CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo BRO inzake spuitzones Erpseweg Zuid

Raadsvergadering 26 juni 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Wijziging raadsbesluit tot gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Veghels Buiten - Erpseweg Zuid, 1e herziening5.358 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

advies

Onderwep Memo inzake spuitzones, VoVo ErpsewegZuid datum 2 mei 2025 Projectnummer P05552

Inleiding

Resumé

Op 23 mei 2024 is het bestemmingsplan ‘Veghels Buiten, deelgebied

Het te transformeren agrarische bedrijfsperceel grenst aan agrarische

Erpseweg-Zuid, 1e herziening’ vastgesteld door de gemeente Meierij-

bestemmingen. Hierbij kan akkerbouw als laagblijvende eenjarige teelt

stad. Het bestemmingsplan voorziet in een herziening van het bestem-

als representatieve invulling van de maximale planologische situatie

mingplan Veghels Buiten — Erpseweg Zuid 2016. In dat bestemmings-

worden beschouwd.

plan is het maximum aantal te bouwen woningen op nieuwe woningbouwlocaties in het deelgebied Erpseweg Zuid vastgesteld op 705 (in-

Met deze herziening wordt er geen nieuwe functie mogelijk gemaakt en

clusief ‘wonen - 2’). Volgens het bestreden besluit is het, om alle Ioca-

zal de onderliggende woonbestemming hoe dan ook overeind blijven.

ties binnen dit deelgebied te kunnen ontwikkelen, nodig om dit maxi-

De beoogde planologische wijziging heeft dan ook geen gevolgen voor

mum te verhogen tot 765. Daarnaast wordt in de herziening een aan-

de mogelijke toekomstige beperking van de agrarische exploitatie van

BRO projectleider JRi

passing van de erfbebouwingsregeling voor twee woonlocaties geregeld

de omliggende gronden.

voor de locaties waar de gewijzigde erfbebouwingsregeling en/of water-

Daarbij kan in overweging worden genomen dat wanneer er voor was

projectteam JvdA, WvdH

berging geregeld wordt, een bestendiging van de enkelbestemming

gekozen om met onderhavig plan enkel het aantal woningen te wijzigen

voorzien. Voor de duidelijkheid is deze enkelbestemming opnieuw op de

(zoals nu ook is gedaan met de gebiedsaanduiding) er ook geen nieuwe

verbeelding opgenomen.

woonbestemming op had hoeven te worden gelegd en was de discussie

opdrachtgever Gemeente Meierijstad

review JRi

en wordt een aanduiding Waterberging opgenomen. Om deze reden is

of de woonbestemming op die bouwvelden de agrariër belemmerd in Tegen dit besluit heeft appalant beroep ingesteld. Appellant heeft een

zijn bedrijfsvoering ook niet gehouden. Ook is te stellen dat er reeds

melkveebedrijf aangrenzend aan het plangebied. Hij kan zich niet met

sprake is van een belemmerende werking vanwege de omliggende wo-

het bestemmingsplan verenigen omdat hij vreest daardoor in zijn agrari-

ningen door een gerede kans op klachten.

sche bedrijfsvoering te worden belemmerd. Het bestemmingsplan voor-

Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55

ziet in de bestemming ‘Woongebied – erf’ met een bouwvlak, waarbij

Er is tevens sprake geweest van een zorgvuldige belangenafweging

aan de noordzijde van het plangebied in het geheel geen rekening wordt

waarbij zowel het belang van de agrariër als het belang voor het voor-

gehouden met een afstand tot zijn aangrenzende agrarische gronden,

zien in de woningbouwbehoefte is meegewogen. Verder is gekeken

en aan de oostzijde met een afstand die iets korter is dan 50 m. De raad

naar het woon- en leefklimaat van de toekomstige bewoners. Hoewel dit

heeft mede daarom volgens hem onvoldoende rekening gehouden met

in de voorgaande bestemmingsplannen al impliciet is afgewogen, is

zijn belangen bij het nemen van het besluit. Appalant heeft de voorzie-

aanvullend een locatie gebonden onderzoek gedaan om te bezien of het

ningenrechter verzocht de voorziening te treffen dat het bestemmings-

gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in dit geval redelijkerwijs te

plan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist.

verwachten is en leidt tot een situatie van een onaanvaardbaar woon-

info@bro.nl www.bro.nl

en leefklimaat. In lijn met het voorzorgbeginsel kan worden voorzien in U heeft BRO gevraagd om memo op te stellen waarin het beroep van

maatregelen waarmee het driftblootstellingsrisico in deze specifieke situ-

appalant nader wordt beschouwd en gemotiveerd wordt waarom wo-

atie zo klein mogelijk wordt gemaakt / gehouden zoals een haag.

ningbouw op deze locatie wél aanvaardbaar wordt geacht.

