CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Plantoelichting BP Loosbraak 010420

Raadsvergadering 10 mei 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Landelijk Gebied - Loosbraak ongenummerd18.567 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwerp-bestemmingsplan

“Loosbraak ong.” PLANTOELICHTING NL.IMRO.1948.BGS000BP0032019P-ON01

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

Titel:

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

Datum: Projectnummer: Status / versie:

1 april 2020 2016.115 Definitief / 01-04-2020

Adviesbureau: Auteurs: Contactpersoon: (Post)adres:

Wintraecken Advies B.V. Teun van de Camp Msc. en mr. David Wintraecken David Wintraecken Harry Bolsiuslaan 13 5481 BN Schijndel (073) 850 51 29 / (06) 146 488 29 info@wintraeckenadvies.nl www.wintraeckenadvies.nl

Telefoon: E-mail: Website:

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of Wintraecken Advies.

2

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding en situatie .................................................................................... 5 1.2 Doelstelling bestemmingsplan ........................................................................ 6 1.3 Leeswijzer .................................................................................................... 7 2. Beschrijving bestaande en gewenste situatie......................................................... 8 2.1 Situering ...................................................................................................... 8 2.2 Feitelijke situatie........................................................................................... 8 2.3 Bestaande planologisch-juridische regeling ....................................................... 9 2.4 Planbeschrijving .......................................................................................... 11 3. Ruimtelijk beleidskader .................................................................................... 12 3.1 Inleiding .................................................................................................... 12 3.2 Rijksbeleid .................................................................................................

12 3.3 Provinciaal beleid ........................................................................................ 15 3.4 Gemeentelijk beleid..................................................................................... 20 4. Milieu- en ruimtelijke waardentoets ................................................................... 31 4.1 Inleiding .................................................................................................... 31 4.2 Geluid ....................................................................................................... 31 4.3 Milieuzonering / hinderlijke bedrijvigheid ....................................................... 32 4.4 Externe veiligheid ....................................................................................... 34 4.5 (Ondergrondse) infrastructuur, kabels en (buis)leidingen ................................. 36 4.6 Milieueffectrapportage ................................................................................. 37 4.7 Bodem ....................................................................................................... 39 4.8 Water ........................................................................................................ 39 4.9 Lucht .........................................................................................................

41 4.10 Flora en fauna .......................................................................................... 43 4.11 Historische kwaliteit .................................................................................. 45 4.12 Mobiliteit; verkeer en parkeren ................................................................... 47 4.13 Ruimtelijke inpassing: beeldkwaliteit en landschapsversterking ....................... 47 5. Juridische toelichting........................................................................................ 51 5.1 Het bestemmingsplan als juridisch instrument ................................................ 51 5.2 Systematiek van de regels ........................................................................... 51 5.3 Toelichting bestemmingen............................................................................ 52 6. Uitvoeringsaspecten ......................................................................................... 53 6.1 Economische uitvoerbaarheid ....................................................................... 53 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................. 53 7. Eindconclusie .................................................................................................. 54

3

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

Bijlagen 1. Oriënterend onderzoek naar beschermde flora en fauna aan de Loosbraak ong. te Schijndel, Blom Ecologie, d.d. 28 april 2016, BE/2016/096/r; 2. Landschappelijk inpassingsplan Loosbraak ong. te Schijndel, Blom Ecologie, d.d. 21 december 2018, BE/2016/096; 2.1 Inrichtingstekening landschappelijk inpassingsplan 3. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Loosbraak naast 43, De Roever Omgevingsadvies, d.d. 9 augustus 2016, documentnummer: 2016wvl02/C01/RK; 4. Verkennend bodemonderzoek aan de Loosbraak ong. te Schijndel, MILON bv, d.d. 10 mei 2016, projectnummer: 20161342; 5. Watertoets ter plaatse van Loosbraak ong. te Schijndel, MILON bv, d.d. 11 mei 2016, projectnummer: 20161342-1; 6. Archeologisch bureauonderzoek en booronderzoek, Bureau voor Archeologie, d.d. 17 mei 2016, projectnummer: 2016032302.

4

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en situatie Aan de Loosbraak 43 te Wijbosch is een woning met tuin gesitueerd. De eigenaar van de woning is voornemens om het perceel kadastraal te splitsen ten behoeve van de oprichting van een nieuwe woning. Deze nieuwe woning is voorzien op het noordwestelijk deel van het perceel dat thans in gebruik is als tuin en kan worden ontwikkeld op basis van het beleid van de provincie en nader is gespecificeerd door de gemeente voormalige Schijndel in de Structuurvisie Wijbosch (IDOP). Onderstaande afbeelding betreft een luchtfoto van de huidige situatie van het plangebied. Afbeelding 1: Luchtfoto plangebied (bron: maps.live.com)

De Loosbraak is gelegen ten zuiden van het kerkdorp Wijbosch, en behoort tot de voormalige gemeente Schijndel. Ten zuiden van het plangebied bevinden zich achtereenvolgens de Nieuwe Eerdsebaan (doorgaande weg tussen Schijndel en Eerde/Veghel) en het bedrijventerrein Duin (voormalige gemeente Schijndel). De navolgende afbeelding 2 bevestigt dit.

5

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

Afbeelding 2: Luchtfoto plangebied en haar omgeving (bron: maps.live.com)

Het schuurtje bestaat uit houten wanden met een dak van golfplaten en wordt gebruikt als opslag van haardhout, zitmaaier en klein tuingereedschap. De locatie is aan de zuid-, west- en noordzijde omrasterd (de oostzijde sluit aan op de tuin). De initiatiefnemer is voornemens om het voornoemde perceel te herontwikkelen. De gemeente voormalige Schijndel heeft verklaard bereid te zijn om (in principe) medewerking te verlenen aan het opstarten van een bestemmingsplanprocedure ten behoeve van de realisatie van het bouwplan. Aan het besluit tot medewerking zijn voorwaarden verbonden. Zo dient het plangebied te liggen binnen een door de gemeente aangewezen bebouwingsconcentratie en dient er aandacht te worden besteed aan de landschappelijke inpassing van de (woon)locatie middels een hiertoe op te stellen landschappelijk inpassingsplan. Tevens dient initiatiefnemer, conform het provinciale beleid en de Structuurvisie Wijbosch, een financiële bijdrage te leveren. De voorgestane ontwikkeling past niet in het vigerende bestemmingsplan “Landelijk Gebied”, aangezien de gronden tot op heden niet voor wonen zijn bestemd. Om de voorgestane ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te maken dient derhalve het vigerende bestemmingsplan te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

Dit bestemmingsplan geeft een planologisch-juridische regeling ten behoeve van de realisatie van het gewenste bouwplan. De met dit bestemmingsplan aangetoonde ruimtelijke en milieuhygiënische aanvaardbaarheid heeft betrekking op het bouwplan voor de ontwikkeling ter plaatse van het plangebied aan de Loosbraak ongenummerd.

