CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van Zienswijzen Kremselen 12.docx

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12'7.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTITIE BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN EN AMBTELIJKE WIJZIGINGEN bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12’

College B&W 23 mei 2023 Gemeenteraad 29 juni 2023

Inhoud 1.

Inleiding ..........................................................................................................................................................2

2.

De procedure .................................................................................................................................................3

3.

Zienswijzen ....................................................................................................................................................3

4.

De ontvankelijkheid .......................................................................................................................................3

5.

Leeswijzer ......................................................................................................................................................3

6.

Reactie op de zienswijzen ............................................................................................................................4

7.

Ambtelijke wijzigingen ..................................................................................................................................4

8.

Conclusie en advies ......................................................................................................................................6

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

1

1. Inleiding Bomenrooibedrijf Gebroeders Peters (hierna te noemen: initiatiefnemers) exploiteert op de bedrijfslocatie Kremselen 12 te Sint-Oedenrode reeds 30 jaar een bomenrooibedrijf. Om de continuïteit en de toekomstbestendigheid van het bedrijf te waarborgen zijn initiatiefnemers voornemens de bedrijfslocatie uit te breiden met een gedeelte van het agrarisch perceel dat aan de oostzijde aan de bedrijfslocatie grenst. De beoogde uitbreiding is ten behoeve van de buitenopslag van boomstammen en houtsnippers. Daarnaast wil het bedrijf het mogelijk maken dat op de bedrijfslocatie incidenteel op kleinschalige wijze snoeihout mag worden versnipperd. Tot slot is voor een toekomstige efficiëntere bedrijfsvoering nog een lichte vormverandering van het bouwvlak wenselijk, zonder vergroting van de oppervlakte. De gronden worden landschappelijk ingepast door o.a. een deel van de gronden te bestemmen als ‘Bos’ en overeenkomstig de bestemming als zodanig in te richten. Tevens wordt de bestaande grondwal doorgezet waarbij het talud wordt aangeplant met diverse inheemse soorten bosplantsoen.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

2

2. De procedure Het ontwerpbestemmingsplan is op 7 juli 2022 gepubliceerd in het gemeenteblad Meierijstad. Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12’ en de bijbehorende stukken hebben met ingang van vrijdag 8 juli 2022 tot vrijdag 19 augustus 2022 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen in het gemeentehuis. Daarnaast is het ontwerpbestemmingsplan via www.ruimtelijkeplannen.nl digitaal raadpleegbaar geweest. Gedurende de genoemde termijn van zes weken kon een ieder naar keuze schriftelijk of mondeling een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan kenbaar maken aan de gemeenteraad van Meierijstad.

3. Zienswijzen De volgende zienswijzen zijn ingediend tegen het ontwerp bestemmingsplan: 1. 2. 3. 4.

Reclamant 1 heeft op 5 augustus 2022 een zienswijze ingediend; Reclamant 2 heeft op 4 augustus 2022 een zienswijze ingediend; Reclamant 3 heeft op 8 augustus 2022 een zienswijze ingediend; Reclamant 4 heeft op 16 augustus 2022 een zienswijze ingediend.

4. De ontvankelijkheid De ingekomen zienswijzen zijn ontvankelijk en binnen de termijn ingediend. Een belanghebbende die geen zienswijze tegen een ontwerpbesluit heeft ingediend mag niet langer niet-ontvankelijk verklaard mag worden op grond van artikel 6:13 Awb. Buiten de termijn een zienswijze indienen kan hiermee worden gelijkgesteld. Echter is daarvan geen sprake.

5. Leeswijzer In onderdeel 6 van deze notitie wordt inhoudelijk ingegaan op de zienswijzen. De zienswijzen zijn samengevat tot de essentie en van een antwoord voorzien. Zienswijzen samengevat weergeven bij de vaststelling van het bestemmingsplan mag, als de gemeenteraad de gerezen ‘bezwaren’ en redenen maar in de overwegingen betrekt. Meerdere zienswijzen over hetzelfde onderwerp met dezelfde strekking steeds opnieuw identiek beantwoorden is niet nodig. Kortheidshalve wordt dan verwezen naar eerdere beantwoording. Indien een zienswijze leidt tot aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan zullen de wijzigingen worden aangegeven en zal voorgesteld worden het bestemmingsplan overeenkomstig gewijzigd vast te stellen. In onderdeel 7 van deze notitie staan eventuele ambtshalve wijzigingen. Ten slotte wordt in onderdeel 8 een overzicht van de eventueel voorgestelde wijzigingen op het ontwerp bestemmingsplan gegeven.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

3

6. Reacties op de zienswijzen Reclamant 1 Zienswijze 1 Er wordt gesteld dat er geen sprake is van kleinschalig versnipperen van snoeihout en dat er gehele boomstammen worden versnipperd met het geluidsvolume van een puinbreker, dat het versnipperen van snoeihout valt onder een SBI-code (2008): 16101 en dat dit onder een milieucategorie 3.2 valt en niet onder milieucategorie 3.1. Beantwoording In de plantoelichting wordt voor het bomenrooibedrijf aangesloten bij de (bedrijfs)activiteit ‘Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m2’ met een milieucategorie 3.1 uit de VNG brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. Dit is aanvaardbaar gelet op de aard van de reeds bestaande en beoogde bedrijfsactiviteit. De (bedrijfs)activiteit ‘Houtzagerijen’ is voor het bomenrooibedrijf niet van toepassing, omdat deze betrekking heeft op bedrijven waarbij het zagen van hout op de bedrijfslocatie het maatgevende aspect van de bedrijfsvoering is. Dit is voor het planvoornemen (nieuwe bestemmingsplan) niet het geval. Het zagen van hout op de bedrijfslocatie vormt in de beoogde situatie niet de primaire bedrijfsvoering.

Zowel de huidige als de beoogde bedrijfsvoering is primair gericht op het rooien/snoeien van bomen op locatie bij de klant, waarbij afzet van het gesnoeide en gerooide hout plaatsvindt in de vorm van houtsnippers aan drie grote bioenergiecentrales (BEC). Het chippen van het gesnoeide/gerooide hout vindt mede vanuit het oogpunt van transportkosten primair plaats op locatie bij de klant, direct na het snoeien en/of rooien van de bomen, met behulp van de mobiele chipper. Middels het nieuwe bestemmingsplan wordt het chippen van hout op de bedrijfslocatie aan Kremselen 12 mogelijk gemaakt, echter is hierbij sprake van een incidentele bedrijfsactiviteit. Het toepassen van de mobiele chipper op de eigen bedrijfslocatie voor het chippen van hout wordt slechts 12 keer per jaar toegestaan voor een duur van maximaal 4 uur aaneengesloten per keer. De van toepassing zijnde milieucategorie in de plantoelichting is met name benoemd als gevolg van het feit dat het college in haar principebesluit (om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan het planvoornemen) als voorwaarde aan het planvoornemen stelde dat de milieucategorie van het bestaande bedrijf niet zou mogen toenemen.

