Handreiking actualisering IHP, BVA 13-5-2025
Tekst van het document
Handreiking ten behoeve van de beeldvormende avond d.d. 13 mei 2025 inzake de actualisering van het Integraal HuisvestingsPlan (IHP) PO en VO gemeente Meierijstad 2022-2037 1. INLEIDING Bij de vaststelling van het Integraal HuisvestingsPlan (IHP) Primair en Voorgezet Onderwijs 2022-2037 in november 2021 is met de raad gesproken om het IHP en het daarin opgenomen beleidskader onderwijshuisvesting elke vier jaar te actualiseren. Thans is het moment aangebroken om met deze actualisering te starten. Het proces daartoe wordt in twee delen c.q. fases opgesplitst. In de eerste fase komt de actualisering van het beleidskader en de daarin opgenomen beleidsuitgangspunten aan de orde, terwijl in fase twee alle schoolgebouwen aan een nadere analyse worden onderworpen; per schoolgebouw wordt huisvestingsscenario wordt ontwikkeld (renovatie, (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, instandhouding, herschikking, afstoten). Vervolgens worden deze scenario’s geprioriteerd en in de tijd uitgezet. In deze notitie zijn de aspecten uiteengezet, die bij de actualisering van het beleidskader een belangrijke rol spelen. Insteek van deze notitie is om de raad een handreiking te geven bij het bepalen welke uitgangspunten de raad belangrijk vindt om in het te actualiseren beleidskader onderwijshuisvesting op te nemen.
Daartoe wordt op 13 mei 2025 een beeldvormende avond georganiseerd, waarin de volgende vraag centraal staat: ‘Welke uitgangspunten zijn belangrijk om goed onderwijs in passende en toekomstbestendige huisvesting mogelijk te maken?‘. De aspecten c.q. uitgangspunten, die tijdens deze avond door de raad als ‘belangrijk’ worden beschouwd, zullen vervolgens door een projectgroep nader worden uitgewerkt in een conceptbeleidskader, dat in oktober-december 2025 aan de raad ter vaststelling wordt aangeboden. Met deze vaststelling wordt de eerste fase afgesloten. Voor het verdere verloop van het actualiseringsproces wordt verwezen naar hoofdstuk 1.3. Zoals opgemerkt is deze notitie vooral bedoeld als handreiking c.q. praatstuk om te komen actualisering van het beleidskader voor onderwijshuisvesting. In hoofdstuk 1 is opgenomen wat een IHP is, waarom actualisering aan de orde is en wordt het proces om tot actualisering te komen beschreven. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op wat er qua beleidskader, uitgangspunten en thema’s met betrekking tot onderwijshuisvesting in het huidige IHP is opgenomen. Hoofdstuk 3 gaat tenslotte in op ‘nieuwe’ uitgangspunten/thema’s met betrekking tot onderwijshuisvesting. Let wel, het gaat hierbij om uitgangspunten, die nog niet met de schoolbesturen en - voor zover van toepassing – kinderopvangorganisaties zijn kortgesloten.
Dat zal in de uitwerking tot een concept-beleidskader geschieden. Insteek daarbij is om een zo breed mogelijk draagvlak voor het concept-beleidskader te creëren. Het is vooral belangrijk, dat dat het een gezamenlijk proces van gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties is/wordt.. Het is nu aan de raad om aan te geven welke van deze uitgangspunten nader onderzoek c.q. uitwerking behoeven, opdat op basis daarvan het geactualiseerde beleidskader kan worden vastgesteld. 1.1 Wat is een IHP? → Strategisch, dynamisch en operationeel koersdocument, dat • de gezamenlijke visie en uitgangspunten/kaders mbt onderwijshuisvesting beschrijft; • inzicht geeft in capaciteit en ruimtebehoefte o.b.v. leerlingenprognoses; Notitie inzake actualisering IHP PO/VO gemeente Meierijstad (mei 2025)
Pagina 1
•
een meerjarenperspectief biedt uitmondend in 4 uitvoeringsprogramma / tijdvakken van elk 4 jaar;
kortom: in het IHP zijn de voorzieningen en investeringen opgenomen die nodig zijn om goed onderwijs in passende en toekomstbestendige huisvesting mogelijk te maken 1.2 Waarom actualiseren? a) afspraak met raad om het IHP ieder 4 jaar te actualiseren; sluit ook aan bij de aanstaande wetgeving waarbij het IHP per 1 januari 2026 een wettelijk verplicht document wordt. b) nieuwe ontwikkelingen c.q. voortschrijdende inzichten die een plek moet krijgen in het IHP: • onderwijsvoorzieningen in Veghels Buiten; • resultaten van haalbaarheidsonderzoeken zoals Boerdonk, Boskant, Wijbosch en Hub Noord-Brabant; • geactualiseerde leerlingenprognoses • bouwkostenontwikkeling; • gewijzigde inzichten rondom beleidsthema’s en -kaders, zoals duurzaamheid. 1.3 Proces om tot actualisering te komen a) het proces om tot een geactualiseerd IHP te komen wordt in twee fases opgeknipt; b) het beleidskader ten aanzien van onderwijshuisvesting wordt in fase 1 aan de orde gesteld; c) in deze fase wordt de raad bevraagd over het te hanteren beleidskader met betrekking tot onderwijshuisvesting; welke uitgangspunten/thema’s dienen ten grondslag te liggen aan het onderwijshuisvestingsbeleid van de gemeente Meierijstad? d) het bevragen van de raad vindt plaats via een beeldvormende avond (bva).
