Raadsvoorstel wijziging APV en VFL
Tekst van het document
Datum raad
14 december 2023
Datum college
7 november 2023
Onderwerp
Zaaknummer
2452742
Portefeuille
Openbare orde en veiligheid ir. C.H.C. van Rooij / Ruimtelijke ordening en infrastructuur J.T. van Burgsteden
Wijziging van de APV Meierijstad (10e wijziging) en Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad (1e wijziging) en actualisatie afvalstoffenregels
Samenvatting Van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten zijn de Handreiking APV en omgevingsplan en de brief Aanpassen hemelwaterverordening vóór start Omgevingswet ontvangen. In verband hiermee wordt voorgesteld de Algemene plaatselijke verordening Meierijstad (APV) en de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad (Vfl) aan te passen. Zo ook is de Afvalstoffenverordening gemeente Meierijstad te actualiseren. Het betreft tot zover uitsluitend technisch-juridische aanpassingen. Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om ook de volgende aanpassingen te doen: Met betrekking tot de APV zijn die (technische) aanpassingen: a. artikel 2:48a dient te vervallen (lachgasverbod) in verband met de invoering van de landelijke regeling van het lachgasverbod; b. de uniformering van de termen “in enig opzicht van slecht levensgedrag” en “provinciale omgevingsverordening”. Met betrekking tot de Vfl zijn die (beleidsmatige) aanpassingen: a. in artikel 8.14 is ten behoeve van woningen en bedrijven zonder voortuin de mogelijkheid ingevoerd tot het aanleggen van geveltuintjes; b. in de artikelen 9.6 en 9.18 is met betrekking tot het vergunnen van standplaatsen op en buiten de markt het stelsel van loting opgenomen. Relatie met programmabegroting en/of Mijlpalen van Meierijstad Openbare orde en veiligheid / Ruimtelijke ordening en infrastructuur Behandeling in commissie 30 november 2023
Ontwerpbesluit gemeenteraad De raad besluit tot vaststelling van: 1. de Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Meierijstad (10e wijziging); 2. de Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad (1e wijziging); 3. de nieuwe Afvalstoffenverordening gemeente Meierijstad. Waarom naar de raad De raad is bevoegd tot vaststelling en wijziging van verordeningen. Aanleiding In verband met de wijziging van de Omgevingswet heeft de VNG onlangs de “Handreiking APV en omgevingsplan” en de brief “Aanpassen hemelwaterverordening vóór start Omgevingswet” opgesteld. De handreiking In de handreiking geeft de VNG advies over de vraag of een bepaling thuishoort in de APV of in het omgevingsplan en over de vraag of een APV-bepaling in verband met de Omgevingswet moet worden aangepast. Bij de vaststelling van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad heeft uw raad al eerder regels die naar verwachting op grond van de Omgevingswet in het omgevingsplan moeten worden opgenomen bijeengebracht in die verordening (Vfl). In een aantal gevallen is het antwoord op de vraag of een bepaling thuis hoort in een gemeentelijke verordening of in het omgevingsplan (en daarmee voorlopig in de Vfl) helaas niet makkelijk te geven en arbitrair van aard.
Daarom is er destijds voor gekozen om, in navolging van meerdere vooroplopende gemeenten, ruimhartig bepalingen over te hevelen naar de Vfl. Dit met de gedachte dat bij de vaststelling van het omgevingsplan alsnog een keuze kan worden gemaakt tussen plaatsing van regels in een verordening of het omgevingsplan. Dit zodra er meer duidelijkheid ontstaat over het antwoord op die vraag. De VNG heeft die vraag voor wat betreft bepalingen in de APV in genoemde handreiking inmiddels beantwoord. Voor andere regelingen zal de VNG later met handreikingen komen. Het beleid in onze gemeente is om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de modelverordeningen van de VNG. Nu de VNG -zij het wel wat aan de late kant- met de handreiking en de ledenbrief komt stellen wij u voor de APV en de Vfl zoveel mogelijk in lijn met die handreiking en brief aan te passen. In een aantal gevallen betekent dit dat bepalingen die nog onlangs zijn overgeheveld van de APV naar de Vfl weer teruggeplaatst worden in de APV. Het betreft hier overigens een louter technisch-juridische operatie waarbij geen inhoudelijke wijzigingen worden doorgevoerd. Daarnaast is een technische aanpassing van de APV gewenst om de volgende redenen: a. de invoering van de landelijke regeling van het lachgasverbod, waardoor artikel 2:48a dient te vervallen; b.