Er is daarom in de plantoelichting aansluiting gezocht bij milieucategorie 3.1 uit de VNG brochure, daar deze het beste aansluit bij de huidige en beoogde bedrijfsvoering, teneinde een uitgangspunt te hebben om te kunnen motiveren dat de bedrijfsvoering als gevolg van het planvoornemen niet wezenlijk verandert. In het vigerend bestemmingsplan wordt namelijk aan het huidig bedrijf in het geheel geen milieucategorie toegekend. Er is vastgelegd dat er bedrijven zijn toegestaan zoals opgenomen in de 'Tabel Bedrijven' als genoemd in artikel 6 van het bestemmingsplan. Voor de locatie Kremselen 12 is dit een 'bomenrooibedrijf'. Of dit nu een bedrijf in milieucategorie 3.1 of 3.2 betreft is in het bestemmingsplan niet vastgelegd. In de huidige situatie is daarmee op de locatie Kremselen 12 reeds een bomenrooibedrijf toegestaan, ongeacht de discussie of dit nu valt te classificeren als een bedrijf in milieucategorie 3.1 of 3.2. De toename van het bedrijfsoppervlak met 1.085 m2 ten behoeve van de opslag van houtsnippers wijzigt daarnaast niets aan de milieucategorie. De van toepassing zijnde milieucategorie ziet immers toe op bedrijven met een bedrijfsvloeroppervlak van groter dan 500 m2. Daarvan is in de huidige situatie reeds sprake en dit blijft

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

4

zo. De aanvullende mogelijkheid tot het 12 keer per jaar chippen c.q. shredderen van snoeihout (gedurende maximaal 4 uur per keer) is dermate kleinschalig van aard, dat sprake is van een incidentele bedrijfssituatie. Deze activiteit behoort daarmee niet tot de reguliere bedrijfsvoering van het bomenrooibedrijf. In wezen verandert de huidige bedrijfsvoering niet zodanig dat er aldus geen sprake meer is van een bomenrooibedrijf, dat reeds is toegestaan op basis van de vigerende bestemming. De normatieve indeling naar milieu categorieën volgens de VNG brochure is met name bedoeld om milieuaspecten met een ruimtelijke uitstraling (zoals geluid, stof en geur) bij bedrijven te classificeren. Met het planvoornemen verandert er iets met betrekking tot het geluidsaspect, immers voorziet het nieuwe plan in de activiteit houtchippen. Zoals gezegd betreft het hier echter een incidentele bedrijfssituatie. Daarnaast is middels het uitgevoerde akoestisch onderzoek industrielawaai i.c.m. de te treffen maatregelen (grondwal en stapelblokken) geborgd dat in de nieuwe bedrijfssituatie m.b.t. het geluidsaspect sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving. De gehanteerde bronsterkte van 117 dB(A) uit het akoestisch onderzoek van Kremselen 12 is een herleidbare reële bronsterkte gebaseerd op geluidmetingen verricht door de leverancier van de houtchipper.

In het milieuspoor zijn maatwerkvoorschriften opgesteld die zijn gebaseerd op deze bronsterkte. Omdat voor de incidentele bedrijfssituatie maatwerkvoorschriften zijn opgesteld, zal nooit een groter geluidsvolume te verwachten zijn. Het bedrijf moet te allen tijde voldoen aan de normstellingen in het maatwerkvoorschrift. Daarnaast verandert er iets met betrekking tot de buitenopslag van houtchips, iets dat voorheen niet mogelijk was. Mogelijk kan hierdoor een geureffect optreden als gevolg van broei. Aan dit aspect wordt verderop in deze nota aandacht besteed. Zienswijze 2 Er wordt gesteld dat milieucategorie 3.2 van toepassing is waarbij een vergelijking wordt gemaakt met de Firma Weijtmans. Dit bedrijf is gelegen in het dorp Udenhout (gemeente Tilburg) en heeft twee bedrijfslocaties: Handelsweg 18 (de nieuwe bedrijfslocatie) en Kreitenmolenstraat 175 (de oude bedrijfslocatie). Volgens reclamant valt deze bomenrooierij onder milieucategorie 3.2 (SBI 2008: 16101), als bedoeld in de categorieindeling van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering. De beoogde bedrijfsactiviteit vanwege het planvoornemen zou hiermee zijn gelijkgesteld en dus ook milieucategorie 3.2 betreffen.

Beantwoording: Door reclamanten is onvoldoende onderbouwd dat voor het bedrijf Boomrooierij Weijtmans in Udenhout planologisch gezien sprake is van een milieucategorie 3.2-bedrijf: - Ter plaatse van Handelsweg 18 in Udenhout (een bedrijfslocatie van Boomrooierij Weijtmans) is sprake van het vigerende bestemmingsplan ‘Kreitenmolen 2011, 1e herziening (Handelsweg)’ (vastgesteld op 14 februari 2017). Uit de bijbehorende verbeelding en planregels volgt dat gronden met de bestemming ‘Bedrijventerrein’ bestemd zijn voor bedrijven in de milieucategorieën 1 t/m 3.2 uit de bijbehorende staat van bedrijfsactiviteiten (onder bepaalde voorwaarden). Milieucategorie 3.2 wordt in de planregels genoemd als maximale milieucategorie, maar lagere milieucategorieën zijn ook toegestaan. Binnen de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – boomrooierij’ is weliswaar uitsluitend een boomrooierij toegestaan, maar dit staat planologisch gezien los van de maximaal toegestane milieucategorie. Voor een boomrooierij ter plaatse hoeft

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

5

geen sprake te zijn van de milieucategorie 3.2. Er is onvoldoende onderbouwd waarom de boomrooierij planologisch gezien een milieucategorie 3.2-bedrijf is. - Ter plaatse van Kreitenmolenstraat 175 in Udenhout (een bedrijfslocatie van Boomrooierij Weijtmans) is sprake van het vigerende bestemmingsplan ‘Kreitenmolen 2011’ (vastgesteld op 19 juni 2012). Uit de bijbehorende verbeelding en planregels volgt dat gronden met de bestemming ‘Gemengd - Dorps’ bestemd zijn voor bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 uit de staat van bedrijfsactiviteiten (onder bepaalde voorwaarden). Voor de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’ geldt: “Ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’ zijn de voor ‘Gemengd - Dorps’ aangewezen gronden mede bestemd voor een boomrooierij.”. Gronden met deze aanduiding zijn dus mede bestemd voor een boomrooierij, maar niet uitsluitend voor een boomrooierij. Ter plaatse van deze functieaanduiding zijn ook gebruiksfuncties toegestaan die vallen onder de reguliere bestemming ‘Gemengd - Dorps’, zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten vallend onder de milieucategorieën 1 en 2. Voor een boomrooierij ter plaatse hoeft geen sprake te zijn van de milieucategorie 3.2, doordat bedrijfsactiviteiten van verschillende milieucategorieën zijn toegestaan.