Insteek van deze bva is vooral het ophalen van input bij de raad om te komen tot een geactualiseerd beleidskader voor onderwijshuisvesting; e) dat bevragen gebeurt enerzijds aan de hand van de uitgangspunten c.q. bouwstenen, waarop het huidige beleidskader is gebaseerd en anderzijds aan de hand van ‘nieuwe’ c.q. te wijzigen uitgangspunten f) de uitwerking van het beleidskader c.q. de daarin op te nemen uitgangspunten geschiedt door een werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en gemeenten. Deze werkgroep wordt begeleid door een nog nader te selecteren extern bureau; g) dit uitgewerkt kader wordt vervolgens aan de raad ter vaststelling voorgelegd (november/december 2025); h) na deze vaststelling volgt fase 2, waarin alle schoolgebouwen aan een nadere analyse worden onderworpen en per schoolgebouw een huisvestingsscenario wordt ontwikkeld (renovatie, (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, instandhouding, herschikking, afstoten). Vervolgens worden deze scenario’s geprioriteerd en in de tijd uitgezet; i) ook fase 2 wordt uitgewerkt door dezelfde werkgroep en ter vaststelling voorgelegd aan de raad (april-juni 2026). Net zoals bij het huidige IHP zal er sprake zijn van 4 periodes van 4 jaar (2027-2030, 2031-2034, 2035-2038, 2039-20421.
De eerste periode van 4 jaar heeft een bindend karakter, de overige drie periodes zijn een leidraad voor de te verwachten investeringen. 2. WAT IS ER VASTGELEGD IN HET HUIDIGE IHP 2022-2037?
Notitie inzake actualisering IHP PO/VO gemeente Meierijstad (mei 2025)
Pagina 2
2.1 Visie op onderwijshuisvesting, zoals opgenomen in IHP 2022-2037 Het bieden van passende en toekomstbestendige huisvesting, die een bijdrage levert aan goed onderwijs c.q. aan doorgaande leer- en ontwikkellijnen voor kinderen en jongeren in de leeftijd van 0 tot 19 jaar. 2.2 Bouwstenen om tot passend en toekomstbestendige huisvesting te komen 2.2.1 INTEGRAAL ONDERWIJSAANBOD EN SAMENWERKING A. Aanbod per kern of wijk Huidige uitgangspunten: ➢ in iedere kern/wijk één- of meerdere onderwijs- en opvangvoorziening(en) behouden, mits de kwaliteit van het onderwijs en de betaalbaarheid zijn gewaarborgd; ➢ schoollocaties gesitueerd op toekomstbestendige en goed bereikbare locaties (zowel bestaande als nieuwe locaties); ➢ in stand houden en versterken van onderwijsdiversiteit (= een divers aanbod aan onderwijsdenominaties en onderwijsconcepten) ten behoeve van keuzemogelijkheid voor ouders en voor kinderen de mogelijkheid tot verschillende ontwikkelroutes ➢ een goede/logische spreiding van onderwijsvoorzieningen; ➢ In het kader van thuisnabij onderwijs en zoveel mogelijk inclusief onderwijs worden binnen de gehele gemeente vanuit beide samenwerkingsverbanden tijdelijke arrangementen toegekend = geen structurele m²; ➢ VO: bereikbaarheid per fiets en openbaar vervoer ➢ VO: aanbieden voor een complementair onderwijsaanbod; Dit houdt in dat schoolbesturen een gezamenlijke
verantwoordelijkheid hebben voor een regionaal dekkend en kwalitatief goed onderwijsaanbod; B. Kindcentra Huidige uitgangspunten: ➢ realiseren van een bereikbaar aanbod van kindvoorzieningen in integrale kindcentra (IKC); ➢ in deze IKC’s werken onderwijs en opvang samen aan een stabiele, intellectuele, persoonlijke en sociale groei van kinderen van 0 – 12 jaar. Op basis van lokale behoeften en aanbod kan dit worden verbreed met zorg en/of ondersteuning voor kinderen en ouders. ➢ vindt bij voorkeur plaats in één gebouw of in de directe omgeving; ➢ bij nieuwbouw is het streven van een kindcentrum vanzelfsprekend; bij bestaande gebouwen worden mogelijkheden bekeken; C. Doorlopende ontwikkellijn: PO en VO Huidige uitgangspunten: ➢ doortrekken van doorlopende ontwikkellijn van opvang en PO naar VO en verder; focus op warme overdracht ➢ aandacht in VO op het leren van vaardighedenaardigheden en competenties die nodig zijn in het vervolgonderwijs en in de samenleving = hybride onderwijs ➢ aanbieden van tienerschool; D. Betekenisvolle leeromgeving Huidige uitgangspunten: ➢ betekenisvol leren is, zowel binnen het primair als voortgezet onderwijs, steeds vaker zichtbaar. Leren door te ervaren en te ontdekken, in de vorm van praktijk, excursies, gastlessen, stages, et cetera. Schoolbesturenhechten er waarde aan hun leerlingen vroegtijdig met de beroepspraktijk kennis te laten maken.
