Nota van zienswijzen (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Nota van zienswijzen
1. Zienswijzen Er zijn binnen de termijn van tervisielegging 3 zienswijzen ingekomen op de ontwerpgeurverordening Veghels Buiten: 2. De ontvankelijkheid De ontwerp-geurverordening Veghels Buiten heeft met ingang van 3 augustus 2023 gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen. De reacties zijn binnen de termijn van terinzagelegging ingekomen en daarom ontvankelijk. 3. Behandeling van de zienswijzen De zienswijzen zijn samengevat en hieronder cursief weergegeven. 3.1 Zienswijze 1 Aanscherping geurnorm naar 2 OU Gezien het grote aantal woningen in Veghels Buiten met fijnmazig wegennet past gezien het karakter meer bij 2 OU. Er kan dan weliswaar geen harde komgrens aanwezig zijn bij Veghels Buiten maar dit neemt niet weg dat een goede bescherming bij deze bewoners belangrijk is. Het feit dat men de geurnorm alleen in Veghels Buiten strenger maakt vloeit voort uit de wens om meer woningen in het plangebied te bouwen. Hierdoor komen nog meer mensen in Veghels Buiten te wonen die worden blootgesteld aan stank. Zoals in de ontwerp-geurverordening is aangegeven gaat ‘Veghels Buiten’ uit van een nieuw woonconcept. Het gaat namelijk om een concept waarbij clusters woningen ‘organisch’ in het buitengebied worden gebouwd (‘wonen in het buitengebied’).
Bij dit concept is het te motiveren dat nieuwe woningen in een minder gunstig geurklimaat worden gerealiseerd dan in een centraal stedelijk gebied. Dit betekent wel dat daarbij de mogelijkheden worden benut die bestaan binnen de geurwetgeving om af te wijken van de (standaard)normen. Gelet op het gemengd voorkomen van functies zoals wonen en agrarische bedrijvigheid achten wij een geurbelasting van 5 Ou acceptabel. Dit sluit aan bij de adviezen van de GGD en provincie voor acceptabele geurnormen die tegenwoordig worden gehanteerd voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in gemengd gebied. Een iets ruimere norm is voor de ontwikkeling van ‘Veghels Buiten’ zowel noodzakelijk om tot een aanvaardbare exploitatie van het woongebied te komen, als om daar aanwezige bedrijven nog voldoende ontwikkelingsmogelijkheden te laten behouden. Overige gebieden waar geen aanpassing van de geurverordening wordt gedaan De overige gebieden in Meierijstad worden ongemoeid gelaten qua geurbeleid terwijl een aanpassing zeer noodzakelijk is. Ter vergelijking met de buurgemeenten zit Gemeente Meierijstad hoog m.b.t. de normering van de geur. Hierdoor is het aantal stankgehinderden in de gemeente niet teruggedrongen. Er is dus geen goed geurbeleid. Deze reactie heeft geen betrekking op de gebiedsgerichte geurverordening voor Veghels Buiten.
Voor het grondgebied van de gehele gemeente Meierijstad wordt in een later stadium een geurverordening opgesteld. Vanzelfsprekend wordt dan gekeken naar de geurbelasting en het aantal geurgehinderden. Ook is het dan weer mogelijk om een zienswijze in te dienen.
1
Belangrijke uitspraak Hof van Den Haag Gemeente Meierijstad schiet op vele plaatsen in de gemeente te kort op het gebied van geuroverlast. Nog steeds worden vergunningen afgegeven waarbij de geurnorm van 19,4 OU wordt overschreden. Er worden zelfs vergunningen van rechtswege vergund waar de geurnorm de 19,4 Ou overschrijdt. De gemeente begaat hiermee een onrechtmatige daad volgens art. 8 Europees verdrag voor de rechten van de mens (EVRM). Wat gaat gemeente Meierijstad doen om art. 8 van EVRM te respecteren en te handhaven? De genoemde uitspraak is bekend bij de gemeente. De consequenties daarvan zullen worden meegenomen hij het opstellen van de geurverordening voor de gehele gemeente Meierijstad. Voor het gebied Veghels Buiten speelt de hierboven geschetste problematiek niet, want de geurnorm van 19,4 Ou/m3 wordt nergens overschreden. Ook is dit niet meer mogelijk. 3.2 Zienswijze 2 1. Negatieve gevolgen voor bedrijf van cliënte, oneigenlijk gebruik vaststellen verordening Het doet zich voorkomen dat het vaststellen van deze geurverordening er enkel en alleen op gericht is om dicht in de omgeving van het bedrijf van cliënte, en een ander bedrijf, woningbouw te kunnen realiseren. Temeer daar versoepeling van de thans in acht te nemen normen en afstanden wordt beoogd.
