenario de stip op de horizon is, waar we binnen onze brede regionale aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties naar toe werken. Hierover hebben we u geïnformeerd in de RIB van 30 mei 2023 (RIS 2023-RIB107). De proeftuinen laten bemoedigende resultaten zien, maar brengen nog geen verlichting voor GI’s op de korte termijn. Het landelijk tarief is een interventie voor de korte termijn. Landelijke Tarieven verwerkt voor JBB De VNG heeft voor het invoeren van de landelijke tarieven een handreiking uitgebracht. Het landelijk tarief dat wordt gehanteerd in de handreiking is een basistarief. Dit is gebaseerd op een gemiddelde kostprijs van alle GI’s. Het landelijk tarief wordt uitgedrukt als een bedrag per maatregel ondertoezichtstelling, voogdij of jeugdreclassering (p*q). Mede vanwege de incidentele middelen van gemeenten en Rijk in voorgaande jaren heeft JBB voldoende jeugdbeschermers aan kunnen trekken om aan deze norm te kunnen voldoen.
Dit betekent dat JBB met ingang van 2024 het basistarief ontvangt.
Zaaknummer 2512158
Pagina 2 van 6
datum 8 januari 2024
Vanuit de handreiking van de VNG is ook een aantal onderwerpen waarover je regionaal afspraken kunt maken. Een provinciale werkgroep heeft dit gedaan met JBB. Uitkomst van deze onderhandelingen is dat JBB bovenop het basistarief een opslag van 3% ontvangt voor de beschikbaarheidsfunctie en innovatie. Een ‘beschikbaarheidsfunctie’ betekent het beschikbaar hebben van voldoende capaciteit, rekening houdend met fluctuaties in het aantal maatregelen gedurende het jaar. Met een verhoging ten behoeve van de beschikbaarheidsfunctie aanvaarden gemeenten dat er gemiddeld genomen sprake is van een overcapaciteit aan jeugdbeschermers. Hier staat tegenover dat het risico op wachtlijsten kleiner is omdat JBB, bij een verhoging van de instroom, direct personeel beschikbaar heeft. Op het moment dat er geen sprake is van extra instroom, zorgt JBB ervoor dat dit extra personeel zo efficiënt mogelijk wordt ingezet, vooral op het gebied van innovatie. JBB en de jeugdzorgregio’s bepalen uiterlijk op 1 oktober 2025, of en zo ja in hoeverre de opslag voor de beschikbaarheidsfunctie en innovatie gehandhaafd blijft vanaf 2026. Uit de recent uitgevoerde evaluatie van de bijzondere pupilkosten door de Brabantse jeugdzorgregio’s en GI’s blijkt dat men positief is over de uitvoering van de bijzondere pupilkosten in Brabant. We worden hierin landelijk ook als voorbeeldregio gezien.
Daarom wordt de regeling bijzondere pupilkosten gehandhaafd zoals vastgesteld per 1 januari 2024. Tarieven voor landelijk werkende instellingen Wiliam Schrikker Groep Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (WSG) en het Leger des Heils Jeugdbescherming & -Reclassering (LdH) Met de landelijk werkende GI's , WSG en het LdH, zijn overleggen gevoerd onder regie van de VNG. Hieruit is geconcludeerd dat het LdH geen inlooppad nodig heeft om te voldoen aan de nieuwe workloadnorm, zij krijgt vanaf 1 januari 2024 het volledig basistarief. Met WSG is een inlooppad afgesproken voor de duur van 1 jaar. Voor beide GI’s geldt wel dat zij een bufferopslag krijgen van 2%. Deze bufferopslag ontvangen zij totdat zij een buffer van 10% hebben opgebouwd. Voor wat betreft de bijzondere pupilkosten hanteren we de Brabantse regeling, zoals hierboven beschreven. De ontwikkelingen van de landelijk werkende GI’s worden gemonitord door de VNG. Afspraken vastleggen via een addendum op huidige overeenkomsten JB-JR en een aanvullende overeenkomst. Hoewel de VNG, Rijk en GI’s de landelijke tarieven gezamenlijk hebben vastgesteld en vastgelegd in bestuurlijke afspraken en een handreiking, zijn deze afspraken vanuit juridisch oogpunt niet bindend. Daarom is gekozen voor het toevoegen van addenda aan de huidige overeenkomsten JB-JR.