1.2 Doelstelling bestemmingsplan Doelstelling van deze partiële herziening van het bestemmingsplan “Landelijk Gebied” is, zoals hiervoor reeds vermeld, om de realisatie van het onderliggende planvoornemen planologisch en juridisch mogelijk te maken. Het bestemmingsplan besteedt aandacht aan de ruimtelijke en milieu-hygiënische effecten van de voorgenomen ontwikkeling. Onderzocht wordt hoe het initiatief zich verhoudt

6

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

– zowel in negatieve als in positieve zin – tot de aanwezige functies en waarden van het plangebied en de directe omgeving ervan. In dit kader worden, behalve het ruimtelijkplanologische beleid, alle ruimtelijke en milieu-hygiënische aspecten alsmede de landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit nader beschouwd. Aan de volgende deels juridische voorwaarden dient te worden voldaan: 1. het motiveren van de afwijking(en) van de geldende bestemming middels het opstellen van een bestemmingsplan; 2. het met een bestemmingsplan aantonen van de ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieuhygiënische aanvaardbaarheid; 3. het in procedure brengen van het bestemmingsplan. Met dit bestemmingsplan wordt derhalve een planologische en juridische basis gelegd om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen te kunnen realiseren. Het bestemmingsplan dient verder te voldoen aan de Wro en het Bro en de ROStandaarden 2012: • IMRO2012 (Informatie Model Ruimtelijke Ordening 2012); • SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012); • STRI2012 (Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten 2012).

1.3 Leeswijzer In de volgende hoofdstukken wordt aandacht besteed aan de verschillende aspecten van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de bestaande en de gewenste situatie alsmede van de bestaande planologisch-juridische regeling. Hoofdstuk 3 gaat in op het ruimtelijk-planologische beleidskader. Voor een uitgebreide beschrijving van de milieuhygiënische en ruimtelijke aspecten wordt verwezen naar hoofdstuk 4. De juridische aspecten worden toegelicht in hoofdstuk 5 en het onderdeel economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 bevat de slotconclusie.

7

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

2. Beschrijving bestaande en gewenste situatie In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen die aanleiding zijn geweest voor het nieuwe bestemmingsplan. Eerst wordt de bestaande – feitelijke en planologisch-juridische – situatie beschreven, gevolgd door een beschrijving van de gewenste situatie (de planbeschrijving).

2.1 Situering In het hart van de Brabantse Meierij liggen de dorpen Schijndel en Wijbosch die samen de voormalige gemeente Schijndel vormen. De voormalige gemeente Schijndel ligt centraal in de driehoek ’s-Hertogenbosch, Oss, Eindhoven. Het plangebied ligt ten zuid van Wijbosch, dat behoort tot de voormalige gemeente Schijndel.

2.2 Feitelijke situatie Het plangebied maakt deel uit van het perceel aan de Loosbraak 43 te Schijndel. De locatie betreft een klein graslandperceel dat de laatste jaren slechts in beperkte mate in gebruik is als agrarisch land, maar met name als grasland / speelweide voor kinderen. In de huidige situatie is er op de ontwikkellocatie tevens een kleine schuur/opstal aanwezig. Het schuurtje bestaat uit houten wanden met een dak van golfplaten en wordt gebruikt als opslag van haardhout, zitmaaier en klein tuingereedschap. De locatie is aan de zuid-, west- en noordzijde omrasterd (de oostzijde sluit aan op de tuin). Het plangebied wordt begrensd door de een greppel en de Loosbraak (noorden), particuliere tuin met bomen, struiken, planten en gazon (oosten), weideperceel of hooiland (zuiden) en een braakliggend terrein wat in het verleden werd gebruikt als fietscrossparcours (westen). De nieuwe woonkavel zal aan de noordzijde op de Loosbraak worden aangesloten. De Loosbraak heeft in de huidige situatie reeds alle kenmerken van een rustige woonstraat. Navolgende afbeelding betreft een Google Street view screen shot van de huidige situatie. Deze bevestigd hetgeen hierboven omschreven: een landelijk gelegen, rustige woonstraat. Afbeelding 3: Street view screen shot, met zocht op Loosbraak ongenummerd

8

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

2.3 Bestaande planologisch-juridische regeling Op grond van het bestemmingplannen “Landelijk Gebied” en “Landelijk Gebied – Herijking” rusten op het perceel Loosbraak 43 de enkelbestemmingen ‘Agrarisch met waarden – Kleinschalig landschap’ en (voor een klein gedeelte) ‘Wonen’. Een en ander is te herleiden aan onderstaande afbeelding, welke een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan betreft. Afbeelding 4: Uitsnede verbeelding “Landelijk Gebied”

De gronden bestemd voor ‘Agrarisch met waarden – Kleinschalig landschap’ zijn bestemd voor: a. agrarisch bedrijf en agrarisch gebruik; b. een aan huis verbonden beroep; c. nevenactiviteiten; d. plattelandswoningen; e. behoud, herstel en ontwikkeling van cultuurhistorische en landschappelijke waarden; f. behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de bijbehorende ecologische en landschappelijke waarden; g. water en waterhuishoudkundige doeleinden; h. extensief recreatief medegebruik; i. bed en breakfast; j. doeleinden van openbaar nut; k. erfbeplanting; l. tuinen; m. onverharde paden een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder perceelsontsluitingen en sloten.

9

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

Deze gronden bestemd voor ‘Wonen’ zijn bestemd voor: a. woningen; b. diverse nevenactiviteiten; c. een aan huis verbonden beroep; d. een aan huis verbonden bedrijf (onder voorwaarden); e. bed en breakfast; f. water en waterhuishoudkundige doeleinden; g. ontsluitingswegen; h. parkeervoorzieningen; een en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen en erven. De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ en ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen Voorts zijn de (gebieds)aanduidingen ‘Reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’, ‘Wro-zone - esdek’ en ‘Wro-zone - wijzigingsgebied bebouwingsconcentratie’ van kracht op onderhavige locatie. Deze aanduidingen zijn, na wijziging van het vigerend bestemmingsplan, blijvend van kracht. Een en ander wordt meegenomen bij de overwegingen voor het inrichtingen van het plangebied, maar levert geen specifieke aanvullende eisen of beperkingen op. Tevens vigeert het bestemmingsplan “Landelijk Gebied, Herijking” waardoor op het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorisch waardevolle elementen’ rust.