Cliënt is van mening dat op deze wijze via de verordening planologie wordt bedreven waardoor zijn bedrijfsvoering negatief wordt beïnvloed, of zelfs onmogelijk wordt gemaakt. Dit kan niet de bedoeling zijn van het vaststellen van een geurverordening. Naar het zich laat aanzien heeft de vaststelling van deze verordening mede (of zelfs enkel) tot doel het bedrijf klem te zetten. En het blijft een exercitie op papier want de geuruitstoot blijft. Met de gebiedsgerichte geurverordening wordt het van rechtswege vervallen van de geurverordening van de voormalige gemeente Veghel hersteld en kan weer uitvoering worden gegeven aan de ruimtelijke visie voor het gebied Veghels Buiten. Concreet betekent dit dat de oorspronkelijk beoogde ontwikkelingen in het gemengd gebied weer mogelijk worden gemaakt (combinatie agrarische functies en wonen). Er is gemotiveerd aangegeven dat bij deze ruimtelijke visie een norm van 5 Ou passend en gewenst is. Bij de verdere ontwikkeling van Veghels Buiten zal rekening worden gehouden met de belangen van de veehouderij. 2. Uitgangspunten onjuist Cliënte vraagt zich ook af of de situatietekening met de geurcontouren wel is gebaseerd op de feitelijke situatie, niet inzichtelijk is welke uitgangspunten zijn genomen. Zowel qua vergunde situatie als voor wat betreft toegepaste technieken (luchtwassers).
Cliënte heeft sterk de indruk dat uitgangspunten die zijn gehanteerd voor de modellering niet de juiste zijn, met als gevolg verkeerde uitkomsten. Voor het in kaart brengen van de gevolgen van de geurverordening is gewerkt met het begrip ‘maximale planologische mogelijkheden’ van een veehouderij. Dit uitgangspunt betekent dat voor de bepaling van het eventueel belemmeren van een veehouderij, gerekend moet worden vanaf de grens van het bouwvlak van die veehouderij. Om die reden is ervoor gekozen om de emissiepunten op de situatietekening tegen de noordgrens van het bouwvlak te plaatsen, zodat worst case inzichtelijk is gemaakt waar in dat geval de diverse geurcontouren lopen.
2
3.2 Zienswijze 3 1. Zorgvuldige afweging In de ontwerp-geurverordening is onvoldoende blijk gegeven van een deugdelijke belangenafweging. Het bevoegd gezag heeft de belangen van cliënt onvoldoende onderkend en meegewogen. De belangen van client zijn voldoende onderkend en meegewogen. Zie reactie op onderstaande onderwerpen. 2. Onvoldoende rekening gehouden met de maximale mogelijkheden Er wordt niet aangegeven of de vergunde dieraantallen ook maximaal mogelijk is volgens de milieuvergunning, of wat er zal gebeuren wanneer cliënt enkele wijzigingen in zijn bedrijf doorvoert. Hieruit blijkt niet of, en zo ja op welke manier rekening is gehouden met de mogelijke latente ruimte waar cliënt over beschikt binnen de milieuvergunning. Kortom, het is voor cliënt onduidelijk op welke manier rekening wordt gehouden met lopende uitbreidingsplannen of reeds verleende vergunningen waarmee cliënt mogelijk kan uitbreiden. Voor de beoordeling is uitgegaan van de vergunde situatie. Dit zijn de maximale mogelijkheden. Als er in de feitelijke situatie minder dieren worden gehouden, dan kan uitbreiding tot binnen de mogelijkheden van de vergunning plaatsvinden. Ook in de huidige situatie waarin de veehouderij al op ‘slot’ staat. Het bouwveld 3200 van het vigerende bestemmingsplan Erpseweg-Zuid bevindt zich namelijk op 70 meter van de veehouderij.