In deze addenda zijn de nieuwe tarieven en de daarbij horende afspraken vastgelegd. Voor zover er sprake is van specifiek Brabantse aanvullende afspraken zijn deze per GI in de separate aanvullende overeenkomsten vastgelegd. 3. Samenwerking met JBB In het verleden hebben wij u op de hoogte gesteld van de zorgelijke situatie betreffende de uitvoering van de jeugdbescherming door de door ons gecontracteerde GI’s, met name waar het gaat om Jeugdbescherming Brabant (JBB).
Zaaknummer 2512158
Pagina 3 van 6
datum 8 januari 2024
Inmiddels is er sprake van positieve ontwikkelingen bij JBB. Het lukt JBB om te werken volgens vastgestelde kaders en normen. De wachtlijst en ziekteverzuim zijn laag en nog dalende en JBB werkt constructief mee in de ontwikkeling van het Toekomstscenario. De intensieve gesprekken die recent met JBB zijn gevoerd over de invoering van het landelijke tarief zijn positief en constructief geweest. Deze positieve ontwikkeling wordt onderstreept door het volgende punt. 4. Inspecties beëindigen intensief toezicht JBB In oktober 2023 hebben de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid het intensieve toezicht op JBB opgeheven. Zij volgen de organisatie vanaf dan weer via het reguliere toezicht. Daarmee hebben de inspecties aangegeven vertrouwen te hebben in de werkwijze van JBB en in verdere verbeteringen in de toekomst. In het najaar van 2019 hebben de beide inspecties JBB onder verscherpt - en later onder intensief toezicht gesteld omdat er zorgen waren over de kwaliteit van het werk. Inmiddels zijn er vele verbeteringen doorgevoerd. Samen met gemeenten, het Rijk en partners in het werkveld is door de medewerkers van JBB daar hard aan gewerkt . Helaas lukt het nog niet om alle kinderen te voorzien van tijdige en passende hulp, maar er zijn grote stappen gezet. Alles is er op gericht om de ingezette stijgende lijn vast te houden. 5.
Regelingen voor vervoer naar school en bijzondere kosten Met het vaststellen van de “Brabantse Verbeteragenda Jeugdbescherming”, medio 2022, hebben de Brabantse regio’s zich voorgenomen om samen met de uitvoerende instellingen in de jeugdbescherming te werken aan verbetering van de hulp aan de meest kwetsbare kinderen en gezinnen. In de Verbeteragenda is daarnaast ook het doel opgenomen om de administratieve lasten voor de werkers van de GI’s te verlichten, omdat de werkers daar veel te veel tijd mee kwijt zijn. In het kader van deze agenda zijn inmiddels onder meer de volgende twee belangrijke verbeteringen ingevoerd. Voor alle Brabantse regio’s is een regeling voor het vergoeden van “bijzondere kosten” van kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel vastgesteld. De GI’s hebben budget gekregen om te voorzien in verschillende kosten die niet standaard in het tarief zijn verwerkt. Het zijn kosten waarvoor kinderen, omdát er sprake is van een kinderbeschermingsmaatregel, niet bij hun ouders terecht kunnen. Denk aan kosten voor school, levensonderhoud, verzekeringen en dergelijke. Daarnaast is er in onze regio Noordoost-Brabant een regeling getroffen waardoor kinderen, wanneer zij in een crisissituatie plotseling uit huis worden geplaatst en op afstand van hun woonplaats terecht komen, toch nog hun vertrouwde school kunnen blijven bezoeken.
