Ontwikkelplan sanering varkenshouderij_Toelichting
Tekst van het document
In het huidige bestemmingsplan is het pand als karakteristiek aangemerkt in aanvulling daarop is een bouwhistorische verkenning opgesteld. Hierin is aangegeven welke bouwkundige kenmerken behouden danwel hersteld moeten worden. De renovatie van het pand is als voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen.
4.3 Landschap en natuur Op alle locaties is sprake van de sloop van een aanzienlijke oppervlakte aan bebouwing. Grote delen van de agrarische bouwvlakken worden bestemd tot landbouwgrond (akkerbouw/weiland) waarop geen bedrijfsbebouwing meer mag worden opgericht. De sloop in combinatie met de herbestemmingen levert een fraaier landschap op en ook meer leefruimte voor flora- en fauna. De resterende bebouwing wordt voorzien van aanvullende beplanting om te voldoen aan het vereiste van een goede landschappelijke inpassing. Varkensstallen zijn gelet op de verplichtingen aan de deelname aan de saneringsregeling al gesloopt. Bij de sloop van stallen is rekening gehouden met beschermde diersoorten zoals vleermuizen en huismussen. Uit de verrichte onderzoeken volgt dat in de af te breken bebouwing geen beschermde soorten verbleven. Stikstof Op de 13 locaties vervalt de mogelijkheid voor het vestigen van intensieve veehouderijbedrijven. De nieuwe functies die worden toegestaan zijn veel kleinschaliger van aard, in het merendeel van de gevallen is alleen sprake van het behoud van de bedrijfswoning met bijgebouwen. De uitstoot van stikstof neemt, als gevolg van de beëindiging van de varkenshouderijen en de daarmee
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 35 van 44
Datum:
samenhangende bestemmingsplanherzieningen, aanzienlijk af. Hierbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat Natura 2000 gebieden op relatief grote afstand van de gemeente Meierijstad liggen waardoor het effect op deze gebieden dan ook beperkt zal zijn. In de nabijheid van de saneringslocaties zijn echter ook andere natuur- en bosgebieden aanwezig, welke minder zwaar belast zullen worden.
4.4 Milieuaspecten Voor de verschillende ontwikkelingen in dit bestemmingsplan zijn relevante onderzoeken e.d. verricht voor een uitgebreide toelichting op dit punt wordt verwezen naar de documenten die in de bijlagen bij deze toelichting zijn opgenomen. Uit deze onderzoeken/motivering volgt dat de ontwikkelingen vanuit een milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbaar zijn. Het gros van de ontwikkelingen omvat een omschakeling van de agrarische bedrijfsbestemming naar een woonbestemming. In enkele gevallen vindt omschakeling naar een bedrijfsbestemming plaats of worden bij een woonbestemming kleinschalige bedrijfsmatige nevenactiviteiten toegestaan. Het betreft kleinschalige bedrijfsactiviteiten die minder hinder voor de omgeving veroorzaken (geur, geluid, verkeer enz.) dan de grootschalige varkenshouderijen die hier eerder gevestigd waren. Voor de vestiging van het horecabedrijf aan het Kraanmeer 28 is een akoestisch onderzoek verricht, hieruit volgt dat ook dit bedrijf geen onevenredige hinder voor de omgeving veroorzaakt. Op een tweetal locaties worden woningen toegevoegd in het kader van de ruimte-voor-ruimte-regeling. Ten behoeve van deze ontwikkelingen is aangetoond dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden aangetast.
