Memo stikstofberekening
Tekst van het document
MEMO Aan:
Hooghuys Vastgoed b.v.
Van:
Rien Jonkers
Onderwerp:
Berekening stikstofdepositie in verband met toevoegen 2 woningen, Keur 28, Schijndel
Datum:
14 november 2023
1. Inleiding Initiatiefnemers willen het glastuinbouwbedrijf op de locatie Keur 28, bestaande uit een oud kassencomplex, saneren en in plaats daarvan 2 vrijstaande woningen bouwen. Voor dit initiatief wordt een bestemmingsplan in procedure gebracht. Dit bestemmingsplan omvat globaal het terrein zoals weergegeven op de onderstaande afbeelding met een geel kader.
Figuur 1 ligging plangebied
1
In het kader van de vaststelling van dat bestemmingsplan dient inzicht in de stikstofdepositie te worden gegeven die een gevolg is van dit plan op de omliggende Natura 2000-gebieden. Verspreid in Nederland liggen 118 Natura 2000-gebieden met overbelaste stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van (dier)soorten (hierna: ‘habitattypen’). Te veel stikstof is slecht voor de natuur. Voor activiteiten waarbij stikstof vrijkomt moet daarom worden onderzocht wat de effecten zijn op de beschermde Natura 2000-gebieden. Doel van dit onderzoek is te bepalen wat de bijdrage van het plan is aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden is. Vervolgens moet worden bepaald of deze resultaten leiden tot mogelijk significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en of een passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Bij het uitvoeren van stikstofberekeningen wordt onderscheid gemaakt in emissies tijdens de bouwfase en emissies tijdens de gebruiksfase. Per 1 juli 2021 is het Besluit stikstofreductie en natuurherstel in werking getreden. Op grond van artikel 2.5 van het Besluit natuurbescherming gold sinds die tijd een partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor activiteiten van de bouwsector.
Op grond van die bepaling gold een partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor het bouwen of slopen van een bouwwerk en om het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk. Door een uitspraak van de Raad van State kan die vrijstelling evenwel niet worden toegepast, omdat die regeling in strijd is geacht met het Europees recht. Daardoor moet ook voor de bouwfase met een AERIUS-berekening te worden aangetoond wat de effecten zijn op de omliggende Natura-2000 gebieden. De voorliggende berekening gaat daarom zowel in op de bouwfase als op de gebruiksfase. Voor de gebruiksfase is eerder reeds een stikstofberekening gemaakt, maar vanwege de actualisering van de AERIUS-calculator per 6 november 2023 wordt deze ook geactualiseerd met toepassing van de laatste versie van de AERIUScalculator
2. Het initiatief Het bestemmingsplan voorziet in sanering van het kassencomplex en het toevoegen van 2 vrijstaande woningen op een perceel dat thans agrarisch in gebruik is.
3. Wettelijk kader Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) die op 1 januari 2017 in werking is getreden als opvolger van de Natuurbeschermingswet 1998, regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa, de bescherming van planten en dieren en van bossen en andere houtopstanden. De Wnb geeft uitvoering aan de verplichtingen van de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De gebiedsbescherming in de Wnb richt zich uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-
2
gebieden aangewezen. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Handelingen of activiteiten binnen en buiten beschermde natuurgebieden die schadelijk kunnen zijn voor de doelstellingen van het gebied zijn verboden, tenzij door het bevoegd gezag hier vergunning voor is verleend. Stikstof vormt een van de grootste belemmeringen voor het behalen van de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen. In 118 van de Nederlandse Natura 2000gebieden bevinden zich stikstofgevoelige habitattypen. In deze gebieden wordt veelal de Kritische Depositie Waarde (KDW) overschreden. Uit artikel 2.8 van de Wnb, in samenhang gelezen met artikel 2.7 van de Wnb, volgt dat een passende beoordeling moet worden gemaakt als een plan significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Dat is het geval als een plan voorziet in ruimtelijke ontwikkelingen die ten opzichte van de referentiesituatie significante gevolgen kunnen hebben. Onder referentiesituatie wordt de feitelijke, planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan verstaan. Als een plan ten opzichte van de referentiesituatie leidt tot een toename van de stikstofdepositie op reeds overbelaste stikstofgevoelige natuurwaarden in een Natura 2000-gebied, dan dienen de gevolgen van die toename voor de vaststelling van het plan te worden onderzocht.
