Memo rioolheffingssystematiek BVA 21 november 2024
Tekst van het document
Memo ONDERWERP
Heffingssystematiek rioolheffing Meierijstad – verkennende varianten DATUM
13 november 2024 BIJLAGEN
1.
AAN
Rioolheffingssystematiek en doelen uit PWR
Gemeenteraadsleden Meierijstad
Aanleiding en doel De rioolheffing in de gemeente Meierijstad wordt sinds 2019 geheven op basis van een combinatie van heffingsplichtigen (eigenaren en gebruikers) en grondslagen (WOZ, waterverbruik en omvang huishouden). Uit het Programma Water en Riolering 2022-2026 (PWR) volgt de wens om de opbouw van de heffingssystematiek te heroverwegen. Dit onderzoek is eind 2023 gestart, en in dit kader is tot op heden de volgende informatie aan u verstrekt: •
In januari 2024 is, ter voorbereiding op de Beeldvormende avond van 7 februari 2024, een inhoudelijke notitie aan u verstrekt. Hierin staat de wettelijke achtergrond van de rioolheffing en wordt ingegaan op de te maken afwegingen. Ook geeft de notitie een toelichting op de in december 2023 uitgevoerde digitale enquête.
•
Tijdens de Beeldvormende avond van 7 februari is de inhoud van bovengenoemde notitie met u besproken. Ook zijn een aantal verkennende “wat-als” scenario’s op basis van de rioolheffing van 2024 aan u gepresenteerd.
•
Naar aanleiding van vragen tijdens de Beeldvormende avond van 7 februari is in mei 2024 een Raadsinformatiebrief aan u verstrekt waarin explicieter wordt ingegaan op de relatie(s) tussen het vastgestelde gemeentelijke stedelijk waterbeleid (PWR) en de rioolheffingssystematiek. In de bijlage is dit onderdeel volledigheidshalve opgenomen.
In de nu voorliggende notitie zijn de resultaten van de verkennende scenario’s, zoals deze tijdens de beeldvormende avond zijn gepresenteerd, verder uitgeschreven en van toelichting voorzien. Daarbij zijn de getallen geactualiseerd, in lijn met de begroting 2025, waarin de totaal benodigde inkomsten uit de rioolheffing met circa 25% zijn gestegen. De resultaten zijn nog aangevuld met enkele praktische / financiële kanttekeningen en mogelijke afwegingen.
Huidige situatie De rioolheffing van de gemeente Meierijstad bestaat sinds 2018 uit: • een eigenarenheffing op basis van WOZ-waarde • een gebruikersheffing voor woningen op basis van huishouden (1- of meerpersoons) • een gebruikersheffing voor niet-woningen op basis van jaarlijks waterverbruik (basisklasse 1 t/m 500 m3) 2/3 deel van de benodigde inkomsten wordt verhaald op de eigenaren, 1/3 deel op de gebruikers. Van de wettelijke mogelijkheid om twee volledig gescheiden verordeningen aan te houden (afvalwater los van het hemel- en grondwater) wordt geen gebruik gemaakt. Uitgangspunt is 100% kostendekkendheid: de rioolheffing moet voldoende inkomsten leveren om alle begrote lasten te kunnen dekken. In het kostendekkingsplan dat begin 2025 in de gemeenteraad wordt voorgelegd beschrijven we wat nodig is om de kosten van de gemeentelijke watertaken uit te voeren. De redenen voor de huidige combinatie van grondslagen zijn samen te vatten onder de noemer “harmonisatie”. De drie voormalige Meierijstad-gemeenten kenden (t/m 2017) sterk verschillende heffingssystematieken:
Eigenaren Gebruikers
Schijndel 25% van de inkomsten WOZ-waarde 75% van de inkomsten Waterverbruik basisklasse 0 t/m 100 m3
Sint Oedenrode 100% van de inkomsten Woningen: omvang huishouden (1,2,meerpersoons) Niet-woningen: waterverbruik – basisklasse 1 t/m 250 m3
Veghel 56% van de inkomsten Vast bedrag 44% van de inkomsten Waterverbruik – basisklasse 0 t/m 750 m3
1 van 7
Doel bij de harmonisatie was om grote verschuivingen voor één van de drie grondgebieden te voorkomen. Niet alleen in de tarieven, maar ook in de systematiek en de principiële overwegingen die elke gemeente daarbij had gemaakt. Aangeven hoe de tarieven zich hebben ontwikkeld plus aangeven hoe wij liggen en opzichte van de omliggende gemeenten (is ook specifiek destijds in PWR opgenomen)
Verkennende alternatieven Ten behoeve van de beeldvormende avond zijn 5 verkennende scenario’s uitgerekend, gebaseerd op de wensen / overwegingen die zijn geuit in het PWR en/of de stuurgroep van dit project: A. Afkoppelkorting – de afvoer van hemelwater naar gemengde riolering betrekken in de heffing; B. Andere verdeling eigenaren/gebruikers – ten opzichte van nu het gebruik méér belasten, het bezit minder; C. Waterverbruik als grondslag voor alle gebruikers, niet alleen voor niet-woningen; D. Waterverbruik als grondslag voor alle gebruikers, met kleinere basisklassen (gunstig voor kleinverbruikers) E. Waterverbruik als grondslag voor alle gebruikers, maar dan zonder eigenarenheffing Als gemiddelde WOZ-waarde voor een woning in Meierijstad geldt in 2025 een bedrag van € 410.000,-. Als referentie is vervolgens een huishouden gekozen van 4 personen, met een waterverbruik van 150 m 3. Met achtergrondkleuren is in de verschillende tabellen steeds aangegeven in welke mate er een tariefsverandering optreedt.
