OD-2 Transitievisie Warmte gemeente Meierijstasd_inhoudelijk kader en shortlist met deelrapporten.pdf
Tekst van het document
TRANSITIEVISIE WARMTE GEMEENTE MEIERIJSTAD Inhoudelijk kader en shortlist
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
1
Inhoud Samenvatting ........................................................................................................................................ 3 Begrippenlijst........................................................................................................................................ 5 1
Inleiding ......................................................................................................................................... 6 Stapsgewijs........................................................................................................................................ 6
2
Inhoudelijk spoor.......................................................................................................................... 9 2.1
Analyse woningvoorraad .................................................................................................... 9
2.2
Koppelen warmtescenario................................................................................................ 12
2.3
Analyse warmtebronnen................................................................................................... 14
2.4
Koppelkansen ..................................................................................................................... 15
3
Publiek spoor: participatie en communicatie ........................................................................ 16
4
Bestuurlijk spoor ........................................................................................................................ 20 4.1
Doel ...................................................................................................................................... 20
4.2
Aanpak ................................................................................................................................. 20
4.3
Bepalen Longlist ................................................................................................................. 22
4.4
Van longlist naar shortlist ................................................................................................. 23
4.5
Het vervolg: van shortlist naar startwijken (fase 3) ..................................................... 27
Bijlagen: ............................................................................................................................................... 29 Bijlage 1: Toelichting warmtestrategieën PBL.............................................................................. 30 Bijlage 2: Opties warmtebronnen per wijk .................................................................................... 37 Bijlage 3: Koppelkansen in de warmtetransitie ............................................................................ 38 Bijlage 4: Resultaten participatie .................................................................................................... 41
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
2
Samenvatting Dit rapport beschrijft de resultaten van de analysefase van de Transitievisie Warmte van de gemeente Meierijstad. Het is de uitwerking van het plan van aanpak dat is vastgesteld door het college van B&W op 21 juli 2020 (zaaknummer 1948331951) en ter informatie is toegestuurd aan de gemeenteraad. In de analysefase zijn 3 sporen uitgewerkt: 1 2 3
Inhoudelijk spoor Publiek spoor Bestuurlijk spoor
Het inhoudelijk spoor is vooral gericht op het nader uitwerken van de technische aspecten. De woningvoorraad, waarvan de informatie over de omvang en globale kenmerken ook al in het plan van aanpak was opgenomen, is verder geordend op basis van kenmerken (bouwjaren, woningtypes, bezit), geanalyseerd op energetische kwaliteit, de opbouw van de wijken is bekeken en geschikte warmtescenario’s zijn gekoppeld aan de wijken en buurten. Een eerste verkenning van beschikbare warmtebronnen is in kaart gebracht. Op die manier hebben we een beter beeld gekregen van de oplossingsrichtingen die per wijk nader uitgewerkt kunnen worden. Voor de buitengebieden zijn in de meeste gevallen individuele oplossingen nodig. Deze zullen vaak op natuurlijke momenten worden toegepast. In wijken met veel woningen zijn collectieve oplossingen mogelijk in de vorm van warmtenetten. De warmtebron kan bestaan uit bodemenergie en warmte uit oppervlaktewater, beiden in combinatie met een warmtepomp. Wijken die meer divers zijn opgebouwd kunnen deels een collectief systeem krijgen, maar sommige woningen vragen een individuele oplossing. In alle gevallen vraagt het maatwerk en slimme oplossingen, zoals het combineren van meerdere wijken of delen van wijken in de uitwerking van een wijkuitvoeringsplan (WUP).
Op basis van de technische analyses is een lijst bepaald van wijken die kansrijk zijn om in 2022 te starten met de uitwerking van een WUP. Dit is de longlist en die bestaat uit 24 wijken: Veghel Busselbunders
Eerde Eerde
Schijndel Boschweg Noordoost
Heibunders Laarbunders Oranjewijk en Dorsveld ’t Ven Oost ’t Ven West Veghel Zuid 1 Veghel Zuid 2
St. Oedenrode St. Oedenrode Centrum Noord
Boschweg Zuidwest De Beemd 1 De Beemd 3 De Borne 2 Grevekeur Hoevenbraak Hopstraat Hulzebraak Plein 1 Plein 2 Plein 3
Erp Erp centrum Vlaskamp
Doel van het proces dat in deze analysefase is doorlopen is het bepalen van een shortlijst met wijken die in de volgende fase worden meegenomen om uiteindelijk enkele wijken te vinden die in 2022 willen starten met het maken van een WUP. Naast de technische analyses is hiervoor ook gekeken naar andere aspecten die relevant zijn in het selectieproces. De informatie uit de Leefbaarheidsmonitor, de gesprekken tijdens de bewonersavonden en de resultaten van de enquête is verzameld en meegewogen. We hebben vooral gezocht naar (indicaties van) draagvlak. Zonder draagvlak geen warmtetransitie. Uiteindelijk hebben zijn we tot de volgende shortlist gekomen: Veghel De Bunders Oranjewijk en Dorsveld De Scheifelaar
Eerde Eerde
Schijndel Hulzebraak Plein 1 en 3
In de volgende fase gaan we de gesprekken met de wijkbewoners van de shortlistwijken verder intensiveren. We onderzoeken of het draagvlak voldoende aanwezig is en inventariseren de wensen van de bewoners. Deze
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
3
vertalen we naar voorwaarden voor het vervolg richting WUP’s. Uiteindelijk streven we naar 2 à 3 startwijken die aan de slag gaan met de WUP. Dit plan zal in twee stappen tot stand komen: nadere detaillering van informatie en oriëntatie op warmtetechnieken, dan een besluit of de wijk de vervolgstap zet om een concreet plan uit te werken en de warmtetransitie uit te gaan voeren. In de uitwerking van de plannen nemen we kansen mee om de kwaliteit van de woonomgeving in de breedte te verbeteren. We benutten dan koppelkansen op het gebied van klimaatadaptatie en circulaire economie en we kijken naar aspecten die voor bewoners urgent zijn, zoals verkeersveiligheid, parkeren, groenvoorziening enz. De gemeente Meierijstad is ambitieus en wil concrete resultaten behalen. Maar altijd met oog voor de belangen van haar inwoners en ondernemers. Eigen initiatief van hen wordt toegejuicht en zoveel mogelijk gefaciliteerd. Betaalbaarheid en betrouwbaarheid zijn belangrijke voorwaarden waaraan de oplossingen voor de warmtetransitie moeten voldoen. In de volgende fase werken we dit verder uit in een uitvoeringsstrategie. De bewoners en ondernemers nemen we hierin nadrukkelijk mee.
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
4
Begrippenlijst Aquathermie
Aquathermie is de verzamelterm voor verwarmen en koelen (thermische energie) met water. Het gaat om warmte en koude uit oppervlaktewater – zoals kanalen, rivieren en meren – (TEO), afvalwater, zoals het riool (TEA) en drinkwater (TED) genoemd).
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
Energiedrager
Een energiedrager is een grondstof die fungeert als bron voor energie, bijv. aardolie, aardgas, steenkool, elektriciteit, stoom en vormen van duurzame energie.
Geothermie
Geothermie, ook vaak aardwarmte genoemd, is warmte uit de aarde. Hiervoor wordt een diep gat geboord van gemiddeld 2 tot 4 km diepte. Warm water wordt hieruit omhoog gepompt om bijvoorbeeld water in een warmtenet te verwarmen.
Gestapelde woning
Een gestapelde woning maakt deel van een gebouw met meer dan een bouwlaag. Het gaat bijvoorbeeld over flats, appartementen en portiekwoningen. Ook boven-benedenwoningen vallen onder deze categorie.