de uniformering van de termen “in enig opzicht van slecht levensgedrag” en “provinciale omgevingsverordening”. De brief Aanpassen hemelwaterverordening vóór start Omgevingswet In deze brief geeft de VNG aan welke wijzigingen in de modelverordening aangebracht worden wil deze na de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet in strijd zijn met die wet. Het bijzondere
Zaaknummer 2452742
Pagina 2 van 26
datum
7 november 2023
van de hemelwaterverordening is dat deze na de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari aanstaande van rechtswege deel zal uitmaken van het tijdelijke omgevingsplan. Dit betekent dat een wijziging van de regels van die verordening alleen mogelijk is door het omgevingsplan aan te passen. Hierom is het zaak bepalingen die strijdig zijn met de Omgevingswet (gebiedsaanwijzing, aanwijzing toezichthouders en strafbepaling) vóór 1 januari 2024 aan te passen. Hetzelfde geldt voor de bepalingen in de Vfl betreffende archeologie. Die technische aanpassingen zijn in de conceptwijzigingsverordening verwerkt. Argumenten 1.1 In de Handreiking van de VNG worden goed onderbouwde keuzes gemaakt voor aanpassing van de APV en in verband daarmee aanpassing van de Vfl. Voorgesteld wordt deze keuzes te volgen. Het betreft hier louter technische wijzigingen. Het beleid wordt niet gewijzigd. 1.2 Op grond van artikel 122 van de Gemeentewet vervalt een regeling in een verordening van rechtswege als een wet in diezelfde regeling voorziet, zoals nu met het lachgasverbod. 1.3 Uniformering van terminologie betreffende levensgedrag en provinciale omgevingsverordening binnen de APV is gewenst.
1.4 Het is wenselijk de toezicht- en strafbepalingen over toezicht archeologie hemel- en grondwater in de Vfl vóór 1 januari 2024 aan te passen aan de voorstellen van de VNG, omdat wijziging van dit onderdeel van de verordening na 1 januari 2024 niet meer mogelijk is. 1.5 De Vfl wordt op slechts twee punten inhoudelijk gewijzigd. De ene inhoudelijke wijziging van de Vfl betreft de vastlegging van in artikel 8.14 van de bestaande praktijk met betrekking tot de aanleg van geveltuintjes bij woningen en bedrijven zonder voortuin. 1.6 De andere inhoudelijke wijziging van de Vfl betreft de wijze van verlening van vergunningen voor het innemen van standplaatsen op en buiten de weekmarkt. Artikel 9.6 van de Vfl voorziet nu voor de weekmarkten in een selectiestelsel voor het toekennen van een vaste-standplaatsvergunning. Dit selectiestelsel blijkt in de praktijk niet afdoende onafhankelijk te zijn. Dit staat een zorgvuldig proces in de weg. Het is van belang om in het proces 'onafhankelijkheid’, 'betrouwbaarheid' en 'objectiviteit' te waarborgen en zo het risico op juridische procedures te verkleinen. De model-marktverordening van de VNG voorziet ook in selectie via loting. Deze wijze van selecteren en toekenning van nieuwe vaste-standplaatsvergunningen voldoet wel aan de criteria 'onafhankelijk', 'objectief' en 'betrouwbaar'.
We stellen daarom voor artikel 9.6 van de Vfl te wijzigen en voortaan een lotingstelsel te hanteren. Het college zal over de kwaliteit van de standplaats en de standplaatshouder in nadere regels nog wel enkele minimale eisen kunnen stellen. Kandidaten die aan die eisen voldoen kunnen meedoen aan de loting. Omdat de vergunningverlening voor het innemen van losse standplaatsen (buiten de weekmarkt) veel gelijkenissen vertoont met die van de weekmarkt is het voorstel om in artikel 9.18 de procedure van artikel 9.6 van overeenkomstige toepassing te verklaren. 1.7 In verband met de komst van de Omgevingswet is ook de Afvalstoffenverordening gemeente Meierijstad te actualiseren. Dit betreft enkel technisch-juridische aanpassingen. Bijgevoegd, ter informatie, is ook een nieuw Uitvoeringsbesluit met bijlagen. Kanttekeningen 1.1 De keuze voor plaatsing van een regel in de APV of in het omgevingsplan c.q. de Vfl blijft in een aantal gevallen arbitrair. Ook de VNG twijfelt in een aantal gevallen. Uiteindelijk zal uit de praktijk en de rechtspraak moeten blijken of die keuze de juiste is. Overigens zullen
Zaaknummer 2452742
Pagina 3 van 26
datum
7 november 2023
1.2
1.3 1.4 1.5 1.6
de resterende bepalingen uit de Vfl uiterlijk 1 januari 2032 -deels dan wel in zijn geheelófwel moeten worden overgeheveld naar het omgevingsplan ófwel in een afzonderlijke verordening moeten worden vastgelegd. Op grond van de uitgave 100 Ideeën voor de gemeentelijke regelgever wordt, ook al is een regeling van rechtswege vervallen, toch formeel besloten om die regel te laten vervallen. Dit om te voorkomen dat een regel abusievelijk toch word toegepast. Deze wijziging is formeel niet absoluut noodzakelijk maar vanuit een oogpunt van gebruik wel wenselijk. Wijziging van de regels is na 1 januari 2024 nog wel mogelijk via een wijziging van het omgevingsplan. Dat zal echter meer moeite kosten. Het college zal ter uitvoering van deze bepaling nog nadere regels dienen te stellen. -
Communicatie De verordeningen zullen op de gebruikelijke wijze worden bekendgemaakt. Participatie De marktcommissies zijn in de gelegenheid gesteld om hun mening over de voorgenomen wijziging van de vergunningprocedure (loting) kenbaar te maken. De aanwezige leden hebben ingestemd met de voorgestelde wijziging. Met betrekking tot de geveltuintjes is de bestaande, goed werkende praktijk, vastgelegd. Er vindt overigens geen wijziging van beleid plaats, zodat participatie verder niet aan de orde is. Duurzaamheid De aanleg van geveltuintjes levert een bescheiden bijdrage aan de gemeentelijke natuur- en milieudoelstellingen, doordat het onder andere de infiltratie van regenwater en de aanleg van groen bevordert. Dit voorstel heeft overigens geen gevolgen voor het beleid. Financiële toelichting Vaststelling van de verordeningen heeft geen financiële consequenties. Planning De verordeningen treden in werking na de bekendmaking. Rechtsbescherming Tegen een verordening kan geen bezwaar worden gemaakt.