4.5 Wateraspecten Als gevolg van de deelname aan de saneringsregeling verdwijnt op de deelnemende locaties veel bebouwing en erfverharding. Een deel van de gronden wordt vervolgens in gebruik genomen als landbouw/ weidegrond of als tuin. Dit heeft een tweeledig effect: de afvoer van hemelwater neemt af; de opvang en infiltratiemogelijkheden nemen toe. Het effect van deze maatregelen op de waterhuishouding is gunstig, vanuit de Waterschappen Aa en Maas en de Dommel zijn daarom in beginsel geen bezwaren tegen de voorgestelde ontwikkelingen. Dit neemt niet weg dat in het geval van nieuwbouw wel voldaan dient te worden aan de Waterwet (artikel 3.5). In dat kader is ook de Verordening fyieke leefomgeving van de gemeente Meierijstad van belang. Bij de nieuwe ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met het verbod om vanaf nieuwe bouwwerken of nieuw verhard oppervlak te lozen op de riolering of openbaar terrein. De te realiseren hemelwatervoorziening dient minimaal 60 mm (per m2 verhard oppervlak) te kunnen verwerken. Voor het oprichten van nieuwe bouwwerken / aanleggen van nieuwe verharding geldt een meldingsplicht. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning is gelijkgesteld met een melding. Via het vergunningen/meldingenspoor is de nadere uitwerking van deze voorwaarde voldoende geborgd.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 36 van 44
Datum:
Naast het belang van voldoende wateropvang spelen nog andere belangen die bij deze ontwikkelingen in ogenschouw genomen moeten worden. Op verschillende locaties die in het plangebied zijn opgenomen zijn a-watergangen aanwezig. Bij de inrichtingsplannen (landschappelijke inpassing/kwaliteitsverbetering) dient rekening gehouden te worden met de beschermingszone van 5 meter aan weerszijden langs die watergang en een eventuele vergunningplicht op grond van de keur. In een enkel geval (Kraanmeer 28) heeft het waterschap (Aa en Maas) ter plaatse ook een opgave op grond van de Kaderrichtlijn water. Met de initiatiefnemer heeft nader overleg plaatsgevonden waarbij deze waterschapsopgave, realiseren van natuurvriendelijke oever, wordt geïntegreerd in het plan voor de landschappelijke inpassing.
4.6 Duurzaamheid De agrarische sector draagt bij aan de stikstofuitstoot in Nederland. Van diverse kanten wordt dan ook gepleit voor ingrijpende hervorming van deze sector, dit in samenhang met de aanpak van andere problemen zoals de draagkracht van de bodem, water en biodiversiteit. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid is de beëindiging van de varkenshouderijbedrijven dan ook een positieve ontwikkeling. Gelet op de aard van de ontwikkelingen (herbestemmingen) speelt het aspect duurzaamheid minder op perceelsniveau (afgezien van de beëindiging van de varkenshouderijen) desalniettemin kunnen toch een aantal zaken worden benoemd: op de locatie Erpsesteeg 6 in Veghel wordt een biologische vollegrondsgroenteteeltbedrijf opgestart; nieuwe woningen (ruimte-voor-ruimte) dienen aan de eisen m.b.t. energieverbruik/ isolatie en krijgen geen gasaansluiting (standaardeisen Bouwbesluit); varkensstal op het perceel Kraanmeer 28 wordt gedemonteerd, deze is verkocht en zal in Oost-Europa worden herbouwd.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 37 van 44
Datum:
Hoofdstuk 5
Toelichting op regels en verbeelding
5.1 Inleiding Een bestemmingsplan bepaalt wat er in een gemeente met de ruimte mag gebeuren. De verbeelding en de regels vormen de juridische basis van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van het gebied waarop het bestemmingsplan betrekking heeft, aangegeven en in de regels is bepaald wat er wel en niet mag binnen deze bestemmingen. De toelichting heeft geen juridische status maar vormt een motivering van wat er op de verbeelding en in de regels is vastgelegd. In dit hoofdstuk worden de bij het bestemmingsplan behorende regels en verbeelding van een toelichting voorzien. Eerst wordt op grond van enkele (wettelijke) verplichtingen/veranderingen ingegaan op de algemene opzet (SVBP 2012 en Wabo). In daaropvolgende paragraaf wordt kort ingegaan op de verbeelding. De rest van het hoofdstuk staat in het teken van de regels. 5.2
Algemeen
5.2.1 Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP 2012) In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten te digitaliseren. Hiervoor is de Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) ontwikkeld. Onder vorige wetten werden bijna geen regels gesteld over de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan. Hierdoor zijn er in de praktijk zeer verschillende bestemmingsplannen ontstaan. SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Zo zijn bijvoorbeeld de bestemmingen en begripsbepalingen in alfabetische volgorde opgenomen en vloeit de naam van een bestemming voort uit een standaardlijst, waaruit ingevolge de SVBP 2012 gekozen dient te worden. Kenmerk van de bestemmingen is dat het gehele plangebied ermee (vlaksgewijs) is bedekt. Een bestemmingsplan kan ook dubbelbestemmingen bevatten. Deze overlappen bestemmingen en geven eigen regels, waarbij sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. De dubbelbestemmingen hoeven het gehele plangebied niet te bedekken. Aanduidingen (functie-, bouw- en gebiedsaanduidingen) worden gebruikt om bepaalde zaken binnen een bestemming of dubbelbestemming nader of specifieker te regelen.