Er is onvoldoende onderbouwd waarom de boomrooierij planologisch gezien een milieucategorie 3.2-bedrijf is. Zienswijze 3 Gesteld wordt in het bestemmingsplan dat de houtchips kortstondig worden opgeslagen, dat deze niet worden omgezet en dat er geen broei optreedt. Dat is onjuist volgens reclamant. De houtchips liggen vaak langer dan 10 dagen. Broei treedt op al na enkele dagen, rookpluimen zijn dan zichtbaar. Dit broeiproces levert een irriterende geuroverlast. Er zijn door omwonenden de afgelopen jaren ook meerdere keren klachten over gemeld bij bevoegd gezag. Ook zouden rookpluimen waarneembaar zijn. Voor omwonenden is de productie en opslag van houtchips op de locatie Kremselen 12 daarmee onaanvaardbaar. Beantwoording Ten eerste dient hierover vermeld dat het optreden van ongecontroleerde broei, en daarmee mogelijke geurhinder, geen onlosmakelijk onderdeel is van de bedrijfsactiviteiten die het bestemmingsplan “Buitengebied Sint-Oedenrode,herziening Kremselen 12” mogelijk maakt. Ongecontroleerde broei met bijbehorende geurhinder is een onbedoeld en ongewenst neveneffect dat met een verantwoorde bedrijfsvoering wordt voorkomen. Daarmee is broei geen ruimtelijk relevant aspect. En is ook geurhinder door broei ruimtelijk niet relevant. Mocht er in de praktijk geurhinder optreden door broei, dan moet dat via het milieuspoor worden opgelost.

In de situatie dat er in de praktijk geurhinder optreedt door broei, dan moet via handhaving en het stellen van maatwerkvoorschriften het ontstaan van broei worden tegengegaan en moet geurhinder worden voorkomen. Bovenstaande laat niet onverlet dat er middels het nieuwe bestemmingsplan buitenopslag voor boomstammen en houtsnippers wordt gerealiseerd. De tijdsduur dat boomstammen en houtsnippers opgeslagen mogen worden is weliswaar niet planologisch-juridisch geborgd, maar gezien de bedrijfsactiviteiten, aard en omvang van de beoogde activiteiten is het niet aannemelijk dat de boomstammen en houtsnippers langdurig op de locatie opgeslagen zullen worden. De beoogde bedrijfsvoering is niet primair gericht op de opslag van boomstammen en houtsnippers, maar op de productie en levering van houtsnippers aan drie grote bioenergiecentrales (BEC) binnen enkele dagen. Broei is een natuurlijk proces dat onder de juiste omstandigheden kan optreden in de opslag van natuurlijk materiaal. Het vochtgehalte van de biomassa is daarbij van groot belang. De kans op broei neemt toe naarmate

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

6

materiaal langer opgeslagen blijft liggen en voldoende vochtig is. Als vervolgens een broeiproces ongecontroleerd gaat verlopen, kan geurhinder ontstaan. Een zorgvuldige bedrijfsvoering voorkomt dit. Zoals gezegd is de bedrijfsvoering primair gericht op een vlotte afvoer van de houtchips binnen enkele dagen. Andere zaken waar vooraf rekening mee gehouden wordt om de risico’s op het ontstaan van broei zoveel mogelijk te beperken zijn dat menging met ander fijn materiaal (bladeren en naalden) zoveel mogelijk wordt voorkomen, houtchips van eenzelfde grootte worden opgeslagen (wat de luchtdoorstroming en vochtuitwisseling ten goede komt), er geen sprake is van menging van oud en vers materiaal, er sprake is van goede ventilatie door de buitenopslag, er sprake is van opslag in de hoogte en niet in de breedte (waardoor er een betere uitwisseling van vocht is en warmte makkelijker weg kan), het materiaal niet wordt aangedrukt en wordt opgeslagen in verschillen hopen (waardoor het materiaal snel verspreid kan worden). Daarnaast is sprake van aanwezigheid van een blusvoorziening voor het niet waarschijnlijke geval dat ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch sprake zal zijn van bv rookontwikkeling. Gezien de aard en omvang van de beoogde activiteiten en de afstand tot geurgevoelige objecten (>75 meter) is tevens geoordeeld dat het optreden van geurhinder niet waarschijnlijk is.

Ook daarom is een nader geuronderzoek niet nodig geacht. Zienswijze 4 Er wordt gesteld dat de totale oppervlakte van het bedrijfsperceel na uitbreiding 4.765 m2 is. Daarbij is geen rekening gehouden met de grondwal. Deze is ten dienste van het bedrijf en moet binnen de grenzen van de bedrijfsbestemming vallen. De totale oppervlakte komt daarmee ruim boven de 5000m2. Beantwoording Zoals opgemerkt in de toelichting van het bestemmingsplan is door het bedrijf het naastgelegen agrarische perceel ten oosten van de bedrijfslocatie aangekocht. Dit perceel staat kadastraal bekend als Gemeente SintOedenrode - sectie M - nummer 416 en heeft een oppervlakte van 2.610 m2. Om de continuïteit en de toekomstbestendigheid van het bedrijf te waarborgen willen initiatiefnemers het bestaande bedrijfsperceel uitbreiden met een gedeelte van dit perceel. Middels voorliggend plan wordt voor 1.085 m2 van bovengenoemd perceel de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ omgezet naar de bestemming ‘Bedrijf’ ten behoeve van de uitbreiding van de bestaande bedrijfslocatie. De uitbreiding van het bestemmingsvlak wordt gebruikt voor de buitenopslag van boomstammen en houtsnippers. In de nieuwe situatie bedraagt de totale oppervlakte van het bedrijfsperceel waarop de daadwerkelijke activiteiten van het bedrijf plaatsvinden na uitbreiding 4.765 m2.

Ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het bedrijf wordt o.a. de grondwal doorgezet en wordt bos aangeplant. Op deze gronden vinden geen bedrijfsactiviteiten plaats waardoor de gronden niet tot het bedrijfsvloeroppervlak gerekend kunnen worden. De gronden hebben gelet op de beoogde inrichting onder andere als functie het bedrijfsperceel in te bedden in het landschap waarmee landschap ontsierende gebouwen of activiteit enigszins aan het zicht onttrokken wordt maar bijvoorbeeld ook geluidseffecten gereduceerd worden. De gronden hebben dus een functie ten bate van de omgeving en zijn daarmee niet zozeer ten behoeve van het bedrijf alswel ten behoeve van de omgeving opgenomen. Immers wordt een fysiek ruimtelijke

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

7

scheiding aangebracht tussen de milieubelastende, geluid producerende activiteit enerzijds en een daarvoor gevoelige functie als wonen anderzijds. Zienswijze 5 In de avond en nacht is er een waakhond actief op het gehele terrein. Dit vormt een ernstige belemmering en verstoring van dieren die gebruik willen maken van het bos. Bovendien is er camerabewaking op het bedrijfsperceel. Indien er een hekwerk geplaatst gaat worden moet dit op de grenzen van het bedrijfsperceel worden geplaatst zodat het gebied met bestemming bos vrij toegankelijk is voor dieren. Beantwoording De activiteiten van het bedrijf zijn mede gelet op het besluit tot herbegrenzing NNB van de provincie NoordBrabant (als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd) buiten het NNB gelegen. De ontwikkeling leidt hiermee dan ook niet tot een onevenredige afbreuk van het NNB. Momenteel staat op het terrein reeds een hekwerk. Van een wezenlijke verandering van de ruimtelijke situatie ter plaatse is geen sprake. Binnen de enkelbestemming Bos van het onderhavige bestemmingsplan is het toegestaan een terrein- en erfafscheiding van ten hoogste 1,5 meter te bouwen. Het bouwen hiervan is voorstelbaar vanuit het oogpunt van bescherming van eigendommen en afscheiding van het eigen terrein. Ook op omringende percelen is het bouwen van een terrein- en er erfafscheiding overigens mogelijk.

De waakhond op het terrein valt binnen de inrichting (Wet milieubeheer als volgt gedefinieerd: inrichting: elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht) onder de omgevingsvergunning milieu dan wel bij een type B inrichting onder de meldingsplicht van het Activiteitenbesluit van de inrichting. Het houden van een waakhond zal via het milieuspoor (aanvraag omgevingsvergunning) worden afgewikkeld. Zienswijze 6 Er wordt gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling aansluit aan de Omgevingsvisie Noord-Brabant. De activiteiten van het bedrijf van gebr. Peters passen niet in het buitengebied. Het betreft op- en overslag van boomstammen en snoeiafval en de productie en op- en overslag van houtchips. Dit heeft geen enkele relatie met een agrarische activiteit. Het chippen van hout wordt gezien als primaire houtbewerking en valt onder de SBI kode 16101 met milieucategorie 3.2. Het feitelijk rooien van bomen op de projectlocaties kan nog gezien worden als een activiteit van een agrarisch hulpbedrijf. De feitelijke activiteiten op locatie Kremselen 12 zijn geen agrarische activiteiten maar logistieke en industriële activiteiten. De voorgenomen ontwikkeling sluit niet aan op de Omgevingsvisie Noord-Brabant.

Beantwoording Aansluitend op hetgeen de provincie Noord-Brabant stelt over deze kwestie (zie besluit Wijziging Interim omgevingsverordening ivm plan Sint-Oedenrode, herz. Kremselen 12, Meierijstad, als bijlage gevoegd bij het bestemmingsplan) is van een strijdigheid met het ruimtelijk beleid van de provincie geen sprake. Citerend: “Wij constateren dat ter plaatse van Kremselen 12 sprake is van een onherroepelijke

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

8

bedrijfsbestemming en daarbinnen vergunde bebouwing die samenvalt met de op grond van de IOV aangeduide NNB. Bestaande rechten worden gerespecteerd en met de IOV worden geen bestaande rechten afgenomen. Gelet op deze geldende bestemming en inrichting had hier geen NNB (meer) op de kaart van de IOV opgenomen moeten zijn. Dat er wellicht in het verleden de bedrijfsbestemming in deze omvang als zodanig is bestemd, zonder dat daarbij rekening is gehouden met aanwezige NNB is in deze procedure niet meer aan de orde. Een beperkt deel van het verzoek om herbegrenzing van de NNB valt niet samen met de vigerende bedrijfsbestemming. Het betreft hier een omvang van 57m2. In de herziening van het bestemmingsplan is voor 20 m2 een bosbestemming voorzien en de overige 37 m2 krijgen een bedrijfsbestemming toegewezen, zonder bouwvlak. Dit deel van de NNB is met het bestemmingsplan meegenomen om op deze wijze ook te komen tot een logische begrenzing van de NNB en een doelmatig gebruik van de gronden. Deze gronden zijn niet ingericht als natuur en er is daarmee ook geen sprake van aantasting van natuurwaarden. Bovendien ontstaat ook geen logische begrenzing van de NNB als dit deel buiten dit herbegrenzingsbesluit zou worden gelaten.

Wij zijn van oordeel dat dit deel geen toegevoegde waarde heeft als het gaat om het versterken van een robuuste NNB.” De omgevingsverordening bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving die bindend zijn voor burgers, bedrijven en overheid. De provincie toets ontwerpbestemmingsplannen aan de provinciale omgevingsverordening. De provincie heeft geen zienswijze ingediend tegen onderhavig bestemmingsplan. Daarnaast heeft zij een besluit tot herbegrenzing NNB ter plaatse van onderhavig perceel genomen. Er valt niet anders dan te concluderen dat de provincie kan instemmen met de ontwikkeling. Zienswijze 7 De voorgenomen ontwikkeling past op geen enkele wijze bij de uitgangspunten van de groenblauwe mantel. In lid 1 artikel 3.32 Landschappelijke waarden in de Groenblauwe mantel. De voorgenomen ontwikkeling strekt niet tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem, de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden. Cultuurhistorisch landschap maakt plaats voor een bedrijfsterrein. De grondwallen en betonnen muren doen de authenticiteit van het gebied 'geweld' aan. De voorgenomen ontwikkeling borgt niet dat het een positieve bijdrage levert aan de bescherming ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden.

Beantwoording Het beleid omtrent de groenblauwe mantel is verankerd in de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord Brabant. Gelet op de beantwoording van voorgaande zienswijze in het licht van het citaat van de provincie Noord-Brabant met betrekking tot de herbegrenzing NNB valt af te leiden dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met de uitgangspunten van de Interim Omgevingsverordening Noord Brabant. De ontwikkeling voorziet bovendien in een landschappelijke inpassing en groene zoom om het plangebied waarmee de ontwikkeling wordt ingebed in het landschap. Zienswijze 8 Nieuwe ontwikkelingen in het NNB worden geweerd tenzij er zwaarwegende maatschappelijke belangen zijn om de ontwikkeling op die locatie te realiseren. Deze maatschappelijke belangen zijn er niet. Ook geen zwaarwegende bedrijfseconomische belangen. De op- en overslag van boomstammen en snoeiafval en de productie en op- en overslag van houtchips is niet noodzakelijk op locatie Kremselen 12. Sinds 21 december