Lager dan nu
0-10% hoger
>10% hoger
A: Afkoppelkorting1 In de gemeente Son en Breugel wordt (voor een gelimiteerde periode) een korting van €50,- op de heffing verleend aan de gebruiker van een perceel dat volledig is afgekoppeld van de gemengde riolering. Als dit voorbeeld in de heffing van Meierijstad wordt verwerkt, bij verder gelijk blijvende grondslagen, geeft dat de hiernaast weergegeven verschuivingen: •
•
Omdat de totaal benodigde inkomsten voor de gemeente niet snel zullen veranderen, moeten de niet-afgekoppelde percelen de verleende korting compenseren door een hoger tarief te betalen. Alleen dan blijft de rioolheffing kostendekkend. Op basis van een eenvoudige analyse zou op dit moment 33% van de percelen in Meierijstad in aanmerking komen voor de afkoppelkorting. Dit betreffen ook de nieuwbouwlocaties vanaf 2006 die nooit zijn aangesloten op de gemengde riolering. In de nieuwe tariefsbalans levert hen dat een voordeel van circa €30,- op ten opzichte van nu.
€ 410.000 150 m 3 4 niet a geko eld
€ 207
€ 229
€ 410.000 150 m 3 4 a geko eld
€ 207
€ 179
€ 410.000 550 m 3 niet a geko eld
€ 289
€ 311
€ 410.000 550 m 3 a geko eld
€ 289
€ 261
Het inventariseren en bijhouden van de afkoppelstatus van percelen vraagt extra inspanningen op het gebied van registratie (beheergegevens) en de inning. De extra kosten van deze effecten worden ingeschat op circa €75.000 per jaar, wat neerkomt op een algehele tariefstijging van circa € 2,- per perceel. Hoe meer percelen er afgekoppeld raken, des te meer korting zou er verleend moeten worden. Zolang de totaal te dekken kosten niet dalen, zal het tariefsevenwicht steeds verder verschuiven, tot op het punt dat een afgekoppeld perceel weliswaar nog steeds een €50,- lagere heffing betaalt, maar er geen voordeel meer is ten opzichte van 2025. Type
Huidig tarief
A: 33% afgek.
A: 50% afgek.
A:75% afgek.
A: 100% afgek.
Woning, niet afgekoppeld
€ 207
€ 229
€ 236
€ 247
€ 259
Woning, wel afgekoppeld
€ 207
€ 179
€ 186
€ 197
€ 209
1
Op dit moment is technisch niet te meten dan wel te kostbaar om te heffen op basis van verhard oppervlak. Immers een deel van de verharding watert af en een deel niet. Dit is niet op de luchtfoto te zien. Onze referentie: 5AJ7M7JCCEYU-180673729-245:02 - DatuOnze referentie: 5AJ7M7JCCEYU-180673729-245:02 - Datum: 6 december 2023 - Internal
2 van 7
Bijkomende afwegingen / verfijningen •
Korting richten op grote oppervlakten (bedrijventerreinen) in plaats van huishoudens, omdat daar mogelijk méér afkoppelwinst is te behalen;
•
Is een korting van € 50,- per jaar voldoende om inwoners/bedrijven tot actie aan te zetten, of is de route van losstaande afkoppelsubsidie wenselijker / effectiever? Of liever verplichten via omgevingsplan?