Als daaruit volgt dat significante gevolgen niet op voorhand op grond van objectieve gegevens kunnen worden uitgesloten (voortoets), dient een passende beoordeling te worden gemaakt. Het plan kan in dat geval worden vastgesteld indien en nadat de raad uit de aldus gemaakte passende beoordeling de zekerheid heeft verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten. Indien op basis van objectieve gegevens blijkt dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie door het plan, dan kan in ieder geval worden geconcludeerd dat er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten voor de instandhoudingsdoelen van het betrokken Natura 2000-gebied.
4. Uitgangspunten voor de berekening In de omgeving van het plangebied zijn twee Natura 2000-gebieden gelegen. Het gebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek’ ligt op ongeveer 9,2 km van de projectlocatie. Het gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ ligt eveneens op 9,2 km afstand van het plangebied. Op figuur 2 is de ligging van de Natura 2000-gebieden weergegeven ten opzichte van het plangebied (in de blauwe cirkel).
3
Figuur 2 ligging Natura 2000 gebieden (met blauwe cirkel geduid)
Bestaande planologische referentiesituatie Een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling die ten opzichte van de feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan leidt tot een toename van stikstofdepositie op overbelaste stikstofgevoelige natuurwaarden in een Natura 2000-gebied, is een plan dat significante gevolgen kan hebben en dat passend beoordeeld moet worden. De feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie wordt ook wel de referentiesituatie genoemd. Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan “Landelijk gebied”. Dit plan is vastgesteld op 27 juni 2013. De bestemming van het perceel is ‘Agrarisch met waarden – Kleinschalig landschap’, alsmede een aanduiding ‘bouwvlak’ en ‘glastuinbouw’. Op 24 september 2015 is het bestemmingsplan “Landelijk Gebied, Herijking” vastgesteld. Dat plan heeft geen wijziging gebracht in de bestemming of de verbeelding, maar wel zijn de regels op onderdelen aangepast. In de onderstaande figuur is een afdruk opgenomen van de verbeelding van het thans geldende bestemmingsplan.
4
Figuur 3 afdruk verbeelding bestemmingsplan Landelijk Gebied
Als gevolg van de langdurige leegstand is het gebruik in de referentiesituatie thans lastig vast te stellen. Daarom wordt in deze geen vergelijkingsberekening gemaakt met de referentiesituatie maar wordt het voorgenomen gebruik t.b.v. twee woningen als nieuwe situatie beoordeeld. Daarmee wordt uitgegaan van een worstcase benadering. De nieuwe planologische situatie Wat betreft de te realiseren bebouwing in het plangebied kan worden gesteld dat deze geen relevante stikstofemissie geeft, omdat de woningen gasloos worden uitgevoerd. De in de beoordeling te nemen emissies worden derhalve uitsluitend veroorzaakt door verkeersbewegingen van en naar de woningen. Dat betreft in beginsel uitsluitend licht verkeer. Daarnaast wordt rekening gehouden met 1 middelzwaar en 1 zwaar transport per week, voor huisvuilinzameling e.d. Voor wat betreft de resterende agrarische grond geldt dat het aanwezige bouwvlak wordt verwijderd zodat geen sprake is van de mogelijkheid om bijvoorbeeld dierenverblijven te realiseren. Daarmee is het huidige gebruik identiek aan c.q. vergelijkbaar met het beoogde gebruik in de nieuwe situatie.
5. Berekening van de gebruiksfase Uitgangspunten voor de berekening In deze berekeningen naar de stikstofdepositie wordt uitgegaan van de verkeersgeneratiegegevens van CROW uit de uitgave Toekomstbestendig Parkeren. Voor een vrijstaande woning in de koopsector wordt daarbij uitgegaan van maximaal 8,6 voertuigbeweging per etmaal. Voor de beide woningen samen is dat dus 18 voertuigbewegingen per etmaal. Voor de volledigheid is daarnaast rekening gehouden met een zware vrachtwagen (2 bewegingen) per week en een middelzware vrachtwagen (2 bewegingen) per week, in verband met bezorgend verkeer e.d.