Notitie inzake actualisering IHP PO/VO gemeente Meierijstad (mei 2025)
Pagina 3
E. Passend onderwijs en inclusiever onderwijs Huidige uitgangspunten: ➢ aanbieden van passend en inclusiever onderwijs is van belang; kansengelijkheid voor alle leerlingen is belangrijk; ➢ passend en inclusiever onderwijs vraagt om een ander (flexibel) ruimtegebruik, bijvoorbeeld ruimtes waar onder begeleiding, zelfstandig of in kleine groepen gewerkt kan worden door leerlingen, maar ook door externe zorgaanbieders of begeleiders; ➢ komen tot passende huisvesting, afgestemd op de specifieke behoefte; ➢ scholen met minder dan 145 leerlingen krijgen 50 m² extra bij nieuwbouw, renovatie en uitbreiding; ➢ in bestaand gebouw met leegstand kan overmaat worden ingezet. 2.2.2 TOEKOMSTIGE ONDERWIJSHUISVESTING A.
Flexibiliteit en ruimtegebruik Huidige uitgangspunten: ➢ wenselijk om bestaande voorzieningen zo optimaal mogelijk vorm te geven, rekening houdend met inhoudelijke samenwerking, passend onderwijs en leerlingenaantallen; ➢ bij vervangende nieuwbouw aandacht hebben voor toekomstige aanpasbaarheid: - uitbreidingsmogelijkheden - aanpasbaarheid - transformatie ➢ niet bouwen voor leegstand ➢ onderwijs en opvang zijn op basis van gelijkwaardigheid gehuisvest om continuïteit te borgen, die noodzakelijk is om te kunnen bouwen aan en participeren in langdurige inhoudelijke samenwerking; ➢ onderwijs zoveel mogelijk vanuit één locatie aanbieden, opdat groepsdoorbrekend onderwijs en onderwijs op maat in groepen goed georganiseerd kan worden; ➢ uitgangspunt van medegebruik is dat zo veel mogelijk gebruik gemaakt wordt van leegstand elders voordat een uitbreiding plaatsvindt. Gemeente en schoolbesturen treden in overleg en werken de spelregels de komende tijd nader uit; ➢ aandacht hebben voor veiligheid in en rondom het gebouw. B.
Duurzaamheid (energie, circulair, klimaatbestendig, biodiversiteit, gezondheid, bewegend leren) Huidige uitgangspunten: ➢ focus op het realiseren en behouden van kwalitatief goede huisvesting als randvoorwaarde voor onderwijskwaliteit; ➢ investeringen in het verduurzamen van gebouwen vinden plaats bij natuurlijke momenten zoals (vervangende) nieuwbouw en renovatie; ➢ schoolbesturen zijn vrij om, binnen de mogelijkheden die zij hebben, zelf maatregelen te treffen met betrekking tot het verduurzamen van onderwijsgebouwen; ➢ gemeenten en schoolbesturen blijven in gesprek over bekostiging/financiering van maatregelen die voorkomen uit de Wet Milieubeheer (= erkende maatregelenlijst energiebesparing); ➢ gemeente ziet het als voorbeeldfunctie om in 2030 CO2-neutraal te zijn; Notitie inzake actualisering IHP PO/VO gemeente Meierijstad (mei 2025)
Pagina 4
➢
➢ ➢ ➢
➢ ➢ ➢ ➢
➢
voor nieuwbouw, is ENG, gasloos en Frisse Scholen klasse B het uitgangspunt. Het schoolbestuur kan (=keuze) binnen het beschikbare budget de (maatschappelijke) keuze maken om aanvullende duurzaamheidsambities te realiseren, zoals nul-op-de-meter; voor renovatie geldt dat BENG beredeneerd zoveel mogelijk wordt gehaald; circulair: nieuwe of te renoveren gebouwen worden levensloopbestendig en volgens het Cradle to Cradle principe gebouwd; er wordt gewerkt aan volledige klimaatbestendigheid en veel meer biodiversiteit: voor de schoolomgeving betekent dit anticiperen op meer groen en het verminderen van bestaande verharding en/of het tegengaan van nieuwe verharding (= ‘vergroenen’ van schoolpleinen en/of daken); slimme combinaties tussen schoolpleinen, openbare speelplaatsen en openbaar groen; een goed binnenklimaat is belangrijk voor goede leerprestaties; bij nieuwbouw of renovatie van schoolgebouwen geldt als uitgangspunt het kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B en de vereisten die gelden voor opvangvoorzieningen; voor investeringen in het binnenklimaat is een spanning aanwezig vanuit investeringen. Zowel gemeente als schoolbesturen ontvangen hiervoor geen aanvullende bekostiging. Beide zien wel de noodzaak tot investeringen.
