CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Meierijstad Toekomstvisie OER - Notitie Reikwijdte en Detailniveau

Beeldvormende avond raadzaal 19 december 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vervolgproces toekomstvisie Meierijstad 2035: informeren van raadsleden5.528 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORT Notitie Reikwijdte en Detailniveau Omgevingseffectrapportage bij Toekomstvisie Meierijstad 2040 Klant:

Gemeente Meierijstad

Referentie: BJ9389-NRD-RP-4 Status:

Definitief/3

Datum:

4 december 2024

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Netherlands Mobility & Infrastructure Telefoon: +31 88 348 20 00 Fax: +31 33 463 36 52 Email: info@rhdhv.com Website: royalhaskoningdhv.com

Titel document: Notitie Reikwijdte en Detailniveau Sub titel: Omgevingseffectrapportage bij Toekomstvisie Meierijstad 2040 Referentie: BJ9389-NRD-RP-4 Status: Definitief/3 Datum: 4 december 2024 Projectnaam: NRD Toekomstvisie Meierijstad 2035 Projectnummer: BJ9389

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

BJ9389-NRD-RP-4

ii

Inhoud 1

Introductie

1

2

Waar gaat de Toekomstvisie Meierijstad 2040 over?

3

2.1

Aanleiding en context

3

2.2

Proces en resultaten tot nu toe

3

3

Waarom een OER bij de Toekomstvisie Meierijstad 2040?

9

3.1

Concretisering en aanscherping inhoud Toekomstvisie

9

3.2

Wettelijke plicht

10

3.3

OER in beleidscyclus omgevingsbeleid

11

4

Wat wordt er met het OER onderzocht?

13

4.1

Kwaliteiten leefomgeving, effecten nieuwe beleid en doelbereik

13

4.2

Beoordelingskader

13

4.3

Alternatieven en voornemen

14

4.4

Abstractieniveau OER passend bij de ambities Toekomstvisie

14

4.5

Inhoud van het OER

15

4.6

Natura 2000

15

5

Wanneer zijn welke vervolgstappen te verwachten?

16

5.1

Proces en tijdpad Toekomstvisie

16

5.2

Proces en tijdpad OER

16

Begrippenlijst

4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

17

BJ9389-NRD-RP-4

iii

1

Introductie

Waarom deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau? De gemeente Meierijstad werkt aan het opstellen van de Toekomstvisie Meierijstad 2040. Dat gaat beschrijven hoe Meierijstad zich zal ontwikkelen richting 2040 en wat de gemeente daar in wil doen. Omdat de Toekomstvisie ook over de fysieke leefomgeving gaat, wordt het ook als gemeentelijke omgevingsvisie in de zin van de Omgevingswet vastgesteld. In het vervolg van dit document wordt gesproken van Toekomstvisie, waarmee gelijk ook de omgevingsvisie wordt bedoeld. In het Collegewerkprogramma Thuis in Meierijstad is vastgelegd dat een strategische Toekomstvisie ter vaststelling wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. Dat vormde de start voor het opstellen van de Toekomstvisie. Naast het inhoudelijke proces van het opstellen van de Toekomstvisie, doorloopt het ook een wettelijke besluitvormingsprocedure. Onderdeel van de besluitvormingsprocedure vanwege de Omgevingsvisie is het opstellen van een Omgevingseffectrapport (OER). Dat wordt gedaan op grond van de procedure van de milieueffectrapportage (mer) volgende de Omgevingswet. Het doel van mer is het belang van het milieu en de leefomgeving op een volwaardige manier meewegen bij de besluitvorming over in dit geval de Toekomstvisie Meierijstad 2040.

Wat is mer en wat is OER? Mer staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure volgens de Omgevingswet waarin een MER wordt opgesteld. MER staat voor ‘Milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een mer. Als daarbij breder dan alleen naar milieueffecten gekeken wordt, dan wordt in plaats van over een MER van een Omgevingseffectrapport (OER) gesproken. Als het om een MER bij een Omgevingsvisie gaat, wordt gesproken van een planMER. Het OER heeft dan deze status van een planMER en doorloopt de wettelijke mer-procedure. Daar waar in deze NRD wordt gesproken van OER, wordt dan ook bedoeld een planMER dat de wettelijke mer-procedure doorloopt.

Het is te verwachten dat de Toekomstvisie het kader wordt voor zogenaamde ‘mer-(beoordelings)plichtige activiteiten’ 1 en dat die activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben voor (onder andere) Natura 2000gebieden. In die gevallen is het opstellen van een OER verplicht, omdat er dan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu op kunnen treden. In het OER moeten dan de effecten van het programma op het milieu beschreven worden. Het laat zien hoe het milieu en de bredere leefomgeving er nu en bij ongewijzigd beleid in de toekomst voor staat, en hoe het nieuwe beleid in de Toekomtsvisie dat beïnvloedt. De gemeente wil het OER inzetten om de informatie te leveren die nodig is voor een zorgvuldig besluit over de Toekomstvisie. Daarnaast wil zij het OER gebruiken om keuzes te maken bij de invulling van de Toekomstvisie. Het OER wordt tegelijk met de ontwerp-Toekomstvisie Meierijstad 2040 ter inzage gelegd. Het geeft besluitvormers en geïnteresseerden inzicht in de (positieve en negatieve) effecten van de Toekomstvisie. Dit document is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (in het vervolg noemen wij dit ‘de NRD’). De publicatie van de NRD is de eerste stap in de procedure van het OER. Rol NRD in proces OER De NRD beschrijft wat er in het OER aan alternatieven (‘scenario’s’), omgevingsaspecten en effecten vanwege de Toekomstvisie onderzocht gaat worden (‘reikwijdte’).