5
Conform de instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator van BIJ12 dient het verkeer meegenomen te worden in de berekening totdat het opgaat in het heersend verkeersbeeld. Dit is het moment dat het verkeer zich qua rij- en stopgedrag niet meer onderscheidend maakt van het overige verkeer. Als uitgangspunt voor het verkeer van en naar de woningen is aangenomen dat het verkeer zich gelijkelijk verdeeld over noordelijke en zuidelijke richting. Voor het verkeer van en naar het noorden (bron 1) wordt aangenomen dat, zodra dit de aansluiting met de Gemondseweg heeft bereikt, is opgenomen in het normale verkeersbeeld. Voor het verkeer van en naar het zuiden (bron 2) is daarvan sprake zodra dit verkeer de aansluiting met de Schrijvershoef heeft bereikt. De onderscheiden verkeersbronnen zijn in de AERIUS-calculator (versie 2023.0.1) ingetekend.
6. Berekening van de bouwfase Uitgangspunten voor de berekening De realisatie van het project leidt tot emissie van stikstofdioxiden (NOx) en ammoniak (NH3) naar de atmosfeer uit de inzet van mobiele werktuigen en het vervoer van materieel, materiaal en personen. Op basis van ervaringsgegevens is de inzet van materieel bepaald. Vervolgens is aan de hand van ervaringsgegevens of het aangenomen vermogen en de TNO-publicatie AUB1 het brandstofverbruik bepaald. Hierbij wordt uitgegaan van 5% AdBlue toevoeging waar van toepassing. De werktuigen zijn in AERIUS ingevuld als vlakbron “mobiele werktuigen” over het projectgebied. Voor de berekening is ervan uitgegaan dat de totale sloop en het bouwrijp maken wordt uitgevoerd als één project en in tijd 2 weken bedraagt. In separate bijlagen bij dit memo is een overzicht opgenomen van de inzet van de verschillende machines per deelproces. Er wordt van uitgegaan dat zowel de sloop als de nieuwbouw van de beide woningen binnen 12 maanden worden gerealiseerd. In de onderstaande figuur is de inzet openomen van alle machines tijdens sloop van de kas en het bouwrijp maken. Werktuig
Draaiuren
(Stage)klasse
Vermogen in kW
AdBlue verbruik (l/jaar)
130
Brandstofverbruik (l/jaar) 299
Mobiele graafmachine Loader Mini graver Verreiker Tractor met aanhangwagen
22
V
10 20 30 40
IV IIIA IV IIIB
295 15,6 173 165
90 75 210 320
5 -11 16
In de onderstaande figuur is de inzet openomen van alle machines tijdens de bouw van de beide woningen.
1 AUB: een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’, TNO R12305, d.d. 10 december 2021.
6
Werktuig
Draaiuren
(Stage)klasse
Vermogen in kW
Mobiele graafmachine Verreiker Betonpomp Mobiele kraan Trilstamper
20
V
130
Brandstofverbruik (l/jaar) 272
55 30 24 16
IV IIIA IV -
173 295 250 2,3
385 330 240 24
AdBlue verbruik (l/jaar) 14 18 17 12
Voor wat betreft de verkeersbewegingen die verband houden met de sloop van de kas en de bouw van de woningen wordt ervan uitgegaan dat al deze werkzaamheden in één jaar worden uitgevoerd. Dit leidt, uitgaande van het gegeven dat één transport twee verkeersbewegingen (heen en terug) genereert, tot de volgende gegevens. Type verkeer Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer
Verkeersaantrekking (mvt. /jaar) 280 42 28
Verkeersgeneratie (mvt/jaar) 2 560 84 56
Op de bouwlocatie komen – naast emissies vanuit mobiele werktuigen – ook emissies vrij doordat vrachtwagens stilstaan met draaiende motor. Dit is bijvoorbeeld het geval als tijdens het laden/lossen de motor draait. De emissie van stationair draaiende vrachtwagens is berekend volgens de ‘Rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer’. Voor het aantal uur dat vrachtwagens stationair draaien op de bouwlocatie is uitgegaan van 30 minuten per vracht(wagen). Voor de afwikkeling van het bouwverkeer wordt ervan uitgegaan dat alle lichte, middelzwaar en zwaar vrachtverkeer zich in zuidelijke richting afwikkelt. Ook hiervoor geldt dat zodra dit verkeer de Schrijvershoef heeft bereikt wordt geacht te zijn opgenomen in het heersend verkeersbeeld. Resultaat De berekening van de stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden is uitgevoerd met behulp van AERIUS-calculator (versie 2023.0.1 van november 2023). Het model en de resultaten worden weergegeven in een AERIUS-gml-bestand en ook als pdf. Gebruiksfase Uit de resultaten blijkt dat sprake is van een hoogste totale stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar in verhouding tot de referentiesituatie. Het pdf-bestanden met als kenmerk RpGGwZEMPfCU is als separate bijlage bij deze memo gevoegd en kunnen op https://calculator.aerius.nl/calculator/ worden geïmporteerd.