Grondgebonden woning
Een grondgebonden woning is een gebouw dat uit één woning bestaat. Deze is toegankelijk op het straatniveau. Voorbeelden van grondgebonden woningen zijn rijwoningen, hoekwoningen, tweeonder-één-kapwoningen of vrijstaande woningen.
Hernieuwbaar gas
Hernieuwbaar gas is een overkoepelende term voor gas dat is opgewekt uit hernieuwbare bronnen (bijvoorbeeld duurzame elektriciteit of biomassa). Groengas en waterstof opgewekt uit hernieuwbare elektriciteit zijn voorbeelden van hernieuwbare gassen.
Nationale kosten
Nationale kosten zijn de totale kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om ergens (bijvoorbeeld in een buurt) een strategie uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt, inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. De jaarlijkse kosten die gepaard gaan met investeringen (zoals afschrijvings- en rentekosten) worden daarbij bepaald op basis van de nationale discontovoet van 3 procent. Dit wijkt af van de marktrente die voor verschillende partijen van toepassing is. (Bron: Leidraad warmte; PBL)
PBL
Planbureau voor de leefomgeving
Restwarmte
Restwarmte is warmte die vrijkomt bij (industriële) processen en die niet meer gebruikt kan worden voor het proces zelf.
RVO
Rijksdienst voor ondernemend Nederland
Transitievisie warmte (TVW)
In de transitievisie warmte legt de gemeenteraad het tijdspad vast waarop buurten van het aardgas gaan. Voor de buurten waarvan de transitie vóór 2030 gepland is, zijn ook de potentiële aardgasvrije warmtetechnieken bekend. Uiterlijk eind 2021 heeft elke gemeente een transitievisie warmte opgesteld.
Utiliteit
Onder utiliteit verstaan we gebouwen die niet bedoeld zijn om in te wonen, maar ook niet worden gebruikt voor industrie of glastuinbouw. Voorbeelden van utiliteitsgebouwen zijn kantoren, winkels, ziekenhuizen of sporthallen.
Warmtetransitie
De warmtetransitie is onderdeel van de energietransitie. De warmtetransitie is het loskoppelen van gebouwen van het aardgasnet. Isoleren en overschakelen op een aardgasvrije warmtetechniek zijn belangrijke stappen in de warmtetransitie.
Warmtebron
Een warmtebron is een locatie waar warmte geproduceerd worden voor een warmtenet.
Warmtenet
Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond, waar warm water doorheen stroomt. Dat warme water, afkomstig van een warmtebron in de buurt, kan worden gebruikt om huizen of andere gebouwen te verwarmen.
Woningequivalent (weq)
Woningequivalenten zijn een methode om de warmtebehoefte van kantoren en ander vastgoed (utiliteit) op te kunnen tellen bij die van woningen. Een woningequivalent is gelijk aan één woning of 100 m2 utiliteit.
WKO
WKO staat voor warmte-koudeopslag. In een warmte-koudeopslaginstallatie wordt bodemenergie gebruikt voor het verwarmen en koelen van gebouwen. Het is ook mogelijk om een WKO-installatie aan te leggen voor een groep van woningen of gebouwen. In dat geval is er sprake van een WKOnet, een specifieke vorm van een LT-warmtenet.
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
5
1
Inleiding
De gemeente Meierijstad werkt aan de Transitievisie Warmte (TVW). Dit is de uitvoering van de afspraak die gemeenten hebben gemaakt in het kader van het Klimaatakkoord. Doel is dat in 2050 alle gebouwen in Nederland een duurzame warmtevoorziening hebben en we geen gebruik meer maken van aardgas. Deze transitie is nodig omdat we in 2050 95% minder CO2 moeten uitstoten en we stoppen met de gaswinning in Groningen. De TVW geeft richting aan de wijze waarop alle wijken en buurten in 2050 van het aardgas zijn overgegaan naar een duurzame warmtevoorziening. Het geeft een voorlopig beeld van de alternatieve warmtevoorziening, gebaseerd op de kennis van nu. Door de TVW periodiek te herijken kunnen we nieuwe inzichten en technieken een plek geven in de visie. De warmtetransitie is een zoektocht naar oplossingen die voldoen aan belangrijke basisvoorwaarden: -
Duurzaam
-
Betaalbaar
-
Betrouwbaar
-
Samen met bewoners en ondernemers
Het uitwerken van de TVW doen we niet als gemeente alleen. We betrekken ketenpartners, zoals de woningcorporaties, de netbeheerder en de waterschappen. Maar nog belangrijker is het draagvlak bij bewoners. Daarom vormt participatie een cruciaal onderdeel van het traject.
Stapsgewijs De route naar een Transitievisie Warmte verloopt in 3 fases: 1.
2.
3.
Voorbereiding: deze fase is afgerond met het vaststellen van de eerste versie van de TVW. Deze bestond uit een eerste overzicht van de gebouwenvoorraad in de gemeente (woningen en utiliteit) en het reisplan richting visievorming. De eerste versie is op 21 juli 2020 vastgesteld door B&W (zaaknummer 1948331951) en ter informatie gestuurd naar de gemeenteraad. Analysefase: dit is de fase die in dit rapport is uitgewerkt en waarin we de wijken en buurten nader onder de loep hebben genomen, passende warmtescenario’s hebben gekoppeld, eerste verkenningen hebben uitgevoerd over de warmtebronnen en we via participatie potentiële medereizigers hebben gesproken. Conceptfase en Besluitvorming: als vervolg op de analysefase werken we op basis van de analyses en via intensieve samenwerking met bewoners en ondernemers aan definitieve transitievisie warmte. Deze stelt de gemeenteraad in december 2021 vast.
In dit rapport beschrijven werken we de aanpak van de analysefase verder uit via 3 sporen: o Inhoudelijk spoor: technische analyses van de woningen en de warmtebronnen; beschrijving koppelkansen o Publiek spoor: activiteiten die zijn uitgevoerd en de resultaten ervan o Bestuurlijk spoor: een toelichting op het proces longlist – shortlist en onderbouwing van de keuzes
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
6
Onderstaande afbeelding laat de 3 stappen zien in de tijd en in relatie met de 3 sporen waarlangs de TVW wordt uitgewerkt.
In deze analysefase hebben van alle wijken een eerste verkenning uitgevoerd en een passend warmtescenario bepaald. Op basis daarvan is zijn 22 wijken geselecteerd die het meest in aanmerking komen om als eerste een plan uit te werken voor het afschakelen van aardgas. Dit is de longlist. Van die wijken hebben we extra informatie verzameld en zijn we gestart met bewoners te informeren over het traject en het proces van de TVW en hun bereidheid om mee te werken gepeild. Hiervoor is een enquête uitgezet en zijn bewonersavonden georganiseerd. De analyses leverde inhoudelijke criteria op voor een afwegingskader, die we hebben aangevuld met informatie uit gesprekken, enquêtes en de Leefbaarheidsmonitor. Op basis van de uitkomsten daarvan, gecombineerd met al bestaande kennis over de wijken, hebben we een selectie van wijken bepaald uit de longlist waarmee we in fase 3 (concept en besluitvorming) vervolgstappen willen zetten. Dit noemen we de shortlist. De vervolgstappen betreffen vooral participatieve activiteiten en het toetsen van de technische aspecten per wijk. Doel is enkele wijken te vinden die vanaf 2022 als eerste willen meewerken aan een wijkuitvoeringsplan (WUP). Dit noemen we de startwijken. In onderstaande afbeelding is het selectieproces zoals hierboven beschreven verbeeld:
Het traject van de WUP die na vaststelling van de TVW eind 2021 zal starten betekent overigens niet dat de wijken verplicht zijn in te stemmen met de uitvoering van de warmtetransitie in hun wijk. In de definitieve TVW nemen we een uitvoeringsstrategie op waarbij we heldere randvoorwaarden meenemen waaraan de WUP’s moeten voldoen voordat gestart wordt met de uitvoering.
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
7
Ontdekkingsreis Op basis van de eerste versie van de TVW weten we wat het eindpunt is van de ontdekkingsreis richting warmtetransitie, maar hoe we daar gaan komen en welke obstakels we daarvoor moeten overwinnen is nog onduidelijk. We zijn in deze vervolgfase gestart met de route verder te verkennen en hebben mogelijke medereizigers gesproken die willen helpen de route verder uit te stippelen. We vragen gedurende de hele reis regelmatig of we op de juiste route zijn, stappen soms op een rijdende trein om sneller vooruit te komen en blijven zo nu en dan staan om goed om ons heen te kijken hoe het landschap zich vormt. Want er zijn meerdere expedities onderweg (alle gemeenten) en sommigen daarvan zijn al goed op pad. Anderen volgen nog, maar met elkaar vinden we het juiste pad.
Leeswijzer Deze tweede versie van de TVW van de gemeente Meierijstad schetst de eerste etappes die we hebben afgelegd en waar we uit zijn gekomen. In hoofdstuk 2, het inhoudelijke spoor, beschrijven we de inhoudelijke analyses die we hebben uitgevoerd van de gebouwen, de wijken en de planningen van de gemeente en de ketenpartners. Het gaat in eerste instantie over de technische aspecten van woningen, passende warmtescenario’s (warmtedistributie en levering) en mogelijke warmtebronnen (warmteproductie). In hoofdstuk 3, het publieke spoor, is de aanpak beschreven van de participatie en communicatie. We zijn in december gestart met het versturen van een brief naar alle bewoners en dat heeft veel op gang gebracht. De hoofdlijnen van de resultaten van de bewonersavonden en de enquêtes zijn verwerkt in dit hoofdstuk. Meer gedetailleerde informatie is opgenomen in drie deelrapporten die apart zijn toegevoegd aan dit rapport. In Hoofdstuk 4 is het bestuurlijke spoor uitgewerkt. Het beschrijft het selectieproces richting shortlist waar wijken in zijn opgenomen waarmee in de volgende fase die in mei start de participatie verder wordt geïntensiveerd. De bijlagen 1 t/m 3 bij dit rapport bevat extra achtergrondinformatie over warmtescenario’s, duurzaamheidsthema’s die integraal meegenomen worden in de uitvoeringsplannen en detailinformatie over de resultaten van de enquêtes.
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
8
2
Inhoudelijk spoor
Zoals in de inleiding al is aangegeven is het doel van de analysefase van de TVW te komen tot een selectie van wijken, de shortlist, die in fase 3 worden meegenomen in het vervolg richting een selectie van startwijken. Om tot een shortlist te komen hebben we van de 93 wijken en buurten eerst een longlist bepaald van ruim 20 kansrijke wijken. Vervolgens zijn uit deze selectie 6 wijken bepaald voor de shortlist. We hebben daarbij 3 acties uitgevoerd: 1 Analyse uitgevoerd van de woningvoorraad 2 Nadere analyse uitgevoerd van beschikbare en toekomstige warmtebronnen 3 Afwegingscriteria uitgewerkt voor het selectieproces van de wijken In dit hoofdstuk beschrijven we vooral de technische aspecten in relatie tot de warmtetransitie. Het betreft analyses van de woningvoorraad en een verkenning van beschikbare warmtebronnen. We starten met de technische analyses van de wijken en de onderbouwing van de selectie van de longlistwijken. Daarbij gaan we uit van de wijkindeling die het CBS hanteert.
2.1
Analyse woningvoorraad
In de eerste versie van de TVW is een eerste beeld geschetst van de gemeente Meierijstad. We hebben vooral gekeken naar het aantal en het type woningen, hoe deze op dit moment worden verwarmd, de definitieve energielabels van de woningen (voor zover beschikbaar) en hoe het beeld is van de utiliteitsgebouwen. Deze eerste verkenning leverde een globaal beeld op van de opgave. In de analysefase is opnieuw gekeken naar de wijken. We hebben een selectie gemaakt van woningen die representatief zijn voor de woningvoorraad van de gemeente Meierijstad. Deze referentiewoningen zijn gebaseerd op kenmerken die door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) zijn vastgesteld. Dit noemen we “archetypen” van woningen: ze simuleren in feite de werkelijkheid en geven een gedegen inzicht in de kwaliteit van de woningen toen zij werden gebouwd. Werken met archetypen woningen levert basisinformatie op over de mate van isolatie, bouwkundige kenmerken, installaties en dus de energetische kwaliteit van de woning. Aan de hand van meerdere archetypen hebben we een nadere analyse uitgevoerd van de basiskwaliteit van de woningen. Deze archetypen leveren een representatief beeld op van de woningvoorraad in Meierijstad. Veel woningen zijn de afgelopen decennia echter verbouwd en verbeterd. Daarom is het nodig om bij de uitwerking van de WUP de werkelijke kwaliteit in beeld te brengen.
De analyses aan de hand van de archetypen biedt echter wel een betrouwbaar beeld op basis waarvan de longlist van wijken bepaald kan worden.
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
9
De utiliteitsgebouwen zijn in de analyses meegenomen, maar zijn vertaald naar woningequivalenten (weq). Daarbij is 100 m2 utiliteit die in de wijken aanwezig is vertaald naar 1 wooneenheid. Voor de woningen/weq’s hebben we de volgende aspecten bekeken: Woningtype (5): rijwoningen (tussen- en hoekwoning), 2^1-kap, vrijstaand, gestapelde bouw en utiliteitsgebouwen1 Bouwperiodes per type woning (4): t/m 1974, 1975-1991, 1992-2012 en 2013-heden Deze aspecten geven basisinformatie over de energetische kwaliteit van de woning, of de woning geïsoleerd kan worden en welke aanvoertemperatuur van de warmteoplossing gebruikt kan worden. Isoleren van woningen die zijn gebouwd voor 1975 is over het algemeen erg kostbaar, terwijl hoge aanvoertemperaturen vaak nodig blijven. Vanaf 1975 tot en met 1991 is het wel mogelijk de woningen te isoleren, maar de kosten zijn vaak relatief hoog. Vanaf 1992 zijn de woningen al beter geïsoleerd. Na-isolatie is in sommige gevallen nog wel mogelijk. Vooral het vervangen van dubbel glas voor HR++- of triple glas levert extra besparingen op. Ook kierdichting kan zorgen voor verdere vraag beperking. Voor nieuwbouwwoningen in de bouwperiode 2013heden is LT-verwarming (of zelfs ZLT) goed toepasbaar. LT is met kleine aanpassingen goed mogelijk voor woningen in de periode 1992-2012, en MT voor de periode 1975-1991.
Woningen t/m 1974 zullen in de meeste gevallen met HT-verwarming uitgerust worden. We hebben per wijk het archetype van de woningen bepaald en op die manier deze belangrijke karakteristiek per wijk in beeld gebracht. In onderstaande afbeeldingen zijn 2 voorbeelden gegeven van wijken met de verschillende archetypen gebouwen.
Afbeelding: de Bunders, een relatief homogene wijk De analyses op basis van archetypes geeft zoals gezegd een eerste beeld van de energetische kwaliteit van de woningen. Woningeigenaren hebben echter in de loop der jaren allerlei aanpassingen gedan aan de woningen, waardoor dit basis beeld niet meer overeenkomt met de werkelijkheid. Het definitieve energielabel van de woningen geeft een meer actueel beeld van de energetische kwaliteit. De afgelopen jaren is de verplichting voor het aantonen van de energetische kwaliteit van woningen bij verkoop aangescherpt. Daardoor zien we een forse stijging van het aantal definitieve labels.
1 Voor utiliteit hanteren we de regel 100m2 utiliteit = 1 woningeenheid. In de data zijn de bedrijfsgebouwen die in de wijken
zijn gevestigd opgeteld als een wooneenheid in de aantallen huishoudens per wijk
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
10
In de twee voorbeelden hieronder zien we echter dat per wijk de informatie over de energielabels sterk verschillen. In de fase van de wijkuitvoeringsplannen is dus nader onderzoek nodig om het beeld van de actuele situatie compleet te maken. In Fase 3 werken we op basis van voorbeeldwoningen de kostenaspecten uit die samenhangen met de noodzakelijke aanpassingen aan de woningen om ze geschikt te maken voor de passende warmtevoorziening.
Afbeelding: voorbeelden van wijken met afgemelde energielabels
Diversiteit en woningdichtheid Naast de woningtypes is ook gekeken naar de opbouw van de wijk. Zo kunnen we op basis van het aantal woningen per hectare een eerste inschatting maken van een passende warmtevoorziening voor de wijk. Daarbij geldt in algemene zin het volgende: Veel woningen per hectare is kansrijk voor een collectieve warmtevoorziening Weinig woningen per hectare vergt in de meeste gevallen een individuele oplossing In wijken waar sprake is van een gemêleerd beeld zijn combinaties van collectief en individueel mogelijk. Hieronder is een kaart van Schijndel opgenomen. Daarin is het aantal woningen per hectare op kaart gezet en zien we de verschillen tussen de wijken. Een tweede voorbeeld is van een wijk met veel variatie qua gebouwtypen en bouwjaren.
Afbeelding: dichtheid woningen gemeente Schijndel
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
11
Afbeelding: zeer gevarieerde wijk, Schijndel Centrum 1
2.2
Koppelen warmtescenario
Een volgende stap is het koppelen van warmtescenario’s aan de woningtypes. In bijlage 1 is een toelichting gegeven op de mogelijke warmtescenario’s. Deze bijlage is gebaseerd op de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) die een basismodel heeft ontwikkeld waarin alle scenario’s staan opgenomen met de relevante informatie zoals inpassingsmogelijkheden in het energiesysteem en globale kosten (Nationale kosten2). Hierbij is gekeken naar de totale kosten en baten over een periode van 30 jaar. Dit noemen we de levensduurkosten; in vaktermen ook wel Total Cost of Ownership (TCO) genoemd. Bij de warmtescenario’s onderscheiden we 2 oplossingsrichtingen met ieder 3 varianten:
Hoge temperatuur > 700 C
Midden temperatuur 40 – 700 C Lage temperatuur < 400 C
Collectief Warmtenet gevoed via centrale op basis van biomassa, groen gas, waterstof, diepe geothermie Warmtenet gevoed op basis van geothermie, restwarmte Warmtenet gevoed op basis van geothermie, thermische energie uit oppervlaktewater (TEO), thermische energie uit afvalwater (TEA)
Individueel Gasketel op basis van groen gas of waterstof Hoge temperatuur warmtepompen kunnen ook warmte van 50 - 70°C leveren Individuele warmtepomp op basis van bodemwarmte of lucht
2 Nationale kosten: zijn de totale kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om ergens (bijvoorbeeld in een
buurt) een strategie uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt, inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. De jaarlijkse kosten die gepaard gaan met investeringen (zoals afschrijvings- en rentekosten) worden daarbij bepaald op basis van de nationale discontovoet van 3 procent. Dit wijkt af van de marktrente die voor verschillende partijen van toepassing is. (Bron: Leidraad warmte; PBL)
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
12
De keuze voor hoge, midden of lage temperatuur is afhankelijk van de kwaliteit van de woning. In algemene zin geldt dat naarmate de woning ouder is een hogere temperatuur nodig is om voldoende comfort te kunnen leveren. Dit heeft te maken met de mate waarin de woning geïsoleerd kan worden: Woningen voor 1975 zijn lastig te isoleren, waardoor in deze woningen hoge temperatuur warmtevoorziening nodig is Bij woningen tussen 1975 en 1992 is na-isolatie meestal goed mogelijk, wat gepaard gaat met een midden temperatuur warmtevoorziening Woningen tussen 1992 en 2012 zijn al redelijk tot goed geïsoleerd en kunnen uitgerust worden met een lage temperatuur warmtevoorziening Woningen vanaf 2013 tot heden kunnen zonder ingrepen al een (zeer) lage temperatuur warmtevoorziening toepassen Bij de analyses van de wijken hebben we dit aspect meegenomen in het bepalen van de geschikte warmtevoorziening. We hebben de gemeente ingedeeld in 4 verschillende gebiedstypes en op basis van 2 kenmerken de best passende warmtevoorziening bepaald. De gebiedstypes vragen elk weer een specifieke benadering: 1 Buitengebied (individueel): in deze “wijken en buurten” staan weinig woningen en ook nog eens ver uit elkaar. Gezien de kenmerken past een individuele oplossing het beste in deze gebieden.
Woningeigenaren gaan individueel aan de slag met het isoleren van hun woning en het kiezen van de juiste warmtevoorziening. In de meeste gevallen lijkt een individuele warmtepomp het meest geschikt. Ook kunnen ketels die op alternatieve vormen van gas (groen gas, waterstofgas) wellicht uitkomst bieden, wanneer de beschikbaarheid van deze alternatieven gegarandeerd is. 2 Deels collectief, deels individueel: het betreft wijken waar onder andere appartementencomplexen staan, maar ook grondgebonden woningen, van rijwoningen t/m vrijstaand. Hier kan een combinatie van een collectief warmtenet in combinatie met individuele oplossingen nodig zijn. Wanneer de afstand van vrijstaande woningen tot een cluster groot is (enkele honderden meters en meer) dan lenen deze zich vaak niet om aan te sluiten op een warmtenet. Bij de verdere uitwerking van de WUP voor zo’n wijk dient de haalbaarheid van deze gecombineerde oplossing nader te worden uitgewerkt. 3 Collectieve warmtevoorziening: dit zijn wijken met meer dan 20 woningen per hectare en relatief homogene opbouw van een groot aantal woningen dat geschikt is om te voorzien van warmtelevering. Een collectief warmtenet is in deze wijken vaak de beste oplossing, zowel milieutechnisch als economisch.
4 Overig: de blauwe gebieden op de kaart zijn deels bedrijventerreinen, waarvoor een specifieke oplossing soms voorhanden is, zoals uitwisseling van restwarmte. Maar het betreft ook wijken waar een grote mate van diversiteit is qua woningtypes en overige gebouwen. Ook staan in deze wijken vaak monumentale panden die lastig aan te passen zijn voor een warmtenet. Voor bedrijventerreinen voert de gemeente een apart traject uit samen met Platform Ondernemend Meierijstad (POM) en de betrokken bedrijven. Voor wijken met veel verschillende en monumentale panden zijn specifieke oplossingen nodig die per situatie moeten worden afgewogen. In de kaart hiernaast zijn deze 4 gebiedstypes weergegeven.
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
13
2.3
Analyse warmtebronnen
Voor de warmtescenario’s die in de vorige paragraaf zijn beschreven hebben we een nadere verkenning uitgevoerd voor een geschikte bron. In de eerste versie van de TVW is in een bijlage een toelichting opgenomen over de kenmerken van de mogelijke bronnen. Deze bijlage is opnieuw toegevoegd aan dit rapport (bijlage 1). In de afgelopen periode hebben we aanvullende informatie verzameld over de mogelijke warmtebronnen die toepasbaar zijn bij collectieve warmtescenario’s. Met deze informatie hebben we een beter beeld gekregen van de toepasbaarheid van de verschillende opties per wijk. In bijlage 2 geven we per bron aan voor welke wijken deze op basis van de beschikbare informatie toe te passen is. In sommige wijken zijn meerdere opties mogelijk. In de wijkuitvoeringsplannen bepalen de bewoners samen met de gemeente en andere betrokken partijen welke optie het beste past. Deze analyse wegen we mee in het bepalen van de wijken die als eerste een wijkuitvoeringsplan kunnen uitwerken (zie hoofdstuk 4). Naast de bronnen voor grootschalige toepassing in warmtenetten zijn er ook technieken nodig voor kleinschalige oplossingen. Naast individuele woningen kan het ook gaan om een cluster van enkele woningen of een woongebouw. Zoals eerder is aangegeven zijn ook voor monumentale gebouwen vaak specifieke oplossingen nodig om het gewenste comfort te kunnen bieden.
In onderstaande tabel hebben we alle mogelijke technieken die op dit moment bekend zijn kort beschreven. We delen ze in twee categorieën: -
-
Bewezen technieken: het betreft hier oplossingen die zich in de praktijk hebben bewezen op technische betrouwbaarheid en economische haalbaarheid. Ze zijn met andere woorden marktrijp, er zijn voldoende aanbieders en er zijn veel voorbeelden van wijken waar deze technieken zijn toegepast. Bestaande technieken: het betreft hier technieken die nog in de ontwikkelfase zitten. Sommige opties zijn technisch bewezen, maar economisch nog niet haalbaar of opschaalbaar. Andere opties moeten technisch nog doorontwikkeld worden voordat ze op een betrouwbare manier kunnen worden toegepast. Veel van deze technieken zullen op de langere termijn toepasbaar zijn. Wanneer een wijk of buurt bereid is te fungeren als proeftuin voor innovatieve technieken dan nemen we dat mee in de uitwerking van de WUP. Bewezen technieken:
Bestaande technieken:
Bodemenergie: warmte uit watervoerende zandpakketten wordt met behulp van een warmtepomp opgewaardeerd naar een temperatuurniveau wat nodig is om voldoende comfort te leveren aan de woning. In de zomer kan het proces worden omgedraaid en wordt warmte uit de woning opgeslagen in de bodem en op die manier gekoeld. Dit is een vorm van warmte koudeopslag.
Diepe geothermie: In diepere aardlagen (vanaf 1500 meter diepte) is warmte aanwezig hoge temperaturen (vanaf 500C en hoger). Naarmate je diepe de bodem ingaat stijgt de aanwezige temperatuur (tot meer dan 1000C). Water van deze temperatuur kan direct worden toegepast in woningen. Het vraagt echter grote aantallen woningen (vanaf 2000 – 2500 woningen) om het economisch haalbaar te maken. Over de beschikbaarheid zijn alleen globale data beschikbaar. De boringen zijn erg kostbaar. Groen gas: groen gas wordt gewonnen uit dierenmest en uit oude stortplaatsen voor afval. De beschikbaarheid is beperkt en de toepassing bevindt zich nog in een pilotfase. Economische risico’s zijn groot en daardoor lastig op te schalen.3
Warmtepomp: een techniek die met behulp van elektriciteit warmte produceert. Vaak is bodemwarmte de bron, maar er zijn ook lucht-warmtepompen. Deze gebruiken ventilatielucht of lucht van buiten als bron. Het nadeel van lucht-warmtepompen is de bijdrage die zij leveren aan de opwarming van de omgeving in de zomer en in sommige gevallen het geluid die ze produceren. (Industriële) restwarmte: wanneer een gebouw warmte over heeft kan dit worden benut voor verwarming van andere gebouwen. Het betreft vaak industriële restwarmte uit energiecentrales, restwarmte uit productieprocessen, maar kan ook stromen van hoge temperatuur in oude gebouwen naar lage temperatuur in nieuwe gebouwen. Dit noemen we cascaderen van warmte.
Biomassa: dit is de verzamelterm van het inzetten van hout of houtachtige producten voor de warmteproductie. In Nederland wordt dit onder andere toegepast als bijstook in kolencentrales en er zijn in meerdere gemeenten centrales gebouwd die volledig 3
Waterstof: waterstof is een energiedrager die op dit moment vooral wordt gemaakt uit aardgas. Dit noemen we blauwe waterstof. Daarnaast spreken we van groene waterstof wanneer het wordt geproduceerd uit duurzame energie, zoals wind en zon. Bij de productie van waterstof en de omzetting van waterstof naar warmte treedt veel energieverlies op. De kosten zijn op dit moment nog hoog en er zijn ook nog veel technologische uitdagingen (opslag, distributie en logistiek) die nog in een pilotfase verkeert. Beschikbaarheid voor warmtevoorziening is zeer beperkt. Mogelijk vanaf 2050 een optie voor opschaling. Aquathermie: dit is een verzamelterm voor thermische energie uit oppervlaktewater (TEO), uit afvalwater (TEA; rioolwaterzuivering) en drinkwater (TED). Het is vergelijkbaar met bodemenergie: warmte uit deze bronnen wordt opgewaardeerd
Bron: https://groengas.nl/wp-content/uploads/2020/12/Innovatieagenda_Groen_Gas.pdf
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
14
Bewezen technieken:
Bestaande technieken:
draaien op biomassa (Purmerend). Gezien de warmtevraag In Nederland kan biomassa niet volledig in de vraag voorzien. Bovendien loopt op dit moment een discussie over de wenselijkheid van het produceren van hout specifiek voor grootschalige warmteproductie. Daarnaast blijkt biomassa veel schadelijke stoffen en fijnstof te veroorzaken.
met behulp van een warmtepomp. De techniek is veelbelovend maar moet qua toepassing nog worden doorontwikkeld. Daarbij is aandacht voor de ecologische effecten belangrijk. Ook mag het niet ten koste gaan van de waterzuiveringsprocessen die ook warmte vragen. Seizoensopslag: warmte in de zomer opslaan in speciaal aangelegde buffers en deze in de winter benutten. Dat is het idee en is inmiddels in meerdere vormen beschikbaar. De komende jaren moet blijken welke bijdrage deze optie kan leveren aan de warmtetransitie. Meerdere varianten zijn inmiddels beschikbaar zoals Ecovat4 en Hocosto5. Voordeel is de schaalbaarheid van deze optie: het kan voor kleinere clusters van gebouwen worden toegepast. Nadeel zijn de hoge kosten. Bij verdere opschaling kunnen de kosten dalen, maar dit is onzeker.
Van de technieken die hierboven staan beschreven zijn bodemwarmte, aquathermie en warmtepompen de technieken die het meest geschikt zijn om toe te passen in de wijken. De gemeente Meierijstad sluit de overige technieken niet uit, maar is wel terughoudend om deze toe te passen. Restwarmte die beschikbaar is op bedrijventerreinen zal in eerste instantie via warmte-uitwisseling binnen het bedrijventerrein worden benut. Het toepassen van restwarmte in woningen is gezien de beperkte beschikbaarheid geen optie. Biomassa zien we als onwenselijk vanwege de ethische discussie en de schadelijke emissies. Groen gas is qua beschikbaarheid op dit moment geen optie. Waterstof is nog te onzeker qua techniek, kosten en beschikbaarheid om vol op in te zetten. Op termijn kan het wel een belangrijke rol vervullen voor bijvoorbeeld monumenten.
Ook de komende jaren zullen meer nieuwe technieken worden ontwikkeld. Deze innovaties volgen we als gemeente nauwgezet en zodra deze beschikbaar komen worden ze meegenomen wanneer we de TVW herijken. Dit zal zo vaak als nodig gebeuren om de TVW goed te laten aansluiten op de actuele kansen.
2.4
Koppelkansen
De warmtetransitie vraagt grote aanpassingen in de woningen en de wijk. Forse verbouwingen zijn soms nodig om woningen geschikt te maken voor de alternatieve warmtevoorziening en straten moeten vaak open om leidingen aan te leggen. We willen als gemeente slimme oplossingen ontwikkelen waardoor bij de warmtetransitie tegelijk ook andere zaken worden opgelost of meegenomen die zorgen voor een integrale verduurzaming en verbetering van de leefomgeving. Dit zijn koppelkansen die soms inhoudelijk van aard zijn, maar vaak ook een heel praktische insteek hebben. Inhoudelijke koppelkansen hebben betrekking op het voorkomen van wateroverlast, droogteperiodes en hittestress. Dit zijn thema’s die gericht zijn op het omgaan met klimaatverandering, ook wel klimaatadaptatie genoemd. Een tweede inhoudelijk thema heeft betrekking op het verstandig omgaan met schaarse en schadelijk grondstoffen door zoveel mogelijk materialen te hergebruiken en het voorkomen van afval. Dit noemen we circulaire economie. In bijlage 3 werken we de inhoudelijke koppelkansen klimaatadaptatie en circulariteit wat verder uit. Een derde categorie koppelkansen hebben vooral betrekking op specifieke zaken die in de wijk spelen, zoals de verkeersveiligheid, speelvoorzieningen, groen en water in de wijk en de veiligheidsbeleving. Allemaal zaken die maatregelen vragen om waar nodig te zorgen voor verbetering.
Door deze tegelijk op te nemen in de WUP zorgen we voor slimme oplossingen die minder kosten vergen. We kijken ook naar geplande werkzaamheden van ketenpartners en wanneer de warmtetransitie en bijvoorbeeld de renovatiewerkzaamheden van woningcorporaties goed op elkaar aansluiten dan maken we werk met werk. In hoofdstuk 4 beschrijven we alle aspecten die zijn meegewogen in het bepalen van een lijst met wijken die in het vervolg (fase 3) worden betrokken in de verdere uitwerking van de definitieve TVW. De bewoners en ondernemers in deze wijken denken dan mee over een concreet plan voor hun wijk. Bewoners uit andere wijken informeren we via allerlei kanalen en wij bieden hen ook de gelegenheid input te leveren.
4 5
Meer info over ecovat is te vinden via: https://www.ecovat.eu/ Meer info over Hocosto is te vinden via: https://www.hocosto.com/en/news/
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
15
3
Publiek spoor: participatie en communicatie
Parallel aan het inhoudelijk spoor loopt in de aanpak een publiek spoor, dat zich richt op het betrekken van belanghebbenden en belangstellenden. In dit publieke spoor zijn participatie en communicatie activiteiten uitgevoerd. De inbreng die op deze wijze is opgehaald is als criterium meegewogen in het bepalen van de shortlistwijken. Ook in de vervolgstappen tot aan vaststelling van de Transitievisie zullen nog activiteiten in dit spoor gaan plaatsvinden. Tot op heden zijn de volgende activiteiten ondernomen: Nadat de longlistwijken zijn bepaald hebben we de volgende participatie-acties uitgevoerd: 1 een bewonersbrief verstuurd naar alle bewoners (december 2020, met een toelichting op het project Meierijstad Aardgasvrij en hoe men hierbij betrokken wordt. 2 Live-vragenuur: bewoners hebben de gelegenheid gekregen vragen te stellen over de warmtetransitie aan de gemeente. 3 Publicaties in de lokale pers en via social media zijn geplaatst met als doel bewoners te informeren over de warmtetransitie. 4 de duurzaamheidssite van de gemeente is als centraal punt in de informatievoorziening ingezet: https://www.meierijstad.nl/duurzaamheid/ . 5 een enquête opengesteld: voor de bewoners van de longlistwijken is een specifieke vragenlijst uitgewerkt; voor de overige bewoners een wat meer algemene. 6 Twee bewonersavonden zijn georganiseerd voor particuliere woningbezitters.
7 een klankbordgroep samengesteld uit verschillende maatschappelijke belangen reflecteert op de inzichten die tijdens dit proces worden opgegaan en geeft de gemeente suggesties mee vanuit hun eigen perspectief. Vanwege de coronamaatregelen hebben alle bijeenkomsten digitaal plaatsgevonden. Om dezelfde reden konden geplande fysieke activiteiten om inwoners bij de transitievisie te betrekken, zoals pop-up straat actie en enquêtes, helaas niet doorgaan. Ondanks deze beperkingen hebben veel inwoners van Meierijstad aan een of meer van de participatiemomenten deelgenomen. De resultaten van deze communicatie- en participatieactiviteiten zijn als volgt: 1. Naar aanleiding van de bewonersbrief hebben meerdere bewoners zich bij de gemeente gemeld. Sommige bewoners willen concreet stappen zetten in hun wijk. Enkele reacties bestonden uit aanbod van experts om bepaalde oplossingen voor de warmtevoorziening te promoten. Ook hebben enkele experts uit de gemeente zich aangeboden om te helpen in het proces. Daarnaast meldde zich ook veel inwoners met vragen en zorgen. Met alle personen die zich hebben gemeld is telefonisch contact geweest. De gemeente zal vervolggesprekken inplannen om na te gaan op welke wijze bewonersinitiatieven ondersteund kunnen worden. 2. Het live-vragenuur op Youtube en Facebook trok ongeveer 200 deelnemers.
Zij stelden vragen over de alternatieven voor aardgas, de aanpak en vooral wat het hen als bewoners gaat kosten. Binnen de beperkte tijd van het vragenuur is op een deel van de vragen antwoord gegeven. Alle gestelde vragen (ook die niet tijdens het vragenuur aan bod zijn gekomen) zijn na afloop per onderwerp gebundeld, beantwoord en in een Q&A-lijst op de duurzaamheidswebsite van de gemeente gepubliceerd. 3. Door middel van communicatie is bijgedragen aan het informeren van inwoners over de transitievisie en is de opkomst bevorderd van de digitale informatieavonden die voor hen werden georganiseerd. Naast de gemeentelijke duurzaamheidswebsite en de gebruikelijke gemeentelijke publicaties is het live-vragenuur digitaal op Youtube beschikbaar gemaakt en is met een vlog van de wethouder verwezen naar de informatieavonden voor bewoners. 4. Op de gemeentelijke duurzaamheidswebsite is alle informatie over Meierijstad Aardgasvrij permanent beschikbaar gemaakt en voortdurend geactualiseerd. Zo konden hier alle antwoorden op gestelde vragen worden teruggelezen, werden de bijeenkomsten hier aangekondigd en was het mogelijk zich aan te melden voor een van de bijeenkomsten en te bewonersenquête in te vullen. 5. Via een online enquête is gedurende drie weken in februari het draagvlak gepeild onder de inwoners van Meierijstad.
Daarbij is gebruik gemaakt van de inmiddels beschikbare selectie van longlistwijken. De enquête is via de gemeentelijke communicatiekanalen onder de aandacht gebracht. Via een postcodecheck kwamen inwoners van longlistwijken in de uitgebreide versie van de vragenlijst terecht. Hierin werd hun mening gevraagd over de beleving van hun wijk, hun visie op aardgasvrij in het algemeen en hun individuele voorkeuren en woonomstandigheden. Deze drie aspecten tezamen geven een eerste indicatie van het draagvlak in de longlistwijken om van het aardgas af te gaan.
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
16
Inwoners die niet in een longlistwijk wonen kwamen vanuit de postcodecheck in een verkorte versie van de vragenlijst terecht, die alleen bestond uit vragen over hun mening t.a.v. aardgasvrij. In totaal hebben 270 respondenten de algemene vragenlijst ingevuld en 113 respondenten de longlistvragenlijst. Van de longlistrespondenten hadden 110 inwoners een koopwoning en slecht drie een huurwoning. Deze laatste groep hebben we als niet significant uit de verwerking gehaald. De eerste algemene conclusies uit de analyse van de enquêterespons zijn: • De respondenten uit longlistwijken hechten iets meer waarde aan het belang van de klimaatdoelen dan respondenten uit de andere wijken
• •
•
•
De bereidheid van de respondenten om zelf de eigen woning aardgasvrij te maken ligt in longlistwijken op vergelijkbaar niveau als in de overige wijken Deze bereidheid ligt in het geval dat aardgasvrij samen met de hele wijk wordt opgepakt in de longlistwijken iets hoger dan in de andere wijken
De belangrijkste redenen voor de longlist-inwoners om te overwegen hun woning aardgasvrij te maken is voornamelijk een duurzame toekomst (35%) of omdat het ‘nu eenmaal moet’ (20%). Onder inwoners van de longlistwijken leeft veruit als belangrijkste zorg de betaalbaarheid van aardgasvrije alternatieven, zowel voor wat betreft de investeringskosten als de gebruikskosten. In de open vragen komt het thema ‘betaalbaarheid’ veelvuldig voor. 46% van de antwoorden bij ‘wat zijn uw zorgen’ gaan over de betaalbaarheid en de kosten van overstappen op aardgasvrij. Ook gaat 50% van de antwoorden bij ‘waar moet de gemeenteraad rekening mee houden’ over betaalbaarheid en kosten. Mensen zijn benieuwd naar subsidies en vinden het van belang hiervan op de hoogte te worden gehouden. Daarnaast vragen veel respondenten zich af of de gemeente niet te snel wil: 19% geeft graag mee dat de gemeente niet voorop hoeft te lopen. Liever wachten op goede, betaalbare en duurzame alternatieven, dan een project starten wat niet succesvol blijkt. Al helemaal als dit
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
17
•
•
ook financiële consequenties kan hebben voor de inwoners zelf. Aspecten als comfort en overlast bij aanleg worden in mindere mate genoemd. Over het algemeen zijn de respondenten uit de longlistwijken (redelijk) tevreden over hun wijk. Een kwart vindt hun ideale wijk over 30 jaar er uitzien zoals het er nu ook uitziet. Qua verbeteringen wordt verkeersveiligheid veelvuldig genoemd. Zowel bij verbeteringen in de wijk en bij de vraag welke koppelkansen men ziet als de straat wordt opengebroken, antwoordt zo’n 35% dat de verkeersveiligheid verbeterd mag worden. Tenslotte, als men aanvullend wordt gevraagd naar hun ideeën over het aardgasvrij maken van de eigen wijk, noemt meer dan een kwart van de respondenten ‘waterstof’ als het ideale alternatief. Over het algemeen is men redelijk tevreden over hoe de gemeente nu communiceert. Het belang van goede communicatie wordt wel benadrukt, met name omdat de informatie nu nog als erg abstract wordt ervaren. Het belang van informatie over waar aardgasvrij precies over gaat wordt onderstreept door de reacties op de open antwoorden: er worden nu nog allerlei aspecten bijgehaald die niet van belang zijn voor de transitievisie, maar wel verstorend kunnen werken op het verdere gesprek over het aardgasvrij maken van wijken.
•
De bereidheid om als eerste wijk(en) rond 2030 van het aardgas af te gaan ligt in het algemeen niet hoog en varieert per wijk. De inzichten per wijk zijn in het volgende hoofdstuk als indicatie gebruikt bij het selecteren van mogelijke shortlistwijken. 6. Van de drie geplande bewonersavonden zijn twee bijeenkomsten voor particuliere woningbezitters georganiseerd. Voor de derde avond speciaal voor huurders was onvoldoende belangstelling. Op deze avonden zijn de inwoners van alle longlistwijken geïnformeerd over de huidige inzichten en was er voor hen gelegenheid tot het stellen van vragen en om met de gemeente in gesprek te gaan. De inzichten die op deze avonden zijn opgehaald zijn in een deelrapport van dit rapport weergegeven (Meierijstad Aardgasvrij; Verslag bewonersavonden langlistwijken). Hier volstaan we met de conclusies die aan het einde van alle deelsessies met de deelnemers zijn geformuleerd. Aan de bewonersavond op 4 februari 2021 voor de wijken in het westelijk deel van de gemeente Meierijstad namen 20 inwoners deel. De tweede bewonersavond vond op 11 februari plaats voor de wijken in het oostelijk deel van de gemeente. Hier namen 50 inwoners aan deel. Uit de bijeenkomst op 4 februari is geen algemeen geldende conclusie te trekken. De deelnemers geven aan dat zij eerst meer en concretere informatie willen. Vooral het belang van goede voorlichting wordt benadrukt.
De indruk is dat aan deze bijeenkomst relatief veel mensen deelnamen die voorop lopen en die het onderwerp belangrijk en interessant vinden. Van de bijeenkomst op 11 februari is de algemene conclusie in de deelsessie Oranjewijk/Dorsveld, ’t Ven Oost en ’t Ven West dat inwoners van deze groep wijken niet de behoefte hebben om als eerste rond 2030 van het aardgas af te gaan. Men heeft bedenkingen ten aanzien van de technische en financiële haalbaarheid, verwachtingen over positieve technologische innovaties en behoefte aan individuele keuze vrijheid. Op beide bewonersavonden is tot slot de bereidheid onder de deelnemers gepeild. Daarvoor konden zij kiezen tussen de volgende twee stellingen: “Aardgasvrij? Noteer onze wijk maar als laatste in 2050” (1) en “Aardgasvrij! Natuurlijk zijn we nu al geïnteresseerd in wat mogelijk is” (2).
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
18
In de deelsessie voor Erp, ’t Ven en Bunders kozen de deelnemers overwegend voor de eerste stelling. In de deelsessie voor de wijken Busselbunders, Heibunders, Laarbunders en Veghel Zuid 1 & 2 stemde iedereen voor de laatste stelling. Deze algemene conclusies behoeven wel de nuancering dat tijdens de avond diverse stellingen zijn besproken en dat de stellingen (soms zeer) uiteenlopende reacties opriepen. Dit onderstreept het belang om de inzichten uit deze participatieronde als een indicatie voor draagvlak te zien, dat in de volgende fase in de shortlistwijken nader getoetst moet worden onder een bredere groep inwoners uit die wijken. 7. Naast de directe acties richting bewoners is een klankbordgroep gevormd. De rol hiervan is feedback te geven op het proces dat de gemeente uitvoert. De consultatie van de klankbordgroep gebruikt de gemeente om het eindadvies dat in december wordt vastgesteld verder aan te scherpen. De leden van de klankbordgroep zijn gevraagd vanwege hun betrokkenheid bij de gemeente en de gemeenschap en op basis van hun inhoudelijke expertise. Op de eerste bijeenkomst zijn de klankbordgroepsleden meegenomen in de opzet van de visieontwikkeling en de voorbereidende stappen om tot de longlistwijken te komen.
Ook is het proces toegelicht hoe we via een shortlist tot door de gemeente raad vaste stellen startwijken komen en zijn vragen over de reikwijdte van de visie en de rol van de klankbordgroep beantwoord. In een eerste reactie gaven de leden het belang aan van: • het benutten van lokaal beschikbare expertise en de kans om nieuwe expertise op te doen, • het behouden van ruimte voor innovatieve technieken, ook al worden rond 2030 de eerst wijken met bewezen technieken van het aardgas afgekoppeld, • de betaalbaarheid en de leveringszekerheid en het beschikbaar houden van een terugvaloptie en • duidelijke communicatie en zorgvuldige participatie met het oog op het verkrijgen van vertrouwen en het bouwen aan draagvlak.