•
Afkoppelen is niet overal even goed mogelijk / wenselijk, waardoor deze percelen niet in aanmerking kunnen komen voor de afkoppelkorting.
B: Meer lasten naar gebruikers Door het verschuiven van de lastenverdeling, in de richting van de gebruikers, ontstaat bij hen meer verantwoordelijkheid over het gebruik van water en dan ook over de te betalen heffing. Een eigenaar heeft met name invloed op hoe het perceel en het gebouw zijn ingericht, en daarmee ook op de mate waarin regenwater lokaal wordt verwerkt. De huurder heeft wel vaak invloed op hoe versteend een tuin is aangelegd. Bij een verschuiving naar 50%/50% wordt – over het geheel genomen – gebruik even zwaar belast als bezit. Bij verder gelijk blijvende grondslagen, geeft dit dan de hiernaast weergegeven verschuivingen : •
De gemiddelde woning gaat er iets op achteruit.
•
Voor iemand die zowel eigenaar als gebruiker is van hetzelfde woningperceel hangt de mate van voor-/nadeel – ten opzichte van het huidige tarief – af van de WOZ-waarde:
€ 410.000 150 m3 4 € 410.000 550 m3 4
€ 250.000 45 m 3 1
€ 300.000 150 m 3 2
€ 750.000 255 m 3 4
€ 410.000 550 m3
o o o
€ 207
€ 214
€ 207
€ 214
€ 142
€ 155
€ 173
€ 189
€ 313
€ 294
€ 289
€ 337
Bij een lage WOZ-waarde is het voordeel voor € 280 € 269 eigenaren kleiner dan het nadeel voor gebruikers en € 644.000 250 m3 ontstaat een netto nadeel. Bij een hoge WOZ-waarde is het voordeel voor de € 1.361 € 1.890 € 644.000 10.000 m 3 eigenaar groter dan het nadeel voor de gebruiker en ontstaat een netto voordeel. Bij grotere bedrijven, met hoge WOZ én hoog waterverbruik, ontstaat wel een netto nadeel.
Het toepassen van de lastenverschuiving vraagt een eenmalige extra inspanning in de tariefsberekening om de nieuwe tariefsbalans te bepalen. Omdat de combinatie van grondslagen niet verandert zijn er geen andere extra inspanningen nodig. Bijkomende afwegingen / verfijningen •
De gebruikers méér belasten, zonder de grondslagen aan te passen, geeft in de huidige systematiek vooral niet-woningen meer controle over hun heffing. Voor woningen is via de omvang van het huishouden, en zeker in geval van 2- of meerpersoons huishoudens, in de praktijk nauwelijks iets te beïnvloeden in de eigen heffing.
•
Bij het vergroten van het aandeel voor gebruikers gaan verhuurders als eigenaar altijd op vooruit. Huurders gaan er als gebruiker altijd op achteruit. Deze verschuiving zou logischerwijs door de verhuurder gecompenseerd worden in de huurprijzen.
Onze referentie: 5AJ7M7JCCEYU-180673729-245:02 - DatuOnze referentie: 5AJ7M7JCCEYU-180673729-245:02 - Datum: 6 december 2023 - Internal
3 van 7
C/D/E: Waterverbruik voor alle gebruikers Vanuit de ambitie om een duurzame omgang met grond- en drinkwater te stimuleren, is het (extra) belasten van waterverbruik een veel voorkomende oplossing. Minder drinkwater verbruiken leidt tot minder afvalwater produceren, afvoeren en zuiveren. Regengebruik zou hiermee kunnen worden gestimuleerd. Wanneer woningen niet naar huishouden maar naar waterverbruik worden aangeslagen, geeft dat meer invloed op de eigen heffing. In de tabel op de volgende pagina zijn de verschuivingen weergegeven: •
Bij het 1-op1 overnemen van de huidige niet-woning klassen (variant C) ontstaat een basisklasse t/m 500 m3. Hier valt 98% van de percelen in Meierijstad onder, waardoor effectief sprake is van een vast bedrag voor de meeste percelen. Van stimuleren tot minder waterverbruik zal alleen sprake zijn bij de grootverbruikers. 1 persoonshuishoudens verliezen in deze systematiek de “alleenstaanden-korting” en gaan er iets op achteruit.