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

9

2021 heeft er geen productie van houtchips op locatie Kremselen 12 plaatsgevonden. Dit bevestigt dat er geen noodzaak is om de productie op Kremselen 12 toe te staan. Beantwoording 9 Onder verwijzing naar het herbegrenzingsbesluit NNB van de provincie Noord-Brabant dat als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd wordt gesteld dat er geen sprake meer is van NNB ter plaatse van de nieuwe ontwikkeling. Er is daarnaast reeds sprake van een onherroepelijke bedrijfsbestemming ter plaatse die ten behoeve van een doelmatige bedrijfsvoering nu enigszins wordt vergroot. Bestaande rechten worden middels het bestemmingsplan bestendigd. De vergroting van de bedrijfsbestemming is gelegen in de omstandigheid dat het versnipperen van hout op de projectlocatie zelf niet altijd mogelijk is. In verband met ruimtegebrek en manoeuvreerbare ruimte op het perceel is het in het kader van een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk voor het versnipperen van hout en de tijdelijke opslag van boomstammen en houtsnippers ruimte te creëren. Dat er geen productie van houtchips plaatsvond gedurende een bepaalde periode wil niet zeggen dat er geen noodzaak toe is. Immers is de bedrijfsvoering zo ingericht dat productie van houtchips bij voorkeur op de projectlocatie zelf plaatsvindt. Omdat dit niet altijd mogelijk is wordt er noodzakelijkerwijs incidenteel uitgeweken naar de bedrijfslocatie.

Zienswijze 10 Er wordt aangedragen dat de geluidsnormen worden overschreden en dat daarmee de richtafstanden uit de VNG-publicatie niet worden gehaald. Er wordt ook gesteld dat de chipmachine een ‘bronvermogen’ van boven de 120 dB heeft. Beantwoording Met betrekking tot het bronvermogen is voor de houtchipper een gemiddelde bronsterkte van 117 dB(A) gehanteerd. De bronsterkte van 117 dB(A) is bepaald aan de hand van leveranciersgegevens. De leverancier van de houtchipper heeft geluidmetingen laten uitvoeren aan de installatie. De resultaten zijn op pagina 29 van 103 van het akoestisch onderzoek bijgevoegd. Voor het maximale geluidniveau (geluid afkomstig van pieken) is een maximale bronsterkte van 120 dB(A) gehanteerd. Een maximale bronsterkte van 120 dB(A) is een verhoging van de gemiddelde bronsterkte met 3 dB(A). Gezien het hier gaat over het chippen van hout is dit een reëel uitgangspunt. Voor het aspect geluid is het toetsingskader uit bijlage 5.3 van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ gehanteerd. Bijlage 5.3 geeft voor het aspect geluid aan dat als niet kan worden voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-publicatie een geluidonderzoek noodzakelijk is om aan te tonen dat aan de geluidgrenswaarden van stap 2 van bijlage 5.3 wordt voldaan. Wordt aan de geluidgrenswaarden uit stap 2 voldaan, dan is de situatie op basis van de VNG-publicatie inpasbaar.

Uit stap 2 van bijlage 5.3 van de VNG-publicatie volgen de volgende geluidgrenswaarden: - Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau 45 dB(A) etmaalwaarde (45/40/35 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode). - Maximale geluidniveau 65/60/55 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. - Indirecte hinder 50 dB(A) etmaalwaarde 50/45/40 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

10

Omdat niet aan de richtafstanden uit de VNG-publicatie wordt voldaan, is, zoals is aangegeven in stap 2 van bijlage 5.3, een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidemissie van de inrichting. Uit de rekenresultaten uit tabel 6, 7 en 8 en uit bijlage 4, 5 en 6 blijkt dat tijdens de representatieve bedrijfssituatie wordt voldaan aan de geluidgrenswaarden uit stap 2. Er wordt zowel voldaan op de gevels van woningen als in de tuinen van de omwonenden. Op basis van de VNG-publicatie is de situatie inpasbaar. Zienswijze 11 Er wordt gesteld dat het bestemmingsplan niet aan de voorwaarden voldoet die door het college zijn gesteld in het principebesluit. Beantwoording Het college heeft besloten op 9 februari 2021 om principemedewerking te verlenen aan de volgende uitbreidingsmogelijkheden: I II III IV

I. Het uitbreiden van het bestemmingsvlak Bedrijf naar totaal 5.000 m2. II. Het toestaan van buitenopslag van boomstammen/houtsnippers tot maximaal 5 m. hoog. III. Het van vorm veranderen van het bouwvlak IV. In beperkte mate mogelijk maken van het op kleinschalige wijze versnipperen van snoeiafval.

Aan de hierboven genoemde uitbreidingsmogelijkheden zijn de volgende voorwaarden verbonden: A. Dat de grootte van 5.000 m2 voor het bestemmingsvlak de eindsituatie is. B. Er een robuuste landschappelijke inpassing plaatsvindt, gecombineerd met robuuste maatregelen voor het tegengaan van potentiële geluidsoverlast. C. De milieucategorie van het bedrijf niet wordt verhoogd. Van de uitbreidingsmogelijkheden wordt met onderhavig bestemmingsplan gebruik gemaakt en aan de voorwaarden is tegemoet gekomen. Zienswijze 12 Voorgenomen ontwikkeling vormt een belemmering voor aanwezige flora en fauna. Beantwoording Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vindt geen sloop van bebouwing plaats waarin beschermde soorten gehuisvest kunnen zijn. Er zijn hiermee geen directe of indirecte negatieve effecten op de staat van instandhouding van beschermde soorten te verwachten. De afstand tot N2000 gebied is mede met het oog op de aard en omvang van de ontwikkeling te groot om te spreken van significante invloed van het beoogde planvoornemen op N2000 gebied. Bovendien is er geen sprake van een totaal nieuwe ontwikkeling. Het bomenrooibedrijf is reeds enige decennia ter plaatse gehuisvest. De bedrijfsvoering blijft grotendeels hetzelfde maar wordt anders ingericht. Van een plotselinge verstoring op flora en fauna is dan ook geen sprake.

Zienswijze 13 Er bestaat sterke twijfel over de uitkomsten in het akoestisch rapport. Eigen metingen (geen professionele apparatuur) zijn aanzienlijk hoger dan in het rapport vermeld.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

11

Beantwoording Zonder het toepassen van de juiste meetapparatuur en zonder het vereiste kennisniveau van de gebruiker van de meetapparatuur kan niet beoordeeld worden of de rekenresultaten van de indiener van de zienswijze juist zijn. Er is daarnaast geen reden om uit te gaan van een hogere bronsterkte dan welke is gehanteerd in het akoestisch onderzoek van Kremselen 12. De gehanteerde bronsterkte van 117 dB(A) uit het akoestisch onderzoek van Kremselen 12 is een herleidbare reële bronsterkte gebaseerd op geluidmetingen verricht door de leverancier van de houtchipper. In het milieuspoor zijn maatwerkvoorschriften opgesteld die zijn gebaseerd op deze bronsterkte. Omdat voor de incidentele bedrijfssituatie maatwerkvoorschriften zijn opgesteld, zal nooit grotere hinder te verwachten zijn. Het bedrijf moet te allen tijde voldoen aan de normstellingen in het maatwerkvoorschrift. Zienswijze 14 Binnen een afstand van 50 meter van de planlocatie zijn wel gronden gelegen die in gebruik zijn bij een tuinder waarop gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Beantwoording De suggestie dat er binnen een afstand van 50 meter gronden in gebruik zijn waarop gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast is niet correct.