Daarnaast geeft de NRD informatie over Dat zijn activiteiten die voort kunnen komen uit het programma en waarvoor een mer(beoordelings)-procedure voor doorlopen moet worden. Het gaat daarbij om activiteiten zoals benoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit.

1

4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

BJ9389-NRD-RP-4

1

de manier waarop de effecten van de Toekomstvisie onderzocht gaan worden en met welke diepgang (‘detailniveau’). Inspraak op NRD Van 6 december 2024 tot en met 17 januari 2025 ligt de NRD ter inzage. Tijdens deze periode kan een ieder reageren op de aanpak van het OER voor de Toekomstvisie Meierijstad zoals beschreven in deze NRD. Reacties in de vorm van zienswijzen kunnen op de volgende manieren bij de gemeente ingeleverd worden: • digitaal: http://www.meierijstad.nl/Contact/Zienswijze_Bezwaar_Beroep. • schriftelijk: per brief aan Gemeente Meierijstad, Postbus 10.001, 5460 DA Veghel. • mondeling: op afspraak bij atelier Gebiedsontwikkeling en Planologie, via telefoonnummer 14 0413. De reacties worden gebruikt bij de verdere uitwerking van het OER. Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) Er wordt een toetsingsadvies op het OER ingewonnen bij de Commissie mer. Leeswijzer Deze NRD is uitgewerkt op basis van 4 vragen, die elk in een hoofdstuk beantwoord worden: • Hoofdstuk 2: waar gaat de Toekomstviie Meierijstad 2040 over? • Hoofdstuk 3: waarom een OER bij de Toekomstvisie? • Hoofdstuk 4: wat wordt er met het OER onderzocht? • Hoofdstuk 5: wanneer zijn welke vervolgstappen te verwachten? Na hoofdstuk 5 is een begrippenlijst opgenomen met per begrip dat in deze NRD voorkomt een uitleg wat het betekent.

4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

BJ9389-NRD-RP-4

2

2

Waar gaat de Toekomstvisie Meierijstad 2040 over?

2.1

Aanleiding en context

In 2017 zijn de gemeenten Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel samengegaan in de nieuwe gemeente Meierijstad. In 2019 is al eens gestart met de ontwikkeling van een voorontwerp omgevingsvisie (2020). Destijds was de insteek ‘beleidsneutraal’, met het oog op het samenvoegen van het beleid van de drie voormalige gemeenten. Hierdoor bleven de actuele en toekomstige opgaven onderbelicht. Voor de Toekomstvisie is het uitgangspunt ‘beleidsneutraal’ losgelaten en is een nieuw traject gestart. De Gemeente Meierijstad heeft besloten om één integrale strategische visie voor de toekomst van Meierijstad op te stellen (genaamd de ‘Toekomstvisie Meierijstad’). Deze toekomstvisie bevat strategische uitspraken op zowel het sociaal-maatschappelijk, het economisch, het ruimtelijk en het bestuurlijke domein. De Toekomstvisie Meierijstad 2040 zal beschrijven hoe Meierijstad zich zal ontwikkelen richting 2040 en wat de gemeente daarin wil doen. Naast de wens tot het opstellen van een strategische toekomstvisie, heeft de gemeente vanuit de Omgevingswet de verplichting om een omgevingsvisie op te stellen: een integrale langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving. De gemeente steekt het zo in dat de Toekomstvisie Meierijstad ook de hoofdlijnen van het beleid voor de fysieke leefomgeving bevat.

De Toekomstvisie Meierijstad moet daarmee gelijk ook gelden als de omgevingsvisie voor Meierijstad, met de daarbij behorende inhoudelijke 2 en procedurele 3 eisen conform de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit. Het college van burgemeesters en wethouders stellen de Toekomstvisie vast door middel van de uitgebreide voorbereidingsprocedure. 4 Er komt eerst een ontwerp-Toekomstvisie en daarna een definitieve Toekomstvisie. In het OER wordt de ontwerp-Toekomstvisie onderzocht. In hoofdstuk 5 is het tijdpad bij het opstellen van de Toekomstvisie en het opstellen van het OER opgenomen.

2.2

Proces en resultaten tot nu toe

Het opstellen van de Toekomstvisie gebeurt met het achtereenvolgens doorlopen van de onderstaande fasen. Voorbereidingsfase Hierin is op de ‘Dag van de Verbeelding’ (september 2022) een podium geboden voor organisaties en inwoners van Meierijstad om dromen over hun toekomstig Meierijstad te delen. De gemeente heeft een ‘Raad van Verbeelding’ laten onderzoeken wat de identiteit van Meierijstad is. Dat heeft een ‘Atlas van de verbeelding’ opgeleverd.

