Memo aanvullingen en aanpassingen Verordening financieel beleid, beheer en organisatie
Tekst van het document
Memo Voor
Het college
Kopie aan Datum
28 september 2023
Van
Coen Kwekkeboom
Werkatelier
Auditing Processen & Kwaliteit (APK)
Bijlage(n)
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Meierijstad 2023 - CONCEPT
Zaaknummer Onderwerp
Actualisatie van de Financiële Verordening Gemeente Meierijstad 2017
Actualisatie Financiële Verordening Gemeente Meierijstad 2017
Inleiding De huidige Financiële Verordening dateert van 2017, met een beperkte wijziging in 2019 en is gebaseerd op de Modelverordening art. 212 van de VNG. Omdat er inmiddels weer een aantal jaren zijn verstreken, is onderzocht in hoeverre de Financiële Verordening aansluit bij de eisen en wensen van nu. Dit onderzoek heeft geleid tot de voorliggende conceptversie van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) gemeente Meierijstad 2023 (voorheen: Financiële Verordening Gemeente Meierijstad 2017). Ook deze kent zijn basis in de (geactualiseerde) Modelverordening art. 212 van de VNG. In de concept Verordening zijn enerzijds vanuit veranderde wet- en regelgeving aanpassingen en aanvullingen doorgevoerd. Anderzijds vanuit zowel een wens van het college, als om te willen zorgen voor een betere informatievoorziening richting de raad. Tenslotte is geconstateerd dat vanuit communicatief oogpunt de definitie van verschillende artikelen en de toelichting erop voor verbetering vatbaar is. Deze constatering heeft ook geleid tot aanpassingen. Om inzichtelijk te maken hoe de aanpassingen en aanvullingen eruitzien, op welke artikelen ze betrekking hebben en waarom geadviseerd wordt om ze door te voeren, vindt per gewijzigd artikel een bespreking plaats.
Omdat het als weinig zinvol wordt beschouwd om aanpassingen aan te halen die vanuit communicatieve overweging zijn gemaakt, maken deze geen deel uit van dit memo.
Doorgevoerde aanpassingen en aanvullingen Artikel 2 Programma-indeling lid 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode de onderverdeling van de programma’s in beleidsvelden vast.
Het is aan de raad om bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor de raadsperiode vast te stellen. Een nadere onderverdeling naar beleidsvelden valt daar echter niet onder. Vandaar dat geadviseerd wordt om dit lid te laten vervallen. Artikel 2 Programma-indeling nieuw lid 2. De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke bestuursdoelen die vallen onder de programma’s. Het woord ’taakvelden’ dat wordt gehanteerd in de huidige financiële verordening sluit niet aan bij de wijze waarop verantwoording en sturing wordt gegeven. Dat gebeurt namelijk op de geformuleerde bestuursdoelen die onder de programma’s vallen. Vandaar het gewijzigde tekstvoorstel. Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken lid 5. In de begroting wordt een post onvoorzien van minimaal € 250.000 opgenomen. Dit betreft een nieuw lid. Het BBV schrijft voor dat een gemeente een post onvoorzien moet opnemen in het programmaplan. Het is binnen Meierijstad gebruikelijk om in de uitgangspunten bij de begroting van enig jaar een voorstel te doen qua omvang van deze post ‘onvoorzien’. Het college kan vervolgens besluiten om betreffend bedrag al dan niet aan te passen.
