Memo MER natuur- en landschapspark Vlagheideberg 6-12-2024
Tekst van het document
Aan: gemeenteraad Meierijstad Van: Johan van Gerwen 6-12-2024
MER en natuur- en landschapspark Vlagheideberg In de commissievergadering d.d. 28 november 2024 is (door PvdA-GroenLinks) de vraag gesteld in hoeverre een MilieuEffectRapportage (MER) relevant is voor de geplande investeringen in fase 1 op de Vlagheideberg. Toegezegd is hierop terug te komen. 1. Is het plan MER-plichtig?. Een officiële MER niet aan de orde is. De activiteiten waarvoor een MER verplicht is staan beschreven in artikel 11.6 en Bijlage V van het Omgevingsbesluit. Hieruit blijkt dat het uitvoeren van een MER niet verplicht is omdat het niet gaat om één van de in bijlage V genoemde categorieën. In de categorieën Toerisme, sport en recreatie worden de volgde activiteiten genoemd M1. Aanleg, wijziging of uitbreiding van skihellingen, kabelbanen en bijbehorende voorzieningen . M2. Aanleg, wijziging of uitbreiding van jachthavens. M3. Aanleg, wijziging of uitbreiding van vakantiedorpen of hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen. M4. Aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente kampeer- of caravanterreinen. M5. Aanleg, wijziging of uitbreiding van themaparken. M6. Oprichting, wijziging of uitbreiding van permanente race- of testbanen voor gemotoriseerde voertuigen. Het inrichten van het natuur- en landschapspark Vlagheide valt hier niet onder.
Daarnaast kan er ook geen verplichting volgen omdat het niet gaat om het wijzigen van het Omgevingsplan (het besluit dat in Kolom 4 van de bijlage staat genoemd). Tot slot heb je als bevoegd gezag ook de verplichting om te kijken of er niet toch aanzienlijke milieueffecten kunnen zijn (de “vergewisplicht”). Die verplichting is er alleen bij de hierboven genoemde categorieën van activiteiten. Het aanleggen van de wandel- en fietspaden, valt niet onder de categorieën. 2. Is een vrijwillige MER zinvol? Een vrijwillige MER doe je alleen als je verwacht dat er aanzienlijke milieueffecten zullen zijn. Om na te gaan of er aanzienlijke milieueffecten zijn, is er het instrument van de mer--beoordeling In een mer-beoordeling doe je een kwalitatieve beoordeling (dus geen onderzoeken en berekeningen) van de te verwachten milieueffecten aan de hand van 3 criteria: • De kenmerken van het project; • De locatie van het project; • De potentiële milieugevolgen van het project. Een MER-beoordeling hoeft niet heel uitgebreid te zijn. In dit geval is de verwachting dat de milieueffecten vooral lokaal van aard zijn en niet zo ingrijpend dat een diepgaand onderzoek en een vergelijking van verschillende alternatieven in het kader van een MER noodzakelijk is. Daarmee is een vrijwillige MER ook niet zinvol.
1
3. Quick Scan Bij de visievorming naar het natuur- en landschapspark enkele jaren terug is een ‘Quick scan soortbescherming Vlagheideberg’ uitgevoerd (rapport d.d. 19-1-2022). Dit onderzoek wordt ter info als bijlage bij deze memo aan de gemeenteraad alsnog beschikbaar gesteld. Deze quick scan leidt tot de volgende conclusies: Algemene Zorgplicht Te allen tijde geldt voor alle soortgroepen de algemene zorgplicht. Het is van belang dat iedereen bij de uitvoering van de werkzaamheden zich hiervan bewust is. Geadviseerd wordt om activiteiten die nadelig zijn voor in het wild levende dieren en planten (ongeacht bescherming), in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen te nemen om onnodige schade aan deze soorten te voorkomen. Bij het aantreffen van diersoorten moeten deze de kans worden gegeven om de werkzaamheden te ontvluchten. Vleermuizen Het plangebied dient mogelijk als foerageergebied voor vleermuizen. Dit betreft echter geen essentieel foerageergebied aangezien in de omliggende omgeving voldoende alternatieve locaties aanwezig zijn met soortgelijke en betere functie. De voorgenomen werkzaamheden leiden dan ook niet tot overtreding van verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. Vogels Geadviseerd wordt om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren.
Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd binnen de broedperiode (15 maart- 15 augustus), is verstoring of vernietiging van in gebruik zijnde nesten binnen het plangebied niet uit te sluiten. Overtreding van verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming is dan mogelijk aan de orde. In dit geval kan ook worden geprobeerd om het plangebied voorafgaande aan het broedseizoen ongeschikt te maken voor broedvogels. Grondgebonden zoogdieren Voor de algemene grondgebonden zoogdieren die voor kunnen komen in en rondom het plangebied (zoals egel, mol en konijn) geldt in de provincie Brabant een algemene vrijstelling ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat in gevallen waar de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, geen ontheffing aangevraagd hoeft te worden wanneer verbodsbepalingen voor deze soorten worden overtreden. Wel geldt voor deze soorten een wettelijke zorgplicht. Indien dergelijke soorten worden waargenomen tijdens de werkzaamheden dienen deze de mogelijkheid te krijgen om te kunnen vluchten buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. In fase 1 van de investeringen in de Vlagheideberg blijven we buiten de MOB-complexen, we kappen geen bomen en brengen geen verlichting aan op de berg. Dit maakt dat er naast de uitgevoerde quick scan geen aanvullend natuuronderzoek nodig is.
Dat zal bij fase 2 voor activiteiten in de MOB-complexen wel nodig zijn.
2
4. Literatuurstudie Verder wijzen we de gemeenteraad nog op een literatuurstudie die als bijlage bij het raadsvoorstel beschikbaar is gesteld. Dit is het resultaat van een separaat traject met de Natuurwerkgroep Eerdse Bergen dat het afgelopen jaar is doorlopen en waarbij afspraken zijn gemaakt. In dit traject is op basis van beschikbare rapportages uitgebreid studie gedaan naar de waarden, kansen en bedreigingen van natuur en landschap op de Vlagheideberg en in de directe omgeving. In deze analyse en beschrijving kon de Natuurwerkgroep zich vinden (aanvullend onderzoek was niet nog). Vervolgens zijn er afspraken gemaakt over een vorm van ‘compensatie’ als het concept van wandelen, fietsen en spelen op de berg wordt aangelegd. We zetten in op het autovrij maken van Stuifzand en gaan samen een zoneringsplan opstellen om de recreatieve druk in de Eerdse en Koeverings Bergen te verminderen. 5. Is er aanvullend nog onderzoek nodig? De zorgen over de impact van de investeringen in wandel, fiets- en MTB-paden in fase 1 van de Vlagheideberg richten zich vooral op de effecten op natuurwaarden. Gelet op bovenstaande toelichtingen trekken we de conclusie dat er voldoende aandacht is besteed aan de natuurwaarden op de Vlagheideberg. Aanvullend onderzoek in relatie tot fase 1 van het natuur- en landschapspark Vlagheideberg achten we dan ook niet nodig.
3