De omgevingsvisie bevat volgens de Omgevingswet de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied en de hoofdzaken van het beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving. 3 Afstemming met andere bestuursorganen, participatie in de vorm van betrekken burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties, voorbereidingsprocedure met mogelijkheid tot indienen zienswijzen en beroep. 4 Algemene wet bestuursrecht, Afdeling 3.4. 2

4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

BJ9389-NRD-RP-4

3

Droomfase In 2023 heeft de gemeente inwoners uitgenodigd om mee te dromen over de toekomst van Meierijstad. Dat heeft de verbeelding in onderstaande figuur opgeleverd. Figuur 1. Droombeelden inwoners Meierijstad.

4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

BJ9389-NRD-RP-4

4

Vanuit de droombeelden van inwoners, aangevuld met ideeën, visies en meningen van andere belanghebbenden is de gemeente gekomen tot onderstaande kernkwaliteiten van de gemeente Meierijstad. Figuur 2. Kernkwaliteiten Meierijstad.

Denkfase Met de opbrengsten van de voorgaande fasen is de gemeente de ‘Denkfase’ ingegaan. Vragen die daarbij centraal staan: welke belangrijke thema’s spelen er in Meierijstad? Welke keuzen en knelpunten liggen er voor? En wat zijn de ambities? Daarbij is gekomen tot een set aan hoofdthema’s en ambities over waar de gemeente in 2040 zou willen staan. Daarbij zijn de ‘Sustainable Development Goals’ (SDG’s) van de Verenigde Naties als kapstok gebruikt. Dat zijn doelen gericht op het bereiken van een duurzame wereld, waarin niemand wordt buitengesloten. In onderstaande tabel zijn de hoofdopgaven van de Toekomstvisie opgenomen. De in grijs weergeven thema’s komen in het OER niet aan de orde, die staan te ver af van de fysieke leefomgeving.

4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

BJ9389-NRD-RP-4

5

Tabel 1. Hoofdthema’s en ambities Toekomstvisie Meierijstad 2040.

5

Thema

Relatie met SDG 5

Ambitie

Zorgtransitie

SDG 3: Goede gezondheid en welzijn.

In 2040 bieden we van junior tot en met senior passende ondersteuning met extra aandacht voor jeugdigen en gezinnen die hulp nodig hebben. Er voor elkaar zijn en zorgen is vertrekpunt.

Wonen en voorzieningen

SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen.

Meierijstad heeft in 2040 een passend en betaalbaar woningaanbod voor iedere doelgroep. De kernen hebben hun eigen identiteit en de basisvoorzieningen in alle kernen zijn op peil.

Democratische transitie

SDG 16: Vrede, rechtvaardigheid en sterke publieke diensten. SDG 17: Partnerschap om de doelen te bereiken.

Meierijstad is een bestuurskrachtige gemeente. We hanteren burger- en overheidsparticipatie op maat en bieden dienstverlening dicht bij de inwoner, waarover de inwoners meer dan tevreden zijn. Met participatie bieden we burgers een stem.

Mobiliteitstransitie

SDG 9: industrie innovatie en infrastructuur. SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen

Meierijstad is in 2040 duurzaam bereikbaar voor wonen, werken en leven. We zijn zowel lokaal als regionaal goed verbonden. De verkeersveiligheid, het fietsgebruik, en de verduurzaming van automobiliteit zijn verbeterd, zodat de leefbaarheid wordt vergroot.

Agrarische sector

SDG 2: Geen honger. (In Nederland ligt de nadruk van dit doel op de duurzaamheid van de voedselproductie en de impact ervan op de kwaliteit van de leefomgeving en het dierenwelzijn.)

In 2040 hebben we een toekomstbestendige agrarische sector in Meierijstad die op een duurzame manier een bijdrage levert aan de voedselproductie.

Gezonde en veilige leefomgeving

SDG 3: Goede gezondheid en welzijn. SDG 6: Schoon water en sanitair. (De toegang tot schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen is goed geregeld in Nederland. De focus van deze SDG ligt in Nederland op waterkwaliteit en de efficiëntie van watergebruik.)

De leefomgeving is gezond door gezondheidsbescherming en gezondheidsbevordering. We bevorderen gezondheid door een leefomgeving die in 2040 meer uitnodigt om te bewegen. Belemmeringen die mensen ervaren om gezond te kunnen leven nemen we waar mogelijk weg. De bodem- en waterkwaliteit zijn in 2040 verbeterd. We werken toe naar de WHOadvieswaarden voor luchtkwaliteit en geluid, en gaan verantwoord om met risico’s voor de omgevingsveiligheid.

Inclusieve samenleving, iedereen doet mee

SDG 1: Geen armoede SDG 5: Gendergelijkheid SDG 10: Ongelijkheid verminderen.