Binnen het IHP wordt bij bestaande gebouwen ervoor gekozen investeringen in binnenklimaat mee te nemen op natuurlijke momenten, zoals renovatie of grote onderhoudsinvesteringen, tenzij vanuit de Rijksoverheid aanvullende bekostiging volgt; bewegen draagt bij aan goed leerprestaties en de ontwikkeling van een kind. Bij de bestaande locaties wordt de buitenruimte gehandhaafd en kan gekeken worden naar het ‘vergroenen’ van de pleinen. Voor nieuwbouw of renovatie wordt de omvang van de buitenruimte van belang geacht. Voor de opvang wordt voldaan aan de geldende regelgeving (ook bij bestaande bouw). Voor het onderwijs wordt voorgesteld de laatste actualisatie van de verordening aan te houden en te formaliseren, waardoor voldoende speelterrein ontstaat en dit dus bijdraagt aan het bevorderen van beweegmogelijkheden.
2.2.3 TYPE MAATREGELEN A. Nieuwbouw/uitbreiding B. Renovatie C. Herschikking D. Instandhouding E. Afstoten Per maatregel zijn uitgangspunten geformuleerd. De belangrijkste algemene uitgangspunten zijn: ➢ de basisgedachte is dat nieuwbouw voor een gebruiksduur van 40 jaar wordt gerealiseerd. ➢ na 40 jaar kan een levensduurverlengende renovatie plaatsvinden waardoor het gebouw nog 25 jaar gebruikt kan worden; ➢ de afweging om levensduurverlengend te renoveren of nieuw te bouwen wordt gemaakt via een businesscase;
Notitie inzake actualisering IHP PO/VO gemeente Meierijstad (mei 2025)
Pagina 5
➢ nadat een gebouw eerst 40 jaar in gebruik is geweest en vervolgens 25 jaar verlengd is, wordt na 65 jaar nieuwbouw gepleegd (tenzij er beargumenteerd van afgeweken wordt); ➢ bij de realisatie van projecten is het aantal te realiseren vierkante meters volgens de norm leidend en niet het beschikbare budget. In de situatie dat bij realisatie van de m² met het vastgelegde kwaliteitsniveau middelen resteren, dan vloeien deze terug naar de gemeente; ➢ bij levensduurverlengende renovatie worden alleen de vierkante meters gerenoveerd die noodzakelijk zijn om het leerlingenaantal te huisvesten. De overmaat wordt gesloopt of krijgt een andere bestemming. In verband met inpassingsverlies - gebouw passend maken aan de benodigde meters - wordt een maximum aangehouden van 10% overschrijding van de normatieve bruto m². Het te renoveren deel overschrijdt nooit de maximale omvang van het bestaande bouw (er wordt dus niet uitgebreid). ➢ ingeval van nieuwbouw dragen schoolbesturen waar mogelijk bij aan het behalen van duurzaamheidsambities via een financiële bijdrage. ➢ ingeval van renovatie dragen schoolbesturen waar mogelijk bij in de realisatie van renovatie door een investering vanuit schoolbesturen. Deze wordt onderbouwd middels een sluitende businesscase als verantwoording voor de aanvullende bijdrage passend binnen de geldende wet- en regelgeving.
2.3 Investeren in kinderopvang • komen tot gezamenlijke huisvesting van onderwijs en kinderopvang waar de kans zich voordoet; • schoolbestuur en opvangorganisatie gaan inhoudelijke samenwerking aan. Zij bepalen gezamenlijk de ambitie en het aantal kindplaatsen; • gemeente pleegt de investering in vierkante meters kinderopvang; • gemeente verhuurt op basis van een kostprijsdekkende huur de vierkante meters opvang aan het schoolbestuur. Schoolbestuur vraagt huur aan opvangorganisatie; • via het schoolbestuur wordt de gemeente maandelijks vergoed voor de gepleegde investering door het ontvangen van huurpenningen; • in bestaande situaties waar kinderopvang gebruik maakt van (leegstaande) ruimten in een onderwijsvoorziening is sprake van gelijkwaardigheid in huisvesting. Dit betekent dat bij groei van het onderwijs de kinderopvang niet wijkt. Om de groei van het onderwijs op te vangen blijft opvang zitten en worden groepsruimten voor het onderwijs bijgebouwd (uitbreiding). In dat geval wordt de uitbreiding aangemerkt als beredeneerde aantoonbare investering ten behoeve van opvang en wordt de gemeente via een (kostprijsdekkende) huurvergoeding gecompenseerd voor de kapitaallasten. Aanpassing uitgangspunten als gevolg van Didam-arrest: • het is de gemeente niet (meer) toegestaan om een door de gemeente gefinancierde kinderopvang één op één te verhuren aan een schoolbestuur.