Het toevoegen van dit lid legt een borg onder zowel de eis van het BBV dat betreffende post wordt opgenomen, als het concretiseren van een redelijk minimumbedrag. Artikel 4 Kaders planning & control lid 2. Naast de wettelijk verplichte onderdelen (begroting en jaarrekening) biedt het college de raad jaarlijks voor het zomerreces een kadernota/-brief aan, bestaande uit denkrichtingen voor de diverse begrotingsprogramma’s, met als uitgangspunt het collegewerkprogramma, aangevuld met feiten, trends, ontwikkelingen, kansen en bedreigingen. De raad kan kaders meegeven en keuzes maken op basis van de denkrichtingen uit de kadernota/-brief of aanvullingen hierop inbrengen. Dit zowel vanuit financieel als beleidsmatig oogpunt. De raad stelt de uitgangspunten voor de begroting vast. Dit lid is geactualiseerd naar aanleiding van instemming door het fractievoorzittersoverleg op een voorgestelde tekstwijziging. Deze tekst is één op één overgenomen, met als aanvulling de woorden ‘/-brief’ achter ‘kadernota’. De ervaring van de raad met de kaderbrief 2024 is mogelijk van invloed op de voorgestelde aanpassing van de verordening. Artikel 4. Kaders planning & control lid 3. jaarlijks twee tussentijdse rapportages aan en eventueel een slotwijziging. Aan de huidige verordening wordt de mogelijkheid toegevoegd om in december een slotwijziging voor te leggen aan de raad.
Dit om hiermee de mogelijkheid te bieden bijstellingen door te voeren in de lopende begroting, de raad tijdig op de hoogte te brengen van de laatste financiële ontwikkelingen en tenslotte zo min mogelijk te verklaren verschillen bij de jaarrekening te creëren. Zie ook artikel 6 lid 8. Artikel 5 Autorisatie begroting en investeringskredieten lid 1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode de onderverdeling van de programma’s in beleidsvelden vast. De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke beleidsvelden. In verband met de in 2022 gemaakte keuze om in de begroting de term ‘taakvelden’ te vervangen door ‘beleidsvelden’, is de Verordening hierop aangepast. Taakvelden worden alleen nog gebruikt voor de verslaglegging naar het CBS, de zogenaamde Iv3 (informatie voor derden).
Zaaknummer
Pagina 2 van 8
datum 28 september 2023
Artikel 5 Autorisatie begroting en investeringskredieten lid 5. Het college is geautoriseerd om binnen een begrotingsprogramma te schuiven met middelen tussen beleidsvelden, mits het beleid niet wordt bijgesteld en het op begrotingsprogrammaniveau niet leidt tot een zodanig financieel effect dat de begroting wordt overschreden. Vanuit de wens van het college om te kunnen beschikken over wat meer zelfstandige regelruimte om middelen in te zetten waar nodig, is dit lid toegevoegd. De voorwaarden die gekoppeld zijn aan de extra regelruimte zijn dat alleen binnen een programma mag worden geschoven met middelen, dat dit budgetneutraal gebeurt en dat het gedefinieerde beleid gevolgd blijft worden. Vanuit het budgetrecht verleent de gemeenteraad het college toestemming om voor een programma een vastgesteld budget uit te geven (zie ook artikel 3 lid 1 en artikel 5 lid 1). Na afloop van het jaar legt het college verantwoording in de jaarrekening over de gerealiseerde prestaties en de besteding van de middelen. Aan het budgetrecht wordt met voorgesteld lid dus niet getornd. De verwachting is dat dit lid ervoor zorgt dat de begroting nauwer zal aansluiten bij de gerealiseerde cijfers per jaareinde. De begroting zal ‘robuuster’ worden omdat de noodzaak minder zal worden gevoeld om in afzonderlijke beleidsvelden in de begroting wat extra financiële ruimte te creëren.