De dichtst bij het plangebied gelegen gronden die in gebruik zijn voor teelt waarbij (mogelijk) gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast, zijn gelegen op een afstand van ongeveer 60 meter van de planlocatie. Dit betreft het kadastrale perceel ODR01-M-431 waar laanbomen/parkbomen worden geteeld. Er wordt voldaan aan de vuistregel-richtafstand van 50 meter. Toelichting: een afstand van 50 meter tussen gevoelige objecten en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, wordt (o.a. op basis van vaste jurisprudentie) in het algemeen niet onredelijk geacht. Dit neemt niet weg dat ook een kortere afstand in een bepaalde situatie en onder bepaalde omstandigheden toereikend kan zijn om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen. Reclamant 2 Zienswijze 1 In paragraaf 1.1. wordt gesteld dat er kleinschalig wordt gechipt. Maar het is niet alleen snoeihout maar ook volledige bomen die ingevoerd worden. Deze mobiele chipper is niet gebonden aan Kremselen 12 om zijn activiteit uit te voeren en heeft een bronvermogen van meer dan 120 db(a). Beantwoording In het bestemmingsplan is opgenomen dat er chippen en shredderen van snoeihout voor maximaal 12 keer per jaar gedurende maximaal 4 aaneengesloten uren per keer in de dagperiode ter plaatse van de aanduiding ´specifieke vorm van bedrijf chippen en shredderen van snoeihout’ is toegestaan.

Het is daarmee ook toegestaan om boomstammen te shredderen. Ook een gevelde boomstam kan worden aangemerkt als

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

12

snoeihout. Voor wat betreft het bronvermogen van de chipper wordt verwezen naar de eerdere beantwoording hieromtrent onder zienswijze 10 van reclamant 1. Zienswijze 2 Gemeente Udenhout heeft in geval van een vergelijkbaar bedrijf (hier wordt Firma Weijtmans Bomenrooierij bedoeld) juiste kaders gesteld aan de toetsing van een bomenrooierij. Hiermee wordt gesuggereerd dat voor de bedrijfsvoering op onderhavige locatie dezelfde milieucategorie aan de orde zou zijn en het bedrijf daarom ruimtelijk gezien niet passend zou zijn op deze locatie. Beantwoording Er wordt verwezen naar beantwoording onder zienswijze 1 en zienswijze 2 van reclamant 1. Zienswijze 3 Er wordt in paragraaf 2.1 gesteld dat de houtchips kortstondig worden opgeslagen, dat deze niet worden omgezet en dat er geen broei optreed. Volgens reclamant is dat onjuist. De houtchips liggen vaak veel langer dan 10 dagen. Broei treedt op al na enkele dagen, rookpluimen zijn dan duidelijk zichtbaar. Dit broeiproces levert een irriterende geuroverlast. Er zijn door omwonenden de afgelopen jaren ook meerdere keren klachten over gemeld bij bevoegd gezag. Beantwoording Er wordt verwezen naar beantwoording onder zienswijze 3 van reclamant 1. Zienswijze 4 De opslag van groenafval (waaronder ook stamhout, snoeihout en chips) is vergunningplichtig indien er meer als 600 m3 wordt opgeslagen.

Met de voorgenomen ontwikkeling is er een ruimere capaciteit dan 600 m3 aanwezig. Beantwoording Het is correct dat er een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu (voorheen milieuvergunning) nodig is om meer dan 600 m3 aan snoeihout/ houtsnippers/houtchips (groenafval) van buiten de inrichting (en dat ontstaat door eigen werkzaamheden) op te slaan. Vanzelfsprekend dient deze vergunning te worden aangevraagd als er meer dan 600 m3 aan snoeihout/houtsnippers/houtchips (groenafval) van buiten de inrichting wordt opgeslagen. Zienswijze 5 Er is t.a.v. de aspecten stof en geur meer belasting van de omgeving en van invloed op het woon- en leef klimaat. De stank overlast van het broeiproces van de snippers in bepaalde perioden is extra hevig. Beantwoording Er wordt verwezen naar beantwoording onder zienswijze 3 van reclamant 1. Zienswijze 6 Met het planvoornemen zal het aantal vervoersbewegingen van zwaar materiaal stijgen.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

13

Beantwoording De uitbreiding van het bedrijfsperceel ten behoeve van buitenopslag zal leiden tot een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen. Het betreft een toename van 4 verkeersbewegingen met zwaar verkeer per dag ten behoeve van de afvoer van houtsnippers die als gevolg van de uitbreiding van het buitenterrein extra kunnen worden opgeslagen op het bedrijfsperceel. Verkeerskundig is dit een toename van ondergeschikte betekenis. Het onderliggend wegennetwerk kan deze toename aan. Zienswijze 7 Het bedrijf behelst geen agrarische activiteit; het chippen van boomstammen valt onder milieucategorie 3.2 en is niet te vergelijken met activiteiten in milieucategorie 1 of 2. Beantwoording Het bedrijf omvat activiteiten die reeds sinds de jaren ’90 op onderhavige locatie plaatsvinden. Ten behoeve van een doelmatiger gebruik van de gronden en bedrijfsvoering wordt het de activiteiten enigszins uitgebreid en het perceel anders ingericht. Het gaat om onherroepelijke en bestaande rechten. De uitbreiding is blijkens het bestemmingsplan dat hiervoor is opgesteld ruimtelijk inpasbaar en wordt mede om deze reden aanvaardbaar geacht. Voor wat betreft de van toepassing zijnde milieucategorie wordt verwezen naar de beantwoording bij zienswijze 1 en 2 van reclamant 1.

