Dashboard sociaal domein 2024
Tekst van het document
Kerncijfers Sociaal Domein – 2024 1. Inleiding Bij elke Bestuursrapportage en de Jaarrekening wordt de dashboardrapportage Kerncijfers Sociaal Domein aangeboden. Het dashboard is een integrale rapportage over de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet. De rapportage bevat drie elementen: kwantitatieve gegevens, financiële gegevens en een korte tekstuele toelichting en analyse. De dashboardrapportage is een groeimodel, de komende jaren worden in het kader van de doorontwikkeling zo nodig onderwerpen toegevoegd. Daarmee komt meer en betere sturingsinformatie beschikbaar. Door het nieuwe registratiesysteem X-works kunnen vergelijkingen met voorgaande jaren soms lastig zijn, omdat de registratie nu op een andere manier plaatsvindt. Als dit relevant is, zullen we dit expliciet vermelden. Naast deze dashboard rapportage wordt vanaf 2020 elke twee jaar een meer strategisch en tactisch stuurinstrument aangeboden, de 4G monitor. Op basis van (zoveel mogelijk) beschikbare informatie wordt in deze monitor een beeld geschetst en een analyse gemaakt van vier belangrijke indicatoren over de leefsituatie van de inwoners van Meierijstad. De monitor geeft een beeld over (positieve) gezondheid, geluk, gezin (thuissituatie) en geld (financiële situatie) van onze inwoners in relatie tot de onderwerpen vanuit het sociaal domein.
De beschikbare informatie wordt afhankelijk van de mogelijkheden afgezet tegen de rest van Nederland, vergelijkbare gemeenten of de regio (Noordoost Brabant). Op basis hiervan kan de Raad vaststellen of het goed gaat met onze inwoners, of het gewenst is bij te sturen of dat het gewenst is de ambities bij te stellen. Op basis van ervaringen en input van de Raad zal de 4G-monitor de komende jaren verder worden doorontwikkeld.
2. Wet maatschappelijke ondersteuning 2.1 Kerncijfers Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal uitstaande voorzieningen op betreffende peildatum. In deze tabel zijn zorg in natura (ZIN) en een persoonsgebonden budget (PGB) meegenomen. Sommige klanten maken gebruik van meerdere voorzieningen. Begeleiding en Dagbesteding zijn in onderstaande tabel meegenomen, maar zijn door de nieuwe inkoopsystematiek in 2022 niet te vergelijken met voorgaande jaren. We lichten de producten individuele begeleiding en groepsbegeleiding separaat toe. Daarnaast maken we een kanttekening bij de cijfers van december 2023 die door de overgang naar X-works een vertekend beeld kunnen geven omdat de indicaties van eind 2022 later technisch zijn verwerkt. Aantal uitstaande voorzieningen (ZIN en PGB) Aantal indicaties Wmo
Dec 2019
Dec 2020
Dec 2021
Dec 2022
Dec 2023
December 2024
Beschermd Wonen
133
129
72
76
60
67
Collectief Vervoer
1783
1703
1705
1732
1731
1765
Hulp bij huishouden
1904
2033
2161
2313
2294
22601
Rolstoelvoorziening
825
740
711
612
731
706
Vervoersvoorziening
689
725
768
903
909
971
Woonvoorziening
529
555
594
668
845
1003
Parkeerkaart
809
961
1087
1177
1140
1164
Individuele begeleiding
712
713
789
853
863
947
Groepsbegeleiding
212
174
197
206
196
250
Wat valt op? Zoals voorspeld, is voor een aantal voorzieningen waar het abonnementstarief van toepassing is over de jaren heen een grote stijging te zien. Bij de invoering bleek dit al een aanzuigende werking te hebben. Dit beeld wordt ook landelijk bevestigd. Daarnaast spelen uiteraard ook andere ontwikkelingen mee bij de stijging van het aantal voorzieningen waaronder in het bijzonder de toenemende vergrijzing en het ingezette beleid voor langer zelfstandig thuis wonen. Op het gebied van woonvoorzieningen zien we een stijging in december 2024 ten opzichte van december 2023. Deze stijging is grotendeels te verklaren door de vergrijzing en mogelijk voor een deel ook door de beperkte doorstroom door de verhitte huizenmarkt waardoor inwoners mogelijk vaker hun huidige woning laten aanpassen. Ook het aantal vervoersvoorzieningen is gestegen ten 1 Per ingang van het nieuwe contract HbH op 1 januari 2024 kan de inwoner een algemene
voorziening hulp bij huishouden krijgen, Per december 2024 maken 90 inwoners gebruik van de algemene voorziening, 2107 van een maatwerkvoorziening en 63 inwoners hebben een PGB.
Zaaknummer 2709897
Pagina 2 van 24
datum 1 mei 2025
opzichte van december 2023 en dat heeft vooral te maken met de vergrijzing. Voor collectief vervoer zien we na een eerdere afname als gevolg van de coronapandemie in 2020 dat de vraag naar Wmovervoer weer langzaam op gang komt. Bij hulp bij huishouden is sinds december 2022 juist een kleine daling te zien. Dit is opvallend omdat we gezien de vergrijzing eerder een stijging zouden verwachten. Mogelijk dat de huidige wachtlijst voor hulp bij huishouden er mede toe leidt dat inwoners zelf een andere oplossing vinden. Bijvoorbeeld door zelf een particuliere hulp te regelen. Sinds 2024 informeren we inwoners actief via de gemeentepagina dat er een wachtlijst is voor hulp bij huishouden en over mogelijkheden om zelf hulp te regelen. We verwachten dat het aantal voorzieningen voor hulp bij huishouden in de volgende jaren wel weer een stijgende trend zal laten zien als gevolg van de vergrijzing. We zagen een sterke daling van beschermd wonen in 2021. Eerder is al de trend ingezet om zo min mogelijk inwoners in zware hulp, waaronder (zware) vormen van beschermd wonen, te hebben. Deze eerdere daling is in 2021 versterkt doordat sinds januari 2021 mensen die hun leven lang intensieve geestelijke zorg (GGZ) nodig hebben toegang hebben tot de Wet Langdurige Zorg. Veel inwoners met een zware beschermd wonen indicatie zijn aangemeld bij het CIZ voor een Wlz indicatie.
Een groot deel van hen heeft ook een Wlz indicatie toegekend gekregen. In 2023 was sprake van een daling in de inzet van beschermd wonen als effect van de ontwikkelingen sinds 2021. In 2024 is echter weer sprake van een licht hogere inzet van beschermd wonen. Deze stijging kan worden verklaard vanuit het feit dat uitstroom uit beschermd wonen gehinderd wordt door de krappe woningmarkt. We zien daarnaast dat landelijk sprake is van een verzwaring van problematiek waardoor meer inzet van beschermd wonen nodig is in situaties waarin voorheen volstaan kon worden met de inzet van ambulante individuele begeleiding. Begeleiding en dagbesteding Voor begeleiding en dagbesteding kennen we per 2022 een nieuwe inkoop op basis van PxQsystematiek. Ingezette zorg wordt zuiver afgerekend: op basis van werkelijk gebruik. Met de inkoop zijn ook de producten en productindelingen herzien en aangepast op basis van ervaringen, jurisprudentie en advies. Dit houdt in dat er hiervoor ook nieuwe producten/productcodes zijn ontwikkeld waarop geregistreerd wordt. Dit betekent dat de cijfers voor begeleiding en dagbesteding “oude stijl” tot en met 2021 zich niet zonder meer laten vergelijken met begeleiding en dagbesteding “nieuwe stijl” met ingang van 2022. De cijfers over 2022 laten zien dat er 853 indicaties individuele begeleiding en 206 indicaties groepsbegeleiding uitstaan.
