CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels Damianenweg 24

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24'11.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

30

ARTIKEL 8 ALGEMENE AANDUIDINGSREGELS 8.1 Cultuurhistorisch waardevol gebied ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied' zijn de gronden mede bestemd voor behoud, herstel en/of ontwikkeling van de cultuurhistorisch waardevolle gebieden. 8.2 Leefgebied stuweelvogels ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - leefgebied struweelvogels' zijn de gronden mede bestemd voor het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natuurwaarden en in het bijzonder voor het leefgebied stuweelvogels.

31

ARTIKEL 9 ALGEMENE AFWIJKINGSREGELS Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van: a.

de in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. Deze afwijking is niet van toepassing op de inhoud van woningen en woningen voor mantelzorg/afhankelijke woonruimte; b. de bestemmingsregels ten behoeve van rijbakken, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. De rijbak wordt gesitueerd direct grenzend aan het bouwvlak of bestemmingsvlak van de functie waarbij de rijbak wordt gerealiseerd. 2. De afstand tot woningen van derden mag niet minder bedragen dan 50 m. 3. De oppervlakte niet meer mag bedragen dan 1200 m². 4. De bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 9 m. 5. Het aantal lichtmasten per rijbak mag niet meer bedragen dan 4. 6. Lichtmasten mogen niet worden gerealiseerd binnen een afstand van 100 m van gronden met de bestemming 'Bos', 'Natuur' en 'Groen'. 7. De bouwhoogte van overige bouwwerken ten behoeve van de rijbak, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m. 8. De belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. 9. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 10. Er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen. 11.

Deze bevoegdheid mag alleen worden toegepast mits dit gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied overeenkomstig de regeling kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode zoals opgenomen in bijlage 1 van de planregels. c. de bestemmingsregels voor het verkleinen van de afstand tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen mits: 1. dit voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling noodzakelijk is danwel uit oogpunt van een optimalisering van de inrichting van het bouwperceel; 2. de bouw geen onevenredige afbreuk doet aan de ter plaatse aanwezige landschappelijke waarden, die van de aangrenzende gronden daaronder begrepen; 3. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; 4. het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheids- en brandveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad. d. de bestemmingsregels ten behoeve van stapmolens: 1. De stapmolen wordt gesitueerd direct grenzend aan het bouwvlak of bestemmingsvlak van de functie waarbij de stapmolen wordt gerealiseerd. 2. De afstand tot woningen van derden mag niet minder bedragen dan 50 m. 3.

De doorsnede van de stapmolen mag niet meer bedragen dan 15m. 4. De bouwhoogte van de stapmolen mag niet meer bedragen dan 3 m. 5. De stapmolen mag niet worden voorzien van een dak. 6. De belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad. 7. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 8. Deze bevoegdheid mag alleen worden toegepast mits dit gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële 32

kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied overeenkomstig de regeling kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode zoals opgenomen in bijlage 1 van de planregels. e. de bestemmingsregels ten behoeve van longeercirkels: 1. De longeercirkel wordt gesitueerd direct grenzend aan het bouwvlak of bestemmingsvlak van de functie waarbij de longeercirkel wordt gerealiseerd. 2. De afstand tot woningen van derden mag niet minder bedragen dan 50 m. 3. De doorsnede van de longeercirkel mag niet meer bedragen dan 15 m. 4. De bouwhoogte van de longeercirkel mag niet meer bedragen dan 3 m. 5. De longeercirkel mag niet worden voorzien van een dak. 6. De belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. 7. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 8. Deze bevoegdheid mag alleen worden toegepast mits dit gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied overeenkomstig de regeling kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode zoals opgenomen in bijlage 1 van de planregels. f. de bestemmingsregels ten behoeve van één tennisbaan, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1.

De tennisbaan wordt gesitueerd direct grenzend aan het bouwvlak of bestemmingsvlak van de functie waarbij de tennisbaan wordt gerealiseerd. 2. De afstand tot woningen van derden mag niet minder bedragen dan 50 m. 3. De bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 9 m. 4. Het aantal lichtmasten per tennisbaan mag niet meer bedragen dan 4. 5. Lichtmasten mogen niet worden gerealiseerd binnen een afstand van 100 m van gronden met de bestemming 'Bos', 'Natuur' en 'Groen'. 6. De bouwhoogte van hekwerken mag niet minder bedragen dan 3 m. 7. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 2 m. 8. De belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. 9. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 10. Deze bevoegdheid mag alleen worden toegepast mits dit gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied overeenkomstig de regeling kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode zoals opgenomen in bijlage 1 van de planregels. g. de bestemmingsregels ten behoeve van de oprichting van een erker aan de voorgevel van een woning onder de volgende voorwaarden: 1. maximaal 1 erker per woning mag worden opgericht; 2.

kapconstructie vrij (platte afdekking of kap); 3. goothoogte ten hoogste 3,30 meter bij uitvoering in één bouwlaag 4. bouwhoogte ten hoogste 3,30 meter bij volledig platte afdekking in één bouwlaag; 5. de goothoogte en bouwhoogte bij uitvoering in twee bouwlagen wordt bepaald door de snijlijn van het doorgetrokken dakvlak van de woning en de voorgevel van de erkeruitbouw; 6. diepte maximaal 1,60 meter, behoudens bij situaties als bedoeld onder 5. 7. grondoppervlakte maximaal 8 m²; 33