Dit omdat een verwachte financiële meevaller op het ene beleidsveld immers gebruikt kan worden om extra inspanning te verrichten op een ander beleidsveld. Voorbeeld (fictief) Voor het programma ‘Onderwijs’ is in 2023 een bedrag begroot van € 9,96 mio. Gedurende dit jaar blijkt dat binnen het beleidsveld ‘Onderwijsbeleid en leerlingzaken’ een verwachte onderschrijding van de begroting zal optreden van € 700K. Tegelijkertijd dreigt de begroting van ‘Onderwijshuisvesting’ met € 650K overschreden te worden als gevolg van strengere eisen op het gebied van ventilatie binnen scholen. Omdat: • beide beleidsvelden onder hetzelfde programma vallen, • er per saldo op programmaniveau geen negatief financieel effect optreedt, en • het vastgestelde beleid ten aanzien van Onderwijs gevolgd blijft, heeft het college de bevoegdheid om de overschrijding binnen ‘Onderwijshuisvesting’ te accorderen, zonder daarvoor toestemming aan de raad te hoeven vragen. Artikel 5 Autorisatie begroting en investeringskredieten lid 6. Het college is geautoriseerd om besluiten te nemen over begrotingsuitbreiding als het gaat om subsidies die gedurende het begrotingsjaar worden ontvangen. Dit mag plaatsvinden zonder informering van de raad, op voorwaarde dat bedoelde besluiten niet leiden tot een nadelig financieel effect op het begrote resultaat.
Vanuit de wens van het college om te kunnen beschikken over wat meer zelfstandige regelruimte om middelen in te zetten waar nodig, is dit lid toegevoegd. Ten tijde van het opmaken van de begroting is niet altijd duidelijk of een aangevraagde/nog aan te vragen subsidie ook feitelijk wordt toegekend. Om redenen van voorzichtigheid wordt in de begroting geen rekening gehouden met deze middelen. Omdat subsidies gekoppeld zijn aan een specifiek (beleids)doel waarover in eerdere fase al overeenstemming is bereikt, gaat het in deze om de financieringskant van dit (beleids)doel. Zolang het begrote resultaat niet nadelig wordt beïnvloed en een bijdrage plaatsvindt aan het behalen van de vastgelegde bestuursdoelen, heeft het college het mandaat om de toegewezen subsidie intern toe te kennen aan het beoogde (beleids)doel.
Zaaknummer
Pagina 3 van 8
datum 28 september 2023
Voorbeeld (fictief) De gemeente heeft het voornemen medio 2024 te starten met de reconstructie van de Pastoor Smitsstraat in Olland. Het is wenselijk om daar de huidige ervaren geluidshinder te verminderen, door gebruik te maken van een ander type wegdek dan dat momenteel aanwezig is. De meerkosten ervan bedragen echter € 500K. In het kader van de subsidieregeling verkeerslawaai heeft de gemeente bij de provincie voor dit bedrag eind 2023 subsidie aangevraagd. In de begroting 2024 zijn de reconstructiekosten opgenomen exclusief de meerkosten voor geluidsbeperkende maateregelen. Dat geldt ook, vanuit voorzichtigheidsoverwegingen, voor de inkomsten die samenhangen met de subsidieaanvraag. Op het moment dat de provincie de subsidieaanvraag begin 2024 honoreert, heeft het college in lijn met artikel 5 lid 6 de bevoegdheid om de begroting voor de Pastoor Smitsstraat met € 500K te verhogen zonder daarvoor toestemming aan de Raad te vragen. Artikel 5 Autorisatie begroting en investeringskredieten lid 7. Bij investeringen groter dan 10 miljoen euro informeert het college via een RIB de raad in het voorstel over het nadelige effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente indien deze wijzigt ten opzichte van de vastgestelde begroting. Aanpassing ten opzichte van het oorspronkelijke artikel heeft plaatsgevonden op twee punten: 1.