•
Uit de verdeling van het waterverbruik in Meierijstad volgt dat 95% van de percelen onder de 300 m 3 waterverbruik valt. Samen zorgen zij voor 42% van het totale waterverbruik. Wanneer in deze categorie meer differentiatie plaatsvindt (variant D), ontstaat stimulans om het waterverbruik per persoon te gaan verminderen.
•
De 1% grootste lozers zorgen voor meer dan 50% van het totale gemeentelijke waterverbruik. Wanneer de heffing enkel en alleen uit waterverbruik zou bestaan (variant E), dus zonder eigenarendeel, ontstaat de sterkste stimulans om het waterverbruik aan te passen. Doordat hier de WOZ-component wegvalt, treedt hetzelfde effect op als in variant B: voor percelen met een hoge WOZ waarde ontstaat voordeelcomponent ten opzichte van de huidige tarieven. Hierdoor wordt een deel van de verbruiks-gerelateerde tariefsstijging tenietgedaan.
Uit een eenvoudige analyse van de data van Brabant Water blijkt een invoering van waterverbruik als grondslag voor woningen extra inspanningen vraagt op het gebied van registratie (discrepantie in percelen en aansluitingen) en de inning. De extra kosten van deze effecten worden ingeschat op circa € 80.000 per jaar, wat neerkomt op een algemene tarie stijging van gemiddeld € 2,- per perceel. Variant C: alle gebruikers naar waterverbruik, basisklasse t/m 500 m3; Variant D: alle gebruikers naar waterverbruik, basisklassen t/m 50/100/250/500 m3; Variant E: gelijk aan variant D, maar dan zonder eigenaren component (100% lastenverhaal op gebruikers).
€ 410.000 150 m 3 4 € 410.000 550 m 3 4
€ 250.000 45 m 3 1
€ 300.000 150 m 3 2
€ 750.000 255 m 3 4
€ 410.000 550 m 3 € 644.000 250 m 3 € 644.000 10.000 m 3
€ 207
€ 203
€ 211
€ 246
€ 207
€ 280
€ 350
€ 656
€ 142
€ 153
€ 106
€ 82
€ 173
€ 168
€ 177
€ 246
€ 313
€ 309
€ 345
€ 328
€ 289
€ 280
€ 350
€ 656
€ 280
€ 276
€ 284
€ 246
€ 1.361
€ 1.297
€ 1.981
€ 5.245
Onze referentie: 5AJ7M7JCCEYU-180673729-245:02 - DatuOnze referentie: 5AJ7M7JCCEYU-180673729-245:02 - Datum: 6 december 2023 - Internal
4 van 7
Ter illustratie: Gegevens Brabant Water (2023), omgerekend naar verbruik per 365 dagen: Klasse 1-50 m3 50-100 m3 100-150 m3 150-200 m3 200-250 m3 250-300 m3
Percelen 6750 11122 7400 3720 1715 861
Aandeel 20% 33% 22% 11% 5% 3%
300-400 m3 400-500 m3
741 314
2.2% 0.9%
500-1000 m3 1000-2000 m3 2000-5000 m3 5000-10000 m3 10000-20000 m3 20000-50000 m3 50000-100000 m3 > 100000 m3
433 148 108 58 14 6 4
Cumulatief 20% 54% 76% 87% 92% 95%
Verbruik 211.185 m3 826.918 m3 904.964 m3 638.092 m3 379.691 m3 234.000 m3
Aandeel 3% 11% 12% 8% 5% 3%
Cumulatief 3% 14% 26% 34% 39% 42%
96.8% 97.7%
253.393 m3 138.896 m3
3.4% 1.8%
45.8% 47.7%
1.3% 0.4% 0.3% 0.2% 0.0% 0.0%
99.0% 99.4% 99.8% 99.9% 100.0% 100.0%
291.314 m3 200.375 m3 358.827 m3 387.116 m3 187.458 m3 166.058 m3
3.9% 2.7% 4.8% 5.1% 2.5% 2.2%
51.5% 54.2% 59.0% 64.1% 66.6% 68.8%
0.0%
100.0%
2.347.507 m3
31.2%
100.0%
totaal aantal percelen (volgens gegevens Brabant Water) = 33.394 totaal waterverbruik (omgerekend naar 365 dagen) = 7.525.794 m3 Bijkomende afwegingen / verfijningen •
Door het méér belasten van drinkwaterverbruik kan een stimulans ontstaan om meer grondwater op te pompen. Iets dat in het kader van droogtebestrijding onwenselijk is. Om dit tegen te gaan kan ook het opgepompte grondwater belast worden met rioolheffing2, waardoor het hergebruik van regenwater interessanter zou moeten worden.
