CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Quickscan Vitaal Wonen voor Senioren 2021.pdf

Beeldvormende avond raadzaal 30 november 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Wonen, welzijn en zorg13.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan

Vitaal wonen voor senioren GEMEENTE MEIERIJSTAD

INHOUD SAMENVATTING __________________________________________________________ 3 1. INLEIDING ____________________________________________________________ 4 2. DE BETEKENIS VAN ‘VITAAL WONEN VOOR SENIOREN’ _____________________ 8 3. HUIDIGE SITUATIE MEIERIJSTAD _______________________________________ 15 4. TOEKOMSTIGE SITUATIE MEIERIJSTAD __________________________________ 20 5. HOE STAAN DE KERNEN EN WIJKEN VAN MEIERIJSTAD ERVOOR? __________ 28 KLEINE KERNEN ___________________________________________________________ 28 SCHIJNDEL_______________________________________________________________ 33 SINT-OEDENRODE _________________________________________________________ 35 VEGHEL _________________________________________________________________ 38 6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN______________________________________ 42 BRONNEN ______________________________________________________________ 47 COLOFON BIJLAGE 1: WIJKENSCAN BIJLAGE 2: OVERZICHT GECLUSTERDE WOONVORMEN BIJLAGE 3: OVERZICHT ZORGVOORZIENINGEN

44

Samenvatting De sterke vergrijzing in Meierijstad en de landelijke trend van langer zelfstandig thuiswonende ouderen leiden tot veranderende behoeftes op het gebied van wonen, zorg en welzijn. Er is in Meierijstad een kwantitatieve vraag naar genoeg woningen voor senioren, maar dit is eigenlijk vooral een kwalitatief tekort. Gegeven de vergrijzing is er een verander(en)de vraag naar nultredenwoningen, aangepaste (ouderen)woningen en geclusterde ouderenwoningen. Daarnaast is er vraag naar (de nabijheid van) voorzieningen op het gebied van zorg, welzijn, boodschappen, vervoer, ontmoeting, voorlichting en informatie. Stappen voorwaarts zijn nodig om nu en in de toekomst genoeg zorg, welzijn en passende woningen te kunnen bieden voor ouderen. Deze quickscan geeft, ten eerste, invulling aan de term ‘vitaal wonen voor senioren’ (wat moeten we hieronder verstaan?) én is, ten tweede, een gebiedsgerichte benadering. Deze quickscan onderzoekt op wijkniveau de seniorengeschiktheid van de woningvoorraad, woonomgeving en het voorzieningenniveau. Door dit in beeld te brengen biedt deze quickscan inzicht in de knelpunten en verbeterkansen van de dorpen en wijken in Meierijstad op het gebied van wonen en zorg voor ouderen. Uit de verzamelde gegevens blijkt dat gemeente Meierijstad voor een flinke opgave staat wat betreft het toevoegen van seniorengeschikte woningen aan de woningvoorraad.

Dit betekent vooral: het creëren van een divers aanbod aan woonvormen voor ouderen. Ook betekent het: de woonomgeving en voorzieningen meer seniorengeschikt maken. Er zijn immers verschillende groepen ouderen, de een heeft een andere woon- en/of zorgvraag dan de ander. De knelpunten en verbeterkansen verschillen per wijk en kleine kern. Uit de wijkenscan blijkt dat de meeste kleine kernen als groot knelpunt hebben dat voorzieningen niet nabij zijn. Ook zijn de kleine kernen soms niet goed bereikbaar met het OV of een andere vervoersservice. De centra van de drie grote kernen (Schijndel, Sint-Oedenrode, Veghel) lijken erg goed geschikt te zijn voor ouderen, maar in sommige andere wijken liggen verbeterkansen, vooral op het gebied van sociale voorzieningen en nabijheid van winkels voor dagelijkse boodschappen.. In het laatste hoofdstuk (H.6) zijn een aantal wijken en dorpen uitgelicht die, zo blijkt uit de wijkenscan, extra aandacht lijken te behoeven binnen verschillende categorieën van vitaal wonen voor senioren. Dit zijn: Kienehoef, Kinderbos en Cathalijne, Hoevenbraak-Hulzebraak, Veghel Zuid, Bloemenwijk Veghel, Nijnsel en Zijtaart. Ten slotte volgt er nog een lijst met aanbevelingen en aandachtspunten over wonen, welzijn en zorg voor ouderen.

Leeswijzer In Hoofdstuk 1 is de aanleiding, het doel en de werkwijze van de quickscan in te zien. Hoofdstuk 2 is een verkenning van de betekenis van ‘Vitaal wonen voor senioren’. Hoofdstuk 3 geeft de huidige woon- welzijn- en zorgsituatie van ouderen in Meierijstad weer en Hoofdstuk 4 werpt een blik op de voorspelde ontwikkelingen. Hoofdstuk 5 bespreekt de resultaten van de wijkenscan, in bijlage 1 is de gehele wijkenscan in te zien. In Hoofdstuk 6 zijn de conclusie en de aanbevelingen te lezen.

1.Inleiding Aanleiding: Meierijstad vergrijst Meierijstad vergrijst. De demografische ontwikkeling in deze gemeente en de trend van langer zelfstandig thuiswonende ouderen leiden tot veranderende (woon)behoeftes. Naar verwachting groeit het aandeel 65+ers in de gemeente van 20,7% van de bevolking in 2020 naar 28% in 2040. De groep 75+ers groeit het sterkst: van 8,8% van de bevolking in 2020 naar 15,5% in 2040 (Provincie Noord-Brabant, Figuur 1.1: Verwachte toename 80-plussers vergeleken in 2020). De stijging van het aantal 75procenten met buurtgemeenten, het gemiddelde van NoordBrabant en het gemiddelde van Nederland (Bron: Platform31, plussers betekent dat er de komende 2018) jaren meer ouderen zullen zijn met een chronische aandoening. Dit zijn bijvoorbeeld dementie, artrose, diabetes, problemen met zien, problemen met horen en beperkingen bij het bewegen. Met name onder de groep 85-plussers nemen de lichamelijke beperkingen toe (Actiz, 2020). De verwachting is ook dat het aantal eenzame ouderen zal toenemen (SCP, 2019).

De gemeente en andere lokale partijen zijn aan zet Landelijk is er een bestuurlijke Taskforce Wonen en Zorg opgericht (VNG, Aedes, ActiZ en de ministeries van VWS en BZK). De Taskforce maakt zich er sterk voor dat er in de komende jaren partijen op lokaal niveau zich inzetten om de problemen van eenzaamheid onder ouderen, onvoldoende geschikte woningen voor ouderen en een tekort aan personeel in de zorg aan te pakken. De gemeente en andere lokale partijen zijn aan zet. Deze quickscan draagt bij aan de beleidsontwikkeling van de gemeente en partners rondom deze opgave, die in essentie draait om het kunnen bieden van genoeg zorg en genoeg passende woningen, nu en in de toekomst.

Beleidsvraagstuk en de behoefte aan een wijkenscan De woonbehoefte van ouderen is over het algemeen een andere dan die van gezinnen of starters: kleiner, betaalbaar en gelijkvloers (Woonvisie Meierijstad, 2018). Maar vitaal wonen voor ouderen betekent méér dan alleen de functionele woonsituatie. Bij woonvragen van ouderen gaat het naast het bepalen van de benodigde soort woning en de feitelijke benodigde aantallen woningen ook om een geschikte woonomgeving. Ouderen willen nabij voorzieningen wonen – zowel dagelijkse voorzieningen als zorgvoorzieningen. Om eenzaamheid tegen te gaan zijn ruimtes voor ontmoeting van belang. Het gaat dus niet slechts om de ontwikkeling van woonbeleid, maar ook welzijn- en zorgbeleid.

Wonen-, Welzijn- en Zorgbeleid voor ouderen Wonen-, welzijn- en zorg (WWZ) beleid voor ouderen heeft grofweg te maken met de volgende vraagstukken (bron: ABF Research, 2019): 1. Extramuralisering van de zorg sinds 2015 - wat ertoe leidt dat (lichtere) zorg thuis in plaats van in een instelling verleend wordt. Zorgbehoevenden blijven vaker in een reguliere woning wonen of kiezen voor een bijzondere woonvorm. Knelpunt: het gat tussen ‘thuis’ en het verpleeghuis moet gedicht worden, er zijn nog te weinig woonzorgconcepten die dit gat opvullen.

Woonvisie Meierijstad Zoals geformuleerd in de Woonvisie (2018), zet gemeente Meierijstad in op: 

We bieden meer ruimte aan nieuwe woonvormen voor ouderen die willen doorstromen.

We stimuleren de doorstroming van ouderen naar meer geschikte woningen.