Het investeringsbedrag is opgehoogd van € 1 miljoen naar € 10 miljoen. 2. De tekstuele aanvulling ‘…indien deze wijzigt ten opzichte van de vastgestelde begroting.’ Is gemaakt. Deze aanpassing wordt voorgesteld omdat het bestaande artikel in de praktijk betrekkelijk weinig praktische werkingswaarde heeft. De reden daarvoor is de volgende. Geplande investeringen komen tot uitdrukking in de meerjarenraming. Deze laatste vormt input voor de begroting, waarin wordt vastgelegd of er sprake is van behoefte aan aan te trekken leningen, wat de omvang ervan is en welk effect dit heeft op de schuldpositie. De raad stelt de begroting vast en geeft daarmee akkoord op de schuldpositie die voortvloeit uit geplande investeringen. Het heeft dan geen meerwaarde om in de Verordening te benoemen hoe de raad geïnformeerd wordt bij grotere investeringen. Dat heeft immers al plaatsgevonden via het begrotingsproces. In die zin voegt het bestaande artikel weinig toe. Waar het om gaat is, dat de raad het wil weten wanneer een significante afwijking van de schuldpositie in de begroting kan ontstaan. De combinatie van twee zaken maakt dat dit kan spelen. 1. Er is sprake van een (nog) niet door de raad geaccordeerde, omvangrijke investeringskredietaanvraag. Omvangrijk wordt gedefinieerd als meer dan € 10 miljoen. 2.
De investeringskredietaanvraag kan niet gefinancierd worden uit eigen middelen en zal daarmee leiden tot het afsluiten van een lening (en daarmee tot een ten opzichte van de begroting hogere schuldpositie). In dit geval informeert het college de raad via een RIB over het nadelige effect van de investering op de schuldpositie. Artikel 6 Tussentijdse rapportages lid 5. In de berap vindt toelichting plaats van overschrijdingen van de baten en de lasten ten opzichte van de begroting. Dat geldt voor een saldo van baten en lasten op programmaniveau van € 50.000 of meer ten aanzien van exploitatiebudgetten. Voor investeringsbudgetten /kredieten worden afwijkingen van € 100.000 of meer toegelicht. Voor grondexploitaties geldt dat afwijkingen van € 250.000 of meer worden toegelicht. De aanpassing bestaat uit vervangen van het woord ‘grootboeknummerniveau’ naar ‘programmaniveau’. Deze aanpassing komt voort uit de voorgestelde aanpassing op artikel 5 lid 5.
Zaaknummer
Pagina 4 van 8
datum 28 september 2023
Daarin wordt beschreven dat het college toestemming krijgt om te schuiven met middelen tussen beleidsvelden binnen een begrotingsprogramma, mits dit budgetneutraal gebeurt en dat het gedefinieerde beleid gevolgd blijft worden. Genoemde bedragen zijn onveranderd gebleven ten opzichte van de huidige Financiële Verordening Artikel 6 Tussentijdse rapportages en slotwijziging lid 8. Het college biedt de raad, indien daarvoor de noodzaak bestaat, aan het eind van het begrotingsjaar ter vaststelling een slotwijziging aan. Dit creëert de mogelijkheid om in de begroting een zodanige bijstelling door te voeren dat zo dicht mogelijk wordt aangesloten bij de verwachte omvang van baten en lasten zoals die in de jaarstukken zullen worden gepresenteerd. De slotwijziging is het laatste product in de planning- en controlcyclus dat de mogelijkheid biedt om bijstellingen door te voeren in de begroting. In de tweede berap ligt de focus op de beleidsmatige voortgang van de beleidsdoelstellingen en eventueel daaruit voortvloeiende financiële bijstellingen. In de slotwijziging wordt geen voortgang gerapporteerd over de beleidsdoelen, maar zijn enkel bijstellingen op de begroting opgenomen. Deze bijstellingen dienen door de raad te worden vastgesteld en hebben tot doel om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de verwachte omvang van baten en lasten zoals die in de jaarstukken worden gepresenteerd.
Zodoende is de raad tijdig op de hoogte van de laatste financiële ontwikkelingen en zijn er zo min mogelijk te verklaren verschillen bij de jaarrekening. In de slotwijziging vinden geen beleidswijzigingen plaats. Artikel 7 Jaarstukken lid 1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. Dit betreft een nieuw artikel en is ingevoegd om als sluitstuk te dienen van het jaarrekeningproces in enig jaar. Artikel 10 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording. Vanuit het BBV is dit een nieuw verplicht artikel. Artikel 10 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording lid 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens die identiek is aan het percentage dat de raad de controlerend accountant voorschrijft ter toetsing van de getrouwheid van de jaarrekening. De verantwoordingsgrens wordt berekend op basis van een percentage van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. De verantwoordingsgrens betreft een percentage dat wordt vertaald naar een totaalbedrag, waarboven het college in de rechtmatigheidsverantwoording van het jaarverslag de vastgestelde afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) moet opnemen.