Het gaat hierbij om specificaties met betrekking tot het gebruik of de bouwmogelijkheden. De SVBP 2012 voorziet overigens uitsluitend in een systematische wijze van bestemmen en er wordt uitdrukkelijk op gewezen dat de standaarden geen betrekking hebben op de inhoud van een bestemmingsplan. Wel kent het SVBP 2012 een aantal onderdelen die verplicht moeten worden overgenomen in een bestemmingsplan, zoals de wijze van meten.
5.2.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Het doel van deze wet is om te komen tot een samenhangende beoordeling in één procedure van verschillende activiteiten die invloed hebben op de fysieke leefomgeving. De Wabo heeft tot gevolg dat verschillende vergunningen worden verleend in één besluit, de omgevingsvergunning. Ook de thans in de wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen vergunningen en ontheffingen vallen onder de Wabo. Voor het bestemmingsplan heeft dit gevolgen voor de gebruikte terminologie. De ontheffing heet nu 'omgevingsvergunning voor het afwijken'. De bouwvergunning heet
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 38 van 44
Datum:
'omgevingsvergunning voor het bouwen'. De sloop- en aanlegvergunning zijn gewijzigd in 'omgevingsvergunning voor het slopen' respectievelijk 'omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden´. De terminologie in dit bestemmingsplan is conform de Wabo.
5.3 Regels Voor het opstellen van de planregels zijn de bestaande regels van de geldende bestemmingsplannen in het buitengebied van Veghel en Sint-Oedenrode als uitgangspunt genomen. Recenter vastgestelde partiële herzieningen zoals het parapluplan Parkeren en het bestemmingsplan 'Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit zijn verwerkt in de regels.
5.3.1 Inleidende regels Begrippen (Artikel 1) In dit artikel is omschreven wat in onderhavig plan onder een aantal van de in de regels gebruikte begrippen wordt verstaan. Wijze van meten (Artikel 2) In dit artikel is vastgelegd hoe bij de toepassing van de regels van onderhavig plan moet worden gemeten. 5.3.2 Bestemmingsregels Hoofdbestemmingen (Artikel 3 t/m 9) Iedere bestemming is opgebouwd conform de richtlijnen uit de SVBP 2012, waarin een vaste opzet voor de bestemmingsregels is vastgelegd. De in dit plan opgenomen bestemmingen zijn: Agrarisch (Artikel 3); Agrarisch met waarden (Artikel 4); Agrarisch met waarden - Landschapswaarden (Artikel 5); Bedrijf (Artikel 6); Groen (Artikel 7) Horeca (Artikel 8) Wonen (artikel 9) Dubbelbestemmingen (Artikel 10 t/m13) Voor het bestemmingsplan gelden ook een aantal dubbelbestemmingen. De regels uit de hoofdbestemmingen en de dubbelbestemmingen zijn beide van toepassing. Bij strijd tussen de regels prevaleren de regels van de dubbelbestemming. De in dit plan opgenomen dubbelbestemmingen zijn: Waarde - Archeologie 1 (Sint-Oedenrode) (Artikel 10); Waarde - Archeologie 2 (Sint-Oedenrode) (Artikel 11); Waarde - Archeologie 3 (Veghel) (Artikel 12); Waarde - Archeologie 4 (Veghel) (Artikel 13); 5.3.3
Algemene regels
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 39 van 44
Datum:
Algemene wijzigingsregel (artikel 14 In deze regel wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen te wijzigen. Anti-dubbeltelregel (Artikel 15) Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Doel van deze zogenaamde anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels (Artikel 16) In de algemene bouwregels zijn regelingen opgenomen met betrekking tot bestaande maatvoering en de mogelijkheid tot het stellen van nadere eisen. Algemene gebruiksregels (Artikel 17) Hierin is bepaald dat het verboden is de gronden en bouwwerken in strijd met de bestemmingen te gebruiken. In de 'Overige regels' is hier een strafbepaling aan gekoppeld. Algemene afwijkingsregels (Artikel 18) In deze regel wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor meerdere dan wel alle bestemmingen in het plan.