Zienswijze 8 Is het mogelijk het hekwerk te verplaatsen naar het bedrijfsperceel en de gronden met bosbestemming zo toegankelijk te laten voor de dieren zonder belemmering door een waakhond en hekwerk. Beantwoording Er wordt verwezen naar de beantwoording onder zienswijze 5 van reclamant 1. Zienswijze 9 Er is geen omgevingsdialoog gevoerd door de initiatiefnemer met de direct omwonenden. Beantwoording Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 2.4 uit de toelichting van het bestemmingsplan. Er heeft informatieverstrekking plaatsgevonden in de vorm van een bijeenkomst met omwonenden. Zienswijze 10 De voorgenomen ontwikkeling sluit niet aan bij de Omgevingsvisie Noord-Brabant. De activiteiten van het bedrijf van gebr. Peters passen ook niet in het buitengebied. Het betreft op- en overslag van boomstammen en snoeiafval en de productie en op- en overslag van houtchips. Dit heeft geen enkele relatie met een agrarische activiteit. Beantwoording Er wordt verwezen naar de beantwoording onder zienswijze 6 van reclamant 1.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

14

Zienswijze 11 De activiteiten van het bedrijf vinden plaats binnen het NNB. Beantwoording Het klopt dat gedeelten van het bedrijf binnen het NNB gelegen was. Dit is onder de aandacht gebracht bij de provincie Noord-Brabant. Het college van Gedeputeerde Staten (GS) heeft inzake deze kwestie gemeend een besluit omtrent herbegrenzing van het NNB te moeten nemen. Het besluit over Wijziging Interim omgevingsverordening - kaartaanpassingen NNB 1 is op 18 april genomen door GS. Het besluit is bijgevoegd bij het bestemmingsplan. Zienswijze 12 Het is onjuist dat wordt gesteld dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van woningen en bijbehorende tuinen is in de omgeving. Er kan niet worden voldaan aan de normen die in de wet en/of VNG publicaties worden genoemd. Beantwoording Hier zal met name gedoeld worden op het geluids- en geuraspect als gevolg van de activiteiten van het bomenrooibedrijf. Het is aannemelijk dat het geluidniveau in de woningen niet hoger is dan 35 dB(A) etmaalwaarde omdat de hoogst berekende geluidbelasting 55 dB(A) is gedurende een incidentele afwijking. Een geluidniveau van 35 dB(A) etmaalwaarde in een woning wordt overeenkomstig de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening en het Activiteitenbesluit milieubeheer als aanvaardbaar geacht.

Vanuit jurisprudentie en vanuit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening volgt dat een goed onderhouden woning een minimale geluidwering heeft van 20 dB. Gezien de staat van onderhoud van de woningen is het niet aannemelijk dat de geluidwering minder is dan 20 dB. Verder zijn maatregelen genomen om de hinder afkomstig vanuit van het chippen van hout zoveel als mogelijk te beperken. Zo is bij het borgen van de locatie waar de chipper activiteiten mag uitvoeren rekening gehouden met de akoestisch meest gunstige locatie waarbij de omliggende bedrijfsgebouwen en overkappingen zorgen voor een afschermende werking richting de woningen. Daarnaast wordt een keerwand van 3 meter hoog rondom het terrein aangelegd die zorgt voor een afschermende werking richting de directe woonomgeving. Omdat hinder zoveel als mogelijk wordt beperkt door het nemen van maatregelen, het chippen van hout incidenteel plaatsvindt en omdat in de woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat van 35 dB(A) etmaalwaarde wordt behaald, leidt de activiteit niet tot onaanvaardbare hinder en is de incidentele bedrijfssituatie op basis van de wet- en regelgeving inpasbaar. In de toelichting behorende bij het bestemmingsplan “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12” is een paragraaf opgenomen waarin het aspect geur wordt beschouwd.

In deze paragraaf is getoetst aan de relevante wet- en regelgeving voor agrarische geurhinder. Een eerdere versie van dezelfde paragraaf is door de ODBN (Omgevingsdienst Brabant Noord) akkoord bevonden op 1 oktober 2021 (Z/149531). Voor wat betreft geur als gevolg van broei wordt tevens verwezen naar de beantwoording onder zienswijze 3 van reclamant 1.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

15

Zienswijze 13 De voorgenomen ontwikkeling past op geen enkele wijze bij de uitgangspunten van de groenblauwe mantel. Beantwoording Er wordt verwezen naar de beantwoording onder zienswijze 7 van reclamant 1. Zienswijze 14 Er zijn geen zwaarwegende maatschappelijke belangen om nieuwe ontwikkelingen in het NNB toe te staan. Beantwoording Er is geen NNB aanwezig op onderhavige locatie. Kortheidshalve wordt verwezen naar het besluit omtrent herbegrenzing NNB van GS dat als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd. Tevens wordt verwezen naar beantwoording onder zienswijze 8 van reclamant 1. Zienswijze 15 De voorgenomen ontwikkeling voldoet niet aan de voorwaarden als gesteld in het principebesluit van het college. Beantwoording Er wordt verwezen naar beantwoording onder zienswijze 11 van reclamant 1. Zienswijze 16 Door omwonenden geuite bezwaren tegen de ontwikkeling zijn niet meegenomen in het bestemmingsplan. Beantwoording Door het bevoegd gezag wordt een eigen afweging gemaakt omtrent feiten en omstandigheden in relatie tot de vraag of er sprake is van een ruimtelijk aanvaardbare ontwikkeling. Van laatstgenoemde is volgens het bevoegd gezag sprake. Dat wil niet zeggen dat bezwaren van omwonenden niet betrokken zijn of worden in de besluitvorming.

Het bevoegd gezag heeft echter niet dusdanig gewicht toegekend aan de naar voren gebrachte bezwaren die tot het inzicht zouden kunnen leiden dat er sprake zou zijn van een niet ruimtelijk aanvaardbaar plan. Reclamant 3 Zienswijze 1 Er zijn mogelijk plannen voor ruimte voor ruimte woningen op het perceel tegenover de planlocatie waarbij zorgen bestaan over eventuele overlast als gevolg van de tegenoverliggende bedrijfsvoering.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

16

Beantwoording Het bedoelde perceel heeft de vigerende agrarische bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’. In de huidige situatie is het realiseren van (nieuwe) woningen binnen deze bestemming niet mogelijk. Met de planvorming van onderhavig bestemmingsplan moet rekening gehouden worden met de vastgelegde maximale planologische mogelijkheden van gronden van derden. Maar er hoeft geen rekening gehouden te worden met de eventuele hinder voor op de locatie eventueel in de toekomst beoogde woningen van derden die niet planologisch vastgelegd zijn (in het vigerende bestemmingsplan) en die ook feitelijk niet bestaan. Reclamant 4 Zienswijze 1 Met de beoogde uitbreiding zal als gevolg van de aan- en afvoer het zwaar verkeer extreem toenemen. Beantwoording Er wordt verwezen naar de beantwoording onder zienswijze 6 van reclamant 2. Zienswijze 2 Door de grotere opslagcapaciteit als gevolg van het planvoornemen zullen houtchips langer blijven liggen met broei en geuroverlast tot gevolg. Beantwoording De buitenopslag voor boomstammen en houtsnippers die middels het nieuwe bestemmingsplan wordt gerealiseerd, betreft een tijdelijke buitenopslag.