De cijfers over 2023 laten zien dat er 863 indicaties individuele begeleiding en 196 indicaties groepsbegeleiding uitstaan. Deze cijfers zijn zowel Zin als PBG. In 2024 zien we een stijging van de inzet van individuele begeleiding en groepsbegeleiding ten opzichte van 2023. De stijging van het aantal indicaties voor individuele begeleiding is verklaarbaar uit de al eerder genoemde landelijke tendens van verzwaring van problematiek. Er is vaker een (langere) indicatie voor individuele begeleiding vanuit Wmo nodig waar voorheen volstaan kon worden met kortere inzet van individuele begeleiding vanuit Wmo of de inzet van voorliggende voorzieningen
Zaaknummer 2709897
Pagina 3 van 24
datum 1 mei 2025
(bijvoorbeeld de praktijkondersteuner van de huisarts of maatschappelijk werk).
De stijging in de inzet van groepsbegeleiding hangt samen met het feit dat mensen langer zelfstandig blijven wonen waardoor vaker een (groter) beroep gedaan wordt op mantelzorgers. Ter voorkoming van overbelasting van de mantelzorger is meer en vaker inzet van groepsbegeleiding nodig. Ontwikkelingen 2024 en verder Vanaf de invoering van het abonnementstarief zien wij een aanzuigende werking, met name bij hulp bij huishouden. Deze ontwikkeling heeft ook financiële consequenties en is nog altijd zichtbaar. Per 1 januari 2025 is door indexatie het abonnementstarief gestegen van € 19,- euro naar € 21,- per maand. Het Rijk is voornemens de eigen bijdrage inkomensafhankelijk te maken voor meerdere Wmo voorzieningen, zoals hulp bij huishouden en begeleiding. De voorbereidingen voor deze wetswijziging worden momenteel nog uitgewerkt en op zijn vroegst betalen inwoners vanaf 1 januari 2027 een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. In de uitwerking wordt vooralsnog uitgegaan van een gemaximeerde inkomensafhankelijke eigen bijdrage van € 275,00 per maand. De verwachting is dat deze voor de inwoners met hogere inkomens een beperkt (gedrags)effect zullen hebben om zelf ondersteuning en hulp te regelen. De regiovisie ‘Beschermd wonen en maatschappelijke opvang’ vastgesteld in 2019 gaat uit van de herstelvisie.
Vanaf 2022 zijn de nieuwe contracten met aanbieders ingegaan en werken we met de nieuwe beschermd wonen producten, die passen bij deze visie en het regionale uitvoeringsprogramma. In 2022 is voor de lokale implementatie van de doordecentralisatie een uitvoeringsprogramma vastgesteld met diverse lokale projecten en thema's. Denk hierbij aan toegankelijker maken van de arbeidsmarkt, laagdrempelige hulp voor psychische- en verslavingsproblematiek en een vergroting van draagkracht en acceptatie in de wijk. Aan verschillende van die thema's wordt op dit moment gewerkt. Er is een geactualiseerd uitvoeringsprogramma 2024/2025 gemaakt en momenteel wordt gewerkt aan een uitvoeringsprogramma 2026/2030. Met deze periode wordt aangesloten bij het Regioplan Thuis in de wijk wat ook geldt voor de periode van 2026 tot 2030. Voor het jaar 2023 is een kwantitatief cliëntervaringsonderzoek uitgevoerd. Voor het onderzoek is voor de eerste keer gebruik gemaakt van een continu meting. Dit betekent dat gedurende het jaar op meerdere momenten vragenlijsten zijn verstuurd. De doelgroep voor het onderzoek zijn Wmocliënten die in 2023 een geldige Wmo-indicatie hebben gekregen. De resultaten voor het jaar 2023 zijn over het algemeen goed en verschillen weinig met vorig jaar. De resultaten zijn middels een raadsinformatiebrief in juni 2024 gedeeld.
De resultaten van het cliëntervaringsonderzoek over het jaar 2024 zijn in mei 2025 bekend en beschikbaar. We verwachten de komende jaren nog een verdere toename van de vraag naar hulp bij huishouden (HbH). Belangrijke factoren hierin zijn, zoals eerder genoemd, de vergrijzing, de extra-muralisering van de zorg, het langer zelfstandig thuis wonen en de aanzuigende werking van het abonnementstarief. Daarnaast is er landelijk sprake van een schaarste op de arbeidsmarkt, ook bij zorgpersoneel. Binnen Meierijstad is dit personeelstekort eveneens zichtbaar, waardoor er wachtlijsten en klantenstops bij verschillende aanbieders zijn ontstaan. De meest urgente casussen
Zaaknummer 2709897
Pagina 4 van 24
datum 1 mei 2025
worden direct opgepakt, maar een aantal klanten heeft ook langere tijd moeten wachten voordat de ondersteuning opgestart kon worden. Om hoge wachtlijsten te bestrijden, is eerder bij de inkoop meegenomen dat aanbieders met de gemeenten gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. De inkoop is eind 2023 afgerond en per 1 januari 2024 bestaat hulp bij huishouden uit de bestaande maatwerkvoorziening HbH (gemiddeld 2 uur per week) en een nieuw product ‘algemene voorziening HbH’ (gemiddeld 2 uur per 2 weken). De algemene voorziening is bedoeld voor inwoners die de eigen regie op het huishouden kunnen voeren, maar die niet alle huishoudelijke taken zelf meer kunnen uitvoeren. De algemene voorziening is voorliggend. De invoering van de algemene voorziening wordt gezien als een groeimodel. Afhankelijk van het gebruik van de voorliggende algemene voorziening, kan er een besparing plaatsvinden. Per december 2024 maken 90 inwoners gebruik van de algemene voorziening (2107 van een maatwerkvoorziening en 63 inwoners hebben een PGB). Als onderdeel van het actieplan voor het bestrijden van de wachtlijsten hulp bij huishouden zal in 2025 een check worden gedaan welke bestaande cliënten kunnen worden overgezet naar de algemene voorziening. Op deze wijze komt capaciteit vrij die kan worden ingezet voor cliënten die nu op de wachtlijst staan.
Met de regio blijven we deze nieuwe werkwijze, met de aanbieders monitoren.