8. breedte over ten hoogste ½ van de breedte van de voorgevel van de woning bij uitvoering in twee bouwlagen; 9. breedte over ten hoogste 2/3 van de breedte van de voorgevel van de woning bij uitvoering in één bouwlaag, waarbij het restant deel van de breedte van de voorgevel mag worden overkapt; 10. in afwijking van het vorenstaande onder 1, 7, 8, 9:  indien voor de voorgevel van de woning van oorsprong al een entreeportaal is gerealiseerd, dan mag daarnaast een erker worden gerealiseerd over ten hoogste ½ van de breedte van de voorgevel van de woning in twee bouwlagen of;  indien voor de voorgevel van de woning van oorsprong al een entreeportaal is gerealiseerd, dan mag daarnaast een erker worden gerealiseerd over maximaal 2/3 van de breedte van de voorgevel van de woning in één bouwlaag, waarbij het restant deel van de breedte van de voorgevel mag worden overkapt; 11. bij een platte afdekking mag op de erker geen balkon of dakterras worden opgericht; h. de bestemmingsregels ten behoeve van hooibergen, geen gebouwen zijnde, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. De afstand tot bebouwing van derden mag niet minder bedragen dan 50 m. 2. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8 m. 3. De belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. 4. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. i.

de bestemmingsregels en toestaan dat bestemmingsgrenzen worden overschreden, met een maximum van 5 meter; j. de bestemmingsregels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte per gebouwtje niet meer dan 20 m² zal bedragen; 2. de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m zal bedragen; k. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot: 1. ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 20 m; 2. ten behoeve van windmolens tot maximaal 15 m; 3. ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 10 m; l. de bestemmingsregels ten behoeve van het toestaan van kleinschalig kamperen bij agrarische bedrijven en woningen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. De totale omvang niet meer mag bedragen dan 25 kampeermiddelen, waarbij de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 5.000 m². 2. Het kleinschalig kamperen wordt gesitueerd op en/of direct grenzend aan het bouwvlak of bestemmingsvlak van de functie waarbij het kleinschalig kamperen wordt gerealiseerd. 3.

Het kleinschalig kamperen mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. 4. Sanitairgebouwen en/of recreatieruimten moeten binnen het bouwvlak worden gerealiseerd. 34

5. Er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij geldt dat het aantal parkeerplaatsen niet minder mag bedragen dan 110% van het aantal standplaatsen. 6. Deze bevoegdheid mag alleen worden toegepast mits dit gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied overeenkomstig de regeling kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode zoals opgenomen in bijlage 1 van de planregels. m. de bestemmingsregels ten behoeve van kleinschalig logeren bij Wonen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. Het aantal logeerplaatsen mag niet meer bedragen dan 5 eenheden en 10 slaapplaatsen. 2. De gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 400 m². 3. Het gebruik mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. 4. Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. 5. Er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid. 6. Ten minste 10% van het bouwvlak wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan. n.

de onder a tot en met m genoemde afwijkingen kunnen uitsluitend verleend worden mits er op het bestaande bouwvlak aantoonbaar echt geen ruimte is voor deze voorzieningen en er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de milieusituatie; en 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. o. de onder b, f en h genoemde afwijkingen van de bestemmingsregels kunnen slechts worden verleend als de totale gezamenlijke oppervlakte van de kleinschalige voorzieningen, als bedoeld in artikel 32 onder b, c en d, niet meer bedraagt dan 1.000 m². p. de onder b, f en h genoemde afwijkingen van de bestemmingsregels mogen niet worden toegepast binnen de bestemmingen 'Bos', 'Natuur' en 'Groen'. q. de bestemmingsregels ten behoeve van zonnepanelen onder de volgende voorwaarden: 1. Situering direct grenzend aan het bouwvlak of bestemmingsvlak van de functie waarbij de zonnepanelen worden gerealiseerd. 2. Binnen het bouwvlak of bestemmingsvlak, waaronder op aanwezige daken, is geen ruimte aanwezig voor het plaatsen van zonnepanelen. 3. De bouwhoogte van de voorziening mag niet meer bedragen dan 1,50 m. 4. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 50 m². 5. De belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad. 6.

De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 7. Er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan. r. de bestemmingsregels ten behoeve van een windmolen, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 15 m onder de volgende voorwaarden: 1. Één windmolen per bestemmingsvlak/bouwvlak, gericht op individueel gebruik. 2. De afstand tot woningen van derden mag niet minder bedragen dan 100 m. 3. De tiphoogte van windmolens mag niet meer bedragen dan 15 m. 35

4. Windmolens mogen niet worden gerealiseerd binnen een afstand van 100 m van gronden met de bestemming ‘Bos’, ‘Natuur’ en ‘Groen’. 5. De belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. 6. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 7. Er moet sprake zijn van een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld.

36

ARTIKEL 10 OVERIGE REGELS 10.1 Uitsluiting aanvullende werking Bouwverordening De voorschriften van de Bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het gestelde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. b. c. d. e.

de richtlijnen voor het verlenen van vrijstelling van de stedenbouwkundige bepalingen; de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer; de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; het bouwen bij ondergrondse hoofdtransportleidingen; de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden en de ruimte tussen bouwwerken.

10.2 Verwijzing naar andere wettelijke regelingen Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan. 10.3 Hydrologisch neutraal ontwikkelen a.

Alle gronden binnen het plangebied zijn mede bestemd voor het behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; b. Regenwater dient bij voorkeur op eigen terrein te worden opgevangen en verwerkt; c. Bij het toepassen van de flexibiliteitbepalingen (afwijken en wijzigen) vindt een toets plaats aan de eis dat er sprake moet zijn van hydrologisch neutraal ontwikkelen conform het Keur 2015, beleid en algemene regels van de betrokken waterschappen; d. Het bevoegd gezag wint het advies in van het betrokken waterschap.

37

4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS ARTIKEL 11 OVERGANGSRECHT 11.1 Overgangsrecht bouwwerken a.

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik a.

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

38

ARTIKEL 12 SLOTREGEL Deze regels worden aangehaald als: Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24.

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=6e5129dd-d7c0-45a5-95cd-2425fee15325