•
Alleen percelen met een rioleringsaansluiting worden op dit moment aangeslagen voor het gebruikersdeel. In aansluiting op de huidige VNG Modelverordening voor de riool- en waterzorgheffing, kan beredeneerd worden dat óók gebruikers van ongerioleerde percelen profiteren van een goede invulling van de gemeentelijke watertaken. En dat ook zij heffingsplichtig gesteld kunnen worden voor het gebruikersdeel. Hiermee zou het aantal aangeslagen eenheden vergroot worden, waardoor de gemiddelde heffing per perceel daalt. De nu gebruikte en beschikbare gegevens (WOZ, Brabant Water) zijn op dit moment niet eenvoudig / eenduidig te koppelen, waardoor dit effect vooralsnog niet is te kwantificeren.
Vervolg Tijdens de geplande beeldvormende avond op 21 november wordt de voortgang van dit project - de inhoud van de nu voorliggende notitie in het bijzonder - nader toegelicht. Samen met de eerder verstrekte informatie vormt dit de voorbereiding op de verdere oordeels- en besluitvorming over een mogelijk wijziging van de heffingssystematiek. Wanneer uw raad besluit dat het tot een gewijzigde heffingssystematiek komt, zal dit o z’n vroegst in kunnen gaan per 2026. Afhankelijk van de impact van deze wijziging zullen ook direct belanghebbenden betrokken worden om met hen hierover vooraf in gesprek te gaan.
2 In deze heffingsmogelijkheid is ook in de huidige heffingsverordening al voorzien. Om uitvoerbaarheids-redenen wordt dit in de
praktijk echter zelden gedaan. Dit geldt ook voor tijdelijke onttrekkingen bij bijvoorbeeld bouwwerkzaamheden. Onze referentie: 5AJ7M7JCCEYU-180673729-245:02 - DatuOnze referentie: 5AJ7M7JCCEYU-180673729-245:02 - Datum: 6 december 2023 - Internal
5 van 7
Bijlage 1 - Rioolheffingssystematiek en doelen uit PWR Kernboodschap In de presentatie en notitie van de beeldvormende avond zijn de 5 meest voorkomende en/of overwogen heffingsgrondslagen toegelicht: vast bedrag, waterverbruik, huishouden, WOZ en verhard oppervlak. Elk heeft vooren nadelen en kan gecombineerd worden. Afkoppelen verhard oppervlak van gemengde riolering Beleidsaspecten die zouden pleiten voor een heffing waarin de mate van afvoer van hemelwater naar de gemengde riolering in de grondslag is verwerkt, zijn: •
In het afvalwaterbeleid is opgenomen dat de vuilbelasting op oppervlaktewater gereduceerd zou moeten worden. Deze vuilbelasting volgt uit het optreden van overstorten van water uit de gemengde riolering naar aanleiding van hevige regenbuien.
•
Het beperken van vuilwater op straat heeft een positief effect voor de volksgezondheid.
•
Door afkoppelen en bergen binnen het gebied in oppervlaktewater, groene en ondergrondse bergingen wordt een bijdrage geleverd aan het klimaatadaptief inrichten van de leefomgeving. Door klimaatverandering komt extreme regenval namelijk vaker voor en de capaciteit van ons huidige rioolstelsel is hierop niet berekend.
•
Hoewel oppervlaktewaterkwaliteit niet expliciet tot de gemeentelijke watertaken hoort (maar tot die van de waterschappen) ondersteunt het gemeentelijke waterbeleid wel de doelstellingen en werken wij samen met de waterbeheerders aan het behalen van de Kader Richtlijn Water (KRW). De kwaliteit van het oppervlaktewater wordt voor een deel beïnvloed door het optreden van overstorten van water uit de gemengde riolering, als reactie op hevige regenbuien. Daarnaast kan het oppervlaktewater gebaat zijn vanwege doorspoeling met hemelwater en hoeft minder gebiedsvreemd water te worden ingelaten.
•
Het oppervlaktewater heeft net als de groene en ondergrondse bergingen een bergende en afvoerende functie in de gemeentelijke hemelwatertaken. De benodigde omvang voor een robuust en klimaatbestendig watersysteem worden beïnvloed door de hoeveelheid water die er op geloosd wordt via overstorten uit gemengde riolering, via lozingen uit hemelwaterrioleringen en waterbergende voorzieningen en via oppervlakkige afvoer van maaiveld.