Zaaknummer 2452742
Pagina 4 van 26
datum
7 november 2023
Monitoring en evaluatie De verordeningen worden regelmatig bezien op de noodzaak tot aanpassingen. Bijlagen 1. Concept wijzigingsverordening APV en Vfl. 2. Concept van nieuwe Afvalstoffenverordening gemeente Meierijstad; Uitvoeringsbesluit plus bijlagen daarbij.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad, De secretaris, De burgemeester,
Drs. M.G.C. Wilms –Wils RA
Zaaknummer 2452742
ir. C.H.C. van Rooij
Pagina 5 van 26
datum
7 november 2023
De raad van de gemeente Meierijstad, Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2023 Gelet op artikel 149 Gemeentewet Besluit gemeenteraad: 1. de Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Meierijstad (10e wijziging); 2. de Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad (1e wijziging); 3. de nieuwe Afvalstoffenverordening gemeente Meierijstad. Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 14 december 2023 De raad voornoemd, De griffier,
De voorzitter,
A.F.J. Franken MSc
ir. C.H.C. van Rooij
Zaaknummer 2452742
Pagina 6 van 26
datum
7 november 2023
Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Meierijstad (10e wijziging) De raad van de gemeente Meierijstad; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 november 2023; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Meierijstad (10e wijziging) Artikel I De Algemene plaatselijke verordening Meierijstad wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: De definitie “bevoegd gezag” vervalt. Toelichting: Conform VNG model: het begrip “bevoegd gezag” komt niet meer voor in de APV. B Artikel 1:2, derde lid, artikel 1:4 derde lid, artikel 1:5, tweede lid en artikel 1:6, tweede lid vervallen. Toelichting: Conform VNG mode. In de APV is geen omgevingsvergunning meer opgenomen. l C Na artikel 2:9 wordt een nieuw artikel 2:10 toegevoegd dat luidt: Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de openbare plaatsen 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
Zaaknummer 2452742
Pagina 7 van 26
datum
7 november 2023
a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, gevaar oplevert of kan opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het doelmatig beheer of onderhoud van de weg, of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand, of c. het uitzicht van bewoners of gebruikers van een gebouw op hinderlijke wijze belemmert of hen door dat gebruik anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. 2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer: a. niet ten minste een vrije doorgang van 1,5 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer en b. niet ten minste een vrij onderrijdbare hoogte van 4 meter wordt gelaten. 3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen, reclameborden, bouwobjecten en nader door hen aan te wijzen voorwerpen, voor zover deze regels niet zien op een activiteit die de fysieke leefomgeving wijzigt, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid van het Omgevingsbesluit.. 4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24 van de APV; b.
standplaatsen als bedoeld in artikel 9.17 van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad of het omgevingsplan; c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend; d. als door het gebruik, bedoeld in het eerste lid de fysieke leefomgeving wijzigt, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid van het Omgevingsbesluit. 6. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Toelichting: conform advies VNG .De VNG adviseert om het oude artikel 2:10 in de APV te laten staan voor zover die bepaling geen betrekking heeft op wijziging van de fysieke leefomgeving. Het bestaande artikel 8.13 van de Vfl wordt gewijzigd zodat dat artikel uitsluitend ziet op wijziging van de fysieke leefomgeving. De wijziging is verwerkt in het derde lid en het vijfde lid onder d. D Na artikel 2:17wordt een nieuw artikel 2:18 toegevoegd dat luidt: Artikel 2:18 Rookverbod in of nabij bossen en natuurterreinen 1. Het is verboden in bossen of op heide: a. te roken; b.
voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 2. De verboden in het eerste lid gelden gedurende een door burgemeester en wethouders vast te stellen periode tevens binnen een afstand van 30 meter van bossen en heide. 3. De verboden in het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3˚, van het Wetboek van Strafrecht. 4. De rookverboden in het eerste lid, onder a, en het tweede lid zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken betreft dat plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Zaaknummer 2452742
Pagina 8 van 26
datum
7 november 2023
Toelichting: Het advies van de VNG is om deze bepaling in de APV te laten staan. Hierom wordt dit artikel overgeheveld van de Vfl (artikel 8:16b) naar de APV. E Na artikel 2:20 wordt een nieuw artikel 2:21 toegevoegd dat luidt: Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de hoofdstuk 10 van de Omgevingswet Toelichting: Het advies van de VNG is om deze bepaling in de APV te laten staan. Hierom wordt dit artikel overgeheveld van de Vfl (artikel 2.8) naar de APV F In artikel 2:23 wordt ‘Omgevingsverordening Noord-Brabant” vervangen door provinciale omgevingsverordening Toelichting Omdat in de rest van de APV wordt gesproken over de provinciale omgevingsverordening is die term in verband met de uniformiteit ook hier opgenomen.