Ook niet indien dit schoolbestuur al (al dan niet langdurig) samenwerkt met een specifieke kinderopvangorganisatie; • om binnen de nu bekende juridische kaders toch de door een schoolbestuur gewenste samenwerking met een specifieke kinderopvangorganisatie te kunnen faciliteren, wordt het eigendom van het gehele gebouw (dus school- en opvangdeel) aan het schoolbestuur overgedragen, waarbij gelijktijdig een financieringsovereenkomst wordt gesloten en het economisch claimrecht voor het gehele gebouw bij de gemeente berust. Op deze wijze
Notitie inzake actualisering IHP PO/VO gemeente Meierijstad (mei 2025)
Pagina 6
verkrijgt de gemeente op basis van nader te maken afspraken de zekerheid dat het schoolbestuur de door de gemeente gepleegde investering daadwerkelijk terugbetaalt. 3. WELKE ‘NIEUWE’ UITGANGSPUNTEN/ASPECTEN/ONTWIKKELINGEN/THEMA’S KUNNEN IN DE ACTUALISERING VAN HET IHP MEEGENOMEN WORDEN? Om de ‘nieuwe’ uitgangspunten e.d. overzichtelijk weer te geven, is er voor gekozen om deze enigszins te rubriceren aan een viertal ‘bouwstenen van beleid’, te weten: • regie en beleid • onderwijscapaciteit oftewel vraag en aanbod • kwaliteit en duurzaamheid • samenwerking 3.1 Regie en beleid Deze bouwsteen gaat over mogelijk beleid met betrekking tot onderwijshuisvesting en de wijze waarop dit kan worden vastgelegd in het IHP en hoe hier uitvoering aan kan worden gegeven. A. Essay ‘Bouwen op leerlingenaantallen’ 1) prognoses zijn nodig en vragen specifieke kennis; 2) het model ‘de politie van het tellen’ biedt het gemeentebestuur een handvat om het politieke debat te voeren over de prognoses en de onzekerheden daarbij; 3) het essay wijst op de inherente onzekerheden in demografische prognoses en de noodzaak voor flexibiliteit in beleidsvoering. Het benadrukt het belang van het ontwikkelen van scenario's en het voorbereiden op onverwachte voorzienbare ‘verrassingen’. 4) hiertoe zijn 5 strategieën aangereikt:
5) welke strategie vormt de basis voor het onderwijshuisvestingsbeleid van onze gemeente? B. Visie op onderwijshuisvesting 1) dekt huidige visie nog de lading of is aanvulling gewenst? 2) omschrijven wat kwalitatief goede huisvesting is;
Notitie inzake actualisering IHP PO/VO gemeente Meierijstad (mei 2025)
Pagina 7
Mogelijk voorstel: Schoolgebouwen moeten duurzaam, gezond, toegankelijk en flexibel gebouwd zijn, zodat groei, krimp, medegebruik en een veranderende visie in onderwijs en kinderopvang makkelijker op te vangen en in te passen zijn. Verouderde schoolgebouwen worden vervangen of opgeknapt tot een aan nieuwbouw gelijkwaardig niveau. C. Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting 1) redenen voor wetswijziging: • ontbreken van integrale planmatige aanpak; • kwaliteit schoolgebouwen blijft achter; • renovatie is niet opgenomen; • investeringsverbod PO; • objectieve sturingsinformatie ontbreekt; 2) total-cost-of-ownership (TCO) wordt onvoldoende gestimuleerd; onder TCO wordt verstaan dat het schoolbestuur en de gemeente gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor goede onderwijshuisvesting tegen de laagste totale kosten van bouw, onderhoud en exploitatie gedurende de gehele gebruiksperiode; 3) IHP krijgt wettelijke verankering en bevat in ieder geval: • een beschrijving van elk schoolgebouw op het grondgebied van de gemeente; • de geraamde investeringsbedragen per schoolgebouw voor de voorzieningen in de huisvesting, bedoeld in artikel 92, voor een periode van vier jaar; • het beleid voor de onderwijshuisvesting in relatie tot de prognose van het aantal leerlingen in de gemeente in de periode waarop het plan betrekking heeft.
4) renovatie wordt als voorziening in de huisvesting toegevoegd (‘renovatie als alternatief voor nieuwbouw, bestaande uit vernieuwing of grootschalige verandering van een gebouw of een gedeelte daarvandoor een samenhangend geheel van maatregelen, dat gericht is op het verlengen van de levensduur van het gebouw of het gedeelte daarvan’) en valt daarmee onder gemeentelijke verantwoordelijkheid; 5) elk schoolgebouw wordt aangeduid met vermelding van in ieder geval: • de kadastrale gegevens van het perceel; • het bouwjaar, het bruto vloeroppervlakte, de bouwtechnische staat, de functionaliteit van het gebouw in relatie tot de onderwijsvorm, het energieverbruik, de overige exploitatielasten, de verwachte technische levensduur en de duurzaamheid van het gebouw; • de aanwezige sportvoorzieningen; • de wijze waarop afstemming heeft plaatsgevonden met de meerjarenonderhoudsplannen, bedoeld in artikel 92c; • de voornemens voor het schoolgebouw in de periode van twaalf jaarvolgend op de periode van vier jaar waarvoor het plan geldt. 6) op overeenstemming gericht overleg met betrekking toto vaststelling of wijziging IHP 7) een schoolbestuur stelt op basis van een bouwkundige inspectie per schoolgebouw een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vast voor het onderhoud en brengt het MJOP ter kennis van de gemeenteraad.