De met deze dubbelbestemming aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, beheer en versterking van de cultuurhistorisch waardevolle elementen. Dit zijn waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historischgeografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden. Adviesbureau Blom Ecologie heeft de ecologische (zie bijlage 1), landschappelijke en aardkundige waarden en overige kwaliteiten van de gronden van initiatiefnemer geïnventariseerd (zie bijlage 2). De rapportages van Blom Ecologie hebben geleid tot een gezamenlijk gedragen eindbeeld/-model voor landschappelijke inpassing en versterking. Een en ander heeft geleid tot een plan, waarmee behoud van waarden en kwaliteiten is gegarandeerd en er voor de nabije toekomst een duidelijke verbetering van de aanwezige waarden en kwaliteiten kan worden verwacht. Bij de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing van het bouwplan wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met de richtlijnen van het vigerende bestemmingsplan en de voorwaarden die de gemeente heeft opgenomen in de reactie op het ingediende principeverzoek ten behoeve van de gewenste ontwikkeling.

De strijdigheid van het bouwplan met het vigerende bestemmingsplan is in hoofdzaak gelegen in het feit dat het bouwplan ziet op de realisatie een wonen binnen een geldende agrarische bestemming.

10

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

2.4 Planbeschrijving De initiatiefnemer kan – onder voorwaarden – een woning oprichten binnen de perceelsgrenzen van de Loosbraak 43. Om zo veel mogelijk aansluiting te vinden bij het karakter van de omgeving, in zowel stedelijke, als landelijke zin, is er een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit inpassingsplan is vooraf gegaan door een inventarisatie van de woningen en perceelsinrichtingen van de woningen in de omgeving en uitvoering van een ecologisch onderzoek. Zodoende is er een plan opgesteld waarbij de fysieke inrichting passend is bij de omgeving en natuur en groen de landschappelijke waarde en kwaliteit ter plaatse zullen respecteren en, waar mogelijk, zullen verbeteren. Navolgende afbeelding betreft de inrichtingsschets voor de nieuwbouwkavel. De rapportage die hieraan ten grondslag ligt, is opgenomen als bijlage 2 van deze toelichting. Afbeelding 5: situatietekening (bron: Blom Ecologie)

Uit bovenstaande afbeelding (en bijlage 2) blijkt dat er een combinatie van behoud aan en versterking van groen- en landschapselementen plaatsvindt. Een en ander sluit aan op gebiedseigen soorten en de natuurwaarden uit de omgeving. Met name als de vergelijking wordt getrokken met de huidige situatie (zie afbeelding 3) is de toegevoegde waarde van onderhavig plan duidelijk zichtbaar. De ontsluiting van het plangebied vindt plaats op de Loosbraak (noordzijde) en op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergeleenheid. De juridische vertaling van de bouw- en gebruiksmogelijkheden is verankerd in de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding en regels. De ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieuhygiënische aanvaardbaarheid van de voormelde plankeuzes worden gemotiveerd in de hoofdstuk 4. In paragraaf 4.12 wordt (tevens) nader ingegaan op de gevolgen van de gewenste ontwikkelingen voor de bestaande ruimtelijke structuur en beeldkwaliteit.

11

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

3. Ruimtelijk beleidskader 3.1 Inleiding Wat betreft de verantwoordelijkheidstoedeling en bevoegdheidsverdeling zijn het Rijk, de provincies en de gemeenten verantwoordelijk voor hun eigen belangen. Er kan slechts sprake zijn van bemoeienis van Rijk of provincie met de gemeente, indien dat noodzakelijk is vanwege een nationaal respectievelijk provinciaal belang. Rijk en provincies beschikken in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening over dezelfde bevoegdheden als gemeenten om hun eigen ruimtelijke belangen te kunnen uitvoeren. Daarnaast kunnen het Rijk en de provincies algemeen verbindende regels uitvaardigen en aanwijzingen geven om hun belangen veilig te stellen.

3.2 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Toetsingskader Op 13 maart 2012 is door de minister van Infrastructuur en Milieu de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. Deze structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Het Rijk streeft ernaar om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken. Gestreefd wordt naar een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden en met een Europese en mondiale blik. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo ontstaat er ruimte voor maatwerk en ontwikkelingen van burgers en bedrijven. Deze structuurvisie speelt in op de volgende ontwikkelingen en uitdagingen. - De toenemende ruimtelijke verschillen in Nederland. - De toename van mobiliteit richting 2040. - De concentratie van sectoren in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainport, greenports en de valleys.

- De aantrekkelijkheid van Nederland in de vorm van een ruimtelijke structuur met een netwerk van compacte steden in stedelijke regio’s omringd door een onderscheidend open en natuurrijk landelijk gebied. - De klimaatverandering, die onder meer zorgt voor een stijgende zeespiegel. - De groeiende vraag naar ruimte voor het opwekken en transporteren van elektriciteit en gas. Duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie verdienen daarbij speciale aandacht. - Het omvangrijke stelsel van regels en procedures. Het beleid in de nieuwe Structuurvisie biedt de volgende oplossingen: - Verstedelijkings- en landschapsbeleid laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten.

12

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

-

-

-

Bij gebiedsontwikkeling wordt de daadwerkelijke vraag van bewoners, bedrijven en organisaties leidend. Met het programma ‘Eenvoudig Beter’ kapt het Rijk in het woud van procedures en brengt het eenheid in het stelsel van regels. Het Deltaprogramma biedt een basis voor de gezamenlijke overheden om te werken aan bescherming tegen overstromingen, aan schoon water, aan de beschikbaarheid van voldoende zoet water en aan klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling. Er wordt meer ruimte geboden voor (de opwekking van) duurzame brandstoffen. Gebiedsontwikkelingen van nationaal belang (mainports, brainport, greenports en de valleys) worden doorgezet. Om de bereikbaarheid te verbeteren, zet het Rijk in op investeren, innoveren en in stand houden. Het Rijk geeft prioriteit aan het oplossen van bereikbaarheidsknelpunten voor de main-, brain- en greenports (inclusief achterlandverbindingen). Een verbetering van de bereikbaarheid door te letten op het samenspel tussen alle modaliteiten (weg, spoor en water) in samenhang met ruimtelijke ontwikkeling.