Het vervoer naar die school wordt dan vergoed. Op korte termijn zullen ook de overige Brabantse regio’s deze afspraken maken. Met beide regelingen helpen we kwetsbare kinderen én de werkers van de GI’s. 6. Contactpersonen gemeenten Ook in het kader van de voornoemde Verbeteragenda hebben de gemeenten in de regio Noordoost ieder twee contactambtenaren, speciaal voor de Gi’s, benoemd. Deze ambtenaren kunnen door de GI’s direct benaderd worden met vragen en verzoeken betreffende kosten of regelingen voor jeugdigen. Dit verbetert de snelheid en zorgvuldigheid van de behandeling van vragen en aanvragen en vergroot onderlinge samenwerking en begrip. Communicatie
Zaaknummer 2512158
Pagina 4 van 6
datum 8 januari 2024
De nieuwe tarieven zullen met terugwerkende kracht per 1 januari 2024 van toepassing zijn. Wanneer de contracten in alle regio’s rond zijn zullen wij u nader informeren over de voortgang. Participatie Niet van toepassing Duurzaamheid Niet van toepassing
Financiën Verhoging tarieven regio De totale kosten jeugdbescherming en jeugdreclassering voor gemeenten komen. met de invoering van de nieuwe tarieven , bij een gelijkblijvend aantal maatregelen 30 % hoger uit ten opzichte van 2023. Dit is inclusief de 3 % beschikbaarheidsfinanciering voor JBB en de 2 % bufferopslag voor WSS en LDH. Dit is ook inclusief de indexering van 2023 naar 2024. De uiteindelijke kostenstijging is hierbij afhankelijk van het aantal ingezette jeugdbeschermingsmaatregelen per gemeente.
Rijk en gemeenten hebben de afspraak gemaakt dat zij beiden structureel bij zullen dragen aan de extra kosten voortkomende uit de handreiking. Het verschil tussen de huidige tarieven en het nieuwe tarief bedraagt landelijk € 60 miljoen op jaarbasis. Het Rijk draagt hieraan vanaf 2024 structureel € 30 miljoen per jaar bij, gemeenten betalen het overige bedrag. Deze Rijksbijdrage zal via het Gemeentefonds beschikbaar komen. De verwachte verdeling van de Rijksbijdrage in de meicirculaire 2024 bedraagt voor de regio Noordoost-Brabant € 1.002.738,-- Dat komt neer op 8,5 % van de hiervoor genoemde kostenstijging van 30 %.
Gemeente Meierijstad Wij ramen in onze begroting de kosten voor jeugdzorg op basis van reële aantallen en prijzen. Uitgaande van de huidige budgetten voor GI (begroting 2024), betekent een indexering van +30% een noodzakelijke bijraming van € 393.697. Houden we, op basis van de werkelijke realisatiecijfers 2023, rekening met een volumegroei van de GI’s voor 2024 dan komt de noodzakelijke bijraming voor de indexering uit op € 424.374. Slechts ten dele kan deze indexering worden opgevangen door de stijging van de Algemene Uitkering (AU) bij de meicirculaire 2024. Omdat wij realistisch begroten worden de aanvullende middelen in de AU hiervoor echter niet per definitie geoormerkt. Dit kan alleen als in de aankomende meicirculaire deze middelen ook als afzonderlijke post worden gepresenteerd. Daarnaast is binnen onze gemeente ook het beleid dat prijsstijgingen worden gedekt uit de stelpost prijzen.
Zaaknummer 2512158
Pagina 5 van 6
datum 8 januari 2024
Resumerend moeten we het bedrag van € 424.374 structureel als indexering bijramen in de 1e BERAP 2024. Dit bedrag moet volgens de gemaakte afspraken worden gedekt uit de stelpost prijzen FCL 9610/ECL 38902. Echter, deze stelpost is niet meer toereikend. In de 1e BERAP 2024 volgt er daarom ook een voorstel hoe om te gaan met deze stelpost prijzen en of en hoe deze wordt bijgesteld naar het benodigde niveau ter dekking van alle noodzakelijke indexeringen. Per saldo wordt een en ander dus ten laste van het begrotingsresultaat 2024 e.v. gebracht.
Regeling voor het vergoeden van “bijzondere kosten” Dit is een regionale formalisering van beleid. Aangezien Meierijstad al op deze manier werkt, zijn met deze regeling voor Meierijstad nu geen extra kosten gemoeid. Deze uitzonderingen worden betaald uit de begrote budgetten voor maatwerk jeugd of uit middelen binnen de participatiewet.
Regeling vervoer Dit is een regionale formalisering van beleid. Aangezien Meierijstad al op deze manier werkt, zijn met deze regeling voor Meierijstad nu geen extra kosten gemoeid. Deze kosten worden betaald uit de begrote middelen jeugdwet vervoer/leerlingenvervoer.
Planning Niet van toepassing Bijlage(n) Geen
Zaaknummer 2512158
Pagina 6 van 6
datum 8 januari 2024