8) het MJOP bestrijkt een periode van vier jaar en vermeldt in ieder geval welke onderhoudswerkzaamheden in welk jaar plaatsvinden en de daarvoor beschikbare middelen en de voornemens voor onderhoudswerkzaamheden in de periode van twaalf jaar volgend op de periode van vier jaar waarvoor het MJOP geldt; 9) de wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting treedt vermoedelijk per 1 januari 2026 in werking; IHP en MJOP worden uiterlijk respectievelijk drie en twee jaar na inwerkingtreding voor de eerste maal vastgesteld; Notitie inzake actualisering IHP PO/VO gemeente Meierijstad (mei 2025)
Pagina 8
10) na vaststelling wordt het IHP toegezonden aan de minister van OCW; 11) de verplichtingen voor het opstellen van het IHP en het MJOP zullen ook gelden in het geval van doordecentralisatie. In het IHP vermeldt de gemeente aan welk schoolbestuur, voor welke huisvestingsvoorzieningen en voor welke termijn de zorgplicht is gedelegeerd. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het verstrekken van de informatie over de betreffende schoolgebouwen die in het IHP moet worden opgenomen; 12) een schoolbestuur voortaan mag investeren in het schoolgebouw als er een overschot is op de besteding van de onderwijsmiddelen; met andere woorden het investeringsverbod voor het PO wordt opgeheven. Een PO-schoolbestuur zal daardoor ook kunnen bijdragen aan voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, zoals nu alleen geldt voor het VO. Dit betekent niet dat gemeenten een claim kunnen leggen op het budget van een school; het is aan het schoolbestuur om te besluiten gebruik te maken van de mogelijkheid eventuele overschotten te investeren in huisvesting. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de voorzieningen in de onderwijshuisvesting. D. Type maatregelen 1) actualisering van de uitgangspunten is noodzakelijk als gevolg van Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting.
VNG komt met nieuwe modelverordening waarin een en ander nader is uitgewerkt (naar verwachting rond 1 augustus 2025); 2) tijdelijke huisvesting bij vervangende nieuwbouw en renovatie voortaan integraal deel laten uitmaken van maatregelen/scenario’s; E. Bewegingsonderwijs 1) is de huidige norm van 2 x 45 minuten per week voldoende of dient de ambitie met betrekking tot bewegingsonderwijs in Meierijstad naar een hoger niveau opgetrokken te worden, bijvoorbeeld meer uren, ander vormen van bewegingsonderwijs? Let wel, meer uren kan leiden tot uitbreiding van de capaciteit van voorzieningen voor bewegingsonderwijs! 2) hoe om te gaan met 40 jaar oude gymzalen, die niet meer voldoende aan de thans geldende minimale zaaloppervlakte van 306 m²? Renoveren en de bestaande vloeroppervlakte (= 252 m²) handhaven of nieuwbouw ter grootte van 306 m² plegen? 3) er moeten spelregels komen voor het gebruik van gemeentelijke sportaccommodaties door BSO-organisaties; F. Vervallen investeringsverbod PO 1) kan leiden tot een gezamenlijke financiering (= TCO) die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten dan wel het moment van investeren kan vervroegen. 3.2 Onderwijscapaciteit oftewel vraag en aanbod Deze bouwsteen geeft aan welk aanbod aanwezig is en welke aanbod kan worden nagestreefd.