2.2 Financieel (Gewijzigde)
WMO
begroting 2024
Realisatie 2024
Verschil
Begeleiding/tijdelijk
PGB
750.000
569.207
180.793
verblijf/dagbesteding
ZIN
6.446.462
6.947.888
-501.426
PGB
243.560
221.181
22.379
ZIN
8.270.065
7.327.356
942.709
Collectief vervoer
892.195
867.715
24.480
Hulpmiddelen WMO
1.531.923
1.531.923
0
Vervoersvoorzieningen
246.189
321.321
-75.132
Woonvoorzieningen
789.132
1.059.340
-270.208
ZIN
n.v.t.
27.896
PGB
n.v.t.
2.148.792
Huishoudelijke verzorging
Beschermd wonen
De budgetten voor begeleiding/tijdelijk verblijf/dagbesteding, collectief vervoer, huishoudelijke verzorging, hulpmiddelen en woonvoorzieningen zijn open eind regelingen en worden vooraf zo goed mogelijk geraamd. Voor begeleiding en dagbesteding kennen we sinds 2022 een nieuwe inkoop op basis van PxQsystematiek. De facturen en declaraties van de geleverde zorg worden achteraf ingediend en verwerkt op basis van het werkelijke verbruik. In 2022 is gebleken dat het zuiver afrekenen van verbruik in combinatie met het nieuwe productenboek een (financieel) positief effect heeft ten opzichte van de eerdere gehanteerde lumpsum financiering. Financiering van beschermd wonen loopt via de centrumgemeente ‘s-Hertogenbosch. Deze financiering wijzigt in de toekomst maar wordt steeds uitgesteld. Met de decentralisatie beschermd wonen ontvangt elke gemeenten op termijn zelf middelen voor beschermd wonen. De huidige
Zaaknummer 2709897
Pagina 5 van 24
datum 1 mei 2025
regionale samenwerking blijft ongewijzigd en we ontvangen voorlopig nog budget vanuit de centrumgemeente voor de lokale uitvoering van beschermd wonen (uitvoeringsplan).
Zaaknummer 2709897
Pagina 6 van 24
datum 1 mei 2025
3.
Jeugdwet
3.1 Kerncijfers Vanaf 2019 is het GGK, het systeem voor berichtenverkeer tussen verwijzers en aanbieders van jeugdhulp, volledig in gebruik waardoor het mogelijk is om naast de verwijzingen van de gemeentelijke toegang ook de aantallen van andere verwijzers zoals huisartsen en gecertificeerde instellingen zoals Jeugdbescherming Brabant inzichtelijk te maken.
2021
2022
2023
2024
Respijtzorg Begeleiding basis Begeleiding specialistisch Begeleiding Daghulp basis Daghulp specialistisch Daghulp intensief Daghulp Orthoped. Beh. Basis Orthoped. Beh. Specialistisch Behandeling Basis GGZ Specialistische GGZ GGZ Medicatie consultatie Medicatie consultatie Vaktherapie Vaktherapie Netwerk intensief spec. MST, FACT
26 89 193 15 50 34 9 40 121 517 1 28 71
26 63 154 8 54 23 4 67 107 552 1 29 68
36 55 210 5 55 37 17 68 69 616 3 24 68
35 69 237 5 81 36 20 74 85 655 5 26 62
Dyslexie
Dyslexie behandeling
102
116
112
121
Pleegzorg Gezinsvervangend Verblijf basis Verblijf specialistisch Verblijf GGZ Verblijf intensief Gezinsopname Crisis
Pleegzorg Gezinshuis Woonbegeleiding Verblijf incl. behandeling Verblijf ggz specialistisch Gesloten jeugdzorg Gezinsopname Crisis ambulant en verblijf
49 7 1 13 12 4 0 3
50 10 4 16 13 2 0 0
58 8 0 16 10 2 0 1
49 11 4 13 12 2 2 1
Jeugdreclassering
Jeugdreclassering OTS
18 94
17 84
19 91
21 80
Jeugdbescherming Landelijke arrangementen Maatwerk
Voogdij 28 Landelijk Transitie Arrangementen 26 Maatwerk zonder verblijf 4
19
18
14
29 9
32 17
38 16
Categorie
Product
Respijtzorg
Zaaknummer 2709897
Pagina 7 van 24
datum 1 mei 2025
Maatwerk met verblijf TOTAAL
3 1558
4 1529
11 1658
12 1786
N.B. De totalen zijn geen unieke jeugdigen. Dit zijn het totaal aantal lopende beschikkingen op een bepaald moment. Cijfers In 2023 heeft er een optimalisatie plaatsgevonden van het dashboard. DataLab (een team binnen de gemeente die zich bezighoudt met passende informatievoorzieningen) heeft samen met het RIOZ (Regionaal gekeken naar de cijfers zodat deze op dezelfde manier geïnterpreteerd kunnen worden. We kunnen er nu dan ook vanuit gaan dat de cijfers betrouwbaar zijn. Dit in tegenstelling tot de afgelopen jaren. We hebben een correctie toegepast (ook over eerdere jaren) op de aantallen en deze gecorrigeerd naar effectieve beschikkingen waarop ook gedeclareerd is. Over het algemeen zien wij een verschuiving van lichte inzet naar zwaardere hulpvormen. We zien een blijvende (lichte) stijging op inzet begeleiding specialistische specialistische ggz. Uit de analyse en gesprekken die gevoerd zijn op de toename van SGGZ (specialistische ggz) blijkt dat huisartsen zich niet bewust zijn van het hoge aantal verwijzingen naar SGGZ. Daarbij weten ze vaak niet dat de expertise die een aanbieder in huis heeft de tarieven bepaalt. Huisartsen verwijzen vaak naar waar er de wachtlijst het kortste is. De SGGZ aanbieders geven aan dat afschalen soms lastig is doordat er wachtlijsten zijn bij de aanbieders waar naar afgeschaald zou moeten worden.
De volgende verdeling van de tarieven hanteren wij in de regio: SGGZ1 39 aanbieders Uurtarief € 117,00 SGGZ2
9 aanbieders
Uurtarief € 124,80
SGGZHoog
5 aanbieders
Uurtarief € 134,40
Wij voeren gesprekken met de huisartsen, poh ggz jeugd en de toegang over de verschillen in de categorieën en de tarieven. Met de aanbieders voeren we regionaal gesprekken over de cijfers en bekijken we vervolgens wat de mogelijkheden zijn deze toename te verminderen. Waarom stijgt het jeugdzorggebruik? Er is een hoge verwachting van de maakbaarheid van succesvol opgroeien en opvoeden door ouders/verzorgers. Er is een hoge geluksnorm, gewone obstakels worden benaderd als een probleem. Dit wekt de indruk dat opgroeien en opvoeden moeilijk is. Deze verantwoordelijkheid voor dat succes wordt vooral neergelegd bij het kind en de opvoeder en veel minder bij de samenleving. Bij elke strubbeling die het opgroeien en opvoeden oplevert komt professioneel hulp goed van pas. (Bron: het groeiend jeugdzorggebruik; NJI) Voor sommige kinderen en gezinnen is die hulp ook onontbeerlijk, omdat ze ernstige problemen hebben waar ze zonder professionele hulp niet uit komen maar niet voor alle kinderen is dit aan de orde. Soms is gedrag ook een normaal ontwikkelingsbad en niet zonder hobbels. In gesprekken met verwijzers, poh ggz jeugd en onderwijs proberen wij te sturen op normaliseren, eigen verantwoordelijkheid van opvoeders. Gezamenlijk moet uitgedragen worden dat niet alle
Zaaknummer 2709897
Pagina 8 van 24
datum 1 mei 2025
vragen direct specialistische hulp/zorgvragen zijn en passend zijn bij de leeftijd. We zullen als samenleving ook moeten accepteren dat bijvoorbeeld druk gedrag niet gelijk ADHD en gedragsproblematiek is.