1/9

1

Achtergrond

1.1

Juridisch-planologisch

Veghels Buiten - Erpseweg Zuid 2016

In 2008 is de toenmalige gemeente Veghel gestart met de ontwikkeling

Op 20 oktober 2016 is door de gemeente Meierijstad het bestemmings-

van een nieuwbouwplan voor woningbouw aan de zuidoostkant van

plan Veghels Buiten - Erpseweg Zuid 2016 vastgesteld. Het bestem-

Veghel, Veghels Buiten. Deze uitbreiding bestaat uit twee delen: De

mingsplan omvat de ontwikkeling van het eerste woongebied van de

Oude Ontginning en de Nieuwe Ontginning. Voor Veghels Buiten is een

Nieuwe Ontginning in Veghels Buiten. Daarnaast bevat het bestem-

Masterplan vastgesteld (mei 2008) waarin de visie op de ontwikkeling

mingsplan voor de gebieden waar geen ontwikkelingen plaatsvinden

van beide plandelen is opgenomen.

een consoliderende regeling voor de huidige bestemmingen (gebruiksen bouwmogelijkheden).

Het bestemmingsplan Veghels Buiten - Erpseweg Zuid (vastgesteld op 29 maart 2012) is de vertaling van het Masterplan in een juridisch-plano-

In het deelgebied Erpseweg Zuid, waarvoor initieel het bestemmings-

logische regeling voor het eerste deelgebied van het plandeel Nieuwe

plan op 29 maart 2012 is vastgesteld kunnen in totaal maximaal 705

Ontginning. Vanwege ontwikkelingen in de woningbouwmarkt, die vra-

nieuwe woningen worden gerealiseerd. Daarbij wordt onderscheid ge-

gen om aanpassing van het plan, is er een herziening opgesteld: Be-

maakt in verschillende typen nieuwe buurtschappen, waarbij als bena-

stemmingsplan Veghels Buiten - Erpseweg Zuid 2016.

mingen werden gehanteerd: Erf, Gehucht en Klooster. Ook kunnen enkele solitaire woningen worden toegevoegd (‘wonen – 2’). Daarnaast is in dit plan sprake van inpassing van een aantal bestaande woningen. In het deelplan Erpseweg Zuid hebben alle nieuwe buurtschappen een eigen nummer gekregen (specifieke bouwaanduiding). In de herziening van het bestemmingsplan Erpseweg Zuid 2016 is er voor gekozen om de benaming van de verschillende typen ontwikkellocaties of buurtschappen te vereenvoudigen en deze aan te passen in:

Figuur 1 Weergave bestemmingsplan Veghels Buiten - Erpseweg Zuid 2016, met bouwvelden 3100 en 3200 rood omlijnd

Erf, Gehucht en Klooster. De bouwvelden 3100 en 3200 waar onderhavige notitie op ziet maken onderdeel uit van het deelgebied ‘erf’. In dit bestemmingsplan is er een voortzetting van de woonbestemming mogelijk gemaakt en zijn er enkele specifieke regels gewijzigd. Er is dus geen sprake geweest van een geheel nieuwe situatie met andere hoofdfuncties binnen het nu betwiste plangebied.

Memo inzake spuitzones, VoVo Erpseweg-Zuid

2/9

Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg-Zuid, 1e herziening

Met andere woorden, een zelfstandige voorziening zoals een erf of tuin

Inmiddels zijn of worden een groot deel van de bouwvelden binnen het

met bijbehorende gebruiksmogelijkheden is zonder meer toegestaan los

bestemmingsplan ingevuld met woningen, maar voor de bouwvelden

van de discussie of er sprake is van de wijziging van een regime (in de

3100 en 3200 is de planvorming nog gaande was. Inmiddels zijn er ver-

zin van bouwregels of aantal woningen). In dat opzicht moest dan ook

gunningen verleend voor woningbouw op beide locaties op basis van dit

altijd rekening gehouden worden met een gevoelige functie.

bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is een parapluregel opgenomen voor het totale deelgebied Veghels Buiten Erpseweg Zuid. Bij de planherziening is ook de plansystematiek aangepast op het meer uitgekristalliseerde stedenbouwkundige plan voor deze bouwvelden. Voor het gehele deelgebied Erpseweg-Zuid is geregeld dat het aantal woningen maximaal 765 bedraagt. De verhoging van het aantal woningen binnen dit deelgebied heeft te maken met marktontwikkelingen en met het realiseren van een groter aandeel sociale en goedkopere woningen binnen de bouwvelden. Deze planaanpassing is dus nodig om te voorzien in een grote maatschappelijke behoefte, namelijk die van voldoende betaalbare woningbouw. Er wordt geen andere of nieuwe bestemming binnen de bouwvelden 3100 en 3200 mogelijk gemaakt dan op grond van de hiervoor geldende bestemmingsplannen reeds mogelijk was. Immers was in geen van de voorgaande bestemmingsplannen een verdeling van woningen over de verschillende bouwvelden opgenomen. Hierdoor moest in alle

Figuur 2 Weergave bestemmingsplan Veghels Buiten - deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening, met bouwvelden 3100 en 3200 rood omlijnd

gevallen rekening gehouden worden binnen alle daarvoor aangewezen bestemmingsvlakken. Dit verandert met voorliggende herziening niet.