Het zijn bewoners, ondernemers, reizigers en verladers die Nederland sterk maken. Provincies en gemeenten krijgen de ruimte om maatwerk te leveren. In het mobiliteitssysteem komt de gebruiker centraal te staan. En het Rijk verbindt ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit met elkaar. Zo werkt het Rijk aan een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Doorwerking plan(gebied) De voorliggende planlocatie is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een (relevante) ruimtereservering geldt. Uitsluitend het nationale belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’, als vervat in de ladder voor duurzame verstedelijking, is van toepassing op het onderhavige bestemmingsplan. Aan dit belang wordt navolgend getoetst. Conclusie Aspecten als water, veiligheid, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit vormen onderdeel van de planologische toets. Daarmee is het plan niet in strijd met het rijksbeleid. Geconcludeerd kan verder worden dat het onderhavige plangebied niet gelegen is in een gebied waarvoor van Rijkswege een relevante ruimtereservering geldt. Aan de ladder voor duurzame verstedelijking wordt navolgend getoetst.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft in de hiervoor genoemde SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen.

13

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Doorwerking plan(gebied) Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor op basis van het Barro en Rarro een relevante ruimtereservering geldt. Daarnaast wordt niet in een ontwikkeling voorzien die raakt aan een van de nationale belangen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het Barro en Rarro niet van toepassing zijn op onderhavig plan.

Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 lid 2 Bro) Toetsingskader Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ – geldt voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Het procesvereiste van het doorlopen van de Ladder is gebaseerd op één van de nationale belangen als opgenomen in de SVIR, opgesteld door het Rijk. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt.

Artikel 3.1.6, tweede lid, luidt nu als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling.

14

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

De Laddertoets geldt alleen voor ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het een functiewijziging betreft, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook et ruimtebeslag betrokken worden. In de nieuwe Ladder is het woord 'regionale' niet meer aanwezig. De Ladder bepaalt niet nader voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. Het is primair aan het bevoegd gezag om op basis van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling te bepalen tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. De toelichting van het bestemmingsplan moet een beschrijving bevatten van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij is het niet relevant of het plangebied binnen of buiten bestaand stedelijk gebied ligt.

In beide gevallen dient de plantoelichting een beschrijving van de behoefte te bevatten. In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Uit de definitie volgt dat er sprake moet zijn van een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing. In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat de kwalificatie bestaand stedelijk gebied afhangt van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Doorwerking plan(gebied) Gelet op de onderliggende ontwikkeling voorziet het plan niet in een woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro (AbRS 18 december 2013, nummer 201302867/1/R4). De in het plan voorziene ontwikkeling kan dan ook niet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in deze bepaling van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing is. Gezien het voorgaande vormt de ladder voor duurzame ontwikkeling geen belemmering voor de voorgestane ontwikkeling.

Conclusie Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder voor duurzame verstedelijking. Daardoor is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing.

3.3 Provinciaal beleid Toetsingskader Omgevingsvisie Noord-Brabant In voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de provincie de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld (14 december 2018). Deze omgevingsvisie

15

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

bevat de visie van het provinciale bestuur op de Brabantse leefomgeving van de toekomst (2050). Naar de uitgangspunten van de Omgevingswet zijn daarbij geen routes naar de gestelde doelen vastgelegd, omdat daarmee een beter samenspel en draagvlak kunnen ontstaan. De Omgevingsvisie zal onder meer de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening gaan vervangen. De Omgevingsvisie kent één basisopgave: ‘werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit’. Elke ruimtelijke ontwikkeling moet - ongeacht de omvang – hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: 1. werken aan de Brabantse energietransitie; 2. werken aan een klimaatproof Brabant; 3. werken aan een slimme netwerkstad; 4. werken aan een concurrerende, duurzame economie. Het beleid uit de omgevingsvsie is verwerkt in de regels die zijn opgenomen in de ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant’ van de provincie. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Het beleid uit de Omgevingsvisie Noord-Brabant is verwerkt in de regels die zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van de provincie. De onderwerpen die in de verordening staan komen dus uit de provinciale structuurvisie. Daarin staat welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. De verordening is daarbij één van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen.

In de verordening is een aantal regels opgenomen die van toepassing zijn op onderhavig bestemmingsplan. Deze worden hierna besproken. De provincie wil de ruimtelijke kwaliteit van Brabant bevorderen. Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen een bijdrage moeten leveren aan de kernkwaliteiten van Brabant. De provincie biedt ontwikkelingsruimte in het buitengebied, mits een ontwikkeling bijdraagt aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. Het ontwikkelen van landschap reikt verder dan het behouden wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat ook om het toevoegen van nieuwe ruimtelijke kwaliteiten. Verstedelijking afweegbaar Binnen het kaartbeeld ‘Stedelijke ontwikkeling’ is het plangebied aangeduid als ‘verstedelijking afweegbaar’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld. Afbeelding 7: Uitsnede kaartbeeld Stedelijke ontwikkeling en erfgoed

Artikel 3.43 afwijkende regels verstedelijking afweegbaar In afwijking van artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, eerste lid, kan een bestemmingsplan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als:

16

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

1. 2. 3. 4.

binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied.

Uitgangspunt van zorgvuldig ruimtegebruik is dat de ruimte binnen het bestaand stedelijk gebied zo goed mogelijk wordt benut. Als er toch nieuw ruimtebeslag nodig is, dan kan dit in afwijking van het verbod op nieuwvestiging alleen in de zoekgebieden voor stedelijke ontwikkeling. De zoekgebieden voor stedelijke ontwikkeling zijn gebieden waar, gelet op de ruimtelijke kwaliteiten, verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden liggen. Uiteraard dient hierbij ook ingegaan te worden op de aspecten als omschreven onder het uitgangspunt van de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit, waaronder zorgvuldig ruimtegebruik en de kwaliteitsverbetering landschap. Binnen een zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling kan een bestemmingsplan – mits gelegen in een bebouwingsconcentratie – voorzien in de nieuwbouw van één of meer woningen. Hiertoe zijn wel enkele voorwaarden van toepassing. Uit de toelichting van het bestemmingsplan dient een verantwoording te worden afgelegd waaruit blijkt dat het bestemmingsplan de nodige voorwaarden bevat om een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woningen te verzekeren. Tevens dient er geen sprake te zijn van een aanzet voor een stedelijke ontwikkeling. Onderhavig plangebied is gelegen in bebouwingsconcentratie ‘Loosbraak’. Met het toevoegen van een woning op de planlocatie aan de Loosbraak wordt in zekere zin een gesloten straatwand gecreëerd.