Algemene aanduidingsregels (Artikel 19) De algemene aanduidingsregels bevatten regelingen voor de gebiedsaanduidingen die op de verbeelding zijn opgenomen. Dit betreffen gebiedsaanduidingen die doorwerking hebben op de (hoofd)bestemmingen. De in dit plan opgenomen gebiedsaanduidingen zijn: Landschapswaarden: Cultuurhistorisch waardevol gebied Natuurwaarden: Leefgebied struweelvogels Gebiedswaarden: dagrecreatie, toerisme, landbouw, landbouwontwikkeling, struweel Boringsvrije zone Groenblauwe mantel Attentiezone waterhuishouding Bebouwingsconcentratie Vrijwaringszone radar Veiligheidszone leiding Wro-zone zoekgebied voor behoud- en herstel watersystemen Wro-zone zoekgebied voor ecologische verbindingszone 5.3.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (Artikel 20) In deze regel wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Deze regeling is op grond van de Wro verplicht. Slotregel (Artikel 21)
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 40 van 44
Datum:
Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsdatum. 5.4 Verbeelding Uit de verbeelding en de bijbehorende legenda blijkt welke bestemmingen en aanduidingen van toepassing zijn, specifieke gebruiksfuncties zijn in enkele gevallen uitsluitend mogelijk op de op de verbeelding aangegeven locaties zoals het containerveld voor de locatie Hoogstraat 65 en de rijbakken voor het perceel Donte 9.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 41 van 44
Datum:
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
6.1 Exploitatie Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 1 juli 2008) is de gemeente verplicht tot kostenverhaal in geval in een nieuw bestemmingsplan bouwmogelijkheden worden voorzien als bedoeld in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. Het gaat hier om ontwikkelingen zoals de bouw van een woning. Met het oog op dit kostenverhaal is de gemeenteraad verplicht bij een bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen (artikel 6.12 Wro). Van de vaststelling van een exploitatieplan mag alleen worden afgezien, als het kostenverhaal anderszins is verzekerd,geen locatie-eisen hoeven te worden gesteld en/of geen fasering aan de orde is. Van deze laatste twee punten is geen sprake in dit bestemmingsplan. Anderszins verzekerd is het geval als de gemeente de gronden waarvoor de bedoelde bouwmogelijkheid geldt, in eigendom heeft dan wel de gemeente met de eigenaar van de betreffende gronden een overeenkomst heeft gesloten waarin het kostenverhaal is geregeld. Een deel van de ontwikkelingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen betreft exploitatieplanplichtige ontwikkelingen. Met deze initiatiefnemers zijn echter anterieure overeenkomsten afgesloten, de noodzaak voor het opstellen van een exploitatieplan komt daarmee te vervallen.