Voor het verantwoordingsjaar 2023 geldt dat de raad de keuze heeft om een verantwoordingsgrens tussen 1% en 3% te definiëren. Uit hoofde van eenduidigheid wordt geadviseerd om deze verantwoordingsgrens gelijk te stellen aan het percentage dat de raad voorafgaand aan ieder controlejaar als opdracht meegeeft aan de accountant. Dit laatste om de getrouwheid van de jaarrekening te controleren. In de afgelopen jaren is dat telkens 1,0% geweest. Dat is vertaald naar de situatie voor Meierijstad een totaalbedrag van zo’n € 2,5 mio. Artikel 10 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording lid 3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 300.000 nader toegelicht.
Zaaknummer
Pagina 5 van 8
datum 28 september 2023
Van het college wordt verwacht dat het een toelichting geeft op de oorzaken van de geconstateerde fouten en in gang gezette verbeteracties. Dat gebeurt in de paragraaf Bedrijfsvoering van het jaarverslag. Om niet alle geconstateerde fouten te hoeven toelichten (een fout moet van voldoende omvang zijn om van belang te zijn voor de raad), wordt een toelichtingsgrens gedefinieerd. Geadviseerd wordt om deze grens per individueel geconstateerde fout op € 300.000 te stellen.
Artikel 11 Voorwaardencriterium. Vanuit het BBV is dit een nieuw verplicht artikel. Artikel 12 Begrotingscriterium. Vanuit het BBV is dit een nieuw verplicht artikel. Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium. Vanuit het BBV is dit een nieuw verplicht artikel. Artikel 15 Voorziening voor oninbare vorderingen lid 2. Voor openstaande vorderingen betreffende: a. onroerendezaakbelasting; b. precariobelasting; c. hondenbelasting; d. parkeerbelasting; e. rioolheffing; f. afvalstoffenheffing; g. bijstandsverstrekking, en h. toeristenbelasting wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan € 50.000 een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid. Dit lid wordt toegevoegd aan de bestaande FV. Ondanks het feit dat momenteel al een voorziening wordt gevormd, is in de bestaande FV niet gedefinieerd op welk type publieke vorderingen de voorziening betrekking heeft. Om die reden is het goed om dit alsnog specifiek te benoemen. Daarnaast geldt als toegevoegd element dat individuele vorderingen die € 50.000 overstijgen separaat worden beoordeeld op oninbaarheid. Mocht van dit laatste sprake zijn, dan geldt dat niet het historische percentage de basis voor de voorzieningsvorming is, maar de specifiek voor deze vordering vastgestelde kans op oninbaarheid.
Gekozen is voor een bedrag van € 50.000 vanuit de ervaring en gedachte dat het gaat om een substantieel bedrag en het daarom de moeite waard is om individueel te beoordelen. Dit vanwege de impact op de omvang van de te treffen voorziening. Artikel 19 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen lid 2. Het college biedt de raad een nota aan met de kaders voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de erfpachten. Deze nota wordt door de raad vastgesteld. De laatste zin ‘Deze nota wordt door de raad vastgesteld.’ is een toevoeging ten opzichte van de bestaande FV. Het geeft aan dat de aangeboden nota met kaders een door de raad vast te stellen document is, en daarmee een formele status krijgt.