Ten oosten, ten westen en min of meer ook ten noorden grenst het plangebied immers aan burgerwoonlocaties met de bijbehorende stedelijke functies en voorzieningen. Na realisatie van het plan ontstaat er, zeker wat betreft beeldkwaliteit, een samenhangende ruimtelijke structuur. Tevens vindt er met het plan een koppeling plaats met de omliggende woonfuncties en aanwezige infrastructurele voorzieningen. Op deze wijze, maar ook door toepassing te geven aan de noodzakelijke landschappelijke kwaliteitsverbetering, wordt bij de planuitwerking van de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting rekening gehouden met de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren in het gebied zelf en in de naaste omgeving, waaronder mede begrepen de ontwikkeling van een groene geleding ten behoeve van ecologische en landschappelijke verbindingen. Duidelijk is dat bij het ontwerpen van het bouwplan zoveel als mogelijk aansluiting gezocht moet worden bij de huidige stedenbouwkundige en landschappelijke omgevingskarakteristiek en uitgangspunten. Zodoende kan de ruimtelijke beeldkwaliteit van het gebied in stand gehouden worden, is er geen sprake van een aanzet voor een stedelijke ontwikkeling, en kan door de inpassing, vormgeving en bouwstijl van de beoogde bebouwing de ruimtelijke beeldkwaliteit zelfs verbeterd worden.

Het plangebied is gelegen in een bebouwingsconcentratie, namelijk in de bebouwingsconcentratie Loosbraak. Onderstaande afbeelding bevestigt dit en is ontleend aan de gemeentelijke Structuurvisie Buitengebied, waarin deze bebouwingsconcentraties een plek hebben gekregen.

17

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

Afbeelding 8: Weergave plangebied in bebouwingsconcentratie ‘Loosbraak’ voormalige gemeente Schijndel

Binnen de bebouwingsconcentratie worden op onderhavige planlocatie mogelijkheden geboden voor de realisatie van een woning. Gedeputeerde Staten vinden het belangrijk dat het platteland en het overgangsgebied tussen het buitengebied en de bebouwde kom aantrekkelijk blijven. De landbouw, maar ook de natuur en recreatie hebben daarin een belangrijke plaats. Het zoeken naar nieuwe mogelijkheden in de bebouwingsconcentraties zal dan ook vooral gaan over het zoeken naar een balans tussen functie en omgeving. Het behouden en waar mogelijk verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit staat voorop. Zo kan het toevoegen van bebouwingsvolume, bijvoorbeeld woningen of hergebruik van bedrijfsruimte in combinatie met groenontwikkelingen, tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit leiden. De herontwikkeling van onderhavig plangebied aan de Loosbraak naar een woonbestemming heeft een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit tot gevolg. De herontwikkeling gaat gepaard met de inpassing van gebiedseigen natuurelementen en een afronding van het karakteristieke straatbeeld. Landelijk gebied Binnen het kaartbeeld ‘Lanbouw’ is het plangebied aangeduid als ‘landelijk gebied’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld. Afbeelding 9: Uitsnede kaartbeeld Landbouw

Een bestemmingsplan gelegen in gemengd landelijk gebied onderscheidt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening gebieden waar een gemengde plattelandseconomie wordt nagestreefd met daarbij passende bestemmingen, en gebieden waar een in hoofdzaak agrarische economie wordt nagestreefd met daarbij passende bestemmingen. De Verordening geeft geen nadere definities van deze ontwikkellijnen zodat er ruimte is voor lokaal beleid. Uiteraard houden gemeenten bij het bepalen van het lokale beleid rekening met de aard van de economieën die in een bepaald gebied aanwezig zijn. Het

18

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

desbetreffende artikel veronderstelt dat het bedoelde lokale beleid een ruimtelijke ontwikkelvisie op het agrarische gebied bevat, bij voorkeur gebaseerd op de gemeentelijke structuurvisie. De aanduiding van een gebied als gemengde plattelandseconomie impliceert meer ruimte voor niet-agrarische functies. Het gaat daarbij onder andere om het zoeken naar nieuwe economische dragers voor een vitaal platteland. De ruimtelijke onderbouwing van een plan bevat een verantwoording waaruit blijkt dat het aanwijzen van bestemmingen, een uitwerking is van de voorgenomen ontwikkeling en het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied en tevens bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit. Het aanwijzen van bestemmingen in het gebied doet geen afbreuk aan de ontwikkeling van de agrarische economie. Doorwerking plan(gebied) De woonwensen en de leefbaarheid in de dorpen en steden, de behoefte aan gebiedseigenheid en identiteit van stad, dorp en landschap en klimaatverandering staan in de volle aandacht. De provincie Noord-Brabant wil blijven ontwikkelen, maar de provincie stelt ook meer eisen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Het plangebied ligt een zoekgebied voor stedelijk ontwikkeling. De functie die wordt opgericht geeft verdere invulling aan het karakter van landelijk wonen, aan de rand van een dorpskern. Een en ander doet geen afbreuk aan het bestaande landelijke karakter ter plaatse.

Het stedelijke karakter van deze functie is minimaal en passend bij de omgeving. Het bouwplan voldoet aan de voorwaarden, zoals genoemd in artikel 3.43 (afwijkende regels verstedelijking afweegbaar). Met oprichting van de woning wordt geen afbreuk gedaan aan de ambities die de provincie heeft binnen deze structuur. Het plan c.q. de planlocatie sluit in zekere zin aan bij bestaand stedelijk gebied. Na realisatie van het plan is er bovendien (nog meer) sprake van een samenhangende ruimtelijke structuur van stedelijke functies in dit gebied. Tevens vindt er met het plan een koppeling plaats met de omliggende woonfuncties en aanwezige infrastructurele voorzieningen. Op deze wijze, maar ook door toepassing te geven aan de noodzakelijke landschappelijke kwaliteitsverbetering, wordt bij de planuitwerking van de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting rekening gehouden met de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren in het gebied zelf en in de naaste omgeving, waaronder mede begrepen de ontwikkeling van een groene geleding ten behoeve van ecologische en landschappelijke verbindingen. In dit kader heeft ecologisch adviesbureau Blom Ecologie heeft de ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden en kwaliteiten van de gronden van initiatiefnemer geïnventariseerd.