Conclusie Uit de voorgaande analyse blijkt dat ter plaatse van de bouwvelden

Los van het feit dat het aantal woningen binnen Erpseweg-zuid zal toe-

3100 en 3200 onder meerdere opeenvolgende juridisch-planologische

nemen, zijn de gronden van 3100 en 3200 bestemd voor een gebruik

regimes woningen zijn toegestaan. De eerste afweging dat woningbouw

voor ‘voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, tuinen, voet- en

op deze locaties ruimtelijk passend wordt geacht, is in 2008 gemaakt bij

fietspaden, groen, water en waterberging’. Dit volgt uit artikel 9.1 lid d

de vaststelling van het Masterplan. Deze afweging is vervolgens in

van de herziening, maar dit artikel is overgenomen uit artikel 9.1 lid e uit

meerdere opvolgende wijzigingen van het bestemmingsplan bestendigd.

het bestemmingsplan Veghels Buiten - Erpseweg Zuid 2016.

Memo inzake spuitzones, VoVo Erpseweg-Zuid

3/9

1.2

Bestaande situatie

Agrarisch grondgebruik

Wateraspecten

Er is door Adromi Groep een rapport opgesteld waarin het aspect drift-

De gronden grenzend aan het plangebied welke in eigendom zijn van

Blijkens de Legger van het Waterschap Aa en Maas is geen sprake van

blootstelling wordt beschouwd t.a.v. onderhavige casus. De belangrijk-

appellant kennen via het al genoemde bestemmingsplan ‘Veghels Bui-

beschermde watergangen tussen het plangebied en de relevante agrari-

ste gegevens en conclusies worden in deze notitie behandeld. Het volle-

ten - Erpseweg Zuid 2016’ een agrarische bestemming die grondgebon-

sche gronden. Wel aanwezige watergangen zijn niet jaarrond watervoe-

dige rapport is opgenomen als bijlage.

den veehouderij en akkerbouw toelaat. Teeltondersteunende bouwwer-

rend, met uitzondering van de beschreven waterpartij in de noordwest-

ken zijn toegelaten tot een hoogte van 4 meter. Direct ten noorden van

hoek van het plangebied. Dit betekent dat er geen zogenaamde teelt-

Het plangebied is gelegen ten zuidoosten van de kom van Veghel en

het plangebied is aan de Erpseweg 6 een bouwvlak ingetekend ter

vrije zone dient te worden aangehouden. De locatie is niet gelegen in

ten westen van de kom van Erp. De omgeving kan worden gekwalifi-

plaatse van het bedrijf van appellant.

grondwaterbeschermingsgebied, zodat op die grondslag geen beperkin-

ceerd als buitengebied met voornamelijk een woonfunctie. Ten westen

gen gelden voor wat betreft de in te zetten gewasbeschermingsmidde-

en zuiden is sprake van al deels gerealiseerde woningen als onderdeel

Via de basisregistratie gewaspercelen kan een indruk worden verkregen

van het plan ‘Veghels Buiten’. In de noordwesthoek van het plangebied

van het agrarische grondgebruik. Verwezen wordt naar navolgend fi-

is sprake van een bosschage met waterpartij welke is aangelegd in het

guur. Voor 2023 blijkt dat op omliggende gronden sprake is geweest van

kader van de watercompensatie. Het plangebied is kadastraal bekend

grasland en teelt van aardappels. In de verdere omgeving is sprake van

als gemeente Veghel, sectie N, nummers 1386, 2893 en 2379 tot en

graspercelen en van akkerbouw in de vorm van mais, luzerne en aard-

met 2302. De aangrenzende gronden in eigendom van appellant betref-

appels. Gegevens uit eerdere jaren, vanaf 2008, laten geen ander beeld

fende de percelen met nummer 420, 421, 1686 en 1687 (zie navolgend

zien. Er is sprake van zandgrond (Beekeerdgronden; leemarm en zwak

figuur).

lemig fijn zand), een grondsoort welke in combinatie met bemesting ge-

len.

schikt is voor akkerbouw.

Figuur 5 Uitsnede Legger waterstaatswerken 2023 (bron: Adromi Groep)

Figuur 3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg-Zuid, 1e herziening' aangrenzende gronden in eigendom van appellant rood omlijnd (bron: Adromi Groep)

Memo inzake spuitzones, VoVo Erpseweg-Zuid

Figuur 4 Uitsnede basisregistratie gewaspercelen (bron: Adromi Groep)

Figuur 6 Overzicht teelten vanaf 2009 (bron: Adromi Groep)

4/9

2

Afweging

‘Woongebied’ met de daarbij behorende gebruiksmogelijkheden besten-

worden gemaakt binnen het totale gebied Erpseweg-Zuid, maar het ge-

digd. Met deze herziening wordt er geen nieuwe functie mogelijk ge-

bied met een voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functie niet

Bestendigen van bestemming

maakt. De onderliggende woonbestemming is in het bestemmingsplan

uitgebreid, wordt de agrariër niet verder beperkt in zijn bedrijfsvoering.