In 2040 kan iedereen meedoen aan het maatschappelijk verkeer ongeacht beperking, religie, gender, geaardheid of afkomst. Zo voelt iedereen zich thuis in Meierijstad. Werk of een zinvolle dagbesteding is daarbij belangrijk. Voor kwetsbare inwoners is er laagdrempelige en toegankelijke ondersteuning.

https://www.sdgnederland.nl/de-17-sdgs/, geraadpleegd oktober 2024.

4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

BJ9389-NRD-RP-4

6

Thema

Relatie met SDG 6

Ambitie

Klimaatbestendig en biodivers

SDG 13: Klimaatactie. SDG 14: Leven in het Water. SDG 15: Leven op het land.

In 2040 zijn we op koers om een klimaatbestendige leef- en werkomgeving te creëren. Het landgebruik is in 2040 beter bestand tegen de opwarming van de aarde en is waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. De landschappelijke kwaliteiten worden gekoesterd en de biodiversiteit is in 2040 niet verder afgenomen, en op onderdelen verbeterd.

Energiesysteem

SDG 7: Betaalbare en duurzame energie.

In 2040 zijn we op koers met de ontwikkeling van een duurzaam energiesysteem (opwek, opslag en infrastructuur) om in lijn met de afspraken van Parijs een CO2-neutrale, leef- en werkomgeving in Meierijstad te hebben in 2050. Dit betekent in elk geval dat in 2030 het doel van 49% CO2 reductie via de sectoren Gebouwde Omgeving en Elektriciteit is behaald, zoals afgesproken in de RES.

Kennis en talenten aantrekken en behouden

SDG 4: Kwaliteitsonderwijs.

We willen gelijke kansen voor alle kinderen via doorlopende ontwikkellijnen van kinderopvang naar de basisschool en vervolgens naar het voortgezet onderwijs. In 2040 is laaggeletterdheid verder teruggedrongen. Er is een intensievere samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang en jeugdhulp, net als een stevige samenwerking tussen Onderwijs-OverheidOndernemers tot stand gekomen.

(Circulaire) economie

SDG 8: Waardig werk en economische groei SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie.

Een relatief hoge werkgelegenheid, een aantrekkelijk ondernemingsklimaat en een goed sociaal voorzieningenniveau vormen een prima uitgangspositie voor welzijn en brede welvaart in Meierijstad. Dit willen wij richting 2040 vasthouden en versterken. In 2040 zijn we op koers om in lijn met de afspraken van Parijs een circulaire leef- en werkomgeving (hergebruik van grondstoffen, mate van restafval)in Meierijstad te hebben in 2050.

Durffase In de durffase zijn 2 scenario’s uitgewerkt die zijn samengevat in tabel 2. Deze zijn op 26 september 2024 vastgesteld door de Gemeenteraad. 7 De scenario’s zijn gericht op het op verschillende mogelijke manieren behalen van de gestelde ambities. Vanuit deze scenario’s werkt de gemeente toe naar een voorkeurscenario dat in de Toekomstvisie wordt opgenomen. In het OER wordt dat voorkeursscenario ‘het voornemen’ genoemd.

6 7

https://www.sdgnederland.nl/de-17-sdgs/, geraadpleegd oktober 2024. https://meierijstad.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/f3457290-121a-4e1f-b3e9-f2e0277ca1bc (agendapunt 26)

4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

BJ9389-NRD-RP-4

7

Tabel 2. Scenario’s voor behalen ambities Toekomstvisie Meierijstad 2040. Scenario 1 • • • • • • • •

Scenario 2

Geleidelijke groei We doen het samen, met (basis)voorzieningen in elke kern Verbonden kernen en duurzame mobiliteit Een agrarisch landschap Sterk en samen ondernemen in Meierijstad Een leefbaar landschap Samen voor fossielvrij Meierijstad: verantwoord, samen en ondernemend

4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

• • • • • •

Schaalsprong naar een verstedelijkt Meierijstad Voorzieningen en culturele hotspot Investeringen in regionale mobiliteit Landschap als innovatieve proeftuin voor agrifood Fossielvrije en ijzersterke economische positie Toekomstbestendig en toonaangevend Meierijstad

BJ9389-NRD-RP-4

8

3

Waarom een OER bij de Toekomstvisie Meierijstad 2040?

3.1

Concretisering en aanscherping inhoud Toekomstvisie

De gemeente wil het OER gebruiken om de Toekomstvisie te concretiseren en aan te scherpen. Dat gebeurt als volgt. Foto van de leefomgeving Voor het OER wordt als eerste stap een foto van de leefomgeving gemaakt. De foto geeft een beeld van hoe de leefomgeving er nu voor staat. Dat wordt gedaan op basis van indicatoren zoals opgenomen in het beoordelingskader van het OER (zie paragraaf 4.2). Het is belangrijk dat deze indicatoren goed meetbaar zijn. De foto van de leefomgeving laat zien op welke vlakken de kwaliteit ‘op orde’ is en op welke vlakken er problemen en knelpunten optreden. Er wordt vervolgens ook een doorkijk gemaakt naar 2040: wat zijn de trends en ontwikkeling bij voortzetting van het huidige beleid? Welke problemen en knelpunten zijn er te verwachten? Met deze informatie in de hand kunnen de trends, ontwikkelingen en doelstellingen voor de Toekomstvisie aangescherpt en verduidelijkt worden. Het verschil tussen de doelstellingen en de verwachte kwaliteiten bij voortzetting van huidig beleid laat dan zien welke opgave er ligt voor nieuw beleid in de Toekomstvisie. Rad van de leefomgeving De resultaten van de foto van de leefomgevingsfoto worden samengevat weergegeven in een rad van de leefomgeving, zie het voorbeeld in onderstaand figuur 3. Dit rad geeft de kwaliteiten van leefomgevingsaspecten weer, nu en in de toekomst.