Lokaal Vanaf 2022 stijgt het volume jeugdhulp. Het aantal beschikking stijgt licht maar de kosten nemen enorm toe. De stijging wordt vooral veroorzaakt door een toename van het aantal jongeren in de gespecialiseerde GGZ, meer excessieve, kostbare casuïstiek en forse prijsstijgingen als gevolg van CAO-ontwikkelingen en invoering van landelijke hogere tarieven voor de Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Het aantal jeugdigen dat dyslexiehulp ontvangt is licht gestegen. Binnen de gemeente Meierijstad is de inzet van dyslexiezorg belegd bij het dyslexieteam. Het team beoordeelt de aanvragen dyslexie die zij van de scholen ontvangen. Onderdeel van deze beoordeling is in hoeverre er voldoende inzet is geweest vanuit het onderwijs en in hoeverre er sprake is van andere problematiek. Op basis van deze beoordeling wordt een deel van de aanvragen teruggelegd bij school, een deel van de vragen wordt doorverwezen naar andere hulpverlening. Belangrijk is om de komende jaren nog meer in te zetten op collectief preventief aanbod en samenwerking met andere (leef)domeinen. In 2024 is er meer HALT voorlichting ingekocht voor het onderwijs. Ook vond de eerste evaluatie plaats van de extra inzet van aansluitfunctionarissen (consulent onderwijs – jeugd) op een aantal basisscholen. Zij zijn vaker op school aanwezig, zodat zij sneller problemen signaleren en preventief kunnen handelen.
Daarnaast zijn jongerenwerkers structureel actief op de middelbare scholen en enkele basisscholen in Meierijstad. Samen met de consulenten onderwijs – jeugd vormen zij een belangrijke schakel tussen jeugdige, ouders/verzorgers, scholen en zorg. In 2024 zijn we gestart met een pilot kinderwerk in twee wijken in Meierijstad, Kinderwerkers organiseren activiteiten voor kinderen en werken samen met scholen en wijkverenigingen om ouderbetrokkenheid te stimuleren. Maar ze geven bijvoorbeeld ook huiswerkbegeleiding. Ook helpen ze kinderen bij de overgang naar de middelbare school, in nauwe samenwerking met het jongerenwerk. Deze aanpak zorgt voor een betere ondersteuning van kinderen en jongeren, met oog voor hun welzijn en ontwikkeling. Een integrale, domein overstijgende aanpak wordt steeds belangrijker. Deze zal de komende periode worden opgepakt. Niet elke hulpvraag is een jeugdhulp vraag. Een brede analyse (zowel lokaal als regionaal) is noodzakelijk. Tevens zullen er gesprekken gevoerd blijven worden met de huisartsen, poh ggz jeugd en het onderwijs over de-medicaliseren en normaliseren. Ook hiermee proberen we de stijgende lijn te doorbreken.
Zaaknummer 2709897
Pagina 9 van 24
datum 1 mei 2025
3.2 PGB PGB
2020
2021
2022
2023
2024
Aantal cliënten
128
176
185
181
156
€ 1.060.232
€ 1.198.196
€
€ 1.253.000
€ 1.425666
€ 855.567
€ 1.043.992
Totaal
toegekend
1.289.089
budget Totaal benut door cliënt
€ 736.838
€ 910.550
€ 983.679
N.B. Dit zijn cijfers die rechtstreeks uit de portal van de SVB komen en dus niet gelijk zijn aan de cijfers die in onze begroting.
We zien dat in 2024 het aantal cliënten dat een PGB heeft aangevraagd minder is dan in 2023. Het totaal toegekende bedrag ligt echter wel hoger doordat de aangevraagde trajecten duurder zijn. 3.3 Financieel De stijging in de kosten wordt vooral veroorzaakt door een toename van het aantal jongeren in de gespecialiseerde GGZ, meer excessieve, kostbare casuïstiek en forse prijsstijgingen als gevolg van CAO-ontwikkelingen en invoering van landelijke hogere tarieven voor de Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Dit heeft in 2024 geleid tot een tekort op jeugdhulp voor het onderdeel Zorg in Natura (ZIN) van €1,155.739 miljoen. Het tekort is in 2024 grotendeels opgevangen met eenmalige budgetten, een regionale vergoeding voor de excessieve casuïstiek en regionale meevallers
Zaaknummer 2709897
Pagina 10 van 24
datum 1 mei 2025
Met ingang van 1 januari 2022 is de oude lumpsum-financiering opgeheven. Hierdoor betaalt iedere gemeente voortaan haar eigen zorgverbruik. Enkele budgetten zijn nog opgenomen in het regionaal budgettair kader. Deze budgetten zijn met name bedoeld voor het in stand houden c.q. beschikbaar houden van voorzieningen en/of het naar
Zaaknummer 2709897
Pagina 11 van 24
datum 1 mei 2025
verhouding spreiden van overhead- en excessieve zorgkosten over de deelnemende gemeenten. Voor deze budgetten zijn we regionaal solidair volgens een in de centrumregeling vastgelegde verdeelsleutel. Ook voor de regionale uitvoeringskosten zijn we nog steeds solidair. Als gevolg van deze nieuwe inkoopsystematiek maken we in bovenstaande tabel onderscheid tussen de ZIN – uitvoering lokaal en de ZIN - uitvoering regionaal door de Regionale inkooporganisatie (RIOZ). Ook zijn in 2024, in verband met de wettelijke verantwoordingsvoorschiften vanuit de BBV, de kosten van jeugdzorg verder gespecificeerd naar de diverse vormen van zorg. Deze uitsplitsing is in bovenstaande tabel overgenomen. De uitgaven op jeugdzorg zijn erg hoog en de budgetten niet toereikend. Dit is een landelijk probleem. Met de hervormingsagenda jeugd probeert het Rijk deze landelijke tendens te keren. Ook regionaal proberen we de kostenstijging en het gebruik van gespecialiseerde jeugdzorg te verminderen. Dit is beschreven in het regionaal beleidsprogramma jeugd dat in 2024 is vastgesteld. We proberen elk jaar aan de hand van de dashboards lokaal en regionaal een analyse te maken van het zorgverbruik. Hierdoor hopen we een betere inschatting te kunnen maken en in te kunnen spelen op ontwikkelingen.