De tijdsduur dat boomstammen en houtsnippers opgeslagen mogen worden is weliswaar niet planologisch-juridisch geborgd, maar gezien de bedrijfsactiviteiten, aard en omvang van de beoogde activiteiten is het niet aannemelijk dat dat de boomstammen en houtsnippers langdurig op de locatie opgeslagen zullen worden. De beoogde bedrijfsvoering is niet primair gericht op de opslag van boomstammen en houtsnippers, maar op de productie en levering van houtsnippers aan drie grote bioenergiecentrales (BEC) binnen enkele dagen. Zie ook eerdere beantwoording omtrent deze aspecten bij voorgaande zienswijzen. Zienswijze 3 Er wordt gesteld dat er kleinschalig wordt gechipt, het is echter niet alleen snoeihout maar ook volledige bomen die ingevoerd worden. Beantwoording Met het planvoornemen wordt planologisch ingeregeld dat er ‘incidenteel’ gechipt mag worden. Mogelijk wordt het begrip ‘kleinschalig’ hiermee verward. Het is toegestaan om boomstammen te chippen op de bedrijfslocatie, zij het op incidentele basis. Incidenteel chippen van hout betekent voor de inrichting dat maximaal 12 x per jaar een houtchipper wordt ingezet om diverse houtsoorten afkomstig van werkzaamheden op locaties te verkleinen gedurende maximaal 4 uur in de dagperiode.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

17

Zienswijze 4 De mobiele chipper heeft een bronvermogen van meer dan 120 dB(A). Beantwoording Er wordt verwezen naar de beantwoording onder zienswijze 10 van reclamant 1. Zienswijze 5 De bedrijfsvoering aan Kremselen 12 is met het beoogde planvoornemen gelijkwaardig aan de Firma Weijtmans Bomenrooierij en past zodoende, gelet op de milieucategorie van 3.2 die zou gelden voor die firma, niet op onderhavige locatie. Beantwoording Verwezen wordt naar de beantwoording onder zienswijze 1 en 2 van reclamant 1. Zienswijze 6 Er wordt ten onrechte gesteld dat de houtchips kortstondig worden opgeslagen, dat deze niet worden omgezet en dat er geen broei optreedt. De houtchips liggen vaak veel langer dan 10 dagen. Broei treedt op al na enkele dagen, rookpluimen zijn dan duidelijk zichtbaar. Dit broeiproces levert een irriterende geuroverlast. Beantwoording Er wordt verwezen naar de beantwoording onder zienswijze 3 van reclamant 1. Zienswijze 7 De opslag van groenafval (waaronder ook stamhout, snoeihout en chips) is vergunningplichtig indien er meer als 600 m3 wordt opgeslagen. Met de voorgenomen ontwikkeling is er een ruimere capaciteit dan 600 m3 aanwezig. Beantwoording Er wordt verwezen naar de beantwoording onder zienswijze 4 van reclamant 2. Zienswijze 8 Er is t.a.v. de aspecten stof en geur meer belasting van de omgeving en van invloed op het woon- en leef klimaat.

De stank overlast van het broeiproces van de snippers in bepaalde perioden is extra hevig. Beantwoording Er wordt verwezen naar beantwoording onder zienswijze 3 van reclamant 1. Zienswijze 9 Met het planvoornemen zal het aantal vervoersbewegingen van zwaar materiaal stijgen. Beantwoording Er wordt verwezen naar beantwoording onder zienswijze 6 van reclamant 2.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

18

Zienswijze 10 Het bedrijf behelst geen agrarische activiteit; het chippen van boomstammen valt onder milieucategorie 3.2 en is niet te vergelijken met activiteiten in milieucategorie 1 of 2. Beantwoording Zie ook beantwoording zienswijze 7 reclamant 2.Voor wat betreft de van toepassing zijnde milieucategorie wordt verwezen naar de beantwoording bij zienswijze 1 en 2 van reclamant 1. Zienswijze 11 Is het mogelijk het hekwerk te verplaatsen naar het bedrijfsperceel en de gronden met bosbestemming zo toegankelijk te laten voor de dieren zonder belemmering door een waakhond en hekwerk. Beantwoording Er wordt verwezen naar de beantwoording onder zienswijze 5 van reclamant 1. Zienswijze 12 Er is geen omgevingsdialoog gevoerd door de initiatiefnemer met de direct omwonenden. Beantwoording Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 2.4 uit de toelichting van het bestemmingsplan. Er heeft informatieverstrekking plaatsgevonden in de vorm van een bijeenkomst met omwonenden. Zienswijze 13 De voorgenomen ontwikkeling sluit niet aan bij de Omgevingsvisie Noord-Brabant. De activiteiten van het bedrijf van gebr. Peters passen ook niet in het buitengebied. Het betreft op- en overslag van boomstammen en snoeiafval en de productie en op- en overslag van houtchips. Dit heeft geen enkele relatie met een agrarische activiteit.

Beantwoording Er wordt verwezen naar de beantwoording onder zienswijze 6 van reclamant 1. Zienswijze 14 De activiteiten van het bedrijf vinden plaats binnen het NNB. Beantwoording Zie ook beantwoording onder zienswijze 11 van reclamant 2. Zienswijze 15 Het is onjuist dat wordt gesteld dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van woningen en bijbehorende tuinen is in de omgeving. Er kan niet worden voldaan aan de normen die in de wet en/of VNG publicaties worden genoemd.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

19

Beantwoording Zie ook beantwoording onder zienswijze 12 van reclamant 2. Zienswijze 16 De voorgenomen ontwikkeling past op geen enkele wijze bij de uitgangspunten van de groenblauwe mantel. Beantwoording Er wordt verwezen naar de beantwoording onder zienswijze 13 van reclamant 2. Zienswijze 17 Er zijn geen zwaarwegende maatschappelijke belangen om nieuwe ontwikkelingen in het NNB toe te staan. Beantwoording Zie ook beantwoording zienswijze 14 van reclamant 2. Zienswijze 18 De voorgenomen ontwikkeling voldoet niet aan de voorwaarden als gesteld in het principebesluit van het college. Beantwoording Er wordt verwezen naar beantwoording onder zienswijze 15 van reclamant 2. Zienswijze 19 Door omwonenden geuite bezwaren tegen de ontwikkeling zijn niet meegenomen in het bestemmingsplan. Beantwoording Zie ook beantwoording onder zienswijze 16 van reclamant 2.

7. Ambtelijke wijzigingen Het besluit over Wijziging Interim omgevingsverordening - kaartaanpassingen NNB 1 is op 18 april 2023 genomen door Gedeputeerde Staten van de provincie Noord Brabant. De vastgestelde wijzigingsverordening is al in te zien: https://noord-brabant.tercera-ro.nl/MapViewer/default.aspx?id=BV00447. De bijlage met daarin de tekst over Kremselen 12 is hier te vinden: https://noord-brabant.terceraro.nl/SiteData/9930/Publiek/BV00447/b_NL.IMRO.9930.IOVwijzkaartHBGOB1-va01_1.pdf. Het besluit van GS zal als bijlage worden toegevoegd en als gevolg daarvan integraal onderdeel uitmaken van het vastgestelde bestemmingsplan.

8. Conclusie en advies De zienswijzen zijn ontvankelijk maar geven geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan.

Notitie beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Kremselen 12

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=fabc125b-ff98-41f9-824c-bab90aff3ecb