We leggen het accent op het bouwen voor de doorstroming door goede alternatieven te realiseren voor ouderen (de woonwensen van ouderen in met name de kleinere kernen)

De inwoners van de kernen nemen verantwoordelijkheid en ook het initiatief om samen met de gemeente te onderzoeken wat de specifieke plaatselijke woningbehoefte is, met name die vanuit de (jongeren en) ouderen, en wat daarvoor mogelijke oplossingen zijn. Dit om maatwerk per kern vast te kunnen stellen. Zowel bij de inventarisatie als bij de uitwerking van mogelijke oplossingen faciliteert en ondersteunt de gemeente de inwoners.

2. Het langer thuis wonen beleid - die o.a. oproept tot het levensloopbestendig maken van meer woningen middels aanpassingen. Knelpunt: er is te weinig afstemming over welke partij hierin de verantwoordelijkheid en regie heeft om dit (op tijd) te realiseren, en wie wat betaalt. 3. Geringe verhuisgeneigdheid onder ouderen De neiging om te verhuizen onder ouderen is relatief gering. Dit is deels het resultaat van het ‘langer thuis’ overheidsbeleid. Maar het langer thuis willen wonen kan leiden tot vereenzaming, onnodig dure zorg, en belemmert bovendien de doorstroming op de woningmarkt. 4. Het beschikbaarheidsvraagstuk Er is een tekort aan geschikte, betaalbare woningen. Voor de groeiende groep (soms zorgbehoevende) ouderen zijn er meer passende (kleinere, gelijkvloerse) woningen nodig. Door extramuralisering van de zorg doen ook mensen met psychiatrische zorgvraag, een verstandelijke beperking en/of met fysieke problemen vaker een beroep op voor ouderen geschikte woningen, wat leidt tot krapte op de markt.

Samenwerking cruciaal In het zoeken naar oplossingen spelen vele partijen een rol: overheid, semioverheid, markt en samenleving. Enkele voorbeelden: Wonen: gemeenten, woningcorporaties, particuliere verhuurders Welzijn en participatie: gemeenten, welzijnsorganisaties Zorg: verzekeraars, zorgkantoren, verschillende zorgaanbieders Veiligheid Ruimtelijke ordening Openbaar vervoer De ouderen zelf Samen spelen verschillende partijen een cruciale rol in het oppakken van vraagstukken rondom de vergrijzing en de extramuralisering. De sleutelrol van de gemeente is het scheppen van kaders, het neerleggen van een duidelijke vraag, het investeren in samenwerking, samen kunnen nagaan wat er voor ouderen betekend kan worden en ontwikkelingen sturen in de gewenste richting. De gemeente is bij uitstek de partij om oplossingen te coördineren (ABF Research, 2019).

De WWZ-opgave voor Meierijstad Meierijstad heeft te maken met zowel een kwantitatieve als kwalitatieve opgave. Er is een tekort aan woningen, maar er is vooral een kwalitatief tekort. Gegeven de vergrijzing, is het van belang na te gaan of de uitbreidings- of inbreidingsplannen aansluiten bij de kwalitatieve vraag. De woonwensen van ouderen betekenen iets voor de planvorming. In kwalitatieve zin moeten de plannen voldoende aansluiten bij de verander(en)de vraag naar nultredenwoningen, aangepaste (ouderen)woningen en geclusterde ouderenwoningen (Provincie Noord-Brabant, 2020). Daarnaast is er vraag naar (de nabijheid van) voorzieningen op het gebied van zorg, welzijn, boodschappen, vervoer, ontmoeting, voorlichting en informatie. Uit het woonwensenonderzoek 2019 blijkt dat ouderen (65+) in Meierijstad willen blijven wonen (89%) en dat ze de huidige buurt geschikt vinden (70%). Indien de gezondheid achteruitgaat, wil: 74% zo lang mogelijk thuis blijven wonen o 40% geeft aan dat dit kan, maar wel de woning aangepast zal moeten worden. o 5% geeft aan dat dit niet gaat en dat ze zullen moeten verhuizen. 26% verhuizen naar een woning met zorgfaciliteiten. Deze gegevens wijzen erop dat een groot deel van de huidige ouderen zelf aangeeft niet ‘geschikt’ te wonen.

Oplossingen vereisen inzicht op wijkniveau Het is bekend dat ouderen over het algemeen in het eigen dorp willen blijven wonen en allereerst naar het eigen dorp kijken voor een vervolgstap. Oplossingen voor de woonopgave voor ouderen kunnen per wijk en / of dorp verschillen. Onderzoek op wijkniveau geeft inzicht voor een gebiedsaanpak, gewenste woningverdeling of bijvoorbeeld afweging over extra wijkvoorzieningen die nodig zijn naast de woning. Met andere woorden, concreet inzicht in wijken is voor de gemeente een nuttig instrument om per wijk (een ambitieniveau) te bepalen welke aantallen (levensloop)geschikte woningen nodig zijn, welke woonomgeving hierbij het beste aansluit en welke voorzieningen nodig zijn.

Doel van de quickscan Deze quickscan heeft als doel bij te dragen aan de beleidsontwikkeling van de gemeente, door de lokale woon(zorg)opgave voor ouderen specifiek op wijkniveau beter in beeld brengen. Werkwijze en totstandkoming Dit onderzoek inventariseert waar en hoe ouderen in Meierijstad willen wonen en in welke mate een wijk of dorp vitaal wonen voor senioren mogelijk maakt. Eerst is de betekenis van de term ‘vitaal wonen voor senioren’ nader onderzocht middels literatuuronderzoek (september – oktober 2020). Seniorenraad Meierijstad heeft hier input op geleverd en deze opmerkingen zijn verwerkt (november 2020). Vervolgens zijn er per wijk en kleine kern diverse gegevens opgehaald en verwerkt in factsheets (november – januari 2020). Voor de wijkindeling is de indeling van de Leefbaarheidsmonitor 2019 gebruikt. Deze gegevens zijn opgehaald middels het verzamelen van open data en interviews met 15 van de 18 dorps- en wijkraden. Daarna is, met gebruik van de factsheets, bekeken in welke mate de wijken en kleine kernen geschikt zijn voor ouderen (januari 2020). Hiervoor is als maatstaf de betekenis van vitaal wonen voor senioren gebruikt (gedefinieerd in hoofdstuk 2). Op basis van de wijkenscan en het literatuuronderzoek zijn conclusies en aanbevelingen genoteerd (januari 2020).

Ten slotte hebben Seniorenraad Meierijstad, Adviesraad Sociaal Domein (ASD) en woningcorporaties Woonmeij, Area en BrabantWonen nog laatste op- en aanmerkingen geplaatst (april 2021). Die input is verwerkt in deze 2e versie.

Auteur en opdrachtgever Auteur

Sanne de Jong (trainee Atelier Beleid Sociaal Domein)

Ambtelijk opdrachtgever en begeleider:

Mark Weering (beleidsadviseur wonen)

Verantwoordelijk wethouder:

Rik Compagne (Zorg, Volksgezondheid, Volkshuisvesting: HIER, 2e loco)

2. Betekenis van ‘Vitaal wonen voor senioren’ Dit hoofdstuk bespreekt de betekenis van ‘vitaal wonen voor senioren’. Ten eerste door de doelgroep ouderen nader te definiëren en de (WWZ-)behoeften van ouderen in beeld te brengen. Zo wordt geïnventariseerd waar en hoe ouderen willen wonen. Dit wordt weergegeven in een lijst van indicatoren van seniorengeschiktheid. Daarnaast volgt nog een beknopte weergave van de huidige beleidscontext en een korte reflectie op wat dit beleid betekent voor de opgave van vitaal wonen voor senioren.

Definitie ouderen Er bestaat niet zoiets als ‘de’ oudere. Zoveel ouderen, zoveel variërende behoeften en wensen. Wat maakt de doelgroep ouderen tot één groep? Het zijn mensen die allemaal zijn beland in een bepaalde leeftijdsfase. In dit rapport worden mensen van 65 jaar en ouder gerekend tot de doelgroep ouderen.

(Woon)behoeften van ouderen Gegeven dat er niet zoiets bestaat als ‘de’ oudere, bestaat er niet zoiets als ‘de’ gewenste woonsituatie van ouderen. De woon(zorg)wensen van ouderen zijn divers. Niet elke oudere heeft een veranderde woonbehoefte en ook niet elke oudere is zorgbehoevend (zie figuur 2.1.) . Veel ouderen kunnen en willen in hun huidige woning zelfstandig blijven wonen. Veel (met name ‘jongere’ ouderen van 65-75 jaar) zijn niet of nauwelijks kwetsbaar en hebben geen fysieke beperkingen die zelfstandig thuis wonen in de weg staat (Platform31, 2019; PBL, 2019). We zien ook dat veel ouderen zelfstandig wonen. Dit is deels resultaat van overheidsbeleid (aanscherping toegang verzorgings- en verpleeghuizen) en de voorkeuren van de huidige generatie ouderen zelf (ABF Research, 2019) Figuur 2.1: Het piramidemodel van SEV en Aedes, een instrument om lokaal de woningbouw- en aanpassingsopgave voor ouderen te bepalen. De linkerzijde van de piramide geeft de bevolking van een gebied weer, ingedeeld naar zorgzwaarte. de rechterzijde toont de woningvoorraad, ingedeeld naar mate van geschiktheid (bron: VNG en Aedes, 2016 (bewerkt)).

