CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo inzake voorstel amendement VVD

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Memo n.a.v. toezegging commissie REB 14 september 2023978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo

Voor

Gemeenteraad Meierijstad

Van

Kopie aan

wethouder J. van Burgsteden, Werkatelier

Carry Mulder-van den Biggelaar Gebiedsontwikkeling en planologie

J. Goijaarts Datum

18 september 2023

Zaaknummer

1948.2.320.772

Bijlage(n)

Onderwerp

Reactie op voorstel amendement inzake weigering bestemmingsplan Rembrandtlaan 16-18, Veghel

Aanleiding De VVD heeft een voorstel tot amendement gedaan bij het raadsvoorstel "Bezwaar weigering bestemmingsplan Rembrandtlaan 16-18 te Veghel" Men geeft hierbij aan dat: "De in het besluit van het college van 2 februari 2023 aangevoerde weigeringsgronden op zich voldoende draagkrachtig zijn ter onderbouwing van dat besluit maar dat het gewenst is dat de motivering van het besluit op bezwaar zodanig wordt aangevuld dat de rechtsgrondslag van de weigering voor de aanvrager duidelijker wordt. " met als voorstel het voorstel tot beslissing op bezwaar als volgt aan te vullen: "'de bestreden beschikking d.d. 2 februari te handhaven met dien verstande dat aan de beslissing op bezwaar (bijlage 5) als motivering wordt toegevoegd dat instemmen met de aangevraagde bestemmingsplanherziening zou leiden tot een bestemmingsplanwijziging die in redelijkheid niet kan worden uitgevoerd en dit in strijd zou zijn met artikel 3.1.6, eerste lid, aanhef en onder f,van het Besluit ruimtelijke ordening, in samenhang bezien met artikel 3.1, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening. " Verzoek Verzocht is om juridisch te beoordelen of de voorgestelde toevoeging van toegevoegde waarde is. Antwoord - Voorgesteld wordt om een argument aan het besluit toe te voegen, namelijk dat een wijziging van het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is.

Uitvoerbaarheid kan uitgewerkt worden op op meerdere punten: maatschappelijke uitvoerbaarheid (1), economische uitvoerbaarheid (2) waarbij ook private belemmeringen (3) meegewogen dienen te worden. Op deze drie punten ga ik hieronder in: 1. Onder maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt verstaan dat de raad bij de keuze van een bestemmingswijziging een afweging moet maken van alle belangen die daarbij betrokken zijn en

dus belangen van eigenaren, omwonenden en andere belanghebbenden betrekt bij het besluit. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen. De argumenten die de grondslag bieden voor het besluit van 2 februari 2023 kunnen gezien worden als argument dat het eventueel wel wijzigen van het bestemmingsplan stuit op de maatschappelijke uitvoerbaarheid daarvan. Alle belangen afwegende is een wijziging van het bestemmingsplan niet opportuun. 2. De economische uitvoerbaarheid zal hier niet direct als argument kunnen worden tegengeworpen. Er zijn immers geen aanwijzingen dat de aanvrager de kosten voor de wijziging niet zou willen dragen of dat de feitelijke uitvoering van de wijziging van het bestemmingsplan financieel niet haalbaar is. De eventuele financiële afhandeling onderling bij de eigenaren, is hier niet relevant (zie ook onder 3). 3. Uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in private zin is niet zonder meer een argument voor het wel of niet wijzigen van het bestemmingsplan. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak dat voor het oordeel door de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan de verlening van een omgevingsvergunning in de weg staat, slechts aanleiding is wanneer deze een evident karakter heeft.

Dit omdat de burgerlijke rechter de eerst aangewezene is om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een activiteit. In dit geval zou wellicht de private belemmering het financiële argument zijn voor de wijziging van het bestemmingsplan. Dit is echter o.i. geen evidente private belemmering waardoor het bestemmingsplan niet gewijzigd zou kunnen worden. De wijziging is hooguit voordelig voor de ene eigenaar en nadelig voor de andere eigenaar. Dat dit leidt tot een eventuele juridische strijd tussen de huidige eigenaren, doet hier niets aan af. Op grond van hetgeen onder punt 1. staat, kan geconcludeerd worden dat dit verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan stuit op de maatschappelijke uitvoerbaarheid daarvan: alle belangen afwegende acht het college een wijziging van het bestemmingsplan immers niet opportuun. Rechtspraak inzake uitvoerbaarheid Met betrekking tot specifiek maatschappelijke uitvoerbaarheid stelt de rechtspraak voornamelijk dat als men stelt dat er geen maatschappelijk draagvlak bestaat niet betekent dat het plan niet overeenstemt met een goede ruimtelijke ordening. Voorts overweegt de voorzieningenrechter met betrekking tot de maatschappelijke uitvoerbaarheid dat de raad bij de keuze van een bestemming een afweging moet maken van alle belangen die daarbij betrokken zijn.

Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen.1 Bestemmingsplannen worden niet snel vernietigd vanuit de aanname van een gebrek aan maatschappelijke uitvoerbaarheid. Conclusie Artikel 3.6.1 onder f. Bro kan als juridische grondslag voor de motivering die reeds is uitgewerkt voor het besluit, gebruikt worden: alle belangen afwegende acht de raad een bestemmingswijziging niet opportuun, dus maatschappelijk niet uitvoerbaar. Het gebrek aan toestemming van de andere eigenaar (gebrek aan draagvlak) is geen argument om te spreken van een maatschappelijk onuitvoerbaar plan.

1 ECLI:NL:RVS:2019:19

Zaaknummer 1948.2.320.772

Pagina 2 van 3

datum 18 september 2023

Daarbij weten we dat plannen niet vaak vernietigd worden vanwege een gebrek aan maatschappelijke uitvoerbaarheid, dat wordt snel aangenomen. Maar ook kan het besluit bijvoorbeeld juridisch gedragen worden door bv. de algemene plicht tot belangenafweging op grond van artikel 3:4 Awb. Er zijn dus wellicht meerdere juridische grondslagen te vinden waar het besluit op is gebaseerd. Wij zijn ervan overtuigd dat het voorstel zoals aan de raad voorgelegd voldoende argumenten bevat voor een juridisch houdbaar besluit. Een eventuele juridische grondslag voor de genoemde argumenten hoeft ons inziens niet expliciet benoemd te worden en is dan ook niet nodig. De voorgestelde toevoeging is overigens ons inziens niet onjuist. Wellicht is het dan nog te overwegen expliciet te maken dat hier de maatschappelijke uitvoerbaarheid bedoeld wordt door toevoeging van het woord ‘maatschappelijke’. Kortom: Wij denken dat het voorstel tot amendement geen toegevoegde waarde heeft maar ook geen afbreuk doet aan het voorgestelde besluit.

Zaaknummer 1948.2.320.772

Pagina 3 van 3

datum 18 september 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=06c7d2d2-ab5f-482f-9aed-9d81d18ea5d8