Zoals in par. 1.1 is geconcludeerd, is er sprake van een opeenvolgende

‘Veghels Buiten - Erpseweg Zuid’ reeds vastgelegd en de regeling in het

Dit blijkt ook uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van

bestendiging van bestaande planologische rechten. Volgens vaste juris-

bestemmingsplan ‘Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg-Zuid, 1e her-

de Raad van State1:

prudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

ziening’ is dus een voortzetting hiervan.

2.1

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in haar uitspraak

kunnen in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten worden ontleend. De raad heeft bij de vaststelling van

Er wordt geen andere of nieuwe bestemming binnen de bouwvelden

van 17 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2560, onder 3.4), wordt een

een bestemmingsplan de beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wij-

3100 en 3200 mogelijk gemaakt dan op grond van de hiervoor geldende

planologische keuze die ziet op een afstand van 50 m tussen gevoelige

zen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruim-

bestemmingsplannen reeds mogelijk was. Immers was in geen van de

functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmidde-

telijke ordening nodig acht. Dit volgt uit vaste jurisprudentie (o.a. ABRS

voorgaande bestemmingsplannen een verdeling van woningen over de

len worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk geacht. Dit neemt

22 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1599). De raad kan op grond van ge-

verschillende bouwvelden opgenomen. Hierdoor moest in alle gevallen

niet weg dat het college een kortere afstand in een bepaalde situatie

wijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken be-

rekening gehouden worden binnen alle daarvoor aangewezen bestem-

toereikend kan achten voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

langen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. De

mingsvlakken. Dit verandert met voorliggende herziening niet. Los van

primaire vraag in onderhavige situatie is of de raad in redelijkheid de be-

het feit dat het aantal woningen binnen het totale gebied Erpseweg-Zuid

Zoals de Afdeling verder eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld in de uit-

stemmingen, die volgens de hiervoor geldende bestemmingsplannen

zal toenemen, zijn de gronden van 3100 en 3200 bestemd voor een ge-

spraak van 10 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:276), zijn ook tuinen

reeds van toepassing waren, met de onderhavige herziening kon be-

bruik voor ‘voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, tuinen, voet-

bij woningen een voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functie.

stendigen. Tevens is de vraag of er, op basis van gewijzigde planolo-

en fietspaden, groen, water en waterberging’. Dit volgt uit artikel 9.1 lid d

gische inzichten of omstandigheden, aanleiding bestond tot het vaststel-

van de herziening, maar dit artikel is overgenomen uit artikel 9.1 lid e uit

13.4. Niet in geschil is dat het planologisch toegestaan is om gewassen

len van andere regels.

het bestemmingsplan Veghels Buiten - Erpseweg Zuid 2016. Met an-

te verbouwen op de gronden grenzend aan het plangebied. Zo zijn de

dere woorden, een zelfstandige voorziening zoals een erf of tuin met bij-

gronden van [appellante] momenteel in gebruik als grasland, maar [ap-

Situatie en wijze van bestemmen bouwvelden 3100 en 3200

behorende gebruiksmogelijkheden is zondermeer toegestaan los van de

pellante] heeft gesteld dat er ook maïs en aardappelen zijn en worden

discussie of er sprake is van de wijziging van een regime (in de zin van

geteeld. Dit zijn geen houtachtige gewassen. De Afdeling is er daarom

Zoals benoemd vindt er met het bestemmingsplan ‘Veghels Buiten,

bouwregels of aantal woningen). In dat opzicht moest dan ook altijd re-

niet van overtuigd dat het gebruiksverbod van artikel 3.5.2, aanhef en

deelgebied Erpseweg-Zuid, 1e herziening’ een wijziging plaats in de wo-

kening gehouden worden met een gevoelige functie ter plaatse van de

onder d, van de regels van het bestemmingsplan het gebruik van ge-

ningaantallen (geldend voor het gehele deelgebied Erpseweg-Zuid) en

betrokken gronden.

wasbeschermingsmiddelen in de weg staat.