G Aan artikel 2:25 wordt, na vernummering van het huidige zevende lid tot het achtste lid, een nieuwe zevende lid ingevoegd dat luidt: 7. Als ook een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend, is afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op de behandeling van de aanvragen om een vergunning. De burgemeester is het coördinerend bestuursorgaan. Toelichting Conform advies VNG. Voor grotere evenementen is soms ook een omgevingsvergunning vereist. Als dat het geval is regelt deze bepaling de afstemming tussen deze twee vergunningaanvragen. H In artikel 2:28 worden tussen de woorden “of exploitant” en “van slecht levensgedrag is” tussengevoegd de woorden “in enig opzicht”. I
Zaaknummer 2452742
Pagina 9 van 26
datum
7 november 2023
In artikel 2:39 worden tussen de woorden “vergunning” en “van slecht levensgedrag” tussengevoegd de woorden “in enig opzicht” Toelichting bij H en I Met de toevoeging van de woorden “in enig opzicht ”wordt aangesloten bij de gebruikelijke terminologie. J Artikel 2:46 ( Rijden over bermen en dergelijke) vervalt. Toelichting De VNG adviseert deze bepaling op te nemen in het omgevingsplan. Vooruitlopend daarop wordt deze bepaling overgeheveld naar artikel 8.13 van de Vfl. K Na artikel 2:45 wordt een nieuw artikel 2:46 opgenomen dat luidt:
Artikel 2.46 Gevaar door houtopstand Het is verboden om een houtopstand in een zodanige staat te hebben dat daardoor direct gevaar voor goederen of personen ontstaat. Toelichting bij artikel 2.46 Gevaar door houtopstand Conform advies VNG. Als er gevaar dreigt, kan de openbare orde in gevaar komen. In dat geval kan snel ingrijpen door eenhoofdig gezag (de burgemeester) noodzakelijk of wenselijk zijn. In geval het gevaar dreigt als gevolg van bomen of andere houtopstanden, dan kan de burgemeester ingrijpen op grond van artikel 172, tweede lid, van de Gemeentewet.
L Artikel 2:48a (Verboden lachgasgebruik) vervalt Toelichting Het vervallen van dit artikel hangt samen met de invoering van het landelijk lachgasverbod Op advies van de VNG wordt artikel 2:74 a van de APV voorlopig nog gehandhaafd. M Artikel 2:60 komt te luiden: Artikel 2:60 Voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren te voeren.
Zaaknummer 2452742
Pagina 10 van 26
datum
7 november 2023
2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats, ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in het eerste lid. Toelichting Conform advies VNG. Deze bepaling had eerst betrekking op het houden en het voeren van dieren. Omdat het houden van dieren valt onder de werking van de Omgevingswet is deze bepaling zodanig herschreven dat deze alleen van toepassing op het voeren van dieren. In de Vfl zal in artikel 8.19c een bepaling over het houden van dieren worden opgenomen.
N De artikelen 2:62 (loslopend vee) en 2:64 (bijen) vervallen. Toelichting De VNG adviseert deze bepalingen op te nemen in het omgevingsplan. Vooruitlopend daarop zullen deze bepalingen worden overgeheveld naar de artikelen 8.19d en 8.19e.
O In hoofdstuk 4 wordt een nieuwe afdeling 1 ingevoegd , luidende: AFDELING 1. VOORKOMEN OF BEPERKEN GELUIDHINDER Artikel 4:1 Geluidhinder door dieren Degene die de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt. Artikel 4:2 Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen Het is verboden zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder ontstaat. Artikel 4:3 Overige geluidhinder 1. Het is verboden op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het verbod is niet van toepassing op wegonderhoud onder voorwaarden dat: a. deze werkzaamheden niet langer dan vijf dagen duren; b. de omwonenden tijdig op de hoogte zijn gebracht van de mogelijke geluidhinder; en c. de geluidimmissie op de gevel van het dichtstbijzijnde geluidsgevoelige gebouw tussen 19 en 7 uur niet meer bedraagt dan 75 LAr,LT in dB(A). 4.
Het verbod is niet van toepassing als de activiteit bij of krachtens de Omgevingswet of op grond van artikel 2:25 van deze verordening is toegelaten, of sprake is van een situatie waarin wordt voorzien bij of krachtens de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.
Zaaknummer 2452742
Pagina 11 van 26
datum
7 november 2023
Artikel 4.4. t/m 4.6. (gereserveerd) Toelichting Deze bepalingen zijn conform advies van de VNG overgeheveld van de Vfl (artikel 8.10 t/m 8.12) naar de APV. In het vierde lid is het artikel afgebakend t.o.v. de Omgevingswet.
P Artikel 4.9 (Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen) vervalt. Toelichting Conform advies VNG. Deze zorgplichtbepaling is opgenomen in artikel 2.6 en 2.7 van de Vfl.
Q Hoofdstuk 5, Afdeling 1 (PARKEEREXCESSEN EN STOPVERBOD) vervalt. Toelichting De VNG is van mening dat deze bepalingen in het omgevingsplan opgenomen moeten worden. Daarom is deze afdeling wordt overgeheveld naar de Vfl.(Afdeling 6a).
R In artikel 5:14, tweede lid onder c wordt “artikel 5:17” vervangen door “artikel 9.17 van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad of het omgevingsplan”. Toelichting Deze wijziging hangt samen met de eerdere overheveling van de bepalingen over standplaatsen naar de Vfl. S In hoofdstuk 5 wordt na afdeling 5 een nieuwe afdeling toegevoegd luidende:
AFDELING 6. OPENBAAR WATER EN WATERSTAATSWERKEN Artikel 5:24 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. Artikel 5:25 Veiligheid op het water
Zaaknummer 2452742
Pagina 12 van 26
datum
7 november 2023
1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de [citeertitel provinciale vaarwegenverordening]. Artikel 5:26 Overlast aan vaartuigen 1. Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. 2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken. Toelichting Deze afdeling is eerder in zijn geheel overgeheveld naar de Vfl. In lijn met het advies van de VNG wordt een deel van deze bepalingen weer teruggeplaatst in de APV T In hoofdstuk 5 wordt na de nieuw ingevoegde afdeling 6 een nieuwe afdeling 7 ingevoegd luidende:
AFDELING 7. CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN NATUURGEBIEDEN Artikel 5:27 Crossen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de activiteit is toegelaten bij of krachtens de Omgevingswet, in het bijzonder afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving en binnen de in het omgevingsplan aangewezen terreinen voor zover die activiteit daarbij is toegelaten, of als sprake is van een situatie waarin wordt voorzien door de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.
Artikel 5:28 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;
Zaaknummer 2452742
Pagina 13 van 26
datum
7 november 2023
d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 3. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel; c. binnen de in het omgevingsplan aangewezen terrein voor zover die activiteit daarbij is toegelaten. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod
Toelichting Deze afdeling is eerder in zijn geheel overgeheveld naar de Vfl. In lijn met het advies van de VNG worden deze bepalingen weer teruggeplaatst in de APV. Daarbij zijn overigens wel in het tweede lid van artikel 5.27 en in het derde lid, onder c. van artikel 5.28 bepalingen opgenomen over de afbakening met de regels op grond van de Omgevingswet.
U Na artikel 6.4 wordt een nieuwe artikel 6.4a ingevoegd luidende: Artikel 6.4a Nieuwe grondslag voor nadere regels, terrassen Burgemeester en wethouders hangen de Nadere regels terrassen, gesteld op grond van artikel 8.13 van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad, om naar Nadere regels terrassen op grond van artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening Meierijstad.
Toelichting Met deze wijziging wordt bewerkstelligd dat de Nadere regels van kracht blijven. V Artikel 6:5 komt te luiden: Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad en krachtens artikel 6:4 van deze verordening, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Toelichting Deze wijziging zorgt ervoor dat besluiten genomen op grond van de Verordening fysieke leefomgeving ook van kracht blijven na overheveling van artikelen van de Vfl naar de APV.
Zaaknummer 2452742
Pagina 14 van 26
datum
7 november 2023
Artikel II Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2023 De raad voornoemd, De griffier,
De voorzitter,
A.F.J. Franken MSc
ir. C.H.C. van Rooij
Zaaknummer 2452742
Pagina 15 van 26
datum
7 november 2023
Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad (1e wijziging) De raad van de gemeente Meierijstad; Overwegende, dat het gezien de aanbevelingen van de VNG wenselijk is de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad te wijzigen in verband met de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024; gelet op artikel 149, 149a en 154 van de Gemeentewet, artikel 10.32a van de Wet milieubeheer artikel 5.13 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.18, eerste lid onder f. en g. en vijfde lid artikel 2.21 en artikel 3.148, tweede lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer, juncto artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, artikel 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet, artikel 38 van de Monumentenwet, artikel 8 van de Woningwet, artikel 1 van de Belemmeringenwet privaatrecht en artikel 5.67 t/m 5.73 Besluit kwaliteit leefomgeving; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 november 2023 Besluit: Vast te stellen de
Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad (1e wijziging) Artikel l Wijziging verordening De Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 2.8 (Gedoogplicht voorzieningen voor verkeer en verlichting) vervalt. Toelichting De VNG is van oordeel dat deze bepaling niet thuis hoort in het omgevingsplan. Daarom is deze overgeheveld naar de APV (artikel 2:21). Artikel 2.8 (Zorgplicht voor kabels en leidingen) blijft gehandhaafd. Abusievelijk bevat de huidige verordening 2 artikelen genummerd 2.8. Na deze wijziging is dit rechtgetrokken. B Hoofdstuk 5 BOMEN EN OPSTANDEN vervalt. Toelichting
Zaaknummer 2452742
Pagina 16 van 26
datum
7 november 2023
Deze wijziging hangt samen met de keuze om de Bomenverordening vooralsnog als afzonderlijke verordening te handhaven. Voor de motivering zie het betreffende raadsvoorstel. C Artikel 6.4 komt te luiden: Artikel 6.4 Verbod op het lozen van hemelwater op de riolering 1. Het is verboden om vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein. 2. De eigenaar van een perceel is verplicht het hemelwater op eigen terrein te verwerken. Hij heeft daarbij de vrije keuze tussen de toe te passen voorziening(en), waarbij het volgende geldt: a. de te realiseren hemelwatervoorziening dient minimaal 60 mm (per m2 verhard oppervlak) te kunnen verwerken; b. voor het oppervlak aan groen dak (in m2) wordt geen (aanvullende) hemelwatervoorziening vereist; c de benodigde voorziening(en) dienen uiterlijk 10 weken na het gereedkomen van het nieuw bouwwerk of aanleg van het nieuw verhard oppervlak gerealiseerd te zijn en moeten blijvend in stand worden gehouden; d. bij elke activiteit mag de reeds aanwezige totale hoeveelheid (hemel)waterberging op het perceel van de eigenaar niet afnemen. 3.
Het is in de daartoe door het college krachtens artikel 10.32a van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of in het omgevingsplan aangewezen gebieden verboden om een hemelwaterafvoerleiding aangesloten te houden op het openbaar vuilwaterriool. 4. Burgemeester en wethouders kunnen de wijze bepalen waarop het afkoppelen plaatsvindt. 5. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houden burgemeester en wethouders rekening met het gemeentelijk rioleringsplan en eventueel geldende voorschriften uit vigerende bestemmingsplannen of het omgevingsplan. 6. De gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de derde dag na de dag waarop zij bekend is gemaakt en bevat een termijn waarop aan de aanwijzing (afkoppelplicht) moet worden voldaan Deze termijn bedraagt ten minste zes weken. 7. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van; a. het verbod bedoeld in het eerste lid indien van de eigenaar van het nieuw bouwwerk of het nieuw verhard oppervlak redelijkerwijs een te grote inspanning wordt geëist in verhouding tot het doel van het verbod; b. de verplichting tot afkoppelen die voortvloeit uit de gebiedsaanwijzing, bedoeld in het derde en vierde lid, indien van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater kan worden gevergd. 8.
De aanvraag van een ontheffing als bedoeld in het zevende lid onder a wordt tegelijk met de aanvraag van een omgevingsvergunning bouwen of omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, ingediend. 9. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het gebod, bedoeld in het tweede lid onder a, indien op het perceel om technische of praktische redenen een berging van 60 mm onhaalbaar is, mits dan een bergingscapaciteit wordt gerealiseerd van blijkens een overgelegde tekening en ontwerp ten minste 20 mm (per m2 verhard oppervlak).
Zaaknummer 2452742
Pagina 17 van 26
datum
7 november 2023
Toelichting Op advies van de VNG (ledenbrief 23/038) is dit artikel gewijzigd. Deze wijziging hangt samen met het feit dat bepalingen over de opvang en afvoer van hemel- en grondwater na inwerkingtreding van de Omgevingswet niet meer opgenomen kunnen worden in een afzonderlijke verordening, omdat deze bepalingen van rechtswege opgaan in het tijdelijke omgevingsplan. Gevolg hiervan is dat de bevoegdheid tot het aanwijzen van gebieden na de inwerkingtreding van de Omgevingswet alleen mogelijk is door aanpassing van het omgevingsplan. Zie ook de toelichting bij de wijziging van de artikelen 12.1 en 12.2. D In artikel 6.6, eerste lid vervallen de woorden “of zoals blijkt uit een vastgestelde gebiedsaanwijzing ex artikel 6.4, derde lid”. Toelichting Deze wijziging hangt samen met de wijziging van artikel 6.4. Zie de toelichting hierboven. E In artikel 7.2 wordt op alfabetische volgorde ingevoegd de tekst “Vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 7.5” Toelichting Deze wijziging hangt samen met het feit dat in dit hoofdstuk het begrip “omgevingsvergunning“ wordt vervangen door “vergunning”. Dit om te bewerkstelligen dat aanvragen niet hoeven te worden ingediend via het dso maar vooralsnog kunnen blijven worden afgedaan met het systeem Moor.
F In de artikelen 7.5, t/m 7.15 wordt -voor zover genoemd - het woord “omgevingsvergunning”, telkens vervangen door “vergunning”, wordt het woord “omgevingsvergunningvereiste” vervangen door “vergunningsvereiste en wordt het woord “omgevingsvergunningstekening” vervangen door vergunningstekening. Toelichting Zie de toelichting hierboven G In artikel 8.8 zesde lid wordt het woord “zesde” vervangen door “vijfde”. Toelichting Het betreft hier een correctie van een foutieve verwijzing. H
Zaaknummer 2452742
Pagina 18 van 26
datum
7 november 2023
Paragraaf 3.2 (geluidhinder buiten een inrichting) en bijbehorende artikelen 8.10 t/m 8.12 vervallen Toelichting Op advies van de VNG zijn deze bepalingen overgeheveld naar de APV. I Artikel 8.13 (Voorwerpen op of aan openbare plaatsen) vervalt. Op advies van de VNG is deze bepaling overgeheveld naar de APV (artikel 2.10). J Er wordt een nieuw artikel 8.13 ingevoegd dat luidt: Artikel 8.13 Rijden over bermen en dergelijke 1. Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist. 2. Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale Omgevingsverordening of waterschapsverordening. Toelichting Op advies van de VNG is deze bepaling overgeheveld van de APV (artikel 2.46) naar deze verordening. K Artikel 8.14 komt te luiden: Artikel 8.14 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder, of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, de aard of breedte van de wegverharding te veranderen, of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2.
Het verbod is niet van toepassing: a. voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. b. op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening, de Waterschapsverordening, Hoofdstuk 7 van deze verordening (AVOI), of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet en de Telecommunicatieverordening. c. op de aanleg van geveltuintjes bij woningen zonder voortuin die voldoen aan de daaromtrent door het bevoegd orgaan te stellen nadere regels. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet-tijdig beslissen) niet van toepassing.
Zaaknummer 2452742
Pagina 19 van 26
datum
7 november 2023
Toelichting Inhoudelijk heeft de wijziging alleen betrekking op de toevoeging van het tweede lid onder c. Het betreft hier een aanpassing van dit artikel om de aanleg van geveltuintjes mogelijk te maken. Geveltuintje dragen bij aan de kwaliteit van de woonomgeving en doelstellingen van klimaatadaptatie. Burgemeester en wethouders zullen in de nadere regels aangeven onder welke voorwaarden die aanleg mogelijk is. L Na artikel 8.19b word een nieuwe Afdeling 6b met de artikelen 8.19c, 8.19d en 8.19d ingevoegd, luidende: Afdeling 6a Het houden van dieren Artikel 8:19c Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door burgemeester en wethouders ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of 2. Burgemeester en wethouders kunnen de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats, ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid.
Artikel 8:19d Loslopend vee De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken. Artikel 8:19e Bijen 1. Het is verboden bijen te houden: a. binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven; b. binnen een afstand van 30 meter van de weg. 2. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid. 3. Het verbod bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Noord-Brabant of de waterschapsverordening. 4. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet-tijdig beslissen) van toepassing.
Zaaknummer 2452742
Pagina 20 van 26
datum
7 november 2023
Toelichting Deze bepalingen zijn op advies van de VNG overgeheveld van de APV (artikel 2:60 e.v.) naar deze verordening. Artikel 8.19c is overgebracht voor zover deze betrekking had op het houden van dieren. Voor zover de bepaling betrekking had op het voeren van dieren is deze in de APV blijven staan omdat deze niet thuis hoort in het omgevingsplan.
M Na afdeling 6a wordt een nieuwe afdeling 6b met de artikelen 8.19f tot en met 8.19o ingevoegd, luidende: Afdeling 6b. Parkeerexcessen , schade en overlast door voertuigen Artikel 8.19f Voertuigen van autobedrijf en dergelijke 1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling. 2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend: a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon. 3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod . 5.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet-tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 8.19g Te koop aanbieden van voertuigen 1. Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet-tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 8.19h Defecte voertuigen Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren. Artikel 8.19i Voertuigwrakken
Zaaknummer 2452742
Pagina 21 van 26
datum
7 november 2023
1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert, op de weg te parkeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 8.19j Kampeermiddelen en andere voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet milieubeheer of de provinciale omgevingsverordening. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet-tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 8.19k Reclamevoertuigen 1.
Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet-tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 8.19l Grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden. 6.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet-tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 8.19m Uitzichtbelemmerende voertuigen
Zaaknummer 2452742
Pagina 22 van 26
datum
7 november 2023
1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. 2. Het verbod is niet van toepassing gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. Artikel 8.19n Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen) 1. Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan. 2. Dit verbod is niet van toepassing op: a. de weg; b. voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam; c. voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. Artikel 8.19o Overlast van fietsen of bromfietsen 1.
Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan. Toelichting De VNG is van oordeel dat deze bepalingen thuis horen in het omgevingsplan. Daarom zijn deze overgeheveld van de APV (artikel 5.2 e.v.) naar de Vfl. De op deze bepalingen gebaseerde uitvoeringsbesluiten zullen worden omgehangen naar deze verordening. N De artikelen 8.23 tot en met 8.25 vervallen. Toelichting De VNG is van oordeel dat deze bepalingen (reddingsmiddelen, veiligheid op het water, overlast aan vaartuigen) niet thuis horen in het omgevingsplan. Daarom zijn deze teruggeplaatst in de APV. O Afdeling 8 Crossterreinen en gemotoriseerd ruiterverkeer in natuurgebieden en de daarin opgenomen artikelen 8.26 en 8.27 vervallen. Toelichting
Zaaknummer 2452742
Pagina 23 van 26
datum
7 november 2023
De VNG is van oordeel dat deze bepalingen niet thuis horen in het omgevingsplan. Daarom zijn deze teruggeplaatst in de APV. (Afdeling 7, artikel 5:27 en 5:28).De aanwijzing van een terrein dient wel te geschieden in het omgevingsplan. P Artikel 9.6 komt te luiden: Artikel 9.6 Verdeling vaste-standplaatsvergunning via loting 1. Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning kunnen burgemeester en wethouders deze verdelen via loting. 2. Burgemeester en wethouders maken bij het vrijkomen van een vaste standplaats bekend dat voor de markt één of meer vaste-standplaatsvergunningen kunnen worden verleend, voor welke branche of artikelgroep dit geldt, dat gegadigden voor een vergunning vóór de daarbij genoemde sluitingsdatum daarvoor een aanvraag kunnen indienen en dat de toekenning plaats vindt op basis van loting. 3. De bekendmaking geschiedt door openbare kennisgeving in het Gemeenteblad Meierijstad en op de gemeentelijke website. 4. Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regels kwaliteitseisen stellen waaraan een standplaats en aanvrager minimaal moet voldoen om aan de loting deel te kunnen nemen. 5. Als een aanvraag vóór de sluitingsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van 5 werkdagen om zijn aanvraag aan te vullen.
Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen. 6. Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend, die voldoen aan de vastgestelde kwaliteitseisen en waarbij is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, krijgen een lotnummer. 7. De loting vindt plaats door middel van een trekking, waarvoor de aanvragers met een lotnummer worden uitgenodigd. Toelichting Artikel 9.6 van de Vfl voorziet thans voor de weekmarkten in een selectiestelsel voor het toekennen van een vaste-standplaatsvergunning. Dit selectiestelsel blijkt in de praktijk niet afdoende onafhankelijk te zijn. Dit staat een zorgvuldig proces in de weg. Het is van belang om in het proces 'onafhankelijkheid, 'betrouwbaarheid' en 'objectiviteit' te waarborgen en zo het risico op juridische procedures te verkleinen. De model-marktverordening van de VNG voorziet ook in selectie via loting. Deze wijze van selecteren en toekenning van nieuwe vastestandplaatsvergunningen voldoet wel aan de criteria 'onafhankelijk', 'objectief' en 'betrouwbaar'. We stellen daarom voor artikel 9.6 van de VFL te wijzigen en voortaan een lotingstelsel te hanteren. Het college zal m.b.t. de kwaliteit van de standplaats en de standplaatshouder in nadere regels nog wel enkele minimale eisen kunnen stellen.
Kandidaten die aan die eisen voldoen kunnen meedoen aan de loting. Omdat de vergunningverlening voor het innemen van losse standplaatsen (buiten de weekmarkt) veel gelijkenissen vertoont met die van de weekmarkt is het voorstel om in artikel 9.18 de procedure van artikel 9.6 van overeenkomstige toepassing te verklaren.
Q
Na artikel 9.18 wordt een nieuw artikel 9.18a ingevoegd dat luidt:
Zaaknummer 2452742
Pagina 24 van 26
datum
7 november 2023
Artikel 9.18a Loting Het bepaalde in artikel 9.6 is van overeenkomstige toepassing. Met deze wijziging wordt beoogd om het lotingstelsel dat op grond van artikel 9.6 geldt bij het vrijkomen van standplaatsen op de markt ook van toepassing te verklaren op het vrijkomen van losse standplaatsen buiten de markt. Het betreft hier de situatie waarbij meerdere kandidaten belangstelling tonen voor het innemen van een standplaats. R Artikel 12.1 wordt gewijzigd als volgt: a. Voor de bestaande tekst wordt de aanduiding “1” geplaatst. Vervolgens wordt in dit nieuwe eerste lid de aanduiding “18.16”vervangen door “18.6” b. Aan het artikel wordt een nieuw tweede lid toegevoegd, luidende: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 4, paragraaf 3 en hoofdstuk 7 van deze verordening. Toelichting: a. Deze wijziging hangt samen met het toevoegen van het nieuwe tweede lid. Tevens is de foutieve verwijzing naar de bepaling in de Omgevingswet gecorrigeerd. b. Deze wijziging volgt uit het bepaalde in artikel 18.6 van de Omgevingswet, dat de bevoegdheid tot het aanwijzen van toezichthouders rechtstreeks toekent aan burgemeester en wethouders.
Een bepaling tot aanwijzing van toezichthouders mag voor deze hoofdstukken (archeologie en opvang regen en grondwater) niet meer in een verordening worden opgenomen omdat deze onderdelen van de verordening rechtstreeks opgaan in het tijdelijke omgevingsplan. S Aan artikel 12.2 wordt een nieuw artikel tweede lid toegevoegd, luidende: 2
Het eerste lid is niet van toepassing op het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 4, paragraaf 3 en hoofdstuk 7 van deze verordening.
Toelichting: De Omgevingswet bevat zelf een strafbepaling. Een zelfstandige strafbepaling mag daarom voor deze hoofdstukken (archeologie en opvang regen en grondwater) niet meer in verordening worden opgenomen omdat deze onderdelen van de verordening rechtstreeks opgaan in het tijdelijke omgevingsplan en dus rechtstreeks vallen onder de strafbepaling van de Omgevingswet. T Artikel 13.3 eerste lid komt te luiden: Burgemeester en wethouders hangen de Nadere regels terrassen, gesteld op grond van artikel 8.13 van de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad om naar Nadere regels terrassen op grond van artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening Meierijstad.
Zaaknummer 2452742
Pagina 25 van 26
datum
7 november 2023
Toelichting Met deze wijziging, die voor de duidelijkheid ook in de APV is opgenomen wordt bewerkstelligd dat de Nadere regels van kracht blijven. U Artikel 13.4 , tweede lid komt te luiden: 2. Besluiten, genomen krachtens de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad, 1e tranche, de Algemene plaatselijke verordening Meierijstad de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Meierijstad, de Marktverordening Meierijstad en de Havenbeheersverordening Meierijstad, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Toelichting Deze wijziging zorgt ervoor dat besluiten genomen op grond van de uit de APV naar de Vfl overgehevelde bepalingen van kracht blijven. Een soortgelijke bepaling is ook opgenomen in het voorstel tot wijziging van de APV. Anders dan bij de Vfl is hier afgezien van een schema. Artikel II Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2023 De raad voornoemd, De griffier,
De voorzitter,
A.F.J. Franken MSc
ir. C.H.C. van Rooij
Zaaknummer 2452742
Pagina 26 van 26
datum
7 november 2023