Verandering in de (woon- en zorg)behoeften Een deel van de ouderen is minder vitaal en zelfredzaam en ervaart (toenemende) fysieke ongemakken. Dit zijn het vaakst de ‘oudste’ ouderen (75+). Ouderen die beperkingen krijgen hebben te maken met veranderingen in hun (woon- en zorg)behoeften. Dit geldt ook voor de ouderen zonder beperkingen die preventief hun woonsituatie willen veranderen, anticiperend op eventuele beperkingen in de toekomst. Ouderen die het eigen huis als ongeschikt ervaren, hebben problemen met onder andere drempels, trappen, de afwezigheid van een toilet op de verdieping waar ook wordt geslapen en de ontoegankelijkheid van het huis voor een rolstoel of rollator. Daarnaast kan de nabijheid van zorg zich ontwikkelen als een noodzakelijke factor (VNG en Aedes, 2016; SCP, 2019; KBO-PCOB, 2018).

Wat doen bij een ongeschikte woonsituatie Wanneer de woonsituatie ongeschikt is (geworden), kan iemand ervoor kiezen om te verhuizen of de huidige woning aan te passen. Deze besluitvorming is bij elke oudere anders. Het hangt af allerlei factoren: de huidige woonsituatie, het opleidingsniveau, het inkomen, persoonlijke regievaardigheden en de aanwezigheid van een partner of mantelzorger(s) (Platform31, 2020).

Niet over één kam te scheren Kortom, ouderen en hun (woon- en zorg)wensen zijn niet over één kam te scheren. Toch komen een aantal indicatoren voor wanneer een woonsituatie geschikt is voor ouderen veelvuldig terug. De volgende paragraaf geeft deze indicatoren weer, en schetst een beeld van de algemene (woon- en zorg)behoefte van de doelgroep.

‘De’ woonwens van senioren: een aantal indicatoren Ondanks ‘de’ woonwens van de oudere niet bestaat, zijn er wel een aantal indicatoren aan te wijzen die veelvuldig terugkomen in diverse bronnen (BeterOud, 2012, 2018; RvO, 2020; BZK, 2018; Habion, z.d.; Platform31, 2019, 2020; Platform31 & Aedes-Actiz, 2018; Stichting Seniorenraad Schijndel, 2017):

Woning  Voorkeur voor huur  Zelfstandig appartement  2- 3 kamers  Veilige en comfortabele woning, gelijkvloers  Rolstoel / rollator (/scootmobiel) toegankelijk  Geschikt om ook zorg of hulp te krijgen  Badkamer is toegankelijk voor rolstoel/bad-brancard  Eventueel een faciliteit, zoals maaltijdservice, vervoer of wasserij  Passende architectuur (karakter van de woning)

Woonomgeving  In de eigen (bekende) buurt  Dagelijkse voorzieningen op loopafstand (winkels, pinautomaat en medische diensten)  Brede (obstakelvrije) trottoirs  De buurt is goed bereikbaar  Parkeergelegenheid  OV-halte op loopafstand  Openbaar plantsoen of park in de buurt  Buurthuizen  Schoon  Veilig Financieel  

Prijs betaalbaar Niet (heel veel) duurder dan vorige woning

Zorg  

Mogelijkheid tot (een basisniveau van) toegankelijke zorg en ondersteuning Beschikbaarheid van informatie over mogelijkheden rondom (evt. preventieve) woningaanpassingen

Sociaal  Terug kunnen vallen op hulp en ondersteuning binnen het sociale netwerk, eventueel mogelijkheid tot mantelzorg  Gezelligheid en makkelijk contact met medebewoners  Vertrouwdheid en verbinding met het buurtnetwerk  Dicht bij familie of vrienden  Ontmoeting  Deel uitmaken van een gemeenschap

Bij gezamenlijk of geclusterd wonen:  Goede afspraken  Zelf bepalen aan welke (gezamenlijke) dingen wordt deelgenomen  Zorgen voor elkaar betekent niet overnemen van professionele zorg  Genoeg privacy  Geen bemoeizucht  Zelfstandig appartement, voldoende ruimte, met ruimte voor gasten  Gezamenlijke recreatieruimte/keuken/eetgelegenheid  Hulp krijgen wanneer het nodig is  Vrijheid houden  Bewoners ‘moeten niet alleen maar grijze duiven zijn’

Zelfrealisatie  Zelfstandigheid  Betekenis, zingeving  Niet gezien en aangesproken worden als kwetsbaar, hulpbehoevend en eenzaam  Zelf aangeven wanneer zorg of ondersteuning nodig te hebben (vrijheid)  Eigen identiteit houden, en erkend worden als persoon met eigen identiteit

Het huis als basis voor een thuis Bovenstaande lijst bevat indicatoren die een beeld geven van de (woon)behoeften van ouderen. Deze behoeften kunnen hiërarchisch worden geordend binnen de piramide van Maslow. Het laat zien dat het huis de basisbehoefte is. Het huis vervult de behoefte van ouderen om ergens te wonen: een ‘geschikte’ betaalbare woning in een veilige omgeving en aanwezigheid van zorg (indien nodig). Wanneer aan de basisbehoefte is voldaan, kan de behoefte van ouderen vervuld worden om vitaal te wonen en een ‘thuis’ te hebben: voldoende mogelijkheid tot sociaal contact, het hebben van een eigen identiteit, het gevoel hebben ertoe te doen en het gevoel hebben van erkenning, waardering en betekenis (Habion, z.d.).

Plezierig en vitaal wonen: Zelfrealisatie

Sociaal contact, het gevoel hebben ertoe te doen, erkenning, waardering, zelfontplooiing, eigen identiteit, betekenis, zingeving.

Ertoe doen

Sociaal contact De basis: Dienstverlening + veiligheid

‘Geschikte’ woning, betaalbaar, schone omgeving, zorg of ondersteuning indien nodig, gevoel van veiligheid.

De woning + het gebouw Figuur 2.2: Vitaal wonen bestaat uit het hebben van een huis en een thuis. (Bron: Habion, z.d. (bewerkt))

Extramuraliseringsbeleid Het extramuraliseringsbeleid betekent een verschuiving in de betekenis van zorg. Van de zorgprofessional wordt iets anders verwacht: niet zorgen voor iemand, maar zorgen dat iemand langer thuis kan blijven wonen, zelfredzaam is, participeert, etc. Zodoende wordt ernaar gestreefd zoveel mogelijk zorg thuis, en buiten de muren van een intramurale instelling, plaats te laten vinden. Met het oog op een absoluut en relatief groeiende groep ouderen in Nederland, moet dit overheidsbeleid de zorg betaalbaar houden (ABF Research, 2019). Sinds 1 januari 2015 kunnen alleen nog de ouderen die permanent toezicht of 24-uurszorg in de nabijheid nodig hebben gebruikmaken van de Wet langdurige zorg (Wlz) en daarmee ook aanspraak maken op verblijf in een instelling. Zodoende maakt een flinke groep mensen niet langer aanspraak op duur intramuraal wonen. In plaats daarvan blijven zorgbehoevenden – met een lichte maar ook met een zwaardere zorgvraag – zelfstandig wonen. Via de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), maar ook via mantelzorg, begeleiding en voorzieningen, worden ouderen geholpen in het langer zelfstandig thuis wonen.

Naast het extramuraliseringsbeleid stimuleert ook het afbouwbeleid van intramurale zorg (ambulantisering), ofwel een afname van intramurale beddencapaciteit, het langer zelfstandig thuis blijven wonen (ABF Research, 2019).

Rol van de gemeente Met de vernieuwde Wmo-wet is de gemeente sinds 1 januari 2015 integraal verantwoordelijk voor de organisatie van de ondersteuning van thuiswonende mensen met een lichtere zorgvraag. Met de Wmo regelt de gemeente de inkoop van noodzakelijke ondersteuning en biedt de gemeente maatwerk vanuit de vraag wat iemand nog zelf kan. De herziene Woningwet van 2015 versterkt het feit dat wonen en zorg een taak is die op gemeentelijk niveau moet worden aangepakt. In deze wet staat dat gemeenten en woningcorporaties prestatieafspraken met elkaar moeten maken. Hierbij is het belang de laatste jaren steeds meer toegenomen om wonen, welzijn en zorg in de prestatieafspraken een prominentere plek te geven (ABF Research, 2019).