Het gewenste versus beschikbare aanbod van onderwijs is (mede) bepalend voor de te ontwikkelen huisvestingsscenario’s/-oplossingen. A. Spreiding 1) een goede spreiding van schoollocaties is belangrijk voor de bereikbaarheid van scholen. Schoolgrootte en spreiding moeten, vooral in het PO, aansluiten op het leerlingenaantal in het voedingsgebied;
Notitie inzake actualisering IHP PO/VO gemeente Meierijstad (mei 2025)
Pagina 9
2) een goede spreiding van het PO is van belang voor de leefbaarheid van de kerkdorpen en wijken. Een school functioneert als een “spil in de wijk”. Onderwijs in de nabijheid van het woonadres van de leerling vormt hierbij ook een uitgangspunt. 3) voor het VO is het van belang om op zowel plaatselijk schaal als de regionale schaal te kijken naar de optimale spreiding en bereikbaarheid. Het VO trekt immers ook leerlingen uit de regio aan. B. Krimp, groei en optimale afstemming tussen vraag en aanbod van onderwijscapaciteit 1) onderzoek naar het hanteren van minimale schoolgrootte 2) hoe om te gaan met het verwijzen naar leegstand ingeval van uitbreiding? Zijn nieuwe kaders/spelregels gewenst? Is het in dat kader wenselijk het basisprincipe te hanteren dat de schoolbesturen zich inzetten om groei op te vangen binnen de bestaande onderwijscapaciteit waar dat kan? Dit houdt dan in dat de schoolbesturen samenwerken om de groei zo veel mogelijk op te vangen binnen de bestaande capaciteit en dat scholen niet uitgebreid worden als in de nabije scholen nog capaciteit beschikbaar is. Als een school(bestuur) hiervan af wil wijken omdat zij een bepaalde visie of doelstelling voor een school hebben, wordt de wenselijkheid en haalbaarheid hiervan verder onderzocht tussen de schoolbesturen en met de gemeente.
3) onderzoek naar het hanteren van een leerlingenstop;?een leerlingenstop kan helpen om te kunnen sturen op een optimale afstemming tussen vraag en aanbod van onderwijscapaciteit. 4) onderzoek naar de wenselijkheid om met de schoolbesturen afspraken te maken over een aanmeldings- en toelatingsbeleid 5) hoe om te gaan met een overschot aan m², die niet meer voor onderwijs nodig zijn? Is het wenselijk om enige overmaat in de aanwezige onderwijscapaciteit te accepteren en is dat op schoolniveau of op kernniveau? Of is verhuur aan andere instanties mogelijk of overdracht aan gemeente of afstoten? 6) strategisch sturen op wijkvolumes; indien er noodzaak is tot uitbreiding van schoolgebouwen, zou eerst onderzocht kunnen worden of dit volume kan worden toegevoegd aan een school die wordt vervangen in de desbetreffende wijk. Zo wordt voorkomen dat er kleine nieuwe gebouwdelen worden toegevoegd aan een bestaand gebouw in wijken waar ook scholen zijn die in aanmerking komen voor (vervangende) nieuwbouw. C. Toekomstbestendigheid onderwijslocatie 1) er dient gekeken te worden naar de toekomstbestendigheid van de onderwijslocaties en daarmee de mogelijkheden om op bestaande en nieuwe schoollocaties (percelen) uit te kunnen breiden (in hoogte en breedte); D.
Voorzieningen voor onderwijs aan nieuwkomers 1) het is wenselijk om kaders en spelregels over dit thema in het IHP vast te leggen 3.3 Kwaliteit en duurzaamheid In deze bouwsteen worden mogelijke kwaliteits- en duurzaamheidsambities omschreven. A. Toegankelijkheid 1) conform Bouwbesluit dienen schoolgebouwen in onze gemeente voor iedereen toegankelijk te zijn. De gebouwen dienen ruim van opzet te zijn en bij meerdere bouwlagen is de aanwezigheid van een lift noodzakelijk. Kinderen en medewerkers van de school met een beperking kunnen op deze manier zelfstandig door het gebouw bewegen, zonder hulp van derden; 2) toegankelijkheid betekent ook dat het gebouw geschikt is voor diverse gebruikersgroepen; Notitie inzake actualisering IHP PO/VO gemeente Meierijstad (mei 2025)
Pagina 10
B.
C.
D.
E.
F.
3) daarnaast moet de school ook veilig te bereiken zijn, hetzij met de fiets, hetzij lopend of met gemotoriseerde voertuigen. Mindervalide personen kunnen het gebouw op een passende manier bereiken en op een acceptabele afstand tot de entree parkeren Total-cost-of-ownership 1) komt voort uit de aanbeveling van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Onderwijshuisvesting funderend onderwijs: stimuleren van de TCO-benadering;. 2) de gescheiden verantwoordelijkheid tussen de investering en de exploitatie van een onderwijsgebouw kan leiden tot een suboptimale oplossing. Een lage investering kan daarbij hoge exploitatielasten veroorzaken. Schoolbesturen betalen de exploitatielasten uit de vergoeding voor materiële instandhouding, onderdeel van de lumpsumvergoeding, van het rijk. Schoolbesturen ervaren een tekort in de exploitatievergoeding die zij ontvangen van het rijk (welke ook in diverse rapporten is bewezen). Gemeenten ervaren een tekort in de vergoeding die zij ontvangen voor de benodigde investeringen. Bij het realiseren van projecten op basis van de optimale TCO wordt gezocht naar de balans in investeringskosten en exploitatiekosten. Hierbij dragen schoolbesturen mogelijk bij aan een (aanvullend)deel van de stichtingskosten van een nieuwbouw- of renovatieopgave om aanvullende kwaliteit mogelijk te maken.