den 3100 en 3200 doorgevoerd, die beter aansluit op het stedenbouw-

In feite zou de agrariër door de woonfunctie in het bestemmingsplan

Op dit moment staat er in het plangebied al een burgerwoning. De rest

kundige plan voor deze velden. Er is geen aanleiding geweest tot het

‘Veghels Buiten - Erpseweg Zuid’ altijd al rekening hebben moeten ge-

van het plangebied wordt gebruikt als tuin en dat gebruik is planologisch

opnemen van andere bestemmingen en, mede vanuit het oogpunt van

houden met de woonfunctie of andere gevoelige functie die volgt vanuit

ook toegestaan. Dit betekent dat [appellante] in de huidige situatie al

rechtszekerheid voor zowel de eigenaar van de betrokken te ontwikke-

de direct toegestane voorzieningen binnen de bouwvelden 3100 en

wordt beperkt in haar bedrijfsvoering, in die zin dat, als zij gewasbe-

len gronden voor woningbouw als voor derden, is de bestemming

3200. Doordat er met het wijzigingsplan enkel extra woningen mogelijk

schermingsmiddelen gebruikt binnen 50 m van het plangebied, zij kan

2.2

is er een (minimale) wijziging in de regelsystematiek voor de bouwvel-

1

Raad van State, 16-08-2023, CLI:NL:RVS:2023:3128

Memo inzake spuitzones, VoVo Erpseweg-Zuid

5/9

worden geconfronteerd met klachten van de bewoners van de huidige

den de bestemming ‘Woongebied’ op te nemen, zodat een nieuwe een-

2.5

woning. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen heeft het opne-

duidige bouwregelset voor de bouwvelden 3100 en 3200 in één bestem-

Uit bovenstaande overwegingen en afwegingen blijkt voldoende dat de

men van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan niet in de

mingsplan van toepassing is. Als er voor was gekozen om met onderha-

raad bij vaststelling van het bestemmingsplan weloverwogen en in rede-

weg gestaan. Met die bevoegdheid is de komst van een extra woning in

vig plan enkel het aantal woningen te wijzigen (zoals nu ook is gedaan

lijkheid de bestemming ‘Woongebied’ op de bouwvelden 3100 en 3200

beginsel aanvaardbaar geacht. Door het wijzigingsplan komt er een wo-

met de gebiedsaanduiding) had er ook geen nieuwe woonbestemming

heeft kunnen bestendigen. Uit de tussenuitspraak van de Afdeling blijkt

ning bij maar wordt het gebied met een voor gewasbeschermingsmidde-

op de te betrekken gronden worden opgenomen en was de discussie of

dat veel waarde wordt gehecht aan het uitvoeren van een locatie-speci-

len gevoelige functie niet uitgebreid. In zoverre zijn de omstandigheden

de woonbestemming op die bouwvelden de agrariër belemmert in zijn

fiek onderzoek. Zorgvuldigheidshalve is een dergelijk onderzoek dan

in deze zaak al anders dan die in de door [appellante] genoemde uit-

bedrijfsvoering ook niet gehouden.

ook uitgevoerd (zie reeds par. 1.2 alsmede de bijlage). Dit onderzoek is

spraak van 25 januari 2023. De extra woning zal niet leiden tot een ver-

Locatie-specifiek onderzoek

mede gericht op de onderbouwing dat in dit specifieke geval kan worden

dere beperking van de bedrijfsvoering van [appellante]. Daarbij komt dat

2.3

Bestaande functies

[appellante] geen inzicht heeft gegeven waar, wanneer en in welke mate

Op de aanliggende gronden ten oosten en westen van de agrarische

van gevoelige functies moet worden aangehouden. Dat van deze af-

zij gewassen teelt. Zij beschikt over veel gronden waar gewassen kun-

percelen van appellant komen reeds woonfuncties voor met daarbij be-

stand onder omstandigheden kan worden afgeweken, blijkt zonder meer

nen worden geteeld zonder dat zij daar wordt gehinderd in haar bedrijfs-

horende tuinen. Specifiek gaat het hierbij om de (bedrijfs)woning aan de

uit de jurisprudentie.

voering. Daarom ziet de Afdeling niet in dat het wijzigingsplan een reële

Erpseweg 8 en de nieuwbouwwoningen aan de Herenakker/Meltersak-

beperking voor de bedrijfsvoering van [appellante] met zich brengt.

ker. Hierdoor is er al sprake van een belemmerende werking, volgens

afgeweken van de vuistregel dat minimaal 50 meter afstand ten opzichte

dat als hij gewasbeschermingsmiddelen gebruikt binnen 50 m van het

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de afdeling op 19 oktober 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3023): Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat in het algemeen een af-

Gegeven is dat woningen op basis van de onderliggende bestemming

plangebied, klachten vanuit de bestaande woningen reeds mogelijk zijn.

stand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvig-

uit het bestemmingsplan ‘Veghels Buiten – Erpseweg Zuid’ (2016) kun-

Het gebruik van grasland of andere teelt waarbij gewasbeschermings-

heid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onrede-

nen worden gerealiseerd, ongeacht de uitspraak op het bestemmings-

middelen niet aan de orde zijn kan binnen deze zone uiteraard wel. Ech-

lijk wordt geacht. Het is mogelijk die afstand te verkleinen als daaraan

plan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg-Zuid, 1e herziening’. De on-