De rapportages van Blom Ecologie hebben geleid tot een eindbeeld/-model voor landschappelijke inpassing en versterking (bijlagen 1 en 2). Het inpassingsplan is vooraf gegaan door een inventarisatie van de woningen en perceelsinrichtingen in de omgeving en uitvoering van een ecologisch onderzoek. Zodoende is er een plan opgesteld waarbij de fysieke inrichting passend is bij de omgeving en natuur en groen de landschappelijke waarde en kwaliteit ter plaatse zullen respecteren. Vanuit het oogpunt van kwaliteitsverbetering geldt tot slot dat initiatiefnemer, conform het provinciale beleid en de Structuurvisie Wijbosch, een financiële bijdrage levert. De voorgestane ontwikkeling beantwoordt daarmee aan de provinciale ruimtelijke doelstellingen om te komen tot zuinig ruimtegebruik en concentratie van verstedelijking (inbreiden, herstructureren en intensiveren).

19

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

Conclusie De planontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de ambities die de provincie nastreeft en heeft geformuleerd in de Omgevingsvisie Noord-Brabant en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Er wordt met onderhavige ontwikkeling derhalve geen afbreuk gedaan aan de beleidsdoelstellingen en ambities, zoals opgenomen in de structuurvisie en de verordening. De ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid van onderhavige ontwikkeling wordt gemotiveerd in hoofdstuk 4.

3.4 Gemeentelijk beleid De provinciale ruimtelijke beleidskaders zijn of moeten worden vertaald in het gemeentelijke ruimtelijke beleid. Het vigerende bestemmingsplan is reeds behandeld in paragraaf 2.3. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de Woonvisie Meierijstad, de Structuurvisie Ruimte, de Structuurvisie Buitengebied, de Structuurvisie - Herijking IDOP Wijbosch, de Nota Kwaliteitsverbetering, kwaliteitsverbetering in het landelijk gebied, het Groenbeleidsplan, het Gemeentelijk Verkeer- en VervoerPlan, het Welstandsbeleid, de Welstandsnota, het Waterplan Schijndel en het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid e.d. Aangezien met het landschappelijk inpassingsplan, opgesteld door Blom Ecologie direct aansluiting wordt gezocht met het Landschapsontwikkelingsplan van de voormalige gemeente Schijndel, wordt daar aan in dit hoofdstuk geen aandacht besteed. Verwezen wordt naar paragraaf 12 van hoofdstuk 4 van deze toelichting. Tot slot beschikt de gemeente over een aantal integrale en sectorale beleidsdocumenten, waaruit uitgangspunten en criteria zijn af te leiden voor het planvoornemen. Ook deze worden in dit hoofdstuk besproken. Woonvisie Meierijstad (2018) Toetsingskader Meierijstad wil een stad zijn met een aantrekkelijk woonklimaat en een woningaanbod voor iedereen.

De gemeente streeft, naast vitale wijken en kernen, naar een gevarieerd woningaanbod in aantrekkelijke, leefbare buurten om ruimte en kansen te bieden aan alle bevolkingsgroepen en leefstijlen. De woonvisie van Meierijstad wil richting geven aan wat de gemeente op het gebied van wonen gaat doen, waarbij ze voldoende flexibiliteit wil houden om goed in te kunnen spelen op de veranderingen die komen. De focus ligt op de volgende vier thema’s en de realisatiekracht van de visie: 1. de dynamiek van de woningmarkt: een continue afstemming van de vraag naar passende woningen en het aanbod (bestaand en nieuw) in relatie tot de behoefte op de langere termijn onder wisselende omstandigheden; 2. wonen, welzijn en zorg: de samenhang tussen demografische ontwikkelingen (de vergrijzing en toename van eenpersoonshuishoudens), de transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenleving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomgeving; 3. duurzaamheid: aandacht voor de energetische uitdagingen en het zo optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en vastgoed;

20

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

4. leefbaarheid: een juiste balans tussen enerzijds de specifieke woonkwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. De gemeente Meierijstad wil dat alle inwoners van Meierijstad zo passend mogelijk wonen. Dat er beweging zit in de woningmarkt, zodat de bestaande woningvoorraad zo goed mogelijk wordt benut om in alle woonwensen te voorzien. Nieuwbouw voorziet vooral in die typen woningen die onvoldoende in de bestaande woningvoorraad aanwezig zijn. Bij nieuwbouw wil de gemeente de juiste woningen op de juiste plaatsen toevoegen. Met woningbouwplannen wil de gemeente in de behoefte voorzien en dat de plannen ook daadwerkelijk tot uitvoering komen. De kwantitatieve woningbouwbehoefte voor de kern Schijndel is vastgesteld op 876 woningen. De gemeente biedt ruimte voor die woningbouwaantallen, het is aan bewoners en ontwikkelaars om de plannen te realiseren. Doorwerking plan(gebied) Onderhavige planontwikkeling doet geen afbreuk aan de uitgangspunten, ambities en doelstellingen, zoals opgenomen in de nieuwe Woonvisie Meierijstad. De ontwikkeling is in lijn met het streven van de gemeente Meierijstad naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, goede, gevarieerde en passende woningen. Structuurvisie Ruimte Toetsingskader De Structuurvisie Ruimte heeft een duidelijke relatie met de Wet ruimtelijke ordening.

Deze wet schrijft namelijk voor dat gemeenten een structuurvisie moeten opstellen voor hun grondgebied. De structuurvisie speelt een cruciale rol bij de integrale onderbouwing van ruimtelijke plannen. Daarnaast legt de structuurvisie een relatie tussen lopende en gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Via de structuurvisie heeft de (voormalige) gemeente Schijndel, voor wat betreft de ruimtelijke ontwikkeling, haar lange termijndoelen vast. Bij de totstandkoming van de Structuurvisie Ruimte vormden de volgende vier kernwaarden het uitgangspunt: 1. verdieping van de Strategische Visie ‘Op weg naar ’t skonste plekske in 2020’; 2. behoud en versterken van bestaande kwaliteiten voor een complete gemeente; 3. regierol voor de gemeente Schijndel; 4. transparantie en toegankelijkheid van ruimtelijke keuzes. De Structuurvisie Ruimte is een vertaling van een in 2010 uitgevoerde uitgebreide analyse van zeven thema’s aangevuld met nieuwe ontwikkelingen die per thema beleidsmatig vertaald zijn. De zeven thema’s zijn: 1. natuur, water en cultuurhistorie; 2. recreatie en toerisme; 3. landbouw en buitengebied; 4. voorzieningen; 5. verkeer en vervoer; 6. werken; 7. Wonen.

21

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitenstedelijk gebied zal specifiek aandacht moeten worden besteed aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. Het verdient de voorkeur om daarbij niet alleen landschappelijke inpassing van de nieuwe ontwikkelingen na te streven, maar ook te kijken naar kwaliteitsverbetering in het omliggende landschap. Doorwerking plan(gebied) Voor onderhavig plan is slechts relevant dat op beperkte schaal en volgens nadere voorwaarden woningbouw mogelijk is in het buitengebied en dat speciale provinciale regelingen hierbij van toepassing zijn. In de gemeentelijke visie op de bebouwingsconcentraties (Structuurvisie Buitengebied) zijn de omstandigheden verder uitgewerkt. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitenstedelijk gebied zal specifiek aandacht moeten worden besteed aan de verbetering van het landschap. Het verdient de voorkeur om daarbij niet alleen landschappelijke inpassing van de nieuwe ontwikkelingen na te streven, maar ook te kijken naar kwaliteitsverbetering in het omliggende landschap. Het is de initiatiefnemer van onderhavig plan er alles aan gelegen om aan te sluiten op de gemeentelijke ambitie. De initiatienemer streeft er dan ook naar om tijdens de planvorming in contact te blijven met de gemeente om tot een definitief plan te komen, waarin wensen, belangen en ambities van alle partijen een plek krijgen.

In onderhavig plan wordt zoveel als mogelijk invulling gegeven aan de doelstellingen en uitgangspunten zoals verwoord in de Structuurvisie Ruimte. In het verlengde hiervan is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Structuurvisie Buitengebied Toetsingskader Het plangebied is, conform de Structuurvisie Buitengebied, gelegen in de bebouwingsconcentratie ‘Loosbraak’. Navolgende afbeelding bevestigt dit. Afbeelding 9: Weergave plangebied in bebouwingsconcentratie ‘Loosbraak’ voormalige gemeente Schijndel

De belangrijkste doelstelling voor de Structuurvisie Buitengebied is de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Bij de veranderingen op het platteland is het behoud en de versterking van de ruimtelijke kwaliteit het uitgangspunt. Het vormt de identiteit en aantrekkingskracht van Schijndel en is voor diverse economische functies belangrijk, zoals

22

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

recreatie, dienstverlenende functies en wonen. De structuurvisie erkent de behoefte aan nieuwe economische dragers. Echter mogen deze activiteiten niet tot een verslechtering van de specifieke ecologische, landschappelijke en ruimtelijke kwaliteiten van het buitengebied leiden. Eisen aan ruimtelijke kwaliteit Voor de nieuwe activiteiten geldt dat altijd een algemene toets naar de waarden (natuur, landschap, cultuurhistorie) moet worden gedaan. Negatieve effecten voor waarden moeten worden voorkomen en gecompenseerd. Een vereiste vanuit het bestemmingsplan is het opstellen van een erfbeplantingsplan. Dit geldt voor ieder initiatief in het buitengebied. Hierin, maar ook indien sprake is van compensatie, moet worden gemotiveerd hoe het initiatief de omgevingskwaliteit ter plaatse respecteert of mogelijk verbetert. Algemene randvoorwaarden Een aantal voorwaarden wordt aan alle activiteiten in de bebouwingsconcentraties gesteld: • Er mag door de nieuwe activiteit geen overlast of hinder worden veroorzaakt. Bestaande (agrarische) bedrijven mogen niet in de bedrijfsvoering of bedrijfsontwikkeling worden belemmerd. Nieuwe activiteiten mogen geen onevenredige verkeersaantrekkende werking hebben, buitenopslag is niet toegestaan en het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden.

• Voor nieuwe initiatieven dienen diverse onderzoeken verricht te worden, waarin diverse waarden en milieuaspecten worden getoetst. De volgende beleidsvoornemens zijn voor deze bebouwingsconcentraties geformuleerd: Functionele opbouw • Het betreft hier een gevarieerde cluster met hoofdzakelijk de functie ‘wonen’. Er staan her en der oude stallen in het cluster welke niet meer in gebruik zijn. Er staat een aantal karakteristieke langgevelboerderijen in het cluster. Volgens het bestemmingsplan zijn de volgende functies aanwezig in het lint: o 16 burgerwoningen; o 2 agrarische bouwblokken; o 1 agrarisch verwant bedrijf. Beleid Het lint is gelegen binnen de zones: • landelijke regio; • extensiveringsgebied; • verwevingsgebied; • EHS; • groenblauwe mantel; • agrarisch gebied; • Het Groene Woud; • cultuurhistorisch vlak Het beleid is voor dit lint gericht op: • de ontwikkeling van de landbouw (in beginsel); • het beheer en behoud van de bestaande landschappelijke verschijningsvorm (geschiktheid behouden voor mogelijke natuurontwikkeling op de locaties die door de provinciale verordening als zodanig zijn aangewezen); • verweving van functies landbouw, wonen en natuur.

23

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

Doorwerking plan(gebied) De voorgestane ontwikkeling van een nieuwe woning vindt plaats binnen een van de door de gemeente vastgestelde bebouwingsconcentraties. Wat volume, maat en schaal betreft wordt aangesloten bij de eisen en voorwaarden zoals opgenomen in de Structuurvisie Buitengebied. De ontwikkeling betreft verder voor een groot deel een kwaliteitsverbetering van de situatie ter plaatse. Een landschappelijk inpassingsplan ligt hieraan ten grondslag. Het landschappelijk inpassingsplan is vooraf gegaan door een inventarisatie van de woningen en perceelsinrichtingen van de woningen in de omgeving en uitvoering van een ecologisch onderzoek. Zodoende is er een plan opgesteld waarbij de fysieke inrichting passend is bij de omgeving en natuur en groen de landschappelijke waarde en kwaliteit ter plaatse zullen respecteren. In deze plantoelichting wordt kwalitatief gemotiveerd dat het plan zich verhoudt, zowel in negatieve als positieve zin, tot de aanwezige functies en waarden in het plangebied en de directe omgeving ervan. Met het bestemmingsplan is ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid van het onderliggende bouwplan aangetoond. Structuurvisie - Herijking IDOP Wijbosch Toetsingskader Een gedifferentieerd woningaanbod voor verschillende doelgroepen realiseren is wenselijk.