Bij de uitvoering van de jeugdhulp vormen onze lokale toegang en de (huis)artsen een belangrijke rol in de daadwerkelijke kosten voor de jeugdhulp. Met de huisartsen bespreken wij de cijfers en de doorverwijzingen en proberen de huisartsen en poh ggz wat meer kostenbewust te maken. Ook in de 2024 hebben de jeugdconsulenten op lokaal niveau ondersteuning gekregen bij het kritisch kijken naar een casus en bij het zoeken naar alternatieven om zo de inzet van deze hulpvormen zoveel mogelijk te beperken. Er is een start gemaakt met de samenwerkwijze. Tevens is het streven nog steeds om met de inzet van de praktijkondersteuner huisarts jeugd-GGZ, extra jongerenwerk en extra uren consulent onderwijs-jeugd (CJG op school) te proberen het gebruik van specialistische jeugdhulp terug te dringen. We zetten hierbij in op preventie om eventuele hulpvragen eerder te signaleren en te herkennen zodat we vroegtijdig hierop in kunnen spelen.
Zaaknummer 2709897
Pagina 12 van 24
datum 1 mei 2025
4. WERK EN INKOMEN 4.1 Ontwikkelingen klantenbestand 2024 In vergelijking met de rest van Nederland is het aantal uitkeringsgerechtigden voor levensonderhoud in Meierijstad historisch gezien altijd relatief laag geweest. Deze lage instroom van bijstandsaanvragen is voornamelijk te danken aan de gunstige werkgelegenheid in de regio. Het uitkeringsbestand bleef lange tijd stabiel, maar sinds 2022 is er een stijging zichtbaar. Deze toename is vooral toe te schrijven aan de verhoogde taakstelling voor de huisvesting van statushouders en de groeiende instroom van mensen die vanuit een WW-uitkering bijstand aanvragen. In de eerste helft van 2024 steeg het aantal uitkeringsgerechtigden met 7% ten opzichte van 2023 (848 personen). In de tweede helft van het jaar zien we echter weer een afname, wat voornamelijk te maken heeft met het feit dat er in deze periode relatief minder statushouders zijn gehuisvest dan in de eerste helft van het jaar.
Ontwikkeling uitkeringsbestand 820 809 800
799 789
780 760 745
740 720
2021
2022
2023
2024
Ontwikkeling klantenbestand gemeente Meierijstad
Grafiek 1 : Ontwikkeling uitkeringsbestand gemeente Meierijstad Naast de inwoners die een uitkering ontvangen, begeleidt de gemeente ook een groep nietuitkeringsgerechtigden (Nuggers). Deze mensen hebben geen uitkering, maar kunnen wel ondersteuning krijgen. De gemeente heeft een wettelijke taak om jongeren onder de 27 jaar te begeleiden naar werk, activering of onderwijs. In 2024 ontvangen 169 jongeren in de gemeente Meierijstad deze ondersteuning, een stijging ten opzichte van 2023 (155 jongeren). Voor inwoners van 27 jaar en ouder is ondersteuning beschikbaar via PIM Werkt. In 2024 hebben 204 inwoners ondersteuning ontvangen via PIM Werkt. De grootste groep die ondersteuning vroeg, bestond uit inwoners die van werk naar werk wilden gaan, loopbaanoriëntatie nodig hadden, of zonder uitkering op zoek waren naar een baan. Niet alle inwoners kunnen volledig zelfstandig werken en hebben ondersteuning nodig om een passende werkplek te vinden. Voor deze groep biedt de gemeente loonkostensubsidie. Dit is een financiële regeling waarmee werkgevers worden gecompenseerd voor de lagere productiviteit van
Zaaknummer 2709897
Pagina 13 van 24
datum 1 mei 2025
een werknemer met een arbeidsbeperking. Hierdoor kunnen werkgevers iemand in dienst nemen tegen een regulier salaris, terwijl een deel van de loonkosten wordt vergoed. In totaal maken 291 inwoners gebruik van loonkostensubsidie. Dankzij deze ondersteuning krijgen zij de kans om actief deel te nemen aan de arbeidsmarkt en zich verder te ontwikkelen in hun werk. Uit de benchmark blijkt dat landelijk gemiddeld 12,9% van de mensen werkt met loonkostensubsidie, terwijl dit percentage in de gemeente Meierijstad aanzienlijk hoger ligt, namelijk op 36%. 4.2 Opbouw klantenbestand De onderstaande drie grafieken geven een overzicht van de opbouw van het klantenbestand. Hierbij maken we onderscheid op basis van leeftijd, leefvorm en uitkeringsduur. Ten opzichte van 2023 zien we geen nieuwe ontwikkelingen.
Leeftijdsverdeling 16% 18 tot 26 jaar (136 inwoners)
39%
27 tot 49 jaar (375 inwoners) 50+ (322 inwoners)
45%
Samenstelling huishouden 19% Alleenstaande (548 inwoners) Alleenstaande ouder (126 inwoners)
15% 66%
Zaaknummer 2709897
Pagina 14 van 24
Gehuwd/samenwonend (157 inwoners)
datum 1 mei 2025
Duur uitkering 18%
0-12 maanden (146 inwoners) 12- 36 maanden (233 inwoners) 36+ maanden (454 inwoners)
54% 28%
4.3 Re-integratie Het re-integratiebeleid is erop gericht klanten te ondersteunen bij het verbeteren van hun vaardigheden en werknemerskwaliteiten, waardoor hun kansen op het vinden van werk worden vergroot. 4.3.1 Poortwachtersfunctie We zetten sterk in op de zogeheten Poortwachtersfunctie om de instroom te beperken. Dit doen we door te sturen op voorliggende voorzieningen. Daarnaast wijzen we mensen, die een uitkering aanvragen, op de kansen op de arbeidsmarkt. Dit doen we in samenwerking met PIM Werkt. We constateren ook dat de groep die instroomt in de uitkering een aanzienlijke afstand tot de arbeidsmarkt heeft, waardoor bemiddeling naar werk op korte en middellange termijn niet mogelijk is. De groep inwoners die uiteindelijk instroomt in de uitkering is te zien dat daar vaak een combinatie is van psychische of fysieke problematiek. In de onderstaande poortcijfers is de groep statushouders niet meegenomen, omdat zij hun uitkering niet via de poortwachtersfunctie aanvragen. Dit proces verloopt namelijk via het asielzoekerscentrum. Ten opzichte van 2023 zien we dat het aantal meldingen bij de poort relatief gelijk is gebleven. 2024
Regulier (27+)
Jongeren (-27)
Totaal
Geen instroom in de
136
86
182 (56%)
Instroom in de uitkering
88
51
141 (44%)
Totaal
224
137
323 (100%)
uitkering
Tabel 1: Poortcijfers 2024
Zaaknummer 2709897
Pagina 15 van 24
datum 1 mei 2025
4.3.2 Instroom / uitstroom De redenen van uitstroom kunnen worden onderverdeeld in factoren die door de gemeente beïnvloedbaar zijn, zoals werkaanvaarding in loondienst of als zelfstandige en het hervatten van een studie met studiefinanciering, en niet-beïnvloedbare factoren zoals verhuizing of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Uit de onderstaande tabel blijkt dat in 2024 40% van de uitstroom toe te schrijven is aan beïnvloedbare factoren, terwijl 60% van de uitstroom voortkomt uit niet-beïnvloedbare factoren. In totaal zijn in 2024 158 mensen uitgestroomd.