6.2 Planschade Een bestemmingsplan is één van de oorzaken waardoor schade als bedoeld in artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan ontstaan. Door deze planschade kan de economische uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan in het geding komen. Om de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan te waarborgen, is voor vrijwel alle planlocaties een planschadeovereenkomst afgesloten. Op basis hiervan komt de eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemers. Gelet op de aard van de ontwikkelingen en de mogelijkheden die de voorgaande bestemmingsplannen boden (vestiging van intensieve veehouderijen) is het in het merendeel van de ontwikkelingen niet waarschijnlijk dat sprake zal zijn van planschade. 6.3 Handhaving Een van de uitgangspunten bij het ontwikkelen van een bestemmingsplan is dat het plan handhaafbaar dient te zijn. Handhaving van het ruimtelijk beleid is een voorwaarde voor het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. De handhaving van de regelgeving van het bestemmingsplan is de bevoegdheid van burgemeester en wethouders. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bevat hiervoor de wettelijke grondslag. Het gaat daarbij met name om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. De Wabo bevat een algemeen verbod om gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan.
Handhaving is niet alleen van belang om de ruimtelijke kwaliteit in stand te houden, daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op de gebruiksactiviteiten. Een goede handhaving begint al bij de totstandkoming van het bestemmingsplan. Indien bij het maken van het bestemmingsplan met een aantal factoren rekening wordt gehouden, kan de handhaving van het plan na inwerkingtreding
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 42 van 44
Datum:
worden vereenvoudigd. Voorwaardelijke verplichtingen De voorgenomen ontwikkelingen zijn enkel toegestaan als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan zoals de aanleg en instandhouding van een goede landschappelijke inpassing. Dit is in de regels vastgelegd in de vorm van een voorwaardelijke verplichting. Voor de herbouw/uitbreiding van de woning op de locatie De Kuilen, dient de overtollige bebouwing die niet onder de saneringsregeling valt ook gesloopt te worden. Voor enkele locaties zijn nog aanvullende bodemonderzoeken vereist, de uitvoering daarvan is geborgd in de regels.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 43 van 44
Datum:
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1 omgevingsdialoog De onderhavige ontwikkelingen zijn eerder als principeverzoek bij de gemeente ingediend. In dat kader is ook gevraagd om een omgevingsdialoog. In het merendeel van de ontwikkelingen is sprake van een aanzienlijke kwaliteitsverbetering en zal de overlast (geur/verkeer/lawaai) afnemen. Gezien de aard en de omvang (beperkte planologische verandering) van de voorgenomen ontwikkelingen wordt de aan de zienswijzenprocedure voorafgaande inspraakprocedure overgeslagen.
7.2 wettelijk vooroverleg Met de waterschappen De Dommel en Aa en Maas is overleg gevoerd over de verschillende ontwikkelingen. Op alle locaties verdwijnt meer bebouwing dan er terugkomt, vanuit een waterhuishoudkundig oogpunt is op dat punt sprake van een verbetering. Door de afname van verharding zal de afvoer van hemelwater afnemen en verbeterd de mogelijkheid om ter plaatse te infiltreren. Vanuit de Waterschappen zijn er geen bezwaren tegen de ontwikkelingen die zijn opgenomen in dit bestemmingsplan. Op 22 december 2021 is de vooroverlegreactie van de provincie ontvangen op het toegezonden voorontwerpbestemmingsplan. Mede op basis van de vooroverlegreactie zijn twee locaties uit het bestemmingsplan gehouden. De overige ontwikkelingen zijn voorzien van een betere motivatie en/of betere landschappelijke inpassing. Ook de regels en verbeelding zijn aangescherpt aangepast om aan de ingediende punten tegemoet te komen.
7.3 planprocedure: zienswijze en vaststelling De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan dient plaats te vinden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Van 7 april tot en met 18 mei 2022 heeft het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. Tijdens de zienswijzentermijn zijn 3 schriftelijke zienswijzen ingediend. Voor een inhoudelijke behandeling van de ingekomen zienswijzen wordt verwezen naar de Notitie beantwoording zienswijzen en ambtelijke wijzigingen wordt uitgebreid ingegaan op de ontvangen reacties en tot welke aanpassingen van het plan dit heeft geleid.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01
Pagina: 44 van 44
Datum: