Nota van Zienswijzen Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad
Tekst van het document
Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad’
24
Beantwoording: Op dit verbeelding is dit inderdaad abusievelijk niet geheel correct overgenomen. Het betreft een minimale aanpassing die bij de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan wordt aangepast.
4. Reclamant <adres 2>
4.1
Verbeelding
Reclamant stelt dat de verbeelding vanuit het ingediende verzoek naar het gepubliceerde ontwerp niet geheel goed is overgenomen. Reclamant vraagt om dit te herstellen. Reclamant verzoekt om de strook van circa 100 m2 woonbestemming te verwijderen. De bestemming groen schuift dan (met ongewijzigde oppervlakte) oostelijk op tegen de grens met kadastraal perceel 908. De bedrijfsbestemming wordt dan met circa 100 m2 vergroot, conform het ingediende verzoek. Beantwoording: Het betreft een minimale aanpassing die bij de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan op de verbeelding wordt aangepast.
5. Reclamant <adres 3>
5.1
Aanduidingen plattelandswoning en persoonsgebonden overgangsrecht
Reclamant stelt dat men weet dat de in de zienswijze genoemde locaties niet in het Ontwikkelplan zijn opgenomen. Reclamant maakt toch van de gelegenheid gebruik om aan te geven dat de door reclamant genoemde locaties onterecht de aanduiding ‘persoongebonden’ overgangsrecht is opgenomen en dat ten onrechte niet de aanduiding ‘plattelandswoning’ is opgenomen. Reclamant vraagt om deze, in de ogen van reclamant, omissies aan te passen en de locaties alsnog op te nemen bij de vaststelling van het bestemmingsplan. Beantwoording: Het Ontwikkelplan betreft geen algemene herziening van het bestemmingsplan Buitengebied, het betreft een bestemmingsplan waarin meerdere, specifiek locaties zijn opgenomen. De zienswijze richt zich niet op een van de in het bestemmingsplan genoemde locaties. De zienswijze zal niet worden overgenomen.
Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad’
25
6. Reclamant <adres 4>
6.1
Aanduiding hoge teeltondersteunende voorzieningen
Reclamant stelt dat de desbetreffende percelen de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – hoge teeltondersteunende voorzieningen’ toegewezen hebben gekregen conform het verzoek. Reclamant vraagt om de percelen aan de Bolst 1 dusdanig te bestemmen dat ter plaatse niet alleen hoge maar tevens lage teeltondersteunende voorzieningen worden gestaan. Beantwoording: In artikel 4.2.1 onder i, almede in artikel 4.2.3 en artikel 4.2.4 zal worden opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – hoge teeltondersteunende voorzieningen’, naast hoge teeltondersteunende voorzieningen, tevens lage teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan. Tevens zal de begripsdefinite worden aangescherpt.
7. Reclamant <adres 5>
7.1
Een goede ruimtelijke ordening en ruimtelijke kwaliteit
Reclamant stelt dat de voorgestelde planaanpassingen individueel verspreid liggende locaties betreffen. Deze locaties maken onderdeel uit van een gebiedsdekkend dicht netwerk van agrarische bedrijven, woningen en niet-agrarische bedrijven. Deze hoge mate van verstening en verspreiding hebben op veel plaatsen een ruimtelijke verrommeling tot gevolg gehad. Reclamant vervolgt met een uiteenzetting van het aspect ruimtelijke kwaliteit, binnen het criterium van goede ruimtelijke ordening. Daarbij legt reclamant de nadruk op behoud, herstel en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, met name in gebieden waar ongewenste verstening heeft plaatsgevonden. Reclamant stelt dat bij het beoordelen van een goede ruimtelijke ordening, er getoetst moet worden of een plan behoud, danwel herstel / verbetering van de ruimtelijke kwaliteit tot gevolg heeft. Het verminderen van de versteningsdruk en verrommeling vormt daarbij het middel. Reclamant stelt dat voor de beoordeling van de nu ter visie gelegde aanpassingsgevallen voor ieder apart de vraag beantwoord moet worden of deze een goede ruimtelijk ordening tot gevolg hebben. En dan niet alleen voor de locatie en onmiddellijke omgeving zelf maar ook bezien in de grotere structuur van heel gemeente en daar aangrenzende gebieden in geval van mogelijke grensoverschrijdende gevolgen.
Een quickscan leert reclamant dat daar waar de aanpassingen een conversie van stallen en schuren voor nietagrarische bedrijfsdoeleinden beogen, de verstening aldaar voor de eeuwigheid in stand zal blijven. Dat is ook het geval waar nieuwbouw plaats vindt. Verder kan voor geen van de gevallen voldoende beoordeeld worden of deze landschappelijk/ecologisch opzicht gewenst en toelaatbaar kunnen zijn omdat een onderzoek en analyse daarnaar in groter verband bezien ontbreekt althans in de ruimtelijke onderbouwingen niet voorkomen. Reclamant stelt dat als gevolg daarvan niet kan worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad’
26
Beantwoording: De gemeente is met reclamant van mening dat ruimtelijke kwaliteit een onderdeel is van goede ruimtelijke ordening. Daarbij acht de gemeente het ook van belang dat er bij desbetreffende initiatieven sprake is van verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De verbetering van de ruimtelijke kwaliteit is gericht op het verbeteren van de bestaande situatie, waarbij rekening gehouden wordt met hetgeen gesteld wordt in Rijksbeleid, Provinciaal beleid en gemeentelijk beleid. In de afzonderlijke ruimtelijke onderbouwingen van de desbetreffende planlocaties, behorende bij de toelichting van het bestemmingsplan is gemotiveerd voldaan aan het relevante ruimtelijke beleid. Tevens is gemotiveerd dat voldaan wordt aan afzonderlijke milieutechnische aspecten. Op basis van artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant wordt voor alle initiatieven in het buitengebied een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit gevraagd. Bij de in onderhavig bestemmingsplan opgenomen locaties wordt hieraan voldaan middels een adequate landschappelijke inpassing of aanvullende kwaliteitsverbetering.
De door reclamant genoemde algemene consensus over ruimtelijke kwaliteit en de beleidsmatige aanpak van ruimtelijke kwaliteitsdegradatie worden door reclamant niet nader geconcretiseerd en derhalve heeft reclamant niet aangetoond of gemotiveerd op basis waarvan de gemeente gehouden zou zijn een andere afweging te maken.
7. Ambtelijke wijzigingen Toelichting Bij het hoofdstuk ‘Provinciaal beleid’ wordt een paragraaf toegevoegd betreffende ontwikkelrichtingen. Verbeelding Leinserondweg 24/24a Voor de locatie Leinserondweg 24-24a is abusievelijk de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 2’ niet opgenomen. Dit wordt bij de vaststelling hersteld. Kremselen 7 Voor de locatie Kremselen 7 wordt, op verzoek van initiatiefnemer, het bestemmingsvlak Bedrijf iets aangepast. In onderstaande afbeelding het beoogde bouwvlak (rode lijn), het bestemmingsvlak zoals opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan is met de blauwe lijn weergegeven. Het bouwvlak blijft in omvang gelijk, namelijk 4.189 m2.
Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad’
27
Regels Pater Visserslaan 16 Voor de locatie Pater Visserslaan 16 wordt, op verzoek van initiatiefnemer, een goothoogte van 4 meter opgenomen. Strijdig gebruik Artikel 9.4.1 onder a, b en c en artikel 10.4.1 onder a, b en c worden iets aangescherpt. Ruimtelijke onderbouwingen Waterschap Aa en Maas heeft geen zienswijze ingediend. Wel vraagt het Waterschap voor enkele locaties de desbetreffende ruimtelijke onderbouwingen summier aan te passen.
8. Conclusie en advies De zienswijze van de Provincie Noord-Brabant geeft aanleiding tot aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan ‘Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad’. De opmerkingen van de Provincie Noord-Brabant zijn in de toelichting, regels en op de verbeelding verwerkt. Tevens worden de desbetreffende ruimtelijke onderbouwingen aangepast. De zienswijze van Waterschap de Dommel geeft aanleiding tot aanpassing van de verbeelding van het bestemmingsplan. Tevens worden de desbetreffende ruimtelijke onderbouwingen aangepast. De zienswijze van Reclamant 1 geeft aanleiding om de verbeelding het plan aan te passen. De zienswijze van Reclamant 2 geeft aanleiding om de verbeelding het plan aan te passen. De zienswijze van Reclamant 3 geeft geen aanleiding om het plan aan te passen.
Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad’
28
De zienswijze van Reclamant 4 geeft aanleiding om de regels van het plan aan te passen. De zienswijze van Reclamant 5 geeft geen aanleiding om het plan aan te passen.
Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad’
29