Het laat zien waar de leefomgeving ‘op orde’ is, wat de trends in leefomgevingskwaliteiten zijn en op welke vlakken er in de toekomst verslechteringen of problemen te verwachten zijn. Het is daardoor een goed hulpmiddel bij het structuren en formuleren van opgaven en ambities voor de Toekomstvisie. Effecten van nieuw beleid kunnen er vervolgens ook in geprojecteerd worden. Zo wordt duidelijk in welke mate nieuw beleid tot veranderingen in autonome trends en het behalen van ambities kan leiden. Effectbeoordeling en doelbereik om nieuw beleid te concretiseren en aan te scherpen In het OER worden de effecten van het nieuwe beleid in beeld gebracht en beoordeeld in welke mate ze bijdragen aan het halen van ambities. Dit wordt iteratief en interactief gedaan: nieuw beleid wordt in het OER beoordeeld, de uitkomsten daarvan worden gebruikt om het nieuwe beleid aan te scherpen of te concretiseren.

4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

BJ9389-NRD-RP-4

9

Figuur 3. Voorbeeld Rad van de leefomgeving (fictieve situatie).

3.2

Wettelijke plicht

Naast het bovenstaande zijn er nog de wettelijke vereisten met betrekking tot een OER. De Omgevingswet 8 bepaalt dat het opstellen van een planMER/OER bij een omgevingsvisie verplicht is als het programma een kader vormt voor verdere besluitvorming voor mer(beoordelings)-plichtige projecten of activiteiten zoals aangegeven in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Voorbeelden van dergelijke mer(beoordelings)-plichtige projecten zijn aanleg, wijziging of uitbreiding van: • bepaalde wegen; • industrie; • stedelijke ontwikkelingsprojecten; • landinrichtingsprojecten; • onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater. Het is de verwachting dat de invulling van de Toekomstvisie Meierijstad 2040 een kaderstellend karakter zal hebben gericht op mer(beoordelings)-plichtige projecten of activiteiten zoals benoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Ook als een omgevingsvisie significante negatieve gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden moet er een planMER/OER opgesteld worden. 9 Gezien de ligging van Natura 2000 in de omgeving van de

8 9

Artikel 16.36, eerste lid Ow. Artikel 16.36, tweede lid Ow.

4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

BJ9389-NRD-RP-4

10

gemeente Meierijstad 10 zijn significante gevolgen vanwege de Toekomstvisie voor Natura 2000 op voorhand niet uit te sluiten en wordt er op grond van de Omgevingswet een ‘passende beoordeling’ gericht op Natura 2000 uitgevoerd. Ook dat brengt een verplichting tot het opstellen van en planMER/OER met zich mee.

3.3

OER in beleidscyclus omgevingsbeleid

Een omgevingsvisie heeft in beginsel een onbeperkte looptijd. In Meierijstad is de omgevingsvisie opgenomen in de Toekomstvisie. Aan de Toekomstvisie kunnen concrete uitwerkingen worden ‘gehangen’. Daar waar het gaat om uitwerkingen die betrekking hebben op de Omgevingswet, kan dat dan gaan om programma’s in de zin van de Omgevingswet. Deze uitwerkingen zijn dan doorvertalingen van het relatief abstracte lange termijnbeleid van de Toekomstvisie. Om in beeld te krijgen of de uitwerking van het beleid daadwerkelijk leidt tot een betere kwaliteit van de leefomgeving, moet er periodiek informatie over de toestand van de leefomgeving en de resultaten van het tot dan uitgevoerde beleid beschikbaar zijn. Met het voortschrijdend inzicht dat daaruit volgt kan uitwerking en bijsturing gegeven worden aan de Toekomstvisie. Op deze manier ontstaat er een gesloten beleidscyclus (zie onderstaande figuur): • beleidsontwikkeling (Toekomstvisie); • beleidsdoorwerking (uitwerking van de Toekomstvisie in programma’s en andere instrumenten); • uitvoering (ontwikkeling concrete besluiten/regels en ander instrumentarium en toepassing daarvan); • terugkoppeling (resultaten van monitoring evalueren op hun betekenis voor nieuwe beleidscyclus). Figuur 4. Beleidscyclus omgevingswet 11.