•
Ook de verduurzaming van de afvalwaterketen komt in het PWR aan bod. De zuivering van afvalwater (door het waterschap) verloopt efficiënter als het aanbod zo min mogelijk verdund is (met schoon regenwater via de gemengde riolering).
•
Door minder regenwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie te verpompen verminderen gemeente én waterschap het energieverbruik, wat past ook binnen het verduurzamen van de afvalwaterketen. Ook zijn lagere investeringen benodigd voor de rioolwaterzuiveringsinstallatie.
•
Alhoewel het beleidsuitgangspunt is inwoners en bedrijven zelf verantwoordelijk zijn voor het klimaatbestendig inrichten van het eigen perceel is in het (watergerelateerde) educatie- en bewustwordingsbeleid opgenomen dat de gemeente zich richt op het afkoppelen van verhard oppervlak van de particuliere percelen.
Onze referentie: 5AJ7M7JCCEYU-180673729-245:02 - DatuOnze referentie: 5AJ7M7JCCEYU-180673729-245:02 - Datum: 6 december 2023 - Internal
6 van 7
Afkoppelen verhard oppervlak van gemengde riolering én hemelwaterriolering Beleidsaspecten die zouden pleiten voor een heffing waarin de mate van afvoer van hemelwater naar de gemengde én gescheiden riolering in de grondslag is verwerkt, zijn: •
In het hemelwaterbeleid is opgenomen dat de gemeente zicht richt op het afkoppelen van verhard oppervlak van de particuliere percelen. Daarbij gaat het primair om afkoppelen van de gemengde riolering, maar ook de afvoer naar hemelwaterriolering verminderen kan hier onderdeel van zijn. Het water wordt dan lokaal in de bodem geïnfiltreerd. Dit sluit aan bij de voorkeursvolgorde die gehanteerd wordt voor de openbare ruimte.
•
In het grondwaterbeleid is opgenomen dat de functie van een perceel niet structureel belemmerd mag worden. Dit kan zowel richting “te nat” als “te droog” o treden. Grondwater hee t een belangrijke relatie met hemelwater: hoe meer hemelwater er op het perceel dan wel in het gebied blijft, des te meer kan de (lokale) grondwatervoorraad aangevuld worden en kunnen de gevolgen van droogte worden beperkt. Maar die balans kan – onder meer afhankelijk van de bodemopbouw in relatie tot natte weersomstandigheden – doorslaan naar een teveel aan grondwater, met overlast tot gevolg.
•
In het educatie- en bewustwordingsbeleid gaat het primair om afkoppelen van de gemengde riolering, maar ook het water lokaal in de bodem infiltreren dan wel hergebruik van het water kan hier onderdeel van zijn.
Waterverbruik / Huishoudens (als indicatie van waterverbruik) / Opgepompt grondwater Beleidsaspecten die zouden pleiten voor een heffing waarin de mate van drink- en/of grondwaterverbruik in de grondslag verwerkt is, zijn: •
Het (watergerelateerde) financieel beleid is gericht op een goede instandhouding van de bestaande voorzieningen en de vervanging hiervan op de lange termijn, rekening houdend met nieuwe inzichten en (klimaat)veranderingen. De gemeente is verantwoordelijk voor het transport van huishoudelijk afvalwater en maakt hier kosten voor. De primaire bron van huishoudelijk afvalwater is drinkwater dat in huishouden gebruikt wordt.
•
In het grondwaterbeleid is opgenomen dat de functie van een perceel niet structureel belemmerd mag worden. Lokaal kan dit optreden door verdroging, als gevolg van tijdelijke of permanente grondwateronttrekkingen.
Vast bedrag Uit het PWR volgt geen directe motivatie voor een vast bedrag per perceel. Hoewel een vast bedrag de perceptiekosten (inningskosten) kan verminderen, gaat het PWR uit van een kostendekkende rioolheffing, niet expliciet een zo laag mogelijke rioolheffing. WOZ-waarde Uit het PWR volgt geen directe motivatie voor de WOZ-waarde als grondslag.
Onze referentie: 5AJ7M7JCCEYU-180673729-245:02 - DatuOnze referentie: 5AJ7M7JCCEYU-180673729-245:02 - Datum: 6 december 2023 - Internal
7 van 7