uitstroom
beïnvloedbaar
niet-beïnvloedbaar
2021
207
81
39%
126
61%
2022
153
64
42%
89
58%
2023
190
77
41%
113
59%
2024
158
63
40%
95
60%
Tabel 2: Uitstroomfactoren. Hoewel het aantal mensen dat volledig uit de uitkering uitstroomt afneemt, laat de Divosabenchmark een toename zien in het aantal personen dat parttime werkt. Deze groep ontvangt nog een kleine aanvulling vanuit de bijstand, waardoor het totale aantal bijstandsgerechtigden relatief groot blijft, aangezien zij (nog) niet volledig zijn uitgestroomd. In Meierijstad werkt 18,2% van de bijstandsgerechtigden parttime, terwijl dit percentage landelijk op 7,2% ligt. 4.4 Taakstelling Beschut werk Beschut werk is bedoeld voor mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking, die alleen kunnen werken in een ‘beschutte’ omgeving, onder aangepaste omstandigheden. Elke gemeente krijgt een wettelijke doelstelling opgelegd. De taakstelling voor Meierijstad is in 2024 2449 uur (cumulatief). Jaartal taakstelling
Taakstelling beschut
beschut werk
werk in uren
Gerealiseerd
Aantal geplaatste inwoners met indicatie beschut werk
2021
1891 uren
494 (26%)
31
2022
2108 uren
1026 uur (49%)
40
2023
2263 uren
1125 uur (50%)
44
2024
2449 uren
1160 (46%)
42
Tabel 3: Cijfers Beschut werk Niet alle inwoners met een indicatie voor beschut werk kunnen worden bemiddeld. Op dit moment zijn er 25 mensen met een indicatie voor beschut werk die nog niet bemiddeld zijn. In 2023 waren dit 19 personen. Er zijn diverse redenen waarom een inwoner momenteel geen beschutte werkplek heeft, zoals tijdelijk geen mogelijkheid tot werk door ziekte, deelname aan een voortraject om een passende werkplek te vinden, het vrijwillig beëindigen van een traject, het vinden van regulier werk
Zaaknummer 2709897
Pagina 16 van 24
datum 1 mei 2025
of het nastreven van een opleiding. Van de 25 personen ontvangen 20 geen bijstandsuitkering. Dit zijn inwoners die regulier werk hebben of financieel afhankelijk zijn van hun partner 4.5 Studietoeslag Aan de Raad is de toezegging gedaan om de voortgang van de individuele studietoeslag mee te nemen in het Dashboard Sociaal Domein. In 2023 hebben 12 inwoners van de gemeente Meierijstad een aanvraag ingediend voor individuele studiefinanciering. In 2024 is het aantal jongeren dat gebruik heeft gemaakt van de individuele studietoeslag gestegen naar 24. 4.6 Minimabeleid - voorzieningen en ondersteuning In 2024 zien we een daling van het totaal aantal aanvragen van ongeveer 15% ten opzichte van 2023. Van alle aanvragen wordt gemiddeld zo’n 72% toegekend en 19% afgewezen. Onder de rubriek ‘gecombineerde aanvraag’ vallen aanvragen die voor meerdere regelingen tegelijkertijd worden ingediend. De daling lijkt in eerste instantie te wijzen op dalende uitgaven voor minimaregelingen. Dit is echter een onjuiste voorstelling van zaken, aangezien de uitgaven voor de minimaregelingen over 2024 nagenoeg gelijk zijn aan 2023 (ontlopen elkaar ongeveer met €15.000). Gecombineerde aanvraag 620
Individuele inkomenstoeslag 272
Maatschappelijke Participatie 279
Pcregeling 62
Schoolkosten
2021
Bijzondere bijstand 1417
28
2678
2022
1568
609
245
199
48
31
2700
2023
1567
593
331
229
50
24
2932
2024
1238
829
185
215
41
7
2515
Tabel 4: aanvragen bijzondere bijstand en minimabeleid In onderstaande tabel is aangegeven hoeveel verstrekkingen in 2023 en 2024 zijn gedaan. Uit bestandsanalyse blijkt dat van alle 3575 verstrekkingen iets meer dan 55% (2008 verstrekkingen) wordt gedaan aan inwoners met een bijstandsuitkering. De andere 45% heeft geen uitkering van onze gemeente. Een mogelijke verklaring voor een dalend aantal personen dat een beroep op onze minimaregelingen doet is stijging van inkomen (mede door verhoging minimumloon) door werkaanvaarding. Het aantal minima in onze gemeente was in 2023 ten opzichte van 2022 sterk dalend volgens de cijfers van het CBS. Het lijkt erop dat ook mensen die een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben weten te profiteren van de goede arbeidsmarkt. Overigens zijn de cijfers over 2024 helaas nog niet beschikbaar.
Zaaknummer 2709897
Pagina 17 van 24
datum 1 mei 2025
Totaal
Individuele inkomenstoeslag 701
Maatschappelijke Participatie 1.379
Pcregeling 123
Schoolkosten
2023
Bijzondere bijstand* 1422
Totaal
278
3903
2024
1315
574
1.339
78
269
3575
Tabel 5: verstrekkingen bijzondere bijstand en minimabeleid *: omdat meerdere verstrekkingen aan 1 persoon per jaar kunnen plaatsvinden is hier het aantal unieke huishoudens opgenomen dat bijzondere bijstand heeft ontvangen. Inwoners kunnen bijvoorbeeld een verstrekking voor rechtsbijstand en bewindvoering in hetzelfde jaar krijgen.
Binnen de regeling bijzondere bijstand wordt er voor een grote hoeveelheid kostensoorten een vergoeding verstrekt. Het gaat daarbij om onvermijdbare noodzakelijke bijzondere kosten. De Participatiewet biedt slechts beperkt beleidsvrijheid, de kaders zijn door de wetgever bepaald. Op onderdelen voert Meierijstad begunstigend buitenwettelijk beleid (met name voor medische kosten).Uitgesplitst naar een top 10 van kostensoorten ziet het beeld er als volgt uit: Kostensoorten
Aantal betalingen 2024
Bewindvoering, mentorschap, curatele Collectieve ziektekosten
Aantal huishoudens 2024
Uitgaven 2024
5.863
561
€ 965.473
8.022
736
€ 301.781
Kosten inrichting/huisraad
110
103
€ 239.954
Aanvullende bijzondere bijstand <21 Alleenverdienersproblematiek
162
21
€ 139.147
22
22
€ 97.500
Medische kosten (buitenwettelijk)
547
183
€ 85.699
Eenmalig levensonderhoud
64
63
€ 73.346
Zwemlessen
67
47
€ 49.639
Rechtsbijstand
152
130
€ 39.889
Woonkostentoeslag
85
14
€ 37.894
Overige kosten
493
96
€ 78.737
15.587
n.v.t.