De tijdhorizon van de Toekomstvisie is 2040. Het is een strategisch document met keuzes op hoofdlijnen. Onderdeel van de strategische keuzes is ook hoe beleid van de Toekomstvisie wordt uitgewerkt in programma’s en andere instrumenten en op welke termijn. In de programma’s wordt opgenomen hoe het beleid vorm zal krijgen, hoe de gemeente daarin wil sturen en welke acties de gemeente daarbij onderneemt. Deze uitwerkingen kunnen zowel een thematisch als een gebiedsgericht karakter hebben. Uitwerking van beleid kan leiden tot vervolgbesluitvorming. Als daarbij aanzienlijke omgevingseffecten 10 De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek (5 km) en Kampina & Oisterwijkse Vennen (6 km). 11 https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/beleidscyclus/

4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

BJ9389-NRD-RP-4

11

worden verwacht, wordt ter ondersteuning van de besluitvorming daarover opnieuw het instrument mer/OER ingezet.

4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

BJ9389-NRD-RP-4

12

4

Wat wordt er met het OER onderzocht?

4.1

Kwaliteiten leefomgeving, effecten nieuwe beleid en doelbereik

Het OER brengt in beeld: • De staat van en trends in de leefomgeving, nu en bij ongewijzigd beleid in 2040: dit laat de kwaliteiten van de leefomgeving zien, waar het ‘op orde’ is en waar er nu en bij bestaand, ongewijzigd beleid opgaven (tekorten of problemen) verwacht worden. Dit wordt gedaan aan de hand van de Foto van de leefomgeving (welke weergegeven wordt in het Rad van de leefomgeving). • De effecten van het nieuwe beleid op de voorziene staat van de leefomgeving in 2040: dit laat zien wat de verwachte gevolgen zijn van het nieuwe beleid van de Toekomstvisie en in welke mate dat de kwaliteiten van de leefomgeving beïnvloedt en of de opgaven opgelost worden. Om dit te kunnen beoordelen moet de Toekomstvisie voldoende concrete beleidsuitspraken bevatten die nieuw zijn en waar een relatie met de (fysieke) leefomgeving mee gelegd kan worden. Zowel de scenario’s (alternatieven) als het voorkeurscenario (het voornemen) van de Toekomstvisie worden in het OER beoordeeld. • De mate waarin nieuw beleid bijdraagt aan het behalen van de ambities van de Toekomstvisie (‘doelbereik’): dit laat zien in hoeverre verwacht wordt dat het nieuwe beleid bijdraagt aan het halen van de ambities die met de Toekomstvisie nagestreefd worden.

4.2

Beoordelingskader

De kwaliteiten van de leefomgeving en de effecten van de Toekomstvisie worden in beeld gebracht aan de hand van een beoordelingskader met leefomgevingsthema’s. Naast de aspecten binnen het domein van de Omgevingswet (de fysieke leefomgeving), bevat het beoordelingskader ook sociale en economische aspecten. Met een dergelijk breed beoordelingskader – breder dan gangbaar bij mer – kan een OER daadwerkelijk bijdragen aan een goede weging van alle belangen in de Toekomstvisie. Het beoordelingskader moet voldoende breed zijn om de staat van de leefomgeving en het behalen van ambities goed te kunnen duiden. Aan de hand van bovenstaande uitgangspunten is in de onderstaande tabel tot het ingevulde beoordelingskader voor het beoordelen van de effecten van de Toekomstvisie gekomen. Daarbij is van belang dat het zowel toepasbaar is in de beoordeling van kwaliteiten van de leefomgeving en effecten van nieuw beleid, als voor de beoordeling van de mate van doelbereik. Het beoordelingskader kan gaandeweg het opstellen van het OER nog bijgesteld of aangescherpt worden. Hoewel de Toekomstvisie streeft naar consistentie in ambities, kunnen ze ook strijdig zijn met elkaar. Daarom wordt in het OER ook beoordeeld in hoeverre er risico’s zijn dat nieuwe beleid tot strijdigheid in doelbereik leidt.

Van daaruit kunnen dan conclusies getrokken worden in hoeverre de ambities en nieuwe beleidsonderdelen onderling verenigbaar kunnen zijn of onderling strijdig.

4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

BJ9389-NRD-RP-4

13

Tabel 3. Beoordelingskader OER.

Thema

Beoordelingsaspect

Omgeving

Geluidhinder, luchtkwaliteit, geurhinder

Veiligheid

Omgevingsveiligheid, sociale veiligheid, verkeersveiligheid

Welzijn

Beweegvriendelijke leefomgeving, maatschappelijke basisvoorzieningen, maatschappelijke deelname

Bodem en water

Bodem, grondwater, oppervlaktewater

Natuur

Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Brabant, biodiversiteit

Landschap en cultureel erfgoed

Landelijk gebied, landschappelijke waarden, archeologie en cultuurhistorische waarden

Klimaat

Broeikasgassen, hittestress, droogte, hemelwateroverlast

Duurzaamheid

Grondstoffen en circulariteit, duurzame energieopwekking en warmtebronnen, energiebehoefte en besparing, energiezuinige woningen

Wonen

Woningaanbod en -behoefte

Economie

Werkgelegenheid, agrarische sector, werklocaties en bedrijventerreinen, onderwijs, vrijetijdseconomie

Mobiliteit

Autobereikbaarheid en doorstroming, fiets- en wandelnetwerk, openbaar vervoer en deelmobiliteit

4.3

Alternatieven en voornemen

In een OER moet de opsteller van een omgevingsvisie redelijke alternatieven uitwerken. In de Toekomstvisie worden 2 scenario’s voor nieuw beleid uitgewerkt (zie tabel 2), die worden in het OER als alternatieven beoordeeld. Op basis van het beoordelingskader wordt in beeld gebracht hoe de alternatieven ten opzichte van elkaar scoren en bijdragen aan het halen van beleidsdoelstellingen. Hiermee levert het OER de leefomgevingsinformatie voor de keuze voor een voorkeursscenario dat in de uiteindelijke Toekomstvisie wordt opgenomen. Het voorkeurscenario wordt in het OER beoordeeld als voornemen.

4.4

Abstractieniveau OER passend bij de ambities Toekomstvisie

Vanwege de lange termijn waar de Toekomstvisie op van toepassing is, hebben daarin opgenomen beleidsuitspraken over het algemeen een relatief abstract karakter. In de effecten van dat beleid zitten daarom onzekerheden. In hoeverre verwachte effecten daadwerkelijk optreden is vooral afhankelijk van de (nu nog onbekende) verdere uitwerking van de Toekomstvisie in programma´s en gebiedsspecifieke uitwerkingen die zich op de kortere termijn richten. De beoordeling van effecten in het OER sluit aan op het abstractieniveau van de Toekomstvisie. Daarom worden de effecten van de Toekomstvisie in het OER beschreven in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Dat gebeurt kwalitatief, op basis van deskundigenoordeel (‘expert-judgement’). Daarvoor worden per thema ter zake deskundige experts ingezet. Dit betekent dat er kwalitatief onderzoek wordt gedaan, er worden geen berekeningen uitgevoerd. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met inzichten in de mate en omvang van effecten, en in hoeverre het autonome trends kan beïnvloeden.

4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

BJ9389-NRD-RP-4

14

4.5

Inhoud van het OER

Zoals voorgeschreven in het Omgevingsbesluit 12 bevat het OER de volgende verplichte onderdelen: • een beschrijving van de inhoud van de visie en de redelijke alternatieven, de belangrijkste doelstellingen van de visie en het verband met andere relevante plannen en programma’s; • de relevante aspecten van de bestaande staat of kwaliteit van het milieu en de mogelijke ontwikkeling en trends daarin als de visie niet wordt uitgevoerd; • de milieukenmerken van gebieden waarvoor de effecten van de visie aanzienlijk kunnen zijn; • alle bestaande milieuproblemen die relevant zijn voor de visie, in het bijzonder de problemen in gebieden waar het belang van het beschermen van het milieu een belangrijke rol speelt; • een beschrijving van de manier waarop de doelstellingen ter bescherming van het milieu die zijn vastgesteld op internationaal, communautair of nationaal niveau en andere milieuoverwegingen zijn betrokken bij het programma, voor zover zij relevant zijn voor de visie; • een beschrijving van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van de uitvoering van de visie en van de redelijke alternatieven, met inbegrip van een beoordeling van die milieueffecten; • de voorgenomen maatregelen om de aanzienlijke nadelige milieueffecten van de uitvoering van de visie te voorkomen, te beperken of zoveel mogelijk te compenseren; • een motivering van de selectie van de onderzochte alternatieven

en een beschrijving van de wijze waarop de milieueffecten zijn vastgesteld en beoordeeld, met inbegrip van de moeilijkheden die bij het verzamelen van de vereiste informatie zijn ondervonden, zoals technische tekortkomingen of ontbrekende kennis; • een beschrijving van de voorgenomen monitoringsmaatregelen; • een niet-technische samenvatting van de bovenstaande onderdelen.

4.6

Natura 2000

Als een omgevingsvisie significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden, dan moet volgens de Omgevingswet een passende beoordeling opgesteld worden. 13 Die beoordeling moet de zekerheid geven dat de omgevingsvisie de natuurlijke kenmerken van de betreffende Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. Van de nieuwe beleidsonderdelen in het voornemen (voorkeursscenario) van de Toekomstvisie wordt beoordeeld wat de gevolgen daarvan zijn voor Natura 2000-gebieden. Ook daarbij wordt aangesloten bij het abstractieniveau van de visie: beoordeling op hoofdlijnen. Dat gebeurt kwalitatief, op basis van deskundigenoordeel (‘expert-judgement’) door een ecoloog. Daarbij wordt zoveel gebruik gemaakt van informatie uit beschikbare rapporten, zoals bijvoorbeeld door de provincie uitgevoerde natuurdoelanalyses van Natura 2000-gebieden.

12 13

Artikel 11.3 Omgevingsbesluit. Artikel 16.53c, eerste lid Ow.

4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

BJ9389-NRD-RP-4

15

5

Wanneer zijn welke vervolgstappen te verwachten?