De term ‘langer thuis wonen’ Ouderen willen langer thuis wonen. Het langer thuis wonen beleid streeft ernaar dit mogelijk te maken. Maar voorzichtigheid is geboden bij de term ‘langer thuis’. De term ‘langer thuis wonen’ impliceert dat de volgende woonlocatie geen ‘thuis’ zal zijn (Van Pijpen, 2019). Hierdoor kunnen mensen wellicht meer huiverig worden om te verhuizen. Het beleid zegt eigenlijk: verhuizen is niet fijn. Het is iets wat je doet wanneer je écht niet meer in de huidige woning kan blijven, en je noodgedwongen bent je ‘thuis’ te verlaten. Het is bekend dat ouderen het liefst in de eigen vertrouwde woning willen blijven wonen. Maar dit betekent niet dat een volgend huis geen ‘thuis’ kan zijn, en dat verhuizen iets is wat je niet moet willen. Volgens de Commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen (2020) – ook wel Commissie Bos genoemd - zou ‘langer thuis’ niet moeten gaan over wonen in het huis waar altijd gewoond is. Het moet gaan over langer zelfstandig wonen in een woonvorm die beter aansluit bij de woonzorgbehoefte.

‘Vitaal wonen’ in plaats van ‘langer thuis’ ‘Thuis’ lijkt vooral te betekenen: het behouden van de eigen identiteit, het blijven wonen binnen- en contact blijven houden met het eigen sociale netwerk. De betekenis van ‘thuis’ lijkt dus niet zo noodzakelijk ingebed te zijn in de huidige woning, maar eerder in de huidige vertrouwde buurt en de buurtbewoners. Deze achterliggende implicaties van de term ‘langer thuis wonen’ zijn wellicht een reden om te kiezen voor een andere formulering van het vraagstuk. Om die reden is in dit rapport is gekozen voor de naam ‘vitaal wonen voor senioren’ en niet voor ‘langer thuis blijven wonen’.

Kanttekening bij de term ‘vitaal’

Maar ook bij de term ‘vitaal’ is een kanttekening te plaatsen. Achter het streven naar ‘vitaliteit’ schuilen bepaalde mensbeelden, normen en waarden. Volgens wetenschapsfilosoof Trudy Dehue en hoogleraar verouderingsstudies Aagje Swinnen dient jeugdigheid tegenwoordig als norm binnen onze samenleving (Sahadat, 2020). ‘Vitaal’ oud worden met de betekenis ‘jong blijven’ sluit aan bij deze norm. De schaduwzijde van op deze manier naar oud worden kijken, is dat het lijkt te zorgen voor taboe op aftakeling en voor schaamte rondom beperkingen en kwalen (Sahadat, 2020). Daarbij, de nadruk op eigen regie en zelfredzaamheid in het overheidsbeleid lijkt te impliceren dat mensen een eigen verantwoordelijkheid dragen in het ‘jong blijven’. Het vitaal blijven is een project waarbinnen iemand zelf kan sleutelen, keuzes kan maken en doelen kan behalen. Wanneer jong blijven wordt gezien als eigen verantwoordelijkheid kan iemand die ongezond, ziek en/of beperkt is zich voelen alsof hij of zij faalt. Het wel of niet vitaal zijn is in deze betekenis een eigen verdienste. Door de waarden zelfredzaamheid en eigen regie, en de norm van jeugdigheid, voortdurend naar de voorgrond te trekken, lijkt de hoedanigheid van ‘afhankelijk zijn of hulp- en zorgbehoevend zijn’ een conditie waar je liever niet in wilt verkeren. Oud zijn, in de zin van afhankelijker worden, dat willen we niet.

Een willen of een moeten? Bovenstaande kanttekening gaat over de tijdsgeest en de normen binnen de samenleving in zijn geheel. Het is van belang om dit perspectief mee te nemen, of in ieder geval als kanttekening te benoemen. Wanneer het gaat om beleid, schuilt er namelijk een gevaar rondom de term ‘vitaliteit’. Dit gevaar zit in de verschuiving van het ‘willen’ naar een vorm van ‘zullen’ of ‘moeten’. Ouderen willen vitaal zijn, ouderen willen langer thuis wonen en ouderen willen zo lang mogelijk zelfredzaam zijn. Maar willen we als samenleving dat ouderen langer thuis moeten wonen en dat ze moeten voldoen aan de norm om vitaal te zijn? Het is een emergerende morele vraag, waar niet één antwoord op is, maar welke wel onderdeel moet blijven van het algehele vraagstuk rondom ouderenbeleid.

De gekozen term: ‘vitaal wonen’ Desondanks is in dit rapport gekozen voor ‘vitaal wonen’. Het omvat een concept van thuis dat niet gekoppeld is aan de vertrouwde woning waar iemand al jaren woont, maar aan een woning en woonomgeving die past bij de behoeften: een plek waar iemand comfortabel en fijn kan wonen. Dit kan de huidige woning zijn waar iemand al een tijdje woont, met indien nodig een aantal aanpassingen. Het kan ook een nieuwe woning zijn, die een stuk beter aansluit bij de (veranderde) behoeften dan de vorige woning. Met andere woorden, de term vitaal wonen omvat zowel langer thuis wonen als verhuizen en is daarmee een meer complete term om dit vraagstuk te duiden.

Conclusie: vitaal wonen betekent een huis én een thuis Een geschikte fysieke woning en woonomgeving vormen de basis voor vitaal wonen voor senioren. Wonen- welzijnen zorgbeleid moet echter niet stoppen nadat het ‘huis’ is neergezet. Een goede basis is de eerste stap, omdat de fysieke woning en woonomgeving de weg naar vitaliteit faciliteren. Maar om vitaal wonen voor senioren te realiseren is het cruciaal om een ‘thuis’ te creëren. Vitaliteit betekent niet alleen het zelfstandig kunnen bewegen, eten, wassen en slapen. Vitaliteit betekent zinvolheid, ertoe doen, zonder dat je daarvoor je identiteit, doen en laten hoeft te veranderen. De weg naar vitaliteit bestaat uit het mogelijk maken van ontmoeting, bij mensen het gevoel

creëren dat ze ertoe doen, dat ze van betekenis zijn en dat ze een eigen persoonlijkheid en identiteit hebben. De betekenis van vitaal wonen voor senioren is, kort gezegd, een huis én een thuis. De eisen voor de fysieke woning en woonomgeving moeten worden gezien als basis, en niet als criterium voor vitaal wonen. Het is juist deze basis waarop een weg gebouwd kan worden naar vitaliteit. In de volgende hoofdstukken staat de vraag centraal in hoeverre wijken en dorpen in Meierijstad vitaal wonen mogelijk maken. De volgende indicatoren worden in deze quickscan gehanteerd om de wijken en dorpen een score te geven:  (Fysieke) woning  Nabijheid van dagelijkse voorzieningen  Bereikbaarheid van de buurt  Veiligheid  Zorg (zorgvoorzieningen)  Sociaal (ontmoeting, participatie)  Financieel (betaalbaarheid) Voordat de score wordt toebedeeld en besproken, volgt eerst een weergave van huidige situatie in de gehele gemeente Meierijstad (H.3) en de verwachte toekomstige situatie in Meierijstad (H.4). In Hoofdstuk 5 wordt ingezoomd op de wijken en kleine kernen.

3. Huidige situatie Meierijstad Dit hoofdstuk geeft de huidige situatie van ouderen in Meierijstad weer op het vlak van wonen, gezondheid, inkomen en (Wmo) hulpmiddelengebruik. Maar eerst nog een weergave van waar (de meeste) ouderen wonen in Meierijstad en hoe de huidige woningvoorraad van Meierijstad eruit ziet.

Aantal inwoners en aandeel 65+ In Meierijstad wonen in totaal ruim 81.000 inwoners waarvan 21% 65+. Hieronder is te zien waar de meeste inwoners wonen en waar de hoogste (relatieve) aantallen 65+ers wonen.

Figuur 3.1: Het aantal inwoners per buurt. De donkerste vlakken bevatten de meeste inwoners. (bron: Zorgopdekaart.nl)

Figuur 3.2: Het aandeel 65+ers per buurt. Hoe lichter het vlak, hoe hoger het aandeel 65+ers in de buurt. In deze buurten zal naar verwachting een hogere vraag liggen naar geschikte woningen of woningaanpassingen.

Huidige woningvoorraad Uit de cijfers van het CBS (2020) blijkt:  De woningvoorraad in Meierijstad bestaat grotendeels uit eengezinswoningen (83%).  Het overgrote deel van de eengezinswoningen heeft een grootte van 100 tot 250 vierkante meter.  Appartementen bevinden zich met name in de centra van de drie grotere kernen (Schijndel, Veghel en Sint-Oedenrode). De andere wijken bestaan voornamelijk uit eengezinswoningen.  De kleinere kernen bestaan voornamelijk uit eengezinswoningen.  De 34.079 woningen in Meierijstad zijn voor het grootste deel koopwoningen (70%). Van de huurwoningen bestaat 21% uit corporatiewoningen en 9% uit particuliere huur.

Uit het Woonwensenonderzoek 2019 (O&S ’s Hertogenbosch, 2019) blijkt:  Alleenstaande ouderen wonen vaker in een klein appartement, oudere stellen wonen relatief veel in grotere grondgebonden woningen.