ter door de gerede kans op klachten, is het aannemelijk dat de gronden

een deugdelijke motivering ten grondslag ligt. Deze motivering moet ge-

derliggende woonbestemming blijft hoe dan ook overeind. Ten hoogste

niet zullen worden opgedeeld met verschillende teelt en daarmee ook

baseerd zijn op een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek

zal voor de gebouwen in de zin van het realiseren van extra woningen

niet worden ingezet voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

(vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 30 maart 2016,

de Afdeling2 is de bedrijfsvoering van de agrariër immers al beperkt om2.2.1

Gebiedsaanduiding

boven op de reeds toegestane 705 woningen een vergunning moeten worden verleend, maar voor het gebruik als tuin is of erf is dit zeker niet het geval omdat dat deze functies niet gekoppeld zijn aan de woning maar ook als zelfstandige functie toegestaan zijn. De wijziging van de systematiek van de woonbestemming op de bouwvelden 3100 en 3200 is om aan te sluiten op het beoogde bouwplan. Met het oog op de leesbaarheid is ervoor gekozen om op de bouwvel-

ECLI:NL:RVS:2016:855 (Houten), onder 7).

2.4

Representatief gebruik

Er is sprake van een agrarische bestemming die het grondgebruik be-

In onderhavig geval gaat het om 2 percelen waarbij er een laag- en een

perkt tot akkerbouw en veeteelt. De feitelijke situatie is hiermee in over-

hoogstamboomgaard aanwezig waarbij de afstand tussen het bouwvlak

eenstemming, omdat blijkt dat er sprake is van gebruik als grasland en

en het agrarisch perceel respectievelijk 15 meter en 33 meter bedraagt.

de teelt van mais, aardappelen en dergelijke. Deze teelten hebben over

In het beoogde planvoornemen zijn er op beide plekken een windhaag

het algemeen ook geen teeltondersteunende voorzieningen nodig. Gelet

voorzien (eveneens juridisch geborgd middels de aanduiding ‘specifieke

op deze omstandigheden kunnen eenjarige laagblijvende teelten

vorm van verkeer – windhaag’). De raad heeft Adromi (adviesbureau op

waarop uitsluitend neerwaarts wordt gespoten als de representatieve situatie worden beschouwd.

2

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 16-08-2023, ECLI:NL:RVS:2023:3128

Memo inzake spuitzones, VoVo Erpseweg-Zuid

6/9

het gebied van ruimtelijke ordening en milieu) locatie specifiek onder-

In het betreffende locatie-specifiek onderzoek naar driftblootstelling zijn

Er zijn verschillende redenen waarom er bij neerwaarts spuiten in deze

zoek laten uitvoeren. De uitkomsten zijn vastgelegd in het rapport

de volgende twee aspecten te worden beoordeeld:

representatieve situatie een veel kortere afschermingsafstand dan 50

"Spuitzone onderzoek Asdonckterrein" van 31 maart 2021. De raad stelt

1) Of toevoeging van de nieuwe driftgevoelige bestemmingen tot (ver-

meter redelijkerwijs kan worden gehanteerd:

dat hij hiermee voldoende heeft onderbouwd dat kortere afstanden dan

dergaande) potentiële beperkingen leidt bij toepassing van gewas-

50 meter toereikend zijn tussen de nieuwe woningen en de percelen.

beschermingsmiddelen op omliggende agrarische gronden; 2) Of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan loca-

Een ander voorbeeld is de uitspraak van de afdeling op 17 november

ties (artikel 2.1 lid 3 onder k van de Omgevingswet) in het licht van

2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2560) De raad stelt zich op het standpunt dat het plan niet uit hoefde te gaan

mogelijk nadelige effecten van driftblootstelling op de gezondheid

van de richtafstand van 50 meter voor spuitvrije zones uit het gemeente-

zondheid geen expliciet onderdeel is van de te maken afweging).

spreiding veel minder optreedt. 

De spuitafstand tot het gewas kan kleiner zijn, waardoor druppels beter worden gevangen in het te behandelen gewas.

(onder het oude regime: ‘goede ruimtelijke ordening’, waarbij ge-

De spuithoogte is lager, waardoor druppelverspreiding lager is (druppels hebben minder kans zich te verspreiden voordat deze onder invloed van de zwaartekracht gewas of grond raken).

lijke beleid. Voor zover het plan voorziet in nieuwe kampeerplaatsen, lig-

Er wordt met de zwaartekracht mee gespoten, waardoor druppelver-

Neerwaarts gespoten, laagblijvend gewas heeft veel minder bladop-

gen deze op meer dan 50 meter afstand van de percelen van de maat-

Uit het onderzoek blijkt ten eerste dat de beoogde planologische wijzi-

schap. Binnen een afstand van 50 meter van deze percelen mocht al

ging niet leidt tot een mogelijke toekomstige beperking van de agrari-

Op dit vlak kan op basis van deze overwegingen en zoals geconclu-

verbleven en gerecreëerd worden, wat overeenkomstig een goede ruim-

sche exploitatie van de omliggende gronden.

deerd in het locatie-specifiek onderzoek, er zonder meer van worden uit-

telijke ordening werd geacht. Dit gebruik heeft het plan niet gewijzigd.