€ 2.109.057
totaal
Tabel 6: uitgaven bijzondere bijstand uitgesplitst naar kostensoorten
Zaaknummer 2709897
Pagina 18 van 24
datum 1 mei 2025
4.7 Schuldhulpverlening 4.7.1 Aanmeldingen schuldhulpverlening In 2024 hebben 390 inwoners een beroep gedaan op schuldhulpverlening en hulp bij geldzaken. Dit is een kleine stijging ten opzichte van 2023, toen 379 inwoners een verzoek voor schuldhulpverlening ingediend hebben. Zij zijn geholpen met informatie en advies, stabilisatie, budgetcoaching, budgetbeheer of duurzame financiële dienstverlening. Een deel (53 aanmeldingen) komt vanuit bewindvoerders en gaat om inwoners die klaar zijn voor een schuldregeling. Het grootste deel is geholpen met informatie en advies of doorverwezen naar bewindvoering of budgetbeheer. 4.7.2 Schuldregelingen In 2024 zijn 34 inwoners van Meierijstad ingestroomd in een minnelijke schuldregeling. Dit is een kleine stijging ten opzichte van 2023 (29). Daarbij zijn er 44 inwoners uit een schuldregeling gestroomd in deze periode. Momenteel zitten er nog 21 inwoners in een lopend saneringskrediet en 3 in een lopende schuldbemiddeling. Een saneringskrediet zorgt voor een snellere schuldenrust en minder administratieve rondslomp. Hiermee zitten we met het aantal saneringskredieten ver boven het landelijke gemiddelde van 65%.
Per juli 2023 is de looptijd van een schuldregeling (zowel een saneringskrediet als schuldbemiddeling) verkort van 36 naar 18 maanden met als doel meer mensen met schulden te kunnen helpen en hen sneller perspectief te kunnen bieden. Het idee was dat dit ook zou zorgen tot meer aanvragen schuldhulpverlening door mensen met problematische schulden, deze stijging is nu minimaal waar te nemen (stijging van 17% t.o.v. aantal schuldregelingen in 2023). De vraag is echter of dat dit komt door de verkorting of doordat er toevallig meer mensen stabiel en daarmee klaar waren voor een schuldregeling. We zullen dit de komende jaren moeten blijven monitoren om daadwerkelijk te kunnen zeggen dat dit zorgt voor een stijging. Met het laatste dashboard (Q1 + Q2 2024) werd er bovendien gesignaleerd dat schuldeisers door de verkorting van de looptijd minder snel akkoord gingen met de voorstellen. Hierdoor zijn er in de eerste helft van 2024 7 Wsnp-aanvragen gedaan en 4 dwangakkoorden ingezet. Daar bovenop werd nog één Wsnp-aanvraag gedaan in de tweede helft van 2024. Aangezien er geen dwangakkoorden meer ingezet zijn, lijkt de terughoudendheid van schuldeisers rondom de verkorting in de tweede helft van 2024 afgenomen te zijn. 4.7.3 Voedselhulp In 2024 hebben 197 inwoners een aanvraag gedaan voor een voedselpakket. Dit is met 14% gedaald t.o.v.
dezelfde periode in 2023, toen 229 inwoners een aanvraag ingediend hebben. De precieze oorzaak van deze daling is lastig te duiden. Dit kan er mee te maken hebben dat er vanaf 2023 flink geïnvesteerd is in landelijke en lokale inkomensondersteunende maatregelen, waardoor voor inwoners de noodzaak minder hoog geworden is, maar ook met het feit dat voorheen veel statushouders gebruik maakten van de voedselondersteuning en we ervoor gezorgd hebben dat zij hier geen beroep meer op hoeven te doen. Onderstaande grafiek laat een verdeling zien van het aantal toekenningen en afwijzingen op basis van het aantal aanvragen. Hierin is te zien dat het grootste deel van de aanvragen wordt toegekend (159 huishoudens in 2024). In de gevallen waar dit niet gebeurt, betekent dit dat inwoners boven de toegestane norm zitten met het inkomen. Dan wordt wel altijd contact opgenomen met de inwoner om te bekijken of de hulpvraag op een andere manier opgelost kan worden.
Zaaknummer 2709897
Pagina 19 van 24
datum 1 mei 2025
Totaal aanvragen voedselpakket 2024
32%
Toekenning
Afwijzing
Bij de informele voedselhulp van Stichting Samen Sterk voor Meierijstad worden gemiddeld gezien 50 huishoudens voorzien van een voedselpakket. Zij zijn er voor de inwoners die niet in aanmerking voor reguliere voorzieningen en dus boven de norm zitten, maar wel moeite hebben met rondkomen. Waar kan en mogelijk, sturen zij inwoners ook door naar de reguliere voedselbanken en (schuld)hulpverlening. We zien bij zowel de formele als informele voedselbank dat met name een grote groep alleenstaanden een beroep doen op een voedselpakket (56%), gevolgd door gezinnen (37%) en daaropvolgend paren zonder kinderen (7%). 4.7.4 Vroegsignalering Sinds 2021 geven een aantal vastenlastenpartners (zorgverzekeraars, energiebedrijven, woningverhuurders en drinkwaterbedrijven) signalen van betalingsachterstanden door aan gemeentes. Vervolgens gebruiken gemeenten deze vroegsignalen om inwoners proactief hulp aan te bieden. Het doel is om er vroeg bij te zijn en daarmee schulden te voorkomen. In 2024 zijn er 2.148 vroegsignalen binnengekomen. Deze signalen kunnen opgedeeld worden in enkelvoudige signalen (één signaal van een betalingsachterstand in eenzelfde maand) en meervoudige (meerdere signalen van betalingsachterstanden in eenzelfde maand) signalen. Vroegsignalen 2024 4%
96%
Enkelvoudige signalen
Meervoudige signalen
Veruit de meeste vroegsignalen zijn enkelvoudige signalen. Daarbij is ook een verdeling te maken tussen type vroegsignaal. Hierbij valt op dat de meeste signalen van zorgverzekeraars (35%)
Zaaknummer 2709897
Pagina 20 van 24
datum 1 mei 2025
komen en de minste signalen van drinkwaterbedrijven (5%). Dit ligt iets hoger dan in 2023: toen kwamen de meeste signalen van woningcorporaties (39%), opgevolgd door zorgverzekeraars (34%). Het relatief hoge aandeel signalen van zorgverzekeraars wordt waarschijnlijk verklaard door het feit dat een zorgverzekering voor iedereen van 18 jaar en ouder verplicht is en op persoonsniveau wordt afgesloten. Er zijn dus meer mensen met een zorgverzekering op hun naam dan met een energie-, drinkwater- of huurovereenkomst. Daarnaast is de zorgverzekering één van de eerste rekeningen die niet meer wordt betaald bij beginnende betalingsachterstanden.