Een integrale afweging tussen de totale investering en de totale onderhouds- en exploitatiekosten is daarbij van belang. Duurzaamheid 1) hoe om te gaan met nieuwe duurzaamheidsthema’s zoals klimaatadaptatie/bestendigheid (wateroverlast en hittestress), gebruikswaarde en circulariteit? De insteek zou bijvoorbeeld kunnen zijn om samen met de schoolbesturen te onderzoeken welke circulaire principes bij nieuwbouw/renovatie kunnen worden toegepast; 2) een schoolbestuur heeft vaak niet voldoende middelen om alle duurzaamheidsinvesteringen te maken die nodig zijn, maar formeel vallen deze investeringen ook niet onder de wettelijke verantwoordelijkheid vanuit de gemeente. Zijn bestaande kaders en spelregels voldoende of moeten deze aangepast worden? Gezondheid 1) een schoolbestuur heeft vaak niet voldoende middelen om het binnenklimaat van bestaande gebouwen te verbeteren, maar ook hiervoor geldt dat deze investeringen niet onder de wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente vallen. Zijn bestaande kaders en spelregels voldoende of moeten deze aangepast worden? Inclusief onderwijs 1) is het wenselijk c.q. noodzakelijk om de beleidsregel met betrekking tot passend onderwijs en inclusiever onderwijs verder aan te scherpen c.q. uit te breiden, zodat alle scholen daar gebruik van kunnen maken? Nu is het alleen bedoeld voor scholen met minder dan 145 leerlingen.
Of dient inclusief juist op kernniveau gefaciliteerd te worden? Buitenruimte 1) momenteel is er landelijk een discussie gaande over de norm die geldt voor de buitenruimte c.q. speelruimte bij nieuwbouw van scholen. In Meierijstad wordt een norm gehanteerd die uitgaat van 3 m² per leerling. Deze norm is hoger dan de norm in de modelverordening van de VNG. Vanuit diverse organisaties wordt gepleit voor 5 m² per leerling, waarvan tenminste 2 m² onverhard;. 2) door speelterrein en eventueel aangrenzend openbaar groen slim met elkaar te combineren wordt in Meierijstad getracht de norm van 5 m² per leerling te bereiken;
Notitie inzake actualisering IHP PO/VO gemeente Meierijstad (mei 2025)
Pagina 11
3) groen/blauwe schoolpleinen (waar veel groen is geïntegreerd ter stimulering van de biodiversiteit en waar extra aandacht wordt besteed aan waterinfiltratie) zijn een eventueel aandachtspunt en vragen om afspraken en budgetten in het IHP; G. Flexibiliteit 1) hoe aanpasbaar dienen de gebouwen te zijn en hoe kan modulaire bouw daaraan bijdragen? 2) de (on)mogelijkheden om een flexibel schoolgebouw te realiseren zijn van belang in de afweging tussen renovatie en nieuwbouw; 3) een schoolgebouw dient geschikt te zijn voor multifunctioneel gebruik; H. Standaardisatie 1) landelijke ontwikkelingen laten kansen zien voor standaardisatie binnen de onderwijshuisvesting, met name voor wat betreft het versnellen van het bouwproces en mogelijk kosten te besparen. I. Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting 1) het is noodzakelijk om het gemeentelijk kwaliteitskader te actualiseren vooral daar waar het gaat om het duurzaam bouwen (zoals circulair bouwen, waterretentie en ecologie/natuurinclusiviteit); 2) aanpassing kan mogelijk tot hoger bedrag per m² bvo leiden; 3.4 Samenwerking Binnen deze bouwsteen wordt de visie op samenwerking beschreven tussen de onderwijspartijen onderling en de overige (kind)partners, die raakvlakken hebben met het onderwijs. A.
Samenwerking tussen schoolbesturen 1) streven naar samenwerking tussen de schoolbesturen ten gunste van het onderwijs, de leerling en de medewerkers, rekening houdend met de diversiteit van het aanbod van onderwijs en de identiteit van de besturen & scholen. De kwaliteit van het onderwijs staat hierbij centraal. Samenwerking kan zowel inhoudelijk (kennis) of gebouwelijke (faciliteiten) worden vormgegeven, waarbij gebouwelijke samenwerking volgt op de inhoudelijke samenwerking. Gebouwelijke samenwerking biedt voordelen op het gebied van het faciliteren van ontmoetingen, de beschikbaarheid van faciliteiten, het efficiënter/optimaler gebruiken van beschikbare m² gebouw en faciliteiten en het beperken van exploitatielasten. Per situatie dient te worden verkend hoe vorm en inhoud kan worden gegeven aan deze samenwerking. B. Investeren in de huisvesting van kinderopvang 1) actualisatie en toets aan meest actuele wet- en regelgeving (o.a. Didam-arrest) van dat moment is benodigd. Het faciliteren in het vormen van IKC’s blijft het uitgangspunt. C. Verhuur en medegebruik 1) het is noodzakelijk om een nieuwe beleidsregel voor medegebruik en verhuur toe te passen. Veghel, 7 mei 2025
Notitie inzake actualisering IHP PO/VO gemeente Meierijstad (mei 2025)
Pagina 12