Als een veehouderij niet aan de minimumafstand voldoet, hoeft bij wijzigingen de omgevingsvergunning milieu niet altijd te worden geweigerd. Vergunningverlening is mogelijk bij stand still (lid 3 van artikel 4 Wgv). Namelijk als de afstand niet (verder) afneemt en het aantal dieren zonder geuremissiefactor niet toeneemt. Uitbreiden in dieren met geuremissiefactoren kan wel mogelijk zijn, omdat dit apart moet worden beoordeeld. Met de beoogde halvering van de afstand tot 50 meter valt de huidige overbelasting weg en kan de veehouderij nog ongeveer (70 - 50 = 20) twintig meter in zuidelijke richting ontwikkelen. 3. Onvoldoende rekening gehouden met Handreiking veehouderij en gezondheid 2.0 Uit het ontwerp blijkt onvoldoende dat rekening is gehouden met het rapport 'Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ Dit onderzoek laat zien welke mogelijke effecten op kunnen treden wanneer geurgevoelige objecten, zoals woningen, worden gerealiseerd in de nabijheid van een veehouderij. In dit onderzoek wordt aangegeven dat de GGD vanuit gezondheidskundig oogpunt een minimale afstand hanteert voor melkvee van 100 meter. Bij grote veehouderijen bij meer dan 150 melkkoeien wordt aan gemeenten geadviseerd een grotere vaste afstand aan te houden.
De Handreiking veehouderij en gezondheid 2.0 biedt een stappenplan waarmee op eenvoudige wijze kan worden herleid of het wenselijk is om een advies in te winnen bij de GGD over de gezondheidseffecten van een vergunningaanvraag of ruimtelijk plan. Dit is geen wettelijke verplichting. Het bevoegd gezag blijft verantwoordelijk voor de uiteindelijke besluitvorming, daarbij rekening houdende met omwonenden, milieu, volksgezondheid en economische aspecten. Op grond van bijvoorbeeld te behalen milieuwinst en economische aspecten kan het bevoegd gezag afwijken van een GGD-advies. Daarnaast kan een GGD-advies ook negatief zijn op bepaalde punten (bijvoorbeeld geur), maar positief op andere punten (bijvoorbeeld zoönose). Het is dan aan
3
het bevoegd gezag om af te wegen wat voor hen het zwaarste weegt. Een dergelijke weging van belangen vindt plaats bij het vaststellen van het bestemmingsplan. 4. Onduidelijkheid over voorgrondbelasting Het is onduidelijk is wat de voorgrondbelasting van het bedrijf van cliënt is. Hier ligt namelijk geen berekening aan ten grondslag, waardoor voor cliënt niet na te gaan is wat de geurbelasting van zijn bedrijf op de omliggende percelen zal zijn. Hierdoor is het voor cliënt niet na te gaan of bij omliggende percelen sprake zal zijn van een 'goede ruimtelijke ordening'. Deze 'omgekeerde werking' heeft tot gevolg dat client in zijn bedrijfsvoering zal worden belemmerd wanneer geen sprake is van een 'goede ruimtelijke ordening'. Het klopt dat er geen berekening is gemaakt van de voorgrondbelasting van het bedrijf van cliënt. Dit heeft te maken met het feit dat de veehouderij geen dieren houdt waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld. Indien deze wel waren vastgesteld dan had er een berekening moeten plaatsvinden. De veehouderij moet volgens de geurwetgeving worden beschouwd als een ‘afstandsbedrijf’. Dit zijn veehouderijen waarvoor enkel een vaste afstand geldt. In onderhavig geval moet een vaste afstand van 100 meter worden aangehouden. Een norm van 100 meter wordt in het algemeen beschouwd als een goede in acht te nemen afstandsnorm tussen veehouderijen en woningen.