Verdeling type vroegsignaal 5% 2024 36%
25%
33% Zorgverzekeraars
Woningbouwcorporaties
Energieleveranciers
Drinkwaterbedrijven
Daarnaast hebben we 169 crisis-signalen vanuit de vroegsignalering gehad. Dit zijn inwoners die te maken hebben met een dreigende energieafsluiting. Dit aantal is flink gestegen ten opzichte van 2023 (33) en heeft ermee te maken dat we sinds begin dit jaar ook de dreigende energieafsluitingen gemeld krijgen vanuit energieleveranciers. Dit was voorheen nooit het geval, waardoor deze inwoners alleen bij ons in beeld kwamen als zij zichzelf bij ons meldden. Het ministerie van SZW ziet de eindeleveringssignalen niet als bedreigende situatie, omdat er nog een periode van meer dan 20 werkdagen overheen gaat voordat de netbeheerder een huishouden daadwerkelijk afsluit van gas en elektriciteit. Wel geven wij aan deze signalen prioriteit bij het opvolgen. Het is momenteel nog steeds lastig om iets te zeggen over ons bereik en over het aantal aanmeldingen n.a.v. de vroegsignalering omdat we deze tot op heden niet uit het registratiesysteem kunnen krijgen. Het doel is om hier bij het volgende dashboard over te kunnen rapporteren. 4.7.5 Brede ondersteuning toeslagenaffaire Sinds 2020 voeren wij in het kader van de hersteloperatie toeslagen brede ondersteuning uit op vijf leefgebieden (wonen, werk, gezin, zorg en financiën) aan alle gedupeerden die zich melden.
Inmiddels zijn er anno 2024 meerdere groepen gedupeerden die wij ondersteunen: (mogelijk) gedupeerde ouders, gedupeerde kinderen in het kader van de kindregeling, gedupeerde expartners en gedupeerde ouders in het buitenland. 4.8.5.1 Aantallen Meierijstad In 2024 hebben 141 ouders zich gemeld bij de Belastingdienst als mogelijk gedupeerde. Daarnaast zijn er 114 kinderen die in aanmerking komen voor de kindregeling. Er zijn geen
Zaaknummer 2709897
Pagina 21 van 24
datum 1 mei 2025
gemeentelijke cijfers bekend over de aantallen ex-partners en ouders in het buitenland. Alle ouders die hulp van ons wensen hebben dit bij de Belastingdienst aangegeven. Zij zijn allemaal door ons benaderd. 4.7.5.2 Plannen van aanpak In 2024 ondersteunen wij 38 gedupeerden (18 ouders, 18 kinderen, 1 ex-partner en 1 ouder in het buitenland). Een groot deel van deze plannen (13) zijn in 2023 gestart en een aantal (5) komen nog uit 2022. De overige trajecten uit 2021 of 2022 zijn inmiddels afgesloten. Over heel 2024 hebben zich nog eens 20 gedupeerden zich bij ons gemeld, waarvoor over deze periode ook een plan van aanpak is opgesteld of gesprekken mee gevoerd zijn om een plan van aanpak op te gaan stellen. Met name het aantal meldingen van kinderen is gestegen (14 in 2024 t.o.v. 4 in 2023) omdat wij er flink op ingezet hebben deze kinderen te bereiken door een flyer met ons hulpaanbod te versturen via de Belastingdienst en een social media campagne op te zetten. De meest voorkomende hulpvragen richten zich op medische kosten, sporten/vrije tijd, opleiding/werk, huisraad en budgetcoaching. Wij zien met name uitdagingen rondom het financiële herstel wat de Belastingdienst verzorgd. Dit proces duurt (te) lang en loopt momenteel vast. Daarnaast is er grote behoefte aan gespecialiseerde psychosociale hulp.
Deze wachtlijsten zijn lang en bovendien is het de vraag of dit voldoende passend is voor de problematiek die deze inwoners ervaren.
Zaaknummer 2709897
Pagina 22 van 24
datum 1 mei 2025
4.8 Financieel
Participatie algemeen
Begroting 2024
realisatie 2024
-200.946,00
-65.230,00
Verschil -135.716,00
Personen t/m 21 jaar
135.304,00
111.004,00
24.300,00
Personen 22 jaar eo
12.293.013,00
12.690.840,00
-397.827,00
Personen in inrichting
135.108,00
128.435,00
6.673,00
Krediethypotheek
-41.276,00
-108.487,00
67.211,00
Studietoeslag Pwet
100.998,00
94.519,00
6.479,00
Bbz Uitkeringen levensonderhoud Participatiewet IOAW
71.721,00
100.712,00
-28.991,00
12.493.922,00
12.951.793,00
-457.871,00
478.025,00
383.045,00
94.980,00
IOAZ
21.647,00
28.457,00
-6.810,00
Loonkostensubsidie
3.502.155,00
3.563.556,00
-61.401,00
Totaal inkomensvoorz. BUIG
16.495.749,00
16.926.851,00
-431.102,00
Budget BUIG (Inkomsten)
-16.980.712,00
-18.214.034,00
1.233.322,00
1.647.745,00
2.777.927,00
-1.130.182,00
Uitgaven
783.549,00
855.715,00
-72.166,00
Inkomsten
-783.549,00
-855.715,00
72.166,00
Kredieten Bbz 2004
-92.362,00
65.371,00
-157.733,00
kapitaalverstrekking bbz
-24.255,00
-51.616,00
27.361,00
BBZ advies en onderzoekskosten
50.050,00
81.235,00
-31.185,00
Voorzieningen en ondersteuning
3.082.566,00
2.972.189,00
110.377,00
350.355,00
162.884,00
187.471,00
Participatiewet – re-integratie Inburgering
Schuldhulpverlening Toeslagenaffaire uitgaven
-
296.242,00
-296.242,00
Inkomsten
-
-296.242,00
296.242,00
-82.449,00
103.910,00
Armoede en schulden
21.461,00
Tabel 9: Financieel overzicht Jaarlijks krijgt de gemeente van het Rijk een toewijzing, bekend als het Buig-budget, om de uitgaven van de Participatiewet te dekken. Dit budget wordt jaarlijks vastgesteld op basis van een verdeelmodel dat rekening houdt met verschillende interne en externe factoren die de omvang ervan beïnvloeden. Het budget wordt in oktober definitief vastgesteld. In de huidigen begroting is een bedrag van 14 miljoen opgenomen, het BUIG budget is in oktober 2024 bijgesteld naar 18 miljoen.
Zaaknummer 2709897
Pagina 23 van 24
datum 1 mei 2025
Ontwikkelingen budgetten Over het algemeen zien we geen grote ontwikkelingen in de bestedingen in de budgetten. Waar een groot tekort is ontstaan op de re-integratiemiddel. Dit tekort was ook te zien in 2023. Door te investeren in inwoners, wordt het gebruik van een uitkering (BUIG-budget) verminderd. De middelen die overblijven binnen het BUIG-budget kunnen vervolgens worden ingezet om de tekorten op de re-integratievoorzieningen te compenseren. Voor schuldhulpverlening is in 2024 een deel van het beschikbare budget niet benut. Dit komt mede doordat er in 2024 eenmalig extra middelen zijn toegevoegd. De verwachting is dat het budget in 2025 volledig zal worden besteed.
Zaaknummer 2709897
Pagina 24 van 24
datum 1 mei 2025