Deze conclusie betekent dat de afweging in hoeverre de in het bestem-

gegaan dat er geen rekening meer hoeft te worden gehouden met rele-

De raad merkt daarnaast op dat de maatschap de gronden gebruikt voor

mingsplan opgenomen bestemming ‘Woongebied’ voor de bouwvelden

vante blootstelling aan druppeldrift op een afstand van 12,5 meter uit

akkerbouw en deze op het moment als grasland in gebruik heeft. Voor

3100 en 3200 is beperkt tot de vraag of er sprake is van een aanvaard-

gewassen die neerwaarts worden gespoten. Enkel een zone aan de

dergelijke gronden wordt neerwaartse bespuiting gebruikt. De drift hier-

baar woon- en leefklimaat vanuit oogpunt van volksgezondheid en het

noordzijde van bouwveld 3200 ligt binnen deze redelijkerwijs te hante-

van reikt beduidend minder ver dan 50 meter, de richtafstand die in be-

voorzorgsbeginsel. De belangen van de agrariër zijn immers voldoende

ren afstand.

ginsel wordt gebruikt voor fruitplantages. De drift wordt verder geredu-

afgewogen en deze afweging is voldoende zorgvuldig gemaakt en

ceerd door het gebruik van driftreducerende doppen en spuittechnieken.

draagkrachtig gemotiveerd, Voor het woon- en leefklimaat geldt in ieder

Verder volgt uit het locatie-specifiek onderzoek dat de positie van een

Ook staat er op de grens van het bedrijfsperceel van de maatschap en

geval dat er bij vaststelling van voorgaande bestemmingsplannen een

teeltperceel ten opzichte van een gevoelige functie beperkt relevant is in

het perceel van het recreatiebedrijf een volwassen meidoornhaag die

(impliciete) afweging is gemaakt en dat een gebruik van de gronden

relatie tot driftblootstelling. In die zin heeft het ook weinig meerwaarde

bijdraagt aan de driftreductie.

voor gevoelige functies zonder meer en in alle gevallen is toegelaten

om nieuwe woonpercelen op een bepaalde wijze tot teeltpercelen te po-

(zie par. 2.2 en 2.3).

sitioneren.

het locatie-specifiek onderzoek naar driftblootstelling3, waarin wordt

Voorts is bij het maken van de afweging over het woon- en leefklimaat in

Tot slot zijn eenvoudig te treffen maatregelen dichtbij de bron voorge-

aangetoond dat de wetgever de volksgezondheid beschermt via toela-

relatie tot het voorzorgsbeginsel van belang dat, zoals in par. 2.4 en in

steld ter verdere bescherming van blootstelling aan drift van gewasbe-

ting van steeds veiliger middelen (en uitfasering van andere middelen)

het locatie-specifieke onderzoek is onderbouwd, er sprake is van uitslui-

schermingsmiddelen vanuit het voorzorgsbeginsel. Deze maatregelen

en op algemene driftreductie, niet op afstandseisen.

tend eenjarige laagblijvende teelten op de nabijgelegen gronden. Hierbij

zijn uitvoerbaar binnen de macht van de eigenaar van de te ontwikkelen

wordt uitsluitend neerwaarts gespoten. Deze situatie kan in dit geval als

woningbouwvelden. In hoofdstuk 3 van deze notitie zijn deze maatrege-

de representatieve situatie worden beschouwd.

len nader toegelicht en uitgewerkt.

pervlak waardoor de hoeveelheid middel per hectare veel lager ligt.

De afweegbaarheid van een kleinere afstand, blijkt ook uit de analyse in

3

Gezondheidsrisico blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen ‘Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg-Zuid, 1e herziening’, Adromi Groep, 03-03-2025

Memo inzake spuitzones, VoVo Erpseweg-Zuid

7/9

2.6 Algehele belangenafweging

velden 3100 en 3200 kunnen bestendigen en heeft het college redelij-

Het terrein is al bouwrijp gemaakt op een bouwplan, dit om te voorzien

kerwijs vergunning kunnen verlenen voor de bouw van woningen op

in de behoefte aan woningbouw. Er is voor de gemeente geen enkele

bouwveld 3200.