Zoals in de ontwerp-geurverordening is aangegeven gaat ‘Veghels Buiten’ uit van een nieuw woonconcept. Dit betekent wel, dat daarbij de uiterste mogelijkheden worden benut die bestaan in de relatie tussen (nieuwe) woningen en veehouderijen zonder geuremissiefactor en met een in acht te nemen vaste afstand. De halvering van de vaste afstand is voor de ontwikkeling van ‘Veghels Buiten’ zowel noodzakelijk om tot een aanvaardbare exploitatie van het woongebied te komen, als om daar aanwezige bedrijven nog voldoende ontwikkelingsmogelijkheden te laten behouden. Handhaving van de vaste afstand van 100 meter zou betekenen dat een aantal beoogde woonlocaties niet zouden kunnen worden gerealiseerd, maar ook dat bestaande veehouderijen op slot worden gezet. Dat zou aan twee kanten een bedreiging vormen voor de realisering van het nieuwe concept dat de gemeente met ‘Veghels Buiten’ beoogt te realiseren. 5. In strijd met de structuurvisie Veghel 2030 Het is voor cliënt onduidelijk hoe de ontwerp-geurverordening zich verhoudt tot de Structuurvisie 2030. De structuurvisie geeft namelijk aan dat het bedrijf van cliënt is gevestigd in een gebied waar sprake is van ruimte voor landbouw in het buitengebied. Weliswaar is wonen in specifieke gebieden mogelijk, maar dit mag niet ten kosten gaan van de agrarische bedrijven in het gebied wat specifiek is gericht op landbouwbedrijven.
Bedrijven in dit gebied mogen niet in de bestaande bedrijfsvoering worden belemmerd. Voorde vraag of sprake is van een goede ruimtelijke ordening moet worden gekeken naar de maximale mogelijkheden binnen het bedrijf en de concrete uitbreidingsplannen of-mogelijkheden van het bedrijf. Binnen de Structuurvisie Veghel 2030 is de locatie opgenomen binnen het programma ‘goed leven’ als gebied voor het “ontwikkelen van een afwisselend Veghels mozaïek in de vorm van clusters van wonen, werken & recreatie in het landschap”. Rondom de bouwvelden van Veghels Buiten is er ruimte voor landbouw in het buitengebied in combinatie met deze woonfunctie. Het bestemmingsplan ‘Veghels Buiten – Erpseweg Zuid’ (vastgesteld 29 maart 2012) en de geurverordening van de gemeente Veghel (vastgesteld 23-12-2010) liggen ten grondslag aan de structuurkaart van de Structuurvisie Veghel 2030 (vastgesteld 19 december 2013). Het vigerende
4
bestemmingsplan en de geurverordening gingen toen dus al uit van de mogelijkheid van het oprichten van woningen op 50 meter afstand van de rand van het bouwvlak van het bedrijf van cliënt. In dit deel van het buitengebied bevinden zich nog maar enkele agrarische bedrijven (ook 10 jaar geleden toen de structuurvisie vastgesteld werd) en vormen deze zeker niet langer de belangrijkste drager van het gebied. Met het vervallen op 1 januari 2019 van de geurverordening van de gemeente Veghel 2 jaar na de fusie tot de gemeente Meierijstad op grond van de Wet Arhi, zijn de mogelijkheden van het geldende onherroepelijke bestemmingsplan niet komen te vervallen. Dat zou dus inhouden dat bij het realiseren van woningen ter plaatse op grond van de omgekeerde werking van artikel 4 van de Wet geurhinder en veehouderij er een beperking ontstaat voor de bedrijfsvoering van het bedrijf van cliënt. Door het toepassen van een kleinere afstand van 50 meter in de geurverordening, conform artikel 5 Wgv, wordt deze beperking juist opgeheven.
5