5.1

Proces en tijdpad Toekomstvisie

De gemeente Meierijstad werkt nu aan de verdere invulling van de Toekomstvisie. Dat moet resulteren in eerst een ontwerp Toekomstvisie en tot slot een definitieve Toekomstvisie. Dat gebeurt op basis van onderstaand tijdpad. • •

5.2

2024: o 2025: o o o

november-december: invulling voorkeursscenario, stakeholdergesprekken. januari-februari: resterende invulling en verbeelding Toekomstvisie. maart-april: publicatie en ter inzage ontwerp Toekomstvisie en verwerken zienswijzen. mei-juni: vaststelling definitieve Toekomstvisie

Proces en tijdpad OER

In de tijd gezien volgt het opstellen van het OER het tijdpad van de Toekomstvisie. De verschillende stappen in de procedure van het OER zijn de volgende. Vaststellen reikwijdte en detailniveau Dit gaat om het vaststellen van de voorliggende NRD. Na vaststellen van de NRD door de gemeente wordt het gepubliceerd (‘ter inzage’), waarbij een ieder daarop kan reageren door het indienen van een ‘zienswijze’. De gemeente vraagt de wettelijke adviseurs om advies over reikwijdte en detailniveau van het OER. 14 Opstellen OER Het OER wordt opgesteld op basis van de vastgestelde NRD en de ontwerp-Toekomstvisie. Daarbij worden ook de adviezen betrokken van wettelijke adviseurs en de ingediende zienswijzen op de NRD. Publicatie OER en toetsingsadvies Commissie mer Het OER wordt tegelijk met de ontwerp-Toekomstvisie gepubliceerd (‘ter inzage’). Een ieder kan op het OER (net als op de Toekomstvisie) reageren door een ‘zienswijze’ in te dienen bij de gemeente. De gemeente vraagt de Commissie mer om advies over het OER. De Commissie toetst of het OER de benodigde en juiste milieu-informatie bevat om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming over de Toekomstvisie.

Vaststellen Toekomstvisie en verantwoording OER Bij het vaststellen van de (definitieve) Toekomstvisie gaat de gemeente met betrekking tot het OER in op: • hoe in de Toekomstvisie rekening is gehouden met het OER en de effecten van Toekomstvisie op het milieu, en de maatregelen om die effecten te vermijden (‘mitigerende maatregelen’); • monitoringsmaatregelen; • het toetsingsadvies van de Commissie mer; • de ingediende zienswijzen op het OER.

14

Zie https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/milieueffectrapportage/wettelijk-advies-minister-infrastructuur/

4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

BJ9389-NRD-RP-4

16

Begrippenlijst Alternatieven/scenario’s

De mogelijke manieren waarop de doelen van de Toekomstvisie behaald kunnen worden.

Autonome ontwikkeling

Verwachte toekomstige situatie zonder de vast te stellen Toekomstvisie. Het bevat op zichzelf staande ontwikkelingen waar eerder al over besloten is.

Bevoegd gezag

Eén of meer overheidsinstanties die bevoegd zijn een besluit te nemen over een visiedocument met de status van een omgevingsvisie conform de Omgevingswet, en de mer-procedure organiseert.

Commissie voor de mer

Een bij wet ingestelde landelijke commissie van onafhankelijke milieudeskundigen. Zij adviseren het bevoegd gezag over de kwaliteit van de informatie in het milieueffectrapport en naar wens ook over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport.

Inspraak

Mogelijkheid om informatie te krijgen en op basis daarvan een mening, wensen of bezwaren kenbaar te maken, bijvoorbeeld voor een activiteit, plan of visie waarover door de overheid een besluit zal worden genomen.

Kennisgeving

Het openbaar maken van een voornemen om een mer-procedure te starten en/of een mer-plichtig programma vast te stellen.

NRD

Notitie Reikwijdte en Detailniveau: notitie die beschrijft waar de merprocedure wel en niet overgaat (‘reikwijdte’), welke aspecten in de mer onderzocht gaan worden en met welke diepgang (‘detailniveau’).

Mer

Mer staat voor ‘milieueffectrapportage’, de procedure waarbinnen een MER wordt opgesteld.

MER

Rapport dat de resultaten bevat van het doorlopen van de merprocedure.

Natura 2000

Europees netwerk van beschermde natuurgebieden waar bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd worden om de biodiversiteit te behouden.

OER

Rapport dat de resultaten bevat van het doorlopen van de merprocedure, maar dan met een reikwijdte waarbij breder dan alleen naar milieueffecten gekeken wordt.

Passende beoordeling

Beoordeling van de effecten van een activiteit op de natuurdoelstellingen van een Natura 2000-gebied.

Programma

Instrument dat de overheid in kan zetten voor uitwerking, doorwerking of uitvoering van beleid.

Ter inzage leggen

Gedurende een bepaalde tijd de gelegenheid geven om op een voornemen of ontwerp programma te reageren met een zienswijze.

Zienswijze

Reactie die een belanghebbende aan het bevoegd gezag kan sturen als reactie op een NRD of planMER/OER.

4 december 2024

NRD TOEKOMSTVISIE MEIERIJSTAD

BJ9389-NRD-RP-4

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=f9695ad7-f004-4290-8932-a7e260013515