Zaaknummer
Pagina 6 van 8
datum 28 september 2023
Artikel 20 Financieringsfunctie lid 1. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de kaders in acht die zijn opgenomen in het treasury statuut. Deze wordt door het college eenmaal per raadsperiode ter kennisname aangeboden aan de raad. In de bestaande FV is niet gedefinieerd of het treasury statuut wordt gedeeld met de raad, en welke rol de raad heeft in relatie tot dit statuut. Dit lid regelt dat het treasury statuut ter kennisname wordt gedeeld met de raad. Artikel 25 Vastgoed lid 1, 2 en 3. Dit artikel is ingevoegd o.b.v. het advies van de Rekenkamer om de kaders voor vastgoed vast te leggen in de Financiële Verordening, dat dit thema een vaste plaats in de begroting heeft en er verantwoording over wordt afgelegd in de jaarrekening. Artikel 26 Bedrijfsvoering. Het college neemt in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op: a. Human Resource Management (HRM) b. Informatie en gegevensbescherming c. Control d. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) e. Duurzaamheid f. Dienstverlening g.
Een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen, voor zover deze de rapportagegrens, zoals bedoeld in artikel 10 lid 2 overschrijden en welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen. h. Een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen. i. Geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt. In tegenstelling tot de bestaande Financiële Verordening, geeft de voorgestelde wijziging een uitputtende (en daarmee verduidelijkende) opsomming van de thema’s die worden beschreven in de paragraaf Bedrijfsvoering van het jaarverslag. Thema’s a t/m f vormen al enige tijd onderdeel van het jaarverslag. Thema’s g t/m i zijn daarbij gekomen vanuit de verplichting van het BBV. Artikel 27 Verbonden partijen lid 1. Het college biedt de raad ten minste eens per raadsperiode een nota verbonden partijen aan. Voorgesteld wordt om dit lid te laten vervallen. De nota blijkt in de praktijk weinig toegevoegde waarde te hebben. Dit vanwege een minimale verandering in de verbonden partijen in de loop der tijd. Daarnaast is dit lid niet verplicht conform de Modelverordening 212 en wordt het ook niet geadviseerd om op te nemen.
Artikel 28 Grondbeleid lid 2. Het college biedt de raad ten minste eens per raadsperiode een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan: a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; c. het verloop van de grondvoorraad; d. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden. Voorgesteld wordt om onder lid 2 punten b en c te laten vervallen. De nota grondbeleid heeft een middellang/meerjarig perspectief, terwijl punten b en c een kort termijnperspectief hebben. De
Zaaknummer
Pagina 7 van 8
datum 28 september 2023
informatie onder genoemde punten wordt al met de raad gedeeld in de jaarrekening, waardoor het kan komen te vervallen in de nota grondbeleid. Artikel 28 Grondbeleid lid 3. De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen nominale waarde. Dit lid is nieuw en heeft meerwaarde omdat het eenduidig definieert op welke wijze de voorziening verliesgevende grondexploitaties wordt bepaald. Het BBV definieert overigens dat nominale waarde gelijk staat aan eindwaarde. Artikel 31 Interne controle. 1. Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 25 onder g. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2. Het college zorgt voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de 5 jaar.
Bij afwijkingen in de administratie neemt het college maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. Dit artikel is geactualiseerd in de zin dat de koppeling naar de rechtmatigheidsverantwoording is gemaakt. Daarnaast is in dit herziene artikel specifiek gedefinieerd wat de onderwerpen zijn die in ieder geval onderwerp van controle vormen, omdat ze juistheid van de het financieel vermogen van de organisatie bepalen. Artikel 32 Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule. Dit betreft een voorgesteld nieuw artikel. Het biedt ruimte om te voorzien in gevallen waarin de Financiële Verordening niet voorziet.
Toelichting op de artikelen. Voor alle artikelen die zijn aangevuld of gewijzigd in de concept Verordening geldt dat de toelichting ook is geactualiseerd. Met in het achterhoofd dat een Verordening nooit het karakter kan hebben van een spannende roman, is met de doorgevoerde tekstuele aanpassingen geprobeerd om de toelichting begrijpelijker en leesbaarder te maken. Dit voor een zo breed mogelijke doelgroep.
Zaaknummer
Pagina 8 van 8
datum 28 september 2023