Zodoende wordt Wijbosch een woonomgeving waar het voor alle doelgroepen aantrekkelijk wonen is. Plannen zullen in ieder geval aan deze voorwaarden moeten voldoen. Daarnaast zullen tijdens de voorbereiding van de plannen locatiespecifieke eisen opgesteld worden, in het navolgende is hier voor de Loosbraak al een voorzet voor gegeven. Loosbraak is in de gebiedsvisie Schijndel aangemerkt als zogenaamde ‘bebouwingsconcentratie’ en in het provinciale beleid is het gebied aangemerkt als ‘zoekgebied stedelijke ontwikkeling’. Voor deze bebouwingsconcentratie is de volgende visie opgesteld: ‘In de visie vormt Loosbraak de landschappelijke buffer tussen Wijbosch en het industrieterrein. Het landelijke en groene karakter van dit gebied is in potentie aanwezig, maar wordt door het gebrek aan een duidelijke structuur ondermijnd. In het bebouwingscluster Loosbraak is het van belang om in de toekomst het landelijke karakter van het gebied te versterken. Inzetten op het versterken van de ruimtelijke structuren en het creëren van duidelijke randen vormt het uitgangspunt. Dit kan door de lintstructuren te versterken d.m.v. constante laanbeplanting. Het accentueren van de brink laat bestaande landschappelijke structuren beter uitkomen. Tenslotte heeft het gebied baat bij groene erfafscheidingen van bedrijfspercelen.

De randen van het gebied kunnen worden versterkt door hier woningbouw toe te staan, terwijl het binnengebied juist opengelaten wordt. Het landelijke karakter van binnengebied kan worden benadrukt door enkele perceelsgrenzen te beplanten met streekeigen soorten. Aan de zuidkant is Loosbraak begrensd door de Nieuwe Eerdsebaan. Het is mogelijk om het lint aan de zuidelijke zijde van de Loosbraak te versterken door woningbouw, mits deze aansluit op de kwaliteiten uit de omgeving. Loosbraak vormt een echte kernrandzone. Het gebied zal in de toekomst transformeren en krijgt een rol in de buffer van Wijbosch naar het bedrijventerrein. Ruimte voor ruimte woningen kunnen worden gerealiseerd, waarmee de sloop van overtollige stalruimte te-

24

Ontwerp-bestemmingsplan “Loosbraak ong.”

vens wordt gestimuleerd. Nieuwe economische dragers moeten passen bij de kwaliteitsimpuls (landschappelijke investering) in de omgeving en passen bij de woon- en uitloopfunctie van het gebied.’ Op basis van deze aspecten is dit gedeelte tussen Wijbosch en de Nieuwe Eerdsebaan meegenomen in de herijking van het IDOP. Eén van de belangrijkste kwaliteiten van dit gebied is de landelijke uitstraling en de waardevolle openheid. In de herijking van het IDOP wordt ingezet op het versterken van landschappelijke structuren. In de visie wordt het ‘binnenterrein’ van de Loosbraak gevrijwaard van nieuwe bebouwing om het open, zij ook als zodanig gebruikt (meestal als grasland). De zone moet een landelijk karakter behouden. Gewenste ontwikkeling in dit gebied betreft de sloop van overtollige verstening. Op locaties ten zuiden van de Loosbraak bestaan mogelijkheden om woningbouw toe te staan. Op het moment hebben deze locaties een agrarische bestemming en worden karakter behouden en als zodanig de groene buffer vormen naar achterliggende het industriegebied. Toevoeging van nieuwe functies wordt beoordeeld in samenhang met de kwaliteitsverbetering in het gebied. De verschijningsvorm voor een potentiële woning in het westelijke gedeelte van de Loosbraak kan variëren omdat de bestaande woningen zeer verschillende uitstralingen hebben.

Belangrijk is voornamelijk de situering van de woningen ten opzichte van de woningen in de omgeving. De voorgevellijn van de woningen ligt op dit moment namelijk ongeveer 15 meter uit het hart van de weg. Door de nieuwe woningen op dezelfde afstand van de weg te situeren wordt het open karakter van de Loosbraak behouden. Doorwerking plan(gebied) Zoals eerder gesteld, vindt voorgestane ontwikkeling plaats binnen een van de door de gemeente vastgestelde bebouwingsconcentraties. In de Herijking IDOP wordt als gewenste ontwikkeling voorgesteld om overtollige bebouwing te slopen. Woningbouw wordt mogelijk geacht aan de zuidzijde van de Loosbraak: braakliggende terreinen met een vigerende agrarische bestemming. Onderhavige ontwikkeling past binnen deze visie. Daaraan kan worden toegevoegd dat de ontwikkeling gepaard gaat met een landschappelijke inpassing, waarmee is verzekerd dat het landelijke karakter wordt behouden en het gebied als zodanig blijvend een groene buffer vormt naar het achterliggende industriegebied Duin. Duidelijk is dat bij het ontwerpen van het bouwplan zoveel als mogelijk aansluiting gezocht moet worden bij de huidige stedenbouwkundige en land(schapp)elijke omgevingskarakteristiek en uitgangspunten.

Zodoende kan de ruimtelijke beeldkwaliteit van het gebied in stand gehouden worden, is er geen sprake van een aanzet voor een stedelijke ontwikkeling, en kan door de inpassing, vormgeving en bouwstijl van de beoogde bebouwing de ruimtelijke beeldkwaliteit zelfs verbeterd worden. Nota Kwaliteitsverbetering, kwaliteitsverbetering in het landelijk gebied Toetsingskader De provincie Noord-Brabant vereist als compensatie voor bepaalde ontwikkelingen in het buitengebied, naast een gedegen landschappelijke inpassing, (extra) maatregelen om de ruimtelijke kwaliteit te bevorderen (artikel 3.2 Verordening ruimte Noord-Brabant). De voormalige gemeente Schijndel heeft dit provinciale beleid nader uitgewerkt in de Nota Kwaliteitsverbetering. De nota legt onder meer vast hoe de omvang van de benodigde bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het landschap moet worden berekend en welke maatregelen ingezet mogen worden. De gekozen systematiek sluit aan bij de werkwijze van de regiogemeenten uit Noordoost-Brabant.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=6b25bec7-dcdf-44dd-bba5-9917e8abe72d