De Wet natuurbescherming levert op dit punt geen belemmering op voor de vaststelling van het plan. 2
Heen en terug
7
Bouwfase Uit de resultaten blijkt dat sprake is van een hoogste totale stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar. Het pdf-bestanden met als kenmerk RSsfL4b2iPDu en als datum 14 november 2023 is als separate bijlage bij deze memo gevoegd en kunnen op https://calculator.aerius.nl/calculator/ worden geïmporteerd. De Wet natuurbescherming levert op dit punt geen belemmering op voor de vaststelling van het plan. Conclusies De vaststelling van het bestemmingsplan leidt niet tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van de omliggende Natura 2000-gebieden. Dit geldt zowel voor de bouwfase als voor de gebruiksfase. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor het plan.
Bijlagen: invoergegevens Jonkers Advies Rien Jonkers Veldhoven
8
Project Keur 28, Schijndel Bouwen 2 woningen Type
Type
Materieel
inzet per twee woningen
eenheid
kW
Brandstof
emissie (EURONORM)
brandstofverbruik in l/jaar
ad Blue verbruik in l/jaar
mobiele kraan
24 uur
100 Diesel
Stage IV
240
12
Verreiker
55 uur
75 Diesel
Stage IV
385
18
Betonpomp
30 uur
200 Diesel
Stage IV
330
17
Hydraulische graafmachine (mobiel)
20 uur
130 Diesel
Stage V
272
14
trilplaat
16 uur
10 Diesel
Stage IV
24
0
Materieel
Totaal aantal ritten
type
Eenheid
zandwagen
7 middelzwaar
keer
Trekker stenenwagen
4 zwaar
keer
Trekker oplegger
10 zwaar
keer
Containerwagen
3 middelzwaar
keer
Bakwagen
9 zwaar
keer
Beton/cement mixe 15 m3
5 zwaar
keer
260 licht
keer
Bestelbusje
6 maanden bouwtijd 2 bestelbussen per dag
Project Keur 28 Schijndel Slopen kas en bouwrijp maken percelen Type
1
2
3
1
2
3
totaal
eenheid
Materieel
inzet
eenheid
Vermogen in kW
Brandstof bouwjaar
emissie Brandstofverbruik (EURONORM) l/jaar
Adblueverbruik l/jaar
Voorbereiding Opbreken verharding
Hydraulische graafmachine (mobiel)
4 uur
130 Diesel
2017 stage V
54,4
3
Slopen kas verwijderen begroeiing uitnemen poeren en fundering verwijderen glas afvoeren materialen diverse kleine werkzaamheden
wiellader Hydraulische graafmachine (mobiel) tractor met aanhanwagen verreiker minigraver
10 uur 10 uur 40 uur 30 uur 20 uur
295 Diesel 130 Diesel 165 Diesel 173 Diesel 73 Diesel
2014 Stage IV 2017 stage V 2015 stage IIIB 2018 stage V 2013 stage IIIA
90 136 320 210 75
5 7
groenaanleg Ontgraven plantvak Aanvullen groenvak
Hydraulische graafmachine (mobiel) Hydraulische graafmachine (mobiel)
4 uur 4 uur
130 Diesel 130 Diesel
2017 stage V 2017 stage V
54,4 54,4
Type
Materieel
Totaal aantal vrachten
Eenheid
verkeersbewegingen
Voorbereiding (incl. aan en afvoer materieel) zware vrachtauto
10
vracht
20
zware vrachtauto Bestelbus licht verkeer
20 20
vracht rit
40 40
middelzware vrachtauto
2
Vracht
4
Slopen kas
Groen
10
3 3