14000 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0 Sint Oedenrode Eigenaar/bewoner

Schijndel Corporatie

Veghel Partikuliere verhuur

Figuur 3.3.: Aantallen woningen naar eigendom (bron: Woonvisie Meierijstad 2018)

Seniorengeschiktheid huidige woningvoorraad Uit het Woonwensenonderzoek 2019 (O&S ’s Hertogenbosch, 2019) blijkt:  Meer dan de helft van de woningen van senioren zijn niet gelijkvloers, ook niet bij 75+.  Bij 75+ zijn de woningen vaker aangepast dan bij de jongere senioren.  Toch is bij 60-70% van de woningen van senioren geen aanpassing aanwezig.  Bij eigenaren-bewoners is de situatie niet wezenlijk anders dan bij huurders. Uit een verkennend onderzoek van Companen (2020) blijkt:  In Meierijstad zijn er 722 geclusterde woonvorm woningen voor senioren. Dit zijn zelfstandige woningen voor ouderen met geen of lichte zorgvraag.  Het totale aanbod van 24-uurszorgplekken bestaat uit 328 PG plekken en 319 SOM plekken.

Figuur 3.4.: Het percentage aanpasbare woningen ten opzichte van alle woningen in het getoonde gebied. Hoe lichter het vlak, hoe hoger het percentage aanpasbare woningen in het desbetreffende gebied. Aanpasbare woningen zijn woningen op de begane grond, woningen die met liften bereikbaar zijn en woningen waar trapliften in gemonteerd kunnen worden. De aanpassingskosten gelden tot maximaal €10.000 – indien de kosten hoger zijn dan dit bedrag is het een niet-aanpasbare woning.

Figuur 3.5.: Op deze kaart zijn de buurten met het grootste aanbod aan ster 3 woningen te zien die in beginsel geschikt zijn voor mensen met mobiliteitsbeperkingen. Deze ster 3 woningen zijn nultredenwoningen. Op de kaart is te zien dat het centrum van Veghel en het centrum van Sint-Oedenrode de meeste nultredenwoningen bevatten.

Inkomenssituatie oudere huishoudens Uit een onderzoek van Companen (2020) blijkt:  Iets meer dan de helft van de ouderen behoort tot de sociale doelgroep.  Twee derde van de oudere huishoudens heeft een lager inkomen, waarvan de helft huurtoeslag ontvangt  Er is een aanmerkelijk verschil tussen alleenstaanden en stellen. Van de alleenstaande ouderen heeft 86% een lager inkomen, waarvan ook ongeveer de helft tot de doelgroep huurtoeslag en woningcorporaties behoort. Van de oudere stellen behoort 40% niet tot de doelgroep van de corporaties.

Figuur 3.6.: Inkomenssituatie van oudere eenpersoonshuishoudens, ouder stel zonder kinderen en de totale doelgroep ouderen. Te zien is dat onder eenpersoonshuishoudens het overgrote deel binnen de sociale doelroep of doelgroep huurtoeslag valt. (bron: Lokale monitor Wonen, in Companen, 2020)

Gezondheidssituatie ouderen in Meierijstad Uit de GGD Gezondheidsmonitor Ouderen van het RIVM (2016) blijkt:  23% van de 65+ers heeft een mobiliteitsbeperking, 50% is beperkt in activiteiten, 44% heeft één of meer langdurige ziekten of aandoeningen.  Wel ervaart 63% van de 65+ers de eigen gezondheid als (zeer) goed. Ook is maar 2% in of rondom huis gevallen.  48% van de 65+ is eenzaam, 32% ervaart onvoldoende sociale samenhang in de buurt.  Toch heeft 85% regelmatig contact met de buren en 66% geeft aan zelfstandig sociale contacten te kunnen leggen en onderhouden.  76% voelt zich gelukkig en 59% geeft aan het gevoel te hebben een doel en richting te hebben in het leven

Boerdonk Keldonk Erp Mariaheide Zijtaart Veghel Nijnsel Boskant Sint-Oedenrode Olland Eerde Wijbosch Schijndel 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

Eenzaam

Matig/hoog risico op angst of depressie

Ernstig beperkt vanwege de gezondheid

Beperkt vanwege de gezondheid

70%

Mobiliteitsbeperking

Figuur 3.7.: De lichamelijke en psychische gezondheid van 65+ers per kern. Wijbosch valt op, hier hebben vergeleken met de andere kernen veel 65+ers een beperking en/of zijn ze eenzaam. (Bron: RIVM, 2016)

Gebruik ondersteuning, hulpmiddelen of (woning)aanpassingen Uit de Wmo monitor van de gemeente (2020) blijkt:  De 75+ers maken beduidend meer gebruik van hulp of ondersteuning dan 65-74 jarigen. Hiervan is het grootse deel vrouw. Uit een onderzoek van het RIVM (2016) blijkt:  29% van de 65+ers in Meierijstad heeft één of meer hulpmiddelen in de woning.  20% heeft geen hulpmiddelen in de woning maar hier wel behoefte aan. 48% heeft hulpmiddelen in de woning en/of heeft behoefte aan meer.  71% geeft aan altijd bij iemand in de omgeving terecht te kunnen met dagelijkse probleempjes en 65% geeft aan genoeg mensen te hebben om op terug te vallen in geval van narigheid.

In mijn woning zijn grote aanpassingen doorgevoerd (zoals aanbouwen van slaapkamer op de begane grond, …) In mijn woning zijn kleine aanpassingen doorgevoerd (zoals plaatsen van handgrepen, verlagen van drempels,…) 0 75+

5

65-74 jr

10

15

20

25

30

35

40

45

20%

25%

30%

50

totaal 65+

Ik (of uw eventuele partner) krijgt minimaal 1x per week zorgverlening aan huis Ik maak gebruik van extra dienstverlening aan huis (boodschappenbezorging, maaltijdservice, …) Ik krijg minimaal 1x per maand huishoudelijke hulp

65-74 jr

0%

5%

10%

75+

totaal 65+

15%

35%

Figuur 3.8.: De doorvoering van woningaanpassingen bij ouderen en het gebruik van hulp en ondersteuning (Bron: Woonwensenonderzoek 2019)

Figuur 3.9.: Populatieverdeling klanten Wmo van Veghel (in Q3, 2020). Met name de 75+ers maken gebruik van Wmo hulpmiddelen. Opvallend is dat het aantal vrouwen een stuk groter is dan het aantal mannen. Deze populatieverdeling geldt ook in de andere twee grote kernen Sint-Oedenrode en Schijndel, alleen zijn de absolute aantallen iets lager. (Bron: Wmo gegevens Meierijstad, Q3 2020)

4.Toekomstige situatie Meierijstad Het voorgaande hoofdstuk gaf de huidige woningvoorraad en huidige situatie van ouderen in Meierijstad weer. Dit hoofdstuk brengt de verwachte toekomstige ontwikkelingen in beeld: demografische ontwikkeling, huishoudensprognose, de voorspelde vraag naar 24-uurszorgplekken en het voorspelde aantal ouderen met mobiliteitsbeperkingen. Daarnaast gaat dit hoofdstuk in op het gedrag van ouderen: Hoe verhuisgeneigd zijn ze? Of denken ze de eigen woning te willen of moeten aanpassen? Hoe ziet wat hen betreft hun gewenste woonsituatie eruit?

Bevolkingsprognose 2020-2040 Uit de bevolkingsprognose van de Provincie Noord-Brabant (2020) blijkt1:  Het aantal ouderen stijgt fors de komende 20 jaar. Het aandeel 65+ers stijgt van 20,7% van de bevolking in 2020 naar 28% in 2040. De groep 75+ers stijgt het sterkst: van 8,8% in 2020 naar 15,5% in 2040.  Vanaf 2034 is de groep 75+ers voor het eerst een grotere groep dan de groep 65-74 jarigen. In 2040 zal het aandeel 65-74 jarigen 12,5% van de bevolking zijn en de groep 75+ers 15,5%.

Leeftijd

Figuur 4.1.: Links de demografie van Meierijstad in 2020, rechts in 2040. Meierijstad vergrijst. (Bron: Sinfore, 2020)

Figuur 4.2.: De kaart geeft weer waar relatief veel 65+ers wonen t.o.v. het landelijk gemiddelde in 2020 en in 2040. De kaart laat zien dat in Meierijstad in 2040 relatief erg veel ouderen wonen t.o.v. het landelijk gemiddelde. (Bron: Sinfore, 2020) 1

De effecten van de corona-crisis zijn in deze prognose nog amper zichtbaar. https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/ruimtelijke-ontwikkeling/2020/bevolkings-en-woningbehoefteprognose-noord-brabant2020

Huishoudensprognose 65+ Uit de bevolkingsprognose van de Provincie Noord-Brabant (2020) blijkt:  Het aandeel alleenstaande ouderen wordt de dominante categorie senioren, vanaf de periode 2030-2035 60 40 20 0

17 13

17 15

18 17

18

18

19

21

2020

2025

2030

2035

2040

Alleen 65+

Stel 65+

Figuur 4.3.: De verhouding (in %) alleenstaanden en stellen 65+. Te zien is dat vanaf ca. 2035 de groep alleenstaande 65+ groter is dan de 65+ stellen. (Bron: Provincie Noord-Brabant, 2020 (bewerkt)).