reden om niet tot bouwrijp maken over te gaan omdat dit op grond van de huidige bestemming zondermeer mogelijk is en ook rechtszekerheid moet kunnen worden ontleend aan geldende rechten waarvoor al een afweging heeft plaatsgevonden. Het kunnen aanbieden van woningen aan woningzoekenden is een groot algemeen belang. Onderbouwd is dat sprake is van deze behoefte en er wordt geen extra ruimtebeslag geclaimd of toegekend ten opzichte van hetgeen reeds toegestaan is op grond van de voorgaande opvolgende bestemmingsplannen. In die zin is dan ook sprake van zorgvuldig ruimtegebruik zonder dat de belangen van de agrariër extra worden belemmerd ten opzichte van de situatie voor vaststelling van de betwiste planherziening. Dit volgt onder meer uit het locatie-specifieke onderzoek. In die zin is er dus sprake geweest van een zorgvuldige belangenafweging waarbij zowel het belang van de agrariër als het belang voor het voorzien in de woningbouwbehoefte is meegewogen. Verder is gekeken naar het woon- en leefklimaat van de toekomstige bewoners met het oog op het voorzorgsbeginsel. Hoewel dit in de voorgaande bestemmingsplannen al impliciet is afgewogen, is aanvullend een locatie gebonden onderzoek gedaan om te bezien of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in dit geval redelijkerwijs te verwachten is en leidt tot een situatie van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Uit dit onderzoek en de in par. 2.5 gemaakte afwegingen blijkt dat voldoende aannemelijk is dat er sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat en dat met het treffen van aanvullende maatregelen eenvoudig aan het voorzorgsbeginsel kan worden voldaan. Zodoende heeft de raad bij vaststelling van het bestemmingsplan weloverwogen en in redelijkheid de bestemming ‘Woongebied’ op de bouw-

Memo inzake spuitzones, VoVo Erpseweg-Zuid

8/9

3

Maatregelen

In het kader van planologische besluitvorming dient blijkens diverse uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak aanvullende voorzorg te worden ingebouwd. Dit vanwege wetenschappelijke onzekerheid op het vlak van onder meer toxicologie. In het licht van deze jurisprudentie is onderzocht of aanvullende voorzorgsmaatregelen redelijkerwijs kunnen worden getroffen en voldoende doeltreffend zijn. In lijn met dit voorzorgbeginsel is voorzien in maatregelen waarmee het driftblootstellingsrisico in deze specifieke situatie zo klein mogelijk wordt gemaakt / gehouden.

3.1

Configuratie afscherming

Qua hoogte van de afscherming dient te worden gekozen voor een overhoogte van 0,5 meter boven de maximale spuithoogte op het aanliggende gewasperceel. Uitgaande van akkerbouw met een spuithoogte tot 1,50 meter betekent dit een hoogte van 2 meter. In deze context is van belang dat het beoogde woongebied zal worden opgehoogd met 0,6 meter, waardoor een haag van 2 meter hoog een comfortabele afschermingshoogte zal bieden van 2,6 meter boven maaiveldniveau op de teeltpercelen. Aangezien akker- en tuinbouw als representatieve teelt geldt, behoeft geen rekening te worden gehouden met gewasbehandeling buiten het

Bronmaatregelen Het gaat hierbij om maatregelen die ertoe leiden dat er zo min mogelijk drift ontstaat. Concreet kan in de meeste teelten door gebruikmaking van driftreducerende apparatuur tot 99% driftreductie worden bereikt. Overdrachtsmaatregelen Het betreft hier het uit voorzorg aanhouden van extra afstand, al dan niet in combinatie met afschermende maatregelen, zoals ook onderwerp is geweest van diverse uitspraken van de Afdeling. Maatregelen bij de ontvanger Dit betreft beperkingen aan bijvoorbeeld menselijk verblijf en/of aan het gebruik van gronden. In de gegeven situatie is het niet mogelijk om bronmaatregelen te nemen, zodat gekozen kan worden voor overdrachtsmaatregelen zoals afscherming. Op deze wijze wordt in voldoende mate invulling gegeven aan het voorzorgbeginsel en kan worden voldaan aan het bieden van een goed woon- en leefklimaat

volbladseizoen. Er kunnen om die reden ook bladverliezende soorten worden gebruikt als haag. Gelet op de mogelijkheid om de afscherming direct op de perceelgrens met de gewaspercelen te plaatsen, dient te worden gekozen voor een afscherming met 90% bladdichtheid. Een haag met een breedte van

Figuur 7 Overzicht geadviseerde maatregelen

0,7-1 meter biedt in de regel een dergelijke bladdichtheid. Er kan hierbij worden gekozen voor soorten zoals beuk, els, meidoorn, hazelaar, liguster en dergelijke. De afscherming dient minimaal 12,5 meter overlengte te bieden ten opzichte van de betrokken gewaspercelen. Dit kan worden bereikt door de afscherming door te laten lopen. Zie navolgende figuur. De gronden ten oosten bevinden zich op een afstand van meer dan 12,5 meter uit de nieuwe woonpercelen. In lijn daarmee behoeft geen relevante blootstelling aan druppeldrift te worden verwacht. Echter als extra waarborg kan ervoor worden gekozen om ook een afscherming te plaatsen aan deze zijde. Deze afscherming zou kunnen worden geplaatst aan de overzijde van de Buitendreef. Aan deze zijde van de weg zijn al laanbomen aanwezig en de afschermende haag zou hiermee kunnen worden gecombineerd.

Memo inzake spuitzones, VoVo Erpseweg-Zuid

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=02ca5d5b-6f9b-49b9-a3b4-4a974f1369a9