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
19
4
Bestuurlijk spoor
In dit hoofdstuk schetsen we het keuzeproces om te komen tot een selectie van wijken die we als startwijken opnemen in de Transitievisie Warmte (TVW) van de gemeente Meierijstad. Startwijken zijn wijken die mogelijk als eerste in aanmerking komen om rond 2030 aardgasvrij te maken. Welke wijken dat zijn stelt de gemeenteraad eind 2021 vast met de TVW. Deze visie gaat nog niet in op welk vervangend energiesysteem voor die wijken gekozen wordt. In paragraaf 4.2 zijn de stappen geschetst die leiden tot de startwijken. De keuze voor vervangende energiesystemen wordt pas na vaststelling van de TVW uitgewerkt in wijkuitvoeringsplannen. Tijdens zo’n traject zoomen we verder in op de wijk of buurt, onderzoeken we welke warmtevoorzieningen beschikbaar zijn en bepalen in overleg met de bewoners welke het beste past. Ook kijken we welke maatregelen nodig zijn in de woningen om aan te kunnen sluiten. Na deze stappen nemen de betrokkenen in de wijk een besluit over een vervolg: We gaan door en werken een business case uit (GO) of We stoppen want het blijkt op dit moment niet haalbaar te zijn om een warmtetransitie uit te voeren die voldoet aan de voorwaarden (NO GO).
-
Het resultaat van een WUP is een basisdocument waarin de technische en economische eisen zijn uitgewerkt en waarmee de gemeente in samenspraak met de wijk of buurt een marktpartij kan selecteren die de uitvoering van maatregelen voor zijn rekening neemt. Op dit moment richten we ons alleen nog op de visievorming van TVW. We beschrijven in dit hoofdstuk het doel, de aanpak en de stappen van het afwegingsproces die uiteindelijk moet resulteren in de lijst met startwijken die vanaf 2022 worden uitgewerkt in een WUP.
4.1
Doel
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2030 de eerste 1,5 miljoen woningen en gebouwen van het aardgas gaan. Andere gebouwen zijn bijvoorbeeld kantoren, scholen en andere maatschappelijke voorzieningen. Voor deze gebouwen geldt dat zij worden omgerekend naar wooneenheden: 1 woningequivalent is het aantal m 2 van een gebouw gedeeld door 130. Het doel is dus 1,5 miljoen wooneenheden van het aardgas af in 2030. Dit is een landelijke afspraak. Voor de gemeente Meierijstad onderzoeken we in hoeverre hier een bijdrage aan geleverd kan worden. Echter: zorgvuldigheid ten aanzien van de haalbaarheid en betaalbaarheid en het maatschappelijk draagvlak staat voorop en de deadline van 2030 is in die zin niet bepalend.
4.2
Aanpak
Bij het bepalen welke wijken uiteindelijk geschikt zijn volgen we een proces waarin we stapsgewijs per wijk dieper kijken. Dit selectieproces, waarbij onderweg wijken zullen afvallen, verloopt van een longlist via een shortlist tot uiteindelijk startwijken. De stappen zijn: 1
2
Analyse woningvoorraad en koppelen warmtescenario: we willen weten wat de kwaliteit is van de woningen in de gemeente en welk warmtescenario het beste past: individueel of collectief, hoge-, midden- of lage-temperatuur. a. We bepalen welke archetypen de woningvoorraad representeren. Dat doen we op basis van de openbare informatie uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de kenmerken van de referentiewoningen van de RVO b. Op basis van de kenmerken van de archetypen en de mogelijkheden voor verbetering van de energetische kwaliteit bepalen we welke warmtestrategie het beste past. c. De uitgewerkte archetypen en warmtestrategieën koppelen aan de wijken. We kijken hoe de wijk is opgebouwd (dichtheid), clusters van (gestapelde) woningen en welke archetype woningen er voorkomen. Analyse warmtebronnen a. We inventariseren welke warmtebronnen binnen de gemeente beschikbaar zijn, welke belemmeringen er zijn (vooral van toepassing op bodemenergie) en wat het technisch potentieel is.
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
20
b.
We koppelen de mogelijke warmtebronnen aan de wijken waar ze bij passen. Soms zijn meerdere bronnen mogelijk
De eerste 2 stappen leveren een overzicht op van de best passende warmtescenario’s per wijk 3
4
5
Longlist bepalen: wijken die vooral individuele oplossingen vragen nemen we niet op in de longlist, want hiervoor geldt dat de bewoners een eigen afweging maken voor hun situatie. Voor de longlist kijken we dus vooral naar wijken waar een collectieve warmtevoorziening kansrijk is of een combinatie van collectief en individueel. De technische analyses bieden hiervoor voldoende informatie Afwegingskader: a. Technische geschiktheid: we kijken extra kritisch naar de technische en economische haalbaarheid om te bepalen welke wijken van de longlist het meest kansrijk zijn voor een warmtetransitie voor 2030; b. we verzamelen informatie over wat er speelt in de wijk en welke projecten op de planning staan bij ketenpartners. Deze informatie nemen we mee om zoveel als mogelijk projecten te koppelen in de uitvoering en zo werk met werk te maken; c. we onderzoeken of er draagvlak is bij de bewoners voor de warmtetransitie. In deze fase blijft dit beperkt tot indicaties daarvan. Shortlist bepalen: op basis van de informatie die is verzameld bepalen we welke wijken we opnemen in de shortlist.
In onderstaande figuur zijn de stappen schematisch weergegeven:
Bij het beschouwen van de wijken zijn we uitgegaan van de wijkindeling zoals deze wordt gehanteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit is de indeling die ook door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) als basis is gebruikt voor de eerste grove analyses van warmtescenario’s. Hieronder is een en ander nader toegelicht. In de volgende paragrafen werken we de stappen naar de longlist en van de longlist naar de shortlist verder uit.
Transitievisie Warmte gemeente Meierijstad: Inhoudelijk kader en shortlist
21
4.3
Bepalen Longlist
Voor de keuze van deze wijken hebben we gekeken naar kenmerken van de woningen en de wijk: welke type woningen zijn er aanwezig in de wijk, wat is het bouwjaar en hoeveel woningen staan er in de wijk. Dat laatste aspect is van belang bij het bepalen of de wijk geschikt is voor een collectieve oplossing of dat er individuele warmtevoorzieningen beter passen. Wanneer grote aantallen woningen (enkele honderden) dicht bij elkaar staan is het voor bedrijven aantrekkelijk om een warmtenet aan te leggen. Het zorgt ervoor dat een collectieve warmtevoorziening economisch haalbaar wordt. Dit zijn de harde, feitelijke kenmerken. Op basis van deze uitgangspunten is in december 2020 een eerste voorlopige selectie bepaald van ruim 20 wijken die geschikt zijn om als eerste in aanmerking komen om als startwijken te worden aangewezen. Dit is de longlist. In onderstaande tabel zijn de longlist wijken opgenomen: Kern
Buurten (CBS-indeling)
Veghel Schijndel Schijndel Schijndel
Veel voorkomende archetypen (% van totaal)
Aantal woningen
Positief middentemperatuur warmtenet, beperkte aanpassingen aan woningen nodig. Heibunders, Busselbunders, Laarbunders rijwoningen 1975-1991 (70%) + schoolgebouwen Plein 1 rijwoningen 1975-1991 (63%) Plein 3 rijwoningen 1975-1991 (42%) en rijwoningen 19922011 (16%) Grevekeur rijwoningen 1975-1991 (56%)
2.000 630 320 630
Positief lage temperatuur warmtenet, beperkte aanpassing aan woningen nodig Oranjewijk en Dorsveld rijwoningen 1992-2011 (35%) en gestapeld t/m 1974 (20%) Schijndel Hulzebraak rijwoningen 1992-2011 (47%) en gestapeld 1992-2011 (20%) Sint-Oedenrode Centrum-Noord 500 gestapelde woningen 1992-2011 Veghel