Aantal ouderen met of zonder mobiliteitsbeperkingen Uit de ANBO Actiz Infographic (2019) blijkt:  Het aantal ouderen met mobiliteitsbeperking neemt toe tussen 2020-2040. Dit geldt voor de 75+ senioren Zonder mobiliteitsbeperkingen

8.700

65-75

2020

1.000

10.000

2040

3.700

75-85

2020

Met mobiliteitsbeperking

1.600

6.700

2040

1.200 500

2040

3.000

2.900

85+

2020

1.100

1.300

Figuur 4.4.: Het aantal ouderen met of zonder mobiliteitsbeperkingen. In de grafiek is te zien dat de 75+ groep sterk groeit in 20 jaar en dat daardoor het aantal ouderen met mobiliteitsbeperkingen flink toeneemt in deze periode. (Bron: ANBO Actiz Infographic, 2019 (bewerkt))

Voorspelde zorgbehoefte in Meierijstad Uit de Woonzorgweter van Companen (2020) blijkt:  Het aantal oudere huishoudens in Meierijstad neemt de komende 20 jaar met ca. 5000 toe.  Het grootste deel blijft in reguliere woning wonen, met of zonder thuiszorg. Dit deel groeit sterk, namelijk met 47% (+3500) in 20 jaar.  De behoefte aan niet-regulier wonen* neemt in 20 jaar met 59% toe (van 3200 naar 5100).  De behoefte aan geclusterd wonen* neemt daarbij de grootste plaats in.  Verhoudingsgewijs zal de grootste groei plaatsvinden in de sector dementie (ruim 100%), gevolgd door 24-uurs somatische zorg.  Een vergelijking van de vraagprognose met het huidige aanbod 24-uurszorgplekken laat zien dat er op dit moment een tekort is; in de komende jaren zal dit tekort toenemen.

Figuur 4.5.: De behoefte aan zelfstandig wonen – regulier, geschikt of geclusterd - en de behoefte aan 24-uurszorgplekken.* (Bron: Woonzorgweter Companen, in Companen, 2020).

Figuur 4.6.: In alle categorieën van niet-regulier wonen zal de komende 20 jaar de vraag stijgen naar woonplekken stijgen. De vraag naar 24-uurszorgplekken PG groeit het sterkst, deze vraag verdubbelt in de komende 20 jaar. (Bron: Woonzorgweter Companen, in Companen (2020))

* Toelichting (definities): - Zelfstandig wonen: o Regulier wonen

-

o

Geschikt wonen (= ‘niet-regulier’): alle basisvoorzieningen gelijkvloers en goede toegankelijkheid

o

Geclusterd wonen (= ‘niet-regulier’): seniorenwoning in complex, serviceflat, hofjeswonen en dergelijke, aanleunwoning

Niet-zelfstandig wonen: o 24-uurs zorg SOM: intramuraal wonen in een verpleeghuis op plekken waar somatische zorg gegeven kan worden o 24-uurs zorg PG: intramuraal wonen in verpleeghuis, kleinschalig wonen dementie, waar psychogeriatrische zorg gegeven kan worden

Figuur 4.7.: Balans tussen vraag naar- en aanbod voor ouderen. Momenteel is er een tekort, en dit tekort loopt flink op in de komende 20 jaar. (Bron: Woonzorgweter Companen, in Companen (2020))

Figuur 4.8.: Vraag naar- en aanbod van woonvormen voor ouderen. In 2020 is er een tekort, en dit tekort wordt de komende 20 jaar groter. (Bron: Woonzorgweter Companen, in Companen (2020)

Hoe wonen ouderen nu en over 20 jaar?

NIET AANPASBAAR

AANPASBAAR

GESCHIKT

Uit de ANBO Actiz Infographic (2019) blijkt:  Maar een klein deel woont nu en in de toekomst in een niet-aanpasbare woning. Het overgrote deel van de ouderen woont nu en zal in de toekomst wonen in een aanpasbare woning, hiervan heeft een flink aantal ouderen een mobiliteitsbeperking. 600

2020

1.900

2040

1.600 400

2020

11.200

2.300

17.500

2040

4.800

2 0 2 0 500 200

2 0 4 0 600 100

Zonder mobiliteitsbeperkingen

Met mobiliteitsbeperking

Figuur 4.9.: Woonsituatie van ouderen in Meierijstad in 2020 en in 2040. (Bron: ANBO Actiz Infographic, 2019 (bewerkt))

Woning aanpassen of verhuizen? Uit het Woonwensenonderzoek 2019 (O&S ’s Hertogenbosch, 2019) blijkt:  Ouderen hebben een grote voorkeur voor het zo lang mogelijk in huidige woning blijven wonen.  Algemene lijn: hoe ouder, des te minder verhuisgeneigd.

Figuur 4.10.: Gewenste woonsituatie van 65+ers indien de gezondheid achteruitgaat. (Bron: Woonwensenonderzoek 2019)

Uit de Rapportage Inventarisatie Woonwensen Ouderen (Stichting Seniorenraad Schijndel, 2017) blijkt:  In 2008 gaf 40% van de ouderen in Schijndel en Wijbosch aan een verhuiswens te hebben, in 2016 was dit nog maar 23%. De meeste respondenten (ruim 68%) willen niet verhuizen. Dat is bijna 10% meer dan in 2008 (59%).

Figuur 4.11.: Vergelijking 2016 - 2008 van respondenten met verhuiswens per leeftijd klasse (Bron: Stichting Seniorenraad Schijndel, 2017)

Zoektijd en zoekacties van verhuisgeneigde ouderen Uit het Woonwensenonderzoek 2019 (O&S ’s Hertogenbosch, 2019) blijkt:  Ouderen denken niet snel een passende woning te kunnen vinden (52% denkt van niet, 42% misschien, slechts 6% denkt van wel).  Grootste redenen zijn dat er te weinig woningaanbod is dat voldoet aan de wensen (64%) of dat er lange wachtlijsten zijn voor een sociale huurwoning (66%).  Een ander argument is de betaalbaarheid. 35% vindt particuliere huurwoningen te duur en 27% vindt particuliere koopwoningen te duur.  Wel geeft 60% aan nog niet serieus op zoek te zijn geweest.

Verhuismotieven van ouderen Uit het Woonwensenonderzoek 2019 (O&S ’s Hertogenbosch, 2019) blijkt:  Bij ouderen is ‘vanwege gezondheid of behoefte aan zorg’ de dominante reden om te verhuizen (38%). Een wat kleiner deel geeft aan de willen verhuizen vanwege de huidige woning (14%).  De grootste verhuisredenen vanwege de huidige woning is dat de woning te groot is (56%), niet gelijkvloers is (43%) of niet geschikt is voor ouderen (30%).  Ouderen geven aan in een woning te willen wonen waar ze zelfstandig oud in kunnen worden (63%). Uit de Rapportage Inventarisatie Woonwensen Ouderen (Stichting Seniorenraad Schijndel,2017) blijkt:  Voor ouderen (in Schijndel en Wijbosch) is grootste reden om te verhuizen: gelijkvloers gaan wonen (26%), op de tweede plaats staat ‘wil kleinere woning’ (23%) en daarna volgen ‘gezondheidsredenen’ (16%) en ‘te grote tuin’ (15%).

Gewenste woonsituatie Uit het Woonwensenonderzoek 2019 (O&S ’s Hertogenbosch, 2019) blijkt:  Ouderen willen in dezelfde buurt blijven wonen.  Meer voorkeur voor huur naarmate men ouder is. Naast sociaal huren ook vraag naar vrije sector huur.  Nieuw of bestaand maakt niet uit.  Bij ouderen zeer grote voorkeur voor appartementen, meer naarmate men ouder is. Van belang is wel dat bij het appartement voldoende buitenruimte aanwezig is (een balkon of tuintje).  Grootste vraag naar gestapeld, 2-3 kamers (63%)  Indien moet/wil verhuizen: slechts een klein deel (15%) wil naar een gewone woning.  Grootste vraag naar bijzondere woonvormen: zelfstandige wooneenheid nabij zorginstelling (44%) of aanleunwoning nabij zorginstelling (18%). Uit de Rapportage Inventarisatie Woonwensen Ouderen (Stichting Seniorenraad Schijndel,2017) blijkt:  Een groot deel van de ouderen woont het liefst in een buurt met jongeren en ouderen (39%). Maar 16% woont het liefst in een buurt met alleen senioren. 45% heeft geen mening.  Ouderen willen het liefst wonen in een appartement (28%) en / of een seniorenwoning (26%). Op de derde plaats staat een patiowoning (13%). 100% 46%

38%

22%

54%

63%

78%

55-64 jaar

65 -74 jaar

75+

50% 0% Appartement

Grondgebonden

Figuur 4.12.: Gewenste woonsituatie van ouderen: een appartement. Dit wordt meer een wens naarmate men ouder is. (Bron: BZK, 2018 (bewerkt))

Figuur 4.13.: Woningtype wensen van verhuiswilligen (Bron: Stichting Seniorenraad Schijndel,2017)

Concluderend Meierijstad heeft de komende 20 jaar te maken met een forse vergrijzing. Het grootste deel van de ouderen blijft in een reguliere woning wonen, met of zonder thuiszorg. Dit deel groeit met 47% (+3500) in 20 jaar. Een flink aantal ouderen in reguliere woningen zullen hun woning moeten aanpassen. In het Woonwensenonderzoek (2019) gaf 40% al aan dit te moeten doen. Ook zal een deel van de ouderen in reguliere woningen willen verhuizen naar een meer geschikte reguliere woning. Een klein (huur)appartement (met 2-3 kamers) hebben veel ouderen als voorkeur, meer naarmate men alleenstaand is en ouder is. En het is juist deze groep (alleenstaanden, 75+ers) die toeneemt en vanaf ca. 2035 de dominante groep ouderen vormt. De behoefte aan niet-regulier wonen neemt in 20 jaar met 59% toe (van 3200 naar 5100). Dit is voornamelijk een behoefte aan geclusterd wonen: een zelfstandige wooneenheid of een aanleunwoning nabij een zorginstelling. Met de flinke groei van de 75+ leeftijdscategorie zullen er meer ouderen zijn met beperkingen. Verhoudingsgewijs zal de grootste groei plaatsvinden in de sector dementie (ruim 100%), gevolgd door 24-uurs somatische zorg. Bekend is dat vanaf 2030 er meer alleenstaande ouderen dan oudere stellen zullen zijn. Alleenstaande ouderen hebben over het algemeen een lager inkomen dan oudere stellen en behoren vaker tot de sociale doelgroep.

Naast het feit dat er voldoende geschikte woningen zullen moeten zijn voor de groter wordende groep ouderen de komende jaren, met of zonder zorg, is het ook belangrijk dat deze woningen betaalbaar zijn en blijven. Ten slotte is het van belang voldoende sociale voorzieningen in de buurt te behouden om eenzaamheid onder (alleenstaande) ouderen in Meierijstad tegen te gaan. Nu rest nog de vraag: Hoe ziet de opgave eruit op wijk- en dorpsniveau? Welke wijken en dorpen zijn al aardig ‘seniorenproof’ en welke minder? Waar liggen verbeterkansen?

5.Hoe staan de kernen en wijken van Meierijstad ervoor? In dit hoofdstuk staat de vraag centraal in hoeverre wijken en kleine kernen in Meierijstad vitaal wonen voor senioren mogelijk maken. Aan de hand van de verschillende categorieën van vitaal wonen voor senioren is de seniorengeschiktheid van de kleine kernen en wijken in beeld gebracht in factsheets, deze zijn te vinden in bijlage 1. Hieronder worden de belangrijkste knelpunten en verbetermogelijkheden weergegeven die blijken uit de wijkenscan, beginnend met de kleine kernen en daarna de wijken van de drie grote kernen: Schijndel, Sint-Oedenrode en ten slotte Veghel.

Kleine kernen Meierijstad heeft tien kleine kernen. Erp is hier ook meegerekend als kleine kern, maar Erp is wel een stuk groter dan de rest van de dorpen.

26.Erp 28.Nijnsel 29.Zijtaart 30.Boskant 31.Mariaheide 32.Eerde 33.Wijbosch 34.Keldonk 35.Olland 36.Boerdonk

Figuur 5.1.: Kaart van de gemeente Meierijstad met in het blauw de locaties van de tien kleine kernen (bron: Companen 2019 (bewerkt)).

Aantal inwoners en aandeel 65+ per kern Boerdonk Keldonk Erp Mariaheide Zijtaart Nijnsel Boskant Olland Eerde Wijbosch 0

1000

2000 3000 4000 Aantal inwoners 65+ Aantal inwoners

5000

6000

Figuur 5.2.: Aantal inwoners en aantal 65+ per kern. In Wijbosch en Erp wonen de meeste ouderen in absolute en relatieve zin. In Olland, Boerdonk en Keldonk wonen in absolute zin de minste ouderen. Relatief gezien (% 65+ van totaal inwoners) wonen in Nijnsel de minste ouderen (16%). (Bron: CBS, 2020)

Type woning waar behoefte aan is in kleine kernen Sociale huurwoning

Particuliere huurwoning

Appartement

Levensloopbestendige woning

Verzorgingstehuis

Geen behoefte

Geen behoefte Verzorgingstehuis

0% 14,70%

Levensloopbestendige woning

83,30%

Appartement Particuliere huurwoning Sociale huurwoning

40,20% 22,50% 58,80%

Figuur 5.3.: Uit een enquête onder de dorpsraden van kleine kernen van Noord-Brabant blijkt dat in kleine kernen in Noord-Brabant er vooral behoefte is aan levensloopbestendige woningen. 102 van de ca. 200 kleine kernen in Noord-Brabant hebben meegedaan aan het onderzoek (Bron: Vereniging Kleine Kernen, 2020)

Afstand tot voorzieningen

Figuur 5.4.: Deze kaart geeft de maximale gemiddelde afstand weer van alle inwoners in een gebied tot zowel de dichtstbijzijnde supermarkt, huisartsenpraktijk als apotheek, berekend over de weg. In de groengekleurde gebieden is deze afstand maximaal 700 meter of minder; hoe groener hoe minder groot de afstand. In de witte gebieden is de afstand meer dan 1000 meter. (Bron: Zorgopdekaart.nl)

Figuur 5.5.: In de grafiek is te zien dat de kleine kernen in verhouding met de grote kernen slecht scoren binnen de categorie ‘zorgvoorzieningen’ en ‘dagelijkse voorzieningen’. Inwoners vinden dat er onvoldoende voorzieningen in de buurt zijn voor de gezondheidszorg en voor de dagelijkse boodschappen. Links het percentage 55+ inwoners dat oneens is met de stelling: Er zijn voldoende winkels voor dagelijkse boodschappen aanwezig. Rechts het percentage 55+ inwoners dat oneens is met de stelling: Er zijn voldoende voorzieningen voor de gezondheidzorg aanwezig. (Bron: Companen 2019)

80 70 60 50 40 30 20 10 0

Onvoldoende sociale voorzieningen voor ouderen

Onvoldoende ontmoetingsplekken

Figuur 5.6.: Hoe hoger hoe minder goed het dorp scoort op sociale voorzieningen. Nijnsel en Boskant scoren het laagst. In Boerdonk is een opmerkelijk verschil waar te nemen: inwoners zijn aardig tevreden over het aantal ontmoetingsplekken, maar erg ontevreden over het aantal sociale voorzieningen voor ouderen. (Bron: Companen 2019)

Wat lijkt ok?     

Inwoners geven aan zich veilig te voelen in hun buurt. Inwoners willen in hun eigen buurt blijven wonen. Het grootste deel van de woningen in de kleine kernen zijn aanpasbaar (tredenwoning, maar traplift wel mogelijk). Bijna alle kleine kernen bevatten in verhouding meer nultredenwoningen dan de wijken in de drie grote kernen In Wijbosch is er een geclusterde woonvorm voor ouderen aanwezig met ook 24uurszorgplekken

Knelpunten Woonvoorraad 

In de kleine kernen zijn er een flink aantal ‘niet-geschikte’ woningen voor senioren: veel (redelijk grote) eengezinswoningen met treden en nauwelijks appartementen of woon-zorgcomplexen. Het grootste deel van deze woningen is wel aanpasbaar (zie figuur 3.4.) Uit een woonbehoefteonderzoek van de Vereniging Kleine Kernen (2020) onder kleine kernen in Noord-Brabant blijkt dat er vooral een behoefte is aan levensloopbestendige woningen (zie figuur 5.3.). Erp staat als hoogste op de lijst van de kleine kernen als kern met de meest ongunstige verhouding van vraag en aanbod van ‘ster 3’ (nultreden) woningen (bron: Zorgopdekaart.nl).

Voorzieningen voor dagelijkse boodschappen  

Supermarkten zijn in de kleine kernen niet nabij, m.u.v. Erp. Nijnsel scoort het laagst (zie figuur 5.4. en 5.5.). Uit gegevens van het RIVM (2016) blijkt dat in Wijbosch relatief veel ouderen wonen met een mobiliteitsbeperking (zie figuur 3.7.).

Ontmoeting 

Er wordt aangegeven dat er onvoldoende ontmoetingsplaatsen of voorzieningen zijn voor ouderen in de kleine kernen. Dit is met name het geval in Boskant en Nijnsel (zie figuur 5.6.). Ondanks dat Wijbosch nog aardig scoort qua sociale voorzieningen, uit gegevens van het RIVM (2016) blijkt dat in Wijbosch relatief veel eenzame ouderen wonen.

Zorgvoorzieningen 

Zorgvoorzieningen zijn in de kleine kernen niet nabij, m.u.v. Erp. Boskant scoort het laagst (zie figuur 5.4. en 5.5.).

Bereikbaarheid buurt 

Keldonk, Boskant, Olland en vooral Zijtaart worden als niet goed bereikbaar bevonden met OV of andere vervoersservice.

Betaalbaarheid 

De kleine kernen bevatten weinig sociale huurwoningen(ten hoogste 15% in Erp).

Belangrijkste kansen 

 

In het algemeen zijn in de kleine kernen binnen de categorieën woonvoorraad, voorzieningenniveau (zorg, sociaal, boodschappen) en bereikbaarheid buurt verbeterslagen te maken. Van belang is dat er aandacht wordt besteed aan bereikbaarheid. Ouderen kunnen niet lopend naar een supermarkt of huisarts, dus moeten met het OV of een andere vervoerservice op pad kunnen gaan. Qua woningvoorraad ligt er een kans met betrekking tot het toevoegen van de juiste woningen. Het toevoegen van sociale huurwoningen in de kleine kernen is een oplossingsrichting, omdat ouderen dank kunnen doorstromen. Ook ligt er een opgave wat betreft het aanpassen van woningen, zodat ouderen hier langer kunnen blijven wonen als ze een mobiliteitsbeperking krijgen. Voor lichte zorg biedt thuiszorg een uitkomst. Wanneer er zwaardere zorg nodig is maar de ouderen nog wel zelfstandig willen blijven wonen zullen ze hoogstwaarschijnlijk moeten verhuizen van hun woning in de kleine kern naar een aanleunwoning of geclusterde woonvorm in een grotere kern.

De ‘quick wins’:  Nijnsel en Boskant kunnen stappen maken in het realiseren van meer sociale voorzieningen.  Nijnsel scoort van alle kleine kernen het laagst qua voorzieningen (sociaal, zorg, boodschappen), hier ligt een verbeterkans.  Zijtaart is als het slechts bereikbaar beoordeeld, hier ligt een verbeterkans.

Schijndel

14.De Beemd 15.Boschweg Zuidwest 16.Hoevenbraak-Hulzebraak 17.Plein Schijndel 18.Schijndel Centrum 19.De Borne 20.Hopstraat 37.Boschweg Noordoost

Figuur 5.7.: Kaart van de gemeente Meierijstad met in het blauw de locatie van Schijndel (bron: Companen 2019 (bewerkt)).

Aantal inwoners en aandeel 65+ per wijk Boschweg Noordoost Hopstraat De Borne Schijndel Centrum Plein Schijndel Hoevenbraak-Hulzebraak Boschweg Zuidwest De Beemd 0

500

1000

1500

Aantal inwoners 65+

2000

2500

3000

3500

4000

4500

Aantal inwoners

Figuur 5.8.: Het aantal inwoners en het aantal 65+ inwoners in de wijken van Schijndel. Relatief gezien maar ook in absoluut aantal wonen in het centrum veruit de meeste ouderen (Bron: CBS, 2020).

Wat lijkt ok?

  

In vijf van de acht wijken, vooral Schijndel centrum, lijken er voldoende voorzieningen aanwezig te zijn – dit geldt voor zorgvoorzieningen en winkels voor de dagelijkse boodschappen. In het centrum van Schijndel wonen veruit de meeste ouderen (46% ofwel 1165 ouderen). Hier zijn voldoende voorzieningen en de woningvoorraad van het centrum van Schijndel bestaat voor 53% uit appartementen. De meeste wijken voldoen aan de 25% sociale huur norm in de Woonvisie (2018) van gemeente Meierijstad. Inwoners van Schijndel vinden hun buurt goed bereikbaar met het OV of een andere vervoersservice. Inwoners zijn aardig tevreden over het aantal sociale voorzieningen in de wijk. HoevenbraakHulzebraak en Plein Schijndel scoren hier wel iets lager (zie figuur 5.11.).

Knelpunten Woonvoorraad 

Schijndel heeft niet veel gelijkvloerse woningen. Vooral De Beemd, BoschwegZuidwest, Boschweg-Noordoost en De Borne bevatten erg weinig nultreden woningen. Wel zijn het grootst deel van de woningen in Schijndel aanpasbaar (zie figuur 3.4.).

Voorzieningen voor dagelijkse boodschappen 

In Boschweg-Noordoost, Boschweg-Zuidwest en vooral Hoevenbraak – Hulzebraak vinden inwoners dat er onvoldoende voorzieningen zijn voor dagelijkse boodschappen (zie figuur 5.5.).

Ontmoeting 

Hoevenbraak-Hulzebraaken Plein Schijndel scoren iets lager dan de andere wijken qua sociale voorzieningen (zie figuur 5.11).

Zorgvoorzieningen 

Ook vinden inwoners dat er te weinig zorgvoorzieningen zijn, vooral in Boschweg Noordoost (zie figuur 5.4. en 5.5.).

Betaalbaarheid  

De Beemd en Boschweg-Noordoost staan van de wijken bovenaan op de lijst van hoogste jaarlijkse aanpassingskosten per inwoner (€20). Hopstraat heeft 0% corporatiewoningen. Maar dit is vergeleken met de andere wijken een kleine wijk met een stuk minder inwoners.

Belangrijkste kansen

In het algemeen is Schijndel goed bereikbaar en betaalbaar.  Van belang is dat er aandacht wordt besteed aan het levensloopgeschikt maken van woningen in bestaande bouw en dat er bij nieuwbouw rekening wordt gehouden dat de woning levensloopgeschikt is of eenvoudig levensloopbestendig kan worden gemaakt.  Voor lichte zorg biedt thuiszorg een uitkomst. Wanneer er zwaardere zorg nodig is maar de ouderen nog wel zelfstandig willen blijven wonen zullen ze hoogstwaarschijnlijk moeten verhuizen naar een aanleunwoning of geclusterde woonvorm. In Schijndel zijn een aantal geclusterde woonvormen voor ouderen aanwezig. De kans is er wel dat een Schijndelaar ervoor moet verhuizen naar een andere wijk.  Er is echter een tekort aan zulke woonvormen in de gemeente en dit tekort neemt de komende jaren toe (zie figuur 4.7.). De ‘quick wins’:  Boschweg-Noordoost springt eruit als de wijk met het minst goede voorzieningenniveau, zowel qua supermarkten als zorgvoorzieningen.  In Hoevenbraak-Hulzebraak en Plein-Schijndel mag er wat meer aandacht gaan naar mogelijkheden voor ontmoeting.

Sint-Oedenrode

21.Kinderbos en Cathalijne 22.Sint-Oedenrode Centrum 23.Vogelenzang & Dommelrode 24.Eerschot 25.Kienehoef

Figuur 5.9.: Kaart van de gemeente Meierijstad met in het blauw de locatie van SintOedenrode (bron: Companen 2019 (bewerkt)).

Aantal inwoners en aandeel 65+ per wijk

Kienehoef Eerschot Vogelenzang & Dommelrode Sint-Oedenrode Centrum Kinderbos & Cathalijne 0

1000 Aantal inwoners 65+

2000 Aantal inwoners

3000

4000

Figuur 5.10: Aantal inwoners en aantal 65+ inwoners in de wijken van Sint-Oedenrode. Relatief gezien maar ook in absoluut aantal wonen in het centrum veruit de meeste ouderen. (Bron: CBS, 2020) 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

Onvoldoende sociale voorzieningen voor ouderen

Onvoldoende ontmoetingsplekken

Figuur 5.11.: Hoe hoger, hoe minder hoge score op het gebied van sociale voorzieningen. SintOedenrode scoort laag op het gebied van sociale voorzieningen, m.u.v. het centrum. In Veghel zijn het de wijken Veghel-Zuid, Veghel-West/Oranjewijk en Bloemenwijk Veghel die laag scoren. (bron: Companen 2019).

Wat lijkt ok?     

Inwoners geven aan zich veilig te voelen in hun buurt. Inwoners vinden hun buurt redelijk goed bereikbaar, m.u.v. Kinderbos en Cathalijne. In bijna alle wijken vinden 55+ inwoners dat er voldoende winkels zijn voor dagelijkse boodschappen, m.u.v. Eerschot. In Sint-Oedenrode zijn in de wijken 14-15% van de woningen gelijkvloers, m.u.v. Kienehoef: hier is maar 4% gelijkvloers. In het centrum van Sint-Oedenrode is het aandeel ouderen erg groot: 55% 65+ers en 25% 75+ers. Mooi is dat het centrum goed scoort op alle categorieën. Er lijken voldoende zorgvoorzieningen en winkels voor dagelijkse boodschappen te zijn. Het centrum bevat het hoogste percentage appartementen vergeleken met alle andere wijken en dorpen in de gemeente (68%).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=935790d8-828d-4e97-9ec7-164ae9a20516